{"id":588842,"date":"2026-04-17T21:05:55","date_gmt":"2026-04-17T19:05:55","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/"},"modified":"2026-04-17T21:05:55","modified_gmt":"2026-04-17T19:05:55","slug":"eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Civiel recht. Bodemzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie. Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan eiseres in conventie sloopwerkzaamheden heeft verricht bij gedaagde in conventie. In conventie: eiseres in conventie is van mening dat gedaagde in conventie zich niet gehouden heeft aan afspraken die zij in de overeenkomst gemaakt hebben. Ook vordert eiseres in conventie vergoeding van meerwerk. De eindconclusie in conventie is dat alle vorderingen worden afgewezen. In reconventie: eiseres in reconventie is van mening dat gedaagde in reconventie haar verplichtingen uit de overeenkomst niet is nagekomen. In reconventie wijst de rechtbank een aantal vorderingen toe. Verder wordt eiseres in reconventie toegelaten tot bewijs van haar stelling dat de schade aan het dak van haar bedrijfsgebouw enkel te wijten is aan de werkzaamheden van gedaagde in reconventie. Ook wordt eiseres in reconventie in de gelegenheid gesteld bij akte stukken in het geding te brengen waaruit de betaling blijkt door eiseres in reconventie van het schoonmaken van 108 auto&#039;s.<\/p>\n<p>vonnis<\/p>\n<h3>RECHTBANK LIMBURG<\/h3>\n<p>Burgerlijk recht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Maastricht<\/p>\n<p>zaaknummer: C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372<\/p>\n<p>Vonnis van 24 september 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>TITAN GROEP B.V.,<\/p>\n<p>te Beek (L.),<\/p>\n<p>eiseres in conventie,<\/p>\n<p>verweerster in reconventie,<\/p>\n<p>hierna te noemen: Titan Groep,<\/p>\n<p>advocaat mr. L.M. Bischof;<\/p>\n<p>tegen:<\/p>\n<p>VDL CASTINGS HEERLEN B.V.,<\/p>\n<p>te Hoensbroek,<\/p>\n<p>gedaagde in conventie,<\/p>\n<p>eiseres in reconventie,<\/p>\n<p>hierna te noemen: VDL,<\/p>\n<p>advocaat mr. E. Jansberg.<\/p>\n<h3>1Het verloop van de procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>de dagvaarding met producties 1 t\/m 7;<\/p>\n<p>de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties 1 t\/m 21;<\/p>\n<p>de dagbepaling van de mondelinge behandeling;<\/p>\n<p>de conclusie van antwoord in reconventie;<\/p>\n<p>de akte vermeerdering van eis, tevens houdende aanvullende producties in reconventie, met producties 22 en 23;<\/p>\n<p>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 april 2025;<\/p>\n<p>de spreekaantekeningen van VDL.<\/p>\n<p>Ten slotte is vonnis bepaald.<\/p>\n<h3>2De feiten<\/h3>\n<h3>In conventie en in reconventie<\/h3>\n<p>Partijen hebben op 8 mei 2023 een overeenkomst gesloten. Op grond van die overeenkomst heeft Titan Groep sloopwerkzaamheden verricht ten behoeve van VDL aan de installaties \u2018furaanlijn\u2019 op het fabrieksterrein van VDL. Tot de te slopen onderdelen behoorden filterinstallaties, afzuigleidingen en twee silo\u2019s op het dak van de fabriek van VDL.<\/p>\n<p>De overeenkomst is tot stand gekomen doordat Titan Groep op 8 mei 2023 een brief van VDL van 3 mei 2023 heeft ondertekend. Deze brief luidt \u2013 voor zover in het kader van dit geschil van belang \u2013 als volgt:<\/p>\n<p>\u201cUw kenmerk: Offerte (\u2026) d.d. 17 april 2023<\/p>\n<p>Geachte heer [naam] ,<\/p>\n<p>Met deze, door u mede te ondertekenen, brief geven wij u opdracht tot het verrichten van de volgende werkzaamheden ten behoeven van bovengenoemd project:<\/p>\n<p>Werkzaamheden en\/of leveringen bestaan uit: slopen en verwijderen van alle rood gemerkte en besproken installaties van de voormalige furaanlijn bij VDL en bezemschoon opleveren.<\/p>\n<p>Een en ander overeenkomstig uw Aanbieding en eventuele relevante correspondentie welke als bijlage 2 en 3 aan deze overeenkomst gehechte documenten.<\/p>\n<p>Aanneemsom:<\/p>\n<p> De opbrengst ten bate van VDL voor alle werkzaamheden, leveringen en diensten zoals in deze opdracht omschreven bedraagt minimaal 15.000,00 exclusief btw.<\/p>\n<p> Dit bedrag is als volgt opgebouwd:<\/p>\n<p>Sloopkosten<\/p>\n<p>\u20ac 234.800,00<\/p>\n<p>Calculatie<\/p>\n<p>Opbrengsten materialen<\/p>\n<p>\u20ac 249.800,00<\/p>\n<p>Schatting op basis van geschatte gewichten en afgesproken kg-prijzen in offerte. Minder gewicht is voor risico Titan Groep. Meer gewicht wordt 50\/50 verdeeld tussen Titan groep en VDL Castings Heerlen. Alle af te voeren metalen worden bij VDL Castings Heerlen gewogen.