{"id":1082873,"date":"2026-06-13T00:58:06","date_gmt":"2026-06-12T22:58:06","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/"},"modified":"2026-06-13T00:58:06","modified_gmt":"2026-06-12T22:58:06","slug":"eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> &#8211;<\/p>\n<p>26 september 2000<\/p>\n<p>Strafkamer<\/p>\n<p>nr. 01978\/00 U<\/p>\n<p>Hoge Raad der Nederlanden<\/p>\n<p>Arrest<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak<\/p>\n<p>van de Arrondissementsrechtbank te<\/p>\n<p>Amsterdam van 11 april 2000, parketnummer<\/p>\n<p>13.99-T2-13-97218, op een verzoek van het<\/p>\n<p>Verenigd Koninkrijk tot uitlevering van:<\/p>\n<p>[de opge\u00ebiste persoon], geboren te<\/p>\n<p>[geboorteplaats] (Noord-Ierland) op<\/p>\n<p>[geboortedatum] 1963, zonder bekende woonplaats<\/p>\n<p>hier te lande, ten tijde van de bestreden<\/p>\n<p>uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring<\/p>\n<p>\u201cDe Schans\u201d te Amsterdam.<\/p>\n<p>1. De bestreden uitspraak<\/p>\n<p>De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van<\/p>\n<p>[de opge\u00ebiste persoon] aan het Verenigd<\/p>\n<p>Koninkrijk deels toelaatbaar, deels<\/p>\n<p>ontoelaatbaar verklaard, \u00e9\u00e9n en ander zoals in<\/p>\n<p>de bestreden uitspraak staat omschreven.<\/p>\n<p>1.2. De bestreden uitspraak is aan dit arrest<\/p>\n<p>gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>2. Het cassatieberoep<\/p>\n<p>Het beroep, dat kennelijk niet is gericht tegen<\/p>\n<p>de bestreden uitspraak voorzover de uitlevering<\/p>\n<p>daarbij ontoelaatbaar is verklaard, is<\/p>\n<p>ingesteld door de opge\u00ebiste persoon. Namens<\/p>\n<p>deze heeft mr. J.M. Sj\u00f6crona, advocaat te<\/p>\n<p>\u2019s-Gravenhage, bij schriftuur middelen van<\/p>\n<p>cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit<\/p>\n<p>arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>De waarnemend Advocaat-Generaal Keijzer heeft<\/p>\n<p>geconcludeerd tot verwerping van het beroep.<\/p>\n<p>3. Beoordeling van het tweede middel<\/p>\n<p>3.1. Het middel komt met rechts- en<\/p>\n<p>motiveringsklachten op tegen de verwerping door<\/p>\n<p>de Rechtbank van het verweer, daartoe<\/p>\n<p>strekkende dat de uitlevering ontoelaatbaar<\/p>\n<p>moet worden verklaard omdat deze een ernstig<\/p>\n<p>risico oplevert voor een flagrante schending<\/p>\n<p>van art. 6 EVRM in de na een plaatsgevonden<\/p>\n<p>hebbende uitlevering in Schotland te voeren<\/p>\n<p>procedure.<\/p>\n<p>3.2. Blijkens het proces-verbaal van de zitting<\/p>\n<p>van de Rechtbank is aldaar namens de opge\u00ebiste<\/p>\n<p>persoon aangevoerd, dat de aard en omvang van<\/p>\n<p>de publiciteit in Schotland omtrent het feit<\/p>\n<p>waarvoor de uitlevering is verzocht en omtrent<\/p>\n<p>de betrokkene, ertoe zullen leiden dat geen<\/p>\n<p>onpartijdige jury meer kan worden samengesteld,<\/p>\n<p>zodat een vervolging van de opge\u00ebiste persoon<\/p>\n<p>door een \u201cimpartial tribunal\u201d uitgesloten is en<\/p>\n<p>het in art. 6, eerste lid EVRM neergelegde<\/p>\n<p>recht op een \u201cfair trial\u201d zal worden<\/p>\n<p>geschonden. Op dezelfde gronden is aangevoerd<\/p>\n<p>dat sprake is van schending van art. 6, tweede<\/p>\n<p>lid, EVRM.<\/p>\n<p>3.3. De Rechtbank heeft dat verweer samengevat<\/p>\n<p>en verworpen zoals is weergegeven op blz. 3<\/p>\n<p>e.v. van haar uitspraak.<\/p>\n<p>3.4. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld<\/p>\n<p>dat in het uitleveringsverkeer tussen Nederland<\/p>\n<p>en het Verenigd Koninkrijk als door het EVRM<\/p>\n<p>gebonden staten in beginsel moet worden<\/p>\n<p>uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende<\/p>\n<p>Staat bij de vervolging en bestraffing van de<\/p>\n<p>opge\u00ebiste persoon de daarop betrekking hebbende<\/p>\n<p>fundamentele rechten welke zijn neergelegd in<\/p>\n<p>het EVRM, zal respecteren. Genoemd beginsel,<\/p>\n<p>waarvan de Rechtbank terecht is uitgegaan, kan<\/p>\n<p>uitzondering lijden voor wat betreft art. 6<\/p>\n<p>EVRM, indien blijkt dat de opge\u00ebiste persoon<\/p>\n<p>door zijn uitlevering zou worden blootgesteld<\/p>\n<p>aan zodanig risico van een flagrante inbreuk op<\/p>\n<p>enig hem ingevolge dat artikel toekomend recht<\/p>\n<p>dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland<\/p>\n<p>rustende verplichting om dat recht te<\/p>\n<p>verzekeren aan de nakoming van de uit het<\/p>\n<p>desbetreffende verdrag, hier het Europees<\/p>\n<p>Uitleveringsverdrag, voortvloeiende<\/p>\n<p>verplichting tot uitlevering in de weg staat.<\/p>\n<p>3.5. Het oordeel van de Rechtbank dat bijzondere omstandigheden die<\/p>\n<p>aannemelijk maken dat de uitlevering een aanzienlijk risico zou opleveren voor een<\/p>\n<p>flagrante schending van het recht op een \u201cfair trial\u201d noch zijn gesteld, noch zijn<\/p>\n<p>gebleken en ook uit het rapport van Gane niet blijken, draagt de verwerping van<\/p>\n<p>het verweer zelfstandig. Dat oordeel moet aldus worden verstaan dat hetgeen door<\/p>\n<p>de opge\u00ebiste persoon is aangevoerd en overigens is gebleken niet meebrengt dat<\/p>\n<p>geen sprake meer kan zijn van een eerlijke berechting, terwijl ook niet blijkt van<\/p>\n<p>een zodanig risico van een flagrante inbreuk op de rechten die art. 6 EVRM aan<\/p>\n<p>de verdachte toekent, dat dit aan de uitleveringsverplichting in de weg staat. Het<\/p>\n<p>vorenoverwogene in aanmerking genomen geeft dat oordeel geen blijk van een<\/p>\n<p>verkeerde rechtsopvatting.<\/p>\n<p>3.6. In het licht van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting van<\/p>\n<p>de Rechtbank is dat oordeel niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen<\/p>\n<p>&#8211; dat de invloed van indringende negatieve perspublicaties op het vermogen van<\/p>\n<p>nog niet geselecteerde jury-leden om een onpartijdig oordeel te vellen afhankelijk<\/p>\n<p>is van een aantal onbekende factoren, en het, naar de Rechtbank klaarblijkelijk<\/p>\n<p>heeft geoordeeld, op voorhand niet vaststaat dat die &#8211; geruime tijd v\u00f3\u00f3r een<\/p>\n<p>berechting plaatsgevonden hebbende &#8211; publicaties tot het in het middel bedoelde<\/p>\n<p>nadeel voor de verdachte leiden en dus een zodanig risico opleveren als hiervoor<\/p>\n<p>bedoeld;<\/p>\n<p>&#8211; dat het Schotse rechtssysteem, naar uit de bestreden uitspraak<\/p>\n<p>volgt, maatregelen van uiteenlopende aard kent<\/p>\n<p>om een dreigende schending van art. 6 EVRM<\/p>\n<p>tegen te gaan;<\/p>\n<p>&#8211; dat, naar de Rechtbank met haar verwijzing naar de toepassing van de<\/p>\n<p>\u201cContempt of Law (de Hoge Raad leest: \u201cContempt of Court\u201d) act 1981\u201d tot<\/p>\n<p>uitdrukking heeft gebracht, de Schotse autoriteiten voornemens zijn verdere<\/p>\n<p>publiciteit als waarvan sprake is geweest tegen te gaan, en dat de namens de<\/p>\n<p>opge\u00ebiste persoon geuite kritiek op de terughoudendheid waarmee die wet<\/p>\n<p>voorheen zou zijn toegepast, niet de conclusie toelaat dat zij in de toekomst bij<\/p>\n<p>een mogelijke dreiging van inbreuk op het recht op berechting door een \u201cimpartial<\/p>\n<p>tribunal\u201d niet passende maatregelen op grond van die wet zullen treffen om dat<\/p>\n<p>gevaar af te wenden.