{"id":1170499,"date":"2026-06-22T13:29:27","date_gmt":"2026-06-22T11:29:27","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/"},"modified":"2026-06-22T13:29:27","modified_gmt":"2026-06-22T11:29:27","slug":"eclibervsce2024arr-261-579","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/","title":{"rendered":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak<\/p>\n<p>    <!-- continue here with main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>            <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p>        &nbsp;<br \/>\nRaad van State  <\/p>\n<p>            Vonnis\/arrest van 29 november 2024            <\/p>\n<p>ECLI nr:<\/p>\n<p>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579<\/p>\n<p>Rolnummer:<\/p>\n<p>A. 237390\/X-18253<\/p>\n<p>Zaak:<\/p>\n<p>Arrest 261579 &#8211; Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) &#8211; 29\/11\/2024<\/p>\n<p>Rechtsgebied:<\/p>\n<p>\n Bestuursrecht<\/p>\n<p>Invoerdatum:<\/p>\n<p>2024-12-06<\/p>\n<p>Raadplegingen:<\/p>\n<p>100 &#8211; laatst gezien 2026-06-03 16:11<\/p>\n<p>            Fiche            <\/p>\n<p> Arrest nr 261.579 van 29 november 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,<br \/>\n        leefmilieu en aanverwante aangelegenheden &#8211; Varia (ruimtelijke ordening,<br \/>\n        stedenbouw, leefmilieu) Beslissing :  Verwerping\n    <\/p>\n<p>Thesaurus CAS:<\/p>\n<p>RAAD VAN STATE\n<\/p>\n<p>UTU-thesaurus:<\/p>\n<p>PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT &#8211; RAAD VAN STATE &#8211; Arresten (Raad van State)\n <\/p>\n<p>            Tekst van de beslissing            <\/p>\n<p>\n       RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK<br \/>\n       Xe KAMER<br \/>\n       nr. 261.579 van 29 november 2024<br \/>\n       in de zaak A. 237.390\/X-18.253<br \/>\n       In zake : 1. C.V.<br \/>\n       2. N.S.<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Desrumaux kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       tegen:<br \/>\n       de GEMEENTE ZWEVEGEM<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Vanden Berghe en Arne Devriese kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 15<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       Tussenkomende partij:<br \/>\n       de VZW NATUURPUNT BEHEER, VERENIGING VOOR<br \/>\n       NATUURBEHEER EN LANDSCHAPSZORG IN<br \/>\n       VLAANDEREN<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter De Smedt en Robin Verbeke kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       &#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<br \/>\n       I. Voorwerp van het beroep<br \/>\n       1. Het beroep, ingesteld op 30 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwevegem van 2 augustus 2022 waarbij aan de vzw Natuurpunt Beheer een vergunning wordt verleend om een aantal percelen gelegen te Sint-Denijs-Zwevegem te bebossen.<br \/>\n       X-18.253-1\/16<br \/>\n       II. Verloop van de rechtspleging<br \/>\n       2. Bij arrest nr. 255.112 van 25 november 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.<br \/>\n       De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.<br \/>\n       De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.<br \/>\n       De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 25 november 2022. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.<br \/>\n       Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld.<br \/>\n       De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoek tot voortzetting ingediend.<br \/>\n       De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2024.<br \/>\n       Staatsraad David D\u2019Hooghe heeft verslag uitgebracht.<br \/>\n       Advocaat Tangy Waelkens, die loco advocaat Stefaan Desrumaux verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord.<br \/>\n       Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.<br \/>\n       X-18.253-2\/16<br \/>\n       Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco\u00f6rdineerd op 12 januari 1973.<br \/>\n       III. Feiten<br \/>\n       3. Op 7 juli 2022 dient de vzw Natuurpunt Beheer bij de verwerende partij een vergunningsaanvraag in voor het bebossen van zeven percelen langs de Zandbeekstraat en de Bucqstraat (hierna: de betrokken percelen).<br \/>\n       Het gaat om percelen die volgens het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgesteld gewestplan Kortrijk gelegen zijn in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.<br \/>\n       4. De te bebossen oppervlakte bedraagt in totaal iets meer dan 5 hectare, en het project strekt ertoe om ter plaatse een biologisch waardevol bos (het \u201cBeerbos\u201d) te cre\u00ebren.