{"id":588779,"date":"2026-04-17T20:51:51","date_gmt":"2026-04-17T18:51:51","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/"},"modified":"2026-04-17T20:51:51","modified_gmt":"2026-04-17T18:51:51","slug":"eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Aanslag IB\/PVV 2020. Persoonsgebonden aftrek, specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven. Beroep gegrond.<\/p>\n<p>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT<\/p>\n<p>Zittingsplaats Breda<\/p>\n<p>Belastingrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: BRE 24\/5422<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. M.F.P. de Clercq),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.<\/h3>\n<h3>Inleiding<\/h3>\n<p>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 mei 2024.<\/p>\n<p>De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB\/PVV) opgelegd naar een verzamelinkomen van \u20ac 16.625.<\/p>\n<p>Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende \u20ac 77 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).<\/p>\n<p>De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van \u20ac 4.706. De verschuldigde IB\/PVV is nihil. De belastingrentebeschikking is ook verminderd naar nihil. De te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren is vastgesteld op \u20ac 11.919 en de nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren is vastgesteld op \u20ac 0.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende en, namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] .<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<p>2. De rechtbank beoordeelt of belanghebbende recht heeft op een hoger bedrag aan persoonsgebonden aftrek. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank is de persoonsgebonden aftrek naar een te laag bedrag vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<h3>Feiten<\/h3>\n<p>3. Belanghebbende verbleef in het jaar 2020 in Nederland.<\/p>\n<p>Belanghebbende was tot juni 2020 niet bij een Nederlandse zorgverzekeraar verzekerd. Voor de rest van het jaar 2020 was zij bij zorgverzekeraar VGZ verzekerd.<\/p>\n<p>Op 24 maart 2021 heeft belanghebbende een aangifte IB\/PVV over het jaar 2020 ingediend. Op 22 april 2021 heeft belanghebbende de aangifte gewijzigd. In deze aangifte heeft belanghebbende een inkomen uit werk en woning van \u20ac 18.336 vermeld. Verder heeft belanghebbende \u20ac 2.201 als aftrek voor specifieke zorgkosten, \u20ac 974 aan aftrekbare scholingsuitgaven en een restant persoonsgebonden aftrek van \u20ac 17.800 aangegeven. Het aangegeven verzamelinkomen bedraagt daardoor \u20ac 0.<\/p>\n<p>Op 3 mei 2021 heeft belanghebbende opnieuw een aangifte ingediend. Belanghebbende heeft de uitgaven voor specifieke zorgkosten gewijzigd naar \u20ac 1.816, hetgeen heeft geleid tot een aangegeven aftrek specifieke zorgkosten van \u20ac 1.761. De uitgaven voor specifieke zorgkosten waren als volgt opgebouwd:<\/p>\n<p>Kosten medicijnen<\/p>\n<p>\u20ac 260<\/p>\n<p>Uitgaven voor hulpmiddelen<\/p>\n<p>\u20ac 50<\/p>\n<p>Uitgaven voor vervoer<\/p>\n<p>\u20ac 105<\/p>\n<p>Extra uitgaven voor kleding en beddengoed<\/p>\n<p>\u20ac 66<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>\u20ac 1.200<\/p>\n<p>Uitgaven voor extra gezinshulp<\/p>\n<p>\u20ac 135<\/p>\n<p>Met dagtekening 23 september 2022 heeft de inspecteur een voornemen tot afwijking van de aangifte verzonden. De inspecteur heeft met dagtekening 18 november 2022 de aanslag IB\/PVV over het jaar 2020 opgelegd naar een verzamelinkomen van \u20ac 16.625. De inspecteur heeft een aftrek voor uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking genomen van \u20ac 1.761. De scholingsuitgaven en het restant persoonsgebonden aftrek heeft de inspecteur niet geaccepteerd.<\/p>\n<p>In het bezwaarschrift heeft belanghebbende aangegeven dat het bedrag van \u20ac 17.800 dat als restant persoonsgebonden aftrek was aangegeven in feite als uitgaven voor genees- en heelkundige hulp had moeten worden ingevuld.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft de inspecteur de in aanmerking genomen vervoerskosten verhoogd tot \u20ac 154.<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft in beroep onderstaand overzicht overgelegd van de door haar gemaakte zorgkosten en scholingsuitgaven:<\/p>\n<p>1.<\/p>\n<p>Dienstverlener \/ kosten<\/p>\n<p>Bedrag<\/p>\n<p>Soort kosten<\/p>\n<p>2.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 7.500,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>3.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 50,92<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>4.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 834,18<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>5.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 399,70<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>6.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 121,95<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>7.<\/p>\n<p>CCVJS Inve<\/p>\n<p>\u20ac 26,25<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>8.