{"id":577763,"date":"2026-04-16T14:01:32","date_gmt":"2026-04-16T12:01:32","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/"},"modified":"2026-04-16T14:01:32","modified_gmt":"2026-04-16T12:01:32","slug":"eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Beroep tegen verkeersbesluit Uithoorn. Verweerder beoogd hiermee het landbouwverkeer uit het dorpscentrum van Uithoorn te weren. Ongegrond.<\/p>\n<h3>RECHTBANK AMSTERDAM<\/h3>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: AMS 23\/3684<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[bedrijf 1] , te [plaats 1] , hierna \u2018 [bedrijf 1] \u2019<\/h3>\n<p>en<\/p>\n<p>[bedrijf 2]<br \/>\n [plaats 2] , hierna \u2018 [bedrijf 2] \u2019<\/p>\n<p>tezamen eisers<\/p>\n<p>(gemachtigde: mr. S. Rorije),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn, verweerder<\/h3>\n<p>(gemachtigde: [gemachtigde] ).<\/p>\n<h3>Samenvatting<\/h3>\n<p>Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit van 16 november 2022 van verweerder tot het gesloten verklaren van de [adres 1] , tussen de [adres 2] en de gemeentegrens met De Ronde Venen, voor autobussen, vrachtauto&#039;s en voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines. Eisers zijn het niet eens met dit verkeersbesluit. Zij hebben hiertegen bezwaar gemaakt en beroep ingediend tegen de beslissing op het bezwaar. Eisers voeren in beroep een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder in redelijkheid tot de beslissing op het bezwaar heeft kunnen komen.<\/p>\n<p>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder naar behoren heeft gemotiveerd dat het verkeersbesluit de verkeersveiligheid ten goede komt en de door het verkeer veroorzaakte overlast ter plaatste beperkt. Verweerder heeft de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit afgewogen tegen de met het verkeersbesluit te dienen belangen. Deze belangenafweging is inzichtelijk en de uitkomst van de belangenafweging is niet onevenredig in verhouding tot de doelen van het verkeersbesluit. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>Met het primaire besluit van 16 november 2022 (het verkeersbesluit) heeft Uithoorn een besluit genomen tot het gesloten verklaren van de [adres 1] , tussen de [adres 2] en de gemeentegrens met De Ronde Venen, voor autobussen, vrachtauto&#039;s en voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines.<\/p>\n<p>Met het bestreden besluit van 4 mei 2023 heeft Uithoorn de bezwaren van eisers ongegrond verklaard en de bezwaren van andere bezwaarmakers niet-ontvankelijk verklaard.<\/p>\n<p>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, [persoon 1] , [persoon 2] namens [bedrijf 2] , de gemachtigde van verweerder en [persoon 3] , beleidsmedewerker verkeer Uithoorn.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<p>Achtergrond<\/p>\n<p>Op 4 november 2002 komen onder andere de provincie Noord-Holland en gemeenten Uithoorn en De Ronde Venen het Regioakkoord Masterplan N201 overeen. Het doel hiervan is het leveren van een bijdrage aan het oplossen van bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen in de regio en het verbeteren van de verkeersveiligheid door middel van de omlegging van de N201 die door het dorpscentrum van Uithoorn loopt.<\/p>\n<p>Op 24 november 2004 komen onder andere provincie Noord-Holland en gemeente Uithoorn de Realisatieovereenkomst N201+ overeen. In artikel 7.5 van deze overeenkomst staat dat het deel van de N201 dat door Uithoorn loopt aan Uithoorn wordt overgedragen. Hier valt onder andere de [adres 1] tussen de [adres 3] en de [adres 4] onder. Ook staat in deze bepaling dat deze weg heringericht wordt om doorgaand verkeer, zonder lokale bestemming, zoveel mogelijk te weren. Verder staat in de overeenkomst dat landbouwverkeer niet wordt toegestaan op de nog om te leggen N201. Gemeente De Ronde Venen treedt met ingang van 3 december 2008 als partij toe tot de Realisatieovereenkomst N201+.