{"id":1223738,"date":"2026-07-01T00:27:59","date_gmt":"2026-06-30T22:27:59","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/"},"modified":"2026-07-01T00:27:59","modified_gmt":"2026-06-30T22:27:59","slug":"eclibervsce2025arr-262-077","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/","title":{"rendered":"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak<\/p>\n<p>    <!-- continue here with main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>            <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p>        &nbsp;<br \/>\nRaad van State  <\/p>\n<p>            Vonnis\/arrest van 23 januari 2025            <\/p>\n<p>ECLI nr:<\/p>\n<p>ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077<\/p>\n<p>Rolnummer:<\/p>\n<p>A. 238635\/VII-41951<\/p>\n<p>Zaak:<\/p>\n<p>Arrest 262077 &#8211; Natuurbehoud &#8211; Vergunningen &#8211; 23\/01\/2025<\/p>\n<p>Rechtsgebied:<\/p>\n<p>\n Bestuursrecht<\/p>\n<p>Invoerdatum:<\/p>\n<p>2025-01-30<\/p>\n<p>Raadplegingen:<\/p>\n<p>86 &#8211; laatst gezien 2026-05-28 07:22<\/p>\n<p>            Fiche            <\/p>\n<p> Arrest nr 262.077 van 23 januari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,<br \/>\n        leefmilieu en aanverwante aangelegenheden &#8211; Natuurbehoud &#8211; Vergunningen<br \/>\n        Beslissing :  Verwerping\n    <\/p>\n<p>Thesaurus CAS:<\/p>\n<p>RAAD VAN STATE\n<\/p>\n<p>UTU-thesaurus:<\/p>\n<p>PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT &#8211; RAAD VAN STATE &#8211; Arresten (Raad van State)\n <\/p>\n<p>            Tekst van de beslissing            <\/p>\n<p>ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 no lien 281049 identiques <\/p>\n<p>\n       RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK<br \/>\n       VIIe KAMER<br \/>\n       nr. 262.077 van 23 januari 2025<br \/>\n       in de zaak A. 238.635\/VII-41.951<br \/>\n       In zake : N.E.<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       tegen :<br \/>\n       het VLAAMSE GEWEST<br \/>\n       bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zanvoordestraat 444, bus 1<br \/>\n       bij wie woonplaats wordt gekozen<br \/>\n       &#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<br \/>\n       I. Voorwerp van het beroep<br \/>\n       1. Het beroep, ingesteld op 10 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 16 januari 2023 tot weigering van het verzoek tot ontheffing van het verbod op ontbossing met betrekking tot percelen gelegen te Retie.<br \/>\n       II. Verloop van de rechtspleging<br \/>\n       2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.<br \/>\n       Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 19 juni 2024 een verslag opgesteld.<br \/>\n       VII-41.951-1\/14<br \/>\n       Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend.<br \/>\n       De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 december 2024.<br \/>\n       Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.<br \/>\n       Advocaat Thomas Geyns, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor verzoeker en advocaat Bart Bronders, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.<br \/>\n       Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.<br \/>\n       Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco\u00f6rdineerd op 12 januari 1973.<br \/>\n       III. Feiten<br \/>\n       3.1. Verzoeker is eigenaar van vier naast elkaar gelegen percelen bos te Retie. Volgens het gewestplan \u2018Herentals-Mol\u2019 behoren de percelen tot een gebied dat bestemd is voor verblijfsrecreatie.<br \/>\n       3.2. Op 1 juni 2021 dient verzoeker een aanvraag in voor een ontbossing van 9,08 are op voormelde percelen voor het bouwen van vier weekendwoningen. Het Agentschap voor Natuur en Bos weigert op 9 november 2021 de gevraagde ontheffing.<br \/>\n       3.3. Op 23 februari 2022 dient verzoeker een nieuwe aanvraag in voor een ontbossing van 9,08 are op de voormelde percelen voor het bouwen van vier weekendwoningen met terras en de aanleg van een oprit met steenslag en een zone van 3 meter rondom de weekendverblijven. Ook die aanvraag wordt door het ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-2\/14<br \/>\n       Agentschap voor Natuur en Bos geweigerd.