<\/p>\n<p>[fysiotherapie 1]<\/p>\n<p>\u20ac 60,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>9.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 14,92<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>10.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 2]<\/p>\n<p>\u20ac 29,83<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>11.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 44,75<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>12.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 29,84<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>13.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 59,66<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>14.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 29,83<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>15.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 14,92<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>16.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 29,83<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>17.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 59,66<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>18.<\/p>\n<p>[tandartspraktijk]<\/p>\n<p>\u20ac 553,46<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>19.<\/p>\n<p>Ingenico (hotelkosten)<\/p>\n<p>\u20ac 315,40<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>20.<\/p>\n<p>Gezinshulp<\/p>\n<p>\u20ac 268,50<\/p>\n<p>Extra gezinshulp<\/p>\n<p>21.<\/p>\n<p>Priceline<\/p>\n<p>\u20ac 35,35<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>22.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac35,83<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>23.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 15,52<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>24.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 1,94<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>25.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 11,29<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>26.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 7,49<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>27.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 65,69<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>28.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 12,63<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>29.<\/p>\n<p>[medisch centrum]<\/p>\n<p>\u20ac 271,20<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>30.<\/p>\n<p>[bedrijf 1]<\/p>\n<p>\u20ac 50,00<\/p>\n<p>Andere hulpmiddelen<\/p>\n<p>31.<\/p>\n<p>[acupuncturist]<\/p>\n<p>\u20ac 25,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>32.<\/p>\n<p>[fysiotherapie 2]<\/p>\n<p>\u20ac 70,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>33.<\/p>\n<p>[apotheek 2]<\/p>\n<p>\u20ac 39,10<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>34.<\/p>\n<p>[bedrijf 2]<\/p>\n<p>\u20ac 25,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>35.<\/p>\n<p>CMIB Incasso Bureau<\/p>\n<p>\u20ac 62,24<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>36.<\/p>\n<p>Micro &amp; Lab<\/p>\n<p>\u20ac 149,95<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>37.<\/p>\n<p>LUMC Ziekenhuis<\/p>\n<p>\u20ac 264,15<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>38.<\/p>\n<p>Vervoer 5 februari 2020<\/p>\n<p>\u20ac 9,11<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>39.<\/p>\n<p>Vervoer 17 februari 2020<\/p>\n<p>\u20ac 6,94<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>40.<\/p>\n<p>Vervoer 20 april 2020<\/p>\n<p>\u20ac 11,87<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>41.<\/p>\n<p>Vervoer 11 mei 2020<\/p>\n<p>\u20ac 9,21<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>42.<\/p>\n<p>Vervoer 9 juni 2020<\/p>\n<p>\u20ac 15,20<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>43.<\/p>\n<p>Vervoer 11 juni 2020<\/p>\n<p>\u20ac 7,04<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>44.<\/p>\n<p>Vervoer 26 juli 2020<\/p>\n<p>\u20ac 7,42<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>45.<\/p>\n<p>Vervoer 27 juli 2020<\/p>\n<p>\u20ac 15,60<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>46.<\/p>\n<p>Vervoer naar Atos 29 juli 2020<\/p>\n<p>\u20ac 49,80<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>47.<\/p>\n<p>Vervoer 29 oktober 2020<\/p>\n<p>\u20ac 20,16<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>48.<\/p>\n<p>Vervoer 28 november 2020<\/p>\n<p>\u20ac 8,58<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>49.<\/p>\n<p>Vervoer december 2020<\/p>\n<p>\u20ac 13,03<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>50.<\/p>\n<p>Radiologie, DC Klinieken<\/p>\n<p>\u20ac 259,07<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>51.<\/p>\n<p>[apotheek 2]<\/p>\n<p>\u20ac 31,60<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>55.<\/p>\n<p>Cursus Frans<\/p>\n<p>\u20ac 886,00<\/p>\n<p>Scholingsuitgaven<\/p>\n<p>56.<\/p>\n<p>Cursus Nederlandse taal<\/p>\n<p>\u20ac 283,50<\/p>\n<p>Scholingsuitgaven<\/p>\n<p>57.