<\/p>\n<p>In 2011 onderzoekt adviesbureau [bedrijf 3] in opdracht van Uithoorn wat de gevolgen zijn voor het landbouwverkeer als dit verkeer wordt geweerd van de [adres 3] . In het rapport \u2018Landbouwverkeer N201\u2019 van 21 december 2011 zijn twaalf alternatieve routes voor het landbouwverkeer uitgewerkt. [bedrijf 3] voert in maart 2012 een kwalitatief onderzoek uit (landbouwverkeertelling). Hieruit blijkt dat er maximaal zeventien landbouwvoertuigen per dag over de [adres 3] rijden. In een rapport van 14 augustus 2012 zijn de alternatieve routes nader uitgewerkt. Hieruit blijkt dat het enige alternatief voor het landbouwverkeer, zonder noodzakelijke vergaande aanpassingen aan de weg, de route is via [adres 5] , [adres 6] en de [adres 7] (omrijdroute). Wel adviseert [bedrijf 3] dat het ter verbetering van de verkeersveiligheid wenselijk is als er een aantal passeerhavens op de N231 worden aangelegd. Bij deze route moet het landbouwverkeer ongeveer 13,5 kilometer omrijden wat een omrijdtijd oplevert van 32 minuten.<\/p>\n<p>De N201 loopt sinds 15 mei 2014 niet meer door het dorpscentrum van Uithoorn. De weg door Uithoorn is omgenummerd naar N196 . Op 8 oktober 2014 legt Uithoorn een ontwerpbesluit ter inzage. Met dit ontwerpbesluit beoogt Uithoorn doorgaand verkeer te weren op het deel van de N196 tussen de [adres 3] en de [adres 4] . In dit besluit licht Uithoorn toe dat er, ondanks de omgelegde N201, dagelijks 12.000 voertuigen over de [adres 3] rijden en dat de omlegging niet leidt tot een autoluw dorpscentrum. Uithoorn ziet uiteindelijk af van het nemen van het ontwerpbesluit.<\/p>\n<p>Op 29 september 2015 kondigt Uithoorn een stappenplan aan. Omdat de definitieve inrichting van het dorpscentrum nog niet is vastgesteld, wil Uithoorn volgens het stappenplan een tijdelijke inrichting instellen. De tijdelijke inrichting bestaat uit het nemen van een verkeersbesluit om doorgaand verkeer zonder lokale bestemming te ontmoedigen en om landbouw- en vrachtverkeer te weren uit het dorpscentrum. Op 8 oktober 2015 is de N196 aan Uithoorn overgedragen.<\/p>\n<p>Met een verkeersbesluit van 3 maart 2016 wordt de route voor autoverkeer op de [adres 1] tussen de [adres 3] en de [adres 4] verlegd en ingericht als een 30 km\/h-zone. Zwaar verkeer, waaronder landbouwverkeer, wordt door middel van een geslotenverklaring geweerd. Landbouwverkeer moet omrijden via de [adres 7] . Vrachtwagens kunnen gebruikmaken van de N201 en de N231 . Personenauto\u2019s en langzaam verkeer behouden de mogelijkheid om het dorpscentrum van Uithoorn te bereiken, waarbij met name personenauto\u2019s met een bestemming buiten het dorpscentrum worden ontmoedigd om van deze route gebruik te maken. De nieuwe situatie wordt bewerkstelligd door de plaatsing van borden en markeringen. De tijdelijke maatregel heeft een looptijd van 5 jaar. Tegen de tijd dat deze periode is verstreken moet er een definitief plan over de inrichting van het dorpscentrum zijn.<\/p>\n<p>Deze rechtbank heeft met de uitspraak van 24 oktober 2017 de beroepen tegen het verkeersbesluit van 3 maart 2016 ongegrond verklaard. Met de uitspraak van 24 juli 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) de hoger beroepen ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.<\/p>\n<p>Totstandkoming van het verkeersbesluit en het bestreden besluit<\/p>\n<p>Op 1 december 2020 is door het college van burgemeester en wethouders het definitieve ontwerp van het verkeersplan vastgesteld, dat ten grondslag ligt van het verkeersbesluit. In het uiteindelijke plan blijft het dorpscentrum open voor verkeer in twee richtingen. De [adres 1] , krijgt een brede, verhoogde middenberm met een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur. Deze groene uitstraling geeft de automobilist het idee dat hij gast is in een centrumgebied. Om dit beeld te versterken, komen er brede trottoirs en wordt dit gedeelte van de [adres 1] onderdeel van een 30 km\/h-zone. Er komen bovendien plateaus waar de voetgangers kunnen oversteken, brede fietsstroken op de rijbanen en een rotonde om de conflictsnelheid te verlagen en de verkeersveiligheid van met name de primaire doelgroep voetgangers en fietsers te verhogen.