{"id":582744,"date":"2026-04-17T03:25:44","date_gmt":"2026-04-17T01:25:44","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/"},"modified":"2026-04-17T03:25:44","modified_gmt":"2026-04-17T01:25:44","slug":"eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Omgevingsvergunning vellen Betonbos in Groningen. Voorlopige voorziening getroffen ten aanzien van boom 33.<\/p>\n<p>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND<\/p>\n<p>Zittingsplaats Groningen<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: LEE 25\/2955<\/p>\n<p>uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 september 2025 in de zaak tussen<\/p>\n<p>[verzoeker 1] , [verzoeker 2], [verzoeker 3] en [verzoeker 4] uit Groningen, verzoekers<\/p>\n<p>en<\/p>\n<p>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, het college<\/p>\n<p>(gemachtigde: M. Geraedts-van Dokkumburg, R. van Houdt, G. Demand en A. Roubos).<\/p>\n<p>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: VanWonen Investeringsmaatschappij B.V. uit Zwolle, derde-partij,<\/p>\n<p>(gemachtigden: S.P. Heijkoop en E. Bergsma)<\/p>\n<p>Samenvatting<\/p>\n<p>1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de omgevingsvergunning voor het vellen van het Betonbos. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekers die pleiten v\u00f3\u00f3r het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van het college en derde-partij die pleiten tegen het treffen daarvan, aan de hand van de gronden van verzoekers als volgt af.<\/p>\n<p>1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe ten aanzien van boom 33. De voorzieningenrechter vindt dat onvoldoende is aangetoond dat boom 33 minder dan 10 \u00e1 15 jaar te leven heeft en dus niet potentieel monumentaal is. De door het college in het kader van het te nemen besluit gemaakte belangenafweging vertoont daarom een gebrek. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, in afwachting van de uitspraak op het beroep het besluit te schorsen. Voor de overige, reeds gekapte, houtopstand wordt het verzoek afgewezen omdat geen sprake meer is van een spoedeisend belang.<\/p>\n<p>Procesverloop<\/p>\n<p>2. Bij besluit van 27 december 2024 heeft het college aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van de houtopstand zoals oranje\/rood gearceerd als \u2018houtopstand verwijderen\u2019 op de luchtfoto, die als bijlage 16 bij de Bomen Effect Analyse (BEA) is gevoegd.<\/p>\n<p>2.1. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 4 april 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekers afgewezen. Bij uitspraak van 1 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter een herhaald verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.<\/p>\n<p>2.2. Bij het bestreden besluit van 7 augustus 2025 op het bezwaar van verzoekers heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten. Het college heeft de motivering aangevuld voor zover het betreft de belangenafweging en de compensatieplicht.<\/p>\n<p>2.3. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Zij hebben daartoe een rapport van P van Otterloo van 14 augustus 2025 overgelegd.<\/p>\n<p>2.4. Op 21 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen, inhoudende dat boom 33 niet gekapt mag worden tot de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. In de dagen daarna is de houtopstand gekapt, met uitzondering van boom 33.<\/p>\n<p>2.5. Verzoekers hebben bij emailberichten van 24 en 27 augustus 2025 en 5, 8 en 9 september 2025 aanvullende gronden met bijlagen ingediend.<\/p>\n<p>2.6. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Daarbij heeft het college een rapport van Stedelijk Groen gevoegd.<\/p>\n<p>2.7. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoekers [verzoeker 1] , [verzoeker 4] en [verzoeker 3], de gemachtigden van het college en de gemachtigden van de derde-partij.