{"id":588023,"date":"2026-04-17T18:52:00","date_gmt":"2026-04-17T16:52:00","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/"},"modified":"2026-04-17T18:52:00","modified_gmt":"2026-04-17T16:52:00","slug":"eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Artikel 285 Sr. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een conductrice. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 3 jaren, in combinatie met een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.<\/p>\n<p>Afdeling strafrecht<\/p>\n<p>Parketnummer: 21-005923-23<\/p>\n<p>Uitspraak d.d.: 9 mei 2025<\/p>\n<p>TEGENSPRAAK<\/p>\n<p>Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 19 december 2023 met parketnummer 18-150539-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 13-125009-22, in de strafzaak tegen<\/p>\n<h3>[verdachte] ,<\/h3>\n<p>geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1967,<\/p>\n<p>wonende te [adres] .<\/p>\n<h3>Het hoger beroep<\/h3>\n<p>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.<\/p>\n<h3>Onderzoek van de zaak<\/h3>\n<p>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 april 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.<\/p>\n<p>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:<\/p>\n<p>vernietiging van het vonnis van de politierechter;<\/p>\n<p>veroordeling van de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf van 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd door de politierechter;<\/p>\n<p>toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van \u20ac 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;<\/p>\n<p>niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13-125009-22.<\/p>\n<p>Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.<\/p>\n<p>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H.M. Terpstra, naar voren is gebracht.<\/p>\n<h3>Het vonnis waarvan beroep<\/h3>\n<p>Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:<\/p>\n<p>de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden;<\/p>\n<p>de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van \u20ac 300,00 aan immateri\u00eble schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;<\/p>\n<p>het openbaar ministerie ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13-125009-22 niet-ontvankelijk verklaard.<\/p>\n<p>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.<\/p>\n<h3>De tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 22 februari 2023 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\/of met zware mishandeling, door<\/p>\n<p>&#8212; die [benadeelde] in de trein te achtervolgen, ondanks haar verzoek om afstand te houden en\/of<\/p>\n<p>&#8212; ( vervolgens) die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen: &quot;je gaat geen boete uitschrijven. Ik ga je opzoeken en dan reken ik met je af&quot; althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en\/of<\/p>\n<p>&#8212; ( vervolgens) die [benadeelde] te achtervolgen op het station te [plaats 2] en\/of<\/p>\n<p>&#8212; daarbij die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen: &quot;ik weet wie je bent! Ik zoek je op! Ik maak je kapot! Ik onthoud wie je bent en ik kom je opzoeken! Ik zal later met je afrekenen!&quot; althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking<\/p>\n<p>Voor zover in de tenlastelegging taal- en\/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.<\/p>\n<h3>Overweging met betrekking tot het bewijs<\/h3>\n<p>Het standpunt van de advocaat-generaal<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Daartoe heeft zij \u2013 kort gezegd \u2013 het volgende aangevoerd. Dat de verdachte de tenlastegelegde woorden zou hebben geuit wordt niet ondersteund door verklaringen van getuigen, terwijl de nodige getuigen aanwezig waren. De verdediging vindt het daarnaast onbegrijpelijk dat de verklaring van getuige [getuige 1] niet is opgenomen in een proces-verbaal en dat getuige [getuige 2] helemaal niet is gehoord, terwijl [getuige 2] aanwezig was op het moment waarop de tweede bedreigingen zouden zijn geuit. Deze verklaringen hadden kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding. De reactie van de verdachte was slechts een uiting van onmacht. Hoewel de verdachte boos was, heeft hij aangeefster niet bedreigd. De verdachte maakte enkel zijn ongenoegen kenbaar, waardoor aangeefster wellicht minder op haar gemak was.<\/p>\n<p>Het oordeel van het hof<\/p>\n<p>Het hof is van oordeel dat het door de verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.<\/p>\n<p>Feiten en omstandigheden<\/p>\n<p>Het hof gaat uit van de volgende, aan wettige bewijsmiddelen ontleende, feiten en omstandigheden.