{"id":583122,"date":"2026-04-17T04:41:21","date_gmt":"2026-04-17T02:41:21","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/"},"modified":"2026-04-17T04:41:21","modified_gmt":"2026-04-17T02:41:21","slug":"eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C)"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Verdachte heeft in de nacht van 12 op 13 december 2023 kort na elkaar twee vrouwen vanuit het niets hardhandig van hun fiets geduwd, \u00e9\u00e9n van hen daarna ook nog geschopt, en een derde dakloze vrouw die lag te slapen meerdere keren in haar gezicht geschopt. Verder heeft hij in april van dat jaar een vrouw vanuit het niets aangerand, door haar plots in haar bil te knijpen, en in maart twee vrouwen zonder aanleiding bedreigd. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek en gelast dat hij ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.<\/p>\n<p>vonnis<\/p>\n<h3>RECHTBANK AMSTERDAM<\/h3>\n<p>Afdeling Publiekrecht<\/p>\n<p>Teams Strafrecht<\/p>\n<p>Parketnummers: 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C) (ter terechtzitting gevoegd)<\/p>\n<p>Datum uitspraak: 8 oktober 2025<\/p>\n<p>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaken tegen:<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1989,<\/p>\n<p>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,<\/p>\n<p>gedetineerd in de penitentiaire inrichting [detentieadres]<\/p>\n<h3>1Het onderzoek ter terechtzitting<\/h3>\n<p>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 september 2025.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C aangeduid.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.C.R. Gijsen, naar voren hebben gebracht.<\/p>\n<h3>2Tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging (zaak A feit 2) \u2013 kort gezegd \u2013 ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:<\/p>\n<p>Zaak A:<\/p>\n<p>Feit 1 primair: zware mishandeling van [slachtoffer 1] op 13 december 2023 te Amsterdam;<\/p>\n<p>subsidiair: poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] ;<\/p>\n<p>Feit 2: mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg van [slachtoffer 2] op 13 december 2023 te Amsterdam;<\/p>\n<p>Feit 3: mishandeling van [slachtoffer 3] op 13 december 2023 te Amsterdam;<\/p>\n<p>Zaak B:<\/p>\n<p>feitelijke aanranding van de eerbaarheid van [slachtoffer 4] op 13 april 2023 te Amsterdam;<\/p>\n<p>Zaak C:<\/p>\n<p>Feit 1: dwang ten aanzien van [slachtoffer 5] in de periode van 20 maart 2023 tot en met 12 december 2023 te Amsterdam;<\/p>\n<p>Feit 2: bedreiging van [slachtoffer 5] en\/of [slachtoffer 6] op 21 maart 2023 te Amsterdam.<\/p>\n<p>De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.<\/p>\n<p>Voor zover in de tenlastelegging taal- en\/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.<\/p>\n<h3>3Voorvragen<\/h3>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsman heeft zich ten aanzien van het in zaak C onder feit 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde periode te weinig specifiek is en dat verdachte zich slechts op een paar momenten binnen die pleegperiode in de omgeving van de winkel waarin aangeefster [slachtoffer 5] werkte heeft opgehouden. De dagvaarding zou dan ook op dit punt nietig zijn.<\/p>\n<p>Het standpunt van het Openbaar Ministerie<\/p>\n<p>De officier van justitie vindt dat geen sprake is van nietigheid van de dagvaarding. De pleegperiode is voldoende specifiek ten laste gelegd en uit het dossier blijkt dat verdachte binnen die periode meerdere keren langs de winkel is geweest waar [slachtoffer 5] werkte.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is vereist dat de dagvaarding een opgave behelst van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding van de tijd en plaats waar dit feit zou zijn begaan en de strafbaarstelling van het feit. De in zaak C onder feit 1 tenlastegelegde pleegperiode van bijna negen maanden is naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig lang dat niet voldaan zou zijn aan de vereisten van artikel 261 Sv. Op grond van de dagvaarding gelezen in combinatie met het dossier, moet het voor verdachte voldoende duidelijk zijn welk verwijt hem wordt gemaakt. Voor zover het verweer van de raadsman ziet op het aantal keren dat verdachte zich in de omgeving van [slachtoffer 5] heeft opgehouden is dat een omstandigheid die een rol kan spelen bij de vraag of het tenlastegelegde kan worden bewezen en die niet tot de nietigheid van de dagvaarding kan leiden. De dagvaarding is dan ook geldig.<\/p>\n<p>Deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.<\/p>\n<h3>4Waardering van het bewijs<\/h3>\n<p>Het standpunt van het Openbaar Ministerie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken van het in zaak A onder feit 1 primair ten laste gelegde, omdat het letsel van aangeefster [slachtoffer 1] niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Wel is sprake van een poging tot zware mishandeling.<\/p>\n<p>Verder heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat alle overige tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsman heeft zich ten aanzien van zaak A feit 2 op het standpunt gesteld dat onvoldoende bewijs is voor het op haar hoofd slaan van aangeefster [slachtoffer 2] . Verdachte ontkent haar te hebben geslagen. Aangeefster weet dit zelf niet goed meer en het feit dat zij hoofdpijn heeft kan ook zijn gekomen door haar val van de fiets.