{"id":1140468,"date":"2026-06-18T20:13:18","date_gmt":"2026-06-18T18:13:18","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/"},"modified":"2026-06-18T20:13:18","modified_gmt":"2026-06-18T18:13:18","slug":"eclibervsce2024arr-260-691","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/","title":{"rendered":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak<\/p>\n<p>    <!-- continue here with main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>            <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p>        &nbsp;<br \/>\nRaad van State  <\/p>\n<p>            Vonnis\/arrest van 20 september 2024            <\/p>\n<p>ECLI nr:<\/p>\n<p>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691<\/p>\n<p>Rolnummer:<\/p>\n<p>A. 236837\/X-18201<\/p>\n<p>Zaak:<\/p>\n<p>Arrest 260691 &#8211; Stedenbouw en ruimtelijke ordening &#8211; Reglementen &#8211; 20\/09\/2024<\/p>\n<p>Rechtsgebied:<\/p>\n<p>\n Bestuursrecht<\/p>\n<p>Invoerdatum:<\/p>\n<p>2024-09-27<\/p>\n<p>Raadplegingen:<\/p>\n<p>85 &#8211; laatst gezien 2026-06-04 05:08<\/p>\n<p>            Fiche            <\/p>\n<p> Arrest nr 260.691 van 20 september 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,<br \/>\n        leefmilieu en aanverwante aangelegenheden &#8211; Stedenbouw en ruimtelijke<br \/>\n        ordening &#8211; Reglementen Beslissing :  Vernietiging bekendmaking\n    <\/p>\n<p>Thesaurus CAS:<\/p>\n<p>RAAD VAN STATE\n<\/p>\n<p>UTU-thesaurus:<\/p>\n<p>PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT &#8211; RAAD VAN STATE &#8211; Arresten (Raad van State)\n <\/p>\n<p>            Tekst van de beslissing            <\/p>\n<p>\n       RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK<br \/>\n       Xe KAMER<br \/>\n       nr. 260.691 van 20 september 2024<br \/>\n       in de zaak A. 236.837\/X-18.201<br \/>\n       In zake : 1. G.B.<br \/>\n       2. M.R.<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       tegen :<br \/>\n       1. de GEMEENTE BEVEREN<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem-Jan Ingels en Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       &#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<br \/>\n       I. Voorwerp van het beroep<br \/>\n       1. Het verzoekschrift, ingediend op 18 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van:<br \/>\n       a. het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Beveren van 22 februari 2022<br \/>\n       tot definitieve vaststelling van de wijziging van de algemene stedenbouwkundige verordening van de gemeente Beveren en b. het besluit van het \u201cTeam Mer\u201d van de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten van het Vlaamse Gewest (hierna: de dienst Mer)<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-1\/14<br \/>\n       van 3 november 2021 dat voor de voornoemde wijziging van de verordening de opmaak van een plan-milieueffectrapport (hierna: plan-MER) niet nodig is.<br \/>\n       II. Verloop van de rechtspleging<br \/>\n       2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend.<br \/>\n       Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.<br \/>\n       Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend.<br \/>\n       De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei 2024.<br \/>\n       Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.<br \/>\n       Advocaat Ward Vangrunderbeeck, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor verzoekers, advocaat Willem-Jan Ingels, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Elliot Missault, die loco advocaten Steve Ronse en Deborah Smets verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.<br \/>\n       Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.<br \/>\n       Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco\u00f6rdineerd op 12 januari 1973.<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-2\/14<br \/>\n       III. Feiten<br \/>\n       3.1. Op 25 juni 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Beveren de gemeentelijke algemene stedenbouwkundige verordening vast (hierna: de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening).<br \/>\n       3.2. Wat de inplanting van de gebouwen betreft, bepaalt de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening:<br \/>\n       \u201c2.3.4. Tweede bouwlijn 2.3.4.1 Bestaande woningen \u00a7 1. Bestaande woningen in tweede bouwlijn kunnen behouden blijven.