{"id":587255,"date":"2026-04-17T16:50:35","date_gmt":"2026-04-17T14:50:35","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/"},"modified":"2026-04-17T16:50:35","modified_gmt":"2026-04-17T14:50:35","slug":"eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Civiel recht. Bodemzaak. Letselschadezaak. Vervolg op het tussenvonnis van 24 september 2025. Tijdens het Preuvenemint in 2013 heeft gedaagde een glas in het gezicht van eiser gegooid, als gevolg waarvan eiser ernstig letsel aan zijn rechter oog heeft opgelopen. In de strafzaak tegen gedaagde heeft het gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch in 2018 aan eiser als benadeelde partij een schadevergoeding toegekend. In aanvulling op die vergoeding vordert eiser in deze civiele procedure dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van diverse schadeposten. In het tussenvonnis van 24 september 2025 heeft de rechtbank diverse vorderingen al beoordeeld. In dit eindvonnis beoordeelt de rechtbank nog een schadepost (verlies zelfwerkzaamheid).<\/p>\n<p>vonnis<\/p>\n<h3>RECHTBANK LIMBURG<\/h3>\n<p>Burgerlijk recht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Maastricht<\/p>\n<p>zaaknummer: C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164<\/p>\n<p>Vonnis van 24 september 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[eiser]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>domicilie kiezend te [woonplaats 1] ,<\/p>\n<p>eiser,<\/p>\n<p>advocaat mr. D.M.H. Rademakers;<\/p>\n<p>tegen:<\/p>\n<p>[gedaagde]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonend te [woonplaats 2] ,<\/p>\n<p>gedaagde,<\/p>\n<p>advocaat mr. W.J.F. Geertsen.<\/p>\n<p>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.<\/p>\n<h3>1Het verdere verloop van de procedure<\/h3>\n<p>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>het tussenvonnis van 30 april 2025;<\/p>\n<p>de akte van [eiser] , met producties 1 t\/m 8;<\/p>\n<p>de antwoordakte van [gedaagde] , met producties 2 en 3.<\/p>\n<p>Ten slotte is wederom vonnis bepaald.<\/p>\n<h3>2De verdere beoordeling<\/h3>\n<h3>Het tussenvonnis van 30 april 2025<\/h3>\n<p>In het tussenvonnis heeft de rechtbank [eiser] in de gelegenheid gesteld om bij akte een berekening in het geding te brengen over de periode van 1 januari 2025 tot het<br \/>\nmoment waarop hij 70 jaar wordt ter zake van het verlies aan zelfwerkzaamheid op basis van de uitgangspunten genoemd in rov. 4.46.-4.49. van het tussenvonnis.<\/p>\n<p>De reactie van [eiser]<\/p>\n<p>Het normbedrag in verband met het verlies aan zelfwerkzaamheid over het jaar 2024 bedraagt volgens [eiser] niet \u20ac 1.354,&#8212;, zoals de rechtbank in het tussenvonnis in rov. 4.50. heeft overwogen, maar \u20ac 1.436,&#8212; per jaar. De schade over het jaar 2024 bedraagt dus niet het door de rechtbank berekende bedrag van \u20ac 660,08, maar \u20ac 700,05.<\/p>\n<p>Het normbedrag voor een eigen woning met tuin (alle onderhoud) wegens verlies aan zelfwerkzaamheid bedraagt volgens [eiser] over het jaar 2025 \u20ac 1.531,&#8212;. Met inachtneming van de uitgangspunten genoemd in rov. 4.48. van het tussenvonnis bedraagt de jaarschade over 2025 (\u20ac 1.531,&#8212; x 1,3 x 0,5 x 0,75) afgerond \u20ac 746,&#8212;. Bij kapitalisatie van de schade over de periode van 1 januari 2025 tot het moment waarop hij 70 wordt bedraagt deze schade \u20ac 25.716,&#8212;. Daarbij gaat [eiser] uit van een inflatie van 2% over de hele looptijd en voor het rendement gaat hij uit van een percentage van 1,5% voor de eerste vijf jaren, en van 2% voor de rest van de periode.