<\/p>\n<p>3.7 Voorzover het middel, in navolging van het verweer, ook nog doelt op<\/p>\n<p>schending van art. 6, tweede lid, EVRM, kan het evenmin tot cassatie leiden. Nog<\/p>\n<p>daargelaten dat op dit punt alleen van belang zijn uitlatingen of gedragingen van<\/p>\n<p>publieke autoriteiten waaromtrent niets specifieks is aangevoerd, zou een uitlating<\/p>\n<p>van bijvoorbeeld een lid van het openbaar ministerie of een politieautoriteit welke<\/p>\n<p>een schending van art. 6, tweede lid, EVRM oplevert, op zichzelf niet in de weg<\/p>\n<p>staan aan een berechting die aan art. 6 EVRM voldoet. Beslissend is immers of<\/p>\n<p>het gerecht onpartijdig en onbevooroordeeld is en de regel van art. 6, tweede lid,<\/p>\n<p>EVRM eerbiedigt.<\/p>\n<p>3.8 Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel niet tot cassatie kan leiden.<\/p>\n<p>4. Beoordeling van het eerste middel<\/p>\n<p>4.1 Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten op tegen de afwijzing<\/p>\n<p>door de Rechtbank van het verzoek ter zitting van de verdediging om aanhouding<\/p>\n<p>van de zaak teneinde 1) op een nadere zitting Prof. C. Gane te Aberdeen als<\/p>\n<p>deskundige te horen en 2) die deskundige in de gelegenheid<\/p>\n<p>te stellen een definitief rapport te laten uitbrengen.<\/p>\n<p>4.2 Het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank van 28 maart 2000 houdt<\/p>\n<p>dienaangaande het volgende in:<\/p>\n<p>\u201cDe raadsvrouw vraagt om aanhouding van de zaak<\/p>\n<p>&#8211; waartoe zij haar pleitnotities aan de<\/p>\n<p>rechtbank overlegt, welke als bijlage 1 aan dit<\/p>\n<p>proces-verbaal zijn gehecht en waarvan de<\/p>\n<p>inhoud als hier ingevoegd geldt &#8211; omdat zij<\/p>\n<p>Christopher Gane, professor of Scottosh Law aan<\/p>\n<p>de Universiteit van Aberdeen als deskundige ter<\/p>\n<p>zitting wil horen.<\/p>\n<p>Zulks om haar stelling te onderbouwen dat<\/p>\n<p>uitlevering van [de opge\u00ebiste persoon] aan<\/p>\n<p>Schotland een ernstig risico zou opleveren voor<\/p>\n<p>een glagrante schending van het recht op een<\/p>\n<p>\u201cfair trial\u201d (artikel 6 EVRM).<\/p>\n<p>Die stelling houdt in dat in Schotland een<\/p>\n<p>overmaat aan, voor [de opge\u00ebiste persoon] zeer<\/p>\n<p>negatieve krantenartikelen is verschenen en dat<\/p>\n<p>als gevolg daarvan geen onpartijdige jury meer<\/p>\n<p>is samen te stellen.<\/p>\n<p>Naar haar oordeel geeft het Schotse recht, en<\/p>\n<p>de praktische toepassing daarvan, onvoldoende<\/p>\n<p>waarborgen dat een aan te stellen jury<\/p>\n<p>onpartijdig zal zijn.<\/p>\n<p>De officier van justitie verzet zich ten<\/p>\n<p>inwilliging van het verzoek van de raadsvrouw<\/p>\n<p>om aanhouding van de behandeling.<\/p>\n<p>Na beraad deelt de voorzitter als beslissing<\/p>\n<p>van de rechtbank mede dat het verzoek van de<\/p>\n<p>raadsvrouw om aanhouding van de behandeling<\/p>\n<p>worden afgewezen. In het uitleveringsrecht is<\/p>\n<p>geen plaats voor een dergelijke algemene<\/p>\n<p>toetsing van het rechtsstelsel van een<\/p>\n<p>verzoekende staat, die immers verdragspartner<\/p>\n<p>is, terwijl bovendien een dergelijk onderzoek,<\/p>\n<p>waarbij niet zou kunnen worden volstaan met<\/p>\n<p>\u00e9\u00e9n, door de verdediging ingeschakelde<\/p>\n<p>deskundige, zo veel omvattend zou zijn dat het<\/p>\n<p>daardoor alleen al niet in een<\/p>\n<p>uitleveringsprocedure past.