{"id":578436,"date":"2026-04-16T16:05:38","date_gmt":"2026-04-16T14:05:38","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/"},"modified":"2026-04-16T16:05:38","modified_gmt":"2026-04-16T14:05:38","slug":"eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Veroordeling tot een gevangenisstraf van 298 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren, wegens een diefstal met geweld. Verdachte heeft het slachtoffer samen met zijn medeverdachten in zijn woning overvallen en daarbij goederen weggenomen. De oplichting van \u00e9\u00e9n van de medeverdachten is geen rechtvaardiging voor het handelen van verdachte. Ten aanzien van de vordering benadeelde partij wordt de benadeelde voor een groot deel niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing van de vordering.<\/p>\n<p>RECHTBANK GELDERLAND<\/p>\n<p>Team strafrecht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Arnhem<\/p>\n<p>Parketnummer: 05.142871.25<\/p>\n<p>Datum uitspraak : 11 december 2025<\/p>\n<p>Tegenspraak<\/p>\n<p>vonnis van de meervoudige kamer<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>de officier van justitie<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] ,<\/p>\n<p>raadsvrouw: mr. S.C. Sassen, advocaat in Utrecht.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.<\/p>\n<h3>1De inhoud van de tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:<\/p>\n<p>1.<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 5 maart 2025 te [woonplaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goederen van zijn gading (te weten \u20ac 5.000,- aan contant geld, althans enig geldbedrag, en\/of een ledger en\/of sleutels (waaronder een huissleutel en\/of een autosleutel) en\/of een bril van het merk Cartier en\/of een jas van het merk Moncler, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk<br \/>\ngeval aan een ander dan aan verdachte en\/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\/of gevolgd van geweld en\/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door<br \/>\n&#8212; de woning van voornoemde [aangever] binnen te treden en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (met een parfumfles) (meermaals) op\/tegen zijn hoofd te slaan en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (meermaals) op\/tegen het lichaam te slaan en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (meermaals) op\/tegen de schouder en\/of op\/tegen het lichaam te schoppen\/trappen en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] een (keuken)mes op de keel te zetten en\/of &#8212; een (slagers)mes vast te houden en\/of<br \/>\n&#8212; tegen voornoemde [aangever] te zeggen \u201cwe gaan weg met geld, anders ga je mee naar Amsterdam, of jij gaat slapen\u201d en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (in een vluchtpoging) van het balkon terug de woning in te trekken.<\/p>\n<p>2.<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk<br \/>\naanwezig heeft gehad ongeveer 581,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal<br \/>\nbevattende GHB en\/of ongeveer 110,49 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en\/of ongeveer 100,71 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine en\/of en\/of ongeveer 7,87 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende coca\u00efne, zijnde GHB en\/of MDMA en\/of (met)amfetamine en\/of coca\u00efne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.<\/p>\n<p>2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs<\/p>\n<p>Ten aanzien van feit 1: diefstal met geweld in vereniging<\/p>\n<p>De feiten<\/p>\n<p>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.<\/p>\n<p>Op 5 maart 2025 is verdachte (hierna: [verdachte] ) samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar de woning van aangever [aangever] (hierna: aangever) in [woonplaats 1] gegaan. Zij zijn binnengetreden door gebruik te maken van zijn huissleutel die op de voordeur zat. Zij hebben uit deze woning een ledger, huissleutels en een jas van het merk Moncler van aangever weggenomen. Aangever is hierbij op zijn hoofd geslagen met een parfumfles en tegen zijn lichaam geslagen. Aangever heeft hierdoor lichamelijk letsel opgelopen. Aangever heeft nog geprobeerd te vluchten via het balkon, maar hij is (bij zijn eerste vluchtpoging) terug de woning in getrokken.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstal van een ledger, een Moncler jas en de huissleutels. De verdachten hadden een gezamenlijk doel en dat was het wegnemen van goederen ter compensatie van het door [medeverdachte 3] ge\u00efnvesteerde cryptobedrag. Voor de diefstal van de overige goederen in de tenlastelegging moet [verdachte] worden vrijgesproken, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft verder gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het bij de diefstal tenlastegelegde geweld, nu het geweld niet is toegepast met het oogmerk om de diefstal te bevorderen, maar om het vluchten door aangever te voorkomen dan wel omdat [verdachte] terloops in een gevecht belandde met aangever.