<br \/>\n       5. Een eerdere aanvraag voor het bebossen van de gronden werd reeds door het gemeentebestuur vergund op 26 oktober 2021, maar ingevolge een vernietigingsberoep dat \u00e9\u00e9n van de verzoekende partijen tegen die beslissing bij de Raad van State heeft ingesteld, werd die vergunning op 12 mei 2022 ingetrokken.<br \/>\n       6. De verzoekende partijen wonen elk in de buurt van de betrokken percelen.<br \/>\n       7. De verwerende partij heeft advies gevraagd aan het departement Landbouw en Visserij van het Vlaamse Gewest (hierna: het departement Landbouw). Op 15 juli 2022 antwoordt het departement Landbouw:<br \/>\n       \u201cHet departement Landbouw [\u2026] heeft uw in het onderwerp vermelde adviesvraag niet inhoudelijk onderzocht. De vergunningverlenende overheid wordt wel gevraagd om bij de besluitvorming rekening te houden met onderstaande elementen.<br \/>\n       X-18.253-3\/16<br \/>\n       De gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, zijn gedeeltelijk gelegen in HAG, nl. in Landbouwgebied van het zandlemig interfluvium West.<br \/>\n       De vergunningverlenende overheid dient na te gaan of de aanvrager de Vlaamse overheid is.<br \/>\n       Volgens de beslissing van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 en de omzendbrief RO\/2010\/01 van de Vlaamse Regering van 7 mei 2010 over het beleid binnen de herbevestigde agrarische gebieden en bij uitbreiding binnen de agrarische gebieden van een RUP, geldt immers de volgende bewarende maatregel: er wordt door de Vlaamse overheid geen bosuitbreiding gerealiseerd, tenzij:<br \/>\n       &#8211; anders bepaald in de beslissing van de Vlaamse regering;<br \/>\n       &#8211; binnen de overdruk bosuitbreidingsgebied, of binnen de perimeter van een bosuitbreidingsgebied opgenomen in een goedgekeurd landinrichtings-<br \/>\n       of ruilverkavelingsplan.<br \/>\n       De gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, worden gekenmerkt door matig natte leembodem zonder profiel (Adp) (27,79%), matig natte leembodem met textuur B horizont (Ada) (72,21%) en worden niet als marginale landbouwgronden beschouwd. De gronden zijn aangeduid als bijzondere strook (0,25%), laag (11,17%), hoog (56,06%), medium (31,55%) erosiegevoelig.<br \/>\n       Er wordt geen noemenswaardige schade verwacht aan de agrarische structuur bij de bebossingen die voldoen aan \u00e9\u00e9n van de onderstaande situaties:<br \/>\n       &#8211; de gronden liggen ingesloten en 75% van de omtrek sluit aan bij een bestaand bos dat een minimumoppervlakte van 1 ha heeft en conform artikel 3, \u00a71, van het Bosdecreet is;<br \/>\n       &#8211; de gronden sluiten aan bij een bestaand bos dat een minimumoppervlakte van 1 ha heeft en conform artikel 3, \u00a71, van het Bosdecreet onder de toepassing van dat decreet valt, \u00e9n ze worden als marginale landbouwgronden beschouwd;<br \/>\n       &#8211; de gronden sluiten aan bij een bestaand bos dat een minimumoppervlakte van 1 ha heeft en conform artikel 3, \u00a71, van het Bosdecreet onder de toepassing van dat decreet valt, \u00e9n ze hebben een zeer hoge bodemerosiegevoeligheid;<br \/>\n       &#8211; de gronden worden in kader van een structuurplan van een ruilverkaveling, een natuurrichtplan, een landinrichtings- of een natuurinrichtingsproject geheel of gedeeltelijk aangewezen voor bebossing of de betreffende bebossing waarvoor het advies wordt gevraagd werd in het ruilverkavelingscomit\u00e9 overlegd, goedgekeurd en als dusdanig genotuleerd.\u201d<br \/>\n       8. Op 20 juli 2022 brengt de dienst Groen &amp; Wegen van de verwerende partij (hierna: de gemeentelijke dienst) gunstig advies uit.<br \/>\n       X-18.253-4\/16<br \/>\n       9. Op 2 augustus 2022 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwevegem de gevraagde vergunning:<br \/>\n       \u201c[\u2026]<br \/>\n       Motivering De aanvraag is gesteund op het Veldwetboek, meer bepaald op [a]rtikel 35 \u00a7 5 en het Bosdecreet en heeft betrekking op een oppervlakte van 51.532 m of 5 ha 15 a 32 ca. Het betreft de percelen gelegen te Zwevegem, deelgemeente Sint-Denijs en er gekadastreerd of het geweest zijnde sectie E311, E313, E314, E316B, E322E, E274 en sectie F524.<br \/>\n       De percelen werden aangekocht door Natuurpunt Beheer VZW in 2021.