<\/p>\n<p>Daarnaast moet volgens [eiser] rekening worden gehouden met de belasting die hij ieder jaar verschuldigd is over het deel dat resteert van de schadevergoeding (de fiscale component). Met de toewijzing van de bij het tussenvonnis al toegekende schadevergoeding van \u20ac 49.788,29 (zie rov. 4.65.) + \u20ac 1.876,37 (zie rov. 4.50. en rov. 2.2. van dit vonnis) = \u20ac 51.664,66, verhoogd met het spaargeld van [eiser] van ongeveer \u20ac 17.500,&#8212;, bedraagt zijn totale vermogen \u20ac 69.164,66. Dat bedrag ligt boven het heffingsvrije vermogen van \u20ac 57.684,&#8212;. Bij de berekening van de fiscale component dient te worden uitgegaan van het werkelijke rendement. De totale schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid over de<br \/>\nperiode van 1 januari 2025 tot 4 april 2060 bedraagt \u20ac 25.716,&#8212; + \u20ac 3.101,&#8212; (fiscale<br \/>\ncomponent) = \u20ac 28.817,&#8212;.<\/p>\n<p>Op grond van het voorgaande vordert [eiser] aan verlies aan zelfwerkzaamheid primair een bedrag van \u20ac 28.817,&#8212; en subsidiair een bedrag van \u20ac 25.716,&#8212;.<\/p>\n<p>De reactie van [gedaagde]<\/p>\n<p>In zijn antwoordakte vraagt [gedaagde] de rechtbank terug te komen op het oordeel dat het percentage in verband met verlies aan zelfwerkzaamheid op 75% moet worden gesteld. Hij is van mening dat uitgegaan moet worden van 25% omdat [eiser] onvoldoende onderbouwd heeft waarom het percentage 75% zou moeten zijn. [eiser] is nog steeds in staat met zijn handen en overige lichaamsdelen te werken. Uit een verklaring van een oogarts van [eiser] volgt dat deze praktische handelingen dient aan te leren in verband met het verlies van dieptezicht. Daardoor zal het vermogen van [eiser] tot zelfwerkzaamheid in de toekomst veel hoger liggen. Een deskundigenbericht zou over dat percentage uitsluitsel kunnen bieden, aldus [gedaagde] .<\/p>\n<p>[gedaagde] becijfert, uitgaande van een percentage van 25%, de schade over de<br \/>\nperiode van 1 januari 2025 tot 4 april 2060 op een bedrag van \u20ac 8.583,&#8212;.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de door [eiser] gehanteerde fiscale component stelt [gedaagde] dat dit een nieuw onderdeel van de vordering van [eiser] is. Dat is in strijd met de goede procesorde. [eiser] had dit onderdeel van zijn vordering eerder kunnen aanvoeren. Bovendien is de fiscale component volgens [gedaagde] een erg onzekere factor, nu daarover altijd onduidelijkheid bestaat.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De vordering onder 2: vervolg post verlies zelfwerkzaamheid<\/p>\n<p>Allereerst constateert de rechtbank dat [eiser] terecht stelt dat het normbedrag<br \/>\nwegens verlies aan zelfwerkzaamheid in het geval van een eigen woning met tuin (alle onderhoud) over het jaar 2024 \u20ac 1.436,&#8212; bedraagt en niet het door de rechtbank in het tussenvonnis genoemde bedrag van \u20ac 1.354,&#8212;. [gedaagde] heeft bij antwoord-akte niet betwist dat de rechtbank van het verkeerde bedrag per 1 januari 2024 was uitgegaan. De rechtbank zal de<br \/>\nberekening dan ook aanpassen en voor het jaar 2024 uitgaan van het juiste normbedrag.<\/p>\n<p>De rechtbank is verder van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om terug te komen op het oordeel omtrent de mate van beperking met betrekking tot het verlies aan zelfwerkzaamheid. In zijn conclusie van antwoord had [gedaagde] al aangevoerd dat [eiser] praktische handelingen kan aanleren hoe om te gaan met het zicht met \u00e9\u00e9n oog. Dat aspect heeft de rechtbank al meegewogen in haar oordeel in het tussenvonnis dat het percentage wegens de mate van beperking moet worden gesteld op 75%.<\/p>\n<p>Het is juist dat [eiser] in zijn eerdere begroting van de schade wegens het verlies aan zelfwerkzaamheid geen melding heeft gemaakt van een fiscale component (zie daartoe bijlage 36 bij productie 8 bij de dagvaarding). Het berekenen van de fiscale component door [eiser] in zijn akte betreft derhalve een vermeerdering van eis. [eiser] heeft die vermeerdering niet aangekondigd in de kop van zijn akte, zoals voorgeschreven is in 2.26. van het rolreglement. De rechtbank zal de eisvermeerdering toch toelaten. Het betreft immers geen omvangrijke en\/of ingewikkelde eisvermeerdering en [gedaagde] heeft daarop gereageerd in zijn antwoordakte.