{"id":1182409,"date":"2026-06-24T01:20:45","date_gmt":"2026-06-23T23:20:45","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/"},"modified":"2026-06-24T01:20:45","modified_gmt":"2026-06-23T23:20:45","slug":"eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> &#8211;<\/p>\n<p>Nr. 01978\/00\/U<\/p>\n<p>mr N. Keijzer<\/p>\n<p>zitting 25 juli 2000<\/p>\n<p>conclusie inzake<\/p>\n<p>[de opge\u00ebiste persoon]<\/p>\n<p>Edelhoogachtbaar College,<\/p>\n<p>1. Bij uitspraak van 11 april 2000 heeft de Arrondissementsrechtbank te<\/p>\n<p>Amsterdam de door het Verenigd Koninkrijk verzochte uitlevering ter<\/p>\n<p>strafvervolging van [de opge\u00ebiste persoon] voorzover betrekking hebbende op kort<\/p>\n<p>gezegd attempt to pervert the course of justice ontoelaatbaar verklaard, en voor<\/p>\n<p>het overige, dat wil zeggen voorzover betrekking hebbende op kort gezegd forcible<\/p>\n<p>confinement en murder, toelaatbaar verklaard.<\/p>\n<p>2. Tegen deze uitspraak heeft [de opge\u00ebiste persoon] cassatieberoep ingesteld.<\/p>\n<p>Het beroep is kennelijk niet gericht tegen de ontoelaatbaarverklaring. Namens<\/p>\n<p>hem heeft mr. J.M. Sj\u00f6crona, advocaat te &#039;s-Gravenhage, bij schriftuur twee<\/p>\n<p>middelen van cassatie voorgesteld.<\/p>\n<p>3. Het eerste middel klaagt over de afwijzing door de Rechtbank van het ter<\/p>\n<p>zitting van de Rechtbank door de raadsvrouw gedane verzoek tot aanhouding van<\/p>\n<p>de behandeling.<\/p>\n<p>4. In het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank is dat verzoek als volgt<\/p>\n<p>weergegeven:<\/p>\n<p>\u201cDe raadsvrouw vraagt om aanhouding van de zaak &#8211; waartoe<\/p>\n<p>zij haar pleitnotities aan de rechtbank overlegt, welke als<\/p>\n<p>bijlage 1 aan dit proces-verbaal zijn gehecht en waarvan de<\/p>\n<p>inhoud als hier ingevoegd geldt &#8211; omdat zij Christopher<\/p>\n<p>Gane, professor of Scottish Law aan de Universiteit van<\/p>\n<p>Aberdeen als deskundige ter zitting wil horen. Zulks om<\/p>\n<p>haar stelling te onderbouwen dat uitlevering van [de<\/p>\n<p>opge\u00ebiste persoon] aan Schotland een ernstig risico zou<\/p>\n<p>opleveren voor een flagrante schending van het recht op een<\/p>\n<p>\u201cfair trial\u201d (artikel 6 EVRM).<\/p>\n<p>Die stelling houdt in dat in Schotland een overmaat aan,<\/p>\n<p>voor [de opge\u00ebiste persoon] zeer negatieve krantenartikelen<\/p>\n<p>is verschenen en dat als gevolg daarvan geen onpartijdige<\/p>\n<p>jury meer is samen te stellen. Naar haar oordeel geeft het<\/p>\n<p>Schotse recht, en de praktische toepassing daarvan,<\/p>\n<p>onvoldoende waarborgen dat een aan te stellen jury<\/p>\n<p>onpartijdig zal zijn.\u201d<\/p>\n<p>5. De bedoelde pleitnotities houden onder meer in:<\/p>\n<p>\u201cIn Engeland is men zeer strikt in de bescherming van de<\/p>\n<p>verdachte teen een unfair trial in relatie tot de<\/p>\n<p>publiciteit, hetgeen ertoe leidt [dat] in voorkomende<\/p>\n<p>gevallen zaken niet worden aangebracht (\u2026), in Schotland<\/p>\n<p>geldt dit niet (\u2026). Juryleden mogen bijvoorbeeld niet<\/p>\n<p>ondervraagd worden over de eventuele be\u00efnvloeding door<\/p>\n<p>informaties uit de pers. Er is voorzover bekend nimmer een<\/p>\n<p>verweer terzake gehonoreerd in Schotland. Voor deze<\/p>\n<p>belangrijke finesses is een deskundige noodzakelijk.