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft primair bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal met geweld. Er zijn enkel sleutels, een ledger en een jas gestolen van aangever, [verdachte] had hier geen enkele betrokkenheid bij. Van een nauwe en bewuste samenwerking is dan ook geen sprake. Bovendien was van enig opzet op de gepleegde diefstal geen sprake.<\/p>\n<p>Subsidiair stelt de raadsvrouw dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde geweldscomponent. Het door hem gepleegde geweld is niet gepleegd met het oogmerk om de diefstal te vergemakkelijken. [verdachte] wilde aangever enkel niet laten ontkomen, omdat de verdachten nog met hem in gesprek wilden gaan.<\/p>\n<p>Beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank ziet zich voor de vragen gesteld of sprake was van het oogmerk op het plegen van een diefstal met geweld en vervolgens of die diefstal in nauwe en bewuste samenwerking is gepleegd. De rechtbank schetst voor de beantwoording hiervan allereerst de aanleiding en zal vervolgens ingaan op de gestelde vragen.<\/p>\n<p>Aanleiding<\/p>\n<p>[medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij in totaal een bedrag van \u20ac 15.000,00 heeft ge\u00efnvesteerd, zodat aangever voor haar kon handelen in cryptovaluta. Aangever zou haar van alles op de hoogte houden en hij zou \u20ac 10.000,00 op de ledger van [medeverdachte 3] zetten. Het bedrag van \u20ac 5.000,00 zou door aangever actief verhandeld worden. Na \u00e9\u00e9n week zag [medeverdachte 3] dat haar ledger leeg was en dat aangever iets anders met het geld had gedaan. [medeverdachte 3] concludeerde dat zij was opgelicht door aangever. Zij heeft geprobeerd hem te bellen maar hij nam niet op, zij heeft hem ook meerdere sms\u2019jes en een e-mail gestuurd. Aangever reageerde echter nergens op. [medeverdachte 3] is bij de politie geweest om te vragen of zij haar konden helpen haar geld terug te krijgen. De politie kon hier niets in betekenen. Daarop is [medeverdachte 3] ook meerdere keren bij aangever aan de deur gegaan om te vragen wat er met haar geld was gebeurd. Hoewel aangever thuis leek te zijn deed hij zijn deur niet open.<\/p>\n<p>5 maart 2025<\/p>\n<p>[medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij op 5 maart 2025 samen met [medeverdachte 1] bij aangever aan de deur geweest om haar geld terug te vragen. Hij deed weer de deur niet open.<\/p>\n<p>[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij aanbelde bij \u00e9\u00e9n van de buren en zich voordeed als een vriend of kennis. Deze buren openden de centrale toegangsdeur. Eenmaal aangekomen bij de voordeur van de woning van aangever zagen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] dat de sleutelbos op de deur zat. [medeverdachte 1] heeft de huissleutel gepakt en deze aan [medeverdachte 3] gegeven. [medeverdachte 3] heeft vervolgens twee Amsterdammers gebeld. [medeverdachte 1] hoorde [medeverdachte 3] tegen hen zeggen: \u2018Je raadt nooit wat ik heb gevonden, de sleutel\u2019. Zij vroeg hen of ze zo snel mogelijk naar Nijmegen of [woonplaats 1] wilden komen. Twee uur later waren zij in [woonplaats 1] aangekomen.<\/p>\n<p>[verdachte] was \u00e9\u00e9n van deze Amsterdammers. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 3] hem heeft gevraagd of hij aangever wilde benaderen. [verdachte] is naar [medeverdachte 3] toegegaan en hij is met haar naar binnen gegaan bij de woning van aangever. Hij wist dat [medeverdachte 3] door aangever was opgelicht voor een aanzienlijk geldbedrag.<\/p>\n<p>[medeverdachte 2] , de andere Amsterdammer, was op het moment van dat telefoontje bij [verdachte] en hoorde het gesprek. Hij heeft verklaard dat hij met [verdachte] is meegegaan naar de woning van aangever. Hij ging mee om het geld van [medeverdachte 3] terug te halen.<\/p>\n<p>[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 3] toen [verdachte] en [medeverdachte 2] in [woonplaats 1] aankwamen met hen, met gebruikmaking van de sleutel van de woning van aangever bij hem naar binnen zijn gegaan. [medeverdachte 3] gaf de sleutel aan [verdachte] en hij maakte de deur open.<\/p>\n<p>[verdachte] heeft verklaard dat hij als eerste naar binnenging, daarna [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Zij gingen met zijn vieren naar binnen om verhaal te halen bij aangever. [verdachte] is na het binnentreden direct met hem in gevecht geraakt.<\/p>\n<p>[medeverdachte 1] heeft verklaard dat de jongens uit Amsterdam (de rechtbank begrijpt: zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] ) aangever meteen hebben geklapt en geslagen.