{"id":1180255,"date":"2026-06-23T19:27:23","date_gmt":"2026-06-23T17:27:23","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/"},"modified":"2026-06-23T19:27:23","modified_gmt":"2026-06-23T17:27:23","slug":"eclibervsce2024arr-261-825","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/","title":{"rendered":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak<\/p>\n<p>    <!-- continue here with main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>            <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p>        &nbsp;<br \/>\nRaad van State  <\/p>\n<p>            Vonnis\/arrest van 19 december 2024            <\/p>\n<p>ECLI nr:<\/p>\n<p>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825<\/p>\n<p>Rolnummer:<\/p>\n<p>A. 240275\/IX-10352<\/p>\n<p>Zaak:<\/p>\n<p>Arrest 261825 &#8211; Wapens \u2013 exportvergunningen &#8211; 19\/12\/2024<\/p>\n<p>Rechtsgebied:<\/p>\n<p>\n Bestuursrecht<\/p>\n<p>Invoerdatum:<\/p>\n<p>2024-12-30<\/p>\n<p>Raadplegingen:<\/p>\n<p>98 &#8211; laatst gezien 2026-06-02 19:21<\/p>\n<p>            Fiche            <\/p>\n<p> Arrest nr 261.825 van 19 december 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken<br \/>\n        en lokale besturen &#8211; Wapens \u2013 exportvergunningen Beslissing :  Verwerping\n    <\/p>\n<p>Thesaurus CAS:<\/p>\n<p>RAAD VAN STATE\n<\/p>\n<p>UTU-thesaurus:<\/p>\n<p>PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT &#8211; RAAD VAN STATE &#8211; Arresten (Raad van State)\n <\/p>\n<p>            Tekst van de beslissing            <\/p>\n<p>ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 no lien 280553 identiques <\/p>\n<p>\n       RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK<br \/>\n       VOORZITTER VAN DE IXe KAMER<br \/>\n       nr. 261.825 van 19 december 2024<br \/>\n       in de zaak A. 240.275\/IX-10.352<br \/>\n       In zake : R.V.<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Hawwash kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 160 bus 2.1<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       tegen :<br \/>\n       de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       &#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<br \/>\n       I. Voorwerp van het beroep<br \/>\n       1. Het beroep, ingesteld op 2 oktober 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de minister van Justitie van 31 juli 2023<br \/>\n       inzake het beroep van verzoeker tegen de beslissingen van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 4 juli 2022 \u201cen dit enkel voor zover de beslissing betrekking heeft op de erkenning als wapenverzamelaar\u201d.<br \/>\n       II. Verloop van de rechtspleging<br \/>\n       2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.<br \/>\n       IX-10.352-1\/16<br \/>\n       Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 \u2018tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State\u2019.<br \/>\n       De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 november 2024.<br \/>\n       Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht.<br \/>\n       Advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.<br \/>\n       Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.<br \/>\n       Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco\u00f6rdineerd op 12 januari 1973.<br \/>\n       III. Feiten<br \/>\n       3.1. Verzoeker is erkend wapenverzamelaar.<br \/>\n       3.2. Op 4 juli 2022 trekt de gouverneur van de provincie Antwerpen verzoekers erkenning als wapenverzamelaar in. De gouverneur verwijst daarbij naar het vonnis van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 30 juni 2021<br \/>\n       waarbij verzoeker schuldig is bevonden aan tal van inbreuken op de wet van 8 juni 2006 \u2018houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens\u2019 (\u201cwapenwet\u201d).<br \/>\n       IX-10.352-2\/16<br \/>\n       Dezelfde dag trekt de gouverneur eveneens verzoekers vergunningen en het recht om vuurwapens voorhanden te hebben in.<br \/>\n       3.3. Verzoeker stelt op 29 juli 2022 een beroep in tegen die beslissingen.<br \/>\n       3.4. De procureur des Konings handhaaft op 18 augustus 2022 zijn eerder, in het kader van de procedure voor de provinciale wapendienst uitgebracht, ongunstig advies waarin wordt verwezen naar het voornoemde vonnis. Ook de lokale politie geeft op 13 oktober 2022 een negatief advies met verwijzing naar dat vonnis.<br \/>\n       3.5. Op 31 juli 2023 verwerpt de minister van Justitie het beroep van verzoeker. Van die beslissing vordert verzoeker de nietigverklaring, maar enkel in zoverre daarmee zijn erkenning als wapenverzamelaar wordt ingetrokken.