{"id":1136531,"date":"2026-06-18T07:19:49","date_gmt":"2026-06-18T05:19:49","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/"},"modified":"2026-06-18T07:19:49","modified_gmt":"2026-06-18T05:19:49","slug":"eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Weigering van de op grond van art. 1:166 lid 1 jo. art. 1:119 BW vereiste goedkeuring van huwelijksvoorwaarden van voormalige echtgenoten die opnieuw met elkaar willen huwen. Benadeling van crediteuren.<\/p>\n<p>15 mei 1992<\/p>\n<p>Eerste Kamer<\/p>\n<p>Rek.nr. 8042<\/p>\n<p>Br.<\/p>\n<p>Hoge Raad der Nederlanden<\/p>\n<p>Beschikking<\/p>\n<p>in de zaak van:<\/p>\n<p>1. [de man], en<\/p>\n<p>2. [de vrouw],<\/p>\n<p>beiden wonende te [woonplaats],<\/p>\n<p>VERZOEKERS tot cassatie,<\/p>\n<p>Advocaat: Mr. M.J. Schenck.<\/p>\n<p>1. Het geding in feitelijke instanties<\/p>\n<p>Met een op 13 augustus 1990 gedateerd verzoekschrift hebben verzoekers tot cassatie \u2014 verder te noemen de man en de vrouw \u2014 zich gewend tot de Rechtbank te Breda met verzoek goedkeuring te willen verlenen tot het aangaan van huwelijksvoorwaarden als omschreven in een ontwerpakte die aan dat verzoekschrift is gehecht.<\/p>\n<p>De Rechtbank heeft bij beschikking van 23 januari 1991 het verzoek tot het aangaan van de huwelijkse voorwaarden afgewezen.<\/p>\n<p>Tegen deze beschikking hebben de man en de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te &#039;s-Hertogenbosch en hun verzoek aangevuld door subsidiair te verzoeken, kort samengevat, goedkeuring onder de voorwaarde dat de schuld van de man aan de Bedrijfsvereniging ad \u0192 33.401,91 niet moet worden aangemerkt als een gemeenschapsschuld uit het eerste huwelijk van de man en de vrouw.<\/p>\n<p>Bij beschikking van 19 juli 1991 heeft het Hof de bestreden beschikking bekrachtigd.<\/p>\n<p>De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.<\/p>\n<p>2. Het geding in cassatie<\/p>\n<p>Tegen de beschikking van het Hof hebben de man en de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>De conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker strekt tot vernietiging van de beschikking van het Hof en tot het verlenen van goedkeuring door de Hoge Raad aan de man en de vrouw om huwelijksvoorwaarden te maken overeenkomstig het door hen bij hun verzoek aan de Rechtbank overgelegde ontwerp.<\/p>\n<p>3. Beoordeling van het middel<\/p>\n<p>3.1 De man en de vrouw zijn op 22 december 1978 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Dit huwelijk is op 7 januari 1988 ontbonden door inschrijving van het echtscheidingsvonnis in de registers van de burgerlijke stand.<\/p>\n<p>De man heeft een schuld aan de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging van \u0192 33.401,91, wegens in de periode van 1 oktober 1986 tot en met 8 november 1987 ten onrechte door de man ontvangen uitkeringen en voorschotten krachtens de oude en nieuwe WW, zulks blijkens een terugvorderingsbeslissing van de Bedrijfsvereniging van 4 mei 1988; het door de man tegen deze beslissing ingestelde beroep bij de Raad van Beroep te &#039;s-Hertogenbosch is bij uitspraak van 22 februari 1989 ongegrond verklaard, terwijl de Centrale Raad van Beroep bij uitspraak van 8 januari 1991 het daartegen gerichte hoger beroep ongegrond verklaard heeft.<\/p>\n<p>De man en de vrouw zijn voornemens wederom met elkaar in het huwelijk te treden en wensen vooraf hun vermogensrechtelijke verhouding te regelen. Zij hebben daartoe overeenkomstig het bepaalde in art. 1:166 lid 1 in verbinding met art. 1:119 BW aan de Rechtbank verzocht, voorafgaand aan dit tweede huwelijk, goedkeuring te verlenen tot het aangaan van huwelijkse voorwaarden met als basis uitsluiting van elke gemeenschap van goederen. Als grond voor dit verzoek hebben zij opgegeven de omstandigheid \u2014 kort samengevat \u2014 dat de man voormelde schuld heeft en dat de man en de vrouw aan het aangaan van hun tweede huwelijk niet de consequentie verbonden wensen te zien dat de vrouw te vrezen heeft voor beslag op haar eigen arbeidsinkomsten vanwege de voormelde schuld van de man.<\/p>\n<p>De Rechtbank heeft de goedkeuring geweigerd. Het Hof heeft de daartegen gerichte grief verworpen. Daartegen richt zich het middel.<\/p>\n<p>3.2 Art. 166 lid 1 strekt ertoe te voorkomen dat partijen in een situatie waarin de rechter aan het maken of het wijzigen van huwelijkse voorwaarden staande huwelijk zijn in art. 119 bedoelde goedkeuring had behoren te onthouden, de goedkeuringseis zouden kunnen omzeilen door van echt te scheiden en vervolgens, na de huwelijkse voorwaarden van hun keuze te hebben aangegaan, met elkaar te hertrouwen.