<\/p>\n<p>[aangever] heeft verklaard dat degene die hem had geslagen, \u201cde leider\u201d, zei \u2018we gaan weg met geld\u2019 en dat hij vroeg om zijn ledger. [medeverdachte 3] had haar eigen ledger meegenomen naar de woning van aangever. Zij wilden dat [aangever] zijn cryptogeld ging overmaken Zij had ook haar laptop bij zich en stond daarmee en met haar ledger klaar om het cryptogeld over te maken.<\/p>\n<p>[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij zijn laptop moest meenemen en daar een app op downloaden die nodig was voor het verhandelen van cryptovaluta.<\/p>\n<p>[medeverdachte 2] heeft verklaard dat er niets is afgesproken tussen het viertal, maar dat wel duidelijk was dat zijn rol het zoeken naar cashgeld zou zijn. Zijn taak was het zoeken naar geld.<\/p>\n<p>[verdachte] heeft verklaard dat hij daar binnen was voor zijn opdracht. Hij kwam daar omdat hij wilde dat zij haar geld terugkreeg, in zijn eigen woorden \u2018letterlijk om geld terug te halen\u2019.<\/p>\n<p>[medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij haar geld terug wilde. Aangever zei dat zijn ledger niet bij hem was, maar bij zijn moeder lag. [medeverdachte 3] heeft in de woning in de zakken van de jas van aangever gevoeld en merkte dat daar een ledger in zat, de ledger waarvan aangever zei dat die bij zijn moeder zou zijn. Deze hebben ze meegenomen en zijn het huis uitgegaan.<\/p>\n<p>[medeverdachte 2] heeft vervolgens deze jas van aangever meegenomen.<\/p>\n<p>Na 5 maart 2025<\/p>\n<p>De moeder van aangever, [getuige] , heeft verklaard dat [medeverdachte 3] op 10 maart 2025 bij haar aan de deur is geweest. [medeverdachte 3] zei dat ze op zoek was naar de zoon van [getuige] , ze wilde haar geld terug. Ook [medeverdachte 1] was hierbij aanwezig.<\/p>\n<p>Oogmerk diefstal met geweld<\/p>\n<p>Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 3] samen met [medeverdachte 1] het doel had om haar ge\u00efnvesteerde geldbedrag van aangever terug te krijgen. Om dit te laten slagen heeft zij [verdachte] gebeld om mee te gaan naar de woning van aangever, nadat [medeverdachte 1] diens huissleutels op de deur van zijn woning had gevonden. [verdachte] was op de hoogte van het feit dat [medeverdachte 3] naar eigen zeggen was opgelicht door aangever. [medeverdachte 2] is met [verdachte] meegekomen. Zij zijn naar de woning gegaan en daar heeft geweld plaatsgevonden jegens aangever door zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] . [verdachte] noemt hierbij dat hij de opdracht had het geld van [medeverdachte 3] terug te halen, kennelijk zonder dat een restrictie was gegeven over de daarbij toe te passen dwang. Voor [medeverdachte 2] was het duidelijk dat hij degene was die geld zou gaan zoeken in de woning. Aangever heeft proberen te vluchten, maar is de woning weer in getrokken. Bij het verlaten van de woning heeft [medeverdachte 2] de Moncler jas van aangever weggenomen en hebben ze de ledger van aangever meegenomen. Ook de huissleutels zijn bij het verlaten van de woning van aangever door de verdachten meegenomen.<\/p>\n<p>De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat sprake was van een duidelijke bedoeling van de verdachten om uit de woning van aangever, zo nodig tegen diens wil, geld, cryptogeld dan wel iets anders van waarde van hem mee te nemen en dus te stelen, ter compensatie van het geldbedrag waarvoor aangever [medeverdachte 3] zou hebben opgelicht. Dat zij te voren in dat verband waarschijnlijk niet specifiek voor ogen hadden waaruit die compensatie zou bestaan doet er niet aan af dat dit oogmerk om compenserende zaken mee te nemen mede het oogmerk omvat op het plegen van diefstal van de ledger van aangever (waarop cryptogeld van aangever al dan niet deels afkomstig uit door [medeverdachte 3] ge\u00efnvesteerd geld zou staan), diens Moncler jas (die een grote waarde vertegenwoordigt) en zijn huissleutels.<\/p>\n<p>Dat verdachten hierbij ook het opzet hadden op het plegen van geweld om deze diefstal mogelijk te maken blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de uiterlijke verschijningsvorm van hun gedragingen.<\/p>\n<p>De vier verdachten zijn samen met zijn vieren, onverwacht en kennelijk zonder toestemming de woning van aangever binnen gedrongen, terwijl aangever eerder de deur niet had geopend voor [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Vanaf het begin is geweld toegepast. [verdachte] en [medeverdachte 2] houden aangever als hij wil weggaan tegen door hem aan te vallen en trekken hem terug de woning in op het moment dat hij wil vluchten.<\/p>\n<p>Hoewel [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zelf geen geweld hebben toegepast jegens aangever geldt voor hen ook, net als voor de andere twee, dat zij in elk geval de aanmerkelijke kans voor lief hebben genomen dat om het gewenste terugpakken van hetgeen waarop [medeverdachte 3] recht meende te hebben mogelijk te maken geweld zou worden gebruikt. Dat volgt er reeds uit dat zij er aan hebben meegewerkt en zelfs mede hebben bewerkstelligd dat onverwacht, zonder toestemming en met een overmacht de woning van aangever werd binnendrongen om het geld op te eisen van aangever die zich niet bereid had getoond dat goedschiks te doen of daarover zelfs in gesprek te gaan. Door daarbij de twee \u201cAmsterdammers\u201d mee te nemen met geen andere opdracht dan dat (het) geld (terug) gepakt moest worden volgt dat zij voor lief namen dat daarbij geweld zou worden gebruikt.