<\/p>\n<p>Ten aanzien van zaak C feit 1 heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. De aangifte is generiek en in de meeste gevallen zou verdachte niets hebben gedaan. Het enkele kijken naar de winkel en\/of haar medewerkers levert geen dwang op.<\/p>\n<p>Met betrekking tot de bewezenverklaring van de overige feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>Vrijspraak van de zware mishandeling van [slachtoffer 1] , bewezenverklaring van de poging daartoe (zaak A, feit 1 primair en subsidiair)<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat bewezen is dat verdachte opzettelijk met kracht meermaals in het gezicht van [slachtoffer 1] heeft getrapt terwijl zij op de grond lag te slapen, op grond van zijn bekennende verklaring ter zitting en de beschrijving van de camerabeelden door de politie.<\/p>\n<p>Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 1] door deze geweldshandelingen van verdachte een zwelling aan haar rechteroog en -jukbeen heeft opgelopen. Daarnaast hing er een rode prop uit haar oog, die door een arts is weggeknipt. Er zijn geen andere medische ingrepen uitgevoerd.<\/p>\n<p>Artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bepaalt (niet limitatief) wat onder zwaar lichamelijk letsel moet worden begrepen. Hiervan is \u2013 kort gezegd \u2013 sprake als het letsel levensbedreigend is, er sprake is van een zeer langdurige herstelperiode of geen volledige genezing wordt verwacht. Bij de vraag of in een concreet geval sprake is van zwaar lichamelijk letsel zal de rechter moeten kijken naar de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank kan het letsel dat [slachtoffer 1] heeft opgelopen niet zonder meer juridisch worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.. Uit de medische informatie van het OLVG-oost blijkt dat er een korte ingreep heeft plaatsgevonden waarbij het stolsel dat uit het oog kwam is afgeknipt. Daarna sloot het oog weer normaal en kon aangeefster weer zien. Er was geen verdenking op direct oogletsel.<\/p>\n<p>De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde.<\/p>\n<p>Wel komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde. Door [slachtoffer 1] meermaals met kracht in het gezicht te schoppen, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij daardoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Er is dan ook sprake van een poging tot zware mishandeling.<\/p>\n<p>Vrijspraak van de dwang ten aanzien van [slachtoffer 5] (zaak C, feit 1)<\/p>\n<p>De rechtbank spreekt verdachte ook vrij van het in zaak C onder feit 1 ten laste gelegde en overweegt daartoe als volgt.<\/p>\n<p>[slachtoffer 5] heeft aangifte gedaan van dwang gedurende de periode van 20 maart 2023 tot en met 12 december 2023. De rechtbank ziet voor twee incidenten, namelijk op 21 maart 2023 en op 12 december 2023, voldoende wettig bewijs. Op 21 maart 2023 heeft verdachte, nadat hij door de beveiliging van de winkel waar aangeefster [slachtoffer 5] werkzaam was naar buiten werd begeleid, tegen haar gezegd dat hij haar zou opwachten. Ook maakte hij daarbij met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel. Op 12 december 2023 liep verdachte langs de winkel, is naar binnen gegaan en heeft meermaals op intimiderende wijze gevraagd naar een vrouw terwijl hij wees naar zijn hoofd. Bij de verschillende getuigen die dit hebben verklaard bestond de indruk dat verdachte hiermee doelde op aangeefster [slachtoffer 5] (die op dat moment niet in de winkel aanwezig was), aangezien zij een hoofddoek draagt. Daarbij heeft verdachte ook gezegd \u2018tell the bitch that she talks too much\u2019. Voor de overige incidenten die zijn genoemd in de aangifte, ziet de rechtbank geen steunbewijs in bijvoorbeeld getuigenverklaringen van de collega\u2019s van aangeefster of ander bewijs.<\/p>\n<p>Artikel 284 Sr beoogt te voorkomen dat iemand op een wederrechtelijke manier in zijn vrijheid van handelen wordt beperkt doordat dwang ten aanzien van hem wordt uitgeoefend. De handelingen dienen van zodanige aard te zijn dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat het slachtoffer hieraan geen weerstand kan bieden. Van door een feitelijkheid wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden als bedoeld in artikel 284 Sr kan slechts sprake zijn als de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer iets heeft gedaan, niet gedaan of geduld (vgl. HR 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5834).<\/p>\n<p>Van de hierboven genoemde twee incidenten is de rechtbank van oordeel dat, hoewel die als bedreigend kunnen worden ervaren, geen dwang in de zin van artikel 284 Sr opleveren. Niet is bewezen dat aangeefster door de handelingen van verdachte op 21 maart 2023 en 12 december 2023 is gedwongen iets te doen, te laten of te dulden.<\/p>\n<p>Verdachte wordt dan ook van dit feit vrijgesproken.<\/p>\n<p>De mishandeling van [slachtoffer 2] (zaak A, feit 2)<\/p>\n<p>De rechtbank acht bewezen dat verdachte aangeefster [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar van haar fiets te duwen, waardoor zij is gevallen en haar tegen haar benen te schoppen. De rechtbank baseert dit op de verklaring van verdachte ter zitting en op de aangifte.