<br \/>\n       3.4. Vervolgens dient hij op 25 oktober 2022 een aanvraag in voor een ontbossing van 12,62 are op de percelen voor het bouwen van vier weekendwoningen met terras, de aanleg van een oprit met steenslag en een zone van 3 meter rondom de weekendverblijven.<br \/>\n       3.5. De aanvraag wordt op 7 november 2022 door het Agentschap voor Natuur en Bos ontvankelijk en volledig verklaard.<br \/>\n       3.6. Op 11 januari 2023 brengt de entiteit \u2018Adviezen, vergunningen, erkenningen en subsidies\u2019 van het Agentschap voor Natuur en Bos een ongunstig advies uit.<br \/>\n       3.7. Met de thans bestreden beslissing van 16 januari 2023 wordt de ontheffing van het verbod op ontbossing andermaal geweigerd.<br \/>\n       Deze beslissing is als volgt gemotiveerd:<br \/>\n       \u201c- Op 25 oktober 2022 werd een aanvraag ingediend door [N.E.] voor een ontbossing van 12,620 are op de percelen gelegen te Retie [\u2026] voor het bouwen van vier weekendwoningen met terras, oprit aangelegd met steenslag en een 3 meter zone rondom de weekendverblijven.<br \/>\n       &#8211; Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft de aanvraag tot ontheffing ontvankelijk en volledig verklaard per brief van 8 november 2022.<br \/>\n       &#8211; Er wordt geen 3 meter \u2018bosvrije\u2019 zone voorzien aansluitend op de terrassen en deels langs beide zijden van de opritten. Het is niet realistisch constructies en\/of aanhorigheden te voorzien op of tegen de rand van het bos. Niet alleen bij de nodige voorbereidings- en funderingswerken moet men voldoende extra ruimte voorzien, wat niet kan wanneer er bomen staan, maar ook na realisatie van de voorziene bouwwerken dient men realistisch te zijn over de grens tussen bos, natuur en de zone met menselijke activiteiten.<br \/>\n       &#8211; Er is een beperkt bosbeheerplan van toepassing \u2018De Hoeven\u2019 welk nog geldig is tot 18 maart 2030.<br \/>\n       &#8211; Er zijn geen kapmachtigingen, meldingen van kap, ontbossingsvergunningen of handhavingsdossiers gekend bij ons Agentschap voor dit perceel. In 2021 werd een zo goed als identieke aanvraag ingediend en geweigerd voor een ontheffing van het ontbossingsverbod.<br \/>\n       &#8211; De percelen zijn gelegen in een gebied voor verblijfsrecreatie en de ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-3\/14<br \/>\n       aanvraag doelt op het ontwikkelen van verblijfsrecreatie, de ontbossing is daarom verenigbaar met de ruimtelijke bestemming.<br \/>\n       &#8211; De percelen maken geen deel uit van een ruilverkaveling, landinrichtings-<br \/>\n       of natuurinrichtingsproject.<br \/>\n       &#8211; De percelen zijn niet gelegen in VEN, vogelrichtlijn- of habitatrichtlijngebied.<br \/>\n       &#8211; De percelen liggen niet in beschermd landschap.<br \/>\n       &#8211; Het Agentschap voor Natuur en Bos concludeert op basis van een screening dat het project geen aanzienlijke milieueffecten op een bijzonder beschermd gebied kan hebben en dat er bijgevolg geen MER moet worden opgemaakt.<br \/>\n       &#8211; De percelen zijn deels bebost op de luchtfoto van 1971 en verder volledig op deze van 1979-1990 tot heden. Op basis van beschikbare gegevens kunnen we aannemen dat de percelen bebost zijn van voor 1940. Het aanwezige bos op de percelen maakt deel uit van een groter, omliggend boscomplex dat vooral ten noorden tot ten westen gesitueerd is.<br \/>\n       &#8211; Het bos is samengesteld uit voornamelijk naaldhout (grove den) in de bovenetage, in de randen beperkt loofhout (zomereik en ruwe berk).<br \/>\n       Opkomende nevenetage met loofhout (ruwe berk en zomereik). Onderetage bezet met loofhout (ruwe berk, zomereik, gewone esdoorn, Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, spork, lijsterbes).<br \/>\n       &#8211; Het bos heeft een hoge actuele en potenti\u00eble natuurwaarde. Hoewel er een beheerplan van toepassing is, wordt er beheersachterstand vastgesteld.<br \/>\n       Niettegenstaande gaan we stilaan naar een goed ontwikkeld bostype gezien de opkomende neven- en duidelijk aanwezige onderetage.