<\/p>\n<p>Zij hebben allen bij deze diefstal met geweld ook een wezenlijke bijdrage geleverd, reeds door met zijn vieren tegen de kennelijke wil van aangever daar naar binnen te gaan. Door [verdachte] en [medeverdachte 2] is daadwerkelijk geweld gebruikt. [medeverdachte 3] is degene die twee extra personen heeft opgetrommeld om de woning van aangever binnen te gaan, zij heeft de huissleutel aan [verdachte] gegeven en de ledger in de jas van aangever gevonden die werd meegenomen. [medeverdachte 1] heeft in de middag besloten de huissleutel van aangever uit zijn deur te halen om deze te kunnen gebruiken bij het binnentreden van de woning, hij heeft zijn laptop meegenomen zodat de cryptovaluta van aangever direct kon worden overgemaakt. Dit alles gebeurde in de wetenschap dat aangever het geld van [medeverdachte 3] tot dusver niet vrijwillig wilde teruggeven.<\/p>\n<p>Nauwe en bewuste samenwerking<\/p>\n<p>Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, was er sprake van een plan om de woning binnen te dringen om onder dwang (crypto)geld of iets anders van waarde mee te nemen. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten gericht op zowel het plegen van de diefstal als het daarbij gebruikte geweld tegen aangever.<\/p>\n<p>Op grond van al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van een diefstal met geweld in vereniging.<\/p>\n<p>Ten aanzien van feit 2: bezit van harddrugs<\/p>\n<p>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.<\/p>\n<p>Bewijsmiddelen:<\/p>\n<p>&#8212; het proces-verbaal van bevindingen, p. 245 t\/m 247;<\/p>\n<p>&#8212; het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 377 t\/m 392;<\/p>\n<p>&#8212; het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 392 t\/m 413;<\/p>\n<p>&#8212; de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 november 2025.<\/p>\n<h3>3De bewezenverklaring<\/h3>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:<\/p>\n<p>1.<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 5 maart 2025 te [woonplaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goederen van zijn gading (te weten \u20ac 5.000,- aan contant geld, althans enig geldbedrag, en\/of een ledger en\/of sleutels (waaronder een huissleutel en\/of een autosleutel) en\/of een bril van het merk Cartier en\/of een jas van het merk Moncler, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk<br \/>\ngeval aan een ander dan aan verdachte en\/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\/of gevolgd van geweld en\/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door<br \/>\n&#8212; de woning van voornoemde [aangever] binnen te treden en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (met een parfumfles) (meermaals) op\/tegen zijn hoofd te slaan en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (meermaals) op\/tegen het lichaam te slaan en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (meermaals) op\/tegen de schouder en\/of op\/tegen het lichaam te schoppen\/trappen en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] een (keuken)mes op de keel te zetten en\/of &#8212; een (slagers)mes vast te houden en\/of<br \/>\n&#8212; tegen voornoemde [aangever] te zeggen \u201cwe gaan weg met geld, anders ga je mee naar Amsterdam, of jij gaat slapen\u201d en\/of<br \/>\n&#8212; voornoemde [aangever] (in een vluchtpoging) van het balkon terug de woning in te trekken;<\/p>\n<p>2.<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk<br \/>\naanwezig heeft gehad ongeveer 581,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal<br \/>\nbevattende GHB en\/of ongeveer 110,49 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en\/of ongeveer 100,71 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine en\/of en\/of ongeveer 7,87 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende coca\u00efne, zijnde GHB en\/of MDMA en\/of (met)amfetamine en\/of coca\u00efne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.<\/p>\n<p>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en\/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.<\/p>\n<p>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.<\/p>\n<p>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.<\/p>\n<h3>4De kwalificatie van het bewezenverklaarde<\/h3>\n<p>Het bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>feit 1:<\/p>\n<p>Diefstal vergezeld van geweld tegen personen gepleegd om die diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen<\/p>\n<p>feit 2:<\/p>\n<p>Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod<\/p>\n<h3>5De strafbaarheid van de feiten<\/h3>\n<p>De feiten zijn strafbaar.