<\/p>\n<p>Met het verkeersbesluit wordt het gedeelte van de [adres 1] dat is gelegen tussen de [adres 2] en de gemeentegrens met De Ronde Venen gesloten verklaard voor vrachtauto\u2019s, autobussen, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines. Verweerder heeft aan het verkeersbesluit de volgende belangen, als bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw), ten grondslag gelegd: het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers, het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu en het voorkomen of beperken van de aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.<\/p>\n<p>Het belang van een veilige en leefbare verkeerssituatie staat voorop. De weg wordt onderdeel van een centrumgebied en een verbindende factor voor de aanliggende verblijfsgebieden in en nabij het centrum van Uithoorn. Dit bevordert de veiligheid en leefbaarheid van Uithoorn als geheel. Met de voorliggende verkeersmaatregelen krijgt het voornoemde deel van de [adres 1] vooral een functie voor het plaatselijke verkeer in Uithoorn waarbij uitwisseling en het verblijven centraal staat. Het langzaam rijdende, grote en zware verkeer dat valt onder de geslotenverklaring van bord C8 mag geen gebruik maken van de nieuwe N201 en is daardoor genoodzaakt om een alternatieve route te kiezen via de N231 door het buitengebied ( [adres 7] ), dan wel te kiezen voor het vervoer over de N201 middels een dieplader. De nieuwe situatie wordt bewerkstelligd door de plaatsing van borden en markeringen.<\/p>\n<p>De belangen leefbaarheid en verkeersveiligheid zijn gewogen ten aanzien van de belangen bij de doorstroming van de weg. De belangen van de landbouwbedrijven hebben in dit kader minder zwaar gewogen dan het belang van de bewoners en de ondernemers van Uithoorn bij een leefbaarder en verkeersveiliger dorpscentrum, aldus verweerder in het verkeersbesluit.<\/p>\n<p>In het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eisers tegen het verkeersbesluit ongegrond verklaard en hiertoe overwogen dat vanuit het beoogde doel van veiligheid en leefbaarheid, binnen de beleidsruimte die verweerder toekomt, het belang van verkeersveiligheid zwaarder mag worden gewogen ten opzichte van het belang van landbouwverkeer om van het afgesloten deel van de [adres 1] gebruik te maken. Er is voldoende mogelijkheid voor het landbouwverkeer om om te rijden en de omrijdtijden zijn acceptabel.<\/p>\n<p>Bespreking van de beroepsgronden<\/p>\n<p>Opmerking over andere bezwaarmakers<\/p>\n<p>5. Eisers hebben in het beroepschrift opgemerkt dat de andere bezwaarmakers in het bestreden besluit ten onrechte niet als belanghebbende zijn aangemerkt en niet-ontvankelijk zijn verklaard. Tijdens de zitting hebben eisers toegelicht dat dit geen beroepsgrond betreft maar een opmerking, dit punt laat de rechtbank dan ook verder onbesproken.<\/p>\n<p>Uniforme openbare voorbereidingsprocedure en geen voorafgaand overleg<\/p>\n<p>Eisers voeren aan dat het verkeersbesluit direct als definitief verkeersbesluit is gepubliceerd, er is geen conceptbesluit gepubliceerd dat open stond voor het indienen van zienswijzen. Volgens eisers is sprake van een tekortkoming in het verkeersbesluit, omdat geen overleg is gevoerd met eisers. Gezien de negatieve gevolgen voor het landbouwverkeer, had verweerder ter voorbereiding van het verkeersbesluit met eisers in overleg moeten treden.<\/p>\n<p>Voor zover eisers hiermee betogen dat verweerder ten onrechte niet de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft toegepast, volgt de rechtbank dit niet. Deze procedure is namelijk niet verplicht voor verkeersbesluiten. Voor zover eisers stellen dat verweerder, ondanks het niet verplicht is, toch had moeten kiezen voor de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure en dat het besluit hierdoor onzorgvuldig is voorbereid, slaagt deze beroepsgrond niet. De rechtbank overweegt dat verweerder bij de voorbereiding van het verkeersbesluit alle procedurele vereisten van de Wvv en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer in acht heeft genomen. Daarbij is advisering gevraagd van en overleg gepleegd met de gemandateerde specialist van het team Verkeersveiligheid van het team Verkeersveiligheidsadvisering, namens de politiechef politieregio Amsterdam. Verder heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente De Ronde Venen en de betrokken provincies.