<br \/>\n       2.3.4.2 Nieuwe woningen \u00a7 1. Nieuwbouw in tweede bouwlijn kan enkel toegestaan worden, mits:<br \/>\n       &#8211; minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen &#8211; de woning maximaal \u00e9\u00e9n bouwlaag betreft:<br \/>\n       \u25aa met een maximale kroonlijsthoogte van 3,50 meter \u25aa onder hellend dak met een maximale hellingsgraad van 30\u00b0 en zonder dakuitbouw of dakkapel.<br \/>\n       Bij een aanvraag tot omgevingsvergunning zal het standpunt van de aanpalende eigenaar(s) gevraagd worden.\u201d<br \/>\n       3.3. Inzake de bouwdiepte van de woongebouwen stelt de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening het volgende:<br \/>\n       \u201c2.4.2. Bouwdiepte \u00a7 1. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt [\u2026] maximum 18 meter.<br \/>\n       [\u2026]<br \/>\n       \u00a7 2. De bouwdiepte op de verdiepingen bedraagt [\u2026] maximum 13 meter.<br \/>\n       [\u2026]<br \/>\n       \u00a7 3. Afwijkingen op vlak van bouwdiepte zijn uitdrukkelijk verboden, tenzij onder volgende omstandigheden:<br \/>\n       &#8211; eengezinswoningen in gesloten verband: op het gelijkvloers mag minimaal 80 m\u00b2 netto vloeroppervlakte gerealiseerd worden, om dit mogelijk te maken kan een afwijking van de maximale bouwdiepte worden aangevraagd voor zover voldaan wordt aan artikel 2.6.3. van deze verordening &#8211; meergezinswoningen in open verband: indien de minimale bouwvrije zijtuinstroken wordt verhoogd met 2 meter en mits het toevoegen van een bezonningsstudie in de vergunningsaanvraag.\u201d<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-3\/14<br \/>\n       3.4. In verband met de achtertuinen luidt de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening:<br \/>\n       \u201c2.6.3. Achtertuinen \u00a7 3. Eengezinswoningen &#8211; achtertuinzone: minimaal 6 meter diep en minimaal 60 m\u00b2 aaneengesloten oppervlakte &#8211; groenterreinindex:<br \/>\n       \u25aa minimaal 50% van de achtertuinzone moet met levend groen worden ingericht \u25aa de overige 50% van de achtertuinzone mag verhard worden, maximaal 50% hiervan mag gebruikt worden voor bijgebouwen, garages etc. met een absoluut maximum van 125 m\u00b2.\u201d<br \/>\n       4.1. In 2021 neemt de gemeente Beveren het initiatief om de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunning te wijzigen. Naast andere aanpassingen, worden ook de hiervoor in de randnummers 3.2 tot 3.4 aangehaalde bepalingen vervangen.<br \/>\n       4.2. Het ontworpen artikel 2.3.4 van de verordening stelt:<br \/>\n       \u201c2.3.4 Tweede bouwlijn en inbreidingsprojecten \u00a7 1. Bestaande woningen in tweede bouwlijn kunnen behouden blijven.<br \/>\n       Uitbreidingen zijn mogelijk mits:<br \/>\n       &#8211; minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen behouden blijft &#8211; de gevel(s) gericht naar de voorliggende bebouwing (eerste bouwlijn) minimaal 25 meter afstand ten opzichte van de uiterste grens van de maximaal bebouwbare zone in eerste bouwlijn gehouden wordt.<br \/>\n       \u00a7 2. Nieuwbouw in tweede bouwlijn (geen inbreidingsprojecten) kan enkel toegestaan worden mits:<br \/>\n       &#8211; Minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen behouden blijft.<br \/>\n       &#8211; de gevel(s) gericht naar de voorliggende bebouwing (eerste bouwlijn) minimaal 25 meter afstand ten opzichte van de uiterste grens van de maximaal bebouwbare zone in eerste bouwlijn gehouden wordt;<br \/>\n       &#8211; De woning maximaal \u00e9\u00e9n bouwlaag betreft:<br \/>\n       o Met een maximale kroonlijsthoogte van 3,50 meter;<br \/>\n       o Onder hellend dak met een maximale hellingsgraad van 30\u00b0 en zonder dakuitbouw of dakkapel.<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-4\/14<br \/>\n       o voldoet aan de bepalingen van artikel 2.6 (tuinzones)<br \/>\n       Bij een aanvraag tot omgevingsvergunning wordt informatief het standpunt van alle aanpalende eigenaars gevraagd.<br \/>\n       \u00a7 3. Inbreidingsprojecten kunnen slechts worden toegestaan indien:<br \/>\n       &#8211; Minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen behouden blijft.