{"id":588012,"date":"2026-04-17T18:51:25","date_gmt":"2026-04-17T16:51:25","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/"},"modified":"2026-04-17T18:51:25","modified_gmt":"2026-04-17T16:51:25","slug":"eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Na een gesprek over de bonus wordt werknemer op non-actief gesteld. Ondanks waarschuwing blijft werknemer e-mails sturen, waarin zij beschuldigingen uit richting werkgever en onder meer stelt dat zij klokkenluider is. Na een laatste kans volgt ontslag op staande voet. Dit blijft bij de kantonrechter in stand nu de beschuldigingen onterecht en grievend zijn, werknemer niet kan worden aangemerkt als klokkenluider en zij bleef doorgaan met de beschuldigingen. Dat de gedragingen van werknemer gevolg zouden zijn van een stoornis is werkgever niet gebleken en is ook niet voldoende voor gesteld. Verzoeken werknemer worden afgewezen, die van werkgever, onder meer terugbetaling van alsnog betaald loon, de relocation fee en een lening, worden toegewezen.<\/p>\n<h3>RECHTBANK AMSTERDAM<\/h3>\n<p>Afdeling privaatrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: 11754522 EA VERZ 25-685<\/p>\n<p>beschikking van: 17 oktober 2025<\/p>\n<p>func.: 364<\/p>\n<h3>beschikking van de kantonrechter<\/h3>\n<p>I n z a k e<\/p>\n<h3>[verzoekster]<\/h3>\n<p>wonende te [woonplaats]<\/p>\n<p>verzoekster, nader te noemen: [verzoekster]<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. E.T. Panneflek<\/p>\n<p>t e g e n<\/p>\n<h3>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerster] B.V.<\/h3>\n<p>gevestigd te [vestigingsplaats]<\/p>\n<p>verweerster, nader te noemen: [verweerster]<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. N.T.A. Zeeuwen.<\/p>\n<h3>VERLOOP VAN DE PROCEDURE<\/h3>\n<p>[verzoekster] heeft op 18 juni 2025 een verzoekschrift met producties ingediend, waarin zij primair verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen en subsidiair verzoekt voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet vernietigbaar is en een billijke vergoeding toe te kennen. Daarna heeft [verzoekster] op 11 augustus 2025 een aanvullend verzoekschrift met producties ingediend. [verweerster] heeft op 29 augustus 2025 een verweerschrift ingediend, eveneens met producties en een aantal tegenverzoeken. Daarna hebben beide partijen nog aanvullende producties ingediend.<\/p>\n<p>De verzoeken zijn op 8 september 2025 ter zitting behandeld. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Voor [verweerster] zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , die eveneens werden vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht aan de hand van een pleitnota en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt. De zaak is daarna een week aangehouden omdat partijen in onderhandeling waren over een minnelijke oplossing. Bij e-mail van 17 september 2025 hebben partijen om beschikking gevraagd.<\/p>\n<p>Beschikking is bepaald op vandaag.<\/p>\n<h3>GRONDEN VAN DE BESLISSING<\/h3>\n<h3>Feiten<\/h3>\n<p>[verweerster] is een wereldwijd opererend (financieel) handelshuis. Haar werkzaamheden vallen onder toezicht van de AFM en de DNB. [verweerster] hanteert voor haar medewerkers een Personeelshandboek van juli 2014, waarin onder meer een klachten- en meldingsprocedure is opgenomen. Daarnaast geldt er een aparte klokkenluidersregeling, opgesteld in juli 2023.<\/p>\n<p>In mei 2024 heeft [verzoekster] , 30 jaar oud, gesolliciteerd bij [verweerster] . In de brief van<br \/>\n24 mei 2024, waarin haar een aanbod is gedaan om in dienst te treden, is onder meer vermeld:<br \/>\n\u201cBonus Discretionary based on performance (..)<br \/>\nExtra &#8212; Relocation fee of EUR 4.000,- net (..)*<br \/>\n &#8212; Assistance to apply for 30% ruling (worth EUR 350,-)*<br \/>\n &#8212; Accommodation for the first month of your employment (worth EUR 3.500,-)*<br \/>\n &#8212; Visa application (worth EUR 900,-) (..)*<br \/>\n* In case of early termination of the first employment contract these costs need to be repaid by [verzoekster] . Signing this offer means that you read and understood this condition. (..)\u201d<\/p>\n<p>Bij e-mail van 31 mei 2024 heeft [verzoekster] opheldering gevraagd over de bonus:<br \/>\n\u201cis there any further language around the bonus that you can share with me? Limits\/conditions\/clawback clausules etc\u201d<br \/>\nWaarop [verweerster] heeft geantwoord:<br \/>\n\u201cThe bonus is discretionary depending on your results\/achieved goals.\u201d<\/p>\n<p>[verzoekster] heeft daarna bedankt voor de uitleg en de brief van 24 mei 2024 ondertekend.<\/p>\n<p>Partijen hebben op 30 augustus 2024 een arbeidsovereenkomst ondertekend, waarna [verzoekster] op 1 september 2024 in dienst is getreden bij [verweerster] voor de periode van een jaar, in de functie van [naam functie] , tegen een (vast) salaris van \u20ac 5.000,- bruto per maand, exclusief vakantiegeld. In de arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2024 zijn de hierboven genoemde bonus en extra\u2019s niet vermeld.<\/p>\n<p>Bij brief van 8 november 2024 is in verband met de 30%-regeling voor expats het salaris van [verzoekster] verhoogd naar \u20ac 5.100,- bruto per maand. Later heeft [verweerster] aan [verzoekster] een rentedragende lening verstrekt van \u20ac 5.000,- ter overbrugging van de maanden dat de 30%- regeling nog niet voor [verzoekster] gold. Uiteindelijk is de regeling alsnog toegekend en uitbetaald vanaf 1 september 2024.<\/p>\n<p>Voordat zij in dienst trad bij [verweerster] , werkte [verzoekster] bij [voormalige werkgever] . Daar heeft [verzoekster] zich per 1 april 2024 ziekgemeld. Het dienstverband liep tot 23 augustus 2025. [verzoekster] is een gerechtelijke procedure begonnen tegen [voormalige werkgever] , die nog loopt.<\/p>\n<p>[verzoekster] is bij [verweerster] begonnen in het team [teamnaam 1] . Omdat de samenwerking met haar manager, [naam 1] (tevens medeoprichter van [verweerster] ), niet goed liep is na twee maanden besloten dat [naam 2] (managing partner van [verweerster] ) de aansturing van [verzoekster] van hem zou overnemen.