<\/p>\n<p>Professor Christopher Gane van de Universiteit van Aberdeen<\/p>\n<p>[heeft] zich bereid verklaard als getuige-deskundige een<\/p>\n<p>rapport op te stellen en als zodanig ook ter zitting te<\/p>\n<p>verschijnen. (\u2026) Deze is in staat gebleken een voorlopige<\/p>\n<p>eerste versie van het rapport gereed te krijgen, maar heeft<\/p>\n<p>uitdrukkelijk aangegeven dat dit inderdaad pas een<\/p>\n<p>voorlopige versie is en dat hij meer tijd en aandacht nodig<\/p>\n<p>heeft om het rapport een definitieve vorm te geven, zodat<\/p>\n<p>het aan de noodzakelijke kwaliteitseisen voldoet.\u201d<\/p>\n<p>6. De Rechtbank heeft het verzoek afgewezen, met de volgende motivering:<\/p>\n<p>\u201cIn het uitleveringsrecht is geen plaats voor een<\/p>\n<p>dergelijke algemene toetsing van het rechtsstelsel van een<\/p>\n<p>verzoekende staat, die immers verdragspartner is, terwijl<\/p>\n<p>bovendien een dergelijk onderzoek, waarbij niet zou kunnen<\/p>\n<p>worden volstaan met \u00e9\u00e9n, door de verdediging ingeschakelde<\/p>\n<p>deskundige, zo veel omvattend zou zijn dat het daardoor<\/p>\n<p>alleen al niet in een uitleveringsprocedure past.<\/p>\n<p>Dit zou slechts anders kunnen zijn indien in het concrete<\/p>\n<p>geval aanwijzingen bestaan dat een \u201cfair trial\u201d bij<\/p>\n<p>voorbaat als uitgesloten moet worden geacht. Die<\/p>\n<p>aanwijzingen heeft de rechtbank in het aangevoerde niet<\/p>\n<p>aangetroffen.\u201d<\/p>\n<p>7. Tegen deze afwijzing komt het middel op met de klacht dat het in casu niet<\/p>\n<p>gaat om een algemene toetsing van het rechtsstelsel van een verzoekende staat,<\/p>\n<p>zoals de Rechtbank heeft geoordeeld, maar om toetsing van een concrete<\/p>\n<p>kwestie, te weten of [de opge\u00ebiste persoon] in deze zaak slachtoffer dreigt te<\/p>\n<p>worden van een door een lawine aan stemming makende perspublicaties<\/p>\n<p>veroorzaakte be\u00efnvloeding van juryleden.<\/p>\n<p>8. Deze klacht is gegrond. De stelling van de raadsvrouw is immers dat in<\/p>\n<p>Schotland een overmaat aan, voor [de opge\u00ebiste persoon] zeer negatieve<\/p>\n<p>krantenartikelen is verschenen en dat als gevolg daarvan geen onpartijdige jury<\/p>\n<p>meer is samen te stellen. Dat laatste kan slechts als een in casu concreet<\/p>\n<p>dreigend gevaar worden aangemerkt. Dat de verdediging van de deskundige wil<\/p>\n<p>vernemen in hoeverre het Schotse recht waarborgen inhoudt waardoor [de<\/p>\n<p>opge\u00ebiste persoon] tegen de gestelde dreiging van schending van art. 6, eerste lid<\/p>\n<p>(impartial tribunal) en tweede lid (presumption of innocence) EVRM kan worden<\/p>\n<p>beschermd doet daaraan niet af. De motivering door de Rechtbank van haar<\/p>\n<p>afwijzing van het verzoek heeft mij dan ook enigszins verbaasd (in cassatietermen<\/p>\n<p>gezegd: ik acht haar onbegrijpelijk).<\/p>\n<p>9. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden, gelet op het navolgende.<\/p>\n<p>10. Naar het schijnt heeft de raadsvrouw eraan voorbijgezien dat over de vraag of<\/p>\n<p>de gevraagde uitlevering moet worden geweigerd wegens een gegrond vermoeden<\/p>\n<p>dat bij inwilliging van het verzoek de opge\u00ebiste persoon zal worden blootgesteld<\/p>\n<p>aan een inbreuk op zijn fundamentele rechten, het oordeel is voorbehouden aan<\/p>\n<p>de Minister van Justitie. Ik moge wijzen op HR 16 september 1991, NJ 1992, 63,<\/p>\n<p>r.o. 5.2, en op HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 533, m.nt. Sch, r.o. 5.3.1.1 Om die<\/p>\n<p>reden had de verdediging bij haar verzoek geen rechtens te respecteren belang.<\/p>\n<p>Derhalve heeft de Rechtbank het verzoek terecht afgewezen, wat er zij van de aan<\/p>\n<p>die beslissing gegeven motivering.<\/p>\n<p>11. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.