<\/p>\n<p>Beoordeling door de voorzieningenrechter<\/p>\n<p>Procespartij<\/p>\n<p>3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker [verzoeker 1] het verzoek en het beroep mede heeft ingediend namens [verzoeker 2], [verzoeker 3] en [verzoeker 4]. Deze personen hebben verzoeker [verzoeker 1] gemachtigd om het verzoek en beroep namens hen in te dienen. De betreffende machtigingen zijn bij de stukken gevoegd. Bij het beroep- en verzoekschrift zijn ook lijsten met (in totaal 113) namen en handtekeningen gevoegd. Bovenaan deze lijst is vermeld dat deze personen bezwaar aantekenen tegen de kap van het Betonbos alsook tegen de kap van de randen van het Betonbos langs het Balkgat en langs het Eemskanaal. Daaruit blijkt niet dat deze personen beoogd hebben beroep in te stellen dan wel een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Ook hebben zij verzoekers niet gemachtigd namens hen beroep in te stellen dan wel een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.<\/p>\n<p>Toetsingskader voorlopige voorziening<\/p>\n<p>4. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage bij de uitspraak.<\/p>\n<p>4.1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.<\/p>\n<p>4.2. De voorzieningenrechter beoordeelt of het, gelet op de belangen die betrokken partijen hebben, nodig is om de kap van de boom tegen te houden totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter geeft daarvoor een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning en daarmee de kans van slagen van het beroep, en zij weegt de belangen van partijen bij het al dan niet treffen van een voorlopige voorziening.<\/p>\n<p>Te laat ingediende stukken<\/p>\n<p>5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers op 9 september 2025 per emailbericht nog aanvullende gronden met bijlagen, waaronder emailberichten van P. van der Laan van bureau Copijn, hebben ingediend. Gelet op de goede procesorde kunnen deze stukken niet meer worden meegenomen bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening.<\/p>\n<p>Kortsluiten<\/p>\n<p>6. Er is geen aanleiding om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoekers hebben aangegeven hun beroep nog met nadere gronden te willen onderbouwen. Dit betekent dat in dit geval uitsluitend uitspraak zal worden gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.<\/p>\n<p>Spoedeisend belang<\/p>\n<p>7.1. Ten aanzien van het spoedeisend belang stelt de voorzieningenrechter vast dat de houtopstand inmiddels is gekapt, met uitzondering van boom 33. Omdat de gevolgen van de kap onomkeerbaar zijn, is het spoedeisend belang voor boom 33 gegeven. Ten aanzien van het gekapte deel van de houtopstand bestaat geen spoedeisend belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening die ziet op de kap van de houtopstand.<\/p>\n<p>7.2. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter nog gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat de gevelde houtopstand niet wordt afgevoerd. Dit zou hen in de gelegenheid stellen om alsnog onderzoek te doen naar de waarde van de houtopstand. Nu de houtopstand inmiddels is gekapt bestaat ook daarbij geen spoedeisend belang.<\/p>\n<p>Inhoudelijke beoordeling<\/p>\n<p>Boom 33<\/p>\n<p>8.1. Verzoekers hebben aan hun verzoek voor wat betreft boom 33 ten grondslag gelegd dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Zij hebben daartoe een contra-expertise van Paul van Otterloo van 14 augustus 2025 ten aanzien van boom 33 ingediend. Hieruit blijkt dat de betreffende boom vitaal is en geen gebreken vertoont die op korte termijn een veiligheidsrisico vormen. In combinatie met de leeftijd van de boom, het feit dat de boom onderdeel is van de Stedelijke Ecologische Structuur, de boom zeer karakteristiek is, onderdeel uitmaakt van een duidelijk aaneengesloten boomgroep en beeldbepalend is voor de omgeving, is er op grond van de APVG-criteria sprake van een monumentale boom.<\/p>\n<p>6.2. Volgens het college geeft het tegenadvies geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van de BEA over boom 33. Gelet op de fysiologische levensverwachting van minder dan 5 jaar is de boom niet aangemerkt als (potentieel) monumentaal. Het college heeft verder verwezen naar de reactie van Stedelijk Groen op het tegenadvies van P. van Otterloo. Daaruit blijkt dat Stedelijk Groen van mening is dat de aanwezige holte wel degelijk een gebrek is dat op termijn voor problemen kan zorgen. Stedelijk Groen blijft bij het standpunt dat de boom een verminderde levensverwachting heeft, waardoor deze niet (potentieel) monumentaal is.