{"id":585493,"date":"2026-04-17T11:21:49","date_gmt":"2026-04-17T09:21:49","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/"},"modified":"2026-04-17T11:21:49","modified_gmt":"2026-04-17T09:21:49","slug":"eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> In geschil is de hoogte van de door het UWV aan eiseres toegekende uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV dienaangaande op juiste wijze de hoogte van het dagloon van eiseres heeft vastgesteld en dat de uitkomst van die berekening voor eiseres niet onredelijk bezwarend is.<\/p>\n<h3>RECHTBANK ROTTERDAM<\/h3>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: ROT 24\/6763<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres,<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. J.R. van Manen),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<p>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,<\/p>\n<p>(gemachtigde: mr. T. Rook).<\/p>\n<p>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [werkgever] uit [plaats 2] , de werkgever,<\/p>\n<p>(gemachtigde: [persoon A] ).<\/p>\n<h3>Samenvatting<\/h3>\n<p>In geschil is de hoogte van de door het UWV aan eiseres toegekende uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV dienaangaande op juiste wijze de hoogte van het dagloon van eiseres heeft vastgesteld en dat de uitkomst van die berekening voor eiseres niet onredelijk bezwarend is.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>Met het besluit van 14 februari 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV aan eiseres vanaf 16 februari 2024 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend van \u20ac 292,97 bruto per maand.<\/p>\n<p>Met het besluit van 14 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.<\/p>\n<p>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.<\/p>\n<p>Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.<\/p>\n<p>Eiseres heeft op 20 augustus 2025 aanvullende stukken ingediend.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 1 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar partner, en bijgestaan door haar gemachtigde, [persoon B] , als waarnemer voor de gemachtigde van het UWV, en de gemachtigde van de werkgever.<\/p>\n<h3>Totstandkoming van de besluiten<\/h3>\n<p>1. Eiseres had, in het kader van haar opleiding Leraar Geschiedenis tweedegraads , een weekendbaan bij [bedrijf 1] , en liep stages bij [naam stichting 1] (rechtsvoorganger van de werkgever) en [naam stichting 2] . Eiseres zette bij de werkgever haar stagewerkzaamheden tegen een stagevergoeding voort, met zicht op indiensttreding. Na het afronden van haar opleiding is eiseres in dienst getreden bij de werkgever op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Binnen \u00e9\u00e9n maand na haar indiensttreding is zij op 18 februari 2022 uitgevallen wegens gezondheidsklachten.<\/p>\n<p>2. Het UWV heeft bij het bestreden besluit gehandhaafd de toekenning per einde wachttijd van de WIA-uitkering aan eiseres, en aan de vaststelling van de hoogte daarvan de referteperiode van 1 juni 2022 tot en met 31 januari 2022 (de referteperiode) en het daarin genoten svloon ten grondslag gelegd.<\/p>\n<h3>Standpunt eiseres<\/h3>\n<p>3. Eiseres kan zich met de hoogte van de uitkering en de wijze waarop deze is vastgesteld niet verenigen. De WIA-uitkering is ten onrechte gebaseerd op marginale stagevergoeding(en) gedurende haar scholingstraject en niet op het loon dat zij verdiende in het dienstverband waaruit zij arbeidsongeschikt is geworden. Ten onrechte heeft het UWV in haar situatie geen toepassing gegeven aan het hier meer op zijn plaats zijnde artikel 18 van het Dagloonbesluit (Dagloon starter en herintreder). Zij vindt verder dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat het UWV zich rekenschap heeft gegeven van de bijzondere omstandigheden die in dit geval aanleiding hadden behoren te vormen om de hoogte van de uitkering te baseren op het laatstelijk verdiende loon, waardoor de uitkomst van het bestreden besluit diep onbillijk is en als zodanig in strijd met het evenredigheidsbeginsel.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<p>4. Niet in geschil is dat het UWV de referteperiode in overeenstemming met artikel 13 van het Dagloonbesluit heeft vastgesteld. Ook over de in de referteperiode ontvangen inkomsten uit stageovereenkomsten bestaat geen geschil. Anders dan eiseres meent, zijn die niet te kwalificeren als louter onkostenvergoedingen in plaats van als loon. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd, zoals bijvoorbeeld de betrokken stageovereenkomsten, op grond waarvan anders geoordeeld zou kunnen worden. Het UWV heeft derhalve terecht de vergoeding die eiseres tijdens haar stageperiode heeft ontvangen aangemerkt als loon in de zin van de betrokken regelgeving.<\/p>\n<p>De referteperiode voor de vaststelling van het dagloon volgt dwingend uit artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 13, eerste lid, van het Dagloonbesluit. Uit deze regeling van de referteperiode volgt dat voor de vaststelling van het welvaartsniveau niet bepalend is het loon dat werd genoten op het moment van intreden van het verzekerde risico, maar het loon dat daadwerkelijk is genoten tijdens de gehele referteperiode (historisch dagloon), hetgeen blijkt uit vaste rechtspraak en recent door de Centrale Raad van Beroep (de Raad) bevestigd is.<\/p>\n<p>Zoals de Raad ook eerder heeft overwogen, is hieraan inherent dat periodes waarin minder loon is ontvangen tijdens de referteperiode, een negatieve invloed hebben op de hoogte van het dagloon. De besluitgever heeft hiermee rekening gehouden en maakt daarbij geen onderscheid naar de reden waarom in een periode minder loon is ontvangen. In het geval van eiseres wordt het lagere dagloon veroorzaakt door de omstandigheid dat het loon dat zij tijdens de stageperiode heeft ontvangen aanmerkelijk lager was dan het loon dat zij heeft verdiend in de periode daarna. Dit is een bewust en voorzien gevolg van de systematiek van het historisch dagloon. De eerst ter zitting naar voren gebrachte beroepsgrond, onder verwijzing naar de uitspraak van 22 juli 2022 van de rechtbank Limburg, dat het UWV in dit geval ten onrechte niet de zogeheten startersregeling van artikel 18 van het Dagloonbesluit heeft toegepast, slaagt niet omdat eiseres in de referteperiode, zoals hiervoor overwogen, w\u00e9l loon heeft ontvangen en ook deze bepaling dwingend recht betreft.