<br \/>\n       Het aangekochte gebied zal in beheer genomen worden door de lokale afdeling van Natuurpunt Zwevegem. De gronden zijn volgens de aanvrager vrij van gebruik en pacht sedert november 2021 en de percelen zijn gelegen in \u2013 wat de aanvrager noemt \u2013 \u2018ons nieuw natuurgebied Beerbos\u2019. Zoals de aanvrager terecht stelt is de huidige biologische waardering van de percelen \u2018minder waardevol\u2019 als akkerland, vermits het akker betreft op zwaar lemige bodem (volgens de kartering van de Biologische Waarderingskaart). Het is de bedoeling met de bebossing de biologische waarde van de betrokken percelen gevoelig te verhogen. Uit de bij de aanvraag gevoegde informatieve project-MER screeningsnota blijkt dat \u2013<br \/>\n       rekening houdend met zijn kenmerking, de omgeving en de uitgevoerde analyse \u2013 de mogelijke milieu-effecten van het bebossingsproject niet aanzienlijk zijn en dat derhalve de opmaak van een milieu-effectenrapport niet noodzakelijk is. De percelen zijn, volgens het Gewestplan Kortrijk, gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Volgens artikel 11<br \/>\n       zijn de agrarische gebieden bestemd voor de landbouw in de ruime zin, maar is de overschakeling naar bosgebied toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek. Bebossen in agrarische gebieden is derhalve niet uitgesloten.<br \/>\n       De landschappelijk waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen (artikel 15 van het Koninklijk Besluit betreffende de inrichting van de gewestplannen \u2013 inrichtingsbesluit). In deze gebieden mogen de uitgevoerde handelingen en werken de schoonheidswaarde van het landschap niet in het gevaar brengen. Volgens het gemeentelijk structuurplan Zwevegem behoren de betrokken percelen tot het gebied van de kamlijn van het Interfluvium Leie-Schelde. De percelen liggen feitelijk tussen enerzijds Bellegembos en anderzijds het Beerbos van de deelgemeente Sint-Denijs. De kamlijn van het Interfluvium is het belangrijkste structurerend element van West naar Oost. Deze reli\u00ebfcomponent is drager van bossen, beken, valleien en kleine landschapselementen. De kamlijn is een essenti\u00eble landschappelijke drager die het gebied ook een recreatieve aantrekkingskracht geeft.<br \/>\n       Het gemeentelijk structuurplan stelt dat het beleid gericht is op het behouden en het versterken van de visuele kwaliteit en herkenbaarheid van de kamlijn als landschappelijk waardevol en toeristisch\/recreatief aantrekkingselement. Het is duidelijk dat, mede gelet op voormelde<br \/>\n       X-18.253-5\/16<br \/>\n       ligging, de aangevraagde bebossing de landschappelijke waarde van het gebied zal versterken. De aanvrager heeft een duidelijk en concreet inrichtingsplan uiteengezet, waarin ook concrete aandacht besteed werd aan de nabijheid van bebouwing en landbouwgrond. Door de vaststelling dat de randen van het toekomstige bos zullen aangeplant worden met een mantel-zoomvegetatie, zal het toekomstige bos inderdaad visueel aantrekkelijker zijn en minder impact hebben op de nabijgelegen gronden en woningen. Bovendien zal \u2013 conform het Veldwetboek \u2013 de wettelijke afstand tot de perceelsgrenzen bewaakt worden, zijnde 6 m voor hoogstammige bomen en 2 m voor struiken. Ten aanzien van eventuele aanpalende landbouwpercelen, gebruikt als akkerland, is een afstand van eerder 8 meter aangewezen. Het bos, voorwerp van de aanvraag, zal (volgens informatie in ons bezit) aansluiten op het reeds vergunde bos ten belope van 1.5 ha op het aanpalend perceel gekadastreerd te Zwevegem-Sint-Denijs, sectie E, nr. 238. De dienst merkt op dat de voorliggende aanvraag past in de uitvoering van het lokaal klimaatplan Zwevegem en bijdraagt tot de gewenste beleidsmatige ontwikkeling van de bosuitbreiding op het grondgebied van Zwevegem.<br \/>\n       Standpunt van het college van burgemeester en schepenen Het college van burgemeester en schepenen heeft kennis genomen van de aanvraag tot bebossingsvergunning met bijlagen, gedagtekend op 7 juli 2022, alsook van de adviezen van het Departement Landbouw [\u2026]<br \/>\n       enerzijds en van de [gemeentelijke] dienst [\u2026] anderzijds.<br \/>\n       Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het advies van de [gemeentelijke] dienst [\u2026] op grond van de overwegingen die erin vervat zijn. Rekening houdend met de vaststelling dat de percelen inderdaad gelegen zijn op de kamlijn van het Interfluvium, de landschappelijke waarde versterken, de relatieve nabijheid van andere boselementen, de bijdrage tot de uitvoering van het lokaal klimaatplan en het gedetailleerde inrichtingsplan van de percelen zoals vervat in de aanvraag, kan de bebossingsvergunning\/toelating verleend worden overeenkomstig het advies van de dienst publieke ruimte. Wat het advies van het Departement Landbouw [\u2026] betreft: gezien de aanvraag niet uitgaat noch van de Vlaamse Overheid, noch van enige andere Provinciale of lokale overheid, is de verwijzing naar de beslissing