<\/p>\n<p>Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte [slachtoffer 2] ook zou hebben geslagen. Aangeefster herinnert zich dit niet goed en ook op de beelden is niet duidelijk te zien dat verdachte haar daadwerkelijk heeft geslagen. Van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken.<\/p>\n<p>Verdachte wordt ook vrijgesproken van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] . Uit de door en namens [slachtoffer 2] ter zitting overgelegde stukken blijkt dat bij haar ruim twee jaar na het feit (nog steeds) sprake is van postcommotionele klachten zoals hoofdpijn en prikkelgevoeligheid, die zijn veroorzaakt door de door verdachte gepleegde mishandeling. Gelet op de reeds in rubriek 4.4.1 genoemde factoren in samenhang bezien komt de rechtbank tot de conclusie dat deze klachten niet kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82 Sr.<\/p>\n<p>De mishandeling van [slachtoffer 3] (zaak A, feit 3)<\/p>\n<p>Gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de aangifte van [slachtoffer 3] acht de rechtbank bewezen dat verdachte haar heeft geduwd, waardoor zij van haar fiets is gevallen. Dit levert een eenvoudige mishandeling op.<\/p>\n<p>De aanranding van [slachtoffer 4] (zaak B)<\/p>\n<p>Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij in de bil van aangeefster [slachtoffer 4] heeft geknepen. Deze verklaring, in combinatie met de aangifte van [slachtoffer 4] , levert voldoende bewijs op voor de tenlastegelegde aanranding van [slachtoffer 4] .<\/p>\n<p>De bedreiging van [slachtoffer 5] en\/of [slachtoffer 6] (zaak C, feit 2)<\/p>\n<p>Ten slotte komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de bedreiging van aangeefsters [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] op grond van de aangifte van [slachtoffer 5] , de getuigenverklaring van [slachtoffer 6] en het proces-verbaal van bevindingen waarin de door [slachtoffer 6] aan de politie overgelegde screenshots van WhatsApp-berichten zijn beschreven.<\/p>\n<p>Zoals reeds onder rubriek 4.4.2 is overwogen, stelt de rechtbank op basis van deze bewijsmiddelen vast dat verdachte op 21 maart 2023, nadat hij door de beveiliging van de winkel waar aangeefster [slachtoffer 5] werkzaam was naar buiten werd begeleid, [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] aankeek en tegen hen \u2018I\u2019m waiting for you after work\u2019 zei. Ook maakte hij daarbij met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel.<\/p>\n<h3>5Bewezenverklaring<\/h3>\n<p>De rechtbank acht bewezen dat verdachte:<\/p>\n<p>Zaak A<\/p>\n<p>Feit 1 subsidiair:<\/p>\n<p>op 13 december 2023 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan mevr. [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met kracht meermaals in het gezicht van het slapende slachtoffer heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>op 13 december 2023 te Amsterdam mevr. [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2]<\/p>\n<p>&#8212; onverhoeds en met kracht tegen haar lichaam te duwen waardoor die [slachtoffer 2] van haar fiets is gevallen en<\/p>\n<p>&#8212; tegen het lichaam te trappen;<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>op 13 december 2023 te Amsterdam mevr. [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] onverhoeds en met kracht tegen haar lichaam te duwen waardoor die [slachtoffer 3] van haar fiets is gevallen;<\/p>\n<p>Zaak B:<\/p>\n<p>op 13 april 2023 te Amsterdam, door een andere feitelijkheid, te weten door mevrouw [slachtoffer 4] met zijn vingers onverhoeds in haar rechterbil te knijpen, die voornoemde [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het aanraken van en knijpen in haar rechterbil;<\/p>\n<p>Zaak C:<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>op 21 maart 2023 te Amsterdam [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\/of met zware mishandeling, door met zijn vinger een snijbeweging langs zijn keel te maken in de richting of in de nabijheid van die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en dreigend de woorden toe te voegen \u2018I&#039;m waiting for you after work, bitches\u2019.<\/p>\n<h3>6Het bewijs<\/h3>\n<p>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in bovengenoemde processen-verbaal en verklaringen van verdachte zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.<\/p>\n<h3>7De strafbaarheid van de feiten<\/h3>\n<p>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.<\/p>\n<h3>8De strafbaarheid van verdachte<\/h3>\n<p>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte volledig uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.<\/p>\n<h3>9Motivering van de straffen en maatregelen<\/h3>\n<p>Het standpunt van het Openbaar Ministerie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een ongemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met dwangverpleging van overheidswege.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Wel heeft de raadsman bepleit dat, als de rechtbank tot oplegging van de tbs-maatregel komt, het van belang is dat de maatregel zo snel mogelijk kan aanvangen.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de maatregel en een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.