<br \/>\n       &#8211; Bij de aanpalende, beboste percelen ten noorden, met een minder dicht bezette bovenetage omwille van frequent(er) bosbeheer en bijgevolg meer lichtinval, zien we in de kruid- en struiklaag een duidelijk hogere diversiteit en ecologische waarden. Zo zijn hier kensoorten van kwetsbare en zeldzame vegetaties te vinden zoals struikheide.<br \/>\n       &#8211; Er werden in het verleden ontheffingen toegestaan in nabije omgeving van deze aanvraag. Er is echter een gewijzigd beleid, waarbij dergelijke boscomplexen gevrijwaard dienen te worden van ontbossing en verdere ontwikkeling. Elk ruimtebeslag in dit bosbestand is nadelig voor het gehele boscomplex.<br \/>\n       &#8211; Het projectgebied;<br \/>\n       \uf0b7 is van zeer groot belang als onderdeel van de landschappelijke structuur;<br \/>\n       \uf0b7 sluit aan en maakt deel uit van een groter bebost geheel welke nog voor een groot deel gevrijwaard is van bebouwing;<br \/>\n       \uf0b7 sluit aan op beboste, openbare delen, gekend als \u2018Retiesheike\u2019;<br \/>\n       \uf0b7 maakt deel uit van een groter boscomplex met een belangrijke recreatieve functie.\u201d<br \/>\n       VII-41.951-4\/14<br \/>\n       IV. Onderzoek van het enige middel<br \/>\n       Standpunt van verzoeker<br \/>\n       4. In een enig middel wordt de schending aangevoerd van artikel 90bis, \u00a7 1, van het bosdecreet van 13 juni 1990 (hierna: het bosdecreet), van de artikelen 14 en 15 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 februari 2001<br \/>\n       \u2018tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing\u2019 (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 16 februari 2001), van artikel 16 van de Grondwet, van artikel 1 van het eerste aanvullend protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: eerste aanvullend protocol bij het EVRM), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991<br \/>\n       \u2018betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen\u2019 (hierna:<br \/>\n       motiveringswet), van het motiveringsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel, alsook van het verbod op machtsafwending en machtsoverschrijding.<br \/>\n       Verzoeker geeft aan dat het Agentschap voor Natuur en Bos bij de beoordeling van een individuele ontheffingsaanvraag in toepassing van artikel 90bis, \u00a71, derde lid van het bosdecreet beschikt over een ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid. Overeenkomstig artikel 14 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 februari 2001 moet een besluit tot ontheffing een grondige motivering tot afwijking van het verbod op ontbossing bevatten, alsook een ecologische evaluatie van de gevolgen van de vooropgestelde ingreep en de hieraan gekoppelde maatregelen die worden voorgesteld ter naleving van de zorgplicht, opgelegd door artikel 14 van het decreet van 21 oktober 1997<br \/>\n       \u2018betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu\u2019.<br \/>\n       Hij wijst erop dat twee eerdere weigeringsbeslissingen genomen werden over een aanvraag tot ontheffing van het ontbossingsverbod voor de betrokken percelen en dat hij tegen die weigeringsbeslissingen niet in rechte is opgekomen, maar er argumenten uit heeft geput om een derde aanvraag te onderbouwen. Daarenboven zegt hij ook telefonisch contact te hebben gehad met ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-5\/14<br \/>\n       het Agentschap voor Natuur en Bos alvorens de derde aanvraag werd ingediend.<br \/>\n       Verzoeker stelt vast dat ten aanzien van deze elementen geen motivering is terug te vinden in de bestreden beslissing. Zo wordt niets vermeld over de aanvraag van 2022. Nochtans vormt dit een belangrijk gegeven omdat de nieuwe (derde)<br \/>\n       aanvraag werd aangepast om tegemoet te komen aan de opmerkingen in de beslissing waarbij die vroegere aanvraag werd afgewezen.<br \/>\n       Vervolgens gaat verzoeker punt per punt in op de weigeringsmotieven die in de bestreden beslissing worden opgegeven.