<\/p>\n<p>Totaal ten gunste van VDL (excl BTW) minimaal \u20ac 15.000,&#8212;<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Uitvoering:<\/p>\n<p> De periode van uitvoering en planning is als volgt vastgesteld;<\/p>\n<p> 15 mei t\/m 31 juli 2023<\/p>\n<p>Voorwaarden:<\/p>\n<p> Op deze opdracht zijn de Algemene Inkoopvoorwaarden VDL Vastgoed BV_versie 10-2022 (NL) van toepassing als in bijlage 1 aan deze overeenkomst gehecht. De door u toegepaste of toe te passen algemene voorwaarden worden door ons uitdrukkelijk van de hand gewezen.<\/p>\n<p>Opdrachtnemer verklaart door medeondertekening nadrukkelijk in te stemmen met de Algemene inkoopvoorwaarden VDL Vastgoed BV_versie 10-2022 (NL) en verklaart tevens een exemplaar van deze voorwaarden, alsmede van alle in deze opdracht genoemde bijlagen te hebben ontvangen.(\u2026)\u201d<\/p>\n<p>In de offerte van Titan Groep van 17 april 2023, die door VDL voor akkoord is getekend, zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd:<\/p>\n<p>\u201c<br \/>\n Uitgangspunten:<\/p>\n<p>\uf0b7 Onderdelen zijn vrij van asbest,<\/p>\n<p>\uf0b7 Machines\/leidingen en tanks zijn vrij van vloeistoffen en schadelijke stoffen<\/p>\n<p>\uf0b7 In deze opstelling zijn de kosten voor het aflaten en verwerken van de uitkomende olie van het hydraulisch aggregaat inbegrepen.<\/p>\n<p>\uf0b7 Zie bijlage\u2019s de foto\u2019s van de te slopen onderdelen, incl plattegrond van gebouw.\u201d<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Uitgangspunten aanbieding:<\/p>\n<p>Uitkomende materialen worden eigendom van sloper.<\/p>\n<p>o Indien er meer kilo,s ferro of non ferro materialen uitkomen zullen de opbrengsten van deze kilo\u2019s 50\/50 verdeelt worden tussen VDL en Titan groep.<\/p>\n<p>o Minder kilo\u2019s is voor risico Titan groep<\/p>\n<p>o Containers welke afgevoerd worden dienen te worden gewogen opde weegbrug bij VDL<\/p>\n<p>Uitgangspunt voor de hoeveelheden is begroting versie B dd 14-04-2-23 (zie bijlage)(\u2026)\u201d<\/p>\n<p>De voorwaarden van VDL luiden \u2013 voor zover in het kader van dit geschil van belang \u2013 als volgt:<\/p>\n<p>\u201c(\u2026)<\/p>\n<p>De prijzen zijn vast, tenzij de Overeenkomst de omstandigheden vermeldt die tot prijsaanpassing kunnen leiden, alsmede de wijze bepaalt waarop de aanpassing plaatsvindt.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>VDL is slechts gehouden om te betalen voor werkzaamheden die niet in de Overeenkomst zijn opgenomen, indien deze werkzaamheden en de gevolgen daarvan voor de overeengekomen prijs vooraf schriftelijk met VDL zijn afgestemd en VDL op basis van die afstemming schriftelijk opdracht voor het verrichten van de werkzaamheden heeft gegeven.<\/p>\n<p>Het ontbreken van overeenstemming over de aanpassing van prijs of termijn geeft Leverancier niet het recht de uitvoering van de wijziging op te schorten. Tot meerwerk worden in ieder geval niet additionele werkzaamheden gerekend, die Leverancier bij het sluiten van de Overeenkomst had kunnen of moeten voorzien teneinde de overeengekomen prestatie(s) en functionaliteit(en) te kunnen leveren of die het gevolg zijn van een tekortkoming van Leverancier.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Leverancier zal VDL en zijn Gelieerde Bedrijven vrijwaren tegen en schadeloosstellen voor ieder nadeel, waar onder begrepen aansprakelijkheden, vorderingen (ongeacht of van derden), kosten, schade, verliezen en uitgaven (inclusief in- en buitengerechtelijke kosten, en juridische kosten en uitgaven) dat wordt veroorzaakt door of voortvloeit uit niet -, niet-tijdige -, of niet behoorlijke nakoming van de Overeenkomst door Leverancier, of enige andere tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst of daaraan gerelateerde overeenkomsten door Leverancier dan wel schending van enige andere contractuele of buiten contractuele verplichting door Leverancier.(\u2026)\u201d<\/p>\n<p>Titan Groep is in mei 2023 gestart met het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden aan de furaanlijn. Meer specifiek is Titan Groep omstreeks 18 september 2023 begonnen met het slopen van de filterinstallaties en afzuigleidingen op het dak van de fabriek van VDL.<\/p>\n<p>Op 4 oktober 2023 is bij het hijsen van afvoerbuizen door Titan Groep een buisdeel neergestort op het dak van de fabriek van VDL.<\/p>\n<p>Afgevoerd is 798.924 kg ferromateriaal.