<\/p>\n<p>Studiekosten (boeken)<\/p>\n<p>\u20ac 77,10<\/p>\n<p>Scholingsuitgaven<\/p>\n<p>Ten aanzien van de uitgaven opgenomen in regels 3, 4, en 5 van het overzicht heeft de zorgverzekeraar een vergoeding verleend. De uitgave opgenomen in regel 7 van het overzicht is deels door de zorgverzekeraar vergoed. Tot een bedrag van \u20ac 7,70 heeft geen vergoeding plaatsgevonden.<\/p>\n<p>Tot het dossier behoort een leenovereenkomst van 10 november 2019 tussen belanghebbende en haar vader. In deze overeenkomst is vastgelegd dat de vader in 2020 op verschillende data in totaal \u20ac 11.000,00 ter beschikking stelt ter ondersteuning van belanghebbende, welk bedrag volledig terugbetaald dient te worden binnen een termijn van twaalf jaar en uiterlijk op 10 november 2031 de eerste betaling dient te geschieden. Er wordt geen rente berekend, aangezien de Iraanse wetgeving het heffen van rente (riba) verbiedt.<\/p>\n<p>Tot het dossier behoort ook een leenovereenkomst van 5 januari 2020 tussen belanghebbende en [naam 1] . In deze overeenkomst is vastgelegd dat [naam 1] in 2020 op verschillende data in totaal \u20ac 886 ter beschikking stelt ter dekking van de kosten van de cursussen Frans die belanghebbende volgt. Het bedrag dient volledig terugbetaald te worden binnen een termijn van tien jaar en uiterlijk op 5 januari 2030 de eerste betaling dient te geschieden. Er is een rente van 2% per jaar overeengekomen.<\/p>\n<p>[naam 2] , een vriend van de familie van belanghebbende, heeft op 18 april 2023 verklaard dat hij vanaf juni 2017 contant geld aan belanghebbende ter beschikking heeft gesteld en kosten voor haar heeft betaald, waaronder een deel van de medische kosten vanwege de blessure aan haar enkel. Hij heeft verklaard dat met belanghebbende is afgesproken dat zij hem terugbetaalt op een geschikt moment in de toekomst.<\/p>\n<h3>Motivering<\/h3>\n<p>Vooraf: procesbelang<\/p>\n<p>4. Gelet op het feit dat de aanslag reeds is verminderd tot een bedrag aan verschuldigde IB\/PVV van nihil ligt het procesbelang in de omvang van het restant aan persoonsgebonden aftrek dat in de komende jaren kan worden verrekend.<\/p>\n<p>Vooraf: bedragen die niet (meer) in geschil zijn.<\/p>\n<p>7.<\/p>\n<p>CCVJS Inve<\/p>\n<p>\u20ac 26,25<\/p>\n<p>\u20ac 7,70<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>8.<\/p>\n<p>[fysiotherapie 1]<\/p>\n<p>\u20ac 60,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>18.<\/p>\n<p>[tandartspraktijk]<\/p>\n<p>\u20ac 553,46<\/p>\n<p>\u20ac 265,55<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>26.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 7,49<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>Met betrekking tot deze kosten van het overzicht is niet langer in geschil dat deze kosten (deels) voor aftrek in aanmerking komen. De aftrekbaarheid van de kosten opgenomen in regel 18 van \u20ac 553,46 is tot een bedrag van \u20ac 265,55 niet meer in geschil. Het restant van dit bedrag is wel in geschil.<\/p>\n<p>Herstelsnel.nl<\/p>\n<p>\u20ac 60,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Infomedics<\/p>\n<p>\u20ac 423,97<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Orthomedi<\/p>\n<p>\u20ac 150,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Diverse vervoerskosten<\/p>\n<p>\u20ac 122,00<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>Daarnaast is ten aanzien van bovenstaande niet in het overzicht opgenomen betalingen niet meer in geschil dat deze kosten voor aftrek in aanmerking komen.<\/p>\n<p>3.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 50,92<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>4.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 834,18<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>5.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 399,70<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>30.<\/p>\n<p>[bedrijf 1]<\/p>\n<p>\u20ac 50,00<\/p>\n<p>Andere hulpmiddelen<\/p>\n<p>Ter zitting is komen vast te staan dat bovengenoemde kosten van het overzicht voor genees- en heelkundige hulp betrekking hebben op bedragen die reeds zijn vergoed door de zorgverzekeraar. Ten aanzien van bedragen die vergoed zijn door de zorgverzekeraar is geen sprake van op belanghebbende drukkende kosten. Verder is niet in geschil dat de onderarmkrukken niet als andere hulpmiddelen kunnen worden meegenomen. Partijen zijn het er daarom over eens dat deze kosten daarom niet voor aftrek in aanmerking komen.<\/p>\n<p>Beoordeling van de geclaimde kosten<\/p>\n<p>2.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 7.500,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Ten aanzien van het in regel 2 van het overzicht opgenomen bedrag van \u20ac 7.500 heeft belanghebbende een kwitantie overgelegd met dagtekening 29 juli 2020. Ter zake van een operatie op dezelfde datum is een factuur met dagtekening 4 augustus 2020 overgelegd van \u20ac 4.943,15. Dit laatste bedrag is vergoed door de zorgverzekeraar. Het is niet duidelijk of de betaling van \u20ac 7.500 een vooruitbetaling is voor de latere factuur van de operatie en wat de reden is dat dit (voor het overige) niet is vergoed door de zorgverzekeraar, terwijl de operatie wel is vergoed door de zorgverzekeraar. Niet is komen vast te staan dat deze kosten niet onder het basispakket van de zorgverzekering vallen, waardoor de aftrek is beperkt. Dit brengt mee dat het bedrag van \u20ac 7.500 niet voor aftrek in aanmerking komt.