<br \/>\n       In de eerste plaats wordt in de bestreden beslissing niet verduidelijkt wat het zogenaamde \u2018gewijzigd beleid\u2019 inhoudt, noch sinds wanneer dat beleid in werking is getreden. Voorts is het voor hem onduidelijk waarom in een zone van 3 meter naast een oprit met steenslagverharding geen bomen of vegetatie zouden kunnen groeien. Ook acht verzoeker de aanwezigheid van vegetatie tot tegen het terras perfect mogelijk. Daarenboven voert hij aan dat hij in de onderbouwing van de aanvraag is ingegaan op de verhouding van zijn percelen (en de daarop voorziene werken) met het aaneengesloten bosgeheel. Voorts is verzoeker van mening dat de beweerde hoge natuurwaarde geen ernstige onderbouwing vormt voor de weigeringsbeslissing. Hij merkt op dat elke plaats waar vegetatie vrij kan opschieten na verloop van tijd hoe dan ook tot een bostype zal evolueren, en dat zulks eveneens logischerwijs het geval is bij actief bosbeheer.<br \/>\n       Verder wijst hij erop dat in het verleden ontheffingen werden toegestaan voor de omliggende percelen, maar dat de weigering voor zijn percelen steunt op \u2018gewijzigd beleid\u2019.<br \/>\n       Verzoeker zet uiteen dat er sprake is van een quasi-onteigening wanneer door opgelegde gebruiksbeperkingen het eigendomsrecht niet meer zinvol kan uitgeoefend worden. In dit geval heeft de bestreden beslissing tot gevolg dat geen constructies van welke aard dan ook kunnen worden opgericht op de betrokken percelen, zonder dat hij daarvoor op een correcte manier schadeloos wordt gesteld. Deze quasi-onteigening is strijdig met artikel 16 van de Grondwet en met artikel 1 van het eerste aanvullend protocol bij het EVRM, en geeft ook blijk van een schending van het zorgvuldigheids- en het evenredigheidsbeginsel.<br \/>\n       VII-41.951-6\/14<br \/>\n       Beoordeling<br \/>\n       5. Op grond van artikel 90bis, \u00a7 1, derde lid, van het bosdecreet kan de Vlaamse regering, op individueel en op gemotiveerd verzoek van diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning tot ontbossen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, de ontheffing toestaan van het verbod tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, met inachtneming van de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en na advies van het agentschap.<br \/>\n       Bij de beoordeling van een individuele ontheffingsaanvraag, ingediend met toepassing van voormelde bepaling van het bosdecreet, beschikt het bestuur over een ruime discretionaire bevoegdheid. In het kader van de uitoefening van die bevoegdheid vereist het zorgvuldigheidsbeginsel dat rekening gehouden wordt met alle beschikbare feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.<br \/>\n       6. De artikelen 2 en 3 van de motiveringswet verplichten de administratieve overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en zulks op een afdoende wijze.<br \/>\n       Er is sprake van een afdoende motivering als de uitdrukkelijk opgegeven motieven pertinent zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moeten hebben, en dat ze voldoende draagkrachtig zijn, dit wil zeggen dat ze in rechte volstaan als verantwoording voor de genomen beslissing. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de motiveringswet, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, opdat hij met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden.<br \/>\n       7. Artikel 15, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 februari 2001 bepaalt dat over de ontheffing van het verbod tot ontbossing \u201ceen met reden omklede beslissing\u201d wordt genomen. Deze beslissing dient te ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-7\/14<br \/>\n       voldoen aan de hiervoor omschreven vereisten die voortvloeien uit de artikelen 2<br \/>\n       en 3 van de motiveringswet.<br \/>\n       8. In de motivering van de bestreden beslissing wordt ingegaan op de bebossing die aanwezig is op de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft.<br \/>\n       Er wordt vermeld dat \u201c[d]e percelen [\u2026] deels bebost [zijn] op de luchtfoto van 1971 en verder volledig op deze van 1979-1990 tot heden\u201d, en dat \u201c[o]p basis van beschikbare gegevens [we] kunnen [\u2026] aannemen dat de percelen bebost zijn van voor 1940\u201d. Na een omschrijving van de samenstelling van de bosvegetatie, worden ook de aanwezige natuurwaarden geduid: \u201cHet bos heeft een hoge actuele en potenti\u00eble natuurwaarde. Hoewel er een beheerplan van toepassing is, wordt er beheersachterstand vastgesteld. Niettegenstaande gaan we stilaan naar een goed ontwikkeld bostype gezien de opkomende neven- en duidelijk aanwezige onderetage\u201d. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de kenmerken van de omgeving. In dit verband wordt vermeld dat \u201c[h]et aanwezige bos op de percelen [\u2026] deel uit[maakt] van een groter, omliggend boscomplex dat vooral ten noorden tot ten westen gesitueerd is\u201d, dat \u201c[b]ij de aanpalende, beboste percelen ten noorden [\u2026] we in de kruid- en struiklaag een duidelijk hogere diversiteit en ecologische waarden [zien]\u201d waarbij \u201chier kensoorten van kwetsbare en zeldzame vegetaties te vinden [zijn] zoals struikheide\u201d. Voorts wordt vermeld dat \u201cin het verleden ontheffingen [werden] toegestaan in [de] nabije omgeving van deze aanvraag\u201d, maar dat er thans \u201cechter een gewijzigd beleid [is], waarbij dergelijke boscomplexen gevrijwaard dienen te worden van ontbossing en verdere ontwikkeling\u201d omdat \u201c[e]lk ruimtebeslag in dit bosbestand [\u2026] nadelig [is] voor het gehele boscomplex\u201d. Tot slot wordt ten aanzien van \u2018het projectgebied\u2019 vermeld dat het \u201cvan zeer groot belang [is] als onderdeel van de landschappelijke structuur\u201d, dat het \u201caan[sluit] en [\u2026] deel uit[maakt] van een groter bebost geheel welke nog voor een groot deel gevrijwaard is van bebouwing\u201d, dat het \u201caan[sluit]<br \/>\n       op beboste, openbare delen, gekend als \u2018Retiesheike\u2019\u201d en \u201cdeel uit[maakt] van een groter boscomplex met een belangrijke recreatieve functie\u201d.<br \/>\n       9. Aldus blijkt dat de bestreden beslissing gebaseerd is op concrete feitelijke elementen, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de kenmerken van de betrokken percelen als met de kenmerken van de omgeving. Deze motieven ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-8\/14<br \/>\n       zijn voldoende duidelijk opdat begrepen kan worden waarom de aanvraag tot ontheffing van het verbod op ontbossing wordt geweigerd. Ze vormen ook een afdoende verantwoording voor de bestreden weigeringsbeslissing. De formelemotiveringsplicht vereist voor het overige niet dat op alle argumenten van de aanvrager van een ontheffing wordt geantwoord. Het was dan ook niet noodzakelijk om in de bestreden beslissing uitdrukkelijk in te gaan op de eerdere weigeringsbeslissingen. Evenmin was het noodzakelijk om in de motivering te verwijzen naar een telefonisch gesprek dat zou hebben plaatsgevonden vooraleer de kwestieuze ontheffingsaanvraag werd ingediend.<br \/>\n       10. In zoverre verzoeker zich \u2018vragen\u2019 stelt over de aan het bestaande bos toegekende waarde, in dit verband verwijst naar de biologische waarderingskaart en meent dat er slechts sprake kan zijn van een \u2018matige ecologische waarde\u2019, wordt vastgesteld dat deze argumentatie voor het eerst in de memorie van wederantwoord wordt geformuleerd en neerkomt op een onontvankelijke uitbreiding van het middel.<br \/>\n       11. Wat betreft de vermelding in de bestreden beslissing van een \u2018gewijzigd beleid\u2019, blijkt uit de daarmee verband houdende motieven dat het gewijzigd beleid erin bestaat dat \u201cdergelijke boscomplexen [begrijp: zoals het groter, omliggend boscomplex waar het bos op de betrokken percelen deel van uitmaakt] gevrijwaard dienen te worden van ontbossing en verdere ontwikkeling\u201d, en dit omdat \u201c[e]lk ruimtebeslag in dit bosbestand [\u2026] nadelig [is] voor het gehele boscomplex\u201d. Verzoeker kan dan ook niet worden gevolgd in zijn betoog dat hij op grond van de in de bestreden beslissing veruitwendigde motieven niet zou kunnen begrijpen waaruit het gewijzigd beleid precies bestaat.