<\/p>\n<h3>3Het geschil<\/h3>\n<h3>In conventie<\/h3>\n<p>Titan Groep vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:<\/p>\n<p>I. voor recht verklaart dat VDL toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen, alsmede\/onderscheidenlijk onrechtmatig jegens Titan Groep heeft gehandeld en uit dien hoofde aansprakelijk is voor alle door Titan Groep geleden en nog te lijden schade;<\/p>\n<p>II. VDL veroordeelt tot betaling van een bedrag voorlopig te begroten op \u20ac 45.595,30 (exclusief btw en p.m.), althans subsidiair \u20ac 14.443,&#8212; (exclusief btw en p.m.), althans een door de rechtbank nader te bepalen bedrag, althans nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, vanaf de dag van de onrechtmatige daad, dan wel de dag van in gebreke zijn, dan wel van de dag van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening van de schuld, een en ander binnen veertien dagen nadat de rechtbank in dezen vonnis heeft gewezen;<\/p>\n<p>III. VDL veroordeelt in de volledige proceskosten van deze procedure, dan wel een volgens het liquidatietarief vast te stellen bedrag, althans een door de rechtbank nader te bepalen bedrag, de kosten van het beslag en de buitengerechtelijke kosten, deze laatste te begroten volgens de staffel BIK, ten bedrage van minimaal \u20ac 1.230,95, althans een door de rechtbank nader te bepalen bedrag, en te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met wettelijke (handels)rente vanaf de vijftiende dag tot en met de dag der algehele voldoening.<\/p>\n<p>VDL voert verweer.<\/p>\n<p>Op de standpunten van partijen zal, voor zover relevant, hieronder worden ingegaan.<\/p>\n<p>In reconventie<\/p>\n<p>VDL vordert, na vermeerdering van haar eis bij akte en na vermindering van haar eis tijdens de mondelinge behandeling, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:<\/p>\n<p>Titan Groep veroordeelt tot betaling aan VDL van een bedrag van \u20ac 87.231,09 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over \u20ac 65.862,77 vanaf 24 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;<\/p>\n<p>voorwaardelijk, voor zover het beroep op verrekening ter zake in conventie wordt afgewezen, Titan Groep veroordeelt tot betaling aan VDL van een bedrag van \u20ac 2.625,70, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf<br \/>\n22 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;<\/p>\n<p>Titan Groep veroordeelt in de kosten van dit geding in reconventie, met inbegrip van de na het gewezen vonnis verschuldigde nakosten, en daarbij bepaalt dat de proces- en nakosten binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis door Titan Groep dienen te zijn voldaan, alsmede bepaalt dat deze proces- en nakosten met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis worden vermeerderd met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>Titan Groep voert verweer.<\/p>\n<p>Op de standpunten van partijen zal, voor zover relevant, hieronder worden ingegaan.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<h3>In conventie en in reconventie<\/h3>\n<p>Bij de beoordeling van het geschil gaat de rechtbank uit van het volgende.<br \/>\nTitan Groep heeft vanaf mei 2023 sloopwerkzaamheden verricht bij VDL op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst. Onderdeel van die overeenkomst is de afspraak dat het materiaal dat vrijkomt bij het slopen eigendom wordt van Titan Groep. Partijen zijn het er over eens dat op de overeenkomst uitsluitend de algemene voorwaarden van VDL van toepassing zijn.<\/p>\n<p>In conventie<\/p>\n<p>Titan Groep stelt dat zij deze procedure gestart is omdat zij voor \u20ac 25.443,00<br \/>\nexclusief btw aanvullende werkzaamheden verricht heeft en omdat zij een verlies van<br \/>\n\u20ac 31.152,30 exclusief btw geleden heeft op de waarde van het materiaal dat bij het slopen vrij is gekomen. Zij is van mening dat VDL deze bedragen aan haar moet vergoeden.<\/p>\n<p>Verwijderingskosten (onderdeel van de vordering van \u20ac 25.443,00)<\/p>\n<p>Tijdens het uitvoeren van het werk heeft Titan Groep kosten moeten maken voor het verwijderen van een bepaalde stof die zij heeft aangetroffen op de werkplek. Zij is van mening dat VDL die kosten aan haar moet vergoeden, primair omdat VDL is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en subsidiair omdat er is sprake van een onrechtmatige daad.<\/p>\n<p>Tekortkoming door VDL?<\/p>\n<p>Partijen verschillen van mening of VDL haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen.<\/p>\n<p>Volgens Titan Groep moest VDL op grond van de uitgangspunten die geformuleerd zijn in de overeenkomst, er voor zorgen dat machines, leidingen en tanks vrij zijn van vloeistoffen en andere schadelijke stoffen. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden heeft Titan Groep grote hoeveelheden fijnstof aangetroffen in silo\u2019s, machines en installaties die gesloopt moesten worden. Deze fijnstof kan aangemerkt worden als een \u2018schadelijke stof\u2019, omdat de stof zorgt voor oxidatie. Als gevolg daarvan heeft zij deze stof moeten laten verwijderen, wat extra kosten voor haar heeft opgeleverd.<\/p>\n<p>VDL betwist dat zij tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Van fijnstof is volgens haar geen sprake. De stof waar Titan Groep op doelt, betreft volgens haar ijzerstof. IJzerhoudende deeltjes zijn geen \u2018gevaarlijke stoffen\u2019 zoals bedoeld in de overeenkomst. IJzerstof in de leidingen wordt vooraf weggezogen door VDL, maar er kan altijd wat ijzerstof achterblijven en dat achterblijvende stof is niet te reinigen. Dat kan er pas uit bij de demontage, aldus VDL. Als Titan Groep vond dat filterinstallaties en afvoerleidingen onvoldoende waren gereinigd, dan had Titan Groep dat op grond van artikel 7:754 BW moeten melden, aldus VDL.<\/p>\n<p>De rechtbank begrijpt uit de toelichting van Titan Groep tijdens de mondelinge behandeling dat waar Titan Groep spreekt over \u2018fijnstof\u2019 zij doelt op ijzerstof. Partijen twisten over de uitleg van het begrip \u2018schadelijke stoffen\u2019 in de overeenkomst. De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige<br \/>\npartijen kan worden verwacht. De rechtbank is van oordeel dat Titan Groep in het licht van de gemotiveerde betwisting door VDL, niet toereikend toegelicht heeft waarom de aangetroffen ijzerhoudende deeltjes aangemerkt moeten worden als gevaarlijke stoffen als bedoeld in de overeenkomst. Het enkele feit dat deze deeltjes in combinatie met water tot roestvorming kunnen leiden van objecten waarop ijzerdeeltjes terecht zijn gekomen, bekent niet dat de ijzerhoudende deeltjes als zodanig gevaarlijke stoffen zijn.<\/p>\n<p>De slotsom is dat de aangetroffen ijzerstof niet aangemerkt kan worden als<br \/>\n\u2018gevaarlijke stof\u2019 in de zin van de overeenkomst. Van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door VDL op die grond is daarom geen sprake. De kosten die Titan Groep heeft moeten maken om het ijzerstof te verwijderen, kunnen op die grondslag dus niet verhaald worden op VDL.<\/p>\n<p>Onrechtmatige daad door VDL?<\/p>\n<p>Meer subsidiair voert Titan Groep aan dat het niet mededelen van de op de locatie aanwezige verontreiniging &#8212; de rechtbank begrijpt dat zij doelt op de ijzerstof &#8212; een onrechtmatige daad is van VDL jegens haar. VDL moet op die subsidiaire grond de door haar gemaakte verwijderingskosten vergoeden, aldus Titan Groep.<\/p>\n<p>De rechtbank verwerpt dit betoog. Hiervoor is geoordeeld dat er geen contractuele gehoudenheid was voor VDL om alle ijzerstof verwijderd te hebben voordat Titan Groep met haar werk begon. VDL heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd toegelicht waarom het ook niet mogelijk is om al het ijzerstof voor de aanvang van de werkzaamheden van Titan Groep te verwijderen. Daarop is niet gemotiveerd gereageerd door Titan Groep.<\/p>\n<p>Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk waarom onder die omstandigheden het aanwezig zijn van ijzerstof een onrechtmatige daad oplevert jegens Titan Groep. Voor zover voor Titan Groep het niet aanwezig zijn van ijzerstof v\u00f3\u00f3r de aanvang van haar werk cruciaal was, had het op haar weg gelegen om dat expliciet op te nemen in de offerte. De<br \/>\ngevorderde verwijderingskosten zijn op deze subsidiaire grondslag evenmin toewijsbaar.<\/p>\n<p>Meerwerk (onderdeel van de vordering van \u20ac 25.443,00)<\/p>\n<p>Partijen verschillen van mening of VDL opdracht heeft gegeven aan Titan Groep tot meerwerk.<\/p>\n<p>Titan Groep stelt dat zij aanvullende werkzaamheden heeft moeten laten uitvoeren: het schoonmaken van de kraan na de stofoverlast, de silo aflaten met zand, het verwijderen van ge\u00efsoleerde platen en het verwijderen van bouw- en sloopafval en hout. Mondeling is een meerwerkopdracht gegeven voor het verwijderen van het zand in de silo en voor de aangetroffen hoeveelheid fijnstof, aldus Titan Groep. Zij grondt deze vordering primair op meerwerk, subsidiair op artikel 7:753 BW en meer subsidiair op artikel 6:265 BW.