van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 en de omzendbrief RO\/2010\/01 van de Vlaamse Regering van 7 mei 2010 van ondergeschikt belang. Een omzendbrief is essentieel bedoeld als richtlijn voor de administratie van de overheid die de omzendbrief uitschrijft. In die zin heeft de omzendbrief RO\/2010\/01 geen verordenende kracht. Het is louter een beleidsdocument waarin de Vlaamse Regering haar beleidsvisie over planningsinitiatieven in de betrokken gebieden uiteenzet. Dit heeft tot gevolg dat het lokaal bestuur met voormelde omzendbrief geen rekening moet houden en dat de eventuele schending niet tot de onwettigheid van de beslissing van het lokaal bestuur kan leiden. Anderzijds moet ook vastgesteld worden uit de bepaling van artikel 11 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, dat een bos niet zonevreemd is in een agrarisch gebied van het Gewestplan (Raad van State Arrest 253.270 van 18 maart 2022). De<br \/>\n       X-18.253-6\/16<br \/>\n       aanvraag is tenslotte ook verenigbaar met het landschappelijk waardevol karakter van het gebied, vermits de beoogde bebossing, gelet op de concrete gegevens van het geval, de landschappelijke waarde van het gebied zelfs versterkt.\u201d<br \/>\n       Dit is de bestreden beslissing.<br \/>\n       IV. Onderzoek van het enige middel<br \/>\n       Uiteenzetting van het middel<br \/>\n       10.1. Het middel voert de schending aan van artikel 35bis, \u00a7 5, van het Veldwetboek, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 \u2018betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen\u2019 (hierna:<br \/>\n       formele-motiveringswet), van de materi\u00eblemotiveringsplicht en van het redelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.<br \/>\n       10.2. In een eerste onderdeel van het middel bekritiseren de verzoekende partijen dat de verwerende partij zich in de bestreden beslissing, in navolging van de tussenkomende partij in het aanvraagdossier, heeft gebaseerd op de gegevens van de biologische waarderingskaart om de betrokken percelen te catalogeren als \u201cminder waardevol\u201d akkerland.<br \/>\n       Volgens de verzoekende partijen is zulks \u201cgeenszins correct\u201d, nu de gronden wel degelijk in gebruik zijn als akkerland en \u201cgeen groen karakter\u201d<br \/>\n       hebben. Bovendien gaat het om \u201cherbevestigd agrarisch gebied (HAG)\u201d, en blijkt uit de op Geopunt te raadplegen bodemerosiekaart dat de gronden worden gekenmerkt door een \u201cmatig natte leembodem\u201d, waarbij nergens sprake is van een \u201czeer hoge erosiegevoeligheid\u201d. Het gaat dus niet om \u201cmarginale landbouwgronden\u201d. Het bebossen ervan zou dan ook tot gevolg hebben \u201cdat (goede, rijke) landbouwgrond verloren gaat\u201d.<br \/>\n       X-18.253-7\/16<br \/>\n       De gegevens die de bestreden beslissing vermeldt zijn volgens de verzoekende partijen dus niet correct. De gemeente heeft het standpunt van de aanvrager gevolgd \u201czonder een eigen onderzoek te voeren \u00e9n zonder rekening te houden met het advies van het [departement Landbouw]\u201d.<br \/>\n       10.3. Een tweede middelonderdeel houdt voor dat de bestreden beslissing ten onrechte aanneemt dat de schoonheidswaarde van het landschap door de vergunde bebossing niet in het gedrang wordt gebracht. De gemeente zou daarbij voortgaan op een selectieve lezing van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS).<br \/>\n       Volgens de verzoekende partijen wordt ook voorbijgegaan aan het gegeven dat de betrokken percelen behoren tot herbevestigd agrarische gebieden, hetgeen met zich meebrengt dat de landbouw als hoofdfunctie gevrijwaard moet worden. Ter zake wordt ook verwezen naar de omzendbrief RO\/2010\/01 van de Vlaamse regering van 7 mei 2010.<br \/>\n       Er blijkt dus niet dat de feitelijke motieven die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen, effectief bestaan.<br \/>\n       Daarbij komt dat de betrokken percelen volgens de gewestplanvoorschriften gelegen zijn in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, en dus voor landbouw zijn bestemd. Een overschakeling naar bos is weliswaar mogelijk, overeenkomstig artikel 35 van het Veldwetboek, maar dit mag niet lichtzinnig gebeuren. Voorwaarde is dat de uitgevoerde handelingen en werken de schoonheidswaarde van het landschap niet in het gedrang mogen brengen. De bestreden beslissing beperkt zich ter zake echter tot \u201calgemene bewoordingen\u201d en \u201cstijlformules\u201d.<br \/>\n       In werkelijkheid maken de betrokken percelen, volgens de verzoekende partijen, deel uit van \u201ceen groter geheel van een aaneengesloten open landschap\u201d, waarbij de bebossing \u201ceen compleet onbezonnen onttrekking van de landbouwgronden aan hun bestemming\u201d uitmaakt.