<br \/>\n       12. In het licht van de vermelde \u201choge actuele en potenti\u00eble natuurwaarde\u201d en de aanwezige \u201ckensoorten van kwetsbare en zeldzame vegetaties\u201d in de noordelijk gelegen aanpalende, beboste percelen, volstaat het niet louter te poneren dat iedere locatie na verloop van tijd tot een bostype kan evolueren. Als dusdanig betwist verzoeker de bestaande actuele en potenti\u00eble natuurwaarde niet, wat een belangrijk beoordelingselement vormt in het licht van de algemene doelstelling, verwoord in artikel 2 van het bosdecreet, om ook in te ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-9\/14<br \/>\n       zetten op het herstel van bossen.<br \/>\n       Voor het overige vormen de beschouwingen in de bestreden beslissing over de \u201c3 meter \u2018bosvrije\u2019 zone\u201d, overtollige motieven en kan de kritiek erop niet leiden tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing.<br \/>\n       13. Artikel 16 van de Grondwet bepaalt:<br \/>\n       \u201cNiemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.\u201d<br \/>\n       Artikel 16 van de Grondwet heeft enkel betrekking op de daadwerkelijke onteigening, dit is de gedwongen overdracht van eigendom met eigendomsverlies tot gevolg en dus een werkelijke ontzetting van het bezit, minstens een blijvende verlamming van de drie bestanddelen van het eigendomsrecht, wat te dezen niet het geval is. De weigering van de ontheffing van het verbod op ontbossing heeft immers niet tot gevolg dat verzoeker uit zijn eigendomsrechten wordt ontzet, noch dat hij ertoe wordt verplicht om tot eigendomsoverdracht over te gaan.<br \/>\n       14. Beperkingen van het eigendomsrecht die geen overdracht van de eigendom met zich meebrengen, vallen wel onder de waarborgen van artikel 1 van het eerste aanvullend protocol bij het EVRM.<br \/>\n       Artikel 1 van het eerste protocol bepaalt:<br \/>\n       \u201cAlle natuurlijke of rechtspersonen hebben recht op het ongestoord genot van hun eigendom. Niemand zal van zijn eigendom worden beroofd behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het internationaal recht.<br \/>\n       De voorgaande bepalingen zullen echter op geen enkele wijze het recht aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren.\u201d<br \/>\n       VII-41.951-10\/14<br \/>\n       Die bepaling biedt niet alleen bescherming tegen een daadwerkelijke onteigening of eigendomsberoving (eerste alinea, tweede zin, artikel 1, eerste protocol), maar ook tegen elke verstoring van het genot van de eigendom (eerste alinea, eerste zin, artikel 1, eerste protocol) en elke regeling van het gebruik van de eigendom (tweede alinea, artikel 1, eerste protocol). Bovendien beschermt artikel 1 van het eerste protocol niet alleen het klassieke eigendomsrecht in de zakenrechtelijke betekenis maar ook de vermogensrechten.<br \/>\n       Het is vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof dat elke inmenging in het eigendomsrecht een billijk evenwicht dient te vertonen tussen de vereisten van het algemeen belang en die van de bescherming van het recht op het ongestoord genot van de eigendom.<br \/>\n       Er moet een redelijk verband van evenredigheid bestaan tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel.<br \/>\n       Een beperking van \u201chet ongestoord genot\u201d van eigendom houdt evenwel niet ipso facto een schending in van artikel 1 van het eerste aanvullend protocol bij het EVRM. Het tweede lid van dit artikel bepaalt immers dat het recht op ongestoord genot \u201cop geen enkele wijze\u201d het recht aantast dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met \u201chet algemeen belang\u201d.<br \/>\n       15. Het bosdecreet voert een principieel ontbossingsverbod in met het oog op het behoud, de bescherming, het beheer en het herstel van de bossen en van hun natuurlijk milieu. Een door dat doel ingegeven weigering tot ontheffing van het decretale ontbossingsverbod kan worden ingepast in artikel 1, tweede lid, van het eerste aanvullend protocol bij het EVRM. Er moet tevens een redelijk verband van evenredigheid bestaan tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. Wanneer het gaat om een maatregel van reglementering van gebruik van eigendom, is het gebrek aan vergoeding \u00e9\u00e9n van de factoren waarmee rekening moet worden gehouden om te bepalen of het billijk evenwicht ge\u00eberbiedigd werd, maar kan dat gebrek aan vergoeding op zichzelf nooit een schending van het ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-11\/14<br \/>\n       voormelde artikel 1 opleveren.