<\/p>\n<p>6.<\/p>\n<p>Atos<\/p>\n<p>\u20ac 121,95<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>18.<\/p>\n<p>[tandartspraktijk]<\/p>\n<p>\u20ac 553,46<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>27.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 65,69<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>28.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 12,63<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>32.<\/p>\n<p>[fysiotherapie 2]<\/p>\n<p>\u20ac 70,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Ten aanzien van deze kosten is enkel in geschil of de kosten op belanghebbende hebben gedrukt. Belanghebbende stelt dat zij deze kosten contant heeft betaald met geld dat zij heeft geleend. Gelet op de overgelegde overeenkomsten en de verklaringen van belanghebbende acht de rechtbank aannemelijk dat op belanghebbende een terugbetalingsverplichting rust voor de bedragen die zij van haar vader en [naam 2] heeft ontvangen (zie 3.9 en 3.11) en dat belanghebbende deze bedragen contant heeft gekregen en vervolgens contant heeft bewaard, waardoor zij geen bewijs kan overleggen dat zij dit geld voorafgaand aan de betaling heeft gepind. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de kosten die belanghebbende met contant geld heeft betaald op haar gedrukt en komen deze kosten voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>9.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 14,92<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>10.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 2]<\/p>\n<p>\u20ac 29,83<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>11.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 44,75<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>12.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 29,84<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>13.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 59,66<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>14.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 29,83<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>15.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 14,92<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>16.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 29,83<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>17.<\/p>\n<p>[huisartspraktijk 1]<\/p>\n<p>\u20ac 59,66<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>22.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac35,83<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>29.<\/p>\n<p>[medisch centrum]<\/p>\n<p>\u20ac 271,20<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>33.<\/p>\n<p>[apotheek 2]<\/p>\n<p>\u20ac 39,10<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>37.<\/p>\n<p>LUMC Ziekenhuis<\/p>\n<p>\u20ac 264,15<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>50.<\/p>\n<p>Radiologie, DC Klinieken<\/p>\n<p>\u20ac 259,07<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>51.<\/p>\n<p>[apotheek 2]<\/p>\n<p>\u20ac 31,60<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft deze uitgaven voor juni 2020 gedaan in de periode dat zij nog geen zorgverzekering in Nederland had. Alle betreffen uitgaven voor zorg die voor in Nederland verzekerde personen worden vergoed uit het basispakket. Dergelijke uitgaven voor zorg die vallen onder het door de belastingplichtige ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw) verplicht te verzekeren risico komen op grond van de Wet IB 2001 niet voor aftrek in aanmerking. In de parlementaire geschiedenis is benoemd dat een uitzondering wordt gemaakt voor gemoedsbezwaarden die over een ontheffing beschikken en voor buitenlandse belastingplichtigen als die niet verzekeringsplichtig zijn voor de Zvw. In beide gevallen is de reden daarvoor dat voor de betreffende belastingplichtige geen sprake is van een ingevolge de Zvw verplicht te verzekeren risico. De rechtbank leidt hieruit af dat ook overige belastingplichtigen die niet verplicht verzekerd zijn ingevolge de Zvw \u2013 en dit ook niet zijn \u2013 niet vallen onder de aftrekbeperking opgenomen in de Wet IB 2001.<\/p>\n<p>Verplicht verzekerd zijn als uitgangspunt personen die in Nederland wonen (ingezetenen) en niet-ingezetenen die \u2013 kort gezegd \u2013 in Nederland arbeid verrichten. In het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (het Besluit) worden hierop uitzonderingen gemaakt. Onder meer voor vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven in afwachting van een verblijfsvergunning of met een tijdelijke verblijfsvergunning, en die arbeid in Nederland verrichten. Verder is een beperking opgenomen als een Europese verordening of een verdrag inzake sociale zekerheid van toepassing is.