{"id":919562,"date":"2026-05-18T13:25:07","date_gmt":"2026-05-18T11:25:07","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/"},"modified":"2026-05-18T13:25:07","modified_gmt":"2026-05-18T11:25:07","slug":"eclibecass2026dec-20260423-coh-4","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/","title":{"rendered":"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak<\/p>\n<p>    <!-- continue here with main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>            <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p>        &nbsp;<br \/>\nHof van Cassatie  <\/p>\n<p>            Rechterlijke beslissing van 23 april 2026            <\/p>\n<p>ECLI nr:<\/p>\n<p>ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4<\/p>\n<p>Vervangt nummer:<\/p>\n<p>ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.ROH.1 <\/p>\n<p>Rolnummer:<\/p>\n<p>COH. A.R. 606.N<\/p>\n<p>Zaak:<\/p>\n<p>G. contra MINISTER VAN JUSTITIE<\/p>\n<p>Kamer:<\/p>\n<p>COH\n      <\/p>\n<p>Rechtsgebied:<\/p>\n<p>\n Strafrecht<\/p>\n<p>Invoerdatum:<\/p>\n<p>2026-05-08<\/p>\n<p>Raadplegingen:<\/p>\n<p>108 &#8211; laatst gezien 2026-05-18 12:50<\/p>\n<p>            Fiche 1            <\/p>\n<p>Thesaurus CAS:<\/p>\n<p>VOORLOPIGE HECHTENIS &#8211; ONWETTIGE EN ONWERKZAME HECHTENIS &#8211; Onwerkzame\n<\/p>\n<p>            Fiche 2            <\/p>\n<p>VOORLOPIGE HECHTENIS &#8211; ONWETTIGE EN ONWERKZAME HECHTENIS &#8211; Schadeloosstelling\n<\/p>\n<p>            Tekst van de beslissing            <\/p>\n<p>\n       In de zaak<br \/>\n       COH. A.R. 606.N<br \/>\n       van<br \/>\n       G,<br \/>\n       verzoeker,<br \/>\n       met als raadsman mr. Patrick Bernard Martens, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8200 Brugge (Sint-Andries), Gistelse Steenweg 300\/0301,<br \/>\n       tegen<br \/>\n       MINISTER VAN JUSTITIE, met kabinet te 1000 Brussel, Waterloolaan 115.<br \/>\n       \u2003<br \/>\n       I. Bestreden uitspraak<br \/>\n       1.\tDe minister van Justitie heeft op 3 oktober 2025 de bestreden beslissing genomen.<br \/>\n       II. Feiten<br \/>\n       2.\tOp 14 juni 2024 wordt de verzoeker van zijn vrijheid beroofd en daags nadien beveelt de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, zijn aanhouding wegens de aantasting van de seksuele integriteit van A.V. met de omstandigheid dat de niet-consensuele handelingen werden gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is en dit door haar stiefvader.<br \/>\n       3.\tOp 13 juni 2024 wordt de politie gevraagd om zich te begeven naar een jeugdinstelling te Roeselare naar aanleiding van de melding van een twaalfjarig meisje, A.V., aan \u00e9\u00e9n van de begeleiders van de leefgroep dat ze slachtoffer was van ongewenste seksuele intimiteiten door haar stiefvader, de verzoeker. Aan de politie verklaart ze dat ze altijd al bang was van de vriend van haar mama, ook omdat hij haar mama veel pijn deed en er altijd ruzie was. Op een ochtend in februari was ze alleen thuis met de verzoeker. Hij zou naar haar gekomen zijn in de living en zou haar hebben aangeraakt aan haar \u201cpersoonlijke delen\u201d. Daarna zou hij haar kleren hebben uitgetrokken en dan ook zijn kleren. Hij zou haar hebben proberen te kussen, maar ze kon haar hoofd afwenden. Hij zou dan naakt boven op haar zijn gaan liggen en zou haar met zijn geslachtsdeel hebben gepenetreerd. De verzoeker zou vervolgens zijn gestopt, zich hebben aangekleed, en zijn vertrokken.<br \/>\n       4.\tBij beschikking van de raadkamer van 4 oktober 2024 wordt de verzoeker verwezen naar de correctionele rechtbank voor de hem ten laste gelegde feiten. Bij beschikking van dezelfde datum wordt de handhaving van zijn hechtenis bevolen.<br \/>\n       5.\tBij vonnis van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 24 december 2024 wordt de verzoeker vrijgesproken voor de hem ten laste gelegde feiten. Diezelfde dag wordt de verzoeker vrijgelaten. Dit vonnis heeft kracht van gewijsde.<br \/>\n       6.\tDe hechtenis heeft in totaal 194 dagen geduurd.<br \/>\n       III. Rechtspleging<br \/>\n       A. Voor de minister van Justitie<br \/>\n       7.\tDe verzoeker heeft een verzoek tot vergoeding ingediend, ontvangen op 9 april 2025, strekkende tot toekenning van een materi\u00eble schadevergoeding van 11.109,87 euro (verlies werkloosheidsuitkering) en van een morele schadevergoeding van 8.000,00 euro forfaitair (hetzij 41,45 euro per dag), wegens een onwerkzame hechtenis gedurende 193 dagen in de periode van 15 juni 2024 tot en met 24 december 2024.