{"id":580483,"date":"2026-04-16T22:17:46","date_gmt":"2026-04-16T20:17:46","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/"},"modified":"2026-04-16T22:17:46","modified_gmt":"2026-04-16T20:17:46","slug":"eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Kort geding. Eisers vorderen (i) opheffing van het door gedaagden gelegde beslag op de onroerende zaak, (ii) waardeloosverklaring van een hypotheekrecht daarop en (iii) veroordeling van gedaagden tot medewerking aan de toedeling van de onroerende zaak aan eisers. De vorderingen worden afgewezen.<\/p>\n<h3>Rechtbank den haag<\/h3>\n<p>Team handel &#8212; voorzieningenrechter<\/p>\n<p>zaak- \/ rolnummer: C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183<\/p>\n<p>Vonnis in kort geding van 15 december 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>1. [eisers sub 1] te [woonplaats 1], [gemeente 1], zowel in persoon als in zijn hoedanigheid van executeur-afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van zijn op [datum] 2023 overleden echtgenote,<\/p>\n<p>hierna ook: vader,<\/p>\n<p>2. [eisers sub 2] te [woonplaats 1], [gemeente 1],<\/p>\n<p>hierna ook: [eisers sub 2],<\/p>\n<p>eisers,<\/p>\n<p>advocaat mr. W. de Vries te Den Haag,<\/p>\n<p>tegen:<\/p>\n<p>1. [gedaagden sub 1] te [woonplaats 2], [gemeente 2],<\/p>\n<p>hierna ook: [gedaagden sub 1],<\/p>\n<p>2. [gedaagden sub 2] te [woonplaats 3],<\/p>\n<p>hierna ook: [gedaagden sub 2],<\/p>\n<p>gedaagden,<\/p>\n<p>advocaten: mr. M.A. Lasschuit en mr. D.G. Lasschuit te Leiden.<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>&#8212; de dagvaarding van 5 december 2025, met producties 1 tot en met 6;<\/p>\n<p>&#8212; de akte overlegging producties van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2], met producties 1 tot en met 9;<\/p>\n<p>&#8212; de aanvullende productie 7 van vader en [eisers sub 2];<\/p>\n<p>&#8212; de akte wijziging\/aanvulling eis van vader en [eisers sub 2].<\/p>\n<p>De mondelinge behandeling vond plaats op 11 december 2025. Daarbij waren partijen en hun advocaten aanwezig. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten verder toegelicht, mede aan de hand van overgelegde pleitnota\u2019s. Ook heeft mr. De Vries namens vader en [eisers sub 2] een (tweede) eiswijziging ingediend. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben ter zitting bezwaar gemaakt tegen zowel de voorafgaand aan de zitting ingediende (eerste) eiswijziging en de ter zitting ingediende (tweede) eiswijziging.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter heeft aan partijen medegedeeld dat over beide eiswijzigingen bij vonnis zal worden beslist.<\/p>\n<p>Op 15 december 2025 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 24 december 2025.<\/p>\n<p>2. De feiten<\/p>\n<p>Op grond van de stukken op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.<\/p>\n<p>[eisers sub 2], [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] zijn de kinderen van vader en zijn wijlen echtgenote [naam] (hierna: moeder). Moeder is overleden op [datum] 2023 en vader treedt op als executeur-afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. Vader en moeder waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.<\/p>\n<p>Partijen zijn al geruime tijd verwikkeld in een geschil over de [jachthaven] te [woonplaats 1] (hierna: de jachthaven) die sinds 1941 door de familie wordt ge\u00ebxploiteerd en waarvan het onroerend goed bij koopovereenkomst van 15 november 2023 door vader en moeder (die destijds nog leefde) aan [eisers sub 2] is verkocht voor een bedrag van<br \/>\n\u20ac 1.020.000,-.<\/p>\n<p>Op 2 april 2024 hebben [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] een verzoekschrift ingediend voor het leggen van conservatoir beslag op de jachthaven. Met verlof van de voorzieningenrechter is beslag gelegd. De jachthaven is hierdoor tot op heden niet aan [eisers sub 2] geleverd.