<\/p>\n<p>Ernst van de feiten<\/p>\n<p>Verdachte heeft in de nacht van 12 op 13 december 2023 kort na elkaar twee vrouwen vanuit het niets hardhandig van hun fiets geduwd, \u00e9\u00e9n van hen daarna ook nog geschopt, en een derde dakloze vrouw die lag te slapen meerdere keren in haar gezicht geschopt. Verder heeft hij in april van dat jaar een vrouw vanuit het niets aangerand, door haar plots in haar bil te knijpen, en in maart twee vrouwen zonder aanleiding bedreigd. Verdachte heeft met deze feiten ernstige inbreuken gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze slachtoffers en hen angst aangejaagd. Sommige van de slachtoffers hebben nu nog lichamelijke en psychische klachten door het geweld dat verdachte hen heeft aangedaan. Uit de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 2] en het door haar uitgeoefende spreekrecht blijkt hoe groot de impact van de onverwachte aanval van verdachte op haar is geweest. Ook uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] blijkt wat voor impact het incident op haar heeft gehadDe rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.<\/p>\n<p>Persoon van de verdachte<\/p>\n<p>De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) van 16 juli 2025, opgemaakt door S. Rakhshandehroo, psychiater, en A.J. de Groot, klinisch psycholoog, beiden verbonden aan het NIFP.<\/p>\n<p>Het PBC-rapport houdt \u2013 samengevat \u2013 het volgende in:<\/p>\n<p>Betrokkene weigerde mee te werken aan het huidige klinische onderzoek. Er zijn aanwijzingen dat de weigering om mee te werken aan het onderzoek pathologisch van aard is: mogelijk heeft betrokkene door achterdocht het onderzoek als bedreigend of onbetrouwbaar ervaren en aldus vermeden; daarnaast kunnen ziekteverschijnselen zoals apathie, initiatiefverlies of sociaal terugtrekgedrag hebben bijgedragen aan zijn verminderde bereidheid tot samenwerking. Zijn procespositie heeft mogelijk ook een rol gespeeld in zijn weigering.<\/p>\n<p>Ondanks de beperkingen die zijn weigering tot medewerking met zich meebracht, hebben de onderzoekers zich toch een indruk kunnen vormen van de psychische toestand van betrokkene. Dit werd mogelijk gemaakt door de uitvoerige observaties van de groepsleiding binnen het PBC, het voorgeleidingsconsult in 2023 vlak na een deel van de ten laste gelegde feiten, het ambulant psychiatrisch onderzoek pro Justitia uit 2024, en de \u2013 zij het beperkte maar informatieve \u2013 klinische indrukken van de onderzoekers zelf.<\/p>\n<p>Op 15 december 2023 wordt betrokkene gezien door een psychiater in het kader van een voorgeleidingsconsult. De psychiater stelt dat er bij hem sprake is van een psychisch verwarde toestand met oninvoelbaar lachen, preoccupatie met religie en aanwijzingen voor imperatieve, akoestische hallucinaties &#8212; stemmen die hem opdrachten geven. Betrokkene vertelt namelijk dat hij ten tijde van het ten laste gelegde handelde in opdracht van een hogere macht (&quot;God of de duivel&quot;) en zegt dat mensen voor hem applaudisseerden. Vragend naar geweld richting de aangeefsters noemt hij vrouwen als motief voor zijn handelen, en zegt dat vrouwen het in leven zwaarder te verduren krijgen dan mannen. Vanwege aanwijzingen voor een psychotisch toestandsbeeld wordt hij in een PPC geplaatst. Aldaar uit hij zich racistisch en agressief en vertoont hij parano\u00efde gedragingen zoals niet eten uit angst om dood te gaan. Hij zegt &quot;in een spel&quot; te leven waarin niemand te vertrouwen is. In februari 2024 stelt de behandelende psychiater een parano\u00efde psychose vast, die niet samenhangt met middelengebruik, gezien het voortduren van symptomen tijdens abstinentie van middelen in de detentie. Aangezien betrokkene bij ontbrekend ziektebesef de voorgeschreven orale antipsychotica blijft weigeren, wordt er in maart 2024 gestart met dwangbehandeling, middels het antipsychoticum flupentixol, in de vorm van gedwongen depot-injecties.<\/p>\n<p>In 2024 wordt hij, eveneens naar aanleiding van het ten laste gelegde, pro Justitia ambulant onderzocht door een psychiater (Buijs). De psychiater stelt in haar rapport van 10 april 2024 vast dat er aanwijzingen zijn voor hallucinatoir gedrag (oninvoelbaar lachen), associatief denken, grootheidsidee\u00ebn en stemmingswisselingen. Ze stelt dat door onvoldoende betrouwbare informatie van betrokkene zelf en nauwelijks beschikbare collaterale informatie de betrouwbaarheid van de verkregen informatie in haar onderzoek onvoldoende is om tot diagnostische conclusies te komen.<\/p>\n<p>Tijdens zijn verblijf in het PBC staat betrokkene onder een voortgezette dwangbehandeling met driewekelijkse depots van het antipsychoticum Zypadhera, toegediend in een therapeutische onderhoudsdosering. Als psychosekenmerken vertoont hij met name een tekort aan gezonde psychische functies &#8212; de zogenoemde negatieve symptomen: hij is passief, apathisch, vertoont teruggetrokken gedrag, heeft een mat affect en een vlakke mimiek. Naast deze negatieve symptomen zijn er aanwijzingen voor positieve symptomen, zoals achterdocht (zichtbaar in zijn passieve houding) en mogelijk hallucinaties (waarop zijn oninvoelbare, wat ongenaakbare glimlach kan wijzen). Het huidige functioneren van betrokkene wordt begrepen als een deels gestabiliseerd toestandsbeeld binnen het kader van een parano\u00efde psychotische stoornis met grootheidskenmerken, waarbij het effect van de anti psychotische depotmedicatie &#8212; die hij inmiddels circa een jaar gebruikt &#8212; mede stabiliserend lijkt te werken. Hoewel hij momenteel geen psychotische uitspraken doet, kan niet worden uitgesloten dat er nog sprake is van sluimerend psychotisch denken. Binnen het huidige toestandsbeeld ontbreekt de expressie van het eerder waargenomen denigrerende, seksueel provocerende en racistische gedrag met vrouwonvriendelijke kleuring. De huidige gedragsmatige tekorten worden primair begrepen als negatieve symptomen, passend bij een procespsychose. Tegelijkertijd kan een deel van deze gedragsremming ook het gevolg zijn van bijwerkingen van anti psychotische medicatie. Daarnaast is het voorstelbaar dat zijn procespositie mede bijdraagt aan zijn gereserveerde presentatie.