{"id":583398,"date":"2026-04-17T05:35:22","date_gmt":"2026-04-17T03:35:22","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/"},"modified":"2026-04-17T05:35:22","modified_gmt":"2026-04-17T03:35:22","slug":"eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Vernietiging beslissing instellen bewind en mentorschap. Herleving levenstestament. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken om aan het levenstestament en\/of de wensen van de rechthebbende voorbij te gaan.<\/p>\n<h3>GERECHTSHOF \u2019s-HERTOGENBOSCH<\/h3>\n<p>Team familie- en jeugdrecht<\/p>\n<p>Uitspraak: 25 september 2025<\/p>\n<p>Zaaknummers: 200.351.805\/01 en 200.351.817\/01<\/p>\n<p>Zaaknummers eerste aanleg: 11242833 TE VERZ 24-1164 en 11220127 TE VERZ 24-1111<\/p>\n<p>in de zaak in hoger beroep van:<\/p>\n<p>[de zoon] ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>verzoeker in hoger beroep,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de zoon,<\/p>\n<p>advocaat: mr. J.B. de Bruin,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[de dochter]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>verweerster in hoger beroep,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de dochter,<\/p>\n<p>advocaat: mr. H.J.P.M. van Berckel-van der Rij.<\/p>\n<p>Als belanghebbenden zijn aangemerkt:<\/p>\n<p>[de rechthebbende] ,<\/p>\n<p>thans verblijvende in verpleeghuis [verpleeghuis] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de rechthebbende.<\/p>\n<p>[de bewindvoerder\/mentor] , h.o.d.n. [naam] ,<\/p>\n<p>kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de bewindvoerder en\/of de mentor.<\/p>\n<p>Deze zaak gaat &#8212; in het kort &#8212; over het bewind over de (toekomstige) goederen van en het mentorschap ten aanzien van [de rechthebbende] , voornoemd.<\/p>\n<h3>1Het geding in eerste aanleg<\/h3>\n<p>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Oost-Brabant van 25 november 2024, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.<\/p>\n<h3>2Het geding in hoger beroep<\/h3>\n<p>Bij twee afzonderlijke beroepschriften met producties, ingekomen ter griffie op 24 februari 2025, heeft de zoon, na aanvulling c.q. wijziging van zijn verzoek, verzocht voormelde beschikkingen te vernietigen en opnieuw rechtdoende:<\/p>\n<p>primair: het inleidend verzoek tot instelling van het bewind en mentorschap alsnog af te wijzen;<\/p>\n<p>subsidiair: de zoon tot bewindvoerder over de (toekomstige) goederen en tot mentor van de rechthebbende te benoemen.<\/p>\n<p>Bij twee afzonderlijke verweerschriften, ingekomen ter griffie op 3 juni 2025, heeft de dochter verzocht om de bestreden beslissingen in stand te laten.<\/p>\n<p>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:<\/p>\n<p>de zoon, bijgestaan door mr. De Bruin;<\/p>\n<p>de dochter, bijgestaan door mr. Van Berckel-van der Rij;<\/p>\n<p>de bewindvoerder\/mentor.<\/p>\n<p>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:<\/p>\n<p>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 18 september 2024 en 30 oktober 2024;<\/p>\n<p>het V6-formulier met bijlage namens de zoon van 4 april 2025;<\/p>\n<p>het emailbericht van de bewindvoerder\/mentor met bijlage van 9 mei 2025;<\/p>\n<p>de brief met bijlagen van de bewindvoerder\/mentor van 27 mei 2025;<\/p>\n<p>het V8-formulier namens de zoon van 31 juli 2025;<\/p>\n<p>de brief namens de zoon van 1 augustus 2025;<\/p>\n<p>het V6-formulier met bijlagen namens de zoon van 4 augustus 2025;<\/p>\n<p>het V8-formulier namens de dochter van 12 augustus 2025;<\/p>\n<p>het V6-formulier met bijlagen namens de zoon van 13 augustus 2025.<\/p>\n<h3>3De beoordeling<\/h3>\n<p>De feiten<\/p>\n<p>De rechthebbende heeft op 10 september 2020 een levenstestament opgesteld. Zij heeft hierin haar echtgenoot (inmiddels overleden), de zoon en haar schoondochter ( [de schoondochter] ) gevolmachtigd om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen.<\/p>\n<p>Bij de bestreden beschikking van 25 november 2024 (zaaknummer 11220127 TE VERZ 24-1111) heeft de kantonrechter ten behoeve van de rechthebbende een mentorschap ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder\/mentor] voornoemd tot mentor.<\/p>\n<p>Bij de bestreden beschikking van 25 november 2024 (zaaknummer 11242833 TE VERZ 24-1164) heeft de kantonrechter over de (toekomstige) goederen die [de rechthebbende] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder\/mentor] tot bewindvoerder.<\/p>\n<p>De zoon kan zich met deze beslissingen niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.<\/p>\n<p>De standpunten<\/p>\n<p>De zoon voert &#8212; zakelijk weergegeven &#8212; het volgende aan.<\/p>\n<p>De kantonrechter is ten onrechte aan het levenstestament voorbij gegaan en heeft ten onrechte een mentorschap ten behoeve van de rechthebbende ingesteld. De dochter heeft daarnaast geen concreet verzoek ingediend tot het instellen van een mentorschap.<\/p>\n<p>De dochter heeft sinds 2018 geen contact met de rechthebbende\/familie en zij was niet bekend met het levenstestament van de rechthebbende.<\/p>\n<p>De zoon heeft eerst voor zijn vader gezorgd en zorgt al jaren voor de rechthebbende, zijn moeder.<\/p>\n<p>De mentor is niet op de hoogte van de medische situatie van de betrokkene, aangezien zij geen toegang heeft tot het clientportaal van het verpleegtehuis ( [cli\u00ebntenportaal] ) en tot voor kort had alleen de zoon toegang tot het portaal. Voor zover bij de zoon bekend, is er geen tot nauwelijks contact tussen de mentor en de rechthebbende of tussen de mentor en het verpleeghuis. De mentor voert haar taken als mentor niet uit, terwijl zij in haar rol van bewindvoerder wel meteen aan de slag is gegaan met de verkoop van de woning van de rechthebbende. Er zijn nooit conflicten geweest over de medische beslissingen ten aanzien van de rechthebbende. De rechthebbende heeft niet voor niets in haar levenstestament bepaald dat de zoon en zijn echtgenote ( [de schoondochter] ) de medische beslissingen over haar moeten nemen. Dit was haar uitdrukkelijke wens en dit hebben zij altijd met liefde gedaan. Het is niet in het belang van de rechthebbende dat een wildvreemde dit voor haar doet. Dit klemt temeer, aangezien de mentor weigert om met de zoon te communiceren, hetgeen niet in het belang van de rechthebbende is. Het is juist dat de rechthebbende het de zoon kwalijk neemt dat ze in een verpleeghuis is opgenomen en dat zij boos op hem is, maar dit past binnen haar ziektebeeld (dementie) en haar situatie.<\/p>\n<p>Er is verder ten onrechte een bewind ingesteld. Het is juist dat er sprake is van verstoorde familieverhoudingen. Juist om die reden heeft de rechthebbende een levenstestament opgemaakt. De dochter heeft de bewindvoerder\/mentor bij de rechthebbende langs laten gaan om kennis te maken. De zoon is ervan overtuigd dat de huidige bewindvoerder\/mentor in opdracht van zijn zus handelt. De bewindvoerder is vrij snel na haar benoeming, zonder de rechthebbende daarvan in kennis te stellen, begonnen met de verkoop van de woning. De zoon is van mening dat het niet in het belang van de rechthebbende is dat de woning op stel en sprong wordt verkocht. Het betalen van facturen, wat tot de normale werkzaamheden van de bewindvoerder behoort, gebeurt daarentegen niet op tijd. De zoon heeft er veel moeite mee dat aan de wens van de ouders wordt voorbij gegaan en dat er op verzoek van de dochter, die zich zeven jaar lang niet heeft laten zien of niets van zich heeft laten horen, een door haar aangewezen persoon het huis kan verkopen. Juist om dit soort praktijken te voorkomen heeft de rechthebbende een levenstestament opgesteld.<\/p>\n<p>De dochter voert &#8212; zakelijk weergegeven &#8212; het volgende aan.