{"id":588835,"date":"2026-04-17T21:02:42","date_gmt":"2026-04-17T19:02:42","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/"},"modified":"2026-04-17T21:02:42","modified_gmt":"2026-04-17T19:02:42","slug":"eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Afwijzing van een vordering tot schorsing van de executie van een onherroepelijke uitspraak. Het verbeuren van de dwangsommen is door executant voldoende aannemelijk gemaakt. Geen misbruik van omstandigheden c.q. noodtoestand (Ritzen\/Hoekstra) indien executant dwangsommen int.<\/p>\n<p>RECHTBANK Limburg<\/p>\n<p>Civiel recht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Roermond<\/p>\n<p>Zaaknummer: C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346<\/p>\n<p>Vonnis in kort geding van 29 oktober 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[eiser]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [plaatsnaam] ,<\/p>\n<p>eisende partij,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [eiser] ,<\/p>\n<p>advocaat: mr. M.J.W. Janssen-van Rooij,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<h3>1 [gedaagde sub 1] ,<\/h3>\n<p>2. [gedaagde sub 2],<\/p>\n<p>beiden wonende te [plaatsnaam] ,<\/p>\n<p>gedaagde partijen,<\/p>\n<p>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,<\/p>\n<p>advocaat: mr. J.I.L. Laumans.<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>&#8212; de dagvaarding met producties;<br \/>\n&#8212; de akte overlegging producties van [gedaagden] ;<br \/>\n&#8212; de mondelinge behandeling van 7 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waarbij [gedaagden] spreekaantekeningen hebben overgelegd.<\/p>\n<h3>2De feiten<\/h3>\n<p>Partijen zijn buren. [eiser] woont sinds 2013 aan de [adres 1] te [plaatsnaam] . [gedaagden] wonen sinds 2005 aan de [adres 2] te [plaatsnaam] . De woningen van partijen zijn niet aaneengesloten gebouwd. Enkel de tuinen van partijen grenzen aan elkaar.<\/p>\n<p>Er is sprake van een langdurig burengeschil. Eind 2024 hebben [gedaagden] bij deze rechtbank een kort geding aanhangig gemaakt tegen [eiser] wegens door hen ondervonden overlast. Bij vonnis van 20 december 2024 in kort geding (zaak- en rolnummer C\/03\/336885 \/ KG ZA 24-448) heeft de voorzieningenrechter als volgt beslist (productie 1 bij dagvaarding):<\/p>\n<p>\u201c(\u2026) De voorzieningenrechter<\/p>\n<p>verbiedt [eiser] om geluidsoverlast te veroorzaken door met deuren te slaan, op<\/p>\n<p>muren te bonken, te schreeuwen en\/of luide muziek af te spelen,<\/p>\n<p>veroordeelt [eiser] om aan [gedaagden] een dwangsom te betalen van<\/p>\n<p>\u20ac 2.000,00 per keer dat zij het verbod onder 5.1 overtreedt, met dien verstande dat zij voor<\/p>\n<p>de overtreding van dit verbod maximaal \u20ac 50.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>verbiedt [eiser] gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis &#8212; anders<\/p>\n<p>dan via haar advocaat &#8212; met [gedaagden] in contact te treden door vanaf haar perceel<\/p>\n<p>en\/of de openbare weg (beledigingen) te roepen naar [gedaagden] en\/of telefonisch<\/p>\n<p>contact te zoeken en\/of op andere wijze in woord, gebaar of fysiek contact te zoeken met<\/p>\n<p>[gedaagden] of de zonen van [gedaagden] en\/of hen in de vrije doorgang van of naar<\/p>\n<p>de woning en\/of het perceel op enige wijze te belemmeren of hinderen;<\/p>\n<p>veroordeelt [eiser] om aan [gedaagden] een dwangsom te betalen van<\/p>\n<p>\u20ac 10.000,00 per keer dat zij het contactverbod onder 5.5 overtreedt, met dien verstande dat<\/p>\n<p>zij voor de overtreding van dit verbod maximaal \u20ac 100.000,00 aan dwangsommen kan<\/p>\n<p>verbeuren; (\u2026)\u201d.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter heeft in het vonnis, kort gezegd, overwogen dat [eiser] \u2013 die bij de mondelinge behandeling zelf niet (maar slechts bij advocaat) was verschenen de door [gedaagden] gestelde gedragingen niet heeft betwist, dat de overgelegde video- en geluidsopnamen weinig aan de verbeelding overlaten en dat [eiser] hiermee onrechtmatig jegens [gedaagden] handelt.<\/p>\n<p>Tegen het vonnis van 20 december 2024 is geen hoger beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Het vonnis van 20 december 2024 is op 2 januari 2025 aan [eiser] betekend.