<br \/>\n       X-18.253-8\/16<br \/>\n       Ten onrechte verwijst de bestreden beslissing naar het lokale klimaatplan, nu het slechts \u201ceen ondergeschikt beleidsplan\u201d betreft dat geen afbreuk kan doen aan de vigerende ruimtelijkeordeningsplannen.<br \/>\n       Voorts zou het ingaan tegen \u201cde eigenheid van Zwevegem\u201d om delen van het agrarische landschap te bebossen. In plaats van \u201cademruimte\u201d te cre\u00ebren, zorgt de voorgenomen bebossing voor \u201cverstikking\u201d. Een verdere \u201cverdichting\u201d van het open landschap is ter plaatse \u201cniet ruimtelijk inpasbaar\u201d.<br \/>\n       10.4. In een derde onderdeel van het middel bekritiseren de verzoekende partijen het gegeven dat de bestreden beslissing aangeeft dat er een \u201cduidelijk en concreet inrichtingsplan\u201d werd ingediend \u201cwaarin ook concrete aandacht besteed werd aan de nabijheid van bebouwing en landbouwgrond\u201d.<br \/>\n       Volgens de verzoekende partijen doen de enkele passages in de aanvraag over de afstanden ten aanzien van de perceelsgrenzen niet blijken dat er een inrichtingsplan zou bestaan. Van de concrete aandacht voor bebouwing en landbouwgrond menen de verzoekende partijen niets terug te vinden.<br \/>\n       10.5. Het vierde en laatste middelonderdeel voert aan dat geen rekening werd gehouden met de verleende adviezen.<br \/>\n       De verwijzing naar het advies van de gemeentelijke dienst is volgens de verzoekende partijen nietszeggend. Daarbij komt dat dit advies niet aan de verzoekende partijen werd meegedeeld.<br \/>\n       Ook wordt voorbijgegaan aan de in dit advies vooropgestelde voorwaarde dat de hoogstammige bomen een afstand van 8 meter ten opzichte van de aanpalende percelen akkerland moeten respecteren. Die voorwaarde is in de bestreden beslissing niet terug te vinden.<br \/>\n       X-18.253-9\/16<br \/>\n       Evenmin wordt afdoende rekening gehouden met het advies dat werd verstrekt door het departement Landbouw van de Vlaamse overheid. Dit advies voorziet bosuitbreiding enkel in een aantal situaties die zich hier evenwel niet voordoen. Zo gaat het niet om ingesloten gronden die qua omtrek voor 75%<br \/>\n       aansluiten bij een bestaand bos van minimum 1 hectare groot, gaat het ook niet om \u201cmarginale landbouwgronden\u201d, zijn de gronden niet zeer bodemerosiegevoelig, en werden ze niet voor bebossing aangewezen in het kader van een ruilverkaveling, een natuurrichtplan, of een landinrichtings- of natuurinrichtingsproject.<br \/>\n       Tot slot menen de verzoekende partijen dat hun \u201crechten van verdediging\u201d werden geschonden, nu zij niet werden \u201cgeraadpleegd om hun mogelijke bezwaren te uiten alvorens een beslissing werd genomen door de gemeente Zwevegem\u201d.<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       11. Artikel 35bis, \u00a7 5, van het Veldwetboek luidt, wat het Vlaamse Gewest betreft, als volgt:<br \/>\n       \u201c\u00a7 5. In de gedeelten van het grondgebied die voor de landbouw zijn bestemd, is bosaanleg met hoogstammige bomen verboden op minder dan 6 meter van de scheidingslijn tussen twee erven. In de voormelde zone van 6 meter is het wel mogelijk een bosrand tot ontwikkeling te laten komen die bestaat uit mantel-zoomvegetaties en die niet dichter dan een halve meter van de scheidingslijn komt. [\u2026]<br \/>\n       Bovendien is voor bosaanleg vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist. Het college beslist binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. De weigering van de vergunning is met redenen omkleed. Binnen een maand na de kennisgeving kan beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie.\u201d<br \/>\n       12.1. Het eerste middelonderdeel voert in essentie aan dat de bestreden beslissing \u2013 ten onrechte \u2013 uitgaat van een onderwaardering van de bodemkwaliteit van de betrokken percelen.<br \/>\n       12.2. Het blijkt echter niet dat de actuele bodemkwaliteit en de agrarische waarde van de betrokken percelen een bepalende rol heeft gespeeld bij<br \/>\n       X-18.253-10\/16<br \/>\n       de besluitvorming. De bestreden beslissing wordt integendeel hoofdzakelijk verantwoord door \u201cde bedoeling met de bebossing de biologische waarde van de betrokken percelen gevoelig te verhogen\u201d. De verzoekende partijen hebben nagelaten dit motief bij hun wettigheidskritiek te betrekken, hetgeen volstaat om tot de verwerping ervan te besluiten.