<br \/>\n       &#8211; de gevel(s) gericht naar de voorliggende bebouwing (eerste bouwlijn) op minimaal 25 meter afstand ten opzichte van de uiterste grens van de maximaal bebouwbare zone in eerste bouwlijn gehouden worden voorzien.<br \/>\n       &#8211; Verboden langsheen in woongebied indien sprake is van een woonlint, verboden binnen woongebied met landelijk karakter.\u201d<br \/>\n       4.3. Het ontworpen artikel 2.4.2 van de verordening luidt:<br \/>\n       \u201c2.4.2. Bouwdiepte \u00a7 1. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximum 18 meter.<br \/>\n       [\u2026]<br \/>\n       \u00a7 2. De bouwdiepte op de verdiepingen bedraagt maximum 13 meter.<br \/>\n       [\u2026]<br \/>\n       \u00a7 3. Afwijkingen op vlak van bouwdiepte zijn uitdrukkelijk verboden, behalve in een van de volgende gevallen:<br \/>\n       eengezinswoningen in gesloten verband: op het gelijkvloers mag minimaal 80 m\u00b2 netto vloeroppervlakte gerealiseerd worden, om dit mogelijk te maken kan een afwijking van de maximale bouwdiepte worden aangevraagd voor zover voldaan wordt aan de minimale normen voor de achtertuinzone.<br \/>\n       meergezinswoningen in open verband: indien de minimale bouwvrije zijtuinstroken wordt verhoogd met 2 meter en mits bijkomend op de overige motivatie voor het afwijkingsverzoek een bezonningsstudie in de beschrijvende nota wordt toegevoegd.<br \/>\n       meergezinswoningen met inpandige terrassen mogen op verdieping bouwen tot een maximale diepte van 15 meter. Deze diepte moet aangevraagd en gemotiveerd worden conform de bepalingen rond afwijkingen en dient hinder naar aanpalende eigenaars en gebruikers te vermijden.<br \/>\n       [\u2026]<br \/>\n       Gebouwen gelegen langsheen de Grote Markt, 9120 Beveren kunnen gemotiveerd afwijken mits deze afwijking niet tegenstrijdig is met bepalingen van een bestemmingsplan (BPA of RUP).\u201d<br \/>\n       4.4. Het ontworpen artikel 2.6.3, \u00a7\u00a7 1 tot 4, van de verordening stelt:<br \/>\n       \u201c2.6.3 Achtertuinen<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-5\/14<br \/>\n       \u00a7 1. De achtertuinzone moet rechtstreeks aansluiten bij de wooneenheid.<br \/>\n       \u00a7 2. De achtertuinzone moet zich bevinden binnen de bestemmingszone \u2018wonen.<br \/>\n       \u00a7 3. Voor gesloten woningbouw op hoekpercelen kan een afwijking aangevraagd worden op onderstaande bepalingen. Deze afwijking dient gemotiveerd te worden.<br \/>\n       \u00a7 4. Eengezinswoningen en tweewoonst.<br \/>\n       achtertuinzone: minimaal 6 meter diep en minimaal 60m\u00b2 aaneengesloten oppervlakte.<br \/>\n       groenterreinindex:<br \/>\n       o minimaal 50% van de achtertuinzone moet met levend groen worden ingericht een afwijkingsvraag op de verhardingsgraad kan ingediend worden bij (bestaande) kleinere (&lt;60m\u00b2) tuinen.<br \/>\n       o de overige 50% van de achtertuinzone mag verhard worden, maximaal 50% hiervan mag gebruikt worden voor bijgebouwen, garages, etc. dit met een absoluut maximum van 125m\u00b2.\u201d<br \/>\n       5.1. Op 13 augustus 2021 keurt de gemeente Beveren een nota goed die ertoe strekt aan te tonen dat de voorgenomen wijziging van de verordening geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben (hierna: de screeningsnota).<br \/>\n       5.2. Meer bepaald wordt in de screeningsnota een per artikel van de stedenbouwkundige verordening opgesplitste tabel opgenomen waarin onder meer het volgende wordt gesteld:<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-6\/14<br \/>\n       6. Op basis van de screeningsnota en de uitgebrachte adviezen oordeelt de dienst Mer op 3 november 2021 \u201cdat de stedenbouwkundige verordening geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is\u201d. Dit is het tweede bestreden besluit.<br \/>\n       7. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 6 december 2021 tot 5 januari 2022, dienen verzoekers een bezwaarschrift in.<br \/>\n       8. Bij besluit van 22 februari 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente Beveren de wijziging van de algemene stedenbouwkundige verordening definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit, waarvan melding wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 mei 2022.