{"id":1179471,"date":"2026-06-23T16:49:35","date_gmt":"2026-06-23T14:49:35","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/"},"modified":"2026-06-23T16:49:35","modified_gmt":"2026-06-23T14:49:35","slug":"eclibervsce2024arr-261-788","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/","title":{"rendered":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak<\/p>\n<p>    <!-- continue here with main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>            <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p>        &nbsp;<br \/>\nRaad van State  <\/p>\n<p>            Vonnis\/arrest van 17 december 2024            <\/p>\n<p>ECLI nr:<\/p>\n<p>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788<\/p>\n<p>Rolnummer:<\/p>\n<p>A. 240974\/X-18560<\/p>\n<p>Zaak:<\/p>\n<p>Arrest 261788 &#8211; Stedenbouw en ruimtelijke ordening &#8211; Reglementen &#8211; 17\/12\/2024<\/p>\n<p>Rechtsgebied:<\/p>\n<p>\n Bestuursrecht<\/p>\n<p>Invoerdatum:<\/p>\n<p>2024-12-20<\/p>\n<p>Raadplegingen:<\/p>\n<p>97 &#8211; laatst gezien 2026-06-02 19:19<\/p>\n<p>            Fiche            <\/p>\n<p> Arrest nr 261.788 van 17 december 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,<br \/>\n        leefmilieu en aanverwante aangelegenheden &#8211; Stedenbouw en ruimtelijke<br \/>\n        ordening &#8211; Reglementen Beslissing :  Verwerping Inwilliging tussenkomst\n    <\/p>\n<p>Thesaurus CAS:<\/p>\n<p>RAAD VAN STATE\n<\/p>\n<p>UTU-thesaurus:<\/p>\n<p>PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT &#8211; RAAD VAN STATE &#8211; Arresten (Raad van State)\n <\/p>\n<p>            Tekst van de beslissing            <\/p>\n<p>\n       RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK<br \/>\n       Xe KAMER<br \/>\n       nr. 261.788 van 17 december 2024<br \/>\n       in de zaak A. 240.974\/X-18.560<br \/>\n       Derden-verzet tegen het arrestnr. 258.084 van 1 december 2023<br \/>\n       In zake : de NV G.E.<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       tegen :<br \/>\n       de STAD GENT<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       Tussenkomende partij:<br \/>\n       H.C.<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       &#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<br \/>\n       I. Voorwerp van het beroep<br \/>\n       1. Het beroep, ingesteld op 19 januari 2024, strekt tot het uitoefenen van derden-verzet tegen het arrest nr. 258.084 van 1 december 2023.<br \/>\n       II. Verloop van de rechtspleging<br \/>\n       X-18.560-1\/10<br \/>\n       2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.<br \/>\n       H.C. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend.<br \/>\n       Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.<br \/>\n       De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.<br \/>\n       De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.<br \/>\n       De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 december 2024.<br \/>\n       Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.<br \/>\n       Advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.<br \/>\n       Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.<br \/>\n       Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco\u00f6rdineerd op 12 januari 1973.<br \/>\n       III. Feiten<br \/>\n       3.1. In het Belgisch Staatsblad van 11 januari 2021 wordt vermeld:<br \/>\n       X-18.560-2\/10<br \/>\n       \u201cBericht voorgeschreven bij artikel 3quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State H.C. die woonplaats kiest bij Mr. Bram Vandromme, advocaat, met kantoor te 8500 Kortrijk, Nelson Mandelaplein 2, heeft op 1 december 2020 de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de gemeenteraad van de Stad Gent van 29 september 2020 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp en procesnota van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP nr 169) Thematisch RUP Groen.<br \/>\n       Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G\/A 232.446\/X-17.855.<br \/>\n       Namens de Hoofdgriffier, [\u2026].\u201d<br \/>\n       In het Belgisch Staatsblad van 1 maart 2022 wordt vermeld:<br \/>\n       \u201cBericht voorgeschreven bij artikel 3quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State H.C., die woonplaats kiest bij Mr. Bram Vandromme, advocaat, met kantoor te 8500 Kortrijk, Nelson Mandelaplein 2, heeft op 19 januari 2022<br \/>\n       de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de gemeenteraad van de stad Gent van 28 september 2021 houdende de definitieve vaststelling van het thematisch ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 169 \u2018Groen\u2019.