<\/p>\n<p>De gevorderde fiscale component zal worden toegewezen. Het betreft weliswaar toekomstige schade en onzeker is hoe het fiscaal regime in de toekomst er zal uitzien, maar dat is onvoldoende grond om deze schadecomponent niet toe te wijzen. Toekomstige schade (in verband met belastingverplichtingen), die in beginsel voor toewijzing in aanmerking komt, is immers inherent onzeker. Nu niet gesteld of gebleken is dat aannemelijk is dat belastingwijzigingen zullen worden ingevoerd die van invloed zijn op de fiscale component, moet worden uitgegaan van het huidige fiscale regime.<\/p>\n<p>Aangezien [gedaagde] de berekeningen van de schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid inclusief fiscale component verder niet inhoudelijk heeft betwist, zal de rechtbank uitgaan van de juistheid daarvan. Dat betekent dat ter zake het verlies aan zelfwerkzaamheid over de periode van 1 februari 2018 tot en met 31 december 2024 het totaal van de bedragen als vermeld in rov. 4.50. van het tussenvonnis moet worden toegewezen, met dien verstande dat het laatste bedrag van \u20ac 660,08 over 2024 verbeterd moet worden gelezen als \u20ac 700,05. Dat totaal bedraagt \u20ac 1.876,37. Over de periode van 1 januari 2025 tot de dag waarop<br \/>\n[eiser] 70 jaar wordt (4 april 2060) bedraagt de schade (inclusief fiscale component) \u20ac 28.817,&#8212;. De totale schade bedraagt derhalve \u20ac 1.876,37 + \u20ac 28.817,&#8212; = \u20ac 30.693,37.<\/p>\n<p>Het bedrag van \u20ac 30.693,37 moet worden opgeteld bij het bedrag dat de rechtbank in het tussenvonnis in rov. 4.65. al had berekend, te weten \u20ac 49.788,29. De in het kader van vordering 2 toewijsbare schade bedraagt aldus in totaal \u20ac 80.481,66.<\/p>\n<p>[eiser] heeft gevorderd om wettelijke rente over de schade toe te wijzen vanaf<br \/>\n25 augustus 2013 (de dag van het incident). Op grond van het bepaalde in artikel 6:83 onder b BW treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in wanneer de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad. Wanneer de vordering tot schadevergoeding opeisbaar is, hangt af van het moment waarop de schade geacht wordt te zijn geleden. [eiser] heeft per afzonderlijke schadepost nagelaten toe te lichten wanneer de schade is ingetreden. De rechtbank zal daarom de wettelijke rente over \u20ac 80.481,66 toe wijzen vanaf de subsidiair gevorderde ingangsdatum, te weten de dag van betekening van de dagvaarding (20 maart 2024).<\/p>\n<p>De vorderingen 1, 3 en 4<\/p>\n<p>De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 30 april 2025 al geoordeeld over de vorderingen 1 (zie rov. 4.18.), 3 (zie rov. 4.61.) en 4 (zie rov. 4.64.). De rechtbank ziet geen aanleiding om op deze oordelen terug te komen in dit vonnis.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van [eiser] op<br \/>\nbasis van het toegewezen bedrag op:<\/p>\n<p>&#8212; dagvaarding \u20ac 136,72;<\/p>\n<p>&#8212; griffierecht \u20ac 87,00;<\/p>\n<p>&#8212; salaris advocaat \u20ac 2.428,00 (2 punten \u00d7 tarief \u20ac 1.214,00);<\/p>\n<p>Totaal \u20ac 2.651,72.<\/p>\n<p>Aan nakosten wijst de rechtbank toe \u20ac 178,&#8212; plus de verhoging zoals vermeld is in de beslissing.<\/p>\n<h3>3De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>verklaart voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] ten gevolge van het genoemde incident op 25 augustus 2013 geleden en nog te lijden materi\u00eble en immateri\u00eble schade;<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van \u20ac 80.481,66,<br \/>\nvermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 20 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;<\/p>\n<p>verwijst de zaak voor mogelijk toekomstige schade naar de schadestaatprocedure;<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van \u20ac 2.597,27 aan<br \/>\nbuitengerechtelijke kosten;<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden<br \/>\nbegroot op \u20ac 2.651,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, aan de zijde van [eiser] begroot op \u20ac 178,&#8212;, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] \u20ac 92,&#8212;<br \/>\nextra betalen, plus de kosten van de betekening;<\/p>\n<p>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;<\/p>\n<p>wijst het meer of anders gevorderde af.