<br \/>\n       8.\tOp 3 oktober 2025 heeft de minister dat verzoek afgewezen.<br \/>\n       B. Voor de Commissie<br \/>\n       9.\tDe verzoeker heeft bij de Commissie een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 1 december 2025, waarin hij zijn oorspronkelijke aanspraak heeft hernomen.<br \/>\n       10.\tDe minister van Justitie heeft een memorie van antwoord ingediend die op het secretariaat van de Commissie is ontvangen op 18 december 2025. Hierin verzoekt de minister in hoofdorde het verzoekschrift tot beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren. In ondergeschikte orde gedraagt de minister zich naar de wijsheid van de Commissie wat betreft de gevraagde vergoeding voor materi\u00eble schade en verzoekt hij om een pro rata vermindering van de gevraagde morele schadevergoeding indien de Commissie oordeelt dat slechts een bepaalde periode als onwerkzaam kan worden weerhouden.<br \/>\n       11.\tOp de rechtszitting van 23 april 2026 heeft de voorzitter van het Hof van Cassatie verslag uitgebracht.<br \/>\n       12.\tMr. C\u00e9line Steyaert loco mr. Patrick Bernard Martens heeft namens de verzoeker gepleit.<br \/>\n       13.\tPhilip Brughmans, attach\u00e9 bij de federale overheidsdienst Justitie, is gehoord namens de minister van Justitie.<br \/>\n       14.\tPlaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft advies uitgebracht.<br \/>\n       15.\tDe raadsman van de verzoeker heeft het laatste woord gekregen.<br \/>\n       IV. Beslissing van de Commissie<br \/>\n       16.\tHet verzoekschrift en de memorie van antwoord werden ingediend binnen de bij de wet bepaalde termijnen en zijn ontvankelijk.<br \/>\n       17.\tVolgens artikel 28, \u00a7 1, Wet Onwerkzame Hechtenis mag elke persoon die in voorlopige hechtenis werd genomen gedurende meer dan acht dagen, zonder dat deze hechtenis of de handhaving ervan te wijten is aan zijn persoonlijke gedraging, aanspraak maken op een vergoeding, indien hij een beschikking of een arrest van buitenvervolgingstelling heeft verkregen, dan wel bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing buiten de zaak is gesteld.<br \/>\n       18.\tVolgens artikel 28, \u00a7 2, eerste en tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis wordt het bedrag van deze vergoeding vastgesteld naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en privaat belang. Indien evenwel de persoon nog lopende vrijheidsstraffen heeft, worden de dagen van de voorlopige hechtenis die in aanmerking komen eerst toegerekend op de nog lopende vrijheidsstraffen.<br \/>\n       19.\tDe afbakening van de voor vergoeding of toerekening in aanmerking te nemen periode van onwerkzame hechtenis veronderstelt een voorafgaand onderzoek naar het al dan niet voorhanden zijn van persoonlijke gedragingen.<br \/>\n       20.\tVoor de beoordeling van de vraag of er sprake is van persoonlijke gedragingen van de verzoeker waaraan de hechtenis of de handhaving te wijten is, dient men zich te plaatsen op het tijdstip van de hechtenis of de handhaving ervan.<br \/>\n       21.\tAls dergelijke persoonlijke gedragingen die de vergoeding wegens onwerkzame hechtenis beletten, worden onder meer aangenomen, de gedragingen, handelingen of omstandigheden, die rechtstreeks of onrechtstreeks vragen oproepen en op dat moment verder onderzoek noodzaken of kunnen noodzaken en die, in de context van de feiten, moeilijk of bezwaarlijk als onverdacht kunnen doorgaan.<br \/>\n       22.\tBij de beoordeling van de persoonlijke gedragingen beperkt de Commissie zich niet uitsluitend tot de redenen die worden vermeld in het bevel tot aanhouding of in de beslissingen tot handhaving ervan. Het voorwerp van het onderzoek door de Commissie zijn niet de aanwijzingen van schuld maar de wijze waarop de verzoeker door zijn persoonlijke gedraging, rechtstreeks of onrechtstreeks, daarvan een voorstelling en perceptie heeft kunnen geven aan de rechters en de onderzoeksgerechten die over de hechtenis en de handhaving ervan uitspraak doen. Persoonlijke gedragingen omvatten elke oorzaak van de hechtenis en de handhaving ervan die betrekking hebben op de verzoeker en die blijken uit het strafdossier.<br \/>\n       23.