<br \/>\n       Dit besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatblad van 22 november 2021.<br \/>\n       Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G\/A. 235.501\/X-18.070.<br \/>\n       Namens de Hoofdgriffier, [\u2026].\u201d<br \/>\n       3.2. Met zijn arrest nr. 258.084 van 1 december 2023, gewezen in de samengevoegde zaken A. 232.446\/X-17.855 en A. 235.501\/X-18.070, vernietigt de Raad van State op vordering van H.C. de weigeringen van de gemeenteraad van de stad Gent om het deelgebied \u2018Gent centrum-Apostelhuizen\u2019 (hierna ook het kwestieuze terrein genoemd) op te nemen in de beslissingen van de gemeenteraad van de stad Gent van 29 september 2020 en 28 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp, respectievelijk definitieve vaststelling, van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 169 \u2018Thematisch RUP Groen\u2019 (hierna:<br \/>\n       het gemeentelijk RUP Groen).<br \/>\n       X-18.560-3\/10<br \/>\n       IV. Verzoek tot tussenkomst<br \/>\n       4. H.C., op wier verzoek het arrest nr. 258.084 van 1 december 2023 (hierna: het bestreden arrest) is gewezen, heeft belang om in het geding tussen te komen.<br \/>\n       V. Ontvankelijkheid van het derden-verzet<br \/>\n       Standpunt van de verzoekende partij<br \/>\n       5.1. De verzoekende partij zet in haar verzoekschrift, wat de ontvankelijkheid van het derden-verzet betreft, uiteen dat de vraag of een verzoekende partij in derden-verzet kennis kon hebben van de zaak, een feitenkwestie is \u201cdie tot de soevereine appreciatie van de Raad van State hoort\u201d. Zij stelt dat zij geen kennis had van de beroepen die tot het bestreden arrest hebben geleid. Net als de ontwikkelaar van het kwestieuze terrein, heeft zij, als eigenaar ervan, vanwege de Raad van State geen kennisgeving van deze beroepen gekregen.<br \/>\n       Nu dat zij door de Raad van State niet als belanghebbende partij werd beschouwd, kan het haar niet ten kwade worden geduid in de betrokken zaken niet te zijn tussengekomen. De bekendmakingen van de beroepen in het Belgisch Staatsblad op 11 november 2021 en 1 maart 2022 waren de verzoekende partij niet bekend.<br \/>\n       Daar aan deze beroepen geen andere publiciteit werd gegeven, kan het haar niet verweten worden er geen kennis van te hebben genomen. Van de verzoekende partij kon in elk geval niet verwacht worden dat zij \u201cproactief\u201d het Belgisch Staatsblad zou raadplegen met betrekking tot eventuele beroepen tegen het gemeentelijk RUP Groen, en dit al zeker niet nu haar terrein niet in dit gemeentelijk RUP was opgenomen en zij intussen een vergunning voor de oprichting van een meergezinswoning op het terrein, op grond van de geldende bestemmingsvoorschriften, had verkregen. Waar de publicaties in het Belgisch Staatsblad weliswaar noodzakelijk waren \u201copdat de reglementaire beslissingen kenbaar waren voor het ruime publiek\u201d, berust de veronderstelling dat eenieder geacht moet worden kennis te hebben van deze publicaties op een juridische fictie, die de effectieve toegang tot de rechter niet garandeert.<br \/>\n       X-18.560-4\/10<br \/>\n       Zelfs indien de verzoekende partij van de onder randnummer 3.1<br \/>\n       vermelde publicaties in het Belgisch Staatsblad kennis had genomen, waren deze publicaties in elk geval niet van aard om de verzoekende partij ertoe aan te zetten zich nader te informeren over de precieze inhoud en draagwijdte van die beroepen.<br \/>\n       Het bestreden arrest heeft het voorwerp van de beroepen beperkt tot de beslissingen van de plannende overheid om het deelgebied niet op te nemen in het (ontwerp)plan, en heeft \u201cop grond van de vastgestelde onwettigheid tot een vernietiging van beide gemeenteraadsbeslissingen [\u2026] besloten\u201d. Dit kan onmogelijk uit de publicaties in het Belgisch Staatsblad worden afgeleid. In die publicaties wordt de indruk gewekt dat de beroepen zich tegen het gemeentelijk RUP Groen \u201cen de daarin voorziene herbestemming\u201d richten, \u201cmaar niet tegen enige \u2018beslissing\u2019 tot weigering van opname van een deelgebied in dat RUP\u201d.