<\/p>\n<p>In de \u2018half year review\u2019 van [verzoekster] van 18 november 2024 zijn verbeterpunten opgenomen en targets voor het tweede halfjaar:<br \/>\n&#8212; revenue: min. 150-200K in generated revenu from [verzoekster] \u2019s accounts<br \/>\n&#8212; onboard 18+ active trading accounts (3 per month) on [verweerster] platform<\/p>\n<p>Een maand later is [verzoekster] overgegaan naar het team [teamnaam 2] . Vanaf december 2024 was [naam 5] haar nieuwe manager. In december 2024 hebben [naam 5] en [verzoekster] het meerdere keren gehad over de bonus van [verzoekster] en zijn voorstellen gedaan over te behalen targets en de hoogte van de bonus aan het management. Bij e-mail van 15 januari 2025 heeft [naam 5] aan [naam 2] en<br \/>\n[naam 6] (managing partner van [verweerster] ) geschreven:<br \/>\n\u201c(..) I had a sit down with [verzoekster] and we agreed on the following points:<br \/>\n\u2022 She agreed to a more \u201cdiscretionary formula\u201d for her compensation.<br \/>\n\u2022 PnL target will be 600k for next book year and 800k+ PnL contribution the following year.<br \/>\n\u2022 She agreed that PnL contribution is determined at my discretion (not a \u201cfixed\u201d formula), I will inform her of her progress on a quarterly basis. (..)<br \/>\nLooks like we have a consensus on how to move forward on the matter, there will not be anymore discussions on this matter for the foreseeable future. (..)\u201d<\/p>\n<p>[verzoekster] heeft op haar verzoek op 1 april 2025 rond 10:30 uur een gesprek gehad over (de toekenning van) haar bonus, met [naam 5] , [naam 2] en [naam 6] . [verzoekster] ging ervan uit dat zij een bonus van ongeveer \u20ac 65.000,- bruto zou ontvangen. [verweerster] heeft toen uitgelegd dat [verzoekster] , nog los van te behalen targets en goed functioneren, in principe niet in aanmerking kwam voor een bonus over het jaar 2024\/2025 omdat zij pas drie maanden bij het team [teamnaam 2] werkte. [verzoekster] is vervolgens begonnen over aanhoudende schendingen door [verweerster] , wangedrag van [naam 1] en de angstcultuur binnen [verweerster] , die volgens haar negatieve invloed hadden op haar gezondheid en functioneren. [verzoekster] heeft verder benoemd dat zij had ontdekt dat ze anderhalve maand illegaal had gewerkt voor [verweerster] , dat ze van [verweerster] bij de douane had moeten liegen over de startdatum van haar werkzaamheden, dat ze op instructie van [verweerster] loonheffingsdocumenten moest antedateren, dat de 30%-regeling niet voortvarend was geregeld en dat ze op basis van een onjuiste voorstelling van zaken de arbeidsovereenkomst had getekend. Verder heeft [verzoekster] zich in het gesprek uitgelaten over het gedrag van [naam 1] , dat hij te veel had gedronken tijdens een zakenreis en zichzelf tijdens een vergadering had bevuild met ontlasting. [verzoekster] heeft verzocht in heroverweging te nemen of zij in aanmerking kwam voor een volledige bonus omdat zij er anders ongeveer \u20ac 100.000,- op achteruit ging in salaris in vergelijking met haar vorige baan.<\/p>\n<p>Nadat het gesprek was be\u00ebindigd is tijdens een intern overleg besloten dat [verzoekster] uit haar functie werd ontheven met behoud van salaris en dat de arbeidsovereenkomst niet werd verlengd. Dit is [verzoekster] kort daarna meegedeeld in een tweede gesprek.<\/p>\n<p>[verzoekster] heeft daarna, om 12:01 uur, aan degenen met wie ze het gesprek had gehad, een e-mail gestuurd die zij deels van te voren al had opgesteld en waarin ze een samenvatting geeft van het gesprek en uitlegt waarom zij wel recht heeft op een bonus.<\/p>\n<p>Bij e-mail van 1 april 2025 om 18:43 uur heeft [naam 4] (Head of HR) aan [verzoekster] bericht:<br \/>\n\u201cFollowing our discussion today, we want to formally confirm the terms regarding the conclusion of your employment with [verweerster] .\u201d<br \/>\nDaarna is opgesomd dat [verzoekster] vanaf dat moment was vrijgesteld van werk, dat ze in dienst bleef tot 1 september 2025 en tot die datum salaris met vakantietoeslag en -uren kreeg doorbetaald, dat het dienstverband niet werd verlengd en dat de lening van \u20ac 5.000,- niet hoefde te worden terugbetaald. Verder schreef [naam 4] :<br \/>\n\u201cPreviously, we had asked you to respond by Thursday, however, our decision regarding the conclusion of your employment is final. (..) To clarify, our decision is not based on differences in expectations regarding monetary matters. Over time, there have been multiple allegations and tensions, which have resulted in an irreparable breakdown in the working relationship. Given this, we believe that continuing the employment relationship is no longer viable. (..) We acknowledge your email (..) sent after our discussion today (..). However, we do not confirm agreement with any of these statements. (..)\u201d<\/p>\n<p>Bij e-mail van 2 april 2025 heeft [verzoekster] op deze mail gereageerd en onder meer geschreven:<br \/>\n\u201c(..) To date, I have not pursued damages for the company\u2019s repeated breaches of contract, employment law, and statutory duties \u2013 breaches which resulted in nearly six figures of lost annual income, exposed me to potential immigration and tax fraud offences, and were swiftly followed by retaliatory action in response to good faith efforts to resolve matters. Any competent employment or whistleblowing counsel will confirm that I am well within my rights to do so. (..) You are fully aware that I am now being forced to seek legal recourse due to conduct I reported in good faith. (..) I therefor request immediate confirmation that the company will fund appropriate legal advice to allow me to engage with this process fairly and protect my rights. Please also be advised that I reserve the right to bring this matter to the attention of the relevant external authorities, including the Dutch Whistleblowers Authority and, where applicable, the tax and immigration authorities, should it become necessary to ensure appropriate accountability. (..)\u201d<\/p>\n<p>Op 3 april 2025 heeft [naam 3] , managing partner van [verweerster] , met [verzoekster] gebeld naar aanleiding van de e-mail van 2 april 2025.<\/p>\n<p>Bij e-mail van diezelfde dag heeft [verzoekster] aan [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 2] en [naam 7] ( [verweerster] Management) onder meer geschreven:<br \/>\n(..) During this call, Mr. [naam 3] unambiguously attempted to intimidate me out of pursuing my rights via financial and legal threats. He made it clear that if I continue to pursue the legal breaches and whistleblower concerns I have already reported, the company would:<br \/>\n \u2022 Withdraw my salary (..)<br \/>\n \u2022 Reinstate the \u20ac 5.000,- loan repayment (..)<br \/>\n \u2022 Retract the promised positive reference (..)