<br \/>\n       16. De bindende en verordenende stedenbouwkundige voorschriften beletten in beginsel niet dat sectorale wetgeving, zoals te dezen het bosdecreet, een impact kan of mag hebben op de realiseerbaarheid van deze voorschriften. In bepaalde gevallen kan sectorale wetgeving er dus toe leiden dat de bestemming, vastgelegd in de regelgeving over de ruimtelijke ordening, niet kan worden gerealiseerd. Ter zake wordt in de bestreden beslissing overigens overwogen dat \u201c[d]e percelen [\u2026] gelegen [zijn] in een gebied voor verblijfsrecreatie\u201d, dat \u201cde aanvraag doelt op het ontwikkelen van verblijfsrecreatie\u201d, en dat \u201cde ontbossing [\u2026] daarom verenigbaar [is] met de ruimtelijke bestemming\u201d.<br \/>\n       17. In zoverre verzoeker specifiek aanklaagt dat eigenaars van nabijgelegen percelen wel een ontheffing van het verbod op ontbossing hebben verkregen, terwijl aan hem een last wordt opgelegd die erin bestaat dat hij niet kan overgaan tot de verdere ontwikkeling van zijn percelen wegens redenen die verband houden met de bescherming, het behoud en het herstel van het aanwezige bos op zijn terrein, wordt vastgesteld dat volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie het beginsel van de gelijkheid van de burgers voor de openbare lasten inhoudt dat de overheid niet zonder vergoeding lasten kan opleggen die groter zijn dan die welke een particulier in het gemeenschappelijk belang moet dragen. Uit dat beginsel vloeit voort dat de onevenredig nadelige &#8211; dit zijn de buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende &#8211; gevolgen van een op zich rechtmatige overheidsdaad, zoals het opleggen van een erfdienstbaarheid van openbaar nut, niet ten laste van de getroffene behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld.<br \/>\n       Feit is dat het bosdecreet niet voorziet in een vergoedingsregeling voor de eigenaars van beboste percelen wier verzoek tot ontheffing van het verbod op ontbossing wordt geweigerd. Zulks verhindert evenwel niet dat de rechter in het kader van bepaalde geschillen kan onderzoeken of een vergoeding voor de vastgestelde eigendomsbeperking kan worden ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 VII-41.951-12\/14<br \/>\n       toegekend. Evenwel ontbreekt het de Raad van State aan rechtsmacht om een dergelijk onderzoek te verrichten.<br \/>\n       Verzoeker maakt alleszins niet aannemelijk dat het verkrijgen van een vergoeding ter compensatie van de beperking van het gebruiksrecht van de betrokken percelen die voortvloeit uit de bestreden beslissing, volledig uitgesloten is. Er kan dan ook niet worden aangenomen dat er sprake is van een beperking van het eigendomsrecht of van een inperking van het gebruik van de betrokken percelen die de grenzen van de redelijkheid te buiten gaan.<br \/>\n       18. Het enige middel is ongegrond.<br \/>\n       BESLISSING<br \/>\n       1. De Raad van State verwerpt het beroep.<br \/>\n       2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.<br \/>\n       Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drie\u00ebntwintig januari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:<br \/>\n       Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.<br \/>\n       De griffier De voorzitter<br \/>\n       VII-41.951-13\/14<br \/>\n       Elisabeth Impens Carlo Adams<br \/>\n       VII-41.951-14\/14<\/p>\n<p>PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077\n       <\/p>\n<p>        <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p><!-- Action LOG \nfunction JUPORTARecordLogViewDecision  $iubel_id        : 281049\n                                       $action_type     : VIEW\n                                      &amp;$action_startmt  : 1779947503.6817\n                                      &amp;$action_duration : 52\n                                      &amp;$addressipremote : 103.115.10.116\n                                      &amp;$latitude        : '39.0469000'\n                                      &amp;$longitude       : '-77.4903000'\n                                      &amp;$accuracy        : null\n                                      &amp;$altitude        : null\n                                      &amp;$langue_view     : NL\n--><br \/>\n<!