{"id":564595,"date":"2026-04-15T04:28:32","date_gmt":"2026-04-15T02:28:32","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/"},"modified":"2026-04-15T04:28:32","modified_gmt":"2026-04-15T02:28:32","slug":"eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Asiel &#8211; Sri Lanka &#8211; beroep ongegrond &#8211; voormalig LTTE gezin &#8211; De minister heeft de verklaringen van eiser over de problemen door zijn relatie niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht &#8211; asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend &#8211; minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer &#8211; situatie in Sri Lanka is voor Tamils verbeterd.<\/p>\n<h3>RECHTBANK DEN HAAG<\/h3>\n<p>Zittingsplaats Groningen<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: NL25.59933<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[naam 1], eiser,<\/h3>\n<p>geboren op [geboortedatum],<\/p>\n<p>van Sri Lankaanse nationaliteit,<\/p>\n<p>V-nummer: [nummer],<\/p>\n<p>(gemachtigde: mr. E. Derksen),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>de minister van Asiel en Migratie, de minister,<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. I. van Es).<\/p>\n<h3>Samenvatting<\/h3>\n<p>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.<\/p>\n<p>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister eisers asielaanvraag terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Sri Lankaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.<\/p>\n<p>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<p>Het asielrelaas<\/p>\n<p>3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser vreest bij terugkeer gearresteerd te worden door de CID vanwege zijn relatie met [naam 2] en deelname aan demonstraties voor de verdwenen personen uit de Tamil gemeenschap. Eisers familie behoorde tot een LTTE-gezin. Eisers vader en broer zijn gearresteerd omdat zij lid waren van de LTTE. De CID kwam de dag na de arrestatie langs het huis van eiser en hebben eiser, zijn moeder en zus bedreigd. Eiser ging samen met zijn moeder sindsdien naar demonstraties om aandacht te vragen voor de verdwenen personen uit de Tamil-gemeenschap. Eiser werd de dag na \u00e9\u00e9n van de demonstraties gearresteerd, vastgezet en mishandeld door de CID. Gedurende deze periode leerde eiser zijn ex-vriendin [naam 2] kennen. [naam 2] is moslima en haar vader wilde niet dat zij een relatie zou hebben met eiser. [naam 2] haar vader dreigde dat hij de CID op eiser af zou sturen als hij de relatie zou voortzetten. Een paar dagen later verschijnt [naam 2] bij eisers woning en wordt zij gevolgd door haar vader. Haar vader bedreigt eiser nogmaals, waarop eiser is gevlucht naar een kerk drie kilometer verderop. Eisers moeder vertelde hem dat de CID naar het huis was gekomen en naar hem op zoek is. Eiser heeft vervolgens besloten om Sri Lanka te ontvluchten.<\/p>\n<p>Het bestreden besluit<\/p>\n<p>4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:<\/p>\n<p>De identiteit, nationaliteit en herkomst;<\/p>\n<p>De deelname aan demonstraties en zijn problemen;<\/p>\n<p>Relatie met [naam 2] en de daardoor ondervonden problemen.<\/p>\n<p>De minister heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst en de deelname aan demonstraties en de daarbij ondervonden problemen geloofwaardig geacht. De minister heeft de relatie met [naam 2] en de daardoor ondervonden problemen deels geloofwaardig geacht. De minister heeft geconstateerd dat eiser zijn verklaringen ten aanzien van de relatie met [naam 2] en de daardoor ondervonden problemen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. De minister heeft vervolgens beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dit is volgens de minister niet het geval nu niet wordt voldaan aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Volgens de minister vormen de verklaringen over de relatie met [naam 2] en daardoor ondervonden problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarnaast heeft eiser de asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend.<\/p>\n<p>Heeft de minister een goede geloofwaardigheidsbeoordeling verricht?