<\/p>\n<h3>6De strafbaarheid van de verdachte<\/h3>\n<p>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.<\/p>\n<h3>7De overwegingen ten aanzien van straf en\/of maatregel<\/h3>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 298 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast eist de officier van justitie oplegging van een taakstraf van 240 uren.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft primair bepleit dat volstaan kan worden met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest van [verdachte] . Subsidiair pleit de raadsvrouw voor een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest met een voorwaardelijk deel en eventueel oplegging van een taakstraf. Daartoe is aangevoerd dat [verdachte] inmiddels een intakegesprek heeft gevoerd over een op 19 januari 2026 te starten opleiding, hij is hiervoor zeer gemotiveerd. Daarnaast is hij vader van drie jonge kinderen en kampt zijn moeder met gezondheidsproblemen. [verdachte] heeft zijn schorsingsvoorwaarden goed nageleefd en hij heeft ook goed contact met de reclassering. Tenslotte staan er geen recente strafbare feiten op zijn strafblad.<\/p>\n<p>De beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.<\/p>\n<p>[verdachte] heeft zich samen met drie anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld tegen aangever. Met zijn vieren zijn zij de woning van aangever binnengegaan terwijl aangever thuis was en hen niet verwachtte. De confrontatie was voor hem dan ook uiterst beangstigend en hij is hier enorm van geschrokken, zoals blijkt uit de schriftelijke verklaring bij zijn vordering tot schadevergoeding. Alsof deze onverwachte confrontatie met vier personen in zijn woning nog niet genoeg was, heeft aangever ook nog klappen gekregen en zijn spullen van hem weggenomen. De woning van aangever is bij uitstek de plek waar hij zich veilig zou moeten voelen en verdachte heeft dat niet gerespecteerd. Door zijn handelen is dit gevoel van veiligheid van aangever ernstig aangetast. Verdachte en zijn medeverdachten hebben bovendien een diepe inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangever. De oplichting waarvan medeverdachte [medeverdachte 3] het slachtoffer zegt te zijn kan voor deze woningoverval geen rechtvaardiging zijn. Hiermee hebben de verdachten eigenrichting gepleegd. De rechtbank neemt ze dat zeer kwalijk.<\/p>\n<p>Daarnaast heeft [verdachte] een grote hoeveelheid harddrugs in zijn bezit gehad. Het gebruik van harddrugs is een gevaar voor de volksgezondheid en gaat vaak gepaard met ondermijnende criminaliteit die de maatschappij schade toebrengt.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt verder dat [verdachte] een strafblad heeft, maar dat hier geen recente bestraffingen op staan. De reclassering constateert in haar rapport van 29 oktober 2025 risicofactoren en instabiliteit op meerdere leefgebieden. Zo beschikt [verdachte] al langere tijd niet over een structurele dagbesteding en een structureel legaal inkomen. Bovendien is er sprake van schulden bij het CJIB. Er bestaat nog onvoldoende zicht op het sociale netwerk van [verdachte] en op (de invloed van) zijn directe omgeving. Er zijn daarnaast zorgen over zijn vermogen om praktische zaken zelfstandig op orde te brengen. De reclassering acht het opleggen van bijzondere voorwaarden van belang, omdat toezicht de mogelijkheid biedt om [verdachte] van nabij te volgen, signalen vroegtijdig op te vangen en hem te ondersteunen bij het op orde krijgen van zijn praktische zaken. [verdachte] wenst aan deze voorwaarden mee te werken.<\/p>\n<p>Gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , de omstandigheid dat ook hij geweld heeft gebruikt tegen aangever, hierin een leidende rol aannam en de grote hoeveelheid harddrugs die bij hem is aangetroffen, acht de rechtbank de door de officier van justitie ge\u00ebiste straf passend en geboden en zij zal deze dan ook opleggen, inclusief de bijzondere voorwaarden. Overeenkomstig het reclasseringsadvies acht de rechtbank die voorwaarden van belang om verdachte te ondersteunen om zijn leven op orde te krijgen en om (daarmee) het herhalingsgevaar te beperken.<\/p>\n<h3>8De beoordeling van de civiele vordering<\/h3>\n<p>De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert \u20ac 19.703,74 aan materi\u00eble schade en \u20ac 4.500,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.<\/p>\n<p>Standpunten<\/p>\n<p>Officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, ten aanzien van de materi\u00eble schade voor wat betreft de weggenomen ledger ter waarde van \u20ac 249,00 en de hotelkosten ter hoogte van \u20ac 323,17. De officier van justitie stelt dat sprake is van een voldoende onderbouwde vordering en een causaal verband tussen het bewezenverklaarde feit 1 en de schade.