<\/p>\n<p>Zij heeft om haar moverende redenen in september 2018 het contact met haar familie verbroken. Alhoewel zij sindsdien geen contact meer heeft gehad, wenst zij de rechthebbende wel het beste toe. De dochter heeft zorgelijke berichten ontvangen uit de omgeving van de rechthebbende. Zo zouden vrienden van haar ouders niet welkom zijn in het verpleeghuis waar de rechthebbende verblijft. Daarnaast verliep de financi\u00eble afwikkeling na het overlijden van haar vader in 2022 niet goed. Zij heeft gemeend er goed aan te doen om een verzoek in te dienen tot het instellen van een bewind en mentorschap, waarbij een professionele derde deze taken op zich zou nemen. Zij was op dat moment inderdaad niet bekend met het levenstestament.<\/p>\n<p>Het staat niet ter discussie dat de rechthebbende niet langer in staat is om haar eigen belangen te behartigen. De rechthebbende is in december 2023 onder dwang opgenomen in een verpleeghuis. De rechtbank heeft het verzoek toegewezen, omdat de familieverhoudingen verstoord zijn, de zoon en de dochter niet op een lijn zitten en zij geen vertrouwen in elkaar hebben. De dochter onderschrijft dit. Na de uitspraak zijn de gemoederen dusdanig hoog opgelopen dat de bewindvoerder\/mentor aangifte heeft gedaan tegen de zoon. De zoon zou bovendien de toegang zijn ontzegd tot het verpleeghuis. Hierdoor wordt het praktisch gezien onmogelijk om de belangen van de rechthebbende te behartigen.<\/p>\n<p>Het blijft in het belang van de rechthebbende om het bewind en mentorschap in stand te laten ter voorkoming van problemen tussen de kinderen.<\/p>\n<p>De bewindvoerder\/mentor voert &#8212; zakelijk weergegeven &#8212; het volgende aan.<\/p>\n<p>Het hoger beroep gaat niet om het functioneren van de bewindvoerder\/mentor. Door de zoon wordt naar voren gebracht dat er diverse aanmaningen zijn gekomen, maar daar zijn verklaringen voor en het is voor de procedure niet relevant. De verklaringen van de vriendin van de rechthebbende en de huisarts leiden bij de bewindvoerder\/mentor ook tot de nodige verbazing. De bewindvoerder\/mentor heeft bij de politie aangifte tegen de zoon gedaan vanwege de bedreigingen die hij jegens haar en jegens derden heeft gedaan. Deze mensen waren ingeschakeld om het huis van de rechthebbende verkoop klaar te maken. E\u00e9n van deze personen zit nog steeds in ziektewet vanwege bedreigingen van de zoon met een hakbijl en koevoet. De zoon heeft de bewindvoerder\/mentor verder gestalkt met telefoontjes. De bewindvoerder\/mentor heeft uitgelegd dat haar taken op de rechthebbende zijn gericht en niet op de familie. De bewindvoerder\/mentor ziet niet een man die verdrietig is, maar een man met een enorme woede, omdat zaken niet zijn gegaan zoals hij het wilde. De echtgenote van de zoon heeft daar ook aan meegedaan.<\/p>\n<p>De bewindvoerder\/mentor heeft aan de zoon vragen gesteld over betalingen, maar zij heeft hierop geen antwoord gekregen. Het gaat om grote bedragen die vanuit de bankrekening van de rechthebbende zijn gedaan.<\/p>\n<p>De bewindvoerder\/mentor heeft de dochter leren kennen als een zachtaardige vrouw die, ondanks alles wat is gebeurd, wil dat er goed voor haar moeder wordt gezorgd. Zij houdt zich aan alle afspraken en heeft ook aangeboden om spullen voor de moeder te kopen en\/of naar de moeder te brengen, indien de zoon dit niet meer zou willen.<\/p>\n<p>De overwegingen van het hof<\/p>\n<p>in de zaken 200.351.805\/01(mentorschap) en 200.351.817\/01 (bewind)<\/p>\n<p>Het is niet in geschil dat de rechthebbende al langere tijd niet in staat is om haar vermogensrechtelijke en haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen.<\/p>\n<p>De rechthebbende is sinds december 2023 met een rechterlijke machtiging opgenomen op een gesloten afdeling van een verpleeghuis, aangezien bij haar sprake is van dementie. Bij de processtukken zitten medische stukken, die deze diagnose bevestigen. Om die reden heeft het hof de rechthebbende niet persoonlijk gehoord (met instemming van alle belanghebbenden), aangezien zij niet meer wilsbekwaam wordt geacht om haar mening over de verzoeken te geven en een dergelijk gesprek te belastend voor haar is.<\/p>\n<p>Levenstestament<\/p>\n<p>De rechthebbende heeft er in september 2020, toen zij nog wilsbekwaam werd geacht, bewust voor gekozen om een levenstestament op te stellen, juist voor het geval de situatie zich zou voordoen dat zij niet langer in staat zou zijn om haar eigen belangen behoorlijk waar te nemen.<\/p>\n<p>Met het opstellen van het levenstestament wordt over het algemeen beoogd te voorkomen dat er een bewind of mentorschap wordt ingesteld en\/of dat een andere persoon, dan de in het levenstestament aangewezen persoon of personen, zijn of haar belangen zal gaan behartigen.<\/p>\n<p>Uitgangspunt van een dergelijke levenstestament en de daarin opgenomen volmacht(en) is dat dit een passende voorziening vormt voor het geval de rechthebbende zelf niet meer tot een behoorlijke waarneming van zijn of haar belangen in staat is. In beginsel heeft dus te gelden dat het levenstestament dient te worden gerespecteerd.<\/p>\n<p>Slechts als sprake is van bijzondere omstandigheden, die maken dat het levenstestament onvoldoende bescherming biedt of niet langer in het belang van de rechthebbende wordt geacht, dient van het levenstestament te worden afgeweken.<\/p>\n<p>Anders dan de kantonrechter ziet het hof geen gronden om van het levenstestament af te wijken en een mentorschap en bewind in te stellen. Dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, die een dergelijke beslissing rechtvaardigen, is namelijk niet gesteld of gebleken.<\/p>\n<p>Het enkele gegeven dat de zoon en de dochter niet op goede voet met elkaar staan, is naar het oordeel van het hof in dit geval onvoldoende en kan mogelijk ook een aanwijzing zijn om het levenstestament in stand te laten en daarmee juist de wens van de rechthebbende te respecteren. Er was immers al jarenlang geen contact tussen de dochter en de rechthebbende en tussen de dochter en de zoon. De instelling van het bewind en mentorschap verandert niets aan die situatie, in de zin dat dit meer rust voor de rechthebbende zal brengen. Het bewind en mentorschap heeft juist een tegenovergesteld effect gehad en heeft in zoverre niet tot een betere bescherming van de belangen van de rechthebbende geleid.<\/p>\n<p>De stelling van de dochter dat er aanwijzingen zijn dat er niet op een goede manier voor de rechthebbende wordt gezorgd, is met onvoldoende concrete argumenten onderbouwd, is op geen enkele wijze verifieerbaar en is daarom niet aannemelijk geworden.<\/p>\n<p>De zoon heeft dit bovendien gemotiveerd betwist en heeft meerdere stukken in het geding gebracht, ter onderbouwing van zijn standpunt, waaronder een verklaring van de huisarts van de rechthebbende van 8 januari 2025. De huisarts schrijft onder meer het volgende:<\/p>\n<p>\u201c(..) Dhr [de zoon] is de afgelopen jaren nauw betrokken geweest bij de zorg rondom zijn moeder, die inmiddels in een verpleeghuis is opgenomen ivm dementie.<\/p>\n<p>Hij heeft altijd actief contact met mij opgenomen als er iets in haar medische situatie veranderde. Ik heb hem meerdere keren samen met zijn moeder op het spreekuur gezien.<\/p>\n<p>Ondanks dat zijn moeder zich vaak negatief over hem uitte (hetgeen past binnen haar ziektebeeld) bleef hij betrokken en zich inzetten om de beste zorg voor haar te krijgen. (..)