<\/p>\n<p>5. Met de publicatie van de WI 2024\/6 heeft de minister een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling ge\u00efntroduceerd voor asielzaken. De oude WI 2014\/10 is hiermee vervangen. De minister heeft deze nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling ook vastgesteld in beleid. In de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling worden drie stappen onderscheiden. In stap 1 gaat het om het verzamelen van informatie. De vreemdeling dient hierbij alle relevante elementen ter onderbouwing van zijn asielaanvraag in te dienen. Bij het vaststellen van de relevante feiten en omstandigheden bestaat er een samenwerkingsverplichting tussen de vreemdeling en de minister. De minister stelt in stap 1 uiteindelijk de asielmotieven vast. In stap 2 toetst de minister deze asielmotieven op geloofwaardigheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen stap 2a en stap 2b. In stap 2a beoordeelt de minister of een vreemdeling voldoende objectief bewijsmateriaal heeft overgelegd om het betreffende asielmotief aannemelijk te maken. Indien er niet is voldaan aan stap 2a gaat de minister over naar stap 2b. In die stap beoordeelt de minister de geloofwaardigheid van het asielrelaas aan de hand van een aantal voorwaarden.<\/p>\n<p>Niet in geschil is dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn asielaanvraag. De minister is dan ook terecht overgegaan tot het beoordelen van de geloofwaardigheid van het asielrelaas (stap 2b). Dat de minister daartoe overgaat is in lijn met artikel 5 van de Kwalificatierichtlijn en artikel 31, zesde lid van de Vw.<\/p>\n<p>Heeft de minister asielmotief 3 ten onrechte ongeloofwaardig geacht?<\/p>\n<p>6. De rechtbank is van oordeel dat de minister de verklaringen van eiser over de problemen door de relatie met [naam 2] niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank stelt daarbij voorop dat het aan eiser is om zijn asielaanvraag te onderbouwen. De minister heeft daarom mogen verwachten van eiser dat hij de positie van de vader van [naam 2] kan onderbouwen. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser wanneer hij werd gevraagd naar de politieke positie en de functie van [naam 2]\u2019s vader hierop enkel kon reageren dat hij een hoge positie had binnen de Moslim Hongras partij. Eiser verklaart verder dat hij geen details weet, dat hij alleen weet dat de vader politieke macht heeft en dat [naam 2] hem dit heeft verteld. Eiser verklaart daarnaast dat hij niet weet of de vader van [naam 2] op internet is terug te vinden en dat hij nog contact heeft met een vriendin van [naam 2] en dat hij zou vragen om een foto van [naam 2]\u2019s vader. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank aan eiser mogen tegenwerpen dat hij dit niet heeft gedaan. De rechtbank volgt eiser daarom niet in de stelling dat het onredelijk is dat de minister van eiser verlangt dat hij objectieve bronnen ter onderbouwing van de persoonlijke invloed en macht van de vader van [naam 2] overlegt.<\/p>\n<p>De rechtbank is verder van oordeel dat anders dan eiser stelt de minister het relaas niet enkel ongeloofwaardig heeft geacht vanwege het ontbreken van documenten. De minister heeft namelijk een geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt op basis van de door eiser afgelegde verklaring. Hieruit heeft de minister geconcludeerd dat eiser ook met zijn verklaringen zijn stellingen niet heeft onderbouwd. Daarbij betrekt de rechtbank dat de minister ook heeft kunnen tegenwerpen aan eiser dat uit de algemene landeninformatie niet volgt dat de CID zich bezig houdt met relationele omstandigheden. Eisers stelling dat hij meer in de belangstelling van de CID staat vanwege de relatie en de relatie daarom in samenhang met zijn LTTE-afkomst moet worden gezien, is onvoldoende onderbouwd en leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser heeft verklaard op dit moment geen relatie te hebben en dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat uit landeninformatie volgt dat de CID zich bezig houdt met zware strafrechtelijke verdenkingen. Anders dan eiser aanvoert sluiten de verklaringen van eiser op dit punt dus niet aan bij de landeninformatie. De rechtbank is niet gebleken dat de minister eisers problemen enkel heeft gekwalificeerd als relationele problematiek tussen twee jongvolwassenen. De rechtbank volgt eiser, gelet op het voorgaande, niet in de stelling dat er sprake is van een onjuiste duiding van reeds naar voren gebrachte verklaringen in samenhang met objectieve landeninformatie. De beroepsgrond slaagt niet.<\/p>\n<p>Heeft de minister eiser ten onrechte tegengeworpen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend?<\/p>\n<p>7. De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser niet ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Hiertoe overweegt de rechtbank dat alhoewel eiser een lopende asielprocedure had in Litouwen, de minister van hem heeft mogen verwachten dat hij zich bij aankomst in Nederland zou melden. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiser heeft verklaard dat hij heeft gewacht met het indienen van een asielaanvraag in Nederland uit angst om terug te worden gestuurd naar Litouwen. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat dit geen verschoonbare reden is voor het niet zo spoedig mogelijk indienen van een asielaanvraag in Nederland. Eisers stelling dat het niet tijdig indienen van een asielaanvraag niet automatisch tot een negatieve geloofwaardigheidsbeoordeling mag leiden volgt de rechtbank niet. Gelet op het onder 6 en 6.1 overwogene heeft verweerder ook andere redenen om het asielrelaas op onderdelen niet geloofwaardig te vinden. De beroepsgrond slaagt niet.<\/p>\n<p>Heeft de minister ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade bij terugkeer?<\/p>\n<p>8. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer. Daarbij betrekt de rechtbank dat de minister heeft kunnen wijzen op de veranderde situatie voor Tamils. Uit het Thematisch Ambtsbericht volgt namelijk dat de situatie voor Tamils in Sri Lanka is verbeterd. De rechtbank overweegt verder dat de minister ook terecht heeft gewezen op de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die is bevestigd door de Afdeling op 6 november 2025. Uit deze uitspraak volgt namelijk dat de aandacht van de Sri Lankaanse autoriteiten voornamelijk uitgaat naar personen die prominent actief zijn voor verboden Tamilorganisaties of die zich openlijk hebben uitgelaten voor een onafhankelijk Tamil Eelam. Ook blijkt uit de uitspraak dat er in toenemende mate ruimte is voor (discussies over) Tamilherdenkingen en demonstraties. Uit de verklaringen van eiser blijkt niet dat hij prominent actief is. De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat uit het Thematisch Ambtsbericht volgt dat in de verslagperiode familieleden van LTTE-gezinnen niet of nauwelijks worden gearresteerd of in detentie worden geplaatst. De minister heeft daarbij ook mogen betrekken dat het enkel staande houden en ondervragen op de luchthaven bij binnenkomst niet per definitie leidt tot een schending van artikel 3 van het EVRM. De minister heeft aldus naar het oordeel van de rechtbank voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiser bij terugkeer geen re\u00ebel risico loopt op vervolging dan wel ernstige schade. Eisers stelling dat hij vanwege zijn politieke overtuiging en activiteiten in het buitenland bij terugkeer een re\u00ebel risico loopt op vervolging dan wel ernstige schade volgt de rechtbank gelet op het voorgaande dan ook niet. De rechtbank is tot slot van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor het traumatabeleid. De rechtbank overweegt hiertoe dat, zoals eerder overwogen, uit het Thematisch Ambtsbericht en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem volgt dat de situatie voor Tamils is verbeterd. De beroepsgrond slaagt niet.<\/p>\n<p>Heeft de minister ten onrechte geconcludeerd dat er geen schending is van artikel 8 van het EVRM?<\/p>\n<p>9. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen schending is van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank overweegt dat de vraag of er beschermenswaardig familieleven is met [naam 2] in Sri Lanka niet van belang is voor de beoordeling van schending van artikel 8 van het EVRM in Nederland. Daarbij betrekt de rechtbank dat de minister niet ten onrechte de door eiser ondervonden problemen in Sri Lanka vanwege de relatie met [naam 2] als ongeloofwaardig heeft beoordeeld en dat er bij terugkeer geen re\u00ebel risico is op schending van artikel 3 van het EVRM. De rechtbank volgt eiser niet in de stelling dat de minister niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht van artikel 3:46 van de Awb. Alhoewel het bestreden besluit op dit punt summier is, is de rechtbank van oordeel dat de minister alle relevante belangen heeft meegewogen. De beroepsgrond slaagt niet.<\/p>\n<p>Inreisverbod<\/p>\n<p>10. De rechtbank is van oordeel dat de minister een inreisverbod heeft kunnen opleggen. Eisers stelling dat een inreisverbod voor een langdurige beperking van fysiek contact tussen hem en zijn zus leidt volgt de rechtbank niet. Eiser heeft het hechte en duurzame karakter van zijn relatie met zijn zus namelijk niet onderbouwd. De rechtbank overweegt verder dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers zus in Nederland verblijft op basis van een reguliere verblijfsvergunning. Eiser heeft dit niet betwist. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat er geen belemmeringen zijn gebleken dat het contact tussen eiser en zijn zus niet in Sri Lanka kan worden uitgeoefend. De rechtbank is aldus van oordeel dat de minister in het voorgaande geen belemmering heeft hoeven zien voor het opleggen van een inreisverbod. De beroepsgrond slaagt niet.