\tAls persoonlijke gedragingen van de verzoeker, in de voormelde zin, van aard de vergoeding wegens onwerkzame hechtenis te beletten, dienen in deze zaak te worden aangenomen:<br \/>\n       &#8211;\thet antwoord van de verzoeker op de vraag van de onderzoeksrechter of hij kampt met een seksuele problematiek, dat \u201cdat [\u2026] misschien wel [kan] zijn, maar niet ten opzichte van kinderen\u201d;<br \/>\n       &#8211;\thet zeer ongunstig strafrechtelijk verleden van de verzoeker: naast een veroordeling door de politierechtbank wegens alcoholintoxicatie en onopzettelijke slagen, maakt het strafregister van de verzoeker melding van de volgende correctionele veroordelingen:<br \/>\n       o\t26 juli 2000: veroordeling wegens verkrachting van een meerderjarige, en aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging van een meerderjarige, voorafgegaan door lichamelijke foltering of opsluiting, tot een gevangenisstraf van 2 jaar met uitstel voor de helft gedurende 5 jaren;<br \/>\n       o\t7 april 2005: veroordeling wegens verkrachting van een meerderjarige tot een gevangenisstraf van 6 maanden;<br \/>\n       o\t 14 oktober 2010: veroordeling wegens poging tot diefstal door middel van braak, inklimming of valse sleutels, wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving en opzettelijke slagen met als gevolg ziekte of arbeidsongeschiktheid, tegen echtgenoot of samenlevende persoon of persoon met wie hij heeft samengewoond, tot een gevangenisstraf van 2 jaar en ontzetting van bepaalde rechten voor 5 jaar;<br \/>\n       o\t27 september 2012: veroordeling wegens verkrachting van een meerderjarige tot een gevangenisstraf van 30 maanden en ontzetting van bepaalde rechten voor 5 jaar;<br \/>\n       o\t16 april 2013: veroordeling wegens verkrachting van een bijzonder kwetsbare meerderjarige, aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging van een meerderjarige en opzettelijke slagen met als gevolg ziekte of arbeidsongeschiktheid, tegen echtgenoot of samenlevende persoon of persoon met wie hij heeft samengewoond tot een gevangenisstraf van 4 jaar en ontzetting van bepaalde rechten voor 5 jaar;<br \/>\n       &#8211;\tde politionele gekendheid van de verzoeker: hij is gekend voor zes feiten van verkrachting (2000, 2002, 2003, 2009, 2010 en 2012), voor twee feiten van belaging en voor een feit van opzettelijke slagen en verwondingen (2005);<br \/>\n       &#8211;\tde verklaringen van de verzoeker aan de politie en aan de onderzoeksrechter dat hij sinds oktober\/november 2023 hasj rookt als hij bij de moeder van het slachtoffer is, wat zeer ontremmend kan werken als het aankomt op het plegen van norm- en grensoverschrijdend gedrag, en zoals dat met overname van de beweegredenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie, expliciet wordt vermeld in het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 19 september 2024;<br \/>\n       &#8211;\tde vaststelling door de verbalisanten dat er vrijwel niets terug te vinden is in het gsm-toestel van de verzoeker, zoals berichten of foto\u2019s, in combinatie met de verklaring van de moeder van het slachtoffer dat ze in het verleden kinderporno zou hebben aangetroffen op zijn toestel maar dat hij regelmatig zaken op zijn gsm wist; dit wekte de indruk dat de verzoeker bezwarende elementen op zijn gsm had gewist.<br \/>\n       24.\tAl deze elementen samen hebben tot een diepgaand onderzoek verplicht over de feiten waarvoor de verzoeker werd aangehouden en in hechtenis is gebleven tot 4 oktober 2024.<br \/>\n       25.\tHet staat bijgevolg vast dat de hechtenis van de verzoeker op 14 juni 2024 (en niet pas op 15 juni 2024, zoals de verzoeker verkeerdelijk stelt) en de handhaving daarvan tot en met 3 oktober 2024 aan zijn persoonlijke gedragingen te wijten zijn. In zoverre de verzoeker een vergoeding vraagt voor deze periode, voldoet hij derhalve niet aan de voorwaarden van artikel 28, \u00a7 1, Wet Onwerkzame Hechtenis.<br \/>\n       26.\tDaarentegen is de handhaving van verzoekers hechtenis na 3 oktober 2024 niet aan zijn persoonlijke gedragingen te wijten. Op dat ogenblik was het onderzoek naar de feiten immers afgerond.<br \/>\n       27.\tDe verzoeker voldoet derhalve aan de door de wet gestelde voorwaarden om aanspraak te maken op vergoeding voor de hechtenis die hij onderging van 4 oktober 2024 tot en met 24 december 2024, hetzij gedurende 82 dagen, en die onwerkzaam is gebleken.<br \/>\n       28.\tHet blijkt niet dat een toerekening in de zin van artikel 28, \u00a7 2, tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis aan de orde is, zodat de vergoeding voor de door de verzoeker ondergane 82 dagen onwerkzame hechtenis hieronder als volgt wordt bepaald.