<br \/>\nLet me be absolutely clear: This was a direct, conditional, and unlawful verbal threat. It was an act of retaliation, intended to intimidate me \u2013 a whistleblower \u2013 into silence, rather than confronting the internal conduct that has resulted in whistleblowers being created within the company.<br \/>\n[verzoekster] heeft verder geschreven dat zij documentatie en opnames had die meerdere gevallen van serieus wangedrag van medewerkers van [verweerster] ondersteunden en zij heeft voorbeelden genoemd waarbij opnieuw [naam 1] en [naam 3] werden aangehaald. [verzoekster] heeft tot slot verzocht om uiterlijk 4 april 2025 te bevestigen dat haar juridische kosten werden gedekt en dat [naam 3] verklaringen niet die van [verweerster] weerspiegelden, bij gebreke waarvan zij het Huis van Klokkenluiders, de AFM, de DNB, de relevante immigratie- en belastingautoriteiten en andere regelgevende kanalen zou inschakelen.<\/p>\n<p>Bij e-mail van 4 april 2025 om 13:32 uur heeft [verweerster] laten weten dat [verzoekster] haar, gelet op de aantijgingen, een redelijke termijn moest gunnen om te reageren, dat [verweerster] juridisch advies zou inwinnen en de week erna zou reageren op de e-mails van [verzoekster] .<\/p>\n<p>Daarop heeft [verzoekster] diezelfde avond per e-mail laten weten dat [verweerster] de deadline niet had gehaald en dat zij de opname van het telefoongesprek met [naam 3] aan [naam 5] , [naam 6] , [naam 2] en [naam 7] zou sturen als [verweerster] niet binnen<br \/>\n24 uur zou laten weten dat zij de inhoud van dat gesprek niet accepteerde, de afspraak over het kwijtschelden van de lening van \u20ac 5.000,- en doorbetaling salaris tot 31 augustus 2025 zou bevestigen en haar juridische bijstand zou aanbieden, waarbij [verzoekster] dacht aan een bedrag van \u20ac 5.000,-.<\/p>\n<p>Bij e-mail van 5 april 2025 heeft [verweerster] kort gezegd geantwoord dat zij de week erna zou reageren en dat haar verzoek om een vergoeding van de juridische kosten kon worden beschouwd als onderdeel van een algehele regeling naast het aanbod tot doorbetaling van het salaris tot einde arbeidsovereenkomst en kwijtschelding van de lening.<\/p>\n<p>Diezelfde dag heeft [verzoekster] om 17:19 uur gereageerd en gedreigd dat als [verweerster] niet voldeed aan haar wettelijke en beleidsmatige verplichtingen, zij om 19:00 uur de zaak zou laten escaleren bij de AFM en bepaalde opnames daarnaar toe zou sturen. [verzoekster] besloot haar e-mail met: \u201dYou have untill 19:00 CET. I will not explain this again.\u201d<\/p>\n<p>Tussen 5 en 10 april 2025 heeft [verzoekster] (oud)medewerkers en relaties van [verweerster] benaderd over de situatie die speelde bij [verweerster] .<\/p>\n<p>Bij e-mail en brief van 10 april 2025 heeft de gemachtigde van [verweerster] op de e-mails van [verzoekster] van 2, 3, 4 en 5 april 2025 gereageerd. Er is op de door [verzoekster] gemaakte verwijten ingegaan en de gemachtigde heeft meegedeeld dat het eerdere be\u00ebindigingsvoorstel, dat [verzoekster] niet wilde accepteren, van tafel was. Verder heeft de gemachtigde [verzoekster] erop gewezen dat zij verschillende werknemers en klanten van [verweerster] ongevraagd had benaderd en had verteld over haar ontslag, dat dat niet acceptabel was en heeft zij [verzoekster] gesommeerd daarmee te stoppen. Ook is [verzoekster] gesommeerd zich te onthouden van uitlatingen over [naam 1] . Zo niet dan zou [verweerster] een gerechtelijke procedure beginnen om [verzoekster] een verbod op te leggen en te laten veroordelen tot schadevergoeding.<\/p>\n<p>Op 11 april 2025 om 23:01uur heeft [verzoekster] aan alle medewerkers van [verweerster] een<br \/>\ne-mail gestuurd met in de bijlage een geluidsfragment van het telefoongesprek met [naam 3] , waarin onder meer is vermeld:<br \/>\n\u201cYou have not seen me in the office since 1 April 2025. This is not due to misconduct, underperformance, or any breach on my part. It is because I made a protected whistleblowing disclosure under de Wet bescherming klokkenluiders (..), concerning instructions to commit immigration and tax fraud, as well as serious misrepresentations by [naam 1] to induce me into signing a contract, resulting in a six-figure loss to my salary.<br \/>\nAttached (..): A recording of senior partner [naam 3] (..) delivering verbal threats to me, a whistleblower, during an unsolicited phone call on 3 april 2025.\u201d<br \/>\nVerder heeft [verzoekster] in de e-mail onder de kopjes \u201cWhat I Reported and Why I Was Removed\u201d, \u201cWhat Happened Next\u201d, \u201cThe Response of a Regulated Financial Institution: Silence, Threats, and Public Erasure\u201d en \u201cCurrent Status\u201d &#8212; kort gezegd &#8212; uiteengezet wat er volgens haar allemaal mis is bij [verweerster] . Zij besluit het bericht met een oproep aan de medewerkers niet mee te werken aan verdere vergelding, doofpotaffaires of medeplichtigheid en dat als zij over relevante informatie beschikten, zij het recht hadden deze te melden aan de AFM of het Huis voor Klokkenluiders.<\/p>\n<p>Op 14 april 2025 heeft [verzoekster] aan zeven medewerkers van [verweerster] via Whatsapp een document en drie geluidsopnames gestuurd. [verzoekster] heeft in het meegestuurde document de beschuldigingen herhaald en gewezen op mogelijk crimineel gedrag. Verder heeft zij geschreven: \u201cThey know I\u2019m struggling with my health and am alone in a foreign country. They know the only social circle I had was [verweerster] . (..)