{"id":588830,"date":"2026-04-17T21:02:21","date_gmt":"2026-04-17T19:02:21","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/"},"modified":"2026-04-17T21:02:21","modified_gmt":"2026-04-17T19:02:21","slug":"eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling<\/p>\n<h3>RECHTBANK DEN HAAG<\/h3>\n<p>Zittingsplaats Amsterdam<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>Zaaknummers: NL25.29674 (beroep)<\/p>\n<p>NL25.29675 (voorlopige voorziening)<\/p>\n<p>V-nummer: [V-nummer]<\/p>\n<p>uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen<\/p>\n<h3>[eiser] ,<\/h3>\n<p>geboren op [geboortedag] 1976, van Venezolaanse nationaliteit,<\/p>\n<p>eiser\/verzoeker, hierna eiser,<\/p>\n<p>(gemachtigde: mr. E. Berger),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>de minister van Asiel en Migratie, verweerder,<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. R. Post-Kadijk).<\/p>\n<h3>Samenvatting<\/h3>\n<p>1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van 3 juli 2025, waarmee eisers asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond, eiser een terugkeerbesluit is opgelegd met onmiddellijke ingang en een inreisverbod voor twee jaar. Eiser is het niet eens met dat besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit. Ook beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening inhoudende dat eisers tijdens de beroepsprocedures niet uit Nederland gezet mag worden.<\/p>\n<p>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en dat het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen dient te worden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<p>Onder 2 staat het procesverloop in dit geding, onder 3 het asielrelaas, onder 4 de motivering van het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Daarbij gaat de rechtbank eerst in op de wijze van de afdoening van de aanvraag als kennelijk ongegrond en de gevolgen ervan voor het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielrelaas van eiser. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>2. Eiser heeft op 4 juli 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond, eiser een terugkeerbesluit opgelegd met onmiddellijke ingang en een inreisverbod voor twee jaar.<\/p>\n<p>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en ook om een voorlopige voorziening verzocht.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 24 oktober 2025 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser via een telefonische verbinding, de gemachtigde van eiser,<\/p>\n<p>W. Duivenstein als tolk en de gemachtigde van de minister.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<h3>Het asielrelaas<\/h3>\n<p>3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is sinds 1998 lid van de partij [partij] en is politiek actief. Eiser heeft in 2014 aan een manifestatie meegedaan waarbij hij is aangevallen. Ook stonden de Tupamaros in zijn wijk waardoor hij van zijn motor is gevallen en deze door hen verbrand is. In 2018 is eiser met een andere naam en foto actief geworden op social media, waarna de SEBIN , de Venezolaanse veiligheidsdienst, bij hem op de stoep stond. Eiser is toen meegenomen, verkracht en mishandeld. Hij kon na zijn vrijlating niet door met zijn politieke activiteiten. Vervolgens is hij op 29 januari 2024 door een groep Tupamaros ontvoerd en geslagen, waarna hij uit Venezuela is gevlucht. Eiser verwacht bij terugkeer naar Venezuela en voortzetting van zijn politieke activiteiten te worden gevangengenomen en vermoord. Eiser vreest dan voor de regering. Hij wordt sinds 2014 continu bedreigd.<\/p>\n<h3>Het bestreden besluit<\/h3>\n<p>4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:<br \/>\n1. identiteit, nationaliteit en herkomst;<br \/>\n2. problemen als gevolg van de politieke activiteiten.