<br \/>\n       29.\tVolgens artikel 28, \u00a7 2, Wet Onwerkzame Hechtenis wordt het bedrag van die vergoeding vastgesteld naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en privaat belang.<br \/>\n       30.\tHet inkomstenverlies als gevolg van een onwerkzame hechtenis komt in aanmerking als vergoeding van materi\u00eble schade. Dit inkomstenverlies moet worden bepaald rekening houdend met de repercussie van de onwerkzame hechtenis op de concrete beroepsactiviteit van de verzoeker en de inkomsten die hij hieruit normaal ontving in de periode voorafgaand aan de hechtenis.<br \/>\n       31.\tUit stuk 4 van de verzoeker blijkt dat hij wegens de hechtenis in de periode van 14 juni 2024 tot en met 24 december 2024 geen werkloosheidsvergoeding heeft ontvangen. Indien de verzoeker een uitkering zou hebben ontvangen in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 24 december 2024, zou hij volgens dit stuk 4.306,15 euro hebben moeten ontvangen. Gelet hierop maar ook rekening houdend met het feit dat de verzoeker gedurende de periode van de onwerkzame hechtenis niet in zijn onderhoud heeft moeten voorzien, kan aan de verzoeker een forfaitair bedrag van 3.000,00 euro naar billijkheid wegens het verlies van zijn werkloosheidsuitkering worden toegekend.<br \/>\n       32.\tVoor de door de verzoeker geleden morele schade kent de Commissie in billijkheid en rekening houdend met de omstandigheid dat de hechtenis in de periode van 14 juni 2024 tot en met 3 oktober 2024 aan de persoonlijke gedragingen van de verzoeker te wijten is evenals met zijn zeer ongunstig strafrechtelijk verleden, met inbegrip van de aard en de ernst van de feiten waarvoor hij in het verleden werd veroordeeld (verkrachting), en waarnaar het bevel tot aanhouding ook expliciet verwijst, evenals met de omstandigheid dat er op 24 juli 2025 nog een lopend opsporingsonderzoek was wegens bedreigingen in de intrafamiliale sfeer t.a.v. S.A., een vergoeding toe van 3.280,00 euro, hetzij 40,00 euro per dag.<br \/>\n       33.\tEr is geen grond om een hogere vergoeding toe te kennen, daar geen enkel gegeven wijst op een bijzondere schade van morele aard in oorzakelijk verband met de door de verzoeker ondergane onwerkzame hechtenis.<br \/>\n       34.\tAangezien artikel 28, \u00a7 1, Wet Onwerkzame Hechtenis niet de vergoeding beoogt van schade die door een fout is veroorzaakt, is er geen grond tot toekenning van interesten.<br \/>\n       35.\tHet verzoek is bijgevolg gedeeltelijk gegrond.<br \/>\n       DICTUM<br \/>\n       De Commissie,<br \/>\n       uitspraak doende in openbare zitting na behandeling met gesloten deuren,<br \/>\n       verklaart het verzoek ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond,<br \/>\n       bepaalt dat de hechtenis in de periode van 4 oktober 2024 tot en met 24 december 2024, hetzij gedurende 82 dagen, onwerkzaam is,<br \/>\n       bepaalt de vergoeding voor de materi\u00eble schade op 3.000,00 euro en de vergoeding voor de morele schade op 3.280,00 euro.<br \/>\n       Aldus door de Commissie van beroep inzake onwerkzame hechtenis uitgesproken in openbare rechtszitting 23 april 2026, waar aanwezig zijn de voorzitter van het Hof van Cassatie Filip Van Volsem, voorzitter, de eerste voorzitter van de Raad van State Wilfried Van Vaerenbergh, lid, de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies Peter Callens, lid, plaatsvervangend magistraat Alain Winants en de griffier Ayse Birant, secretaris.\n    <\/p>\n<p>PDF document ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4\n       <\/p>\n<p>        <!-- Commandes de navigation page d\u00e9tail--> <\/p>\n<p>                  Print deze pagina<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>          Afdrukformaat          <\/p>\n<p>            S<br \/>\n            M<br \/>\n            L<br \/>\n            XL<\/p>\n<p>          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht<br \/>\n          &nbsp; <\/p>\n<p>                  Sluit Tab          <\/p>\n<p>        <!-- Fin commandes de navigation page d\u00e9tail --><\/p>\n<p><!