<\/p>\n<p>Bij deurwaardersexploot van 23 juni 2025 hebben [gedaagden] aan [eiser] aangezegd dat zij van 3 januari tot 17 juni 2025 \u20ac 114.000,00 aan dwangsommen heeft verbeurd en het bevel gegeven dat zij dit bedrag binnen twee dagen na heden moet betalen. Omdat betaling uitbleef, hebben [gedaagden] executoriaal beslag laten leggen op de woning van [eiser] .<\/p>\n<p>Vervolgens heeft [eiser] dit executiegeschil aanhangig gemaakt.<\/p>\n<h3>3Het geschil<\/h3>\n<p>[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagden] :<\/p>\n<p>gebiedt om de executie van het vonnis van 20 december 2024 te schorsen, in die zin dat de woning van [eiser] niet via openbare verkoop zal worden verkocht, op straffe van een dwangsom van \u20ac 50.000,00 als zij in strijd hiermee zullen handelen,<\/p>\n<p>verbiedt om tot inning van dwangsommen op basis van het vonnis van 20 december 2024 over te gaan, op straffe van een dwangsom van \u20ac 50.000,00 indien zij in strijd hiermee zullen handelen,<\/p>\n<p>veroordeelt om aan [eiser] ter beschikking te stellen de stukken waaruit blijkt dat dwangsommen zouden zijn verbeurd,<\/p>\n<p>[gedaagden] veroordeelt in de proceskosten.<\/p>\n<p>[eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij geen dwangsommen heeft verbeurd, omdat zij niet in strijd met het vonnis heeft gehandeld. Voor zover zij wel in strijd met het vonnis heeft gehandeld, stelt zij dat zij wordt uitgelokt door [gedaagden] . De geluids- en videofragmenten die [gedaagden] hebben overgelegd zijn niet bruikbaar, omdat hiermee een inbreuk wordt gemaakt op de privacy van [eiser] . Voor zover de voorzieningenrechter alsnog tot het oordeel komt dat er dwangsommen zijn verbeurd, dan moet de executie geschorst worden wegens het bestaan van een noodtoestand. Bovendien maken [gedaagden] misbruik van hun (executie)bevoegdheid doordat zij niet hebben gewaarschuwd dat [eiser] in overtreding was van het vonnis van 20 december 2024 en omdat het lang heeft geduurd voordat zij het bewijs, op grond waarvan de dwangsommen volgens hen verschuldigd zijn, met haar hebben gedeeld. In ieder geval moet de executie van het vonnis van 20 december 2024 worden geschorst in afwachting van de uitkomst van zowel de bestuursrechtelijke als strafrechtelijke procedures die thans lopende zijn.<\/p>\n<p>[gedaagden] voeren verweer. Zij concluderen tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.<\/p>\n<p>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<p>Spoedeisend belang<\/p>\n<p>Allereerst dient beoordeeld te worden of [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt het spoedeisend belang in dit geval uit de aard van het gevorderde. Dat betekent dat [eiser] ontvankelijk is in haar vordering.<\/p>\n<p>Het executiegeschil<\/p>\n<p>[gedaagden] beschikken met het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 20 december 2024 over een executoriale titel om dwangsommen te innen als vast komt te staan dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met de verboden die haar zijn opgelegd in voornoemd vonnis. Niet in geschil is immers dat het vonnis op 2 januari 2025 aan [eiser] is betekend (artikel 611a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)).<\/p>\n<p>Tussen partijen is in geschil of er dwangsommen zijn verbeurd en \u2013 voor zover vast komt te staan dat dwangsommen verbeurd zijn \u2013 of er gronden zijn de executie te schorsen zoals bedoeld in artikel 438 lid 3 Rv.<\/p>\n<p>Bij de beoordeling van het voorgaande gelden de volgende uitgangspunten (zie onder meer Gerechtshof Den Haag 16 mei 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:847):<\/p>\n<p>Aan de executant komt de bevoegdheid toe een ten gunste van hem gewezen uitspraak ten uitvoer te leggen en de tenuitvoerlegging van een executoriale titel mag zo min mogelijk worden belemmerd. Indien vervolgens onenigheid tussen partijen ontstaat in relatie tot de executie, kan een executiegeschil aanhangig worden gemaakt op basis van artikel 438 Rv. Dit is alleen mogelijk in verband met een dreigende of in uitvoering zijnde executie, en dus niet wanneer de executie reeds is be\u00ebindigd.<\/p>\n<p>In een executiegeschil kan aan de orde komen of dwangsommen zijn verbeurd. De executierechter dient in dat geval te beoordelen of de voorwaarden waaronder de dwangsom is verschuldigd, zijn vervuld, waarbij de executierechter nadrukkelijk niet tot taak heeft de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen.<\/p>\n<p>De beantwoording in een executiegeschil van de vraag of dwangsommen zijn verbeurd, dient (wanneer sprake is van een veroordeling om iets te doen) plaats te vinden door een toetsing van de handelingen die ter uitvoering van het veroordelend vonnis zijn verricht aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Bij die uitleg dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen, in die zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. De rechter mag bij zijn uitleg van de veroordeling maatstaven van redelijkheid en billijkheid hanteren.<\/p>\n<p>Wanneer de veroordeling een algemeen geformuleerd verbod betreft, geldt daarbij op grond van vaste rechtspraak dat de draagwijdte van het verbod beperkt is te achten tot handelingen waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat zij, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken, als door de rechter verboden, opleveren.<\/p>\n<p>De stelplicht en bewijslast dat dwangsommen zijn verbeurd, rusten in de executiefase op de executant. In kort geding zijn de wettelijke regels van bewijsrecht niet van toepassing, in die zin dat er in beginsel geen plaats is voor nadere bewijslevering. Voldoende is dat feiten aannemelijk zijn. Wanneer in kort geding moet worden beoordeeld of al dan niet dwangsommen zijn verbeurd en in dat kader of gedragingen hebben plaatsgevonden die onder het verbod of gebod vallen, is het dan ook voldoende dat die feiten aannemelijk zijn gemaakt.<\/p>\n<p>Zijn er dwangsommen verbeurd?<\/p>\n<p>[gedaagden] hebben in totaal 53 geluids- en videofragmenten ingebracht ter onderbouwing van hun standpunt dat [eiser] in strijd met het vonnis van 20 december 2024 heeft gehandeld (productie 4 en 7 van [gedaagden] ).<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter stelt vast dat de opnames zijn gemaakt met een mobiele telefoon of afkomstig zijn van beveiligingscamera\u2019s die aan het woonhuis van [gedaagden] zijn bevestigd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde sub 1] verklaard dat de beveiligingscamera\u2019s voortdurend beeld en geluid opnemen. Wanneer hij [eiser] hoorde als zij in haar tuin naar [gedaagden] riep of beschuldigingen uitte, zo heeft hij ter zitting verklaard, dan noteerde hij het tijdstip om later de opnames voor het bewijs van de overtredingen te selecteren. Uit deze werkwijze, die niet door [eiser] is betwist, volgt dat [gedaagden] de uitingen van [eiser] die op de fragmenten hoorbaar zijn, ook zelf daadwerkelijk hebben gehoord.<\/p>\n<p>[eiser] voert allereerst aan dat de beelden niet bruikbaar zijn, omdat hiermee een inbreuk wordt gemaakt op haar privacy. Ter onderbouwing stelt zij dat de camera een deel van haar perceel filmt en dat de camera voortdurend opneemt waardoor zij in haar eigen tuin geen priv\u00e9gesprekken meer kan voeren.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter volgt [eiser] hierin niet. Slechts op een gering aantal geluids- en videofragmenten is een zeer klein deel van het perceel van [eiser] te zien. [eiser] is zelf meestal niet althans niet herkenbaar in beeld. De omstandigheid dat de microfoon van de beveiligingscamera\u2019s het luide stemgeluid van [eiser] registreert, brengt niet met zich mee dat ook de gesprekken op een normaal geluidsniveau duidelijk hoorbaar door de microfoon zullen worden opgepikt. In dat verband is ook van belang dat [eiser] de authenticiteit van de geluids- en videofragmenten in twijfel heeft getrokken door aan te voeren dat het kwaken van de kikkers in haar tuin niet te horen is terwijl dit, zo begrijpt de voorzieningenrechter [eiser] , volgens haar wel op een dergelijk geluidsniveau is dat dit wel op de fragmenten te horen zou moeten zijn. Nu dit gekwaak van kikkers niet te horen is, rijmt daarmee niet de stelling van [eiser] dat zij in haar privacybelangen wordt geschaad omdat zij niet meer in staat is priv\u00e9gesprekken op een normaal geluidsniveau te voeren in haar tuin. De voorzieningenrechter gaat aan het verweer van [eiser] voorbij en komt tot de conclusie dat geluids- en videofragmenten bruikbaar zijn ter vaststelling van de vraag of er dwangsommen zijn verbeurd.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter is van oordeel dat in ieder geval geluids- en videofragment 52 en 53, die zien op \u00e9\u00e9n en dezelfde gebeurtenis, en geluids- en videofragment 44 duidelijk gedragingen van [eiser] laten zien waarmee zij in strijd handelt met het vonnis van 20 december 2024. Zo is er in geluids- en videofragmenten 52 en 53 te zien dat er sprake is van fysiek contact en in geluids- en videofragment 44 is te horen dat [eiser] [gedaagden] evident aanspreekt. Beide gedragingen van [eiser] zijn onmiskenbaar in strijd met het verbod zoals omschreven onder 5.5. van het vonnis van 20 december 2024 (zie r.o. 2.2. van dit vonnis).