<\/p>\n<p>Uitgangspunt is dat een uitgave die wordt vergoed vanuit het basispakket niet voor aftrek in aanmerking komt. Het ligt op de weg van belanghebbende om te stellen en zo nodig aannemelijk te maken dat in haar geval tot juni 2020 geen sprake is van een ingevolge de Zvw verplicht te verzekeren risico. Belanghebbende heeft daar niet aan voldaan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat belanghebbende het gehele jaar 2020 in Nederland verbleef en als binnenlandse belastingplichtige (inwoner) is aangemerkt. Er zijn slechts aanwijzingen dat zij mogelijk tot juni 2020 niet verplicht verzekerd was gelet op haar toelichting dat zij een International student is, is gevlucht uit Iran en dat het voor haar pas mogelijk was om een zorgverzekering af te sluiten toen zij in juni 2020 arbeid ging verrichten. Dat is niet voldoende om uit te gaan van de uitzondering.<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft een beroep gedaan op het evenredigheidsbeginsel. Zij heeft aangevoerd dat de sociale zekerheid bij grensoverschrijdende situaties binnen de Europese Unie is geregeld, maar zij afkomstig is uit Iran en hier dus niet onder valt. Ook is de sociale zekerheid vaak geregeld in een uitwisselingsprogramma, maar niet in haar geval. Hierdoor pakt de wet in haar geval onevenwichtig uit. Zij was niet verzekerd, maar heeft ook geen recht op aftrek. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die niet in de afweging van de wetgever zijn verdisconteerd, die aanleiding geven tot een andere uitkomst dan waartoe strikte toepassing van de wet leidt. De wetgever heeft juist uitzonderingen gemaakt voor bepaalde personen die niet verplicht verzekerd zijn voor de Zvw (zie 4.5 hiervoor). Zij hebben wel recht op aftrek. De rechtbank heeft geoordeeld dat de uitzondering mogelijk ook voor belanghebbende geldt, maar dat zij dat niet aannemelijk heeft gemaakt (zie 4.5 tot en met 4.7 hiervoor). Het beroep slaagt daarom niet.<\/p>\n<p>19.<\/p>\n<p>Ingenico (hotelkosten)<\/p>\n<p>\u20ac 315,40<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>21.<\/p>\n<p>Priceline<\/p>\n<p>\u20ac 35,35<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Regel 19 en 21 van het overzicht betreffen de kosten van hotelovernachtingen. Deze kosten zijn gemaakt in verband met de medische behandelingen die in het buitenland hebben plaatsgevonden. In het hotel heeft echter geen medische of verpleegkundige hulp plaatsgevonden. De kosten van deze hotelovernachtingen zijn daarom verblijfskosten die niet als specifieke zorgkosten voor aftrek in aanmerking komen.<\/p>\n<p>20.<\/p>\n<p>Gezinshulp<\/p>\n<p>\u20ac 268,50<\/p>\n<p>Extra gezinshulp<\/p>\n<p>Regel 20 van het overzicht betreft de kosten voor gezinshulp. Uitgaven voor extra gezinshulp worden slechts in aanmerking genomen voor zover zij blijken uit gedagtekende facturen waarin op duidelijke en overzichtelijke wijze de naam en het adres van de gezinshulp zijn vermeld. Belanghebbende heeft de vereiste factuur niet overgelegd. Deze kosten komen daarom niet voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>23.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 15,52<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>24.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 1,94<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>25.<\/p>\n<p>[apotheek 1]<\/p>\n<p>\u20ac 11,29<\/p>\n<p>Medicijnen<\/p>\n<p>34.<\/p>\n<p>[bedrijf 2]<\/p>\n<p>\u20ac 25,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>35.<\/p>\n<p>CMIB Incasso Bureau<\/p>\n<p>\u20ac 62,24<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft voor deze kosten geen facturen overgelegd. Het is daarom onduidelijk waar deze kosten op zien. De rechtbank kan niet beoordelen of sprake is van medicijnen en genees- en heelkundige hulp en zo ja, of deze kosten worden vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering. De kosten komen gelet hierop niet voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>31.<\/p>\n<p>[acupuncturist]<\/p>\n<p>\u20ac 25,00<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Regel 31 betreft de kosten voor acupunctuur. Onder genees- en heelkundige hulp wordt verstaan een behandeling door een arts, een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus of een behandeling door een bij ministeri\u00eble regeling aan te wijzen paramedicus, mits voor de behandeling een verklaring door de paramedicus is afgegeven die voldoet aan bij ministeri\u00eble regeling te stellen voorwaarden. Niet gesteld of aannemelijk gemaakt is dat deze behandeling is uitgevoerd door een arts, op voorschrift en onder begeleiding van een arts of door een aangewezen paramedicus. De uitgaven kwalificeren niet als uitgaven voor specifieke zorgkosten en zijn terecht niet in aftrek toegestaan.<\/p>\n<p>36.<\/p>\n<p>Micro &amp; Lab<\/p>\n<p>\u20ac 149,95<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>Regel 36 betreft de kosten van een coronatest. Het doen van de coronatest gold als voorwaarde om de operatie te mogen ondergaan. Het betreft geen kosten van de geneeskundige behandeling maar een bijkomende kost om toegang tot de behandeling te kunnen krijgen. De kosten van de coronatest komen niet voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>38.