<\/p>\n<p>Op 22 februari 2023 zat de verdachte in de trein waarin aangeefster op dat moment als conductrice aan het werk was. Tussen het station in [plaats 1] en het station in [plaats 2] voerde aangeefster haar controleronde uit waarbij ook de verdachte werd gecontroleerd. De verdachte kon echter geen geldig vervoersbewijs overhandigen. Toen aangeefster de verdachte vroeg om zijn identiteitsbewijs zodat zij een kaartje voor hem kon uitschrijven ontstond een conflict waarbij aangeefster zich ge\u00efntimideerd voelde door de verdachte. De verdachte stond op, kwam dichtbij aangeefster staan en schreeuwde tegen haar. Hoewel aangeefster vroeg of de verdachte afstand kon houden deed hij dit niet. Aangeefster is vervolgens weggelopen waarop de verdachte achter haar aan is gegaan. Aangeefster liep door de vouwbalg en trok de deur van de vouwbalg dicht. Aangeefster heeft vervolgens met alle kracht de vouwbalg gesloten proberen te houden om zichzelf in veiligheid te brengen. De verdachte probeerde de vouwbalg te openen en schreeuwde in de richting van aangeefster &quot;Je gaat geen boete uitschrijven. Ik ga je opzoeken en dan reken ik met je af&quot;. Aangeefster heeft de situatie doorgegeven aan de Veiligheidscentrale en vroeg aan een andere reiziger om de deuren naar buiten te openen zodra de trein tot stilstand zou komen, zodat zij zo snel mogelijk de trein uit kon vluchten. Toen aangeefster het perron in [plaats 2] op rende kwam de verdachte achter haar aan. Vervolgens schreeuwde de verdachte &quot;Ik weet wie je bent! Ik zoek je op! Ik maak je kapot! Ik onthoud wie je bent en ik kom je opzoeken! Ik zal later met je afrekenen!&quot; Aangeefster was bang dat de verdachte geweld tegen haar zou gaan gebruiken en voelde zich bedreigd door de verdachte.<\/p>\n<p>Oordeel van het hof<\/p>\n<p>Het hof acht de verklaring van aangeefster, waarin zij aangeeft dat de verdachte haar heeft bedreigd met de tenlastegelegde woorden, betrouwbaar en geloofwaardig. Dat de verklaring van getuige [getuige 1] niet is opgenomen in een proces-verbaal en dat getuige [getuige 2] niet is gehoord door de politie doet hier niet aan af. De verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de verklaring van de verdachte zelf waarin hij aangeeft dat tussen de verdachte en aangeefster sprake was van een confrontatie waarbij de verdachte op dat moment erg boos was op aangeefster omdat hij al twee keer eerder een bekeuring had ontvangen en niet nog een bekeuring wilde. De verdachte heeft dit vlak na het incident bij de politie erkend, maar ook tijdens de terechtzitting bij het hof verklaard dat hij om die reden erg boos was. Daarnaast wordt de aangifte ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 3] . Getuige [getuige 3] zag dat de verdachte agressief achter aangeefster aan liep en dat sprake was van dreigend taalgebruik richting aangeefster. Het gegeven dat getuige [getuige 3] de tenlastegelegde woorden niet heeft gehoord, maakt niet dat het feit niet bewezen kan worden. Niet ieder onderdeel van de tenlastelegging behoeft immers afzonderlijk door bewijsmiddelen te worden gedekt, mits de bewezenverklaring in haar geheel voldoende steun vindt in de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen.<\/p>\n<p>Het hof is, anders dan de politierechter, van oordeel dat geen sprake is van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Wel acht het hof bewezen dat de verdachte zich, door de tenlastegelegde woorden te schreeuwen richting aangeefster, schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling. De door de verdachte gebruikte bewoordingen, in samenhang met de omstandigheden waaronder deze werden geuit, waren van dien aard dat bij aangeefster de redelijke vrees kon ontstaan dat de verdachte haar zou opzoeken en iets aan zou doen. Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van bedreiging met zwaar lichamelijk letsel en verwerpt het door de raadsvrouw gevoerde verweer.<\/p>\n<h3>Bewezenverklaring<\/h3>\n<p>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:<\/p>\n<p>hij op 22 februari 2023 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft bedreigd met zware mishandeling, door<\/p>\n<p>&#8212; die [benadeelde] in de trein te achtervolgen, ondanks haar verzoek om afstand te houden en<\/p>\n<p>&#8212; die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen: &quot;je gaat geen boete uitschrijven. Ik ga je opzoeken en dan reken ik met je af&quot; althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en<\/p>\n<p>&#8212; vervolgens die [benadeelde] te achtervolgen op het station te [plaats 2] en<\/p>\n<p>&#8212; daarbij die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen: &quot;ik weet wie je bent! Ik zoek je op! Ik maak je kapot! Ik onthoud wie je bent en ik kom je opzoeken! Ik zal later met je afrekenen!&quot; althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.<\/p>\n<p>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.