<\/p>\n<p>Een groot aantal geluids- en videofragmenten is afkomstig van een aan de zijgevel van de woning van [gedaagden] bevestigde beveiligingscamera waarbij de tekst \u2018zij doorgang\u2019 in beeld is te zien. Op meerdere geluids- en videofragmenten afkomstig van die beveiligingscamera, maar in ieder geval op fragment 10, 14, 17, 21, 27, 28, 31, 32, 35, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 48, 50 en 51, is te horen dat [eiser] [gedaagden] aanroept, hen op luide toon beschuldigt of zich ernstig negatief over hen uitlaat. Dat is telkens een schending van het verbod onder 5.5. van het vonnis van 20 december 2024 (zie r.o. 2.2. van dit vonnis). Ten aanzien van het aanroepen, overweegt de voorzieningenrechter dat te horen is dat zij telkens \u201chey [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]\u201d, \u201ch\u00e8 [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]\u201d, \u201cmeneertje van de speelgoedbank\u201d, dan wel vraagt \u201cwat zou u\u2026?\u201d of iets van gelijke strekking roept. Aan de stelling van [eiser] dat zij niet tegen [gedaagden] praat maar haar emoties ventileert gaat de voorzieningenrechter voorbij. In 5.5. van het vonnis van 20 december 2024 is [eiser] het verbod opgelegd met [gedaagden] in contact te treden, anders dan via haar advocaat. Doel en strekking van dit verbod is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat [eiser] zich dient te onthouden van ieder contact op welke wijze dan ook. Daaronder valt ook dat [eiser] [gedaagden] niet vanuit haar tuin zal aanroepen of aan hen vragen zal stellen. Kennelijk kiest [eiser] er bewust voor om dit vanuit haar tuin te doen en is het haar bedoeling dat zij ook door [gedaagden] wordt gehoord. Indien zij slechts haar emoties zou wensen te ventileren, zoals zij stelt, kan zij dit ook in de beslotenheid van haar woning doen, zodat zij niet door haar buren kan worden gehoord. Ook is van belang dat [gedaagde sub 1] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard over de wijze waarop hij de geluids- en videofragmenten selecteert, namelijk dat dat de selectie is gebaseerd op het daadwerkelijk waarnemen van het roepen van [eiser] , hetgeen door [eiser] niet is betwist. Daaruit volgt dat [gedaagden] [eiser] ook telkens daadwerkelijk hebben gehoord en dat dit (aan)roepen door [eiser] zodanig luid is dat dit iedere keer een overtreding is van het verbod zoals omschreven onder 5.5. van het vonnis van 20 december 2024 (zie r.o. 2.2. van dit vonnis).<\/p>\n<p>Op de geluids- en videofragmenten van diezelfde beveiligingscamera is eveneens te horen dat [eiser] de deur meerdere keren hard dichtslaat, hetgeen telkens in strijd is met het verbod zoals omschreven onder 5.1. van het vonnis van 20 december 2024 (zie r.o. 2.2. van dit vonnis). Het gaat daarbij in ieder geval om de fragmenten 2, 9, 22, 28, 34, 39, 41 en 42.<\/p>\n<p>Daarnaast handelt [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook in strijd met hetgeen omschreven is onder 5.1. van het vonnis van 20 december 2024 door haar poort hard dicht te slaan, zoals te horen in geluids- en videofragment 40 en 47. De kern van het verbod ziet immers op geluidsoverlastgevende gedragingen, waarbij het naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen verschil maakt of het om een deur of poort gaat.<\/p>\n<p>[eiser] brengt daartegenin dat niet te zien is wat voorafgaand aan de opnames gebeurt. Zij stelt dat zij telkens geprovoceerd en uitgelokt wordt door [gedaagden] en dat enkel haar reactie hier te zien is. Zo stelt zij dat [gedaagde sub 1] gedreigd heeft haar met een steen te slaan en dat [gedaagde sub 2] op haar fiets op een haar na [eiser] zelf, haar auto en haar bezoek heeft geschampt. [gedaagden] hebben dit betwist.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter overweegt dat, ook indien er veronderstellenderwijs van uit wordt gegaan dat [gedaagden] gedragingen hebben verricht die als provocatie en uitlokken kunnen worden beschouwd, daaruit niet volgt dat de door [eiser] begane overtredingen van het verbod niet aan haar toerekenbaar zouden zijn. Bovendien is het een en ander, zoals geoordeeld is in het vonnis van 20 december 2024, geen rechtvaardiging voor haar eigen gedragingen (zie r.o. 4.5. van het vonnis van 20 december 2024) en het handelen in strijd met het vonnis van 20 december 2024.