<\/p>\n<p>Vervoer 5 februari 2020<\/p>\n<p>\u20ac 9,11<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>39.<\/p>\n<p>Vervoer 17 februari 2020<\/p>\n<p>\u20ac 6,94<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>40.<\/p>\n<p>Vervoer 20 april 2020<\/p>\n<p>\u20ac 11,87<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>41.<\/p>\n<p>Vervoer 11 mei 2020<\/p>\n<p>\u20ac 9,21<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>42.<\/p>\n<p>Vervoer 9 juni 2020<\/p>\n<p>\u20ac 15,20<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>43.<\/p>\n<p>Vervoer 11 juni 2020<\/p>\n<p>\u20ac 7,04<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>44.<\/p>\n<p>Vervoer 26 juli 2020<\/p>\n<p>\u20ac 7,42<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>45.<\/p>\n<p>Vervoer 27 juli 2020<\/p>\n<p>\u20ac 15,60<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>47.<\/p>\n<p>Vervoer 29 oktober 2020<\/p>\n<p>\u20ac 20,16<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>48.<\/p>\n<p>Vervoer 28 november 2020<\/p>\n<p>\u20ac 8,58<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>49.<\/p>\n<p>Vervoer december 2020<\/p>\n<p>\u20ac 13,03<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft geen met deze vervoerskosten corresponderende afspraakkaarten overgelegd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze uitgaven zijn gedaan voor het vervoer voor het verkrijgen van genees- en heelkundige hulp. Deze kosten komen niet voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>46.<\/p>\n<p>Vervoer naar Atos 29 juli 2020<\/p>\n<p>\u20ac 49,80<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>Regel 46 heeft betrekking op het vervoer naar de operatie die belanghebbende moest ondergaan. Het betreft de kosten van \u20ac 49,80 voor treinkaartjes voor twee volwassenen. De zorgverzekeraar heeft hiervoor een vergoeding betaald van \u20ac 4,60. Tot een bedrag van \u20ac 20,30 is niet langer in geschil dat deze kosten voor aftrek in aanmerking komen. Dit bedrag betreft het aan belanghebbende zelf toe te rekenen deel van de prijs van de treinkaartjes minus het door de zorgverzekeraar vergoede bedrag en maakt deel uit van het in onderdeel 4.1 genoemd totaalbedrag aan vervoerskosten dat niet langer in geschil is. Voor zover de zorgverzekeraar een vergoeding heeft toegekend, hebben de kosten niet op belanghebbende gedrukt en komt belanghebbende niet in aanmerking voor aftrek. Belanghebbende heeft toegelicht dat een bekende is meegereisd naar de operatie in Duitsland, omdat belanghebbende na de operatie niet mobiel was en niet alleen naar huis kon reizen. De rechtbank acht gelet op deze toelichting en de aarde van de medische behandeling aannemelijk dat het noodzakelijk was dat een begeleider haar zou vergezellen naar de operatie. De kosten van \u20ac 24,90 komen daarom ook voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>55.<\/p>\n<p>Cursus Frans<\/p>\n<p>\u20ac 886,00<\/p>\n<p>Scholingsuitgaven<\/p>\n<p>56.<\/p>\n<p>Cursus Nederlandse taal<\/p>\n<p>\u20ac 283,50<\/p>\n<p>Scholingsuitgaven<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft een cursus Frans en een cursus Nederlands gevolgd. Om aftrekbaar te zijn als scholingsuitgaven moeten de uitgaven zijn gedaan wegens het door de belastingplichtige volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Belanghebbende heeft toegelicht dat haar beheersing van het Frans goed was, maar dat zij voor haar werkzaamheden veel Franstalige stukken moest bekijken en daarom de cursus Frans heeft gevolgd. De cursus Nederlands heeft ze gevolgd met het oog op het contact met collega\u2019s dat veelal in het Nederlands was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende de cursussen met name gevolgd voor haar persoonlijke ontwikkeling en heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat de cursussen zijn gevolgd met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning of ter behoud van haar dienstbetrekking. De kosten voor de taalcursussen komen niet voor aftrek in aanmerking.<\/p>\n<p>57.<\/p>\n<p>Studiekosten (boeken)<\/p>\n<p>\u20ac 77,10<\/p>\n<p>Scholingsuitgaven<\/p>\n<p>Regel 57 ziet op de kosten van een drietal boeken. Belanghebbende heeft geen stukken aangeleverd waaruit volgt dat deze boeken in het kader van de door haar gevolgde studie door de onderwijsinstelling verplicht zijn gesteld, zoals voor de aftrekbaarheid van de kosten van leermiddelen vereist is. Voorts komen scholingsuitgaven slechts voor aftrek in aanmerking voor zover het gezamenlijke bedrag hoger is dan \u20ac 250. De kosten voor de boeken zijn lager dan dit drempelbedrag. Het voorgaande brengt mee dat deze kosten niet voor aftrek in aanmerking komen.<\/p>\n<p>In totaal komen de volgende kosten in voor aftrek in aanmerking:<\/p>\n<p>&#8212; Kosten voor medicijnen: \u20ac 86 (regels 26, 27, 28). De inspecteur heeft echter reeds \u20ac 260 in aanmerking genomen.<\/p>\n<p>&#8212; Uitgaven voor hulpmiddelen: \u20ac 0. De inspecteur heeft reeds \u20ac 50 in aanmerking genomen.