<\/p>\n<p>12. Het tweede middel klaagt over de verwerping van het verweer dat de<\/p>\n<p>uitlevering wegens de eerder bedoelde dreigende schending ontoelaatbaar moet<\/p>\n<p>worden verklaard.<\/p>\n<p>13. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank (pleitnoties) heeft<\/p>\n<p>de raadsvrouw aldaar de ontoelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering bepleit en<\/p>\n<p>daartoe aangevoerd hetgeen in de uitspraak van de Rechtbank als volgt is<\/p>\n<p>weergegeven:<\/p>\n<p>\u201cDe raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat<\/p>\n<p>uitlevering van [de opge\u00ebiste persoon] aan Schotland een<\/p>\n<p>ernstig risico zou opleveren voor flagrante schending van<\/p>\n<p>het recht op \u201cfair trial\u201d (artikel 6 EVRM). Zij heeft zich<\/p>\n<p>daarbij beroepen op de omstandigheden dat:<\/p>\n<p>a. in Schotland (en Engeland) op zeer grote schaal zeer<\/p>\n<p>negatieve perspublicaties over de zaak [de opge\u00ebiste<\/p>\n<p>persoon] zijn verschenen als gevolg waarvan het onmogelijk<\/p>\n<p>zal zijn een onpartijdige jury samen te stellen. (Volgens<\/p>\n<p>Schots recht zal [de opge\u00ebiste persoon] moeten worden<\/p>\n<p>berecht door de High Court of Judiciary waarbij de<\/p>\n<p>beslissing over de feiten en derhalve over \u201cschuldig\u201d<\/p>\n<p>(guilty), \u201conschuldig\u201d (not guilty) en \u201cniet bewezen\u201d (not<\/p>\n<p>proven) uitsluitend aan de jury is voorbehouden. De rol van<\/p>\n<p>de rechter in het proces over de feitenvaststelling is<\/p>\n<p>beperkt tot het geven van &#8211; bindende &#8211; aanwijzingen over<\/p>\n<p>het geldende recht.)<\/p>\n<p>b. het Schotse recht, en de feitelijke toepassing daarvan,<\/p>\n<p>zou, in een geval als dit, waarin overvloedige negatieve<\/p>\n<p>publiciteit een rol speelt, onvoldoende waarborgen bieden<\/p>\n<p>voor de onpartijdigheid van de juryleden.\u201d<\/p>\n<p>14. De Rechtbank heeft dit verweer aldus verworpen:<\/p>\n<p>\u201cDe rechtbank stelt zich op het standpunt dat binnen het<\/p>\n<p>kader van het uitleveringsverzoek niet past een algemene<\/p>\n<p>toetsing van het rechtsstelsel van de verzoekende staat. De<\/p>\n<p>rechtbank dient ervan uit te gaan dat landen waaraan<\/p>\n<p>Nederland uitlevert tenminste voldoen aan minimum-eisen van<\/p>\n<p>rechtsbescherming, omvattende het recht op een \u201cfair<\/p>\n<p>trial\u201d, omdat alleen wordt uitgeleverd aan landen waarmee<\/p>\n<p>Nederland door een daartoe strekkend verdrag is verbonden.<\/p>\n<p>De Nederlandse overheid sluit alleen uitleveringsverdragen<\/p>\n<p>met staten in welks rechtssysteem zij voldoende vertrouwen<\/p>\n<p>heeft.<\/p>\n<p>De rechtbank kan in dit verband een uitlevering alleen<\/p>\n<p>ontoelaatbaar verklaren indien op grond van bijzondere<\/p>\n<p>omstandigheden in een concreet geval aannemelijk wordt dat<\/p>\n<p>uitlevering een aanzienlijk risico zou opleveren voor een<\/p>\n<p>flagrante schending van het recht op \u201cfair trial\u201d (artikel<\/p>\n<p>6 EVRM). Bijzondere omstandigheden die dit aannemelijk<\/p>\n<p>maken zijn in de onderhavige zaak gesteld noch gebleken.<\/p>\n<p>Ook uit het advies van Gane blijkt van dergelijke<\/p>\n<p>omstandigheden niet.<\/p>\n<p>Daarbij komt nog het volgende.