<\/p>\n<p>Vervolgens zijn [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] een bodemprocedure gestart bij deze rechtbank (hierna: de rechtbank), bekend onder zaak- en rolnummer C\/09\/672782 \/ HA ZA 24-812. In deze procedure hebben [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] zich \u2013 samengevat \u2013 op het standpunt gesteld dat het verkopen van de jachthaven door vader en moeder in strijd is met door hen gedane toezeggingen en gemaakte afspraken, die er in de kern op neerkomen dat het onroerend goed van de jachthaven in de familie zou blijven en dat alle kinderen mede-eigenaar zouden worden, waarbij gelijke behandeling het uitgangspunt was. Ook hebben [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] aangevoerd dat de jachthaven voor een veel te lage prijs is verkocht. Zij hebben daarom een verklaring voor recht gevorderd dat (i) vader (pro se en q.q.) toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de aangegane verbintenissen dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] door het aangaan van de koopovereenkomst en (ii) [eisers sub 2] onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door de koopovereenkomst te sluiten en de verkoop te bevorderen. Verder hebben [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2], bij wijze van schadevergoeding, primair levering van het onroerend goed van de jachthaven aan alle kinderen gevorderd en subsidiair betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat. Op zijn beurt heeft [eisers sub 2] in reconventie gevorderd dat [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] worden veroordeeld tot vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van het conservatoire beslag. [eisers sub 2] heeft aan die vordering ten grondslag gelegd dat het beslag onrechtmatig is en dat hij als gevolg daarvan schade heeft geleden, omdat de jachthaven zonder het beslag per 1 mei 2024 aan hem had kunnen worden geleverd.<\/p>\n<p>Bij eindvonnis van 22 oktober 2025 heeft de rechtbank de vorderingen van partijen \u2013 over en weer \u2013 afgewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. De rechtbank heeft in dat vonnis, voor zover nu relevant, als volgt overwogen:<\/p>\n<p>\u201c2.5. De rechtbank is alles overziend van oordeel dat [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] geen rechtens afdwingbare vordering op vader hebben. Hoewel het uitgangspunt en de intentie in ieder geval destijds was de kinderen in financieel opzicht gelijk te behandelen, is geen sprake van concreet juridisch afdwingbare rechten van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2]. Dat maakt dat niet kan worden geoordeeld dat vader wanprestatie jegens hen heeft gepleegd of onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door de jachthaven voor \u20ac 1.020.000,00 aan [eisers sub 2] te verkopen, ook als hij hierdoor mogelijk bevoordeeld is. De vorderingen jegens vader zullen worden afgewezen en daarmee ook de vorderingen jegens [eisers sub 2] (met als grondslag onrechtmatig handelen door te profiteren van de door vader gepleegde wanprestatie).<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>[gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] zijn in conventie in het ongelijk gesteld. Daarmee is komen vast te staan dat het beslag dat ter verzekering van de vermeende vordering is gelegd onrechtmatig is. [eisers sub 2] stelt dat hij als gevolg van het onrechtmatig gelegde beslag schade heeft geleden en voert daartoe het volgende aan. De financiering was rond per 1 april 2024 en dat betekende een kostenpost van \u20ac 1.085,50 per maand, tot september 2024 (\u20ac 5.427,50). Ook zullen na de onderhavige procedure opnieuw kosten voor een taxatierapport (\u20ac 3.654,20) en het inschakelen van een intermediair (\u20ac 2.888,11) gemaakt moeten worden, zodat de kosten totaal \u20ac 11.969,81 bedragen.<\/p>\n<p>Het ligt op de weg van [eisers sub 2] om aan te tonen dat hij schade heeft geleden als gevolg van het beslag. [eisers sub 2] heeft de stelling dat de financiering rond was en het onroerend goed geleverd kon worden per 1 mei 2024, ook na betwisting, niet onderbouwd. (\u2026) Ook de overige gestelde schade is na gemotiveerde betwisting onvoldoende onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding zal daarom worden afgewezen.\u201d<\/p>\n<p>Op 28 oktober 2025 heeft de advocaat van vader en [eisers sub 2] aan de rechtbank verzocht om verbetering\/aanvulling van het op 22 oktober 2025 gewezen eindvonnis, door te bepalen dat het beslag moet worden opgeheven, zulks uitvoerbaar bij voorraad. De rechtbank heeft dat verzoek bij vonnis van 12 november 2025 afgewezen.