<br \/>\n       12.3. Dat de percelen behoren tot \u201cherbevestigd agrarisch gebied\u201d<br \/>\n       doet niet anders besluiten. Uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat een bos niet zonevreemd is in een agrarisch gebied van het gewestplan. Voorts verleent het bestreden besluit een individuele vergunning voor een zone-eigen handeling, zodat dit besluit niet gelijk kan worden gesteld met een wijziging van de agrarische bestemming.<br \/>\n       12.4. In de laatste memorie beroepen de verzoekende partijen zich uitvoerig op de omzendbrief RO\/2010\/01 van 7 mei 2010 inzake de herbevestiging van agrarische gebieden. Afgezien van het gegeven dat het eerste middelonderdeel de schending van die omzendbrief niet heeft ingeroepen, heeft de betrokken omzendbrief enkel betrekking op planningsinitiatieven. Hij is te dezen dus niet van toepassing. Overigens heeft deze omzendbrief \u2013 zoals onder meer in herinnering wordt gebracht in \u2019s Raads arrest nr. 253.270 van 18 maart 2022 \u2013 geen verordenende kracht.<br \/>\n       12.5. Uit de in het middel ingeroepen bepalingen en beginselen blijkt verder niet dat \u2013 in tegenstelling tot wat de verzoekende partijen eruit menen te kunnen afleiden \u2013 de verwerende partij een \u201cafweging\u201d had moeten maken \u201ctussen de twee mogelijke invullingen van de betreffende percelen, met name enerzijds bebossing en anderzijds een verderzetting van \u2018gewoon\u2019 agrarisch gebruik\u201d. Het kwam de gemeente enkel toe om te beslissen over de bij haar ingediende aanvraag tot bebossing.<br \/>\n       12.6. De verzoekende partijen doen er niet van blijken dat de gunstige beslissing die ter zake werd genomen, niet zorgvuldig is tot stand gekomen, berust<br \/>\n       X-18.253-11\/16<br \/>\n       op onjuiste motieven, onredelijk is of anderszins door een onwettigheid is aangetast.<br \/>\n       13.1. Het tweede middelonderdeel bekritiseert de beoordeling dat de schoonheidswaarde van het landschap door de vergunde bebossing niet in het gedrang wordt gebracht.<br \/>\n       13.2. In de mate dat de verzoekende partijen verwijzen naar het GRS, is in de eerste plaats op te merken dat het middel zich niet uitdrukkelijk beroept op de schending van het GRS, en evenmin toelicht dat de bestreden beslissing, op straffe van onwettigheid, de bepalingen van het GRS moet eerbiedigen.<br \/>\n       13.3. In het bestreden besluit sluit de verwerende partij zich uitdrukkelijk aan bij de \u2013 in extenso geciteerde \u2013 overwegingen uit het advies van de gemeentelijke dienst. Er wordt omstandig gemotiveerd waarom de bebossing van de betrokken percelen de landschappelijke waarde van het gebied zal versterken. Essentieel daarbij is dat de schoonheidswaarde van dit landschap mede bepaald wordt door de aanwezigheid van de \u2013 onder meer in het binnengebied tussen de Zandbeekstraat, de Bucqstraat en de Beerbosstraat gelegen \u2013 bestaande bossen.<br \/>\n       De verzoekende partijen mogen het met deze visie oneens zijn, zij tonen niet aan dat het oordeel dat de vergunde bosuitbreiding de schoonheidswaarde van het landschap niet aantast, de grenzen van de redelijkheid te buiten gaat of anderszins onwettig is.<br \/>\n       Verzoekers gaan er in dat verband ook aan voorbij dat het GRS<br \/>\n       uitdrukkelijk stelt dat het \u201cglooiend landschap\u201d en de \u201cmooie panorama\u2019s\u201d ter plaatse niet alleen bestaan uit grondgebonden landbouw, maar ook uit \u201cbossen\u201d en \u201ckleine landschapselementen\u201d.<br \/>\n       X-18.253-12\/16<br \/>\n       Dat er door de gemeente geen \u201clandschapsontwerp voor het lokaal gaaf gebied en de kamlijn van het interfluvium\u201d werd opgemaakt, doet niet anders besluiten.<br \/>\n       13.4. In de mate dat de verzoekende partijen verwijzen naar het statuut van de percelen als \u201cherbevestigd agrarisch gebied\u201d en naar de ministeri\u00eble omzendbrief RO\/2010\/01 van 7 mei 2010, kan worden verwezen naar randnummers 12.3 en 12.4.<br \/>\n       13.5. De verzoekende partijen maken tot slot niet aannemelijk dat de verwijzing in het bestreden besluit naar het lokaal klimaatplan enige onwettigheid oplevert.<br \/>\n       13.6. Ook de bewering van de verzoekende partijen dat het zou \u201cingaan tegen de eigenheid van Zwevegem om nog verder delen van het landschappelijk waardevol agrarisch gebied te gaan bebossen\u201d levert geen relevante wettigheidskritiek op.<br \/>\n       14.1. Volgens het derde middelonderdeel gaat het bestreden besluit er ten onrechte van uit dat in het kader van de aanvraag een \u201cduidelijk en concreet inrichtingsplan\u201d werd voorgelegd, met aandacht voor \u201cde nabijheid van bebouwing en landbouwgrond\u201d.