<br \/>\n       IV. Onderzoek van de middelen<br \/>\n       A. Eerste middel<br \/>\n       Uiteenzetting van het middel<br \/>\n       4.1. Het eerste middel is genomen uit \u201cde schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, inzonderheid de behoorlijke en correcte feitenvinding, de deskundige voorlichting en de informatieplicht en de volledigheid van het dossier\u201d.<br \/>\n       Verzoeker vat het middel als volgt samen:<br \/>\n       \u201cDoordat de verwerende partij in de aangevochten beslissing d.d. 31 juli 2023 het actuele advies van de [burgemeester] dat dateert van 14 september 2022, waarbij gunstig geadviseerd wordt omtrent en het advies van de korpschef van de lokale politie waar verwezen wordt naar het gegeven dat er ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-3\/16<br \/>\n       niets negatief opgemerkt wordt niet deugdelijk heeft onderzocht zodat er een beslissing kon worden genomen rekening houdend met de huidige situatie van verzoeker en enkel steunt op het vonnis van de correctionele rechtbank d.d. 30 juni 2021, waarbij feiten beoordeeld worden die dateren van 2018.<br \/>\n       Er wordt veelal verwezen naar standaard motivering en er wordt geen rekening gehouden met de door verzoeker bijgebrachte stukken aangaande zijn perfect parcours en de actuele adviezen die verwijzen naar in concreto gegevens aangaande de persoonlijkheid van verzoeker.\u201d<br \/>\n       In de toelichting bij het middel stelt verzoeker dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij enkel steunt op het vonnis van de correctionele rechtbank van 30 juni 2021 en dus geen oog heeft gehad voor de actuele toestand die blijkt uit het gunstig advies van de burgemeester van 14 september 2022. Door het niet in acht nemen van dat advies is volgens verzoeker het zorgvuldigheidsbeginsel miskend.<br \/>\n       4.2. In de memorie van wederantwoord argumenteert verzoeker dat in de bestreden beslissing weliswaar melding wordt gemaakt van de adviezen van de lokale politie en van de burgemeester, maar dat ze niet daadwerkelijk in overweging zijn genomen en er enkel wordt gesteund op de in het vonnis van 30 juni 2021 bewezenverklaarde feiten. Volgens verzoeker wordt niet binnen de perken van het redelijke rekening gehouden met de actuele feitelijke gegevens \u2013 de adviezen van de burgemeester en de politie \u2013 om vervolgens een correcte beoordeling hiervan te maken. Evenmin wordt rekening gehouden met de tijdsperiode die verlopen is. Aangezien geen rekening is gehouden met de recente gunstige adviezen wordt ook niet binnen de perken van de redelijkheid, rekening houdend met de juiste feitelijke gegevens en de correcte beoordeling daarvan, besloten tot een potentieel gevaar voor de openbare orde en veiligheid.<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       5. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid zijn vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-4\/16<br \/>\n       zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen.<br \/>\n       6. Volgens verzoeker is voornoemd zorgvuldigheidsbeginsel geschonden doordat de verwerende partij het gunstig advies van de burgemeester van 14 september 2022 en het advies van de lokale politie van 13 oktober 2022<br \/>\n       waarin wordt vermeld dat er inzake verzoekers persoonlijkheid en gezin niets negatief kan worden opgemerkt \u2013 waaruit volgens verzoeker zijn actuele situatie blijkt \u2013 niet deugdelijk heeft onderzocht en de bestreden beslissing enkel steunt op het vonnis van de correctionele rechtbank van 30 juni 2021 \u2013 waarin feiten worden beoordeeld die dateren uit 2018.<br \/>\n       Die argumentatie kan niet worden bijgevallen.<br \/>\n       7. Uit de bestreden beslissing blijkt vooreerst dat de verwerende partij wel degelijk rekening heeft gehouden met het advies van de burgemeester van 14 september 2022. Het advies wordt in de bestreden beslissing als volgt samengevat:<br \/>\n       \u201cDe burgemeester van Schilde adviseerde in zijn besluit van 14 september 2022 als volgt:<br \/>\n       \u2018De burgemeester beslist dat de uitoefening van de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, geen bijzonder gevaar in (sic) voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de algemene gezondheid.<br \/>\n       Met betrekking tot de gebouwen waarin de activiteit zal worden uitgeoefend werden de nodige administratieve vergunningen verleend.\u2019.<br \/>\n       De argumentatie voor zijn advies was de volgende:<br \/>\n       &#8211; \u2018[Verzoeker] heeft 1 gerechtelijk antecedent van 2021: Correctionele Rechtbank Antwerpen inzake inbreuken op de wapenwet en de wet op de springstoffen, hij kreeg hiervoor een \u2018Opschorting 3 jaren\u2019.