<br \/>\n       Dit is volgens de verzoekende partij \u201ceen wezenlijk verschil\u201d. De verzoekende partij merkt nog op dat er in maart 2023 in het Belgisch Staatsblad tien beroepen tegen de beslissing tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP Groen van 28 september 2021 werden aangekondigd. Al deze aankondigingen vermelden slechts een beroep tegen het gemeentelijk RUP Groen, dat ongeveer 100 deelgebieden, verspreid over het hele grondgebied van Gent, omvat, en bijna 250 ha beslaat. Noch het niet in het plan opgenomen deelgebied \u2018Gent centrum-Apostelhuizen\u2019, noch enige nadere verduidelijking over het concrete voorwerp van het beroep, wordt vermeld. Voor de verzoekende partij was het onmogelijk om uit al die aankondigingen enige relevantie voor haar terrein af te leiden, minstens kan van haar niet verwacht worden dat zij zich over de precieze inhoud en draagwijdte van al deze beroepen diende te informeren. Daarbij is het volgens de verzoekende partij van belang te benadrukken dat zij er in tempore non suspecto is van uitgegaan dat de uitsluiting van het deelgebied \u2018Gent centrum-Apostelhuizen\u2019 uit de planprocedure \u201czich als definitief aandiende\u201d, \u201chetgeen in haar opvatting ook berustte op een overweging die geen voor uw Raad aanvechtbare rechtshandeling uitmaakt\u201d. In die omstandigheden vermocht de verzoekende partij er rechtmatig van uit te gaan dat eventuele verdere discussies over het gemeentelijk RUP Groen haar verder niet aanbelangden. In zoverre het de opvatting zou zijn dat de uitsluiting van haar terrein uit het gemeentelijk RUP<br \/>\n       X-18.560-5\/10<br \/>\n       Groen wel aanvechtbaar is, betreft dit hoogstens een beoordeling die de grond van de zaak aanbelangt. Het kan geen element zijn om de verzoekende partij de mogelijkheid tot derden-verzet te ontzeggen.<br \/>\n       5.2. De verzoekende partij stelt in haar memorie van wederantwoord dat zij er in elk geval rechtmatig mocht van uitgaan dat in zoverre de discussie over het gemeentelijk RUP Groen haar, of een met haar \u201cgelieerde vennootschap\u201d, aanbelangde, zij daarover op de hoogte zou worden gehouden. Dit geldt des te meer, nu de bouwheer van het project in het bestreden arrest uitdrukkelijk wordt vermeld, zonder dat hem enige tegenspraak werd gegund. Van de tussenkomende partij kon worden verwacht dat zij de verzoekende partij op de ingestelde beroepen zou wijzen.<br \/>\n       5.3. In haar laatste memorie doet de verzoekende partij nog gelden dat de Raad van State van haar niet het onmogelijke mag vragen. Ook moet de ontvankelijkheidsvereiste dat zij geen kennis mocht hebben van de oorspronkelijke beroepsprocedures, ruim worden ge\u00efnterpreteerd. De verzoekende partij mocht er in de gegeven omstandigheden van uitgaan dat zij op de hoogte zou worden gebracht van het feit dat een beroep haar aanbelangde. Voorts mag men de rechtszoekende \u201cniet laten \u2018verdrinken\u2019 in een zee van op zich regelmatig gepubliceerde beroepen\u201d. Uit de publicaties in het Belgisch Staatsblad blijkt niet dat de beroepen enkel op het deelgebied \u2018Gent centrum-Apostelhuizen\u2019 betrekking hebben. Verder diende de verzoekende partij redelijkerwijs niet verontrust te zijn, nu het deelgebied \u2018Gent centrum-Apostelhuizen\u2019, waarvan zij eigenaar is, niet opgenomen werd in de voorlopige en definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP Groen. De vermelding van de identiteit van de tussenkomende partij bij de publicatie van de beroepen is niet \u201czaligmakend\u201d. Van de verzoekende partij kan redelijkerwijs niet verwacht worden dat zij de naam kent van alle personen die een probleem hebben met het gemeentelijk RUP Groen. Minstens kon uit de publicaties niet worden afgeleid dat de beroepen op een beslissing betrekking hebben die de verzoekende partij aanbelangde. Het is ook niet omdat de tussenkomende partij voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb)<br \/>\n       een omgevingsvergunning betwist, dat de verzoekende partij moet bevroeden dat<br \/>\n       X-18.560-6\/10<br \/>\n       zij ook voor de Raad van State een procedure voert die haar aanbelangt.<br \/>\n       De verzoekende partij mocht er rechtmatig op vertrouwen dat de Raad van State haar als belanghebbende op de hoogte zou brengen van de beroepen. Dit geldt des te meer nu de ontwikkelaar van het project in het bestreden arrest wordt genoemd.<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       6.1. Artikel 48, tweede lid, van het algemeen procedurereglement bepaalt :<br \/>\n       \u201cIs niet ontvankelijk het derden-verzet van hem die verzuimd heeft vrijwillig tussen te komen in de zaak, wanneer hij er nochtans kennis van had.\u201d<br \/>\n       Artikel 3quater van het algemeen procedurereglement luidt :<br \/>\n       \u201cWanneer bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring van een reglementaire akte aanhangig wordt gemaakt, laat de hoofdgriffier in het Belgisch Staatsblad in het Nederlands, het Frans en het Duits een bericht bekendmaken dat de identiteit van de verzoekende partij aangeeft, alsmede de akte waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt.\u201d<br \/>\n       6.2. Het derden-verzet is een rechtsmiddel dat slechts uitzonderlijk kan worden aangewend.