<\/p>\n<p>De minister heeft het eerste relevante element geloofwaardig geacht maar het tweede niet. Eiser heeft volgens de minister met zijn verklaringen laten zien dat hij tegen de regering van Maduro is en lid is van de politieke partij [partij] . Dat eiser een actief lid is geweest van [partij] en daardoor bedreigd is, gelooft de minister echter niet. Ook eisers verklaringen over de gebeurtenissen in 2014, 2018 en 2024 zijn volgens de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen daarover niet volledig onderbouwd met objectieve documenten. De door eiser overgelegde documenten onderbouwen de gestelde dreigementen en het incident van 2018 niet. Ook onderbouwen de door eiser overgelegde aangiftes en verklaringen van de gemeentes de door hem gestelde gebeurtenissen in 2014 en 2024 niet. Een aangifte is namelijk opgetekend aan de hand van eigen verklaringen en kan alleen daarom al niet als objectief bewijs worden gezien. Uit de door eiser overgelegde medische stukken blijkt alleen dat hij een medische behandeling heeft ondergaan, maar niet de context ervan. Deze medische stukken zijn daarom ook geen objectief bewijs voor de gestelde mishandelingen. Omdat niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder b en c, Vw, is het asielmotief niet alsnog geloofwaardig.<br \/>\nDe minister concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is. Dat is gebaseerd op artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw. Eiser heeft verklaringen afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig. Eiser krijgt een terugkeerbesluit met onmiddellijke ingang en een inreisverbod voor de duur van twee jaar.<\/p>\n<p>Over de afdoening van de aanvraag als kennelijk ongegrond en het inreisverbod<\/p>\n<p>5. De minister heeft in het verweerschrift en ter zitting erkend dat in het bestreden besluit de tegenwerping \u2018tegenstrijdig\u2019 is gewijzigd naar \u2018inconsistent\u2019, waardoor geen sprake is evidente tegenstrijdigheden die het standpunt dat de aanvraag van eiser kennelijk ongegrond is, kunnen dragen. Gelet daarop kunnen het opgelegde terugkeerbesluit met onmiddellijke ingang en het inreisverbod voor twee jaar evenmin standhouden.<\/p>\n<p>Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen, voor zover dat ziet op afdoening van de aanvraag als kennelijk ongegrond, op het terugkeerbesluit met onmiddellijke ingang en het inreisverbod voor twee jaar.<\/p>\n<p>De rechtbank zal hierna aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordelen of er aanleiding bestaat om het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, in stand te laten.<\/p>\n<p>De geloofwaardigheidsbeoordeling<\/p>\n<p>Heeft de minister een juiste geloofwaardigheidstoets verricht?<\/p>\n<p>6. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte geen integrale beoordeling heeft gemaakt van zijn asielrelaas. De nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling brengt daar geen verandering in. Gelet op de preambule van de Kwalificatierichtlijn het UNHCR-Handboek, de jurisprudentie van het Hof en publicaties van de EUAA, valt uit artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn niet af te leiden dat de minister zonder meer tot de conclusie kan komen dat een asielmotief niet geloofwaardig is als aan \u00e9\u00e9n of meerdere cumulatieve voorwaarden niet wordt voldaan. Het voordeel van de twijfel kan pas aan het eind van de beoordeling van het asielrelaas worden onderzocht en niet al na stap 2a van de Werkinstructie WI 2024\/6. Verder heeft het Hof in het arrest X tegen Ierland van 29 juni 2023 overwogen dat \u201cwanneer niet cumulatief aan de voorwaarden in de punten a) tot en met e) van artikel 4, vijfde lid, is voldaan, bevestiging nodig kan zijn, in welk geval het mogelijk is dat de betrokken lidstaat met die asielzoeker moet samenwerken om alle elementen te verzamelen die het asielverzoek kunnen staven\u201d. De mogelijkheid bestaat dus om een asielmotief in bepaalde gevallen geloofwaardig te achten ondanks dat niet aan alle cumulatieve voorwaarden is voldaan.<\/p>\n<p>Uit het bestreden besluit kan niet worden opgemaakt in hoeverre wel aan de overige punten uit artikel 31, zesde lid, Vw is voldaan en hoe eisers verklaringen zijn betrokken bij het geloofwaardigheidsoordeel. Uit het bestreden besluit blijkt dat de minister met name tegenwerpt dat de ingediende stukken niet volledig overeenkomen met de verklaringen in het nader gehoor, maar nergens blijkt uit dat eisers verklaringen op zichzelf tegenstrijdig zijn, of met wat bekend is uit de landeninformatie, of anderszins ontoereikend zijn.