<\/p>\n<p>6.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat voor boom 33, naast de vermeldingen over deze boom in de BEA, twee rapporten zijn ingediend, \u00e9\u00e9n door het college en \u00e9\u00e9n door verzoekers.<\/p>\n<p>6.3. In de BEA van 9 oktober 2024 is het volgende opgenomen ten aanzien van boom 33:<\/p>\n<p>\u201cLevensverwachting meer dan 15, fysiologische levensverwachting minder dan 5 jaar (holte in stamvoet van 97 cm), kiemjaar 1950, Rohlofscore 0\u201d.<\/p>\n<p>6.3.1. In het rapport van 14 augustus 2025 van P. van Otterloo van boomadviesbureau de Groenste Stad is ten aanzien van de conditie en toekomstverwachting aangegeven dat de conditieklasse goed is. De vitaliteit is ook goed (goede bladbezetting, bladkleur en twijglengte). De onderhoudstoestand is goed, geen achterstallig onderhoud waargenomen. Ten aanzien van de toekomstverwachting is aangegeven dat die meer dan 15 jaar bedraagt.<\/p>\n<p>Verder is daarin ten aanzien van de veiligheid en gebreken aangegeven:<\/p>\n<p>\u201cMet de prikstok en door middel van klankafwijking is vastgesteld dat er een holte aanwezig is in<\/p>\n<p>de stamvoet, waarschijnlijk centraal in de stam. Gezien de soorteigenschappen van de Italiaanse<\/p>\n<p>populier, de aanwezigheid van harde, gezonde steunwortels en de goede algemene conditie, is<\/p>\n<p>er op dit moment geen aanleiding voor een geluidstomografisch onderzoek (meestal uitgevoerd<\/p>\n<p>met een PiCUS-apparaat) om de omvang van het resthout te bepalen. Wel wordt geadviseerd om de boom jaarlijks te inspecteren. Het behoud van de boom is verantwoord bij regulier toezicht en onderhoud\u201d.<\/p>\n<p>Van Otterloo concludeert:<\/p>\n<p>\u201cDe onderzochte Italiaanse populier verkeert in goede conditie en vertoont geen gebreken die op korte termijn een veiligheidsrisico vormen. De holte aan de stamvoet is waarschijnlijk centraal gelegen en vormt in de huidige staat geen aanleiding voor ingrijpen. De boom kan behouden blijven, mits jaarlijkse inspecties plaatsvinden. Vanuit boomtechnisch oogpunt is er geen reden om kap te adviseren\u201d.<\/p>\n<p>\u201cBij Italiaanse populieren is de stabiliteit en structurele weerbaarheid in hoge mate afhankelijk van hun steunwortelstructuur. Deze wortelvorm, waarbij brede platte wortels als steunsels zich uitspreiden biedt aanzienlijke extra stabiliteit. Daardoor kunnen dergelijke bomen vaak aanzienlijke interne holtes ontwikkelen zonder dat dat leidt tot instabiliteit of verhoogd risico. Dit mechanische effect komt overeen met de principes van \u2018tree statics\u2019, waarbij de combinatie van restwanddikte, houtsterkte en verankering bepalend is voor de breek- en kantelveiligheid van een boom Hoewel de literatuur specifieke studies naar dit soort wortelstelsel bij Populus nigra var. Italica schaars is, onderbouwen algemene mechanische principes binnen de boomveiligheidsbeoordeling dat een robuust wortelsysteem \u2014 zoals steunwortels \u2014 de stabiliteit behouden, zelfs bij aanzienlijke holtevorming.\u201d<\/p>\n<p>6.3.2. Het college heeft daarop een (ongedateerde) reactie ingediend van het bureau Stedelijk Groen. Daarin is &#8212; onder meer &#8212; het volgende opgenomen:<\/p>\n<p>\u201cDe boom heeft een goede conditie en op basis van een goede bladbezetting heeft de boom<\/p>\n<p>conform de methodiek van Roloff (zie bijlage 6 in BEA) een levensverwachting van meer dan 15 jaar. Indien echter een boom ondanks een goede bladbezetting een serieus gebrek vertoont (bijvoorbeeld een parasitaire zwamaantasting, een plakoksel of een holte met beperkte restwand) vertalen wij dit in de fysiologische levensverwachting. Met genoemde reden hebben wij de fysiologische levensverwachting op maximaal 5 jaar gezet.