<\/p>\n<p>Uit een door het Crown Office aan de officier van justitie<\/p>\n<p>gezonden brief van 1 maart 2000, die aan het dossier is<\/p>\n<p>toegevoegd, blijkt dat de Schotse autoriteiten zich<\/p>\n<p>evenzeer zorgen maken over de overvloedige publiciteit<\/p>\n<p>omdat ook naar hun oordeel als gevolg daarvan een fair<\/p>\n<p>trial kan worden bemoeilijkt. Als bijlage bij die brief<\/p>\n<p>bevindt zich de tekst van de \u201cContempt of Court2 Act 1981\u201d<\/p>\n<p>die het mogelijk maakt nieuwsmedia strafrechtelijk te<\/p>\n<p>vervolgen indien zij zich schuldig maken aan \u201cpublication<\/p>\n<p>which creates a substantial risk that the course of justice<\/p>\n<p>in the proceedings in question will be seriously impeded or<\/p>\n<p>prejudiced\u201d (artikel 2, lid 2), welke bepalingen volgens de<\/p>\n<p>brief ook worden toegepast.<\/p>\n<p>Voorts heeft de opge\u00ebiste persoon de mogelijkheid bij de<\/p>\n<p>Schotse rechter de bescherming van artikel 6 EVRM in te<\/p>\n<p>roepen.<\/p>\n<p>Het \u201cUnited Kingdom\u201d, Schotland omvattende, heeft het<\/p>\n<p>individueel klachtrecht ex artikel 6 EVRM erkend.<\/p>\n<p>Samenvattend komt de rechtbank tot de conclusie dat er geen<\/p>\n<p>aanleiding is reeds thans te vrezen dat de opge\u00ebiste<\/p>\n<p>persoon in Schotland geen eerlijk proces kan krijgen,<\/p>\n<p>terwijl daarenboven ook en beroep op het Europese Hof,<\/p>\n<p>zonodig, mogelijk is. Het beroep wordt derhalve verworpen.\u201d<\/p>\n<p>15. De steller van het middel komt tegen deze motivering op met de volgende<\/p>\n<p>klachten.<\/p>\n<p>16. In de toelichting op het middel onder 5 wordt betoogd dat onbegrijpelijk is de<\/p>\n<p>overweging van de Rechtbank dat bijzondere omstandigheden, die aannemelijk<\/p>\n<p>maken dat uitlevering een aanzienlijk risico zou opleveren voor een flagrante<\/p>\n<p>schending van het recht op \u201cfair trial\u201d (artikel 6 EVRM), in de onderhavige zaak<\/p>\n<p>noch zijn gesteld noch zijn gebleken.<\/p>\n<p>17. Dat het zich voordoen van omstandigheden op grond waarvan uitlevering een<\/p>\n<p>aanzienlijk risico zou opleveren voor een flagrante schending van het recht op \u201cfair<\/p>\n<p>trial\u201d niet is gesteld, kan de Rechtbank niet hebben bedoeld. De raadsvrouw heeft<\/p>\n<p>immers gesteld dat in casu op zeer grote schaal zeer negatieve perspublicaties<\/p>\n<p>over de zaak [de opge\u00ebiste persoon] zijn verschenen als gevolg waarvan het<\/p>\n<p>onmogelijk zal zijn een onpartijdige jury samen te stellen. De desbetreffende<\/p>\n<p>passage uit de motivering door de Rechtbank zal derhalve aldus moeten worden<\/p>\n<p>verstaan dat de gestelde omstandigheden naar het oordeel van de Rechtbank niet<\/p>\n<p>een aanzienlijk risico opleveren voor een flagrante schending van het recht op \u201cfair<\/p>\n<p>trial\u201d. Bij die lezing van de desbetreffende passage faalt de klacht.<\/p>\n<p>18. In de toelichting op het middel onder 3 en 4 wordt evenbedoeld oordeel van de<\/p>\n<p>Rechtbank bestreden, met een beroep op het door de verdediging overgelegde<\/p>\n<p>rapport van professor Gane alsmede de door het Crown Office aan de officier van<\/p>\n<p>justitie gezonden brief van 1 maart 2000.<\/p>\n<p>19. Dat de Rechtbank het risico voor een flagrante schending van het recht op \u201cfair<\/p>\n<p>trial\u201d niet aanzienlijk acht, acht ik echter niet onbegrijpelijk, in aanmerking<\/p>\n<p>genomen dat die brief, die zich bij de stukken bevindt, onder meer inhoudt:<\/p>\n<p>\u201cSince proceedings became active, only one newspaper has<\/p>\n<p>published an article which the Lord Advocate considers to<\/p>\n<p>be in contravention of the 1981 Act. The Lord Advocate has<\/p>\n<p>instituted proceedings under the Contempt of Court Act 1981<\/p>\n<p>against the Evening News, a local paper in Edinburgh. It<\/p>\n<p>will be argued on behalf of the Crown that the publication<\/p>\n<p>of the article relating to the death of Barry John Wallace<\/p>\n<p>was made after it could and should have been known to the<\/p>\n<p>newspaper that criminal proceedings against [de opge\u00ebiste<\/p>\n<p>persoon] were active, in terms of Section 2 of and Schedule<\/p>\n<p>1 of the Contempt of Court Act 1981.