<\/p>\n<p>Bij appeldagvaarding van 9 december 2025 hebben [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hoger beroep ingesteld tegen het eindvonnis van 22 oktober 2025.<\/p>\n<h3>3Het geschil<\/h3>\n<p>Vader en [eisers sub 2] vorderen \u2013 samengevat en na tweemaal de eis gewijzigd te hebben \u2013 dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:<\/p>\n<p>I. primair de opheffing van het beslag beveelt en ook de doorhaling van het beslag in het kadaster, dan wel rechterlijke machtiging daarvoor verleent aan vader en [eisers sub 2]; althans subsidiair \u2013 indien en voor zover dat laatste niet zou worden toegewezen \u2013 [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hoofdelijk beveelt onmiddellijk na het vonnis opheffing beslag aan doorhaling in het kadaster mee te werken op straffe van een dwangsom van \u20ac 50.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] daarmee in gebreke blijven;<\/p>\n<p>II. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hoofdelijk beveelt niet opnieuw beslag te leggen;<\/p>\n<p>III. bepaalt dat de hypothecaire inschrijving van 10 december 1953 op het registergoed in dagregister deel [nummer 1] en ten hypotheekkantoor in Leiden opgenomen in deel [nummer 2] op perceel [perceel] is komen te vervallen c.q. waardeloos te verklaren en vader en [eisers sub 2] te machtigen deze door te halen;<\/p>\n<p>IV. primair [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hoofdelijk beveelt om onmiddellijk na het vonnis en v\u00f3\u00f3r en zo nodig na [datum] 2025 mee te werken aan toedeling van de jachthaven aan [eisers sub 2] dan wel die toedeling te bepalen, althans subsidiair [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hoofdelijk beveelt om onmiddellijk na het vonnis en in beginsel v\u00f3\u00f3r [datum] 2025, maar indien nodig, ook na [datum] 2025 mee te werken aan toedeling van de jachthaven aan [eisers sub 2] behoudens het perceel [perceel] waarop de hypothecaire inschrijving berust;<\/p>\n<p>met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>Vader en [eisers sub 2] stellen ten eerste dat van de vordering waarvoor beslag is gelegd de ondeugdelijkheid summierlijk is gebleken. De rechtbank heeft de vorderingen van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] in de hoofdzaak afgewezen en het beslag ook als onrechtmatig bestempeld. Het beslag is verder onnodig omdat eventuele rechten van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] niet verloren gaan als het vonnis in hoger beroep zou worden vernietigd. Daarom moet het beslag volgens hen worden opgeheven. Daarnaast is het [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] onlangs gebleken dat op (een deel van het onroerend goed van) de jachthaven nog een zeer oude, geringe hypothecaire inschrijving rust op grond van een lening uit 1951 in de familiesfeer voor een bedrag van 6.000 gulden. Voor zover er al een restant was, werd deze vordering op 1 november 1956 opeisbaar en kan worden aangenomen dat die eventuele vordering is verjaard en daarmee het hypotheekrecht is vervallen. Het hypotheekrecht moet daarom waardeloos worden verklaard. Verder is het niet vrijwillig meewerken aan de opheffing en doorhaling van het beslag en de rechtstreekse toedeling van de jachthaven aan [eisers sub 2] onzorgvuldig en onrechtmatig, omdat [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] daarbij geen redelijk belang hebben. Vader en [eisers sub 2] hebben tot slot een spoedeisend belang bij hun vorderingen. Het is voor hen van groot belang dat de jachthaven zo snel mogelijk aan [eisers sub 2] wordt overgedragen. Vader heeft een hoge leeftijd en wil graag de laatste wens van hemzelf en moeder uitvoeren. Als executeur-afwikkelingsbewindvoerder heeft vader nog tot [datum] 2025 de tijd om de nalatenschap, waaronder de jachthaven, te verdelen en aan [eisers sub 2] toe te delen. Door de jachthaven v\u00f3\u00f3r die datum aan [eisers sub 2] toe te delen, wordt ruim \u20ac 100.000,- aan overdrachtsbelasting bespaard. Dat kan alleen als het beslag wordt opgeheven en [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] meewerken aan de toedeling. Bovendien kan daarmee de schade worden beperkt die [eisers sub 2] lijdt omdat hij huur moet blijven betalen in plaats van een zakelijke rente zolang de jachthaven nog niet is overgedragen.