\u201d<\/p>\n<p>Verder bevindt zich bij de stukken een schrijven van een vriendin van de rechthebbende, [vriendin] , die nog steeds bij de rechthebbende betrokken is. Zij verklaart onder meer dat de zoon, zijn echtgenote en hun dochters, al jarenlang intensief voor de rechthebbende zorgen. Volgens [vriendin] hebben de zoon en zijn echtgenote de rechthebbende gedurende vijf maanden lang iedere dag naar het ziekenhuis gebracht, nadat de (inmiddels overleden) vader van de zoon en de dochter aldaar was opgenomen. Verder hebben zij volgens [vriendin] altijd de boodschappen voor de rechthebbende gedaan. Toen het steeds slechter met de rechthebbende ging, kwam de zoon dagelijks bij haar langs om ervoor te zorgen dat zij zichzelf goed verzorgde en dat zij goed at. Volgens [vriendin] zorgt de zoon nog steeds voor de rechthebbende en gaat hij regelmatig bij haar langs, ondanks de soms boze reactie van de rechthebbende jegens hem.<\/p>\n<p>Ten slotte blijkt uit de stukken dat de zoon, in tegenstelling tot hetgeen de dochter in het verweerschrift heeft verklaard, nog altijd een goed contact heeft met het verpleeghuis en daar nog steeds welkom is. Het verpleeghuis heeft dit op 30 juli 2025 nog schriftelijk bevestigd.<\/p>\n<p>Gelet op het ziektebeeld van de rechthebbende is het in de gegeven omstandigheden verklaarbaar dat de rechthebbende regelmatig boos op de zoon is, ook in het licht van haar gedwongen opname.<\/p>\n<p>Het hof leidt uit voornoemde stukken af dat de zoon zich tot aan de instelling van het mentorschap en bewind op positieve wijze heeft ingespannen om voor de rechthebbende te zorgen dan wel de juiste zorg voor haar in te schakelen. Daarnaast spant hij zich nog steeds in om ervoor te zorgen dat het de rechthebbende aan niets ontbreekt, voor zover dit, gelet op het bewind en mentorschap, binnen zijn macht ligt. Zo blijkt uit de stukken dat de zoon graag via het cli\u00ebntenportaal op de hoogte blijft over de rechthebbende, zodat hij zonodig bij haar kan langs gaan als de situatie daarom vraagt. Hieruit volgt eveneens dat de zoon betrokken is bij het welzijn van de rechthebbende en dat er geen reden is om het levenstestament te passeren en een mentorschap in te stellen.<\/p>\n<p>Voor wat betreft de financi\u00eble zaken is evenmin via verificatoire stukken gebleken dat de zoon de periode voorafgaand aan het bewind de belangen van de rechthebbende niet goed heeft geregeld. Door de dochter en\/of door de bewindvoerder zijn hiertoe geen, dan wel onvoldoende concrete argumenten naar voren gebracht. De enkele mededeling van de bewindvoerder dat zij aan de zoon vragen heeft gesteld over betalingen die vanuit de bankrekening van de rechthebbende zijn gedaan, is niet onderbouwd en volstaat niet.<\/p>\n<p>De stelling van de dochter dat de zoon zaken rondom de afwikkeling van haar legitieme portie in verband met het overlijden van hun beider vader niet goed zou hebben afgehandeld, is evenmin onderbouwd, niet te verifi\u00ebren en ligt niet ter beoordeling aan het hof voor.<\/p>\n<p>Voor zover de dochter en de bewindvoerder\/mentor nog hebben aangevoerd dat de zoon zich jegens de mentor en derden bedreigend heeft uitgelaten, doet dit niets af aan hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen en ligt dit eveneens niet aan het hof voor.<\/p>\n<p>Slotsom<\/p>\n<p>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de grieven van de zoon slagen en dat het primaire verzoek van de zoon in hoger beroep zal worden toegewezen. Het subsidiaire verzoek van de zoon, daargelaten of hij dit verzoek nog op de mondelinge behandeling kon doen, behoeft om die reden geen verdere bespreking.<\/p>\n<p>Op grond van het voorgaande zal het hof de bestreden beschikkingen vernietigen.<\/p>\n<p>Deze beslissing brengt met zich dat het levenstestament, met de daarin afgegeven volmachten, weer van kracht is en met ingang van de dag van deze beschikking herleeft.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 1:384 BW juncto 1:448 lid 4 BW en 1:461 lid 4 BW neemt de taak van de bewindvoerder en de mentor daags na deze uitspraak een einde.<\/p>\n<p>Uit de wet volgt dat de inmiddels door de bewindvoerder en de mentor verrichte handelingen voor de rechthebbende verbindend blijven.