<\/p>\n<p>Uit productie 5, bijlage 1, bij de dagvaarding leidt de rechtbank af dat het door<br \/>\nTitan Groep gevorderde bedrag van \u20ac 25.443,00 exclusief btw aan meerwerk bestaat uit een aantal posten:<\/p>\n<p>Stofoverlast schoonmaken kraan \u20ac 500,00<\/p>\n<p>Silo aflaten met zand \u20ac 1.128,00<\/p>\n<p>Ge\u00efsoleerde platen 2e verdieping \u20ac 900,00 + \u20ac 640,00<\/p>\n<p>Opruimen 4e verdieping bsa en hout \u20ac 540,00<\/p>\n<p>Stagnatie uren brandweer\/stofoverlast \u20ac 15.300,00<\/p>\n<p>Fase 8-30 stuks karretjes die missen \u20ac 6.435,00<\/p>\n<p>Kosten schoonmaken kraan na stofoverlast<\/p>\n<p>VDL stelt dat de extra kosten in verband met schoonmaken van de kraan een gevolg zijn van een eigen fout van Titan Groep. Op 4 oktober 2023 is als gevolg van een fout van Titan Groep een getakelde afvoerbuis neergestort, waardoor veel ijzerhoudend stof vrij is gekomen en waardoor de kraan ernstig vervuild is geraakt.<\/p>\n<p>Titan Groep heeft niet betwist dat als gevolg van haar fout een afvoerbuis naar beneden is gestort. Zij heeft evenmin betwist dat daardoor veel ijzerhoudend stof is vrijgekomen en een kraan ernstig vervuild is geraakt. Dat betekent dat de kosten van het reinigen van de kraan, zoals VDL stelt, zijn te wijten aan een fout van Titan Groep. De gevorderde meerwerkpost van \u20ac 500,00 zal derhalve te worden afgewezen.<\/p>\n<p>Kosten silo aflaten met zand, verwijderen van ge\u00efsoleerde platen op de 2e verdieping en het verwijderen van bouw- en sloopafval en hout van de 4e verdieping<\/p>\n<p>VDL erkent voor deze drie posten een bedrag van \u20ac 2.170,00 exclusief btw (\u20ac 2.625,70 inclusief btw) ter zake meerwerk verschuldigd te zijn. Meer specifiek geldt dat zij voor de post \u2018silo aflaten met zand\u2019 een bedrag erkent van \u20ac 90,00 en niet het meerdere tot \u20ac 1.128,00. VDL is van mening dat het gevorderde bedrag niet in verhouding staat tot het aantal gewerkte uren. Het werk heeft maximaal 2 uur geduurd. De posten \u2018demontage ge\u00efsoleerde wanden\u2019 ad \u20ac 900,00, \u2018kraanwerk\u2019 ad \u20ac 640,00 en \u2018demontage en opruimen rekken zolder\u2019 ad \u20ac 540,00 heeft zij erkend. Zij beroept zich primair op verrekening met haar vordering in reconventie op Titan Groep.<\/p>\n<p>Titan Groep heeft niet meer gemotiveerd gereageerd op het betoog van VDL dat het meerwerk voor de post \u2018silo aflaten met zand\u2019 vanwege de beperkte tijd die het gekost heeft, niet meer dan \u20ac 90,00 bedragen heeft. De rechtbank zal het meerdere (\u20ac 1.038,00) dan ook afwijzen. Nu de overige de posten \u2018demontage ge\u00efsoleerde wanden\u2019 ad \u20ac 900,00, \u2018kraanwerk\u2019 ad \u20ac 640,00 en \u2018demontage en opruimen rekken zolder\u2019 ad \u20ac 540,00 zijn erkend, staat vast dat VDL gehouden is om \u20ac 2.170,00 ex btw (\u20ac 2.625,70 inclusief btw) aan meerwerk te betalen.<\/p>\n<p>Kosten stagnatie uren brandweer\/stofoverlast en missende karretjes<\/p>\n<p>VDL voert aan dat de meerwerkposten bestaande in \u201cstagnatie uren brandweer\/stofoverlast\u201d, voor een bedrag van \u20ac 15.300,00 en een bedrag van \u20ac 6.435,00 wegens \u201cmissende karretjes a 1950kg\u201d niet onderbouwd zijn. De post \u201cstagnatie uren brandweer\/stofoverlast\u201d is volgens VDL ten onrechte opgevoerd. De stagnatie is immers door<br \/>\nTitan Groep zelf veroorzaakt: tijdens de sloopwerkzaamheden zijn meerdere kleine brandjes uitgebroken of heeft rook en\/of stof het brandsysteem geactiveerd, waardoor ontruiming van het gebouw noodzakelijk was. De missende karretjes waren volgens haar v\u00f3\u00f3r de inventarisatie voorafgaand aan het project al verkocht. De afwezigheid daarvan had door Titan Groep kunnen worden vastgesteld voorafgaand aan het opstellen van de offerte.<\/p>\n<p>De rechtbank wijst de vordering wegens \u201cstagnatie uren brandweer\/stofoverlast\u201d af. Gesteld noch gebleken is dat de ontstane brandjes door VDL zijn veroorzaakt, of dat zij daarvoor verantwoordelijk was. Voor zover de noodzaak om de brandweer in te schakelen, is ontstaan doordat stofoverlast het brandmeldsysteem heeft geactiveerd, heeft Titan Groep evenmin recht op meerwerkvergoeding. Gelet op wat eerder is overwogen over de gevorderde verwijderingskosten van het ijzerstof, had van Titan Groep mogen worden verwacht dat zij maatregelen had getroffen om die stofoverlast te voorkomen.