\u201d<\/p>\n<p>Uit het rapport blijkt verder dat nader onderzoek is gedaan naar de holte. Daarover is het volgende opgenomen:<\/p>\n<p>\u201cDe oorzaak van de holte is niet vastgesteld, echter naar verwachting zal er sprake zijn van een zwamaantasting. Deze is niet aangetroffen, maar is mogelijk\/waarschijnlijk aan de binnenzijde van de stam aanwezig. Ondanks dat bomen zwamaantastingen kunnen afgrendelen is holtevorming doorgaans een voortschrijdend proces en valt te verwachten dat de holte in boom 33 in omvang, al dan niet langzaam, verder zal toenemen. Hierin is meegenomen dat populieren gemiddeld genomen slechter afgrendelen dan bijvoorbeeld eiken. De open holte aan de ZZO-zijde zorgt voor toevoer van zuurstof, waardoor houtafbrekende micro-organismen in leven blijven en gaat het rottingsproces verder (uit: Bomen, 2012).\u201d<\/p>\n<p>Verder heeft Stedelijk Groen overwogen dat de boom een verminderde restwand heeft en daarom onvoorspelbaarder wordt. Daarbij heeft Stedelijk Groen gewezen op een theoretische simulatie van een windbelastingsanalyse die zij heeft laten uitvoeren door boomadviesbureau Danphe B.V. Volgens Stedelijk Groen zijn extra complicerende factoren de tweestammigheid van de boom vanaf circa 3 meter boven het maaiveld, en de standplaats van de boom aan de oostzijde van een sloot (waardoor de trekwortels niet optimaal gevormd zijn).<\/p>\n<p>Het rapport van Stedelijk Groen vermeldt de duiding door Danphe:<\/p>\n<p>\u201cDe reserve die de boom heeft opgebouwd worden voor een belangrijk deel te niet gedaan door de uitholling van de stambasis. Bij een holte van deze omvang moet je volgens Wessolly uitgaan van een reductie van de factor voor de breuksterkte van bijna 50%. Dan kom je uit op een factor voor de breuksterkte van ongeveer 1,45 (145%). Dan kom je dicht bij de kritische grens (1,35 = 100% basisveiligheid en 35% veiligheidsmarge) voor wat wij acceptabel achten voor de bebouwde omgeving. Bij een breuksterktefactor van 1-1,35 kun je kroonreductie adviseren. Bij een breuksterktefactor van &lt; 1 ga je in de richting van kandelaberen, knotten of vellen.<\/p>\n<p>Let wel: dit is de theoretische benadering waar je om vroeg. Als je de trekproef daadwerkelijk<\/p>\n<p>uitvoert kan je erachter komen dat de boom het verlies aan breuksterkte door de uitholling (deels) heeft weten te compenseren door het hout van nieuwe jaarringen sterker te maken. Dan valt de breuksterktefactor hoger uit. Maar dat weet je dus niet zonder te meten.<\/p>\n<p>6.3.3. Gelet op het vermelde in de verschillende rapporten is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat geen sprake is van een potentieel monumentale houtopstand. Daarvoor is het volgende van belang. Tussen partijen is niet in geschil dat de boom een leeftijd van meer dan 35 jaar heeft en op dit moment gezond en niet gevaarlijk is. Verder is, zoals ter zitting besproken, niet in geschil dat de boom voldoet aan \u00e9\u00e9n van de specifieke voorwaarden genoemd in artikel 1, onder l, aanhef en onder 2, van de Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022 (hierna: de beleidsregels).<\/p>\n<p>Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is, gelet op de overwegingen in de genoemde rapporten, onvoldoende aangetoond dat de boom minder dan 10 \u00e1 15 jaar te leven heeft. Daarvoor is van belang dat van Otterloo aangeeft dat dergelijke bomen vaak aanzienlijke interne holtes ontwikkelen zonder dat dat leidt tot instabiliteit of verhoogd risico. Stedelijk Groen heeft aan de toegekende (verminderde) levensverwachting van de boom ten grondslag gelegd dat de holte in de stam wordt veroorzaakt door zwamaantasting, maar deze is niet vastgesteld en berust dus op een vermoeden. Uit de windbelastinganalyse blijkt verder niet dat is vastgesteld dat sprake is van een verlies aan breuksterkte. Weliswaar is in de windbelastinganalyse vermeld dat bij een holte van deze omvang uitgegaan moet worden van een reductie van de factor voor de breuksterkte van bijna 50%, waarmee wordt uitgegaan van een factor voor de breuksterkte van ongeveer 1,45 (145%), maar dit rechtvaardigt niet het vellen van de boom. Uit de windbelastinganalyse blijkt namelijk dat hiermee nog niet de grens van 1,35 wordt overschreden, waarbij kroonreductie wordt geadviseerd. wordt overschreden. Eerst bij een breuksterkte van minder dan 1 wordt \u2013 onder meer &#8212; vellen geadviseerd. Daarbij komt dat slechts sprake is van een theoretische benadering. Volgens de windbelastinganalyse is het mogelijk dat de boom het verlies aan breuksterkte door de uitholling (deels) heeft weten te compenseren door het hout van nieuwe jaarringen sterker te maken. In dat geval valt de breuksterktefactor hoger uit.