<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-7\/14<br \/>\n       9. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de in de randnummers 4.2 tot 4.4 geciteerde bepalingen.<br \/>\n       IV. Ontvankelijkheid<br \/>\n       Standpunten van de partijen<br \/>\n       10. Verzoekers zetten uiteen dat zij in een groene woonomgeving wonen, waarin de verhardingsgraad gering is. Recentelijk zijn zij erin geslaagd een aantal grootschalige bouwprojecten in hun leefomgeving tegen te houden op grond van de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening. De versoepelingen die door het eerste bestreden besluit zijn doorgevoerd zullen het vergemakkelijken om vergunningen te geven voor dergelijke bouwprojecten.<br \/>\n       11. De eerste verwerende partij werpt als exceptie op dat verzoekers niet afdoende aantonen dat zij over het rechtens vereiste belang bij hun beroep beschikken. Zij maken op geen enkele manier inzichtelijk hoe de doorgevoerde wijzigingen aan de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening zouden kunnen leiden tot grotere bouwprojecten.<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       12. In vergelijking met de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening maken de bepalingen van het eerste bestreden besluit het mogelijk om bestaande woningen in tweede bouwlijn uit te breiden, laten zij bijkomende afwijkingen toe op de maximale bouwdiepte \u2013 met name voor meergezinswoningen met inpandige terrassen en voor gebouwen gelegen langsheen de Grote Markt \u2013 en voorzien zij in een afwijkingsmogelijkheid om de verhardingsgraad te doen stijgen in kleinere tuinen (hierna: de wijzigingen die een stijging van de verhardingsgraad mogelijk maken). Aldus blijkt uit de gegevens van de zaak dat het eerste bestreden besluit het mogelijk maakt om bouwprojecten te realiseren met een grotere verhardingsgraad dan mogelijk was met de toepassing<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-8\/14<br \/>\n       van de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening, wat van aard kan zijn de leefomgeving van verzoekers nadelig te be\u00efnvloeden.<br \/>\n       13. De eerste verwerende partij kan er niet van overtuigen dat verzoekers geen belang zouden hebben bij hun beroep tegen de bestreden beslissing die verordenend van aard is.<br \/>\n       14. De exceptie wordt verworpen.<br \/>\n       V. Het enige middel<br \/>\n       Standpunt van de partijen<br \/>\n       15.1. Het enige middel is onder meer genomen uit de schending van artikel 4.2.3 van het decreet van 5 april 1995 \u2018houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid\u2019 (hierna: DABM), alsook uit de schending van de materi\u00eblemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.<br \/>\n       15.2. Verzoekers betogen dat onder meer de bepalingen inzake de verhardingsgraad en de inplanting en afmeting van de gebouwen evident gevolgen zullen hebben voor het leefmilieu, zodat een ernstig onderzoek naar deze effecten verwacht mocht worden. De ontheffingsbeslissing van de dienst Mer is evenwel gesteund op een screeningsnota waarin dit onderzoek ontbreekt. Deze nota ontbeert elke geloofwaardigheid, daar hij niet verder komt dan de stijlclausule dat het eerste bestreden besluit alleen maar positieve effecten zou hebben. Ook elke cumulatieve benadering van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten ontbreekt.<br \/>\n       16. De eerste verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat verzoekers ten onrechte voorhouden dat de cumulatieve impact van de wijzigingen niet zou zijn beoordeeld. De screeningsnota stelt dat de wijzigingen in vele gevallen verduidelijkingen en betere formuleringen van de bestaande bepalingen betreffen. In andere gevallen zorgt voortschrijdend inzicht of een<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-9\/14<br \/>\n       gewijzigde visie voor kleinschalige wijzigingen, die dermate kleinschalig zijn dat er geen impact op het leefmilieu te verwachten valt. Ook de dienst Mer bevestigde dat de stedenbouwkundige verordening volgens het dossier een kleinschalige wijziging van de reeds bestaande artikels en de toevoeging van enkele nieuwe elementen tot doel heeft. Op geen enkele manier valt uit de screeningsnota of de ontheffingsbeslissing af te leiden dat de cumulatieve gevolgen van de doorgevoerde wijzigingen niet zouden zijn beoordeeld.