<br \/>\n       &#8211; Betrokkene stak veel vrije tijd in de opleiding van toekomstige schutters in de schuttersclub in Vlimmeren, zijn doel was vooral dat alles zo veilig als mogelijk verliep, hij heeft er ondermeer de kamervlag ingevoerd als verplicht voorwerp. Zeer tegen de zin van sommige schutters doch inzake veiligheid deed hij geen toegevingen.<br \/>\n       &#8211; Betrokkene deed heel hard zijn best om de administratie van zijn wapens volledig in orde te hebben, hij nam hiervoor veelvuldig contact met onze ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-5\/16<br \/>\n       diensten.<br \/>\n       &#8211; Voor een wapenverzameling mag men maar een beperkte hoeveelheid munitie voorhanden hebben.<br \/>\n       &#8211; Puur als verzamelaar is er geen gevaar voor de openbare orde, betrokkene is evenwichtig, geestelijk stabiel, geweldloos en hecht veel belang aan veiligheid zowel naar zijn naasten toe als naar de andere sportschutters.<br \/>\n       &#8211; Tijdens een eerdere controle ter plaatse bleek betrokkene een zeer goed beveiligde woning te hebben, het betreft een open bebouwing [\u2026]. De beveiliging bestaat uit een elektronisch alarm met meldingen naar buiten, camerabewaking, en een degelijke onopvallende wapenkamer die voldoet aan klasse G.<br \/>\n       &#8211; Als verzamelaar heeft betrokkene een klasse G opbergruimte zodat alles veilig staat.\u2019.\u201d<br \/>\n       Ook het advies van de lokale politie van 13 oktober 2022 is bij het nemen van de bestreden beslissing in rekening gebracht:<br \/>\n       \u201cDe lokale politiezone Voorkempen adviseerde op 13 oktober 2022<br \/>\n       eveneens ongunstig en motiveerde dit als volgt:<br \/>\n       \u2018Inzake [verzoeker] zijn persoonlijkheid en gezin kan er niets negatief opgemerkt worden, hij is een rustige en vriendelijke man met een grote kennis inzake wapens en hoe deze veilig te gebruiken. Zijn perfecte parcour (sic) (onder andere zijn inzet in een plaatselijke schuttersvereniging inzake opleiding en veiligheid) kreeg echter een deuk door de huiszoeking en het aantreffen van teveel kruit, enkele verboden wapens &#8230; Gelet dit inbreuken uitmaken op de Wapenwet, via opschorting van straf bevestigd door de Correctionele Rechtbank kunnen wij enkel ongunstig advies geven terzake.<br \/>\n       Een verzachtende omstandigheid is dat zijn moeder enkele dagen voor de huiszoeking was overleden en dat hij de \u2018erfstukken\u2019 (die later allen als verboden wapen werden geklasseerd) uit haar leegstaande woning was gaan halen om veiliger te bewaren. Hij heeft de kans niet gehad om deze wapens aan te komen geven en\/of in te leveren. De aangifte ervan heeft hij wel nog gedaan binnen de wettelijke termijn met de gegevens die hij voorhanden had.<br \/>\n       Voor een gedreven sportschutter als [verzoeker] vraagt de grote verscheidenheid aan wapens ook een grote verscheidenheid aan soorten kruit, hij bewaarde deze samen met zijn herlaadmateriaal veilig in zijn klasse G-ruimte.\u2019.\u201d<br \/>\n       Uit de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij, na een grondig onderzoek van deze adviezen, evenwel van oordeel is dat ze niet opwegen tegen de feiten die door de correctionele rechtbank bewezen zijn bevonden en waaruit blijkt dat verzoeker tal van inbreuken op de wapenwet en haar<br \/>\n       IX-10.352-6\/16<br \/>\n       uitvoeringsbesluiten heeft gepleegd. Zij verwoordt het, wat het advies van de burgemeester van 14 september 2022 betreft, als volgt:<br \/>\n       \u201cUit de overwegingen opgenomen onder het voorgaande punt 4.5.1. wat betreft uw vergunningen en het recht om vergunningsplichtige vuurwapens voorhanden te hebben, blijkt dat u de bepalingen van de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten niet in acht heeft genomen.<br \/>\n       Meer bepaald blijkt dit uit het vonnis van de correctionele rechtbank van Antwerpen van 30 juni 2021 waarin u schuldig werd bevonden aan dergelijke inbreuken.<br \/>\n       In aanvulling op de overwegingen van het voorgaande punt 4.5.1. dient te worden vermeld dat in het kader van de behandeling van uw beroepschrift ook advies werd gevraagd aan de burgemeester van Schilde die bevoegd is voor de vestigingsplaats van uw verzameling.<br \/>\n       Uit dit advies is naar voren gekomen dat volgens de burgemeester \u2018de uitoefening van de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, geen bijzonder gevaar inhoudt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de algemene gezondheid. Met betrekking tot de gebouwen waarin de activiteit zal worden uitgeoefend werden de nodige administratieve vergunningen verleend.\u2019.