<\/p>\n<p>De minister meent een correcte geloofwaardigheidsbeoordeling te hebben gemaakt, welke in lijn is met Werkinstructie 2024\/6. Uit de door eiser aangehaalde bronnen volgt naar de mening van verweerder niet dat na afronding van de toets aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 4, vijfde lid van de Kwalificatierichtlijn, zonder meer een nadere beoordeling of een nader onderzoek dient plaats te vinden. Daarnaast volgt uit het arrest van het Hof in de zaak X tegen Ierland in de optiek van de minister dat verklaringen van de vreemdeling, ondanks het eventuele ontbreken van bewijsmateriaal daarvoor, geen nadere bevestiging behoeven, wanneer aan de cumulatieve voorwaarden is voldaan. Het Hof van Justitie benadrukt juist dat artikel 4, vijfde lid van de Kwalificatierichtlijn een cumulatief karakter heeft. Wanneer niet aan die voorwaarden is voldaan, kan die bevestiging, voor de verklaringen die niet met bewijzen gestaafd zijn, alsnog nodig zijn. Dat zou dan echter alleen gelden voor feiten en omstandigheden en nieuwe stukken die niet al zijn betrokken bij de besluitvorming. Omdat alle feiten en omstandigheden met toepassing van de WI 2024\/6 al betrokken worden, is een dergelijke toets in deze werkwijze echter betekenisloos.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volg. Met de publicatie van de WI 2024\/6 heeft de minister een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling ge\u00efntroduceerd voor asielzaken. De oude WI 2014\/10 is hiermee vervangen. De minister heeft deze nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling ook vastgesteld in beleid.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt voorop dat de inhoud van deze werkinstructie in deze procedure niet voorligt, maar dat zij dient te beoordelen of de door de minister in deze procedure verrichte geloofwaardigheidsbeoordeling verenigbaar is met het (Unie)recht en het EVRM. Hierbij kan de door de minister in WI 2024\/6 neergelegde wijze van het beoordelen van de geloofwaardigheid in asielzaken wel relevant zijn. De rechtbank wijst in dit verband naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag, van 6 maart 2025 en de prejudici\u00eble vragen die zijn gesteld door deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, in haar tussenuitspraak van 7 januari 2025. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beantwoording van deze prejudici\u00eble vragen af te wachten, omdat naar het oordeel van de rechtbank ook zonder de beantwoording van deze vragen af te wachten in deze zaak uitspraak kan worden gedaan. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding om de zaak naar de meervoudige kamer te verwijzen.<\/p>\n<p>De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de toepassing van de in WI 2024\/6 neergelegde geloofwaardigheidsbeoordeling in iedere asielzaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht of het EVRM strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. Wel zijn er situaties denkbaar waarin de toepassing van WI 2024\/6 in een concrete zaak kan leiden tot een geloofwaardigheidsbeoordeling die in strijd is met artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank verwijst hiervoor naar rechtsoverweging 7.1-7.3 van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 10 juni 2025 en de rechtsoverweging 6.2. en 6.3. van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 20 oktober 2025, en maakt deze overwegingen de hare. Uit deze uitspraken volgt dat per individuele zaak moet worden beoordeeld of de verrichte geloofwaardigheidsbeoordeling in lijn met het (Unie)recht is.<\/p>\n<p>In WI 2024\/6 is toegelicht hoe de minister de geloofwaardigheidsbeoordeling in asielzaken verricht. Daarin worden drie stappen onderscheiden. In stap 1 gaat het om het verzamelen van informatie. De vreemdeling dient hierbij alle relevante elementen ter onderbouwing van zijn asielaanvraag in te dienen. Bij het vaststellen van de relevante feiten en omstandigheden bestaat er een samenwerkingsverplichting tussen de vreemdeling en de minister. De minister stelt in stap 1 uiteindelijk de asielmotieven vast. In stap 2 toetst de minister deze asielmotieven op geloofwaardigheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen stap 2a en stap 2b. In stap 2a beoordeelt de minister of een vreemdeling voldoende objectief bewijsmateriaal heeft overgelegd om het betreffende asielmotief aannemelijk te maken. Als er niet is voldaan aan stap 2a gaat de minister over naar stap 2b. In die stap toetst de minister aan vijf cumulatieve voorwaarden om de geloofwaardigheid te beoordelen. In WI 2024\/6 is bepaald dat als het asielmotief niet aan \u00e9\u00e9n of meerdere van de vijf voorwaarden voldoet, het niet geloofwaardig is. Stap 2 wordt afgesloten met een eindconclusie over de geloofwaardigheidstoets. Tot slot wordt in stap 3 de besluitvorming samengevat en aangegeven welke geloofwaardig geachte asielmotieven worden doorgetoetst of, in het geval dat alle asielmotieven niet geloofwaardig geacht zijn, dat er geen verdere toets plaatsvindt.