<\/p>\n<p>[gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.<\/p>\n<h3>4De beoordeling van het geschil<\/h3>\n<p>Vooraf<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter laat de door vader en [eisers sub 2] voorafgaand aan de zitting ingediende (eerste) eiswijziging en de ter zitting ingediende, op de eerste voortbordurende (tweede) eiswijziging toe. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] op de zitting voldoende gelegenheid gehad om verweer te voeren tegen de vorderingen van vader en [eisers sub 2] na de eiswijzigingen. De eiswijzigingen zijn dus niet in strijd met de goede procesorde.<\/p>\n<p>Dat betekent dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of (i) het beslag op de jachthaven moet worden opgeheven, (ii) de hypothecaire inschrijving uit 1951 waardeloos moet worden verklaard en (iii) [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] gehouden zijn om mee te werken aan de rechtstreekse toedeling van de jachthaven aan [eisers sub 2]. De voorzieningenrechter zal deze vorderingen achtereenvolgens bespreken.<\/p>\n<p>De vordering tot opheffing van het beslag<\/p>\n<p>Artikel 705 Rv biedt de beslagene de mogelijkheid in kort geding opheffing van het beslag te vorderen. Een spoedeisend belang bij die opheffing wordt niet als voorwaarde gesteld. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] stellen echter dat vader en [eisers sub 2] \u00fcberhaupt geen belang (in de zin van artikel 3:303 BW) hebben bij de opheffing van het beslag, omdat de jachthaven ook m\u00e9t het beslag daarop kan worden overgedragen. Hoewel partijen het erover eens zijn dat overdracht van de jachthaven met beslag daarop in principe mogelijk is, hebben vader en [eisers sub 2] voldoende aannemelijk gemaakt dat het hen tot nu toe niet is gelukt om een notaris te vinden die bereid is om daaraan mee te werken. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben op de zitting verklaard dat zij wel een notaris kennen die wel bereid is om medewerking te verlenen, maar na doorvragen is dat aanbod naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende geconcretiseerd. De voorzieningenrechter neemt daarom bij de beoordeling tot uitgangspunt dat de jachthaven (in ieder geval op zeer korte termijn) niet zonder beslag kan worden overgedragen, zodat het belang van vader en [eisers sub 2] bij de opheffingsvordering is gegeven.<\/p>\n<p>Vader en [eisers sub 2] voeren aan dat (ten minste) summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering waarvoor [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] beslag hebben gelegd is gebleken, verwijzend naar het bepaalde in artikel 705 lid 2 Rv. Nu de vordering in de hoofdzaak is afgewezen kan, bijzonder omstandigheden daargelaten, van de (summierlijk gebleken) ondeugdelijkheid worden uitgegaan, maar dat betekent niet dat de vordering tot opheffing van het beslag zonder meer toewijsbaar is. Ook in zo\u2019n geval moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat een conservatoir beslag er naar zijn aard toe strekt om te waarborgen dat als een vooralsnog niet vaststaande vordering in de hoofdzaak (in hoger beroep alsnog) wordt toegewezen verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering voor de door het beslag ontstane schade kan worden aangesproken. Dat in de hoofdzaak al uitspraak is gedaan, moet bij de toe te passen belangenafweging worden meegewogen, maar van de voorzieningenrechter kan niet worden verwacht dat in het vonnis mede een voorlopige beoordeling van de kans van slagen van het hoger beroep wordt gegeven.<\/p>\n<p>De afwijzing van de vordering van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] in de bodemprocedure betekent dus niet zonder meer dat het beslag moet worden opgeheven. Die afwijzing is weliswaar een belangrijk gezichtspunt bij de beantwoording van de vraag of de vordering van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] ondeugdelijk is, maar dat laat onverlet dat een afweging van de wederzijdse belangen van partijen bij enerzijds opheffing en anderzijds handhaving van het beslag de doorslag moet geven bij de beslissing op de vordering van vader en [eisers sub 2].