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de ontbrekende opbrengst van de niet-aanwezige karretjes overweegt de rechtbank dat deze post niet aangemerkt kan worden als \u201cmeerwerk.\u201d Er is, zoals Titan Groep stelt, sprake van een gemiste hoeveelheid opbrengst aan sloopmateriaal voor haar met een gestelde waarde van \u20ac 6.435,00. Verder geldt dat niet gebleken is dat in de overeenkomst tussen partijen specifieke items (waaronder de bedoelde karretjes) zijn genoemd die door VDL aan Titan Groep zijn verkocht, dan wel waarvan de opbrengst als onderdeel van de sloopwerkzaamheden aan Titan Groep toe zou komen. Derhalve kan Titan Groep niet claimen, voor zover zij dat subsidiair bedoeld zou hebben, dat zij een bedrag van \u20ac 6.435,00 is misgelopen door een tekortkoming van VDL. Dit deel van de vordering wordt dus afgewezen.<\/p>\n<p>De slotsom is dat behoudens een bedrag van \u20ac 2.170,00 ex btw (\u20ac 2.625,70 inclusief btw), de rest van de vordering van \u20ac 25.443,00 exclusief btw niet toewijsbaar is. Dat deel van vordering 2 zal worden afgewezen. Voor het wel toewijsbare bedrag van<br \/>\n\u20ac 2.170,00 ex btw (\u20ac 2.625,70 inclusief btw) heeft VDL een beroep op verrekening gedaan. Op dit beroep op verrekening zal de rechtbank in rov. 4.44 en 4.45 van dit vonnis ingaan.<\/p>\n<p>Daling van de staalprijs (vordering van \u20ac 31.152,30)<\/p>\n<p>Titan Groep stelt dat de tarieven in de offerte, die de grondslag gevormd heeft voor de overeenkomst, geldig waren tot 27 april 2023. Op basis van die tarieven is in de offerte opgenomen dat Titan Groep aan VDL een uitkering zal doen van \u20ac 15.000,00 exclusief btw voor de uitkomende materialen die eigendom worden van Titan Groep. De werkzaamheden zijn echter pas in mei 2023 gestart. De staalprijs was toen gedaald, waardoor Titan Groep een verlies van \u20ac 39.752,00 heeft geleden op de opbrengst van de materialen. Omdat er sprake was van een \u2018meergewicht\u2019 van 74,78 ton, die 50\/50 verdeeld wordt tussen partijen, kan op dit verlies \u20ac 8.599,70 in mindering gebracht worden. Haar schade bedraagt dan<br \/>\n\u20ac 31.152,30 exclusief btw. Titan Groep stelt dat het niet tijdig geven van de opdracht door VDL een \u2018bijzonder gevaar\u2019 in de zin van artikel 7:406 lid 2 BW oplevert en haar schade op die grond door VDL aan haar vergoed moet worden.<\/p>\n<p>VDL voert aan dat artikel 7:406 BW niet van toepassing is; er is geen sprake van een overeenkomst van opdracht maar van een aannemingsovereenkomst.<\/p>\n<p>Ter zitting is gebleken dat partijen het er over eens zijn dat er sprake is van een aannemingsovereenkomst. De rechtbank is met partijen van oordeel dat overeenkomst gekwalificeerd kan worden als een aannemingsovereenkomst. Dat betekent dat artikel 7:406 BW, dat geldt in geval van een overeenkomst van opdracht, niet van toepassing is. Dit artikel kan dus niet dienen als grondslag voor de vordering tot vergoeding van schade. De vordering van Titan Groep van \u20ac 31.152,30 zal worden afgewezen.<\/p>\n<p>Vordering 2 voor zover die ziet op het bedrag van \u20ac 31.152,30 wordt afgewezen.<\/p>\n<p>In reconventie<\/p>\n<p>Is Titan Groep haar verplichtingen uit de overeenkomst nagekomen?<\/p>\n<p>Partijen verschillen van mening of Titan Groep haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen.<\/p>\n<p>De vordering van \u20ac 18.150,&#8212; inclusief btw ter zake de minimumopbrengst<\/p>\n<p>VDL stelt dat haar op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst op zijn minst een bedrag toekomt van \u20ac 15.000,00 exclusief btw, zijnde \u20ac 18.150,00 inclusief btw.<\/p>\n<p>Titan Groep is het daar niet mee eens. Het bedrag van \u20ac 15.000,00 was gebaseerd op de tarieven die golden tot 27 april 2023 en die tarieven zijn nadien gedaald.<\/p>\n<p>VDL heeft daartegen ingebracht dat partijen op grond van artikel 3.2. van haar algemene voorwaarden een vaste prijs zijn overeengekomen.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt dat partijen de overeenkomst zijn aangegaan op het moment dat de geldigheidsdatum voor de tarieven, zoals opgenomen in de offerte, al voorbij was. In de brief van 3 mei 2023 van VDL, die Titan Groep op 8 mei 2023 heeft ondertekend, staat vetgedrukt vermeld dat VDL minimaal \u20ac 15.000,00 exclusief btw zal betalen.<br \/>\nTitan Groep heeft verder niet betwist dat in artikel 3.