<\/p>\n<p>Van belang is ook dat het voorgaande vrijwel identieke verkeersbesluit uit 2026 in beroep en hoger beroep is getoetst. Tijdens deze procedures hebben eisers hun argumenten tegen de wegafsluiting die met het verkeersbeleid wordt gerealiseerd al naar voren gebracht. Dat verweerder onder deze omstandigheden niet heeft gekozen voor de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure, acht de rechtbank niet onzorgvuldig. De omstandigheid dat verweerder ter voorbereiding van het verkeersbesluit niet (ook) met eisers in overleg is getreden, is onvoldoende om de voorbereiding onzorgvuldig te achten.<\/p>\n<p>Gewekte indruk<\/p>\n<p>Eisers voeren aan dat door het niet uitvoeren van het tijdelijke verkeersbesluit en de huidige verkeersinrichting de indruk is ontstaan dat de geslotenverklaring niet geeffectueerd zou worden.<\/p>\n<p>Voor zover eisers hiermee betogen dat sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel, slaagt deze beroepsgrond niet. Niet is gebleken van concrete toezeggingen of anderszins gewekte concrete rechtens te honoreren verwachtingen die kunnen leiden tot een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. Integendeel, verweerder is in de jaren voorafgaand aan het bestreden besluit doorgegaan met het realiseren van aanpassingen, zoals bijvoorbeeld het herinrichten van het dorpscentrum, ter uitvoering van het voorgenomen plan (onder meer omschreven in het \u201cMasterplan Dorpscentrum\u201d) om de kern van Uithoorn veilig en leefbaar te maken, waar het weren van zwaar en groot verkeer waaronder autobussen, vrachtauto\u2019s, landbouw- en bosbouwtrekkers, essentieel onderdeel van was.<\/p>\n<p>Gewijzigde situatie<\/p>\n<p>Eisers voeren aan dat het verkeersbesluit uit 2016 weliswaar inhoudelijk vrijwel hetzelfde is als het verkeersbesluit van 2022, maar dat de inrichting van de [adres 1] niet meer hetzelfde is zoals werd beoogd bij de tijdelijke inrichting in 2016. De huidige inrichting van de [adres 1] is veel ruimer dan toentertijd werd beoogd en het doorgaande autoverkeer wordt ook niet belemmerd. Volgens eisers is ook wijziging gekomen in het aantal verkeersintensiteiten. In 2016 bedroeg het aantal voertuigbewegingen 11.000 per etmaal, nu rijden volgens eisers ongeveer 6000 motorvoertuigen per etmaal op de [adres 1] , aldus eisers in het beroepschrift. Op de zitting hebben eisers nader toegelicht dat uit tellingen van de naburige gemeente De Ronde Venen blijkt dat er nog steeds 9000 persoonsauto\u2019s per etmaal op de [adres 1] rijden. Die aantallen laten zien dat geen sprake is van een autoluwe weg of rustig dorpscentrum. Er rijdt nog altijd veel verkeer, aldus eisers.<\/p>\n<p>De rechtbank begrijpt deze beroepsgrond zo dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat, omdat verweerder in het verkeersbesluit geen rekening heeft gehouden met de ontwikkelingen na het laatste, inhoudelijk vrijwel identieke, verkeersbesluit uit 2016. Dit volgt de rechtbank niet. Uit het verkeersbesluit blijkt dat verweerder de ontwikkelingen die sinds de laatste verkeersbesluit hebben plaatsgevonden wel heeft betrokken bij de besluitvorming. De motivering van het verkeersbesluit is mede gebaseerd op het definitieve ontwerp van het verkeersplan \u201cDorpshart aan de Amstel\u201d voor het centrum van Uithoorn, vastgesteld op 1 december 2020 en dus lang na het voorgaande verkeersbesluit van 2016. In het verkeersbesluit is beschreven is dat het dorpscentrum open blijft voor verkeer in twee richtingen en dat de [adres 1] een brede, verhoogde middenberm krijgt en een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur. Er komen brede trottoirs en plateaus waar de voethangers kunnen oversteken, brede fietsstroken op de rijbaan en een rotonde om de conflictsnelheid te verlagen en de verkeersveiligheid van met name de primaire doelgroep, voethangers en fietsers, te verhogen. Gelet hierop is de huidige, ruimere inrichting, anders dan eisers stellen, wel betrokken bij de besluitvorming.