<\/p>\n<p>Anders dan de minister stelt, is naar het oordeel van de rechtbank het voldoen aan de cumulatieve voorwaarden niet doorslaggevend om tot de geloofwaardigheid van een asielmotief te kunnen komen. De minister moet na toetsing aan de vijf cumulatieve voorwaarden, alle omstandigheden in samenhang beoordelen om eerst dan tot een conclusie over de geloofwaardigheid te komen. Dit heeft de minister in de besluitvorming niet gedaan.<\/p>\n<p>Zelfs als de rechtbank de minister zou volgen in het standpunt dat alleen nieuwe feiten en omstandigheden of nieuwe documenten die niet al betrokken zijn bij de besluitvorming tot een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling kunnen leiden indien niet aan de cumulatieve voorwaarden wordt voldaan, kan dit standpunt in deze specifieke zaak niet tot het oordeel leiden dat de minister de geloofwaardigheidstoets juist heeft verricht. Eiser heeft immers in beroep foto\u2019s en een printscreen van een video overgelegd ter onderbouwing van zijn demonstraties op 11 oktober 2025 in Nederland. Het standpunt van de minister in beroep, dat de demonstraties in Nederland geloofwaardig zijn maar dat zij niet aan het bestreden besluit afdoen, omdat daaruit niet blijkt dat eiser daarbij een prominente rol had, acht de rechtbank ontoereikend. Eiser staat blijkens de beelden op een demonstratie met een megafoon in zijn hand, kennelijk om daarmee zijn standpunt duidelijk waarneembaar voor omstanders te uiten. Ongeacht of eiser een prominente rol had bij die demonstratie, had de minister die activiteiten bij de beoordeling van het asielrelaas dienen te betrekken en ook bij de beoordeling van de mogelijke gevolgen ervan bij een gedwongen terugkeer naar Venezuela. Dit heeft de minister ten onrechte nagelaten.<\/p>\n<p>De rechtbank merkt tot slot op dat dit bij uitstek een zaak is waarin over het asielmotief uitvoerig en gedetailleerd is verklaard en ter onderbouwing ervan veel documenten zijn overgelegd. De minister heeft in de besluitvorming echter vooral ingezoomd op de gestelde problemen en de gemeende inconsequenties op details tussen eisers verklaringen daarover en de overgelegde stukken ter onderbouwing ervan. Daarbij heeft de minister nagelaten ook de andere relevante elementen, namelijk de sterkte van de politieke overtuiging van eiser en alle gestelde verrichte activiteiten in Venezuela en Nederland kenbaar te beoordelen en bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielmotief te betrekken. Ook heeft de minister nagelaten de individuele omstandigheden van eiser en de actuele landeninformatie kenbaar bij deze beoordeling te betrekken. De rechtbank zal dit oordeel hierna nog verder toelichten. De beroepsgrond dat de minister een onjuiste geloofwaardigheidstoets heeft verricht slaagt.<\/p>\n<p>Heeft de minister de politieke overtuiging en activiteiten van eiser en de problemen en risico\u2019s als gevolg daarvan juist beoordeeld?<\/p>\n<p>Over de politieke overtuiging en de activiteiten<\/p>\n<p>7. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024. Daarin heeft de Afdeling geoordeeld dat uit het arrest S.A. van het Hof van 21 september 2023 volgt dat bij de beoordeling van de zwaarwegendheid moet worden betrokken welke door de gestelde politieke overtuiging gemotiveerde activiteiten de vreemdeling bij terugkeer zou willen verrichten of hoe hij of zij anderszins zijn of haar opvatting, mening of gedachte zou willen uiten, en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Bij deze beoordeling van de gegrondheid van de vrees is de sterkte van die politieke overtuiging en de mate waarin deze overtuiging wordt geuit of eventueel door hem zal worden geuit een