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden van VDL is bepaald dat de prijzen vast zijn, tenzij de overeenkomst de omstandigheden vermeldt die tot prijsaanpassing kunnen leiden, alsmede de wijze bepaalt waarop de aanpassing plaatsvindt. Titan Groep heeft niet heeft gesteld dat de in artikel 3.2 bedoelde uitzondering van toepassing is, zodat ervan moet worden uitgegaan dat tussen partijen een vaste prijs is afgesproken. De rechtbank leidt uit al het voorgaande af dat partijen ingestemd hebben met een door Titan Groep aan VDL te betalen bedrag van minimaal \u20ac 15.000,00 exclusief btw, ofwel \u20ac 18.150,00 inclusief btw. Titan Groep heeft niet betwist dat zij dit bedrag niet betaald heeft aan VDL. De rechtbank zal daarom het gevorderde bedrag van<br \/>\n\u20ac 18.150,00 inclusief btw bij eindvonnis toewijzen aan VDL.<\/p>\n<p>De vordering van \u20ac 18.233,47 ter zake het \u201cmeergewicht\u201d<\/p>\n<p>VDL stelt dat zij op grond van de afspraak van partijen om de waarde van het meergewicht aan ferromateriaal boven de drempelwaarde van 695.000 kg bij helfte te delen, recht heeft op betaling door Titan Groep van \u20ac 15.068,98 exclusief btw (\u20ac 18.233,47 inclusief btw). Als toelichting merkt zij daarbij op dat de daadwerkelijke opbrengst van het ferromateriaal 798.924 kg was. De overeengekomen waarde per ton bedraagt volgens VDL \u20ac 290,&#8212;.<\/p>\n<p>Titan Groep heeft de berekening van VDL die ten grondslag ligt aan de vordering op basis van het geconstateerde meergewicht niet betwist. De vordering van VDL ter grootte van \u20ac 18.233,47 inclusief btw zal daarom bij eisvonnis worden toegewezen.<\/p>\n<p>De vordering van \u20ac 8.075,&#8212; ter zake de reparatie van het dak<\/p>\n<p>Als gevolg van de gebrekkige uitvoering door Titan Groep van de door haar aangenomen sloopwerkzaamheden is volgens VDL schade aan het dak van haar bedrijfsgebouw ontstaan. De kosten van het herstel van scheuren en brandgaten in het dak worden door VDL begroot op \u20ac 8.075,00. Op grond van het bepaalde in artikel 16.1 van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, stelt VDL dat Titan Groep haar moet vrijwaren ter zake deze kosten.<\/p>\n<p>Titan Groep betwist dat de schade aan het dak het gevolg is van haar werkzaamheden. Daar waar de slijptol gebruikt is, zijn branddekens gebruikt. Volgens Titan Groep verkeerde het dak v\u00f3\u00f3r de sloopwerkzaamheden al in slechte conditie.<\/p>\n<p>Gelet op de gemotiveerde betwisting van Titan Groep, zal de rechtbank VDL toelaten te bewijzen dat de schade aan het dak enkel is te wijten aan de werkzaamheden van<br \/>\nTitan Groep.<\/p>\n<p>De vordering van \u20ac 32.105,00 ter zake betaalde schoonmaakkosten van 108 auto\u2019s<\/p>\n<p>VDL stelt dat door de gebrekkige uitvoering van de werkzaamheden door Titan Groep roestschade is ontstaan aan 108 auto\u2019s die zich bevonden op aangrenzende bedrijfsterreinen van andere bedrijven. De bij de sloopwerkzaamheden vrij gekomen ijzerdeeltjes zijn overgewaaid en op die auto\u2019s terecht gekomen en zijn vervolgens, na nat te zijn geworden, gaan corroderen. VDL stelt de schoonmaakkosten van die 108 auto\u2019s te hebben vergoed aan het schoonmaakbedrijf Autocleaning Parkstad. Die totale kosten hebben \u20ac 32.105,00 bedragen. Op grond van het bepaalde in artikel 16.1 van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, stelt VDL dat Titan Groep haar moet vrijwaren ter zake deze kosten, omdat in artikel 16.1 is bepaald dat Titan Groep VDL dient te vrijwaren ter zake van ieder nadeel, waaronder begrepen aansprakelijkstellingen en vorderingen (van derden), die worden veroorzaakt door een niet-behoorlijke nakoming van de overeenkomst tussen partijen. Volgens haar is, gelet op de ruime formulering van de artikel 16.1 van de algemene voorwaarden, niet vereist dat een causaal verband tussen het werk van Titan Groep en de klachten over de ijzerstof op de auto\u2019s komt vast te staan.<\/p>\n<p>Niet duidelijk is volgens Titan Groep op welke rechtsgrond VDL de schade<br \/>\nvordert. Titan Groep betoogt dat schade die VDL als gevolg van de stofoverlast stelt te hebben geleden, is veroorzaakt door een veegwagen, die in opdracht van VDL is ingeschakeld. De schade is ontstaan n\u00e1 de afloop van de sloopwerkzaamheden van Titan Groep. VDL is daarom volgens Titan Groep voor die schade verantwoordelijk. Verder voert Titan Groep als verweer dat de door VDL gevorderde schade niet door VDL maar door derden is geleden.