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de gestelde aantal voertuigbewegingen van 6000 of 9000 per etmaal op de Koningin M\u00e1ximalaan, overweegt de rechtbank dat verweerder deze aantallen heeft bestreden en dat eisers dit verder onvoldoende hebben onderbouwd. Uit de gestelde cijfers blijkt dat blijkt dat de intensiteit van het verkeer op de [adres 1] aanzienlijk is afgenomen. Wat er ook van zij, in de omstandigheid dat er tegenwoordig geen sprake is van een autoluwe weg en er nog veel verkeer rijdt op de [adres 1] , ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de ontwikkelingen na 2016 en dat het bestreden besluit daarom een motiveringsgebrek bevat. Niet is gebleken dat sprake is van zodanig gewijzigde omstandigheden, dat verweerder gehouden was opnieuw onderzoek naar de verkeerbewegingen te doen en zich niet kon baseren op het onderzoek van [bedrijf 3] , dat ook aan het voorgaande verkeersbesluit ten grondslag was gelegd.<\/p>\n<p>Belangenafweging<\/p>\n<p>Eisers voeren aan dat met de geslotenverklaring voor landbouwverkeer onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van dit verkeer. Door het verkeersbesluit moet het landbouwverkeer volgens eisers ongeveer 11,8 km omrijden, hetgeen resulteert in een extra reistijd van minimaal 22 minuten per rit. Dit heeft forse economische schade voor de ondernemers tot gevolg. Er is geen alternatieve route voor het landbouwverkeer zonder ver om te rijden, terwijl andere deelnemers wel een alternatieve route hebben. De inrichting van de weg en de verkeersintensiteiten zijn anders dan in 2016 en in het verkeersbesluit worden geen aantallen voertuigenbewegingen genoemd. Het niet betrekken van de verkeersintensiteiten maakt de belangenafweging onvoldoende en mogelijk zelfs onredelijk. Het is de vraag of het weren van de 20 tot 30 landbouwvoertuigen per dag van dermate grote invloed is op de verkeersveiligheid en de leefbaarheid als verweerder aanneemt. Vooral als je dit plaatst in het licht van de 6.000 motorvoertuigen die deze weg nu per<\/p>\n<p>etmaal passeren, aldus eisers in het beroepschrift. Op de zitting hebben eisers nader toegelicht dat uit tellingen van de naburige gemeente De Ronde Venen blijkt dat er nog steeds 9000 persoonsauto\u2019s per etmaal en ook een substantieel deel van het vrachtverkeer gebruik maken van de [adres 1] . Het verkeersbesluit is niet noodzakelijk en niet uit te leggen. Het betreft hier een beperkt aantal landbouwvoertuigen terwijl de inrichting van de weg het landbouwverkeer niet hoeft uit te sluiten, aldus eisers.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt voorop dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen in artikel 2 van de Wvw. Verweerder hoeft de absolute noodzaak van een verkeersbesluit niet aan te tonen, maar moet wel naar behoren motiveren wat nodig is, gelet op de verkeersbelangen en de gevolgen daarvan inzichtelijk maken. Vervolgens moet verweerder de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor \u00e9\u00e9n of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit. Bij die afweging heeft verweerder beleidsruimte. De rechtbank gaat niet na of zij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen, maar kijkt of de belangenafweging inzichtelijk is en of de uitkomst van de belangenafweging evenredig is met het doel van het verkeersbesluit.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt vast dat, zoals hiervoor overwogen, verweerder op 3 maart 2016 inhoudelijk vrijwel hetzelfde verkeersbesluit heeft genomen met betrekking tot een geslotenverklaring voor onder meer landbouwvoertuigen. Met dit besluit tot tijdelijke inrichting werd ook dezelfde doelstelling beoogd als het verkeersbesluit 16 november 2022 die hier ter beoordeling staat. Er zijn tegen het huidige bestreden verkeersbesluit vergelijkbare gronden door eisers aangevoerd als de gronden aangevoerd in de beroepsprocedure en in de hoge beroepsprocedure tegen het verkeersbesluit uit 2016. Deze rechtbank heeft met de uitspraak van 24 oktober 2017 het beroep van eisers tegen dat eerdere verkeersbesluit ongegrond verklaard en de Afdeling heeft deze uitspraak van de rechtbank op 24 juli 2019 bevestigd.