<\/p>\n<p>Since the publication of the article referred to (on 18<\/p>\n<p>January 2000), there has been no further media coverage of<\/p>\n<p>the death of Barry John Wallace.\u201d<\/p>\n<p>20. In de toelichting op het middel onder 6 wordt de begrijpelijkheid<\/p>\n<p>aangevochten van de passage in de hiervoren weergegeven motivering door de<\/p>\n<p>Rechtbank die inhoudt dat de Contempt of Court Act 1981 het mogelijk maakt<\/p>\n<p>nieuwsmedia strafrechtelijk te vervolgen indien zij zich schuldig maken aan<\/p>\n<p>publication which creates a substantial risk that the course of justice in the<\/p>\n<p>proceedings in question will be seriously impeded or prejudiced. Aangevoerd<\/p>\n<p>wordt, als ik het goed begrijp, dat de mogelijkheid van zodanige strafrechtelijke<\/p>\n<p>vervolging in de toekomst geen remedie biedt tegen een in zijn uitlevering gelegen<\/p>\n<p>inbreuk op fundamentele rechten van de opge\u00ebiste persoon.<\/p>\n<p>21. Naar ik meen kan de bedoelde passage aldus worden opgevat dat, naar het<\/p>\n<p>oordeel van de Rechtbank, verwacht mag worden dat door dreigende toepassing<\/p>\n<p>van de Contempt of Court Act 1981 verdere schendingen van de sub judice regel<\/p>\n<p>achterwege zullen blijven. Aldus verstaan acht ik de bedoelde passage niet<\/p>\n<p>onbegrijpelijk.<\/p>\n<p>22. Voor geval de in de toelichting op het middel onder 6 vervatte klacht mocht<\/p>\n<p>berusten op de gedachte dat het verschenen zijn van de bedoelde negatieve<\/p>\n<p>perspublicaties op zichzelf reeds een schending van art. 6, tweede lid, EVRM<\/p>\n<p>oplevert, merk ik nog op dat van een schending van het in die bepaling<\/p>\n<p>neergelegde recht door publicaties eerst sprake kan zijn indien deze een justitieel<\/p>\n<p>oordeel3 bevatten of afkomstig zijn van publieke autoriteiten.4<\/p>\n<p>23. Tenslotte, in de toelichting op het middel onder 7, wordt de juistheid bestreden<\/p>\n<p>van de volgende passage uit de motivering van de Rechtbank:<\/p>\n<p>\u201cVoorts heeft de opge\u00ebiste persoon de mogelijkheid bij de<\/p>\n<p>Schotse rechter de bescherming van artikel 6 EVRM in te<\/p>\n<p>roepen.\u201d<\/p>\n<p>24. De klacht omtrent de juistheid van het gestelde stuit echter af op het<\/p>\n<p>bepaalde in art. 99, eerste lid aanhef en onder 2 , RO, volgens hetwelk schending<\/p>\n<p>van het recht van vreemde staat geen cassatiegrond oplevert.<\/p>\n<p>25. Wel kan deze overweging van de Rechtbank op haar begrijpelijkheid worden<\/p>\n<p>getoetst. Ik acht haar niet onbegrijpelijk. Zelfs al zou, gelijk in de toelichting op<\/p>\n<p>het middel wordt gesteld,5 de Human Rights Act 1998 in Schotland nog niet in<\/p>\n<p>werking zijn getreden, bezwaarlijk valt in te zien dat dit de Schotse rechter zou<\/p>\n<p>beletten art. 6 EVRM reeds na te leven indien daarop in voorkomend geval een<\/p>\n<p>beroep zou worden gedaan.6<\/p>\n<p>26. Of de motivering door de Rechtbank de verwerping van het verweer kan dragen<\/p>\n<p>kan echter in het midden blijven omdat, zoals reeds opgemerkt naar aanleiding<\/p>\n<p>van het eerste middel, de beoordeling of de gevraagde uitlevering achterwege moet<\/p>\n<p>blijven om redenen als in casu aangevoerd niet toekomt aan de uitleveringsrechter<\/p>\n<p>maar aan de Minister van Justitie. Derhalve heeft de Rechtbank het verweer<\/p>\n<p>terecht verworpen, wat er zij van de door haar aan die beslissing gegeven<\/p>\n<p>motivering.