<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met het vonnis van 20 december 2024 en dat er een aanzienlijk bedrag aan dwangsommen is verbeurd. Daaruit volgt dat [gedaagden] bevoegd zijn tot executie en inning van de dwangsommen over te gaan, tenzij de verweren van [eiser] hierna slagen.<\/p>\n<p>Is er sprake van een noodtoestand?<\/p>\n<p>[eiser] stelt dat er sprake is van een noodtoestand als haar woning waar thans executoriaal beslag op is gelegd via een openbare veiling wordt verkocht. Ter onderbouwing stelt zij dan dakloos te worden, waardoor zij bovendien geen uitkering meer zal krijgen. Verder stelt zij niet weg te willen uit de woning omdat ze sterk gehecht is aan de woning en dat ze vreest, indien ze de woning zal moeten verlaten, dat ze su\u00efcidaal zal worden. Ter zitting heeft zij verklaard dat zij al meerdere keren een poging tot zelfmoord heeft begaan en dat de betrokken hulpverlening ook geen verbetering van de situatie ziet door deze kwestie en de vele juridische procedures.<\/p>\n<p>De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een vordering in kort geding tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke uitspraak, zoals in casu aan de orde is, moet worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf zoals vermeld in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 1983 in de zaak Ritzen \/ Hoekstra (Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 Hotel-restaurant de Zeester). Uit de uitspraak van 22 april 1983 (ECLI:NL:HR:1983:AG4575) volgt dat de voorzieningenrechter slechts de tenuitvoerlegging van het in kracht van gewijsde gegane vonnis kan schorsen als [gedaagden] , mede gelet op de belangen aan de zijde van [eiser] die door de tenuitvoerlegging worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang hebben bij gebruikmaking van hun bevoegdheid tot tenuitvoerlegging en de verdere tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 BW oplevert. Dat kan het geval zijn als het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na het vonnis feiten of omstandigheden bekend worden waardoor bij [eiser] een noodtoestand zal ontstaan waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet gebleken is van een noodtoestand aan de zijde van [eiser] die schorsing van de executie rechtvaardigt. Daartoe geldt allereerst dat de feiten die [eiser] aan haar beroep op noodtoestand ten grondslag heeft gelegd, niet pas na het te executeren vonnis bekend zijn geworden. Maar ook al zou dat wel het geval zijn, dan zijn die feiten onvoldoende om te oordelen dat er aan haar zijde sprake is van een noodtoestand. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de woning volgens haar een marktwaarde heeft van rond de \u20ac 500.000,00 en dat zij vrij is van hypotheek. Het is om die reden te verwachten is dat er een aanzienlijke overwaarde zal resteren na aftrek van de verbeurde dwangsommen. Zij zal die overwaarde kunnen aanwenden om elders onderdak te vinden. Het ligt dus niet in de lijn der verwachtingen dat [eiser] dakloos wordt althans dat hebben [gedaagden] gemotiveerd betwist en is in het licht van die betwisting onvoldoende nader onderbouwd. Daaruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat er evenmin aanleiding bestaat aan te nemen dat [eiser] na verkoop van de woning haar uitkering verliest omdat zij dan niet langer ingeschreven kan staan op een adres in Nederland.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter begrijpt dat [eiser] gehecht is aan de woning waar zij al geruime tijd woont en dat zij daar absoluut niet weg wilt. Dit belang van [eiser] bij behoud van de woning brengt echter niet met zich dat het belang van [gedaagden] bij tenuitvoerlegging van het vonnis moet wijken omdat zij daarbij geen in redelijkheid te respecteren belang meer zouden hebben. Daarbij acht de voorzieningenrechter ook waarde aan het feit dat [eiser] een gewaarschuwd mens is gezien de verboden en maatregelen die niet alleen civielrechtelijk, maar (zoals ter zitting is komen vast te staan) daarnaast ook bestuursrechtelijk en strafrechtelijk zijn opgelegd.<\/p>\n<p>De stelling dat verkoop van de woning ertoe zal leiden dat [eiser] su\u00efcidaal wordt, is betwist en door [eiser] geheel niet onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had het hier op de weg van [eiser] gelegen om bijvoorbeeld schriftelijke verklaringen van betrokken hulpverlening of een medische verklaring van een arts te overleggen waar dit uit zou blijken. Bij gebrek aan elke onderbouwing kan niet worden aangenomen dat deze omstandigheid bestaat \u00e9n tot een noodsituatie zal leiden.