<\/p>\n<p>6.3.4. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter niet aangetoond dat de boom minder dan 10 \u00e1 15 jaar te leven heeft en dus niet potentieel monumentaal is. Het college is er bij in het bestreden besluit gemaakte belangenafweging daarom ook ten onrechte vanuit gegaan dat de boom niet potentieel monumentaal is. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ontbeert het besluit daarom een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering. Nu twijfels bestaan over de rechtmatigheid van het besluit ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, in afwachting van de uitspraak op het beroep, het bestreden besluit en het primaire besluit in het kader van een belangenafweging te schorsen. Immers, de kap van de boom is onomkeerbaar terwijl niet gesteld of gebleken is dat derde-partij grote belangen heeft bij een spoedige kap van &#8212; enkel &#8212; boom 33.<\/p>\n<p>Compensatieplicht<\/p>\n<p>7. Verzoekers hebben in de aanvullende gronden van 8 september 2025 gesteld dat het college in het bestreden besluit ten onrechte heeft verwezen naar artikel 6, tweede lid, van de beleidsregels, terwijl volgens hen artikel 6, derde lid, van de beleidsregels van toepassing is. Zij hebben aangevoerd dat geen sprake is van hakhout, bosplantsoen of (lint)begroeiing zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, van de beleidsregels maar van een potentieel monumentale houtopstand. Het bos wordt bovendien gekapt vanwege \u2018dringende redenen\u2019, te weten een ruimtelijke ontwikkeling, waarop artikel 6, derde lid, van de beleidsregels van toepassing is. Dat betekent ook dat de financi\u00eble compensatie moet worden bepaald aan de hand van de nominale waarde van de gevelde en aangeplante bomen, die wordt bepaald conform de meest recente richtlijn van de Nederlandse vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). De houtopstand had daarom moeten worden getaxeerd door een onafhankelijke NVTB-taxateur, hetgeen ten onrechte niet is gebeurd. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter ook in dit kader verzocht om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat de gevelde houtopstand niet wordt afgevoerd.<\/p>\n<p>7.1 Het college heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat artikel 6, tweede lid, van de beleidsregels in dit geval van toepassing is omdat in dit geval sprake is van een houtopstand en niet van bomen. Dat is ook de bepaling die is gehanteerd in het bestreden besluit.<\/p>\n<p>7.2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college in het bestreden besluit het vergunningvoorschrift over financi\u00eble compensatie heeft aangepast. In het primaire besluit van 17 december 2024 heeft het college bepaald dat een herplantplicht wordt opgelegd voor 500 m2 houtopstand met een plantmaat 80-100. Dit moet gereed zijn binnen \u00e9\u00e9n jaar na gereed komen van de plantlocatie conform de BEA en het handboek Groninger Boom. Voor de overige are heeft het college (alleen) aangegeven dat volgens een anterieure overeenkomst moet worden gecompenseerd. In het bestreden besluit heeft het college bepaald dat het gaat om een financi\u00eble compensatie als bedoeld in artikel 4 en 6 van de beleidsregels, voor een bedrag van \u20ac 650.178,18. Dat bedrag wordt specifiek aangemerkt voor vergroening van Stadshavens danwel de nabije omgeving. Nu niet duidelijk is wanneer Stadshavens gereed zal zijn heeft het college geen uiterste datum genoemd voor het inzetten van het bedrag maar heeft het college bepaald dat het bedrag moet worden ingezet binnen \u00e9\u00e9n jaar na het verrichten van de laatste werkzaamheden door of namens Stadshavens B.V. in het plangebied.