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt verder vast dat doelstelling en motivering van het thans bestreden verkeersbesluit vrijwel identiek zijn gebleven ten opzichte van het vorige verkeersbesluit, er zijn slechts enige wijzigingen in de feitelijke verkeerssituatie. Het gaat om de herinrichting van het dorpscentrum en de wijziging in het aantal voertuigbewegingen op de [adres 1] , volgens eisers van 11.000 per etmaal in 2016 naar ongeveer 6000 of 9000 per etmaal in 2025. Deze cijfers worden door verweerder bestreden, maar vaststaat dat de [adres 1] open is gebleven voor verkeer en dat, ook als uit deze door eiseres genoemde cijfers zou worden uitgegaan, blijkt dat de intensiteit van het verkeer op deze weg aanzienlijk is afgenomen.<\/p>\n<p>Met het verkeersbesluit beoogt verweerder het landbouwverkeer uit het dorpscentrum van Uithoorn te weren. Volgens verweerder hoort dit verkeer, gelet op de aard en de zwaarte ervan, niet in een dorpskern, omdat dit kan leiden tot gevaarlijke situaties en overlast. Dit standpunt van verweerder komt overeen met de hiervoor genoemde Realisatieovereenkomst N201+. Hierin staat dat de [adres 1] zal worden heringericht waarbij doorgaand verkeer zonder lokale bestemming zoveel mogelijk zal worden geweerd. Ook wordt landbouwverkeer niet worden toegestaan op de nog om te leggen N201. Met de aan het voorgaande verkeersbesluit ten grondslag gelegde verkeerstellingen, gebaseerd op het onderzoek van [bedrijf 3] , die ook aan het thans bestreden besluit ten grondslag worden gelegd, en met de Rapportage trillingsmeting van 24 april 2023, heeft verweerder de noodzaak van de geslotenverklaring voor landbouwverkeer naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. Niet is gebleken dat sprake is van zodanig gewijzigde omstandigheden, dat verweerder gehouden was opnieuw een onderzoek naar de verkeerbewegingen te doen. In hetgeen door appellanten in dit verband naar voren is gebracht, waaronder de herinrichting van het dorpscentrum en de wijziging in het aantal voertuigbewegingen op de [adres 1] , ziet de rechtbank geen aanleiding tot een andere conclusie te komen. Deze wijzigingen zijn namelijk juist een gevolg van het plan waar het verkeersbesluit onderdeel van vormt en waarmee dezelfde doelstelling wordt nagestreefd, namelijk het bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid van (het centrum van) Uithoorn.<\/p>\n<p>Met de hiervoor onder 9.4 weergegeven motivering heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat het verkeersbesluit de verzekering van de veiligheid op de weg ten goede komt en de door het verkeer veroorzaakte overlast ter plaatse beperkt. Hierbij is van belang dat het gaat om zwaar wegverkeer (landbouwvoertuigen). Ook de structuur en samenstelling van het centrum van Uithoorn, dat voornamelijk bestaat uit woningen en winkels, mag hierbij niet uit het oog worden verloren. De rechtbank is daarom van oordeel dat met het verkeersbesluit de belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw, worden gediend.<\/p>\n<p>Verder is komen vast te staan dat de gevolgen van de afsluiting voor landbouwverkeer met het verkeersbesluit voor de landbouwbedrijven groot zijn. Zo zijn de omrijtijden voor deze bedrijven aanzienlijk en zal met name in de oogsttijd veelvuldig moeten worden omgereden. Dit kost deze bedrijven tijd en geld. Aan de andere kant staat, zoals hiervoor overwogen, ook vast dat de verkeersveiligheid en beperking van de door het verkeer veroorzaakte overlast in het centrum van Uithoorn gebaat zijn bij deze afsluiting voor landbouwverkeer. Verweerder heeft al deze belangen onderkend en in zijn besluitvorming meegenomen. Volgens verweerder zijn de gevolgen van het verkeersbesluit voor de landbouwbedrijven zeker ingrijpend maar komt meer gewicht toe aan het belang van de verkeersveiligheid en beperking van de door het verkeer veroorzaakte overlast in Uithoorn.