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van zijn asielaanvraag in stand blijft. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:<\/p>\n<p>Informatie over hoger beroep<\/p>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Vreemdelingenwet 2000.<\/li>\n<li>Criminal Investigation Department.<\/li>\n<li>Liberation Tigers of Tamil Eelam.<\/li>\n<li>P. 17 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>P. 18 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>P. 42 van het Thematisch Ambtsbericht van juni 2024.<\/li>\n<li>Uitspraak van 30 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18007.<\/li>\n<li>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RVS:2025:5388.<\/li>\n<li>R.o. 8.1.<\/li>\n<li>P. 23 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>P. 48 van het Thematisch ambtsbericht van juni 2024.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8627\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Asiel &#8211; Sri Lanka &#8211; beroep ongegrond &#8211; voormalig LTTE gezin &#8211; De minister heeft de verklaringen van eiser over de problemen door zijn relatie niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht &#8211; asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend &#8211; minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer &#8211; situatie in Sri Lanka is voor Tamils verbeterd.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[7610],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7672,7673,11269,8102,9025],"kji_language":[7671],"class_list":["post-564595","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-7610","kji_subject-divers","kji_keyword-eiser","kji_keyword-heeft","kji_keyword-lanka","kji_keyword-minister","kji_keyword-onrechte","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"pt_PT\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Asiel - Sri Lanka - beroep ongegrond - voormalig LTTE gezin - De minister heeft de verklaringen van eiser over de problemen door zijn relatie niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht - asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend - minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer - situatie in Sri Lanka is voor Tamils verbeterd.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Tempo estimado de leitura\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 minutos\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \\\/ NL25.59933 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-15T02:28:32+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"pt-PT\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \\\/ NL25.59933\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"pt-PT\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"pt-PT\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/pt-pt\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/","og_locale":"pt_PT","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933","og_description":"Asiel - Sri Lanka - beroep ongegrond - voormalig LTTE gezin - De minister heeft de verklaringen van eiser over de problemen door zijn relatie niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht - asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend - minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer - situatie in Sri Lanka is voor Tamils verbeterd.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Tempo estimado de leitura":"12 minutos"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/#website"},"datePublished":"2026-04-15T02:28:32+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/#breadcrumb"},"inLanguage":"pt-PT","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/eclinlrbdha20268627-rechtbank-den-haag-10-04-2026-nl25-59933\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2026:8627 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 \/ NL25.59933"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"pt-PT"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"pt-PT","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/564595","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=564595"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=564595"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=564595"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=564595"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=564595"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=564595"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=564595"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/pt-pt\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=564595"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}