\u201d<\/p>\n<p>Bij gewone en aangetekende e-mail en brief van 16 april 2025 heeft de gemachtigde van [verweerster] aan [verzoekster] geschreven dat zij zich niet had gehouden aan de sommaties van de brief van 10 april 2025, dat haar acties niet alleen niet acceptabel waren, maar ook schadelijk voor [verweerster] en de individuen die zij bij naam noemde en dat zij zich daarom niet als goed werknemer gedroeg. Verder schreef de gemachtigde van [verweerster] , samengevat, dat het handelen van [verzoekster] een dringende reden vormde voor een ontslag op staande voet en dat [verweerster] haar nog een laatste kans gaf om binnen 48 uur een schriftelijke verklaring af te geven waarin zij zou weergeven dat het verzenden van de e-mail naar alle medewerkers niet proportioneel\/passend was en zij niet al haar collega\u2019s op deze manier had mogen betrekken bij deze individuele kwestie tussen haar en [verweerster] . Indien [verzoekster] dat niet binnen de gestelde termijn zou doen of als zij andere escalerende of schadelijke acties zou uitvoeren, kon dat onmiddellijk leiden tot een ontslag op staande voet. [verweerster] heeft daaraan toegevoegd dat het [verzoekster] vrij stond om te proberen de vermeende bonus te claimen via de rechter en moedigde haar daartoe zelfs aan. Als [verweerster] met bepaalde specifieke omstandigheden rekening moest houden bij het besluit over het dienstverband kon [verzoekster] deze binnen 48 uur aan [verweerster] kenbaar maken. [verweerster] heeft gewezen op de gevolgen van een ontslag op staande voet en heeft [verzoekster] aangeraden op korte termijn juridische bijstand te zoeken. Tot slot werd [verzoekster] nogmaals dringend verzocht zich \u2013 kort gezegd \u2013 te onthouden van contact met (ex)werknemers en klanten van [verweerster] en binnen 48 uur te bevestigen dat zij zich hier onvoorwaardelijk aan zou houden. Zo niet dan zou [verweerster] een gerechtelijke procedure beginnen.<\/p>\n<p>Bij gewone en aangetekende e-mail en brief van 18 april 2025 heeft de gemachtigde van [verweerster] [verzoekster] ontslag op staande voet aangezegd, omdat zij niet had gereageerd op de brief van 16 april 2025 en niet de gevraagde verklaring had afgegeven. Daarnaast heeft ze volgens [verweerster] (opnieuw) berichten met ongefundeerde ernstige beschuldigingen gestuurd aan collega\u2019s, geluidsopnames van de gesprekken van 1 en 3 april 2025 en een voice-bericht gedeeld en in deze berichten (opnieuw) ongefundeerde ernstige beschuldigingen herhaald, ook over senior managers van [verweerster] . [verweerster] heeft daarbij verwezen naar haar eerdere e-mail van 10 april 2025.<\/p>\n<p>Op 22 april 2025 is [verweerster] erachter gekomen dat [verzoekster] tussen 12 en 22 april 2025 nog drie e-mails had gestuurd, die waren geblokkeerd door het spamfilter. Uit een van de berichten van 12 april 2025 bleek dat [verzoekster] aangifte tegen [verweerster] had gedaan omdat ze vreesde voor haar veiligheid. Ze heeft daarbij de namen van [naam 3] en [naam 1] genoemd. Verder heeft zij onder meer geschreven: \u201cMental Health Notice: I have disclosed suicidal thoughts to my psychologist and confirmed that I will not act on them.\u201d<\/p>\n<p>In een andere e-mail van 12 april 2025, gericht aan 33 medewerkers schreef [verzoekster] dat ze bepaalde informatie over misleiding (ten aanzien van de bonus) tijdens de sollicitatieprocedure, het plegen van immigratiefraude en het vervalsen van een belastingdocument, had doorgegeven aan de AFM, de DNB en het Huis voor Klokkenluiders.<\/p>\n<p>Op 21 april 2025 heeft [verzoekster] een e-mail gestuurd aan het management van [verweerster] waaruit bleek dat ze geen kennis had genomen van het ontslag op staande voet. [verzoekster] verweet [verweerster] onder andere dat zij sinds 5 april 2025 geen contact had opgenomen. Als laatste zin schreef [verzoekster] : \u201cAbsent a lawful and appropriate response, I will be compelled to continue regulatory, legal, and public escalation processes consistent with my protected disclosures and as is necessary for my survival.\u201d<\/p>\n<p>Bij e-mail van 24 april 2025 heeft [verweerster] aan [verzoekster] bericht dat zij de e-mails van<br \/>\n12 en 22 april 2025 pas op 22 april 2025 heeft gezien en dat haar gemachtigde op<br \/>\n10, 16 en 18 april 2025 e-mails en brieven had gestuurd in reactie op [verzoekster]<br \/>\ne-mail van 5 april 2025, en heeft die nog een keer meegestuurd. Verder heeft [verweerster] geschreven dat zij hierdoor niet op de hoogte was van de kennisgeving van [verzoekster] over haar mentale gezondheid. [verweerster] heeft [verzoekster] in dat kader een budget van \u20ac 2.500,- voor mentale gezondheidsondersteuning aangeboden, ondanks dat zij \u2018geen werknemer meer was van [verweerster] \u2019.<\/p>\n<p>Bij e-mail van 25 april 2025 heeft de gemachtigde van [verweerster] onder meer uiteengezet waarom zij vindt dat [verzoekster] niet onder de klokkenluidersregeling valt.<\/p>\n<p>[verweerster] heeft [verzoekster] op 28 april 2025 in kort geding gedagvaard en \u2013 samengevat \u2013 gevorderd om [verzoekster] te veroordelen tot het staken en gestaakt houden van haar beschuldigingen richting derden, waaronder de media, op straffe van een dwangsom.<\/p>\n<p>Bij kort geding vonnis van 9 juli 2025 is [verzoekster] op verbeurte van een dwangsom geboden om \u2013 kort gezegd \u2013 iedere vorm van communicatie aan (ex)werknemers, klanten en relaties van [verweerster] aangaande het einde van haar arbeidsovereenkomst en aangaande [naam 3] , [naam 1] , [naam 8] , [verweerster] of haar medewerkers, te staken en gestaakt te houden en\/of zich te onthouden van verdere beschuldigingen over hen. Ook is [verzoekster] verboden om hierover uitlatingen te doen in de media. In reconventie is de loonvordering van [verzoekster] toegewezen. [verweerster] heeft op 14 juli 2025 een voorschot betaald van \u20ac 13.000,-. Bij eindafrekening heeft [verweerster] uiteindelijk, na verrekening van de lening met rente en de juridische kosten, een bedrag van<br \/>\n\u20ac 254,63 betaald.<\/p>\n<h3>Het geschil<\/h3>\n<p>2. [verzoekster] verzoekt, nu zij niet berust, het ontslag op staande voet te vernietigen en [verweerster] te veroordelen tot doorbetaling van:<br \/>\na. het loon met emolumenten, onder verstrekking van een bruto\/netto-specificatie, vanaf 18 april 2025 tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is be\u00ebindigd;<br \/>\nb. de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;<br \/>\nc. de transitievergoeding;<br \/>\nd. een billijke vergoeding van \u20ac 100.000,- bruto;<br \/>\ne. een bonus van \u20ac 65.000,- bruto;<\/p>\n<p>alles met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.