<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter is van oordeel dat die belangenafweging uitvalt in het nadeel van vader en [eisers sub 2]. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat vader en [eisers sub 2] hun (overwegende) belang bij opheffing van het beslag, tegenover de gemotiveerde betwisting door [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2], onvoldoende concreet hebben toegelicht.<\/p>\n<p>Om te beginnen is het door vader en [eisers sub 2] genoemde fiscale voordeel dat wordt bereikt met opheffing van het beslag onvoldoende toegelicht. Vader en [eisers sub 2] hebben aangevoerd dat als het beslag wordt opgeheven en vader de jachthaven vervolgens \u2013 met medewerking van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] \u2013 toedeelt aan [eisers sub 2], dit door de fiscus wordt gezien als een \u2018verkrijging krachtens erfrecht\u2019 en geen overdrachtsbelasting van 10,4% over de overeengekomen koopsom van \u20ac 1.020.000,- is verschuldigd. Dat scheelt een bedrag van ruim een ton, aldus vader en [eisers sub 2]. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben er echter op gewezen dat de jachthaven in 2023 door hun ouders aan [eisers sub 2] is verkocht en de levering van de jachthaven feitelijk de afwikkeling van deze koopovereenkomst betreft waarbij wel degelijk overdrachtsbelasting is verschuldigd. Vader en [eisers sub 2] hebben vervolgens niet duidelijk weten te maken waarom de overdracht van de jachthaven desondanks moet worden gezien als enkel en alleen een verdelings-\/toedelingskwestie. Daarbij weegt ook nog mee dat vader kennelijk nog eigenaar is van zijn onverdeelde aandeel in de jachthaven en dus zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet ervan kan worden uitgegaan dat de jachthaven in zijn geheel onderdeel uitmaakt van de nalatenschap van moeder.<\/p>\n<p>Ook het door vader en [eisers sub 2] naar voren gebrachte (financi\u00eble) belang van [eisers sub 2] om zo snel mogelijk eigenaar te worden van de jachthaven is onvoldoende uit de verf gekomen. [eisers sub 2] stelt dat hij schade lijdt omdat hij huur in plaats van een zakelijke rente moet betalen zolang de jachthaven (nog) niet aan hem is overgedragen, maar [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben daar onweersproken tegenover gesteld dat [eisers sub 2] de jachthaven van vader huurt en dat het financieringsverschil eenvoudig kan worden opgelost door nieuwe (huur)afspraken te maken.<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande en het feit dat de afwijzing van de vordering van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] op dit moment nog niet onherroepelijk is en zij er belang bij hebben om te voorkomen dat \u2013 mochten zij in hoger beroep gelijk krijgen \u2013 de jachthaven mogelijk (deels) is doorverkocht, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het belang van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] bij handhaving van het gelegde beslag zwaarder dan het belang van vader en [eisers sub 2] bij opheffing daarvan.<\/p>\n<p>De door vader en [eisers sub 2] gevorderde opheffing van het beslag wordt daarom afgewezen. Hetzelfde geldt voor het door vader en [eisers sub 2] gevorderde verbod om opnieuw beslag te leggen.<\/p>\n<p>De vordering tot waardeloosverklaring van de hypothecaire inschrijving<\/p>\n<p>Vader en [eisers sub 2] vorderen daarnaast doorhaling van de hypothecaire inschrijving op (een gedeelte van het onroerend goed van) de jachthaven. Die vordering wordt ook afgewezen. Uitgangspunt van vader en [eisers sub 2] is dat het in de praktijk niet mogelijk (meer) blijkt om de jachthaven met het beslag erop over te dragen. Nu de voorzieningenrechter hiervoor heeft geoordeeld dat het beslag op de jachthaven zal blijven rusten, bestaat dan ook geen (spoedeisend) belang meer bij doorhaling van de hypothecaire inschrijving. Bovendien is het bepaald de vraag of de voorzieningenrechter in deze procedure tot waardeloosverklaring van een hypotheekrecht kan overgaan: het gaat hier immers om een zaak tegen gedaagden ([gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2]) die met dat hypotheekrecht niets van doen hebben en bovendien is niet gebleken dat vader en [eisers sub 2] enig onderzoek hebben verricht naar mogelijke belanghebbenden en aflossing van de (overigens zeer geringe) hypothecaire schuld.