<br \/>\n       6.3. De door artikel 3quater van het algemeen procedurereglement voorziene publicatie in het Belgisch Staatsblad van een beroep tot nietigverklaring van een reglementaire akte, waarbij de identiteit van de verzoekende partij en de bestreden akte wordt aangegeven, houdt in beginsel een voldoende kennisgeving in van het bestaan van een zaak aan een mogelijk belanghebbende derde.<br \/>\n       Een individuele kennisgeving van de beroepen door de Raad van State is daartoe niet vereist. De verzoekende partij gaat er dan ook ten onrechte van uit dat de Raad van State haar individueel op de hoogte diende te brengen van de beroepen die tot het bestreden arrest hebben geleid.<br \/>\n       X-18.560-7\/10<br \/>\n       6.4. De tussenkomende partij, wier naam uitdrukkelijk in de bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad wordt genoemd, heeft haar strijd tegen het bouwproject op verzoeksters terrein en voor het behoud van de natuurwaarden aldaar vooreerst op vergunningsniveau gevoerd. Zij heeft de voor het bouwproject verleende omgevingsvergunning tot voor de RvVb bestreden. Dit moest de verzoekende partij bekend zijn, te meer nu de begunstigde van de voor de RvVb bestreden omgevingsvergunning een met de verzoekende partij verbonden vennootschap is. Voorts zij vastgesteld dat het in de bekendmakingen van het Belgisch Staatsblad vermelde gemeentelijk RUP Groen als doel heeft om de bestaande groengebieden juridisch te beschermen, en om bijkomende groenzones te herbestemmen. Het deelgebied \u2018Gent Centrum-Apostelhuizen\u2019, omvattende verzoeksters perceel, werd bij de opmaak van het gemeentelijk RUP Groen als een \u2018Zone voor natuur\u2019 opgenomen. De verzoekende partij heeft zich daartegen tijdens het openbaar onderzoek over de startnota verzet, waarna het deelgebied bij de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan niet langer in het gemeentelijk RUP<br \/>\n       Groen werd opgenomen. De tussenkomende partij diende tegen deze uitsluiting tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van gemeentelijk RUP een bezwaar in, waarbij gevraagd werd om verzoeksters terrein alsnog in het gemeentelijk RUP Groen op te nemen. De beroepen van de tussenkomende partij tegen de niet opname van het deelgebied \u2018Gent Centrum-Apostelhuizen\u2019 kaderen volledig in \u2013 de aan verzoekster genoegzaam bekende \u2013 strijd van de tussenkomende partij tot het behoud van de natuurwaarden op verzoeksters terrein.<br \/>\n       In het licht van wat voorafgaat, mocht de verzoekende partij er redelijkerwijze niet van uitgaan dat de uitsluiting van haar terrein uit het gemeentelijk RUP Groen \u201czich als definitief aandiende\u201d. Dat een dergelijke beslissing naar haar opvatting een niet voor de Raad van State aanvechtbare rechtshandeling uitmaakt, doet niet anders besluiten.<br \/>\n       Het betoog van de verzoekende partij dat het voor haar \u201conmogelijk\u201d was om uit de bekendmakingen van de beroepen tegen het gemeentelijk RUP Groen in het Belgisch Staatsblad \u201cenige relevantie voor haar [t]errein af te leiden\u201d, komt gezien het voormelde ongeloofwaardig over.<br \/>\n       X-18.560-8\/10<br \/>\n       Integendeel mocht van de verzoekende partij in de gegeven omstandigheden de nodige alertheid worden verwacht bij de publicaties van de kwestieuze beroepen.<br \/>\n       Na kennisname daarvan diende zij met de haar ter beschikking staande middelen kennis te nemen van de concrete gegevens van de voor de Raad van State hangende zaken en te beslissen al dan niet daarin vrijwillig tussen te komen.<br \/>\n       6.5. De conclusie is dat de verzoekende partij een voldoende kennis had of, wat daar redelijkerwijze mee gelijk te stellen is, diende te hebben van de beroepen die tot het bestreden arrest hebben geleid, om haar toe te laten in deze zaken tussen te komen, wat zij heeft nagelaten te doen. Derhalve is het derden-verzet met toepassing van artikel 48, tweede lid, van het algemeen procedurereglement onontvankelijk.<br \/>\n       BESLISSING<br \/>\n       1. Het verzoek tot tussenkomst van H.C. wordt ingewilligd.<br \/>\n       2. De Raad van State verwerpt het derden-verzet.<br \/>\n       3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot derden-verzet, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.<br \/>\n       De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.<br \/>\n       X-18.560-9\/10<br \/>\n       Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:<br \/>\n       Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.