<\/p>\n<h3>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde<\/h3>\n<p>Het bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>bedreiging met zware mishandeling.<\/p>\n<h3>Strafbaarheid van de verdachte<\/h3>\n<p>De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.<\/p>\n<h3>Oplegging van straf<\/h3>\n<p>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.<\/p>\n<p>Op 22 februari 2023 heeft de verdachte aangeefster bedreigd met zware mishandeling door haar te achtervolgen en de bewezenverklaarde woorden richting haar te schreeuwen. De verdachte heeft daarmee op intimiderende wijze een voor aangeefster beangstigende situatie veroorzaakt. Het hof acht de gedragingen van de verdachte jegens aangeefster extra kwalijk nu zij als NS-conductrice gewoon haar werk deed en zij zich op haar werkplek veilig moet kunnen voelen.<\/p>\n<p>Het hof heeft voor de straftoemeting acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel Justiti\u00eble Documentatie van 21 maart 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Na onderhavige feiten is de verdachte ook onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten. Gelet hierop houdt het hof rekening met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.<\/p>\n<p>Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport van 5 december 2023. Hieruit volgt onder meer dat de verdachte reeds langdurig bekend is bij politie en justitie. De verdachte staat bekend als veelpleger en voldoet aan de zogenoemde \u2018\u2019harde\u2019\u2019 ISD-criteria. Bij de verdachte is sprake van complexe problematiek. Er zijn met name zorgen rondom het problematische gebruik van alcohol en ten aanzien van het psychisch\/emotioneel welzijn. Ook zijn er zorgen aangaande het probleemoplossend vermogen en conflicthantering en is er bij de verdachte een licht verstandelijke beperking vastgesteld. Het middelengebruik en de problemen op diverse leefgebieden (onder andere ten aanzien van financi\u00ebn, sociale contacten, dagbesteding, houding en psychosociaal functioneren) dragen bij aan een verhoogd recidiverisico.<\/p>\n<p>Het hof houdt bij de strafoplegging verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals door de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren zijn gebracht op de terechtzitting van het hof. De verdachte heeft verklaard dat hij bezig is met het beteren van zijn leven. Hij woont momenteel begeleid en het gaat goed met hem. De verdachte zit in een WSNP-traject en heeft onlangs een detox gevolgd in verband met zijn middelenverslaving. Verder wordt momenteel gekeken naar eventuele dagbesteding voor de verdachte. Er is door de verdediging naar voren gebracht dat een gevangenisstraf de beperkte, maar betekenisvolle vooruitgang in de war zal brengen<\/p>\n<p>Alles afwegende acht het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 3 jaren, in combinatie met een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, passend en geboden. Het hof wenst de huidige situatie niet te ontregelen, maar acht een voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst weer een strafbaar feit zal begaan. Anders dan de advocaat-generaal acht het hof de oplegging van bijzondere voorwaarden daarbij niet noodzakelijk. De verdachte heeft op dit moment voldoende begeleiding en is meewerkend.<\/p>\n<h3>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]<\/h3>\n<p>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt \u20ac 300,00 aan immateri\u00eble schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering volledig toe te wijzen met toekenning van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel dient te worden afgewezen.<\/p>\n<p>Het hof oordeelt als volgt.<\/p>\n<p>Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding als de benadeelde, voor zover hier van belang, lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast (artikel 6:106 aanhef en onder b BW). Nu bij de benadeelde partij geen sprake is van lichamelijk letsel of schade in de eer en goede naam, is het de vraag of de benadeelde partij \u2018op andere wijze\u2019 in de persoon is aangetast De benadeelde heeft daartoe gesteld dat zij zich onveilig heeft gevoeld en twee dagen na het incident naar de huisarts is geweest wegens fysieke klachten.<\/p>\n<p>Het hof stelt voorop dat van \u2018aantasting in de persoon op andere wijze\u2019 zoals bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW slechts sprake is als het slachtoffer als gevolg van het strafbaar feit naar objectieve maatstaven vast te stellen geestelijk letsel oploopt. Het bestaan van geestelijk letsel in voormelde zin zal de benadeelde moeten onderbouwen met medische stukken, waaruit dergelijk letsel blijkt. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon \u2018op andere wijze\u2019 sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.