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de immateri\u00eble schade stelt de officier van justitie dat deze gematigd moet worden tot een redelijk en billijk bedrag ad \u20ac 3.000,00. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de bij het verzoek tot schadevergoeding gevoegde zaken qua ernst van de feiten niet voldoende vergelijkbaar zijn.<\/p>\n<p>Over het toe te wijzen bedrag ad \u20ac 3.572,17 moet wettelijke rente worden toegekend en dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd. Daarnaast verzoekt de officier van justitie het toe te wijzen bedrag hoofdelijk aan de verdachten op te leggen.<\/p>\n<p>Voor het overige deel van de gevorderde schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.<\/p>\n<p>Verdediging<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich voor wat betreft de gevorderde materi\u00eble schade enkel voor de weggenomen ledger en de therapiekosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de overige schadeposten stelt de verdediging het volgende.<\/p>\n<p>ten aanzien van het gevorderde contante geldbedrag \u00e0 \u20ac 5.000,00 moet de benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet uit de stukken blijkt dat dit geldbedrag is weggenomen noch in de woning van aangever aanwezig was;<\/p>\n<p>ten aanzien van het gevorderde geldbedrag op de ledger \u00e0 \u20ac 5.391,59 moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aangever wisselend verklaart over het bedrag op de ledger en hij nog beschikte over de pincode waarmee hij het geldbedrag zelf van de ledger kon halen;<\/p>\n<p>ten aanzien van de Cartier brillen moet de benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet kan worden vastgesteld dat deze brillen zijn weggenomen;<\/p>\n<p>ten aanzien van de Christian Dior schoenen, Stone Island x Dior schoenen en Christian Dior x Moncler jas moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de vordering ten aanzien van deze posten onvoldoende is onderbouwd en niet kan worden vastgesteld dat deze goederen weggenomen;<\/p>\n<p>ten aanzien van het laminaat moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat niet kan worden vastgesteld dat hier schade aan is ontstaan;<\/p>\n<p>ten aanzien van de hotelkosten moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat de gevorderde schade geen rechtstreeks verband houdt met het feit;<\/p>\n<p>ten aanzien van de gevorderde aanvullende schade geldt dat dit toekomstige schade betreft, waarvan nog onzeker is of deze in de toekomst wordt gemaakt. De benadeelde moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in deze schadepost.<\/p>\n<p>Overweging van de rechtbank<\/p>\n<p>Materi\u00eble schade<\/p>\n<p>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.<\/p>\n<p>Ledger en hotelkosten<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt dat de schadeposten ten aanzien van de ledger en de door aangever gemaakte hotelkosten kunnen worden toegewezen.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de ledger is sprake van rechtstreekse schade, nu de ledger van aangever is gestolen door de verdachten en de gevorderde schade ad \u20ac 249,00 voldoende is onderbouwd.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de gevorderde hotelkosten ad \u20ac 323,17 acht de rechtbank het alleszins redelijk dat aangever twee nachten niet in zijn eigen woning of bij zijn moeder durfde te slapen. De verdachten waren nog in het bezit van zijn huissleutel en zij zijn bovendien bij zijn moeder aan de deur geweest om hem te zoeken. De gevorderde schade is verder voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor.<\/p>\n<p>Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.<\/p>\n<p>Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de ledger en de hotelkosten (tot een hoogte van \u20ac 572,17) kan worden toegewezen.<\/p>\n<p>Overige gevorderde schadeposten<\/p>\n<p>Ten aanzien van de volgende schadeposten geldt dat zonder nadere onderbouwing en zo nodig bewijslevering niet kan worden vastgesteld dat in oorzakelijk verband staan met het tenlastegelegde feit. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren voor wat betreft deze schadeposten:<\/p>\n<p>cash geld \u00e0 \u20ac 5.000,00;<\/p>\n<p>het bedrag op de ledger van aangever \u00e0 \u20ac 5.391,59;<\/p>\n<p>twee Cartier brillen;<\/p>\n<p>Christian Dior schoenen;<\/p>\n<p>Stone Island x Dior schoenen;<\/p>\n<p>laminaat en ondervloer Gamma;<\/p>\n<p>kosten therapeut.<\/p>\n<p>Dat deze goederen deel uitmaakten van de buit van de diefstal wordt betwist. Vaststaat dat de genoemde goederen niet zijn aangetroffen bij de verdachten. De brillen en de schoenen zijn niet door de politie gezien op de camerabeelden, Voor wat betreft het laminaat en de ondervloer is betwist en kan zonder nadere onderbouwing niet worden vastgesteld dat dit beschadigd is geraakt door de verdachten.