<\/p>\n<p>27. Ook het tweede middel is dan ook tevergeefs voorgesteld.<\/p>\n<p>28. Ambtshalve heb ik geen reden aangetroffen waarom de bestreden uitspraak<\/p>\n<p>niet in stand zou mogen blijven. De middelen ongegrond achtende concludeer ik<\/p>\n<p>daarom tot verwerping van het beroep.<\/p>\n<p>Voor de Procureur-Generaal<\/p>\n<p>bij de Hoge Raad der Nederlanden<\/p>\n<p>Waarnemend Advocaat-Generaal<\/p>\n<p>1 Zie ook HR 10 mei 1994, DD 94.348, alsmede het ook in de toelichting op het middel genoemde arrest HR 9 april 1991, NJ 1991, 696, volgens welke rechtspraak het oordeel over een schending die reeds plaats zou hebben gehad toekomt aan de uitleveringsrechter, maar dat over een na uitlevering dreigende schending aan de Minister van Justitie.<\/p>\n<p>2 In de bestreden uitspraak staat als gevolg van een kennelijke vergissing: Contempt of Law.<\/p>\n<p>3 Vgl. EHRM 25 maart 1983, A 62, (Minelli), NJ 1986, 698, m.nt. EAA (r.o. 37).<\/p>\n<p>4 Vgl. EHRM 10 februari 1995, A 308, (Allenet de Ribemont), NJCM-Bulletin 1995, blz. 488, m.nt. EM (r.o. 36).<\/p>\n<p>5 Het zich bij de stukken bevindende ongetekende concept-advies vermeldt in \u00a7 4.1.1, \u00a7 4.3.1 en \u00a7 4.3.2 dat de Human Rights Act 1998 met ingang van 20 mei 1999 tot op zekere hoogte wel geldt en wordt toegepast in Schotland.<\/p>\n<p>6 Op het Internet (<a href=\"http:\/\/www.wgreen.co.uk\/news\/court2-12-1999-17-17-16.html\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.wgreen.co.uk\/news\/court2-12-1999-17-17-16.html<\/a>) wordt melding gemaakt van Starrs v. Ruxton, 11 November 1999 (1999 GWD 37-1793), waarbij de Schotse rechter een beroep op art. 6 EVRM had toegewezen.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2000:AA7235\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>&#8211;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7669],"kji_court":[8283],"kji_chamber":[],"kji_year":[135538],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8293],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1182409","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-parket-bij-de-hoge-raad","kji_year-135538","kji_subject-divers","kji_keyword-parket","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"-\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \\\/ 01978\\\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-23T23:20:45+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \\\/ 01978\\\/00 U\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U","og_description":"-","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"12 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/","name":"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-23T23:20:45+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclinlphr2000aa7235-parket-bij-de-hoge-raad-26-09-2000-01978-00-u\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:PHR:2000:AA7235 Parket bij de Hoge Raad , 26-09-2000 \/ 01978\/00 U"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1182409","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1182409"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1182409"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1182409"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1182409"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1182409"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1182409"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1182409"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1182409"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}