<\/p>\n<p>Bij aanvullend verzoekschrift heeft [verzoekster] voorts verzocht:<br \/>\nj. op de kortst mogelijke termijn de uitspraak van de kort geding rechter van 9 juli 2025 ongedaan te maken dan wel het verbod en gebod zoals aan [verzoekster] opgelegd, op te heffen;<br \/>\nk. te verklaren voor recht dat [verweerster] geen vorderingsrecht heeft op [verzoekster] uit hoofde van de arbeidsovereenkomst of welke hoofde dan ook en dat [verweerster] geen recht heeft om enig bedrag te verrekenen met enige aan [verzoekster] toekomende financi\u00eble aanspraak alsmede [verweerster] te veroordelen tot betaling van het bedrag dat zij ten onrechte heeft verrekend (waaronder ingehouden verlofuren), vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente;<br \/>\nl. te verklaren voor recht dat de lening van \u20ac 5.000,- inclusief rente door [verweerster] is kwijtgescholden en niet hoeft te worden terugbetaald en [verweerster] te veroordelen tot terugbetaling van het bedrag dat zij op grond hiervan ten onrechte heeft verrekend, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente;<br \/>\nm. te bepalen dat [verweerster] gehouden is om aan [verzoekster] de bedragen te voldoen die ten onrechte aan salaris zijn ingehouden dan wel niet zijn uitbetaald, met toepassing van de 30%-regeling;<br \/>\nn. [verweerster] te veroordelen tot betaling van \u20ac 3.641,56 bruto aan transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijk rente;<br \/>\no. [verweerster] te veroordelen om op straffe van een dwangsom binnen een maand na einddatum over te gaan tot het verstrekken van een volledige eindafrekening, met bruto\/netto-specificatie, en haar te veroordelen tot betaling van de op grond daarvan aan [verzoekster] verschuldigde bedragen;<br \/>\np. [verweerster] te veroordelen om binnen 14 dagen na de beschikking \u20ac 22.500,- netto te betalen aan vergoeding van juridische kosten.<\/p>\n<p>3. [verzoekster] stelt daartoe ten eerste dat het ontslag niet onverwijld is gegeven nu [verweerster] op<br \/>\n11 en 12 april 2025 er al mee bekend was of had kunnen zijn dat [verzoekster] e-mails had gestuurd aan medewerkers en zij pas op 18 april 2025 is ontslagen. Verder stelt zij dat de in de brief van 18 april 2025 genoemde redenen geen dringende reden vormen voor ontslag op staande voet. [verzoekster] had niet de intentie om [verweerster] te schaden, maar zij voelde zich benadeeld door de harde en onredelijke handelswijze van [verweerster] , en heeft slechts willen opkomen voor haar rechten en heeft daarbij haar zorgen geuit over de gang van zaken binnen [verweerster] . De situatie escaleerde op 1 april 2025, toen zij op non-actief werd gesteld en naar buiten wed begeleid. Dit was diffamerend en buitenproportioneel en gezien de kwetsbare positie van [verzoekster] , als expat, bijzonder kwalijk van [verweerster] . Daarna volgde het intimiderende telefoongesprek met [naam 3] . Op geen enkel moment heeft [verweerster] erkend dat dit \u2018illegal or unethical behavior\u2019 of \u2018concern suspicion of wrongdoing within [verweerster] \u2019 onder de klokkenluidersregeling viel. [verweerster] had [verzoekster] in bescherming moeten nemen maar deed volgens [verzoekster] het tegenovergestelde. Maar zelfs als de klokkenluidersregeling niet van toepassing zou zijn, kan het informeren van collega\u2019s over misstanden niet als een dringende reden kwalificeren. [verzoekster] heeft zich immers pas tot de collega\u2019s gewend toen [verweerster] niet reageerde. Bovendien is het onredelijk om een schriftelijk excuus aan het personeel te verlangen op straffe van een ontslag op staande voet. Klaarblijkelijk was de reden van het ontslag niet dringend maar bedoeld om [verzoekster] te bewegen tot het maken van excuses. Ten slotte heeft [verweerster] onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] , waaronder haar gezondheidsklachten, PTSS, en haar kwetsbare positie als expat.<\/p>\n<p>4. [verweerster] voert hiertegen verweer, waarop hierna zal worden ingegaan. [verweerster] heeft daarnaast tegenverzoeken ingediend.<\/p>\n<p>5. Zij verzoekt [verzoekster] te veroordelen tot (terug)betaling van:<br \/>\na. het loon inclusief vakantiegeld van \u20ac 24.262,07 bruto, vermeerderd met wettelijke rente;<br \/>\nb. de uitgekeerde wettelijke verhoging van \u20ac 2.550,- bruto;<br \/>\nc. de uitgekeerde wettelijke rente van \u20ac 162,25 netto;<br \/>\nd. de uitgekeerde verlofuren van \u20ac 289,49 bruto;<br \/>\ne. de uitgekeerde relocation fee van \u20ac 4.000,- netto;<br \/>\nf. de vergoeding voor de aanvraag voor de 30%-regeling en het visum van \u20ac 1.250,- netto;<br \/>\ng. de kosten voor eerste maand huur van \u20ac 3.500,- netto;<br \/>\nh. met de wettelijke rente vanaf de datum van betekening van de beschikking.<br \/>\nTevens verzoekt [verweerster] te verklaren voor recht dat:<br \/>\ni. de aan [verzoekster] verstrekte lening van \u20ac 5.000,- inclusief rente van \u20ac 122,40 moet worden terugbetaald, althans dat deze mag worden verrekend met enig aan [verzoekster] verschuldigd bedrag;<br \/>\nj. de 30%-regeling per 18 april 2025 niet langer hoeft te worden toegepast, althans \u2013 voor zover het ontslag op staande voet niet zou houden en de loonvordering niet wordt afgewezen \u2013 niet langer dan tot uiterlijk 1 juni 2025 hoeft te worden toegepast en slechts tot het bedrag dat maximaal wettelijk is toegestaan,<\/p>\n<p>alles met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten.<\/p>\n<p>6. Volgens [verweerster] is het ontslag op staande voet terecht gegeven, waarmee de basis voor de voorlopig uitgekeerde bedragen (op grond van het kortgedingvonnis van 9 juli 2025) komt te ontvallen. Voorts is in de aanbiedingsbrief overeengekomen dat de bij aanvang van het dienstverband overeengekomen vergoedingen moeten worden terugbetaald bij een eerder einde van het dienstverband. De gevorderde bedragen zijn dan ook onverschuldigd betaald volgens [verweerster] .<\/p>\n<p>7. [verzoekster] voert verweer tegen deze verzoeken, waarop hierna zal worden ingegaan, voor zover relevant.<\/p>\n<h3>Beoordeling<\/h3>\n<p>8. De verzoeken en tegenverzoeken hangen zodanig samen dat zij tegelijkertijd worden behandeld.<\/p>\n<p>9. Op grond van artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.<\/p>\n<p>10. Hoewel volgens [verweerster] het eerste gesprek op 1 april 2025 allesbehalve prettig verliep en [verzoekster] ook toen al beschuldigingen uitte en dreigde naar de autoriteiten te stappen, heeft [verweerster] op dat moment (terecht) geen reden gezien om [verzoekster] op staande voet te ontslaan. Er is wel overgegaan tot op-non-actiefstelling, met behoud van salaris, en [verzoekster] is te kennen gegeven dat het dienstverband niet werd verlengd per 1 september 2025. De op-non-actiefstelling was, hoewel drastisch, een begrijpelijk besluit, gelet op de geuite beschuldigingen, de te beschermen belangen van [verweerster] en in aanmerking genomen de korte tijd dat [verzoekster] in dienst was en nog zou zijn en het verloop van de arbeidsovereenkomst tot dan toe. Vervolgens heeft [verzoekster] op 2, 3, 4 en 5 april 2025<br \/>\ne-mails gestuurd, waarna het gezien de inhoud, redelijk was dat [verweerster] zich wilde beraden en advies van haar gemachtigde wilde inwinnen, alvorens (de week erna) inhoudelijk te reageren. Dit heeft zij op 5 april 2025 om 15:54 uur ook meegedeeld aan [verzoekster] , die daarna opnieuw een bericht heeft gestuurd om 17:19 uur en bleef herhalen dat de deadline om te reageren 19:00 uur die dag was. [verzoekster] heeft onvoldoende toegelicht dat het stellen van deze zeer korte deadline (op een zaterdag) terecht was. Zij was weliswaar op dat moment op non-actief gesteld, maar met behoud van haar salaris, zodat niet valt in te zien dat de aangekondigde reactie van [verweerster] de week erna niet kon worden afgewacht.