relevant element, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn. Hierbij moeten de specifieke persoonlijke situatie van een vreemdeling en de meer algemene context van het land van herkomst worden betrokken, zoals het hof heeft overwogen in het arrest, onder punten 45 tot en met 49. Dit toetsingskader is opgenomen in het Informatiebericht 2024\/10 Werkwijze politieke overtuiging. In het Informatiebericht 2024\/10 staat dat met in achtneming van de relevante informatie over het land van herkomst moet worden beoordeeld of op grond van de gebleken (en dus geloofwaardig geachte) omstandigheden (zoals de verrichte activiteiten en de politieke overtuiging) aannemelijk is dat de vreemdeling in de negatieve belangstelling van potenti\u00eble actoren van vervolging staat of zal komen te staan en hierdoor een gegronde vrees heeft om daadwerkelijk te worden vervolgd bij terugkeer in zijn land van herkomst. Een diepgewortelde politieke overtuiging is niet vereist. Wel moet de sterkte van de politieke overtuiging bij de beoordeling van de zwaarwegendheid worden betrokken.<\/p>\n<p>Eiser voert terecht aan dat de minister in het bestreden besluit geen kenbare beoordeling heeft gemaakt van de sterkte van eisers politieke overtuiging en alle activiteiten die hij met name sinds 2014 tot heden heeft verricht. De minister heeft eiser in het nader gehoor met name bevraagd over de incidenten in 2014, 2018 en 2024 en minder over de achtergrond van de partij en eisers rol daarbinnen en zijn activiteiten. Eiser heeft echter op alle vragen die daarover zijn gesteld uitgebreid en verifieerbaar geantwoord.<\/p>\n<p>De minister gelooft dat eiser sinds 1998 lid is van [partij] , maar werpt hem alsnog tegen dat de overgelegde lidmaatschapsbewijzen van elkaar verschillen. Nog los van de vraag wat de relevantie van deze tegenwerping nog is, nu eisers lidmaatschap geloofwaardig is, kan dit bezwaarlijk ten nadele van eiser meewegen nu de minister de documenten niet voor onderzoek heeft aangeboden aan Bureau Documenten.<\/p>\n<p>Ook werpt de minister eiser tegen dat hij zijn gestelde politieke activiteiten niet met documenten heeft onderbouwd. Nog los van het feit dat eiser foto\u2019s heeft overgelegd van hemzelf met partijgenoten in partijuniform en bewijsstukken ter onderbouwing van de gestelde problemen als gevolg van zijn activiteiten, heeft eiser uitvoerig en gedetailleerd verklaard over zijn politieke overtuigingen, zijn lidmaatschap bij [partij] , die van zijn vader die een politicus was naar hem is overgegaan, over de partij zelf, de ideologie en over zijn verschillende activiteiten gedurende de periode van 2014 tot heden.<\/p>\n<p>Zo heeft eiser verklaard dat hij als vertegenwoordiger van vijf universiteiten in Araqua bekend stond, dat hij in die hoedanigheid seminars en conferenties organiseerde en studenten die affiniteit hadden als lid aan de partij verbond door propaganderen van de ideologie\u00ebn van de partij. Eiser heeft verklaard dat hij in 2014 tijdens een demonstratie is aangevallen en dat zijn motor in brand is gestoken. Eiser werd sindsdien tot zijn vertrek bedreigd. Eiser heeft toen aangifte gedaan en hij moest ook verhuizen. Eiser heeft verder verklaard dat hij veel op social media publiceerde totdat de veiligheidsdienst in 2018 voor zijn deur stond en hem en zijn computer meenam.<\/p>\n<p>Ook heeft hij verklaard dat in oktober 2023 [persoon] een prominente rol kreeg in de partij en eiser vrij veel betrokken was bij haar campagne. In dat jaar besloot eiser zijn huis te verkopen en zijn gezin te laten vertrekken naar de Verenigde Staten, maar er was niet genoeg geld over voor eisers eigen vertrek op dat moment. Eiser heeft tot slot verklaard dat de aanleiding van zijn ontvoering op 29 januari 2024 was dat hij met de partijgenoten bezig was met het opzetten van politieke teams. Ook over die gebeurtenis heeft eiser uitvoerig en gedetailleerd verklaard. De overgelegde bewijsstukken, de aangifte en medische verklaringen, in samenhang bezien, ondersteunen deze verklaringen, De minister had al deze verklaringen in samenhang met de overgelegde stukken en wat bekend is uit landeninformatie moeten bezien en op geloofwaardigheid moeten beoordelen.