<\/p>\n<p>&#8212; Vervoerskosten: \u20ac 147 (\u20ac 122 + regel 46). De inspecteur heeft echter reeds \u20ac 154 in aanmerking genomen.<\/p>\n<p>&#8212; Genees- en heelkundige hulp: \u20ac 1.448 (\u20ac 60 + 423,97 + \u20ac 150,00 + regels 6, 7, 8, 18 en 32). De inspecteur heeft \u20ac 1.200 in aanmerking genomen.<\/p>\n<p>&#8212; De inspecteur heeft verder reeds \u20ac 66 aan extra uitgaven voor kleding en beddengoed en \u20ac 135 aan uitgaven voor extra gezinshulp in aanmerking genomen.<\/p>\n<p>Al het voorgaande brengt mee dat belanghebbende voor een bedrag van \u20ac 2.113 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking mag nemen. Dit leidt vervolgens tot een aftrek specifieke zorgkosten van \u20ac 2.077. Deze bedragen zijn als volgt opgebouwd:<\/p>\n<p>Kosten medicijnen<\/p>\n<p>\u20ac 260<\/p>\n<p>Uitgaven voor hulpmiddelen<\/p>\n<p>\u20ac 50<\/p>\n<p>Vervoerskosten<\/p>\n<p>\u20ac 154<\/p>\n<p>Extra uitgaven voor kleding en beddengoed<\/p>\n<p>\u20ac 66<\/p>\n<p>Genees- en heelkundige hulp<\/p>\n<p>\u20ac 1.448<\/p>\n<p>Uitgaven voor extra gezinshulp<\/p>\n<p>\u20ac 135<\/p>\n<p>Uitgaven specifieke zorgkosten voor verhoging<\/p>\n<p>\u20ac 2.113<\/p>\n<p>Grondslag verhoging specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>\u20ac 665<\/p>\n<p>Verhoging specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>\u20ac 266<\/p>\n<p>Totaal uitgaven specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>\u20ac 2.379<\/p>\n<p>Drempel uitgaven specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>\u20ac 302<\/p>\n<p>Aftrek specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>\u20ac 2.077<\/p>\n<p>De aanslag IB\/PVV 2020 moet dan als volgt worden vastgesteld:<\/p>\n<p>Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking<\/p>\n<p>\u20ac 16.604<\/p>\n<p>Loon uit vroegere dienstbetrekking<\/p>\n<p>\u20ac 1.752<\/p>\n<p>Af: Reisaftrek openbaar vervoer<\/p>\n<p>\u20ac 20<\/p>\n<p>Af: Uitgaven voor specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>\u20ac 2.077<\/p>\n<p>Inkomen uit werk en woning<\/p>\n<p>\u20ac 16.309<\/p>\n<p>Af: Te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren<\/p>\n<p>\u20ac 11.919<\/p>\n<p>Belastbaar inkomen uit werk en woning<\/p>\n<p>\u20ac 4.390<\/p>\n<p>Aangezien de persoonsgebonden aftrek dit jaar volledig ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning kan worden gebracht, heeft de inspecteur terecht de nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren op \u20ac 0 vastgesteld.<\/p>\n<p>Immateri\u00ebleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn<\/p>\n<p>Belanghebbende maakt aanspraak op een vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen het geschil beslecht had moeten zijn.<\/p>\n<p>De vergoeding van immateri\u00eble schade in verband met de duur van de bezwaar- en de beroepsprocedure wordt als volgt berekend. De redelijke termijn bedraagt als uitgangspunt twee jaar, te rekenen vanaf het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur het bezwaarschrift op 16 november 2022 heeft ontvangen. Aangezien de rechtbank uitspraak doet op 19 november 2025 is de redelijke termijn van twee jaar met afgerond dertien maanden overschreden. Belanghebbende heeft recht op een schadevergoeding van \u20ac 1.500. De overschrijding van de redelijke termijn komt volledig voor rekening van de inspecteur.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>5. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag IB\/PVV 2020 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van \u20ac 4.390. De rechtbank handhaaft de beschikkingen die zien op de te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren en de nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren, zoals deze bij uitspraak op bezwaar zijn vastgesteld.<\/p>\n<p>Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Ook krijgt belanghebbende een vergoeding van haar proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen.<\/p>\n<p>De proceskostenvergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van \u20ac 907. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal \u20ac 1.814. Omdat aan belanghebbende een toevoeging is verleend, moet de inspecteur deze vergoeding betalen aan de gemachtigde. Belanghebbende heeft voorts recht op een vergoeding van de reiskosten die zij heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting op basis van openbaar vervoer tweede klasse. De rechtbank zal daarom een reiskostenvergoeding van \u20ac 45,42 toekennen. Ook ziet de rechtbank aanleiding voor een vergoeding van de verletkosten voor een bedrag van \u20ac 255. Tot slot heeft belanghebbende recht op een vergoeding van de kosten voor vervoer en de verblijfkosten die zij reeds had gemaakt voor de geannuleerde zitting van 18 februari 2025 en niet meer kosteloos kon annuleren. De rechtbank kent voor de geannuleerde zitting een vergoeding van de reiskosten toe van \u20ac 17. Voor de verblijfkosten kent de rechtbank een vergoeding toe van \u20ac 76,30. De vergoeding bedraagt in totaal \u20ac 393,72.