<\/p>\n<p>Het voorgaande leidt ertoe dat het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk is dat er sprake is van feiten die na de uitspraak zijn voorgevallen of aan het licht gekomen die aan de zijde van [eiser] klaarblijkelijk een noodtoestand doen ontstaan. Van misbruik van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 december 2024 op deze grond is dus geen sprake .<\/p>\n<p>Hadden [gedaagden] moeten waarschuwen en bewijsstukken eerder moeten delen?<\/p>\n<p>[eiser] stelt dat [gedaagden] misbruik maken van hun bevoegdheid tot executie van het vonnis van 20 december 2024 omdat zij te lang stil hebben gezeten en [eiser] hadden moeten waarschuwen voordat zij dwangsommen verbeurde. Daarnaast heeft het lang geduurd voordat [gedaagden] de volgens hen hieraan ten grondslag liggende bewijzen, de video- en geluidsfragmenten, met [eiser] hebben gedeeld. Het gevolg is, zo begrijpt de voorzieningenrechter [eiser] , verval van recht ten aanzien van het innen van de dwangsommen.<\/p>\n<p>Artikel 611a lid 3 Rv bepaalt: \u201cDe dwangsom kan niet worden verbeurd v\u00f3\u00f3r de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld.\u201d.<\/p>\n<p>De ratio is dat de schuldenaar in de gelegenheid moet worden gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit het vonnis te kunnen voldoen alvorens de dwangsommen verbeuren.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat het vonnis in kort geding van 20 december 2024 op 2 januari 2025 aan [eiser] is betekend. In het dictum van dat vonnis zijn de veroordelingen van [eiser] duidelijk omschreven. Daarmee was het voor haar ook duidelijk waar zij aan moest voldoen althans waarvan zij zich diende te onthouden op straffe van het verbeuren van dwangsommen. Daarmee heeft betekening van het vonnis een waarschuwing gevend effect gehad. Er is geen verplichting aan de zijde van [gedaagden] om [eiser] telkens weer erop te wijzen als zij in strijd handelt met het vonnis van 20 december 2024. Dat betekent dat niet kan worden aangenomen dat [gedaagden] misbruik maken van hun executiebevoegdheid door pas tot executie over te gaan nadat een groot aantal overtredingen is begaan en daarmee een groot bedrag aan dwangsommen is verbeurd.<\/p>\n<p>Hoewel de voorzieningenrechter het met [eiser] eens is dat er voortvarender gehandeld had kunnen worden met het delen van de onderliggende bewijsstukken, is dit op zichzelf genomen geen omstandigheid die leidt dit misbruik van executiebevoegdheid met als gevolg verval van recht ten aanzien van de executiebevoegdheid.<\/p>\n<p>Is schorsing noodzakelijk wegens bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke procedures?<\/p>\n<p>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] verklaard dat er momenteel zowel een bestuursrechtelijke als strafrechtelijke procedure loopt die nagenoeg op dezelfde kwestie zien, zodat de tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 december 2024 moet worden geschorst tot in beide procedures definitief uitspraak wordt gedaan.<\/p>\n<p>[gedaagden] betwisten dat de lopende bestuursrechtelijk en strafrechtelijke procedure een schorsing van de executie rechtvaardigen. Volgens hen is dit een nieuw standpunt dat niet is onderbouwd.<\/p>\n<p>Zoals blijkt uit het vonnis van 20 december 2024 zijn er zowel bestuursrechtelijke maatregelen, strafrechtelijke veroordelingen als een strafrechtelijk contactverbod opgelegd. Aangezien de overlastgevende gedragingen van [eiser] niet zijn gestopt of afgenomen, rechtvaardigt dit, blijkens de motivering in het vonnis van 20 december 2024, de in dat vonnis neergelegde veroordelingen, verboden en dwangsommen (zie r.o. 4.5. van het vonnis van 20 december 2024).<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter stelt voorop dat de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving alsook de tenuitvoerlegging van civielrechtelijke uitspraken naast elkaar kunnen bestaan. Dat dit hier anders is of dat de uitkomst van (een van) beide procedures van belang is voor het oordeel in deze kort geding procedure zodat dit dient te worden afgewacht, heeft [eiser] niet onderbouwd. [eiser] heeft nagenoeg niets gesteld over de stand van zaken in beide procedures. Niet valt in te zien naar het oordeel van de voorzieningenrechter waarom die omstandigheid dan tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 december 2024 zou moeten nopen.