<\/p>\n<p>Daar komt bij dat eiser in beroep zijn verklaring in de zienswijze, dat hij ook in Nederland politiek actief is en demonstreert, verder heeft onderbouwd met foto\u2019s en een printscreen van een video die van hem gemaakt is tijdens de demonstratie van 11 oktober 2025, waarbij hij een speech geeft met een megafoon in de hand. Zoals eerder overwogen had de minister deze activiteiten in Nederland in samenhang moeten bezien met de hiervoor genoemde activiteiten in Venezuela en alle overgelegde bewijsstukken en wat bekend is uit landeninformatie en dit moeten meewegen bij de beoordeling van eisers gegronde vrees voor vervolging wegens de verdenking van een (toegedichte) politieke overtuiging. Eiser had overigens bij de zienswijze al foto\u2019s van demonstraties in Nederland overgelegd. Het standpunt in het bestreden besluit dat eiser de activiteiten in Nederland niet heeft onderbouwd, mist dus een feitelijke grondslag. De minister heeft eiser tijdens het nader gehoor daar niet over bevraagd.<\/p>\n<p>Over vrees voor vervolging wegens (verdenking van) een (toegedichte) politiek overtuiging<\/p>\n<p>8. Eiser voert terecht aan dat standpunt van de minister dat de gestelde problemen in Venezuela ongeloofwaardig zijn in het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, alleen al omdat de minister de politieke overtuiging en activiteiten van eiser niet (deugdelijk) heeft beoordeeld. Ook voert eiser terecht aan dat de door de minister in het bestreden besluit tegengeworpen \u2018inconsistenties\u2019 op details zien in een uitgebreid toegelicht en onderbouwd asielrelaas, dat past binnen de Venezolaanse context. De minister dient deze geloofwaardigheidsbeoordeling opnieuw en in samenhang daarmee te verrichten.<\/p>\n<p>9. De rechtbank volgt eiser ook erin dat de minister ten onrechte heeft betroken dat eiser sinds 2018 geen politieke activiteiten meer heeft verricht in Venezuela. Onder 7.3 is al onder verwijzing naar eisers verklaringen uiteengezet dat dit niet uit eisers verklaringen tijdens het nader gehoor blijkt en dat eiser juist heeft verklaard dat hij tot zijn vertrek uit Venezuela actief was. Dat eiser sinds 2018 voorzichtig en terughoudend was met zijn activiteiten, was uit angst voor nieuwe problemen en het strengere regiem als gevolg van de nieuwe wetgeving. Dit dient de minister alsnog bij de beoordeling van de zwaarwegendheid te betrekken.<br \/>\n10. Ook voert eiser terecht aan dat de minister ten onrechte selectief vasthoudt aan zijn verklaring dat hij zich bij terugkeer naar Venezuela niet politiek zal uiten. Uit eisers verklaringen tijdens het nader gehoor blijkt duidelijk dat eiser de expliciete wens heeft om politiek actief te zijn voor zijn partij, maar dat hij dit door vrees voor vervolging niet meer zou durven in Venezuela. Eiser heeft tijdens het nader gehoor ook verklaard dat hij politiek actief wil blijven, dat hij niet terug zou gaan naar Venezuela en dat hij naar de grens van Mexico met de VS zou gaan om te kijken wat er gebeurt.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet gelet op de voorgaande overwegingen geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Omdat de minister alsnog een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling dient te maken in overeenstemming met deze uitspraak, ziet de rechtbank geen ruimte om of zelf een beslissing over de aanvraag te nemen.<\/p>\n<p>De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor 8 weken. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de mogelijkheid dat de minister eiser aanvullend zal horen over zijn politieke activiteiten in Venezuela en in Nederland voordat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt.<\/p>\n<p>12. Omdat op de hoofdzaak wordt beslist is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.<\/p>\n<p>13. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.<\/p>\n<p>De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt \u20ac 2.721,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend, een voorlopige voorziening heeft verzocht en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>&#8212; verklaart het beroep gegrond;<\/p>\n<p>&#8212; vernietigt het bestreden besluit van 3 juli 2025;<\/p>\n<p>&#8212; draagt de minister op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;<\/p>\n<p>&#8212; veroordeelt de minister tot betaling van \u20ac 2.721,- aan proceskosten aan eiser.