<\/p>\n<p>7.1.2. De voorzieningenrechter stelt vast dat artikel 6, eerste lid, van de beleidsregels bepaalt dat het college een financi\u00eble compensatie oplegt indien vanwege een ruimtelijke ontwikkeling de houtopstand afneemt. Vast staat dat de houtopstand afneemt vanwege een ruimtelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 4.8, eerste lid, aanhef en onder c, van de APVG wordt onder een houtopstand verstaan \u00e9\u00e9n of meer bomen, hakhout of een beplantingsvak van bosplantsoen van meer dan 100 m\u00b2 met een natuurlijke groeihoogte van meer dan twee meter. Uit het tweede en het derde lid van artikel 6 en de toelichting daarop maakt de voorzieningenrechter op dat bij het vaststellen van de omvang van de financi\u00eble compensatie voor een houtopstand onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds hakhout, bosplantsoen en (lint) begroeiing en anderzijds een of meer (gevelde) bomen. Zonder nadere motivering is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet duidelijk waarom het college zich op het standpunt stelt dat de gevelde houtopstand voor zover die bestaat uit bomen gecompenseerd moet worden aan de hand van artikel 6, tweede lid, van de APVG. De voorzieningenrechter ziet hierin echter geen aanleiding de door verzoekers in dit kader verzochte voorlopige voorziening te treffen nu ook hiervoor geldt dat zij daarbij geen spoedeisend belang hebben.<\/p>\n<p>Conclusie en gevolgen<\/p>\n<p>8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe voor zover dat ziet op het vellen van boom 33 en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 27 december 2024 en het besluit van 7 augustus 2025, voor zover die zien op het vellen van boom 33, worden geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek voor het overige af.<\/p>\n<p>8.1. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekers vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.<\/p>\n<p>Beslissing<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter:<\/p>\n<p>&#8212; wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;<\/p>\n<p>&#8212; schorst het primaire besluit en het bestreden besluit in zoverre deze zien op het vellen van boom 33 tot zes weken na de uitspraak op het beroep;<\/p>\n<p>&#8212; bepaalt dat het college het griffierecht van \u20ac 194,- aan verzoekers moet vergoeden.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.K. Heiting, griffier.<\/p>\n<p>Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2025.<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>voorzieningenrechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<p>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.<\/p>\n<h3>Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021<\/h3>\n<p>Artikel 4:8 Begripsomschrijvingen<\/p>\n<p>1. In deze afdeling wordt verstaan onder:<\/p>\n<p>a. boom: Een houtachtig, overblijvend gewas. Deze is vergunningplichtig indien de boom een dwarsdoorsnede van de stam heeft van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam<\/p>\n<p>b. hakhout: E\u00e9n of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;<\/p>\n<p>c. houtopstand: \u00e9\u00e9n of meer bomen, hakhout of een beplantingsvak van bosplantsoen van meer dan &gt;100m\u00b2 met een natuurlijke groeihoogte van meer dan twee meter;<\/p>\n<p>Artikel 4:9 Velverbod<\/p>\n<p>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.<\/p>\n<p>Artikel 4:11 Beslissing op aanvraag<\/p>\n<p>1. Het bevoegd gezag verleent in beginsel geen velvergunningen anders dan na een zorgvuldige belangenafweging op basis van minimaal \u00e9\u00e9n van de criteria \u201cwaardering\u201d, \u201coverlast\u201d, \u201ckwaliteit\u201d en \u201cdringende redenen\u201d. De aanvrager dient duidelijk te maken waarom naar zijn mening de vergunning noodzakelijk is.<\/p>\n<p>2. Het college stelt met betrekking tot de in het vorige lid genoemde criteria en de te maken afweging beleidsregels vast.