-- Action LOG \nfunction JUPORTARecordLogViewDecision  $iubel_id        : 288676\n                                       $action_type     : VIEW\n                                      &amp;$action_startmt  : 1779103440.7692\n                                      &amp;$action_duration : 79\n                                      &amp;$addressipremote : 103.115.10.116\n                                      &amp;$latitude        : '39.0469000'\n                                      &amp;$longitude       : '-77.4903000'\n                                      &amp;$accuracy        : null\n                                      &amp;$altitude        : null\n                                      &amp;$langue_view     : NL\n--><br \/>\n<!-- Action_duration 79 millisec --><br \/>\n      <!-- end of main block (division \"content\") --><\/p>\n<p>    <!-- end of division \"page_main\" --><\/p>\n<p>              &#9993; info-JUPORTAL@just.fgov.be<\/p>\n<p>              &copy;&nbsp; 2017-2026&nbsp;ICT Dienst &#8211; FOD Justitie<\/p>\n<p>  <!-- end of division \"conteneur\" --><\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><\/p>\n<p>\n          Powered by PHP 8.5.0\n      <\/p>\n<p>\n          Server Software Apache\/2.4.66\n      <\/p>\n<p>\n          == Fluctuat nec mergitur ==\n      <\/p>\n<p>  <!-- Balloon system info --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa Start --><br \/>\n          <!-- BalloonObjectPrepa End --><\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"https:\/\/juportal.be\/content\/ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4\/FR\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Rechterlijke beslissing van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.ROH.1 Rolnummer: COH. A.R. 606.N Zaak: G. contra MINISTER VAN JUSTITIE Kamer: COH Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 108 &#8211; laatst gezien 2026-05-18 12:50 Fiche 1 Thesaurus CAS:&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":[],"kji_country":[7731],"kji_court":[92997],"kji_chamber":[],"kji_year":[7610],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[12636,7673,92998,11071,8602],"kji_language":[7733],"class_list":["post-919562","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-belgique","kji_court-eclibecass2026dec-20260423-coh-4","kji_year-7610","kji_subject-fiscal","kji_keyword-hechtenis","kji_keyword-heeft","kji_keyword-onwerkzame","kji_keyword-vergoeding","kji_keyword-verzoeker","kji_language-francais"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.9 (Yoast SEO v27.9) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Rechterlijke beslissing van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.ROH.1 Rolnummer: COH. A.R. 606.N Zaak: G. contra MINISTER VAN JUSTITIE Kamer: COH Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-05-18 12:50 Fiche 1 Thesaurus CAS:...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"11 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\\\/\",\"name\":\"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-05-18T11:25:07+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/05\\\/Logo-Kohen-1000.webp\",\"width\":1000,\"height\":1000,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/en\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4","og_description":"JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Rechterlijke beslissing van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.ROH.1 Rolnummer: COH. A.R. 606.N Zaak: G. contra MINISTER VAN JUSTITIE Kamer: COH Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-05-18 12:50 Fiche 1 Thesaurus CAS:...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"11 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/","name":"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website"},"datePublished":"2026-05-18T11:25:07+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/eclibecass2026dec-20260423-coh-4\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/criminal-law-attorneys-in-paris-counsel-and-strategic-defense\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.4"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/05\/Logo-Kohen-1000.webp","width":1000,"height":1000,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/919562","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=919562"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=919562"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=919562"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=919562"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=919562"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=919562"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=919562"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=919562"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}