<\/p>\n<p>De vordering tot medewerking aan toedeling van de jachthaven<\/p>\n<p>Tot slot vorderen vader en [eisers sub 2] dat [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] worden veroordeeld om mee te werken aan de toedeling van de jachthaven aan [eisers sub 2]. Volgens vader en [eisers sub 2] is de weigering van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] om daaraan mee te werken onzorgvuldig\/onrechtmatig en hebben zij bovendien geen belang om hun medewerking te onthouden. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben die stellingen gemotiveerd weersproken en erop gewezen dat het hen niet duidelijk is op basis waarvan hun medewerking is vereist voor de door vader en [eisers sub 2] gewenste toedeling. Vader en [eisers sub 2] hebben hun standpunt vervolgens niet nader onderbouwd en op voorhand valt daarmee niet in te zien waarom [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] gehouden zijn om de gevorderde medewerking te verlenen.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter zal deze vordering daarom afwijzen.<\/p>\n<p>Slotsom en proceskosten<\/p>\n<p>Slotsom is dat de vorderingen van vader en [eisers sub 2] worden afgewezen.<\/p>\n<p>In de familierechtelijke aard van dit geschil, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De voorzieningenrechter:<\/p>\n<p>&#8212; wijst de vorderingen van vader en [eisers sub 2] af;<\/p>\n<p>&#8212; compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.<\/p>\n<p>fjs<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27703\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kort geding. Eisers vorderen (i) opheffing van het door gedaagden gelegde beslag op de onroerende zaak, (ii) waardeloosverklaring van een hypotheekrecht daarop en (iii) veroordeling van gedaagden tot medewerking aan de toedeling van de onroerende zaak aan eisers. De vorderingen worden afgewezen.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8197,10470,10427],"kji_language":[7671],"class_list":["post-580483","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-eisers","kji_keyword-gedaagden","kji_keyword-onroerende","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Kort geding. Eisers vorderen (i) opheffing van het door gedaagden gelegde beslag op de onroerende zaak, (ii) waardeloosverklaring van een hypotheekrecht daarop en (iii) veroordeling van gedaagden tot medewerking aan de toedeling van de onroerende zaak aan eisers. De vorderingen worden afgewezen.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \\\/ C\\\/09\\\/695483 \\\/ KG ZA 25-1183 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-16T20:17:46+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \\\/ C\\\/09\\\/695483 \\\/ KG ZA 25-1183\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183","og_description":"Kort geding. Eisers vorderen (i) opheffing van het door gedaagden gelegde beslag op de onroerende zaak, (ii) waardeloosverklaring van een hypotheekrecht daarop en (iii) veroordeling van gedaagden tot medewerking aan de toedeling van de onroerende zaak aan eisers. De vorderingen worden afgewezen.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-16T20:17:46+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527703-rechtbank-den-haag-15-12-2025-c-09-695483-kg-za-25-1183\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27703 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 \/ C\/09\/695483 \/ KG ZA 25-1183"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/580483","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=580483"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=580483"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=580483"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=580483"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=580483"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=580483"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=580483"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=580483"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}