<br \/>\n       Uit het advies blijkt dat u veel vrije tijd stak in de opleiding van toekomstige schutters in de schuttersclub in Vlimmeren waarbij uw doel vooral was dat alles zo veilig als mogelijk verliep. Zo heeft u onder meer de kamervlag ingevoerd als verplicht voorwerp, zeer tegen de zin van sommige schutters doch inzake veiligheid deed u geen toegevingen. Verder deed u volgens het advies heel hard uw best om de administratie van uw wapens volledig in orde te hebben waarvoor u veelvuldig contact opnam met de lokale politie.<br \/>\n       Volgens de burgemeester bent u puur als verzamelaar geen gevaar voor de openbare orde: u bent evenwichtig, geestelijk stabiel, geweldloos en u hecht veel belang aan veiligheid zowel naar uw naasten toe als naar de andere sportschutters. Ook bleek tijdens een eerdere controle ter plaatse dat u een zeer goed beveiligde woning heeft. De beveiliging bestaat uit een elektronisch alarm met meldingen naar buiten, camerabewaking, en een degelijke onopvallende wapenkamer die voldoet aan klasse G. Als verzamelaar heeft u een klasse G opbergruimte zodat alles veilig staat.<br \/>\n       In het voorgaande punt 4.5.1. werd reeds overwogen waarom uw persoonlijkheid en uw door de politie genoemde eerder afgelegde \u2018perfect parcours\u2019 niet opweegt tegen de gepleegde inbreuken. De argumenten worden hernomen wat betreft uw erkenning als verzamelaar.<br \/>\n       De wapenwet voorziet om de verzamelerkenning in te trekken indien zij of haar uitvoeringsbesluiten niet worden nageleefd.<br \/>\n       Uit het vonnis van 30 juni 2021 blijkt dat u inderdaad inbreuken heeft gepleegd waarvoor u schuldig werd bevonden en waarvoor u zich op heden nog bevindt in de proefperiode van drie jaar die werd gekoppeld aan de verleende opschorting.<br \/>\n       Op grond hiervan en op grond van de overwegingen van punt 4.5.1. moet worden besloten dat uw erkenning als wapenverzamelaar inderdaad moet ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-7\/16<br \/>\n       worden ingetrokken.\u201d<br \/>\n       Wat het advies van de lokale politie van 13 oktober 2022 betreft, stelt de verwerende partij aangaande verzoekers wapenvergunningen en het recht om vergunningsplichtige vuurwapens voorhanden te hebben:<br \/>\n       \u201cOndanks uw persoonlijkheid die door de lokale politie wordt omschreven als \u2018een rustige en vriendelijke man met een grote kennis inzake wapens en hoe deze veilig te gebruiken\u2019 en waarvan uw advocaat meent dat deze niet in rekening werd gebracht in de bestreden beslissing, kan er niet aan voorbij worden gegaan dat u tamelijk talrijke en diverse inbreuken pleegde en dat u bovendien in de overtuiging verkeerde dat u de wapenwetgeving, de springstoffenregelgeving alsook de veiligheidsvoorschriften bij de bewaring van vuurwapens, munitie en laders perfect naleefde.<br \/>\n       Bovendien heeft uw advocaat er op gewezen dat u reeds sinds jaar en dag actief was als sportschutter en hierin zelfs heeft lesgegeven en dat u van jongs af aan bekend bent met wapens en dat de veiligheid in de omgang ermee steeds een prioriteit voor u vormde. M.a.w. in weerwil van uw gedegen kennis en ervaring pleegde u voormelde inbreuken waarbij u zelfs stelde te menen dat u \u2018in de overtuiging\u2019 was de regelgeving te respecteren.<br \/>\n       Het verontrust dus des te meer dat u de inbreuken gelet uw persoonlijkheid en achtergrond alsnog heeft gepleegd.<br \/>\n       De rechtbank oordeelde overigens dat u de feiten niet ernstig heeft betwist en stelde tevens: \u2018De feiten zijn ernstig. Wanneer men zich (al dan niet professioneel) wenst in te laten met wapens, neemt men een grote verantwoordelijkheid op zich. Het is voor de veiligheid in de maatschappij van cruciaal belang dat uitermate zorgvuldig met wapens, munitie en springstoffen wordt omgegaan en de geldende regelgeving daaromtrent minutieus wordt nageleefd. Het feit dat bepaalde regels de beoefening van een professionele activiteit of hobby in verband met wapens kan bemoeilijken, kan op geen enkele manier als excuus worden aangewend om losser met deze regels om te springen.\u2019.<br \/>\n       Het is inderdaad zo dat de rechtbank besloot om uw verzoek om opschorting in te willigen doch daarbij is van belang wat haar beweegredenen waren.<br \/>\n       Immers, bij de straftoemeting heeft de rechtbank rekening gehouden met het gegeven dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn in strafzaken. Daarnaast had de rechtbank ook oren naar uw argumenten t.m.m.<br \/>\n       met uw gunstig strafrechtelijk verleden, uw lange loopbaan bij dezelfde werkgever en uw gezondheidstoestand die een verdere omgang met wapens bemoeilijkt. Laatstgenoemde reden lijkt op zich reeds te verontrusten in het kader van de evaluatie van het opnieuw toestaan van vuurwapenbezit.