<br \/>\n       17. In haar memorie van antwoord noemt de tweede verwerende partij de uiteenzetting van verzoekers \u201ceerder vaag\u201d. Het behoort nochtans tot de stelplicht van een verzoekende partij die een schending inroept om ter onderbouwing voldoende concrete gegevens aan te brengen. Louter algemeen stellen dat het onderzoek naar milieueffecten niet beperkt kon worden tot elk van de voorschriften afzonderlijk volstaat niet opdat er sprake zou zijn van onzorgvuldig onderzoek van de milieueffecten. Op geen enkele wijze duiden verzoekers in concreto aan welke cumulatieve effecten zich mogelijk zouden manifesteren. Zij voeren bijgevolg geen concrete gegevens aan die aantonen of minstens aannemelijk maken dat cumulatieve effecten dienden te worden onderzocht en\/of er wel degelijk een milieueffectrapport diende te worden opgemaakt. Maar er is meer. Uit de rechtspraak blijkt dat de notie \u201ccumulatieve effecten\u201d inhoudt dat rekening dient te worden gehouden met de cumulatieve werking van andere plannen. Het onderzoek van cumulatieve effecten betreft zodus niet de voorschriften van \u00e9\u00e9n welbepaald plan op zich.<br \/>\n       18. In haar laatste memorie benadrukt de eerste verwerende partij dat onder de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening inbreidingsprojecten reeds toegelaten waren. Evenwel waren de toepasselijke voorschriften voor inbreidingsprojecten niet voldoende duidelijk. Het nieuwe artikel 2.3.4 biedt nu een eenduidig kader. De nieuwe versie legt voor inbreidingsprojecten een afstand van tien meter op ten aanzien van alle perceelgrenzen, dit in lijn met de voorschriften die krachtens de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening gelden voor woningen in tweede bouworde. Voortaan is het niet meer mogelijk om<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-10\/14<br \/>\n       inbreidingsprojecten te realiseren achter lintbebouwing en in woongebied met landelijk karakter, wat niets anders is dan een bijkomende beperking.<br \/>\n       19. In haar laatste memorie stelt de tweede verwerende partij dat men niet om de vaststelling heen kan dat het voorwerp van de voorliggende screening een stedenbouwkundige verordening betreft waarin algemene voorschriften worden geformuleerd, die gelden voor het integrale grondgebied van de gemeente. De MER-regelgeving vereist dat een effectbeoordeling wordt gemaakt op het eerst mogelijk nuttige moment. In casu is er \u2013 voor wat de voorschriften voor inbreidingsprojecten betreft \u2013 op het moment van het vaststellen van de verordening geen sprake van een \u201cnuttig moment\u201d voor een dermate gedetailleerde effectbeoordeling die verzoekers schijnen te verwachten.<br \/>\n       Een diepgaander onderzoek van de potenti\u00eble effecten van het voorschrift omtrent de inbreidingsprojecten was op het ogenblik van opmaak van de screeningsnota redelijkerwijze niet mogelijk wegens het ontbreken van relevante gedetailleerde informatie over de toekomstige inbreidingsprojecten.<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       20.1. Artikel 4.2.3, \u00a7 3, DABM luidt:<br \/>\n       \u201cArt. 4.2.3 &#8211; [\u2026]<br \/>\n       \u00a7 3. Voor een plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, en dat het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging inhoudt, moet geen plan-MER worden opgemaakt voor zover de initiatiefnemer aan de hand van de criteria die worden omschreven in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, aantoont dat het plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de beoordeling van de aanwezigheid van aanzienlijke milieueffecten.\u201d<br \/>\n       Om wettig gebruik te kunnen maken van de in artikel 4.2.3, \u00a7 3, DABM bedoelde afwijkingsmogelijkheid van de principi\u00eble plan-MER-plicht, moet cumulatief aan twee voorwaarden worden voldaan: (1) het plan of programma moet het gebruik bepalen van een klein gebied op lokaal niveau<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-11\/14<br \/>\n       of een kleine wijziging inhouden en (2) de initiatiefnemer moet aantonen dat het plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben.<br \/>\n       20.2. De materi\u00eblemotiveringsplicht houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier.<br \/>\n       Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden ge\u00efnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen.<br \/>\n       20.3. Wat de intrinsieke degelijkheid van een plan-MER-screening betreft, is de Raad van State niet bevoegd om zijn beoordeling in de plaats van die van de dienst Mer te stellen. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht is hij wel bevoegd om na te gaan of de dienst Mer op grond van juiste, relevante en toereikende feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.<br \/>\n       21. Te dezen voeren verzoekers aan dat de screeningsnota, wat de in randnummer 20.1 bedoelde tweede voorwaarde betreft, geen deugdelijk onderzoek naar de mogelijke milieueffecten bevat. In zoverre de eerste verwerende partij aanvoert dat het gaat om een kleine wijziging en dat aldus voldaan is aan de in hetzelfde randnummer bedoelde eerste voorwaarde, mist haar verweer pertinentie.<br \/>\n       Over de mogelijke effecten van de wijzigingen die een stijging van de verhardingsgraad mogelijk maken wordt in de screeningsnota niets meer gezegd dan dat ze een \u201cpositief\u201d effect hebben in de discipline \u201cmens\u201d, hier te begrijpen als het onderdeel \u201cruimtelijke ordening\u201d. Daarmee wordt een open deur ingetrapt, daar het voor zichzelf spreekt dat de eerste verwerende partij de door haar geconcipieerde wijzigingen van de stedenbouwkundige verordening als een verbetering binnen het deelgebied ruimtelijke ordening evalueert. In de tabel<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-12\/14<br \/>\n       inzake milieueffecten zijn voor de wijzigingen die een stijging van de verhardingsgraad mogelijk maken de andere vakken, zoals voor de disciplines \u201cbodem\u201d, \u201cwater\u201d, \u201cbiodiversiteit\u201d, \u201cklimaat\u201d en \u201donderlinge samenhang\u201d blanco gelaten, wat er op wijst dat deze disciplines niet zijn onderzocht.<br \/>\n       Met verzoekers moet worden vastgesteld dat voor de voornoemde wijzigingen \u2013 in het bijzonder in hun onderlinge samenhang \u2013 noch de screeningsnota, noch enig ander stuk van het administratief dossier de bewering van het tweede bestreden besluit kan onderbouwen dat \u201c[h]et screeningsdossier [\u2026] de relevante milieudisciplines voldoende [heeft] besproken\u201d. Het blijkt niet dat de dienst Mer op grond van juiste, relevante en toereikende feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.<br \/>\n       22. Aan de laatstgenoemde vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door hetgeen de verwerende partijen in hun laatste memories aanvoeren met betrekking tot de voorschriften voor inbreidingsprojecten.<br \/>\n       23. Het middel is in de aangegeven mate gegrond.<br \/>\n       VI. Conclusie<br \/>\n       24. Gelet op de gegrondheid van het enige middel moet het eerste bestreden besluit vernietigd worden en dient het tweede bestreden besluit, voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer, hetzelfde lot te ondergaan.<br \/>\n       BESLISSING<br \/>\n       1. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Beveren van 22 februari 2022 tot definitieve vaststelling van de wijziging van de algemene stedenbouwkundige verordening van de gemeente Beveren en het besluit van de dienst Mer van 3 november 2021 dat stelt dat<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-13\/14<br \/>\n       voor de voornoemde wijziging van de verordening de opmaak van een plan-MER niet nodig is.<br \/>\n       2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde gemeenteraadsbesluit.<br \/>\n       3. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 22 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekers gezamenlijk.<br \/>\n       Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:<br \/>\n       Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.<br \/>\n       De griffier De voorzitter<br \/>\n       Silvan De Clercq Johan Lust<br \/>\n       ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-14\/14<\/p>\n<p>PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691\n       <\/p>\n<p>        <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p><!