<\/p>\n<p>Het hof zal hierna tenslotte bepalen dat een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister.<\/p>\n<p>4. De beslissing<\/p>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>in de zaken met nummer 200.351.805\/01 en 200.351.817\/01:<\/p>\n<p>vernietigt de beschikkingen van de rechtbank Oost-Brabant van 25 november 2024,<\/p>\n<p>en opnieuw rechtdoende:<\/p>\n<p>wijst alsnog af het inleidend verzoek van de dochter tot instelling van een bewind over de (toekomstige) goederen van en de instelling van een mentorschap ten aanzien van<br \/>\n[de rechthebbende] , geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ;<\/p>\n<p>bepaalt dat de bewindvoerder\/mentor een vergoeding krijgt voor alle werkzaamheden, gedurende de periode dat het bewind en mentorschap is uitgevoerd, alsmede voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording, conform de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire bedragen;<\/p>\n<p>bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden nadat het bewind is opgeheven de eindrekening en -verantwoording aflegt aan het Bewindsbureau van de rechtbank Oost-Brabant;<\/p>\n<p>verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister;<\/p>\n<p>wijst af het meer of anders verzochte.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, E.J.M. van Engelen en C.L.M. Smeets en is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2621\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vernietiging beslissing instellen bewind en mentorschap. Herleving levenstestament. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken om aan het levenstestament en\/of de wensen van de rechthebbende voorbij te gaan.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8136,9170,19331,9171,11872],"kji_language":[7671],"class_list":["post-583398","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-gerechtshof","kji_keyword-ghshe","kji_keyword-levenstestament","kji_keyword-s-hertogenbosch","kji_keyword-vernietiging","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Vernietiging beslissing instellen bewind en mentorschap. Herleving levenstestament. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken om aan het levenstestament en\/of de wensen van de rechthebbende voorbij te gaan.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"15 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 25-09-2025 \\\/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T03:35:22+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 25-09-2025 \\\/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01","og_description":"Vernietiging beslissing instellen bewind en mentorschap. Herleving levenstestament. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken om aan het levenstestament en\/of de wensen van de rechthebbende voorbij te gaan.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"15 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T03:35:22+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252621-gerechtshof-s-hertogenbosch-25-09-2025-200-351-805_01-en-200-351-817_01\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2621 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 25-09-2025 \/ 200.351.805_01 en 200.351.817_01"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/583398","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=583398"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=583398"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=583398"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=583398"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=583398"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=583398"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=583398"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=583398"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}