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.<\/p>\n<p>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:<\/p>\n<p>Informatie over hoger beroep<\/p>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, voor zover het de hoofdzaak betreft, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Zaak NL25.29675<\/li>\n<li>Vreemdelingenwet 2000.<\/li>\n<li>WI 2024\/6 Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel), <a href=\"https:\/\/puc.overheid.nl\/ind\/doc\/PUC_1338740_1\/1\/\" rel=\"nofollow\">https:\/\/puc.overheid.nl\/ind\/doc\/PUC_1338740_1\/1\/<\/a>.<\/li>\n<li>Waarin wordt benadrukt dat het Verdrag van Gen\u00e8ve en het Protocol van Gen\u00e8ve de hoeksteen vormen van het internationale rechtsstelsel ter bescherming van vluchtelingen.<\/li>\n<li>United Nations High Commissioner for Refugees, Handboek over de procedures en criteria voor het bepalen van de vluchtelingenstatus in het kader van het Verdrag van 1951 en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 1967, Gen\u00e8ve februari 2019, onder 203 en 204.<\/li>\n<li>Hof van Justitie van de Europese Unie.<\/li>\n<li>Het EUAA stelt: \u201cHowever, even though the requirements of Article 4 (5) are cumulative, it is important to underline that meeting or failing to meet the conditions in part or in full cannot be determinative of the overall assessment of facts and circumstances addressed in Article 4 (1)-(4) QD. The overall assessment has to be conducted applying all the EU law principles and standards\u201d, \u201cJudicial analysis: Evidence and credibility assessment in the context of the Common European Asylum System\u201d, second edition p. 105.<\/li>\n<li>ECLI:EU:C:2023:523.<\/li>\n<li>Zie paragraaf C1\/4.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBDHA:2025:3440.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBDHA:2025:136.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBDHA:2025:10057.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBOVE:2025:6148.<\/li>\n<li>Zie ook paragraaf C1\/4.3.2.6 van de Vc 2000.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBOVE:2025:6148 en ECLI:NL:RBAMS:2025:7385.<\/li>\n<li>Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.<\/li>\n<li>ECLI:NL:RVS:2024:63.<\/li>\n<li>ECLI:EU:C:2023:688.<\/li>\n<li>Pagina 12 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>Pagina 13 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>Pagina 14 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>Pagina 15 van het nader gehoor.<\/li>\n<li>Pagina 21 van het nader gehoor.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27680\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[17670,11363,7674,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-588830","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-geloofwaardigheidsbeoordeling","kji_keyword-nieuwe","kji_keyword-rbdha","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"21 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \\\/ NL25.29674 en NL25.29675 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T19:02:21+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \\\/ NL25.29674 en NL25.29675\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675","og_description":"Nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"21 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T19:02:21+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527680-rechtbank-den-haag-14-11-2025-nl25-29674-en-nl25-29675\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27680 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 \/ NL25.29674 en NL25.29675"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/588830","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=588830"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=588830"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=588830"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=588830"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=588830"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=588830"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=588830"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=588830"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}