<\/p>\n<p>Artikel 4:14 Herplant\/instandhoudingsplicht<\/p>\n<p>1. Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond, waarop de houtopstand bevond, dan wel aan degene, die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting op te leggen tot herbeplant over te gaan. De voorschriften als genoemd in artikel 4:9 vierde, vijfde en zesde zijn hier ook van toepassing.<\/p>\n<p>2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.<\/p>\n<h3>Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022<\/h3>\n<p>Artikel 1 Definities<\/p>\n<p>l. potentieel monumentale houtopstand:<\/p>\n<p>de houtopstand die voldoet aan de hierna te noemen basisvoorwaarden en aan tenminste \u00e9\u00e9n van de hierna te noemen specifieke voorwaarden:<\/p>\n<p>1. basisvoorwaarden:<\/p>\n<p>-. tussen 35 en 50 jaar oud;<\/p>\n<p>-. voldoende conditie; minimaal 10 \u00e0 15 jaar nog te leven;<\/p>\n<p>2. specifieke voorwaarden:<\/p>\n<p>-. onderdeel ecologische infrastructuur;<\/p>\n<p>-. onderdeel karakteristieke boom groep\/laanbeplanting;<\/p>\n<p>-. onderdeel zeldzame biotoop;<\/p>\n<p>-. zeldzaam, gedenkboom;<\/p>\n<p>-. bepalend voor de omgeving;<\/p>\n<p>-. herkenningspunt;<\/p>\n<p>Artikel 2<\/p>\n<p>1. Het college toetst een aanvraag om een omgevingsvergunning op het belang voor het behoud van de houtopstand en op het belang voor het verwijderen van de houtopstand. Hierbij toetst het college op de criteria \u2018kwaliteit\u2019, \u2018overlast\u2019, \u2018dringende reden\u2019 of \u2018waardering\u2019.<\/p>\n<h3>\u2026<\/h3>\n<p>7. Het college toetst voor het criterium \u2018dringende reden\u2019 de volgende aspecten:<\/p>\n<p>a. ruimtelijke ontwikkeling;<\/p>\n<p>b. bouwplan;<\/p>\n<p>c. rendementsverlies energie-opwekkers;<\/p>\n<p>d. sloopmelding;<\/p>\n<p>e. groot onderhoud.<\/p>\n<p>9.<br \/>\nBij een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een vastgestelde Boom Effect Analyse (BEA) bij te voegen zoals opgesteld volgens de richtlijn BEA, opgesteld door de landelijke Bomenstichting en CROW. Deze BEA moet conform deze richtlijn worden opgesteld vanaf de initiatieffase als een doorlopend advies.<\/p>\n<p>a. Het college stelt de BEA vast indien er sprake is van een negatieve balans op de houtopstand, en\/of er sprake is van geveld houtopstand in Stedelijke Ecologische Structuur (SES)gebied ongeacht de groenbalans, en\/of als er sprake is van het vellen van monumentaal houtopstand ongeacht de groenbalans;<\/p>\n<p>b. Het college mandateert in de overige gevallen de teamleider VTH tot het vaststellen van de BEA.<\/p>\n<p>Artikel 3 Eisen aan een Boom Effect Analyse<\/p>\n<p>1. Een BEA dient opgesteld te zijn conform de richtlijn Boom Effect Analyse, zoals opgesteld door de Bomenstichting en het CROW en dient de volgende aanvullende onderdelen te omvatten:<\/p>\n<p>a. het aantal bomen, en de oppervlakte houtopstand;<\/p>\n<p>b. boomsoort (Nederlandse en wetenschappelijke naam);<\/p>\n<p>c. diameter van de stam op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld;<\/p>\n<p>d. schaalvaste tekening waarop de ingemeten bomen (met weergave van de kroonprojectie) staan weergegeven;<\/p>\n<p>e. unieke boomnummering: op de tekening vermelding van een verkort nummer, in de inventarisatielijst vermelding van zowel het verkorte als het gemeentelijke boomnummer;.<\/p>\n<p>f. staat de boom in de basisgroenstructuur, bomenhoofdstructuur of stedelijke ecologische structuur (uitkomsten onderzoek op grond van de Wet natuurbescherming opnemen);<\/p>\n<p>g. verplantbaarheid (nader onderzoek wortelpakket, ligging kabels en leidingen, transport mogelijkheden, nieuwe locatie);<\/p>\n<p>h. conditie van de boom (op basis van Roloff);<\/p>\n<p>i. opdruk van verharding door boomwortels;<\/p>\n<p>j. bijzonderheden van de boom (meerstammig, leiboom, knotboom, gedenkboom e.d.);<\/p>\n<p>k. (potenti\u00eble) monumentale boom;<\/p>\n<p>l. herplant in het projectgebied of in de directe omgeving (straal 500 meter) van het projectgebied;<\/p>\n<p>m. de hoogte van de eventuele financi\u00eble compensatie.