<\/p>\n<p>De rechtbank oordeelt dat de voor de landbouwbedrijven nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Hierbij is van belang dat het totale aantal landbouwvoertuigen dat over dit stukje weg rijdt gemiddeld genomen over het hele jaar relatief klein is, terwijl het weren van landbouwverkeer wel in belangrijke mate de verkeersveiligheid en leefbaarheid in het centrum van Uithoorn ten goede komt. Het gaat om een veilige en leefbare verkeerssituatie in het centrumgebied van Uithoorn waar prioriteit is gegeven aan fietsers en voetgangers. Verweerder heeft de betrokken belangen onderkend en in zijn besluitvorming meegenomen. De verkeersituatie na het verkeersbesluit van 2016 is weliswaar gewijzigd, maar is dit niet zodanig dat verweerder tot een andere belangenafweging had hoeven te komen. De inrichting van de gewraakte weg is juist aangepast vanwege de doelstelling van veiligheid en leefbaarheid. En ook het feit dat de weg nog steeds intensief wordt gebruikt betekent niet dat verweerder \u2013 in het licht van de doelstellingen \u2013 dan ook de belangen van het zwaardere verkeer anders zou moeten wegen.<\/p>\n<p>Van belang is ook dat indien eisers onevenredige economische schade lijden naar aanleiding van dit besluit, zij een onderbouwd beroep kunnen doen op de nadeelcompensatieverordening van Uithoorn. Eisers hebben echter op de zitting aangeven dat het nadeel vermoedelijk niet boven de vereiste drempel van 8% zal uitkomen.<\/p>\n<p>Conclusie en gevolgen<\/p>\n<p>10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat Uithoorn tot het nemen van verkeersbesluit heeft kunnen komen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van<br \/>\nmr.P. Tanis, griffier.<\/p>\n<p>Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2005.<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>rechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:RBAMS:2017:7523.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RVS:2019:2567.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11266\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Beroep tegen verkeersbesluit Uithoorn. Verweerder beoogd hiermee het landbouwverkeer uit het dorpscentrum van Uithoorn te weren. Ongegrond.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7998],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8000,7992,7999,7675,17678],"kji_language":[7671],"class_list":["post-577763","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-amsterdam","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-amsterdam","kji_keyword-beroep","kji_keyword-rbams","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-uithoorn","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Beroep tegen verkeersbesluit Uithoorn. Verweerder beoogd hiermee het landbouwverkeer uit het dorpscentrum van Uithoorn te weren. Ongegrond.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"19 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \\\/ 23\\\/3684 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-16T12:01:32+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \\\/ 23\\\/3684\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684","og_description":"Beroep tegen verkeersbesluit Uithoorn. Verweerder beoogd hiermee het landbouwverkeer uit het dorpscentrum van Uithoorn te weren. Ongegrond.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"19 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/","name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-16T12:01:32+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511266-rechtbank-amsterdam-13-11-2025-23-3684\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11266 Rechtbank Amsterdam , 13-11-2025 \/ 23\/3684"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/577763","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=577763"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=577763"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=577763"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=577763"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=577763"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=577763"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=577763"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=577763"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}