<\/p>\n<p>11. Verder geldt het volgende. Ook \u00e1ls [verzoekster] , zoals zij stelt, verkeerd zou zijn voorgelicht over de bonus, als fouten zouden zijn gemaakt bij de 30%-regeling en de aanvraag van het visum en als [verzoekster] zou zijn gevraagd aan bepaalde instanties andere data dan de werkelijke te noemen, dan gaan de beschuldigingen van [verzoekster] aan het adres van [verweerster] \u2013 zoals dat zij gedwongen zou zijn om fraude te plegen en dat [naam 3] zou hebben gedreigd haar financi\u00eble rechten te ontnemen \u2013 te ver en ook dan kan [verzoekster] niet worden aangemerkt als een klokkenluider in de zin van de Wet bescherming klokkenluiders noch in de zin van de regeling van [verweerster] zelf. Het gaat hier immers niet om (een redelijk vermoeden van) een maatschappelijke misstand maar om een individuele kwestie, zodat [verzoekster] alleen al daarom niet de bescherming geniet van een klokkenluider. De onenigheid die zij met [verweerster] heeft betreft namelijk haar individuele bonusafspraak, haar individuele 30%-regeling en haar visumaanvraag. Voor zover [verzoekster] al stelt dat dit een standaardpraktijk is van [verweerster] , heeft zij daarvoor geen bewijs geleverd. Verder heeft [verzoekster] specifieke beschuldigingen geuit aan het adres van personeelsleden van [verweerster] , terwijl niet is gebleken dat daarvoor gronden waren. Zo is het drugsgebruik van [naam 1] en\/of het zichzelf bevuilen tijdens een vergadering op niets anders gebaseerd dan de verklaring van [verzoekster] (van horen zeggen) zelf. Dat het gesprek met [naam 3] op 3 april 2025 intimiderend zou zijn en [verzoekster] door hem onder druk is gezet volgt verder niet uit de overgelegde geluidsopname daarvan. Dit zijn dan ook, zonder bewijs, grievende beschuldigingen. Gezien de heftige toon van de<br \/>\ne-mails, de ongefundeerde beschuldigingen (die [verzoekster] ook nu niet kan staven), de geuite dreigementen en eisen en de omstandigheid dat [verweerster] op dat moment had vernomen dat [verzoekster] hierover contact had gezocht met (oud)medewerkers en relaties, was de sommatie van [verweerster] van 10 april 2025 om direct te stoppen met deze uitlatingen dan ook redelijk en terecht.<\/p>\n<p>11. Toen [verweerster] erachter kwam dat [verzoekster] de dag na de sommatie op vrijdag 11 april 2025 om 23:01 uur vervolgens een e-mail met nog ernstiger beschuldigingen en aantijgingen stuurde naar het voltallig personeel van [verweerster] , heeft [verweerster] [verzoekster] op 16 april 2025 terecht en tijdig erop gewezen dat haar gedrag en handelen een dringende reden opleverde voor ontslag op staande voet. Om [verzoekster] daarvoor te behoeden, heeft [verweerster] haar op dat moment nog een (laatste) kans gegeven om zelfinzicht te tonen, door toe te geven dat het sturen van de e-mail van 11 april 2025 fout was en zij niet al haar collega\u2019s had moeten betrekken. [verweerster] heeft [verzoekster] daarbij gewaarschuwd dat als zij de gevraagde verklaring niet zou geven, dan wel als zij zou doorgaan met haar acties, dat kon leiden tot een ontslag op staande voet. Toen [verzoekster] geen enkele reactie gaf, terwijl vaststond dat de (aangetekende) brief en e-mail van 16 april 2025 haar hadden bereikt, kon [verweerster] er niet van op aan dat [verzoekster] inzag dat zij fout bezig was en zou stoppen met haar acties. Ook wist [verweerster] inmiddels van de whatsapp-berichten van 14 april 2025 die [verzoekster] had gestuurd naar zeven verschillende medewerkers. [verweerster] moest op dat moment de rust op de werkvloer herstellen en haar organisatie \u2013 die valt onder toezicht van de AFM \u2013 en werknemers beschermen tegen de schadelijke gedragingen van [verzoekster] . [verweerster] stelt dan ook terecht dat op 18 april 2025 niet langer van haar kon worden gevergd het dienstverband met [verzoekster] voort te zetten en dat zij inmiddels niet anders kon dan ontslag op staande voet geven. Het feit [verzoekster] de e-mail en brief van 10 april 2025 en van 16 april 2025 niet heeft geopend omdat zij dacht dat zij erin werd geluisd, zoals ze heeft verklaard ter zitting, maakt het voorgaande niet anders. Nu vaststaat dat de betreffende brieven en e-mails door [verzoekster] zijn ontvangen, [verzoekster] in die periode steeds zelf per e-mail heeft gecommuniceerd en [verweerster] meermaals heeft gevraagd om te reageren op haar berichten, mocht [verweerster] gerechtvaardigd erop vertrouwen dat [verzoekster] de e-mails van [verweerster] zou openen en lezen en dus op de hoogte was van de waarschuwing van 16 april 2025.<\/p>\n<p>11. [verzoekster] stelt nog dat zij aan CPTSS (een vorm van PTSS) lijdt, zij veel last heeft ervaren van de situatie en dat dat geleid heeft tot psychische overbelasting, automutilatie en een zelfmoordpoging op 22 juni 2025. Hoe naar dit ook is, vaststaat dat zij dit v\u00f3\u00f3r het ontslag nimmer aan [verweerster] heeft medegedeeld en dat [verzoekster] zich niet arbeidsongeschikt heeft gemeld. In het gesprek van 1 april 2025 en het telefoongesprek van 3 april 2025 heeft [verzoekster] weliswaar gemeld dat zij zich bedreigd en onder druk gezet voelde, maar zij heeft niet benoemd dat zij lijdt aan een stoornis en [verweerster] had dat ook niet kunnen weten. De uiting daarover in het document bij de whatsappberichten van 14 april 2025 (zie 1.24) is daarvoor onvoldoende en de e-mails van 12 april 2025 waarin [verzoekster] refereert aan haar psychische toestand heeft [verweerster] , nu deze waren geblokkeerd door het spamfilter, pas na het ontslag op staande voet kunnen lezen (zie hiervoor onder 1.26 tot en met 1.28). Nu [verzoekster] ook in deze procedure zich niet op het standpunt stelt dat haar gedragingen, die aanleiding hebben gegeven voor het ontslag, het gevolg zijn van ziekte\/arbeidsongeschiktheid, kan daarvan niet worden uitgegaan. Slotsom is dan ook dat het ontslag op staande voet onverwijld en op goede grond is gegeven.