<br \/>\n       Tot slot, de rechtbank verleende u aldus de gewone opschorting van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van drie jaar, zonder voorwaarden. Het vonnis, daterende van 30 juni 2021, impliceert dat u op heden nog steeds verkeert binnen deze proefperiode. Het bij wijze van uitzondering toekennen van vuurwapenbezit betekent dan ook een zeer groot ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-8\/16<br \/>\n       risico aangezien u met reden onder verhoogd toezicht werd geplaatst teneinde nieuwe inbreuken te voorkomen.<br \/>\n       Het is in die context dat uw vraag om uitzonderlijk vuurwapens voorhanden te mogen houden om een hobby te beoefenen, moet worden gekaderd.<br \/>\n       De wapenwet stelt preventie voorop en laat derhalve wapenbezit enkel en alleen uitzonderlijk toe aan zij die daartoe over een geschikte moraliteit beschikken.<br \/>\n       Dergelijke moraliteit veronderstelt minstens voldoende verantwoordelijkheidszin, hetgeen impliceert dat men de gevolgen draagt van zijn handelen en bewust opteert voor een gedrag dat geen onnodige risico\u2019s doet ontstaan.<br \/>\n       In casu blijkt evenwel dat uw moraliteit hieraan niet voldoet.<br \/>\n       Op grond hiervan moet dan ook vastgesteld worden dat particulier vuurwapenbezit in uw hoofde een te groot risico zou inhouden voor de openbare orde en veiligheid. In bezit zijnde van vuurwapens wordt het potentieel gevaar onaanvaardbaar vergroot.<br \/>\n       Het uitoefenen van een hobby mag niet opwegen tegen de vrijwaring van de openbare orde en veiligheid.<br \/>\n       Bijgevolg is een intrekking van uw vergunningen en uw recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens noodzakelijk ter vrijwaring van de openbare orde en veiligheid.\u201d<br \/>\n       Die argumenten gelden, zoals uit de bestreden beslissing blijkt, ook voor wat verzoekers erkenning als wapenverzamelaar betreft.<br \/>\n       8. Uit wat voorafgaat blijkt dat de verwerende partij, in tegenstelling tot wat verzoeker beweert, het gunstig advies van de burgemeester van 14 september 2022 en het advies van de lokale politie van 13 oktober 2022<br \/>\n       waarin wordt vermeld dat er inzake verzoekers persoonlijkheid en gezin niets negatief kan worden opgemerkt \u2013 waaruit volgens verzoeker zijn actuele situatie blijkt \u2013 bij de bestreden beslissing heeft betrokken en dat zij deze adviezen terdege heeft onderzocht. In die mate heeft de verwerende partij alvast de nodige zorgvuldigheid aan de dag gelegd.<br \/>\n       De verwerende partij komt tot het besluit dat die adviezen niet opwegen tegen de inbreuken op de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten die zijn vastgesteld in het vonnis van de correctionele rechtbank van 30 juni 2021 en die maken dat met toepassing van artikel 7, \u00a7 2, 2\u00b0, van de wapenwet verzoekers erkenning als wapenverzamelaar kan worden ingetrokken. Ook dit oordeel van de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-9\/16<br \/>\n       verwerende partij is niet onzorgvuldig aangezien zij terecht verwijst naar het gegeven dat talrijke inbreuken zijn vastgesteld, dat verzoeker ondanks zijn kennis en ervaring van oordeel was dat hij de wapenregelgeving perfect naleefde en dat de correctionele rechtbank in het vonnis heeft overwogen dat de feiten ernstig zijn. Zij stipt daarbij ook terecht aan dat verzoeker zich op het moment van het nemen van de bestreden beslissing nog bevindt in de proefperiode van drie jaar die is gekoppeld aan de verleende opschorting. Er is dus wel degelijk een beslissing genomen rekening houdend met de huidige situatie van verzoeker.<br \/>\n       Verzoeker toont niet aan dat de verwerende partij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het nemen van de bestreden beslissing.<br \/>\n       9. Het eerste middel is ongegrond.<br \/>\n       B. Tweede middel<br \/>\n       Uiteenzetting van het middel<br \/>\n       10. Het tweede middel is genomen uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 \u2018betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen\u2019 (\u201cformelemotiveringswet\u201d).<br \/>\n       Verzoeker vat het middel als volgt samen:<br \/>\n       \u201cDoordat de verwerende partij in de bestreden beslissing d.d. 31 juli 2023<br \/>\n       niet heeft geoordeeld volgens alle toepasselijke wetgeving zoals die door verzoeker concreet werd aangehaald en meer bepaald artikel 5\u00a74, 2\u00b0<br \/>\n       Wapenwet en enkel heeft gesteld dat er door een mogelijke verstoring van en gevaar voor de openbare orde en door het gegeven van het niet naleven van de uitvoeringsbesluiten tot een intrekking van de erkenning als verzamelaar dient besloten te worden.