<\/p>\n<p>Conclusie<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen omstandigheid is die noopt tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 december 2024. Aangezien ook de geluids- en videofragmenten inmiddels door [gedaagden] in deze procedure zijn overgelegd, en zij dus geen belang meer heeft bij de op dit punt gevorderde veroordeling, zijn de vorderingen van [eiser] niet toewijsbaar.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter zal de vorderingen om die reden afwijzen.<\/p>\n<p>[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:<\/p>\n<p>&#8212; griffierecht<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>331,00;<\/p>\n<p>&#8212; salaris advocaat<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>1.661,00;<\/p>\n<p>&#8212; nakosten<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>178,00<\/p>\n<p>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing);<\/p>\n<p>totaal<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>2.170,00.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De voorzieningenrechter:<\/p>\n<p>wijst de vorderingen van [eiser] af,<\/p>\n<p>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van \u20ac 2.170,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met \u20ac 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,<\/p>\n<p>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. dr. J.J. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.<\/p>\n<p>JC<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10684\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Afwijzing van een vordering tot schorsing van de executie van een onherroepelijke uitspraak. Het verbeuren van de dwangsommen is door executant voldoende aannemelijk gemaakt. Geen misbruik van omstandigheden c.q. noodtoestand (Ritzen\/Hoekstra) indien executant dwangsommen int.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8080],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[11930,20633,9996,9995,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-588835","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-limburg","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-dwangsommen","kji_keyword-executant","kji_keyword-limburg","kji_keyword-rblim","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Afwijzing van een vordering tot schorsing van de executie van een onherroepelijke uitspraak. Het verbeuren van de dwangsommen is door executant voldoende aannemelijk gemaakt. Geen misbruik van omstandigheden c.q. noodtoestand (Ritzen\/Hoekstra) indien executant dwangsommen int.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"20 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \\\/ C\\\/03\\\/345164 \\\/ KG ZA 25-346 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T19:02:42+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \\\/ C\\\/03\\\/345164 \\\/ KG ZA 25-346\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346","og_description":"Afwijzing van een vordering tot schorsing van de executie van een onherroepelijke uitspraak. Het verbeuren van de dwangsommen is door executant voldoende aannemelijk gemaakt. Geen misbruik van omstandigheden c.q. noodtoestand (Ritzen\/Hoekstra) indien executant dwangsommen int.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"20 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/","name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T19:02:42+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510684-rechtbank-limburg-29-10-2025-c-03-345164-kg-za-25-346\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10684 Rechtbank Limburg , 29-10-2025 \/ C\/03\/345164 \/ KG ZA 25-346"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/588835","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=588835"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=588835"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=588835"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=588835"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=588835"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=588835"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=588835"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=588835"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}