<\/p>\n<p>14. Ten aanzien van de gevraagde bonus geldt dat niet duidelijk is geworden welke targets voor [verzoekster] golden en hoe de bonus werd berekend. Het is weliswaar aan [verzoekster] als verzoekster om dat voldoende toe te lichten, maar het valt [verweerster] te verwijten dat zij, ondanks verzoeken daartoe, destijds niet concreter is geweest over de criteria die golden om aanspraak te maken op de bonus. De e-mail van 15 januari 2025 waarnaar [verweerster] heeft verwezen en waaruit volgt dat [verzoekster] zou hebben ingestemd met een meer \u201cdiscretionary formula\u201d, maakt dat niet anders, nu deze e-mail niet naar [verzoekster] is gestuurd. Bovendien had zij het recht om (tenminste globaal) te weten wat zij had moeten presteren om in aanmerking te komen voor een bonus en hoe hoog deze dan zou zijn. Daartegenover staat dat [verweerster] terecht aanvoert dat [verzoekster] nog geen jaar bij [verweerster] heeft gewerkt en over het algemeen dan nog geen recht op een bonus bestaat. Volgens [verweerster] waren voorts de prestaties van [verzoekster] onder de maat. Nu er ten slotte onvoldoende aanwijzingen zijn dat [verzoekster] de volgens haar geldende (in gesprekken met [naam 5] genoemde) targets heeft gehaald, is de verzochte bonus niet toewijsbaar.<\/p>\n<p>14. Dat geldt eveneens voor het verzoek tot opheffing van het gebod c.q. verbod dat is opgelegd door de kortgedingrechter. [verweerster] heeft voldoende toegelicht dat zij nog steeds een zwaarwegend belang heeft bij deze veroordeling en uit de verklaringen en houding van [verzoekster] ter zitting is gebleken dat zij weinig oog heeft voor de positie van [verweerster] en niet inziet dat haar ernstige maar ongefundeerde beschuldigingen schade berokkenen aan [verweerster] en enkele van diens senior partners. Daarbij heeft [verzoekster] ook niet toegelicht waarin haar belang is gelegen om tot opheffing over te gaan. Het belang van [verweerster] om de veroordeling te handhaven weegt op dit moment dan ook zwaarder dan het belang van [verzoekster] om het gebod c.q. verbod op te heffen.<\/p>\n<p>14. Ten aanzien van de lening van \u20ac 5.000,- geldt dat de kwijtschelding daarvan in de<br \/>\ne-mail van 1 april 2025 (zie 1.13) is genoemd als \u00e9\u00e9n van de voorwaarden met betrekking tot het be\u00ebindigen van de arbeidsovereenkomst (\u201cthe terms regarding the conclusion of your employment\u201d). [verzoekster] is in die e-mail gevraagd om uiterlijk de donderdag op het voorstel van [verweerster] een reactie te geven, waarbij [verweerster] heeft meegedeeld dat ten aanzien van het einde van het dienstverband haar besluit vaststond. Hieruit volgt dat de kwijtschelding van de lening dus niet definitief is toegezegd, wat overigens ook volgt uit de e-mail van 5 april 2025 (zie 1.19), waarin is gesteld dat kwijtschelding van de lening onderdeel was van een algehele regeling. [verzoekster] heeft deze minnelijke regeling niet geaccepteerd. Dat betekent dat [verzoekster] de lening moet terugbetalen zoals bij het aangaan ervan tussen partijen is overeengekomen. De verklaring voor recht ten aanzien van de lening zoals verzocht door [verzoekster] (onder rov. 2 sub l) is dan ook niet toewijsbaar, de verklaring voor recht van [verweerster] (onder rov. 5 sub i) wel.<\/p>\n<p>14. [verweerster] heeft de lening vooralsnog verrekend met het aan [verzoekster] uit hoofde van het kort geding vonnis te betalen loon (met wettelijke rente en wettelijke verhoging), zoals te zien is op de loonstrook van juli 2025 (productie 50) en desgevraagd is toegelicht bij e-mail van 28 augustus 2025 (productie 53). Nu wordt geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, zijn de verzoeken van [verweerster] tot terugbetaling van de door haar in het kader van het kortgedingvonnis betaalde bedragen (rov. 5 sub a tot en met c), waarvan [verzoekster] de hoogte niet heeft betwist, toewijsbaar, voor zover deze bedragen niet zijn verrekend, maar daadwerkelijk aan haar zijn uitbetaald. Dit betekent dat de betaalde bedragen van \u20ac 13.000,- en \u20ac 254,63 moeten worden terugbetaald. De lening kan niet meer worden verrekend met aan [verzoekster] toekomende bedragen, zodat de daarop betrekking hebbende door [verweerster] verzochte verklaring voor recht wordt toegewezen als hierna is bepaald.<\/p>\n<p>14. Het verzoek van [verzoekster] tot uitbetaling van verlofuren wordt afgewezen. Uit genoemde toelichting van productie 53 volgt dat [verzoekster] bij een einde van het dienstverband per 18 april 2025 meer verlofuren heeft genoten dan opgebouwd. [verzoekster] heeft verder niet toegelicht dat zij nog recht heeft op uitbetaling van 72 uur aan verlofuren. Deze uren komen dan ook niet voor uitbetaling in aanmerking. Het verzoek tot betaling van teveel betaalde verlofuren van [verweerster] is wel toewijsbaar gelet op de genoemde toelichting.<\/p>\n<p>19. De overige tegenverzoeken van [verweerster] (onder rov. 5 sub e tot en met g) zijn toewijsbaar. In de aanbiedingsbrief van 24 mei 2025, waarmee [verzoekster] akkoord is gegaan, is bepaald dat bij voortijdige be\u00ebindiging van de (eerste) arbeidsovereenkomst de kosten \u2013 te weten de relocation fee en de kosten voor hulp bij de 30%-regeling, de eerste maand huur en de visum aanvraag \u2013 moeten worden terugbetaald. Daarbij is benadrukt dat [verzoekster] door het ondertekenen van de aanbiedingsbrief verklaarde dat zij deze voorwaarden had gelezen en begrepen. Hoewel deze aanbiedingen niet in de schriftelijke arbeidsovereenkomst zijn opgenomen, heeft [verzoekster] nadien aanspraak gemaakt op de (alleen) in deze aanbiedingsbrief genoemde 30%-procent regeling en bonus. Bovendien is onbetwist gebleken dat [verweerster] de toegezegde verhuiskosten, huisvestingskosten in de eerste maand, de kosten voor de 30%-regeling en het visum heeft betaald. Geconcludeerd wordt dan ook, anders dan [verzoekster] stelt, dat voor beide partijen duidelijk was dat de gemaakte afspraken in de aanbiedingsbrief naast de getekende arbeidsovereenkomst bleven gelden. Dat betekent dat ook de voorwaarden die [verweerster] in de aanbiedingsbrief heeft gesteld, dat bij voortijdige be\u00ebindiging van de arbeidsovereenkomst de betaalde bedragen moeten worden terugbetaald, tussen partijen gelden. Aangezien het ontslag op staande voet van 18 april 2025 stand houdt, heeft [verweerster] terecht aanspraak gemaakt op terugbetaling van deze kosten. Ook de rente daarover is vanaf betekening van de beschikking toewijsbaar. Nu het dienstverband rechtsgeldig is ge\u00ebindigd op 18 april 2025, hoeft per die datum de 30%-regeling niet meer te worden toegepast, zodat de verzochte verklaring voor recht van [verweerster] onder rov. 5 sub j eveneens wordt toegewezen.