<br \/>\n       14.2. Uit de stukken van het administratief dossier blijkt echter wel degelijk op welke wijze de betrokken percelen zullen worden ingericht. Er wordt uitdrukkelijk beschreven dat de randen langs aanpalende bebouwing en landbouwgrond aangeplant zullen worden met een mantel-zoomvegetatie die als volgt wordt toegelicht:<br \/>\n       \u201cDit is een opgaande struikengordel die laag aan de perceelsgrens begint en hoger opgaat naar het interne bosgedeelte. Hierdoor is er geen harde overgang, maar eerder een geleidelijke tussen de omliggende percelen en het toekomstig[e] bos. Dit heeft niet enkel een positief effect op de biodiversiteit, maar geeft een visueel veel aantrekkelijker bos met minder impact op de nabijgelegen gronden.\u201d<br \/>\n       X-18.253-13\/16<br \/>\n       Hieruit kan ook redelijkerwijze worden afgeleid dat er geen hoogstammige bomen geplant zullen worden op minder dan acht meter van de grens met aanpalende landbouwterreinen. Dat dit ook blijkt uit de plantwerkzaamheden die in november 2022 hebben plaatsgevonden, wordt niet betwist.<br \/>\n       15.1. Het vierde en laatste middelonderdeel houdt voor dat de bestreden beslissing enerzijds \u201cblindelings\u201d het advies volgt van de gemeentelijke dienst, en anderzijds geen rekening houdt met het advies van het departement Landbouw.<br \/>\n       15.2. De Raad treedt dit standpunt niet bij.<br \/>\n       Het advies van de gemeentelijke dienst wordt weliswaar bijgetreden, maar op basis van een eigen redengeving.<br \/>\n       Wat betreft het advies van het departement Landbouw oordeelde \u2019s Raads arrest nr. 255.112 van 25 november 2022 eerder als volgt:<br \/>\n       \u201cDe tussenkomende partij legt [\u2026] een op 23 november 2012 door het departement Landbouw opgemaakte nota \u2018Beoordelingskader van de afdeling duurzame landbouwontwikkeling in functie van stedenbouw-kundige vergunningsaanvragen in de agrarische gebieden\u2019 neer. De passage van het advies van het departement Landbouw van 15 juli 2022 waarin situaties worden opgesomd waarin bij bebossing \u2018geen noemenswaardige schade (wordt) verwacht aan de agrarische structuur\u2019, [\u2026] blijkt een parafrasering te zijn van de in deze nota opgesomde situaties waarin \u2018een advies automatisch gunstig wordt beoordeeld\u2019. Op het eerste gezicht verhindert niets het departement Landbouw om bebossingen ook in andere situaties gunstig te beoordelen. Bovendien lijkt de meergenoemde nota zich niet te richten tot lokale besturen, zoals de verwerende partij er een is. In die omstandigheden lijken verzoekers er niet van te overtuigen dat de verwerende partij geen toereikend antwoord zou hebben gegeven op het advies van het departement Landbouw van 15 juli 2022, dat overigens niet als ongunstig kan worden aangemerkt.\u201d<br \/>\n       X-18.253-14\/16<br \/>\n       In hun laatste memorie werpen de verzoekende partijen nog op dat het departement Landbouw \u201ceen principieel ongunstig advies\u201d heeft uitgebracht. Dit gaat echter voorbij aan de uitdrukkelijke vermelding in het betrokken advies dat het departement de \u201cvermelde adviesaanvraag niet inhoudelijk [heeft] onderzocht\u201d.<br \/>\n       15.3. In de mate dat in de laatste memorie nog wordt opgeworpen dat in de bestreden beslissing wordt verwezen naar een ander bos dat door de verwerende partij werd vergund en waarvoor een negatief advies van het departement Landbouw was verleend, gaat het om een element dat laattijdig en dus onontvankelijk wordt ingeroepen.<br \/>\n       15.4. Ten slotte was de verwerende partij er niet toe verplicht om de verzoekende partijen in het kader van de litigieuze besluitvorming te raadplegen en hen de mogelijkheid te bieden bezwaren in te dienen.<br \/>\n       16. Het middel is in geen van zijn onderdelen gegrond.<br \/>\n       BESLISSING<br \/>\n       1. De Raad van State verwerpt het beroep.<br \/>\n       2. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 46 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.<br \/>\n       De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.<br \/>\n       X-18.253-15\/16<br \/>\n       Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:<br \/>\n       Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D\u2019Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.<br \/>\n       De griffier De voorzitter<br \/>\n       Silvan De Clercq Johan Lust<br \/>\n       X-18.253-16\/16<\/p>\n<p>PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579\n       <\/p>\n<p>            Gerelateerde publicatie(s)              <\/p>\n<p>voorafgegaan door:<\/p>\n<p>ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.112         <\/p>\n<p>        <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p><!