-- Action LOG \nfunction JUPORTARecordLogViewDecision  $iubel_id        : 278757\n                                       $action_type     : VIEW\n                                      &amp;$action_startmt  : 1780614807.6587\n                                      &amp;$action_duration : 20079\n                                      &amp;$addressipremote : 103.115.10.116\n                                      &amp;$latitude        : '39.0469000'\n                                      &amp;$longitude       : '-77.4903000'\n                                      &amp;$accuracy        : null\n                                      &amp;$altitude        : null\n                                      &amp;$langue_view     : NL\n--><br \/>\n<!-- Action_duration 20079 millisec --><br \/>\n      <!-- end of main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>    <!-- end of division \"page_main\" --><\/p>\n<p>              &#9993; info-JUPORTAL@just.fgov.be<\/p>\n<p>              &copy;&nbsp; 2017-2026&nbsp;ICT Dienst &#8211; FOD Justitie<\/p>\n<p>  <!-- end of division \"conteneur\" --><\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><\/p>\n<p>\n          Powered by PHP 8.5.0\n      <\/p>\n<p>\n          Server Software Apache\/2.4.66\n      <\/p>\n<p>\n          == Fluctuat nec mergitur ==\n      <\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa Start --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa End --><\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"https:\/\/juportal.be\/content\/ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691\/NL\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 Rolnummer: A. 236837\/X-18201 Zaak: Arrest 260691 &#8211; Stedenbouw en ruimtelijke ordening &#8211; Reglementen &#8211; 20\/09\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-27 Raadplegingen: 85 &#8211; laatst gezien 2026-06-04 05:08 Fiche Arrest nr 260.691 van&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7731],"kji_court":[150006],"kji_chamber":[],"kji_year":[],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[150007,10082,19786,8091,8008],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1140468","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-belgique","kji_court-eclibervsce2024arr-260-691","kji_subject-fiscal","kji_keyword-bouwlijn","kji_keyword-meter","kji_keyword-minimaal","kji_keyword-worden","kji_keyword-wordt","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 Rolnummer: A. 236837\/X-18201 Zaak: Arrest 260691 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 20\/09\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-27 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-04 05:08 Fiche Arrest nr 260.691 van...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-260-691\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-260-691\\\/\",\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-18T18:13:18+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-260-691\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-260-691\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-260-691\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691","og_description":"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 Rolnummer: A. 236837\/X-18201 Zaak: Arrest 260691 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 20\/09\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-27 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-04 05:08 Fiche Arrest nr 260.691 van...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"16 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/","name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-18T18:13:18+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-260-691\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1140468","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1140468"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1140468"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1140468"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1140468"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1140468"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1140468"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1140468"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1140468"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}