<\/p>\n<p>Concluderend wordt er bij betrokkene op basis van de samenhangende gedragsmatige, (auto)biografische en klinische gegevens een chronisch, parano\u00efde psychotisch proces met grootheidskenmerken vastgesteld. De psychosekenmerken, met name de positieve symptomen (wanen), zijn onder de huidige anti psychotische dwangbehandeling afgezwakt, echter zijn ze in de kern latent aanwezig.<\/p>\n<p>Naast de vastgestelde parano\u00efde psychotische stoornis kunnen, gezien het gebrek aan klinische indrukken en het ontbreken van voldoende medische en collaterale informatie, geen uitspraken worden gedaan over de eventuele aanwezigheid van andere psychische stoornissen. Wel zijn er aanwijzingen voor problematisch middelengebruik, met name van cannabis en alcohol. Wat betreft het intellectuele functioneren kan, op basis van de in het PBC-onderzoek opgedane indrukken, worden geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn voor een verstandelijke beperking.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de aanwezigheid van een parano\u00efde psychose ten tijde van het ten laste gelegde gedrag, kan het volgende worden gesteld. De periode waarin de ten laste gelegde feiten indien bewezen plaatsgevonden hebben, loopt van maart 2023 tot en met december 2023. Op basis van bevindingen van de NIFP-consulent tijdens een consult in december 2023, kort na een deel van de ten laste gelegde feiten, werd bij betrokkene op dat moment een psychotisch toestandsbeeld vastgesteld, gekenmerkt door religieus-psychotische belevingen, grootheidsidee\u00ebn en achterdocht. Dit wordt in de daaropvolgende maanden bevestigd door observaties binnen het PPC van de [detentieadres] . Ten aanzien van de periode voorafgaand aan december 2023 is het beeld diffuser, mede doordat betrokkene niet heeft meegewerkt aan het huidige onderzoek en medische gegevens uit die periode ontbreken. Toch is er op basis van politiemutaties en de door betrokkene zelf verstrekte informatie &#8212; hoe beperkt en moeilijk te verifi\u00ebren deze ook is &#8212; reden om aan te nemen dat psychische ontregeling al langere tijd een rol speelde.<\/p>\n<p>De patronen in het gedrag van betrokkene &#8212; waaronder achterdocht, religieus-psychotische belevingen, agressieve incidenten en een structureel gebrek aan ziekte-inzicht \u2013 wijzen op de aanwezigheid van een sluimerend, progressief verlopend psychotisch proces dat vermoedelijk al jaren gaande is.<\/p>\n<p> Naast het bovenstaande achten de onderzoekers, inherent aan de chronische aard van psychotische stoornissen in het algemeen en het feit dat in december 2023 ondubbelzinnig sprake was van een parano\u00efde psychose met grootheidskenmerken, hetaannemelijk dat deze stoornis ook reeds aanwezig was ten tijde van het ten laste gelegde gedrag in 2023.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de feiten in zaak A stellen de onderzoekers dat de psychotische stoornis hoogstwaarschijnlijk zeer \u2013 en mogelijk alles \u2013 overheersend heeft doorgewerkt in betrokkenes realiteitsbeleving, impulsregulatie, moreel besef en interpretatie van de sociale werkelijkheid. Daarbij lijkt sprake van structureel gestoorde gedragsaansturing, waarin een patroon van geweld onder invloed van wanen en hallucinaties een schijnbaar logische uitweg vormt. Uitgaande van het scenario waarin betrokkene handelde onder invloed van imperatieve hallucinaties en zijn gedrag plaatsvond binnen de context van een psychotische episode zonder ziektebesef of behandeling, adviseren de onderzoekers gedragskundig de ten laste gelegde feiten hem in tenminste sterk verminderde mate toe te rekenen, waarbij zeker niet kan worden uitgesloten dat de keuze en handelingsvrijheid volledig en onontkoombaar werden ingeperkt.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de feiten in zaken B en C stellen de onderzoekers dat in de gedragingen van betrokkene een vergelijkbaar patroon van parano\u00efde interpretaties en grootheidsidee\u00ebn naar voren komt. De beschikbare informatie wijst dan ook op structurele gedragsproblematiek binnen een zich toenemend manifesterende psychotische toestand, waarin hij zijn omgeving als vijandig ervaart, zichzelf superieur acht, en niet beschikt over voldoende realiteitstoetsing of gedragsregulatie. Hoewel er geen actueel psychiatrisch onderzoek rond het tijdstip van de zaken B en C beschikbaar is, geven de politiemutaties en de twee latere psychiatrische onderzoeken voldoende aanwijzingen dat zijn parano\u00efde psychotisch toestandsbeeld ook in de periode rondom deze feiten al aanwezig was \u2013 zij het mogelijk in minder floride vorm dan later. Het is dan ook aannemelijk dat de parano\u00efde psychose met grootheidskenmerken ook bij deze feiten in meer of mindere mate heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde gedrag. Daarom wordt geadviseerd om de feiten in licht verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen.<\/p>\n<p>Betrokkene is een man met een chronisch parano\u00efde psychotische stoornis met grootheidskenmerken. Wanneer hij niet medicamenteus wordt behandeld, wordt zijn gedrag gekenmerkt door religieus-parano\u00efde wanen, achterdocht, een volledig gebrek aan ziektebesef en ontremd, agressief gedrag. Sinds begin 2024 wordt de stoornis behandeld middels een dwangbehandeling met antipsychotica. Toch blijven psychosekenmerken, ook onder behandeling, latent aanwezig. Daarnaast persisteren de negatieve symptomen, waaronder initiatiefverlies, apathie en passiviteit. Betrokkene blijft achterdochtig onder de oppervlakte en toont geen bereidheid tot vrijwillige medicatie-inname. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Zonder psychiatrische behandeling en toezicht daarop is de kans groot dat betrokkene opnieuw zal ontregelen. Het is cruciaal dat betrokkene een behandeling ontvangt gericht op het stabiliseren van zijn psychotische symptomen. Ook moet de behandeling zich richten op het stimuleren van ziektebesef en -inzicht, evenals het aanleren van gedragsregulatie. Gezien de ernst van het langdurig ontbreken van vrijwillige behandelmotivatie, wordt vrijwillige ambulante behandeling niet als realistisch beschouwd. Gezien de chronische aard van de stoornis, het ontbreken van stabiliserende factoren in de maatschappelijke context, en het structurele disfunctioneren van betrokkene, is langdurige forensisch-psychiatrische behandeling essentieel. Het advies is dan ook om betrokkene op te nemen in een klinische forensisch-psychiatrische setting met een zeer hoog beveiligingsniveau (4). Om de behandeling en bescherming van de samenleving te waarborgen, achten de onderzoekers een tbs met bevel tot verpleging van overheidswege noodzakelijk. Een tbs met voorwaarden wordt vanwege het ontbrekend ziektebesef bij betrokkene niet als haalbaar gezien.<\/p>\n<p>De rechtbank neemt de conclusies van de gedragsdeskundigen met betrekking tot de bij verdachte aanwezige stoornis over en maakt die tot de hare. Met betrekking tot de toerekenbaarheid is de rechtbank van oordeel dat sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid.<\/p>\n<p>Voorts is kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 26 augustus 2025 van het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, opgesteld door [persoon] . De reclassering heeft onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een tbs-maatregel met voorwaarden en de invulling van eventuele bijzondere voorwaarden. De reclassering heeft negatief geadviseerd. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met voorwaarden de risico\u2019s in te perken of het gedrag te veranderen. De reclassering schat het risico op recidive hoog in zonder psychiatrische behandeling en toezicht De reclassering sluit zich dan ook aan bij het advies van het PBC, dat een tbs met dwangverpleging als meest passende optie wordt gezien om er voor te zorgen dat verdachte de noodzakelijk intensieve behandeling krijgt om zo de risico\u2019s te beperken en daarmee de veiligheid van de maatschappij te borgen.<\/p>\n<p>Overige relevante omstandigheden<\/p>\n<p>De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 4 januari 2024. Daaruit blijkt dat hij eerder voor bedreiging is veroordeeld. Ook is hij in het Verenigd Koninkrijk veroordeeld voor onder andere dwang, pressie, stalken, intimidatie of agressie van psychologische of emotionele aard.<\/p>\n<p>Bij het bepalen van de straf is ook gekeken naar de ori\u00ebntatiepunten voor Straftoemeting (LOVS).<\/p>\n<p>Daarnaast is, zoals hiervoor al is vermeld, rekening gehouden met de omstandigheid dat de feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.<\/p>\n<p>De straf<\/p>\n<p>Alles afwegende vindt de rechtbank dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van voorarrest, moet worden opgelegd.<\/p>\n<p>Motivering tbs-maatregel<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen eist dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en van overheidswege moet worden verpleegd, en dat aan de voorwaarden voor oplegging van die maatregel is voldaan. Bij verdachte bestond tijdens het begaan van de bewezen geachte feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.. De poging zware mishandeling (zaak A, feit 1) en de aanranding (zaak B) zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer op staat. De bedreiging (zaak C, feit 2) is een feit zoals benoemd in artikel 37a, eerste lid, Sr. Daar komt bij dat de veiligheid van anderen danwel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist dat de maatregel wordt opgelegd.<\/p>\n<p>Op grond van het voorgaande heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat verdachte zich zal (kunnen) houden aan voorwaarden die in het kader van een tbs met voorwaarden worden gesteld. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat bij verdachte sprake is van een parano\u00efde psychotische stoornis, dat hij geen ziektebesef en -inzicht heeft en dat ook onder de huidige dwangbehandeling met antipsychotica de psychosekenmerken aanwezig blijven.<\/p>\n<p>Op basis van het dossier en het ter zitting verhandelde is de rechtbank overtuigd geraakt van de noodzaak van langdurige behandeling, om de kans op recidive terug te kunnen dringen. De rechtbank komt tot de conclusie dat een dergelijke behandeling in dit geval alleen kan worden vormgegeven in het kader van een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege.<\/p>\n<p>De bewezenverklaarde poging zware mishandeling, de aanranding en de bedreiging, kunnen worden aangemerkt als misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen zoals bedoeld in artikel 38e Sr, zodat de totale duur van de tbs-maatregel met dwangverpleging een periode van vier jaar te boven mag gaan.<\/p>\n<p>Verdachte zit inmiddels langer in voorarrest dan de op te leggen gevangenisstraf. Dat betekent dat de tbs-maatregel na het onherroepelijk worden van dit vonnis meteen zal aanvangen. Verdachte zal in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek gedetineerd blijven op grond van artikel 9, tweede lid, sub f, van de Penitentiaire beginselenwet.<\/p>\n<h3>10De vorderingen benadeelde partij<\/h3>\n<p>Het standpunt van het Openbaar Ministerie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] integraal kunnen worden toegewezen. De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] kan worden toegewezen tot een bedrag van \u20ac 1.000,-. Voor het overige dient [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. Daarbij dient ook ten aanzien van alle vorderingen de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsman heeft zich voor wat betreft de vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]<\/p>\n<p>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert \u20ac 2.500,- aan vergoeding van immateri\u00eble schade te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak A onder feit 1 subsidiair bewezenverklaarde rechtstreeks immateri\u00eble schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.<\/p>\n<p>Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.<\/p>\n<p>In het belang van [slachtoffer 1] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.<\/p>\n<p>De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]<\/p>\n<p>De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert \u20ac 2.547,15 aan vergoeding van materi\u00eble schade en \u20ac 4.000,- aan vergoeding van immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>Vast staat dat aan de benadeelde partij door het in zaak A onder feit 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materi\u00eble en immateri\u00eble schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De gevorderde materi\u00eble schadevergoeding zal daarom worden toegewezen. Over dit bedrag is de verdachte verplicht de wettelijke rente te betalen. In verband met de hoeveelheid schadeposten waaruit dit bedrag is opgebouwd, zal de rechtbank de ingangsdatum van de wettelijke rente (schattenderwijs) bepalen op een datum gelegen in (ongeveer) het midden van de periode waarin al die schade is geleden, te weten 1 juni 2024.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de gevorderde immateri\u00eble schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 6:106 van het BW heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. De rechtbank dient vast te stellen of een schadevergoeding billijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is een immateri\u00eble schadevergoeding van \u20ac 2.500,- billijk. De vordering tot immateri\u00eble schadevergoeding zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.<\/p>\n<p>Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.<\/p>\n<p>In het belang van [slachtoffer 2] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.<\/p>\n<p>De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5]<\/p>\n<p>De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert \u20ac 5.000,- aan vergoeding van immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat onvoldoende is onderbouwd wat de grondslag voor toewijzing van een vergoeding voor immateri\u00eble schade zou zijn. Het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.<\/p>\n<p>De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.<\/p>\n<h3>11Toepasselijke wettelijke voorschriften<\/h3>\n<p>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 36f, 37a, 37b, 45, 57, 246, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.<\/p>\n<p>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.<\/p>\n<h3>12Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.<\/p>\n<p>Verklaart het in zaak A onder feit 1 primair en in zaak C onder feit 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.<\/p>\n<p>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.<\/p>\n<p>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.<\/p>\n<p>Het bewezen verklaarde levert op:<\/p>\n<p>Ten aanzien van zaak A:<\/p>\n<p>Feit 1 subsidiair:<\/p>\n<p>poging tot zware mishandeling;<\/p>\n<p>Feiten 2 en 3:<\/p>\n<p>telkens: mishandeling;<\/p>\n<p>Ten aanzien van zaak B:<\/p>\n<p>feitelijke aanranding van de eerbaarheid;<\/p>\n<p>Ten aanzien van zaak C:<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd.<\/p>\n<p>Verklaart het bewezene strafbaar.<\/p>\n<p>Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.<\/p>\n<p>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.<\/p>\n<p>Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.<\/p>\n<p>Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van \u20ac 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 13 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.