-- Action LOG \nfunction JUPORTARecordLogViewDecision  $iubel_id        : 280267\n                                       $action_type     : VIEW\n                                      &amp;$action_startmt  : 1780496672.4402\n                                      &amp;$action_duration : 102\n                                      &amp;$addressipremote : 103.115.10.116\n                                      &amp;$latitude        : '39.0469000'\n                                      &amp;$longitude       : '-77.4903000'\n                                      &amp;$accuracy        : null\n                                      &amp;$altitude        : null\n                                      &amp;$langue_view     : NL\n--><br \/>\n<!-- Action_duration 102 millisec --><br \/>\n      <!-- end of main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>    <!-- end of division \"page_main\" --><\/p>\n<p>              &#9993; info-JUPORTAL@just.fgov.be<\/p>\n<p>              &copy;&nbsp; 2017-2026&nbsp;ICT Dienst &#8211; FOD Justitie<\/p>\n<p>  <!-- end of division \"conteneur\" --><\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><\/p>\n<p>\n          Powered by PHP 8.5.0\n      <\/p>\n<p>\n          Server Software Apache\/2.4.66\n      <\/p>\n<p>\n          == Fluctuat nec mergitur ==\n      <\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa Start --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa End --><\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"https:\/\/juportal.be\/content\/ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579\/NL\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 29 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 Rolnummer: A. 237390\/X-18253 Zaak: Arrest 261579 &#8211; Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) &#8211; 29\/11\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-06 Raadplegingen: 100 &#8211; laatst gezien 2026-06-03 16:11 Fiche Arrest nr 261.579 van 29&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7731],"kji_court":[154488],"kji_chamber":[],"kji_year":[],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[7673,7897,12520,21777,8008],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1170499","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-belgique","kji_court-eclibervsce2024arr-261-579","kji_subject-fiscal","kji_keyword-heeft","kji_keyword-partijen","kji_keyword-percelen","kji_keyword-verzoekende","kji_keyword-wordt","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 29 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 Rolnummer: A. 237390\/X-18253 Zaak: Arrest 261579 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29\/11\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-06 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-03 16:11 Fiche Arrest nr 261.579 van 29...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"21 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-579\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-579\\\/\",\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-22T11:29:27+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-579\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-579\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-579\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579","og_description":"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 29 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 Rolnummer: A. 237390\/X-18253 Zaak: Arrest 261579 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29\/11\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-06 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-03 16:11 Fiche Arrest nr 261.579 van 29...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"21 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/","name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-22T11:29:27+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-579\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.579"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1170499","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1170499"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1170499"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1170499"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1170499"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1170499"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1170499"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1170499"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1170499"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}