-- Action_duration 52 millisec --><br \/>\n      <!-- end of main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>    <!-- end of division \"page_main\" --><\/p>\n<p>              &#9993; info-JUPORTAL@just.fgov.be<\/p>\n<p>              &copy;&nbsp; 2017-2026&nbsp;ICT Dienst &#8211; FOD Justitie<\/p>\n<p>  <!-- end of division \"conteneur\" --><\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><\/p>\n<p>\n          Powered by PHP 8.5.0\n      <\/p>\n<p>\n          Server Software Apache\/2.4.66\n      <\/p>\n<p>\n          == Fluctuat nec mergitur ==\n      <\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa Start --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa End --><\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"https:\/\/juportal.be\/content\/ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077\/NL\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 Rolnummer: A. 238635\/VII-41951 Zaak: Arrest 262077 &#8211; Natuurbehoud &#8211; Vergunningen &#8211; 23\/01\/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-30 Raadplegingen: 86 &#8211; laatst gezien 2026-05-28 07:22 Fiche Arrest nr 262.077 van 23 januari 2025&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7731],"kji_court":[160028],"kji_chamber":[],"kji_year":[],"kji_subject":[7660],"kji_keyword":[7869,7813,8327,12520,8008],"kji_language":[7671],"class_list":["post-1223738","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-belgique","kji_court-eclibervsce2025arr-262-077","kji_subject-constitutionnel","kji_keyword-aanvraag","kji_keyword-artikel","kji_keyword-beslissing","kji_keyword-percelen","kji_keyword-wordt","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 Rolnummer: A. 238635\/VII-41951 Zaak: Arrest 262077 - Natuurbehoud - Vergunningen - 23\/01\/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-30 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-05-28 07:22 Fiche Arrest nr 262.077 van 23 januari 2025...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"20 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2025arr-262-077\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2025arr-262-077\\\/\",\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-06-30T22:27:59+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2025arr-262-077\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2025arr-262-077\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibervsce2025arr-262-077\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077","og_description":"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis\/arrest van 23 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 Rolnummer: A. 238635\/VII-41951 Zaak: Arrest 262077 - Natuurbehoud - Vergunningen - 23\/01\/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-30 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-05-28 07:22 Fiche Arrest nr 262.077 van 23 januari 2025...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"20 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/","name":"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-06-30T22:27:59+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibervsce2025arr-262-077\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.077"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/1223738","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1223738"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=1223738"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=1223738"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=1223738"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=1223738"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=1223738"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=1223738"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=1223738"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}