<\/p>\n<p>Nu door de benadeelde partij geen voldoende concrete gegevens zijn aangevoerd waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan en de aard en de ernst van de normschending \u2013 een uitingsdelict \u2013 evenmin met zich meebrengen dat reeds daaruit volgt dat van een aantasting \u2018op andere wijze\u2019 sprake is, heeft zij haar vordering onvoldoende onderbouwd. Het hof zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.<\/p>\n<h3>Vordering tenuitvoerlegging<\/h3>\n<p>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 28 juli 2022 opgelegde voorwaardelijke geldboete van \u20ac 300,00, subsidiair 6 dagen hechtenis, parketnummer 13-125009-22. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Ter zitting heeft de advocaat-generaal gerekwireerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie.<\/p>\n<p>Het hof zal, net als de politierechter, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren omdat de verdachte in de betreffende zaak bij verstek was veroordeeld en de akte van betekening van de mededeling voorwaardelijke veroordeling ontbreekt.<\/p>\n<h3>Toepasselijke wettelijke voorschriften<\/h3>\n<p>Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.<\/p>\n<p>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.<\/p>\n<h3>BESLISSING<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:<\/p>\n<p>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.<\/p>\n<p>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.<\/p>\n<p>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.<\/p>\n<p>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.<\/p>\n<p>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.<\/p>\n<p>Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.<\/p>\n<h3>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]<\/h3>\n<p>Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.<\/p>\n<p>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.<\/p>\n<p>Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 13-125009-22.<\/p>\n<p>Aldus gewezen door<\/p>\n<p>mr. M.C. van Linde, voorzitter,<\/p>\n<p>mr. F. van der Maden en mr. E.W. van Weringh, raadsheren,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. L. Kiemel, griffier,<\/p>\n<p>en op 9 mei 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:2903\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Artikel 285 Sr. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een conductrice. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 3 jaren, in combinatie met een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8134],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[8137,7813,8136,8135,8072],"kji_language":[7671],"class_list":["post-588023","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-arnhem-leeuwarden","kji_year-8463","kji_subject-fiscal","kji_keyword-arnhem-leeuwarden","kji_keyword-artikel","kji_keyword-gerechtshof","kji_keyword-gharl","kji_keyword-verdachte","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Artikel 285 Sr. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een conductrice. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 3 jaren, in combinatie met een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"15 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \\\/ 21-005923-23 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T16:52:00+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \\\/ 21-005923-23\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23","og_description":"Artikel 285 Sr. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een conductrice. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 3 jaren, in combinatie met een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"15 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/","name":"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T16:52:00+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlgharl20252903-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-09-05-2025-21-005923-23\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHARL:2025:2903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-05-2025 \/ 21-005923-23"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/588023","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=588023"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=588023"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=588023"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=588023"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=588023"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=588023"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=588023"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=588023"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}