<\/p>\n<p>Met het bestreden besluit heeft het UWV dus toepassing gegeven aan artikel 16 van het Dagloonbesluit. Bij het uitoefenen van een gebonden bevoegdheid als hier aan de orde, heeft op het niveau van het algemeen verbindend voorschrift al een belangenafweging in algemene zin plaatsgevonden. De uitkomst daarvan is neergelegd in de voorwaarden voor de uitoefening van die bevoegdheid. Daarmee is in beginsel ook de evenredigheid van het besluit gegeven. Het te nemen besluit volgt namelijk uit het wel of niet vervuld zijn van de toepassingsvoorwaarden en het bestuursorgaan hoeft daarbij geen belangenafweging te maken. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van uitoefening van de gebonden bevoegdheid zozeer onevenwichtig zijn, dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift waarop die bevoegdheid berust in het voorliggende geval achterwege moet blijven. Dit is het geval als er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredig nadelige uitkomst leidt, dat wil zeggen: als het besluit in de gegeven omstandigheden voor betrokkene onredelijk bezwarend is. De rechtbank is van oordeel dat de door eiseres gestelde omstandigheden niet leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit voor haar onredelijk bezwarend is. Daarvoor is het volgende van belang.<\/p>\n<p>5.4, Niet is gebleken dat in de periode waarin de WIA-uitkering werd uitbetaald, sprake was van bijzondere omstandigheden, die maken dat het bestreden besluit onevenredig is. De door eiseres genoemde omstandigheid het loon van eiseres niet te vergelijken met de aanzienlijke lagere uitbetaling in de referteperiode van de stagevergoeding is geen bijzondere omstandigheid. De stelling van eiseres ter zitting dat zij op deze wijze afgeschat is, wordt niet door de rechtbank gevolgd nu geen sprake is van een IVA-uitkering en de omstandigheid dat eiseres de rest van haar leven afhankelijk zal zijn van het dagloon van de WIA-uitkering, zoals vastgesteld, een onzekere omstandigheid is. Geconcludeerd wordt dat de uitkomst van de dagloonberekening zoals door het UWV uitgevoerd niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het UWV heeft terecht geen aanleiding gezien om de geldende dagloonregels buiten toepassing te laten omdat sprake is van een stageperiode voorafgaand aan ziekte tijdens loondienst.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV van een juist dagloon is uitgegaan en de hoogte van de WIA-uitkering correct heeft vastgesteld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2025.<\/p>\n<p>De rechter is verhinderd<\/p>\n<p>de uitspraak te ondertekenen<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>rechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.<\/p>\n<p>Digitaal hoger beroep instellen kan via \u201cFormulieren en inloggen\u201d op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.<\/p>\n<p>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.<\/li>\n<li>Zie de uitspraak van de Raad van 16 april 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:602.<\/li>\n<li>Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 17 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2458.<\/li>\n<li>De uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5652.<\/li>\n<li>Zie ook de uitspraak van het CBb van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190, r.o. 8.2.<\/li>\n<li>Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12832\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In geschil is de hoogte van de door het UWV aan eiseres toegekende uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV dienaangaande op juiste wijze de hoogte van het dagloon van eiseres heeft vastgesteld en dat de uitkomst van die berekening voor eiseres niet onredelijk bezwarend is.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8003],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7712],"kji_keyword":[8147,8086,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-585493","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-rotterdam","kji_year-8463","kji_subject-social","kji_keyword-eiseres","kji_keyword-hoogte","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"In geschil is de hoogte van de door het UWV aan eiseres toegekende uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV dienaangaande op juiste wijze de hoogte van het dagloon van eiseres heeft vastgesteld en dat de uitkomst van die berekening voor eiseres niet onredelijk bezwarend is.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \\\/ ROT 24\\\/6763 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T09:21:49+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \\\/ ROT 24\\\/6763\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763","og_description":"In geschil is de hoogte van de door het UWV aan eiseres toegekende uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV dienaangaande op juiste wijze de hoogte van het dagloon van eiseres heeft vastgesteld en dat de uitkomst van die berekening voor eiseres niet onredelijk bezwarend is.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/","name":"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T09:21:49+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202512832-rechtbank-rotterdam-04-11-2025-rot-24-6763\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBROT:2025:12832 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2025 \/ ROT 24\/6763"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/585493","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=585493"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=585493"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=585493"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=585493"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=585493"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=585493"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=585493"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=585493"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}