<\/p>\n<p>Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat \u20ac 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 13 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.<\/p>\n<p>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.<\/p>\n<p>Wijst de vordering ter zake van materi\u00eble schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van \u20ac 2.547,15 (zegge: tweeduizend vijfhonderd zevenenveertig euro en vijftien cent) aan vergoeding van materi\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 1 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening.<\/p>\n<p>Wijst de vordering ter zake van immateri\u00eble schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van \u20ac2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 13 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte tot betaling van de toegewezen bedragen aan [slachtoffer 2] voornoemd.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.<\/p>\n<p>Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.<\/p>\n<p>Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat \u20ac 5.047,15 (zegge: vijfduizend zevenenveertig euro en vijftien cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over \u20ac 2.547,15 vanaf 1 juli 2024 en over \u20ac 2.500,- vanaf 13 december 2023, ten aanzien van beide bedragen tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 67 (zevenenzestig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.<\/p>\n<p>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.<\/p>\n<p>Verklaart [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in haar vordering.<\/p>\n<p>Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door<\/p>\n<p>mr. I. Timmermans, voorzitter,<\/p>\n<p>mr. G. Beunk en mr. J.C.E. Krikke, rechters,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,<\/p>\n<p>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 oktober 2025.<\/p>\n<p>[&#8230;]<\/p>\n<p>[&#8230;]<\/p>\n<p> [&#8230;]<\/p>\n<p>[&#8230;]<\/p>\n<p> [&#8230;]<\/p>\n<p> [&#8230;]<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11359\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Verdachte heeft in de nacht van 12 op 13 december 2023 kort na elkaar twee vrouwen vanuit het niets hardhandig van hun fiets geduwd, \u00e9\u00e9n van hen daarna ook nog geschopt, en een derde dakloze vrouw die lag te slapen meerdere keren in haar gezicht geschopt. Verder heeft hij in april van dat jaar een vrouw vanuit het niets aangerand, door haar plots in haar bil te knijpen, en in maart twee vrouwe&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7998],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7632],"kji_keyword":[7673,7675,10423,8072,18990],"kji_language":[7671],"class_list":["post-583122","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-amsterdam","kji_year-8463","kji_subject-penal","kji_keyword-heeft","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-vanuit","kji_keyword-verdachte","kji_keyword-vrouwen","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C)\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Verdachte heeft in de nacht van 12 op 13 december 2023 kort na elkaar twee vrouwen vanuit het niets hardhandig van hun fiets geduwd, \u00e9\u00e9n van hen daarna ook nog geschopt, en een derde dakloze vrouw die lag te slapen meerdere keren in haar gezicht geschopt. Verder heeft hij in april van dat jaar een vrouw vanuit het niets aangerand, door haar plots in haar bil te knijpen, en in maart twee vrouwe...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"31 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \\\/ 13\\\/332675-23 (A), 13\\\/137492-23 (B) en 13\\\/164790-24 (C) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T02:41:21+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \\\/ 13\\\/332675-23 (A), 13\\\/137492-23 (B) en 13\\\/164790-24 (C)\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C)","og_description":"Verdachte heeft in de nacht van 12 op 13 december 2023 kort na elkaar twee vrouwen vanuit het niets hardhandig van hun fiets geduwd, \u00e9\u00e9n van hen daarna ook nog geschopt, en een derde dakloze vrouw die lag te slapen meerdere keren in haar gezicht geschopt. Verder heeft hij in april van dat jaar een vrouw vanuit het niets aangerand, door haar plots in haar bil te knijpen, en in maart twee vrouwe...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"31 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/","name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T02:41:21+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202511359-rechtbank-amsterdam-08-10-2025-13-332675-23-a-13-137492-23-b-en-13-164790-24-c\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:11359 Rechtbank Amsterdam , 08-10-2025 \/ 13\/332675-23 (A), 13\/137492-23 (B) en 13\/164790-24 (C)"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/583122","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=583122"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=583122"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=583122"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=583122"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=583122"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=583122"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=583122"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=583122"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}