<\/p>\n<p>Tenslotte kan zonder nadere standpuntwisseling niet worden beoordeeld of en in hoeverre de kosten voor de therapeut die door benadeelde zijn gemaakt, zijn ontstaan ten gevolge van het tenlastegelegde feit. Er is sprake van een ruim tijdsverloop tussen het feit en de door benadeelde gemaakte kosten.<\/p>\n<p>De behandeling van de voornoemde schadeposten levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.<\/p>\n<p>Voor wat betreft de gevorderde schade voor de \u201cChristian Dior x Moncler jas\u201d geldt dat aangever deze jas reeds retour heeft gekregen. Er is dan ook geen sprake van enigerlei ontstane schade.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de gevorderde \u2018stelpost\u2019 is geen concrete vordering gedaan.<\/p>\n<p>Deze twee posten worden afgewezen.<\/p>\n<p>Smartengeld<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:<\/p>\n<p>verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,<\/p>\n<p>de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,<\/p>\n<p>de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of<\/p>\n<p>de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.<\/p>\n<p>Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.<\/p>\n<p>Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere van de hiervoor genoemde categorie\u00ebn van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.<\/p>\n<p>Door het feit heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen en is hij op andere wijze in de persoon aangetast. Dit laatste kan reeds worden aangenomen gelet op de diepe inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer nu hij in de veiligheid van zijn woning is overvallen en bestolen en hem daarbij letsel is toegebracht. Dit is aan verdachten toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van \u20ac 3.000,00 vaststellen.<\/p>\n<p>De rechtbank zal de vordering tot smartengeld voor het overige afwijzen.<\/p>\n<p>Hoofdelijkheid<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt dat alle verdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed.<\/p>\n<p>Schadevergoedingsmaatregel<\/p>\n<p>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. [verdachte] wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.<\/p>\n<h3>9De toegepaste wettelijke bepalingen<\/h3>\n<p>De oplegging van de straf en\/of maatregel is gegrond op de artikelen:<\/p>\n<p>&#8212; 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;<\/p>\n<p>&#8212; 2 en 10 van de Opiumwet.<\/p>\n<h3>10De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder \u2018De bewezenverklaring\u2019, heeft begaan;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;<\/p>\n<p>\uf0b7 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder \u2018De kwalificatie van het bewezenverklaarde\u2019;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;<\/p>\n<p>\uf0b7 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 298 dagen;<\/p>\n<p>\uf0b7 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 120 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:<\/p>\n<p>\uf0b7 stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;<\/p>\n<p>stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte<\/p>\n<p>gedurende de proeftijd op geen enkele wijze \u2013 direct of indirect \u2013 contact zoekt of heeft met:<\/p>\n<p>o [aangever] , geboren op [geboortedag] 2000;<\/p>\n<p>o [getuige] geboren op [geboortedag] 1975;<\/p>\n<p>geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de volgende voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Dat verdachte<\/p>\n<p>zich binnen 2 werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland meldt op het adres Wibautstraat 12, 1091 in Amsterdam. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;<\/p>\n<p>actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer\/begeleider;<\/p>\n<p>zich gedurende het toezicht niet in de plaatsen [woonplaats 1] en [woonplaats 2] bevindt;<\/p>\n<p>spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk en\/of een opleiding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;<\/p>\n<p>beveelt dat de tijd, door verdachte v\u00f3\u00f3r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;<\/p>\n<p>heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis;<\/p>\n<p>\uf0b7 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;<\/p>\n<p>veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van \u20ac 527,17 aan materi\u00eble schade en \u20ac 3.000,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<\/p>\n<p>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;<\/p>\n<p>wijst de gevorderde immateri\u00eble schade voor het meerdere af;<\/p>\n<p>wijst de vordering voor vordering voor de voor de \u201cChristian Dior x Moncler jas\u201d en voor de \u2018stelpost\u2019 af.<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materi\u00eble schade;<\/p>\n<p>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van \u20ac 3.572,17 aan materi\u00eble schade\/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 45 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<\/p>\n<p>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;<\/p>\n<p>\uf0b7 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 december 2025.