<\/p>\n<p>20. Uit het voorgaande vloeit voort dat het verzoek van [verzoekster] tot een verklaring voor recht dat [verweerster] geen vorderingsrecht heeft op [verzoekster] en geen recht heeft om enig bedrag te verrekenen (rov. 2 sub k), wordt afgewezen. Het verzoek om een eindafrekening op te maken, met een netto\/bruto-specificatie, rekening houdende met hetgeen hiervoor is overwogen wordt wel toegewezen. De verzochte dwangsom wordt afgewezen nu geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat [verweerster] deze niet tijdig zal verstrekken.<\/p>\n<p>21. Nu [verzoekster] grotendeels in het ongelijk is gesteld heeft zij geen recht op een vergoeding van de juridische kosten en wordt zij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] .<\/p>\n<h3>BESLISSING<\/h3>\n<p>De kantonrechter:<\/p>\n<p>op de verzoeken van [verzoekster] :<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerster] om binnen \u00e9\u00e9n maand na heden over te gaan tot het opstellen en verstrekken aan [verzoekster] van een volledige eindafrekening, voorzien van een deugdelijke bruto\/netto-specificatie;<\/p>\n<p>wijst het meer of anders verzochte af;<\/p>\n<p>op de verzoeken van [verweerster] :<\/p>\n<p>veroordeelt [verzoekster] tot terugbetaling aan [verweerster] van:<br \/>\na. \u20ac 13.254,63 netto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2025 tot de algehele betaling;<br \/>\nb. de uitgekeerde verlofuren van \u20ac 289,49 bruto;<br \/>\nc. de uitgekeerde relocation fee van \u20ac 4.000,- netto;<br \/>\nd. de vergoeding voor de aanvraag voor de 30%-regeling en het visum van in totaal<br \/>\n\u20ac 1.250,- netto;<br \/>\ne. de kosten voor eerste maand huur van \u20ac 3.500,- netto;<br \/>\nf. de wettelijke rente over de bedragen onder sub b tot en met g, vanaf de datum van betekening van de beschikking tot de algehele betaling;<\/p>\n<p>verklaart voor recht dat:<br \/>\n&#8212; de door [verweerster] aan [verzoekster] verstrekte geldlening van \u20ac 5.000,- inclusief de verschuldigde rente van \u20ac 122,40 moet worden terugbetaald;<br \/>\n&#8212; de 30%-regeling per 18 april 2025 niet langer door [verweerster] hoeft te worden toegepast;<\/p>\n<p>wijst het meer of anders verzochte af;<\/p>\n<p>op beide verzoeken:<\/p>\n<p>veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten die aan de zijde van [verweerster] tot op heden begroot worden op \u20ac 1.086,- aan salaris van de gemachtigde en \u20ac 67,50 aan nakosten, voor zover van toepassing inclusief btw, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;<\/p>\n<p>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door<br \/>\nmr. T.C. van Andel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7882\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Na een gesprek over de bonus wordt werknemer op non-actief gesteld. Ondanks waarschuwing blijft werknemer e-mails sturen, waarin zij beschuldigingen uit richting werkgever en onder meer stelt dat zij klokkenluider is. Na een laatste kans volgt ontslag op staande voet. Dit blijft bij de kantonrechter in stand nu de beschuldigingen onterecht en grievend zijn, werknemer niet kan worden aangemerkt &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7998],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[20462,11770,8007,8011,8091],"kji_language":[7671],"class_list":["post-588012","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-amsterdam","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-beschuldigingen","kji_keyword-gesteld","kji_keyword-werkgever","kji_keyword-werknemer","kji_keyword-worden","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Na een gesprek over de bonus wordt werknemer op non-actief gesteld. Ondanks waarschuwing blijft werknemer e-mails sturen, waarin zij beschuldigingen uit richting werkgever en onder meer stelt dat zij klokkenluider is. Na een laatste kans volgt ontslag op staande voet. Dit blijft bij de kantonrechter in stand nu de beschuldigingen onterecht en grievend zijn, werknemer niet kan worden aangemerkt ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"34 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u044b\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \\\/ 11754522 EA VERZ 25-685 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T16:51:25+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \\\/ 11754522 EA VERZ 25-685\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685","og_description":"Na een gesprek over de bonus wordt werknemer op non-actief gesteld. Ondanks waarschuwing blijft werknemer e-mails sturen, waarin zij beschuldigingen uit richting werkgever en onder meer stelt dat zij klokkenluider is. Na een laatste kans volgt ontslag op staande voet. Dit blijft bij de kantonrechter in stand nu de beschuldigingen onterecht en grievend zijn, werknemer niet kan worden aangemerkt ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"34 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u044b"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/","name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T16:51:25+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20257882-rechtbank-amsterdam-17-10-2025-11754522-ea-verz-25-685\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:7882 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 \/ 11754522 EA VERZ 25-685"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/588012","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=588012"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=588012"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=588012"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=588012"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=588012"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=588012"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=588012"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=588012"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}