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>&#8212; verklaart het beroep gegrond;<\/p>\n<p>&#8212; vernietigt de uitspraak op bezwaar behoudens de beslissing over de kostenvergoeding;<\/p>\n<p>&#8212; vermindert de aanslag IB\/PVV 2020 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van \u20ac 4.390;<\/p>\n<p>&#8212; handhaaft de beschikkingen te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren en nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren, zoals deze bij uitspraak op bezwaar zijn vastgesteld;<\/p>\n<p>&#8212; veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateri\u00eble schade aan belanghebbende tot een bedrag van \u20ac 1.500;<\/p>\n<p>&#8212; bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van \u20ac 51 aan belanghebbende moet vergoeden;<\/p>\n<p>&#8212; veroordeelt de inspecteur tot betaling van \u20ac 1.814 aan proceskosten aan de gemachtigde van belanghebbende.<\/p>\n<p>&#8212; veroordeelt de inspecteur tot betaling van \u20ac 393,72 aan proceskosten aan belanghebbende.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miser\u00e9, griffier, op 19 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>.<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>rechter<\/p>\n<p>De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof \u2018s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.<\/p>\n<p>Digitaal hoger beroep instellen kan via \u201cFormulieren en inloggen\u201d op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof \u2018s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ &#039;s-Hertogenbosch.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>De rechtbank houdt de door belanghebbende in het stuk van 7 februari 2025 gehanteerde nummering aan.<\/li>\n<li>Artikel 6.18, eerste lid, onderdeel g, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<li>Kamerstukken II 2008\/09, 31 706, nr. 12, p. 28-29 (NV).<\/li>\n<li>Kamerstukken II 2008\/09, 31 706, nr. 12, p. 14 (NV).<\/li>\n<li>Artikel 2, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet in samenhang gelezen met artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet langdurige zorg.<\/li>\n<li>Artikelen 11 en 20 van het Besluit.<\/li>\n<li>Artikel 21 van het Besluit.<\/li>\n<li>Vgl. Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3679, r.o. 3.6.2 en 3.6.3.<\/li>\n<li>Artikel 6.17, vijfde lid, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<li>Artikel 6.17, negende lid, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<li>In de zin van artikel 39 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.<\/li>\n<li>Artikel 6.17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<li>Artikel 6.27, eerste lid, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<li>Artikel 6.27, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<li>Artikel 6.30, eerste lid, van de Wet IB 2001.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8146\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Aanslag IB\/PVV 2020. Persoonsgebonden aftrek, specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven. Beroep gegrond.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8149],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[9909,20623,8150,7675,8151],"kji_language":[7671],"class_list":["post-588779","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-zeeland-west-brabant","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-aanslag","kji_keyword-persoonsgebonden","kji_keyword-rbzwb","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-zeeland-west-brabant","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Aanslag IB\/PVV 2020. Persoonsgebonden aftrek, specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven. Beroep gegrond.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"20 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \\\/ BRE 24\\\/5422 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T18:51:51+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \\\/ BRE 24\\\/5422\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422","og_description":"Aanslag IB\/PVV 2020. Persoonsgebonden aftrek, specifieke zorgkosten, scholingsuitgaven. Beroep gegrond.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"20 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/","name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T18:51:51+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20258146-rechtbank-zeeland-west-brabant-19-11-2025-bre-24-5422\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:8146 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-11-2025 \/ BRE 24\/5422"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/588779","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=588779"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=588779"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=588779"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=588779"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=588779"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=588779"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=588779"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=588779"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}