\u201d<br \/>\n       In de toelichting bij het middel argumenteert verzoeker dat de verwerende partij in de bestreden beslissing verwijst naar artikel 7, \u00a7 2, van de<br \/>\n       IX-10.352-10\/16<br \/>\n       wapenwet en voorts naar artikel 5, \u00a7 4, 1\u00b0 tot 4\u00b0, van de wapenwet. Na lezing van die bepalingen meent verzoeker dat de verwerende partij in de bestreden beslissing van oordeel is dat hij valt onder het toepassingsgebied van artikel 5, \u00a7 4, 2\u00b0, a), van de wapenwet. Daarbij gaat de verwerende partij, aldus verzoeker, er evenwel aan voorbij dat artikel 5, \u00a7 4, 2\u00b0, van de wapenwet enkel slaat op personen die als dader of medeplichtige veroordeeld zijn tot een andere correctionele hoofdstraf dan een geldboete van ten hoogste 500 euro. Verzoeker is echter niet eens veroordeeld tot een geldboete van 500 euro, maar heeft \u201ceen mindere bestraffing\u201d gekregen, namelijk de gunst van de opschorting van straf. De verwerende partij kan de bestreden beslissing dan ook onmogelijk steunen op artikel 5, \u00a7 4, 2\u00b0, a), van de wapenwet en eenzelfde redenering kan worden gemaakt voor artikel 7, \u00a7 2, 2\u00b0, van de wapenwet.<br \/>\n       11. In de memorie van wederantwoord betoogt verzoeker dat er in de bestreden beslissing meermaals wordt onderstreept dat het geen veroordeling betreft maar een opschorting en dat er naar artikel 11 van de wapenwet wordt verwezen in het kader van het toekennen van vergunningen, wat in casu niet het geval is.<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       12. De door de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet voorgeschreven formelemotiveringsplicht moet verzoeker toelaten de concrete redenen te achterhalen die de verwerende partij tot haar beslissing hebben geleid, opdat hij zich op het vlak van de motieven ertegen kan verweren met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt.<br \/>\n       13. Vooreerst mag eraan worden herinnerd dat verzoeker enkel de nietigverklaring vordert van de beslissing van de minister van Justitie van 31 juli 2023 voor zover daarmee zijn erkenning als wapenverzamelaar wordt ingetrokken. Van die intrekkingsbeslissing wordt nagegaan of ze afdoende formeel gemotiveerd is.<br \/>\n       IX-10.352-11\/16<br \/>\n       Welnu, uit de motivering van de beslissing tot intrekking van verzoekers erkenning als wapenverzamelaar (sub 3.5) blijkt om welke redenen de verwerende partij tot de intrekking overgaat. Na de in artikel 7, \u00a7 2, van de wapenwet bepaalde gevallen te hebben opgesomd waarin kan worden overgegaan tot schorsing, intrekking of beperking van de erkenning als wapenverzamelaar, overweegt de verwerende partij dat \u201c[verzoeker] de bepalingen van de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten niet in acht heeft genomen\u201d, hetgeen blijkt uit \u201chet vonnis van de correctionele rechtbank van Antwerpen van 30 juni 2021 waarin [verzoeker] schuldig werd bevonden aan dergelijke inbreuken\u201d. Daarmee maakt de verwerende partij duidelijk dat de intrekking van verzoekers erkenning als wapenverzamelaar steunt op artikel 7, \u00a7 2, 2\u00b0, van de wapenwet, dat luidt:<br \/>\n       \u201cDe erkenning kan, volgens een procedure bepaald door de Koning en bij beslissing van de gouverneur, worden geschorst voor een periode van \u00e9\u00e9n maand tot zes maanden, ingetrokken, beperkt tot bepaalde verrichtingen of tot bepaalde soorten wapens, munitie of laders, of beperkt tot een bepaalde duur, indien de houder :<br \/>\n       [\u2026]<br \/>\n       2\u00b0 de bepalingen van deze wet en de besluiten tot uitvoering ervan of de beperkingen van \u00a7 1 niet in acht neemt.\u201d<br \/>\n       Anders dan verzoeker betoogt, vormt de voormelde bepaling wel degelijk een afdoende rechtsgrond voor de bestreden beslissing. Deze voorziet immers erin dat de erkenning als wapenverzamelaar kan worden ingetrokken indien de houder ervan de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft en verzoeker is bij vonnis van de correctionele rechtbank van 30 juni 2021 schuldig bevonden aan tal van inbreuken op de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten.<br \/>\n       14. Wat verzoekers kritiek op de vermelding van artikel 5, \u00a7 4, 2\u00b0, a), van de wapenwet betreft omdat hij, anders dan wordt vereist door die bepaling niet als dader of medeplichtige is veroordeeld tot een andere correctionele hoofdstraf dan een geldboete van ten hoogste 500 euro, maar de opschorting van straf heeft verkregen, moet worden vastgesteld dat er enkel naar voormeld artikel 5, \u00a7 4, 2\u00b0, wordt verwezen in het kader van de beslissing tot intrekking van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-12\/16<br \/>\n       verzoekers vergunningen en zijn recht om vuurwapens voorhanden te houden \u2013 en dan overigens nog niet als rechtsgrond voor die beslissing maar enkel om aan te tonen dat uit de feiten kan worden afgeleid dat vuurwapenbezit in hoofde van verzoeker een potentieel gevaar voor de openbare orde en veiligheid kan inhouden \u2013 en niet in het kader van de beslissing tot intrekking van verzoekers erkenning als wapenverzamelaar, die zoals hierv r is uiteengezet, enkel steunt op artikel 7, \u00a7 2, 2\u00b0, van de wapenwet. Verzoekers kritiek op de vermelding van artikel 5, \u00a7 4, 2\u00b0, van de wapenwet kan dan ook niet leiden tot de nietigverklaring van de intrekking van zijn erkenning als wapenverzamelaar.<br \/>\n       15. Het tweede middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.<br \/>\n       C. Derde middel<br \/>\n       Uiteenzetting van het middel<br \/>\n       16. Het derde middel is genomen uit \u201cde schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald de redelijkheidsnorm, inzonderheid het evenredigheidsbeginsel\u201d.<br \/>\n       Verzoeker vat het middel als volgt samen:<br \/>\n       \u201cDoordat geen enkele andere redelijke overheid tot een dergelijke beslissing zou zijn gekomen en tot de intrekking van zowel de wapenvergunningen en het recht om vergunningsplichtige vuurwapens voorhanden te hebben als voor de erkenning als wapenverzamelaar zou besloten hebben.\u201d<br \/>\n       In de toelichting bij het middel argumenteert verzoeker dat hem de gunst van de opschorting is verleend en dat hij een \u201cvlekkeloos parcours\u201d heeft zodat niet in alle redelijkheid is besloten tot het intrekken van zijn vergunningen.<br \/>\n       IX-10.352-13\/16<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       17. Een schending van het redelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur \u2013 of van het evenredigheidsbeginsel dat er een bijzondere toepassing van is \u2013 veronderstelt dat de overheid bij het nemen van de beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij haar beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt. Het redelijkheidsbeginsel kan derhalve slechts geschonden zijn indien de administratieve overheid een beslissing neemt die dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot deze besluitvorming zou komen.<br \/>\n       De Raad van State gaat bij de beoordeling van de redelijkheid van de bestreden beslissing uit van de feiten zoals ze blijken uit de bestreden beslissing en waarvan verzoeker de onwettigheid niet heeft aangetoond, getoetst aan de door verzoeker in het middel aangevoerde argumenten die volgens verzoeker doen blijken dat de bestreden beslissing het redelijkheids- of evenredigheidsbeginsel miskent.<br \/>\n       18. Verzoeker is bij vonnis van de correctionele rechtbank van 30 juni 2021 schuldig bevonden aan tal van overtredingen van de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten. De strafrechter heeft in zijn vonnis uitdrukkelijk overwogen dat de feiten ernstig zijn. Gelet op de ernst van de vaststaande feiten treedt de verwerende partij de perken van de redelijkheid niet te buiten met het oordeel dat met toepassing van artikel 7, \u00a7 2, 2\u00b0, van de wapenwet verzoekers erkenning als wapenverzamelaar moet worden ingetrokken. Dat aan verzoeker de gunst van de opschorting is verleend \u2013 wat zoals in de bestreden beslissing is uiteengezet eerder het gevolg is van een overschrijding van de redelijke termijn, verzoekers gunstige strafrechtelijke verleden, zijn lange loopbaan bij dezelfde werkgever en zijn gezondheidstoestand die een verdere omgang met wapens bemoeilijkt \u2013 en hij een vlekkeloos parcours heeft \u2013 wat minstens genuanceerd moet worden aangezien verzoeker schuldig is bevonden aan ernstige feiten \u2013 doet ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 IX-10.352-14\/16<br \/>\n       aan die conclusie geen afbreuk. Verzoeker toont niet aan dat het ondenkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot dezelfde beslissing zou komen.<br \/>\n       19. Het derde middel is ongegrond.<br \/>\n       D. Slotsom<br \/>\n       20. Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat de zaak kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement.<br \/>\n       BESLISSING<br \/>\n       1. De Raad van State verwerpt het beroep.<br \/>\n       2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.<br \/>\n       IX-10.352-15\/16<br \/>\n       Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:<br \/>\n       Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.<br \/>\n       De griffier De voorzitter<br \/>\n       Tiny Temmerman Wouter Pas<br \/>\n       IX-10.352-16\/16<\/p>\n<p>PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825\n       <\/p>\n<p>        <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p><!