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, rechter, en in het openbaar uitgesproken.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>type: MT<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13206\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Civiel recht. Bodemzaak. Letselschadezaak. Vervolg op het tussenvonnis van 24 september 2025. Tijdens het Preuvenemint in 2013 heeft gedaagde een glas in het gezicht van eiser gegooid, als gevolg waarvan eiser ernstig letsel aan zijn rechter oog heeft opgelopen. In de strafzaak tegen gedaagde heeft het gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch in 2018 aan eiser als benadeelde partij een schadevergoeding toe&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8080],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7632],"kji_keyword":[7672,8176,7673,7675,8133],"kji_language":[7671],"class_list":["post-587255","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-limburg","kji_year-8463","kji_subject-penal","kji_keyword-eiser","kji_keyword-gedaagde","kji_keyword-heeft","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-tussenvonnis","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Civiel recht. Bodemzaak. Letselschadezaak. Vervolg op het tussenvonnis van 24 september 2025. Tijdens het Preuvenemint in 2013 heeft gedaagde een glas in het gezicht van eiser gegooid, als gevolg waarvan eiser ernstig letsel aan zijn rechter oog heeft opgelopen. In de strafzaak tegen gedaagde heeft het gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch in 2018 aan eiser als benadeelde partij een schadevergoeding toe...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \\\/ C\\\/03\\\/329294 \\\/ HA ZA 24-164 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T14:50:35+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \\\/ C\\\/03\\\/329294 \\\/ HA ZA 24-164\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164","og_description":"Civiel recht. Bodemzaak. Letselschadezaak. Vervolg op het tussenvonnis van 24 september 2025. Tijdens het Preuvenemint in 2013 heeft gedaagde een glas in het gezicht van eiser gegooid, als gevolg waarvan eiser ernstig letsel aan zijn rechter oog heeft opgelopen. In de strafzaak tegen gedaagde heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch in 2018 aan eiser als benadeelde partij een schadevergoeding toe...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/","name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T14:50:35+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513206-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-329294-ha-za-24-164\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13206 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/329294 \/ HA ZA 24-164"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/587255","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=587255"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=587255"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=587255"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=587255"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=587255"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=587255"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=587255"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=587255"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}