<\/p>\n<p>Dit zou slechts anders kunnen zijn indien in<\/p>\n<p>het concrete geval aanwijzingen bestaan dat een<\/p>\n<p>\u201cfair trial\u201d bij voorbaat als uitgesloten moet<\/p>\n<p>worden geacht. Die aanwijzingen heeft de<\/p>\n<p>rechtbank in het aangevoerde niet aangetroffen.<\/p>\n<p>4.3. Maatstaf voor de beoordeling van een dergelijk verzoek is of de noodzaak<\/p>\n<p>van het verzochte is gebleken. De beslissing van de Rechtbank, die van de<\/p>\n<p>pleitnotities van de raadsvrouwe heeft kennisgenomen, moet aldus worden<\/p>\n<p>verstaan dat die noodzaak niet aanwezig is op grond van haar oordeel, zoals dat<\/p>\n<p>door de Hoge Raad hiervoor onder 3.5 is verstaan. Aldus heeft de Rechtbank de<\/p>\n<p>juiste maatstaf toegepast en geen blijk gegeven van miskenning van die maatstaf.<\/p>\n<p>4.4. Het middel faalt dus.<\/p>\n<p>5. Slotsom<\/p>\n<p>Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden,<\/p>\n<p>terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig<\/p>\n<p>oordeelt waarop de bestreden uitspraak,<\/p>\n<p>voorzover aan zijn oordeel onderworpen,<\/p>\n<p>ambtshalve zou behoren te worden vernietigd,<\/p>\n<p>moet het beroep worden verworpen.<\/p>\n<p>6. Beslissing<\/p>\n<p>De Hoge Raad verwerpt het beroep.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president<\/p>\n<p>C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de<\/p>\n<p>raadsheren A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in<\/p>\n<p>bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en<\/p>\n<p>uitgesproken op 26 september 2000.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA7235\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>&#8211;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[135538],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1082873","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-135538","kji_subject-divers","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"-\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"7 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \\\/ 01978\\\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-12T22:58:06+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \\\/ 01978\\\/00 U\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U","og_description":"-","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"7 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","name":"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-12T22:58:06+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr2000aa7235-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2000:AA7235 Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1082873","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1082873"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1082873"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1082873"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1082873"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1082873"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1082873"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1082873"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1082873"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}