-- Action LOG \nfunction JUPORTARecordLogViewDecision  $iubel_id        : 280553\n                                       $action_type     : VIEW\n                                      &amp;$action_startmt  : 1780426383.3088\n                                      &amp;$action_duration : 19093\n                                      &amp;$addressipremote : 103.115.10.116\n                                      &amp;$latitude        : null\n                                      &amp;$longitude       : null\n                                      &amp;$accuracy        : null\n                                      &amp;$altitude        : null\n                                      &amp;$langue_view     : NL\n--><br \/>\n<!-- Action_duration 19093 millisec --><br \/>\n      <!-- end of main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>    <!-- end of division \"page_main\" --><\/p>\n<p>              &#9993; info-JUPORTAL@just.fgov.be<\/p>\n<p>              &copy;&nbsp; 2017-2026&nbsp;ICT Dienst &#8211; FOD Justitie<\/p>\n<p>  <!-- end of division \"conteneur\" --><\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><\/p>\n<p>\n          Powered by PHP 8.5.0\n      <\/p>\n<p>\n          Server Software Apache\/2.4.66\n      <\/p>\n<p>\n          == Fluctuat nec mergitur ==\n      <\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa Start --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa End --><\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"https:\/\/juportal.be\/content\/ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825\/NL\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 19 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 Rolnummer: A. 240275\/IX-10352 Zaak: Arrest 261825 &#8211; Wapens \u2013 exportvergunningen &#8211; 19\/12\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-30 Raadplegingen: 98 &#8211; laatst gezien 2026-06-02 19:21 Fiche Arrest nr 261.825 van 19 december 2024&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7731],"kji_court":[155705],"kji_chamber":[],"kji_year":[],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[8327,7673,8602,8091,8008],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1180255","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-belgique","kji_court-eclibervsce2024arr-261-825","kji_subject-fiscal","kji_keyword-beslissing","kji_keyword-heeft","kji_keyword-verzoeker","kji_keyword-worden","kji_keyword-wordt","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 19 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 Rolnummer: A. 240275\/IX-10352 Zaak: Arrest 261825 - Wapens \u2013 exportvergunningen - 19\/12\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-30 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-02 19:21 Fiche Arrest nr 261.825 van 19 december 2024...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"23 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-825\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-825\\\/\",\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-23T17:27:23+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-825\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-825\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2024arr-261-825\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825","og_description":"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 19 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 Rolnummer: A. 240275\/IX-10352 Zaak: Arrest 261825 - Wapens \u2013 exportvergunningen - 19\/12\/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-30 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-02 19:21 Fiche Arrest nr 261.825 van 19 december 2024...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"23 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/","name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-23T17:27:23+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2024arr-261-825\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.825"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1180255","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1180255"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1180255"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1180255"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1180255"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1180255"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1180255"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1180255"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1180255"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}