<\/p>\n<p>Deze strekking brengt mee dat ook in het geval van art. 166 lid 1 goedkeuring dient te worden geweigerd, wanneer een redelijke grond voor het maken of wijzigen van de huwelijkse voorwaarden ontbreekt, zoals de Rechtbank heeft aangenomen, of indien er gevaar voor benadeling van schuldeisers bestaat, zoals het Hof kennelijk voor ogen heeft gestaan. Zodanig gevaar kan met name bestaan, wanneer een van de partijen die, zoals hier, eerder in gemeenschap van goederen waren getrouwd en na het einde van het huwelijk opnieuw in het huwelijk willen treden met als basis uitsluiting van elke gemeenschap van goederen, een schuld had die tijdens of v\u00f3\u00f3r het eerste huwelijk is ontstaan en die daarom in de gemeenschap viel.<\/p>\n<p>Met zulk een schuld moeten voor de toepassing van art. 166 lid 1 worden gelijk gesteld schulden die hun grondslag vinden in omstandigheden die zich tijdens het huwelijk hebben voorgedaan en die bij voortduren van het huwelijk in de gemeenschap zouden zijn gevallen.<\/p>\n<p>Tot de hier bedoelde schulden behoort ook de schuld wegens tijdens het huwelijk door \u00e9\u00e9n der partijen ten onrechte ontvangen en in verband daarmede voor terugvordering vatbare uitkeringen en voorschotten krachtens sociale verzekering, zoals in dit geval de schuld van de man aan de bedrijfsvereniging. Dit geldt ook als de terugvorderingsbeslissing van het tot terugvordering bevoegde overheidsorgaan, zoals hier, pas na het einde van het huwelijk is genomen, onverschillig of de schuld geacht moet worden eerst door de terugvorderingsbeslissing te zijn ontstaan.<\/p>\n<p>3.3 Het hiervoor overwogene brengt mee dat het Hof \u2014 wat er zij van &#039;s Hofs motivering \u2014 tot een juiste beslissing is gekomen. Alle klachten van het middel stuiten hierop af.<\/p>\n<p>4. Beslissing<\/p>\n<p>De Hoge Raad verwerpt het beroep.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door de vice-president Snijders als voorzitter en de raadsheren Bloembergen, Davids, Heemskerk en Nieuwenhuis, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Davids op 15 mei 1992.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1992:ZC0609\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Weigering van de op grond van art. 1:166 lid 1 jo. art. 1:119 BW vereiste goedkeuring van huwelijksvoorwaarden van voormalige echtgenoten die opnieuw met elkaar willen huwen. Benadeling van crediteuren.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[138318],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[16792,9626,33329,14908,10103],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1136531","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-138318","kji_subject-divers","kji_keyword-goedkeuring","kji_keyword-grond","kji_keyword-huwelijksvoorwaarden","kji_keyword-vereiste","kji_keyword-weigering","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Weigering van de op grond van art. 1:166 lid 1 jo. art. 1:119 BW vereiste goedkeuring van huwelijksvoorwaarden van voormalige echtgenoten die opnieuw met elkaar willen huwen. Benadeling van crediteuren.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"5 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \\\/ 8042 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-18T05:19:49+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \\\/ 8042\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042","og_description":"Weigering van de op grond van art. 1:166 lid 1 jo. art. 1:119 BW vereiste goedkeuring van huwelijksvoorwaarden van voormalige echtgenoten die opnieuw met elkaar willen huwen. Benadeling van crediteuren.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"5 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/","name":"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-18T05:19:49+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlhr1992zc0609-hoge-raad-15-05-1992-8042\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:1992:ZC0609 Hoge Raad , 15-05-1992 \/ 8042"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1136531","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1136531"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1136531"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1136531"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1136531"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1136531"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1136531"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1136531"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1136531"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}