<br \/>\n       De griffier De voorzitter<br \/>\n       Silvan De Clercq Johan Lust<br \/>\n       X-18.560-10\/10<\/p>\n<p>PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788\n       <\/p>\n<p>        <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p><!-- Action LOG \nfunction JUPORTARecordLogViewDecision  $iubel_id        : 280530\n                                       $action_type     : VIEW\n                                      &amp;$action_startmt  : 1780433497.6229\n                                      &amp;$action_duration : 20101\n                                      &amp;$addressipremote : 103.115.10.116\n                                      &amp;$latitude        : '39.0469000'\n                                      &amp;$longitude       : '-77.4903000'\n                                      &amp;$accuracy        : null\n                                      &amp;$altitude        : null\n                                      &amp;$langue_view     : NL\n--><br \/>\n<!-- Action_duration 20101 millisec --><br \/>\n      <!-- end of main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>    <!-- end of division \"page_main\" --><\/p>\n<p>              &#9993; info-JUPORTAL@just.fgov.be<\/p>\n<p>              &copy;&nbsp; 2017-2026&nbsp;ICT Dienst &#8211; FOD Justitie<\/p>\n<p>  <!-- end of division \"conteneur\" --><\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><\/p>\n<p>\n          Powered by PHP 8.5.0\n      <\/p>\n<p>\n          Server Software Apache\/2.4.66\n      <\/p>\n<p>\n          == Fluctuat nec mergitur ==\n      <\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa Start --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa End --><\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"https:\/\/juportal.be\/content\/ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788\/NL\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 17 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 Rolnummer: A. 240974\/X-18560 Zaak: Arrest 261788 &#8211; Stedenbouw en ruimtelijke ordening &#8211; Reglementen &#8211; 17\/12\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-20 Raadplegingen: 97 &#8211; laatst gezien 2026-06-02 19:19 Fiche Arrest nr 261.788 van&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7731],"kji_court":[155628],"kji_chamber":[],"kji_year":[],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[8119,7673,8323,7976,21777],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1179471","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-belgique","kji_court-eclibervsce2024arr-261-788","kji_subject-fiscal","kji_keyword-beroepen","kji_keyword-heeft","kji_keyword-partij","kji_keyword-state","kji_keyword-verzoekende","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 17 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 Rolnummer: A. 240974\/X-18560 Zaak: Arrest 261788 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17\/12\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-20 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-02 19:19 Fiche Arrest nr 261.788 van...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"13 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-788\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-788\\\/\",\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-23T14:49:35+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-788\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-788\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-788\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788","og_description":"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 17 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 Rolnummer: A. 240974\/X-18560 Zaak: Arrest 261788 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17\/12\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-20 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-02 19:19 Fiche Arrest nr 261.788 van...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"13 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/","name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-23T14:49:35+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-788\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1179471","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1179471"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1179471"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1179471"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1179471"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1179471"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1179471"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1179471"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1179471"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}