<\/p>\n<p>Artikel 4 Herplantplicht en groencompensatie<\/p>\n<p>1. Het college legt voor iedere gevelde houtopstand een herplantplicht voor een nieuwe houtopstand op, hetzij op dezelfde locatie, hetzij in de directe omgeving (binnen 500 meter3) tenzij:<\/p>\n<p>1. De standplaats van de houtopstand vanwege een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnt en er binnen het projectgebied of in de directe omgeving van het projectgebied geen geschikte ruimte voor een nieuwe houtopstand is dient een compensatie als bepaald in artikel 6 in het groencompensatiefonds te worden gestort;<\/p>\n<p>\u2026<\/p>\n<p>Artikel 6 Financi\u00eble Compensatie<\/p>\n<p>Indien vanwege een ruimtelijke ontwikkeling de houtopstand (volgens een door het college vastgestelde BEA) afneemt, legt het college een financi\u00eble compensatie op.<\/p>\n<p>De financi\u00eble compensatie voor te vellen hakhout, bosplantsoen en (lint)begroeiing met een minimale oppervlakte van 100 m2 en een natuurlijke groeihoogte van &gt; 2 meter, bedraagt \u20ac 42,50 per m2;<\/p>\n<p>De financi\u00eble compensatie voor een vanwege een ruimtelijke ontwikkeling gevelde houtopstand, en voor een niet zijnde een ruimtelijke ontwikkeling gevelde houtopstand, wordt bepaald aan de hand van de nominale waarde van de gevelde en aangeplante bomen. Deze waarde wordt bepaald conform de meest recente richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Bij een gedeeltelijke compensatie in of in de directe omgeving van een project door aanplant, dient de financi\u00eble compensatie berekend te worden op basis van de gemiddelde nominale waarde van de te vellen bomen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:RBNNE:2025:1217<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBNNE:2025:3163<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4660\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Omgevingsvergunning vellen Betonbos in Groningen. Voorlopige voorziening getroffen ten aanzien van boom 33.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7993],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7996,10417,7995,7675,19099],"kji_language":[7671],"class_list":["post-582744","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-noord-nederland","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-noord-nederland","kji_keyword-omgevingsvergunning","kji_keyword-rbnne","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-vellen","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Omgevingsvergunning vellen Betonbos in Groningen. Voorlopige voorziening getroffen ten aanzien van boom 33.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"21 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \\\/ 25\\\/2955 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T01:25:44+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \\\/ 25\\\/2955\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955","og_description":"Omgevingsvergunning vellen Betonbos in Groningen. Voorlopige voorziening getroffen ten aanzien van boom 33.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"21 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/","name":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T01:25:44+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254660-rechtbank-noord-nederland-23-09-2025-25-2955\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4660 Rechtbank Noord-Nederland , 23-09-2025 \/ 25\/2955"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/582744","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=582744"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=582744"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=582744"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=582744"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=582744"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=582744"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=582744"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=582744"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}