<\/p>\n<p>De voorzitter is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025101228, gesloten op 20 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina\u2019s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 708 en 709.<\/li>\n<li>De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 27 november 2025.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 606.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal aanvullend verhoor van aangever [aangever] , p. 70.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 654 en 655.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van aangifte, door [aangever] , p. 54.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 708.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 708<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 534.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 596 en 597.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655.<\/li>\n<li>De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 27 november 2025.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 534.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor aangever [aangever] , p. 53-54.<\/li>\n<li>Het aanvullend proces-verbaal verhoor aangever [aangever] , p. 83.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 599.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 535, 537, 540.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 709.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 606.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van bevindingen, p. 139.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11936\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Veroordeling tot een gevangenisstraf van 298 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren, wegens een diefstal met geweld. Verdachte heeft het slachtoffer samen met zijn medeverdachten in zijn woning overvallen en daarbij goederen weggenomen. De oplichting van \u00e9\u00e9n van de medeverdachten is geen rechtvaardiging voor het handelen van verdachte. Ten aanzien van de vordering &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7864],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[8261,8089,17862,8072,8076],"kji_language":[7671],"class_list":["post-578436","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-gelderland","kji_year-8463","kji_subject-fiscal","kji_keyword-benadeelde","kji_keyword-dagen","kji_keyword-medeverdachten","kji_keyword-verdachte","kji_keyword-vordering","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Veroordeling tot een gevangenisstraf van 298 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren, wegens een diefstal met geweld. Verdachte heeft het slachtoffer samen met zijn medeverdachten in zijn woning overvallen en daarbij goederen weggenomen. De oplichting van \u00e9\u00e9n van de medeverdachten is geen rechtvaardiging voor het handelen van verdachte. Ten aanzien van de vordering ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"30 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \\\/ 05\\\/142871-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-16T14:05:38+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \\\/ 05\\\/142871-25\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25","og_description":"Veroordeling tot een gevangenisstraf van 298 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren, wegens een diefstal met geweld. Verdachte heeft het slachtoffer samen met zijn medeverdachten in zijn woning overvallen en daarbij goederen weggenomen. De oplichting van \u00e9\u00e9n van de medeverdachten is geen rechtvaardiging voor het handelen van verdachte. Ten aanzien van de vordering ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"30 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/","name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-16T14:05:38+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511936-rechtbank-gelderland-11-12-2025-05-142871-25\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11936 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 \/ 05\/142871-25"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/578436","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=578436"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=578436"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=578436"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=578436"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=578436"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=578436"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=578436"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=578436"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}