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat VDL w\u00e9l een rechtsgrond aangevoerd heeft ter onderbouwing van haar vordering, namelijk artikel 16.1 van haar algemene voorwaarden.<br \/>\nAnders dan VDL stelt, moet er volgens dat artikel w\u00e9l een causaal verband bestaan tussen de schade die VDL heeft vergoed aan derden en de door Titan Groep uitgevoerde werkzaamheden. Dat blijkt uit de volgende woorden van artikel 16.1: \u201cwordt veroorzaakt door of voortvloeit uit.\u201d<\/p>\n<p>De rechtbank acht niet aannemelijk dat de schade als gevolg van het ijzerhoudende stof een gevolg is van de inzet van een veegwagen in opdracht van VDL. De schade bestaat immers niet in het overwaaien en vervolgens neerdalen op de auto\u2019s van het stof. Het ontstaat door het vervolgens corroderen daarvan, als gevolg van het vochtig worden van dat stof. Titan Groep heeft niet betwist dat op de dag dat de veegwagen is ingezet (17 oktober 2023) het droog weer was, terwijl op diezelfde dag de eerste schademeldingen zijn gedaan. De corrosie heeft dus betrekking op ijzerhoudend stof dat eerder is overgewaaid dan op de dag van de inzet van de veegwagen.<\/p>\n<p>Titan Groep heeft nog aangevoerd dat VDL geen bewijs van betaling van schadevergoeding aan de betreffende derden heeft overgelegd. Gelet op dat verweer zal de rechtbank VDL in de gelegenheid stellen bij akte stukken in het geding te brengen waaruit de betaling door VDL blijkt van de facturen ter zake van het schoonmaken van de 108 auto\u2019s. Titan Groep zal daarna bij antwoord-akte mogen reageren.<\/p>\n<p>De vordering van \u20ac 17.288,50 ter zake van juridische kosten<\/p>\n<p>Op grond van artikel 16.1 van de door VDL gehanteerde algemene voorwaarden stelt VDL recht te hebben op de gemaakte juridische kosten. Na vermeerdering van eis bedragen deze kosten \u20ac 17.288,50.<\/p>\n<p>Titan Groep voert primair als verweer, dat nu VDL te kort is geschoten, er geen grondslag is voor de betaling van re\u00eble proceskosten, subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat niet zowel re\u00eble proceskosten \u00e1ls geliquideerde proceskosten kunnen worden gevorderd.<\/p>\n<p>Titan Groep betwist niet dat VDL op grond van artikel 16.1. van haar algemene voorwaarden aanspraak kan maken op een vergoeding van re\u00eble proceskosten door Titan Groep, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. Uit hetgeen in conventie is overwogen, volgt dat VDL niet te kort is geschoten, zodat die stelling van Titan Groep niet in de weg staat aan een re\u00eble proceskostenveroordeling. Juist is wel dat niet zowel re\u00eble als geliquideerde proceskosten kunnen worden gevorderd. De hoogte van de werkelijke kosten zijn door VDL bij akte vermeerdering eis becijferd op \u20ac 17.288,50. Dit bedrag zal bij eindvonnis worden toegewezen.<\/p>\n<p>Vervolg in conventie<\/p>\n<p>Beroep op verrekening<\/p>\n<p>In conventie heeft VDL erkend een bedrag van \u20ac 2.170,00 ex btw (\u20ac 2.625,70 inclusief btw) aan meerwerk verschuldigd te zijn. Zij heeft een beroep op verrekening gedaan met haar vorderingen in reconventie.<\/p>\n<p>Hierboven is in reconventie geoordeeld dat in ieder geval de vorderingen van VDL ter grootte van \u20ac 18.150,00, \u20ac 18.233,47 en \u20ac 17.288,50 toewijsbaar zijn, zodat het beroep op verrekening slaagt.<\/p>\n<p>Eindconclusie in conventie en proceskosten in conventie<\/p>\n<p>De eindconclusie in conventie is dat alle vorderingen zullen worden afgewezen.<\/p>\n<p>Titan Groep zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VDL worden begroot op:<\/p>\n<p>&#8212; griffierecht \u20ac 2.889,00;<\/p>\n<p>&#8212; salaris advocaat \u20ac 2.428,00 (2 punten \u00d7 tarief \u20ac 1.214,00);<\/p>\n<p>Totaal \u20ac 5.317,00.<\/p>\n<p>De nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten zijn eveneens toewijsbaar. De veroordelingen zullen bij eindvonnis worden uitgesproken.<\/p>\n<p>Vervolg in reconventie<\/p>\n<p>Bij de berekening in het eindvonnis van het toe te wijzen bedrag in reconventie, zal de vordering van Titan Groep op VDL van \u20ac 2.625,70 inclusief btw in mindering gebracht worden op de vorderingen van VDL op Titan Groep die zijn toegewezen.<\/p>\n<p>In afwachting van de bewijslevering en de aktewisseling zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>In conventie<\/p>\n<p>houdt iedere beslissing aan;<\/p>\n<p>In reconventie<\/p>\n<p>draagt VDL op te bewijzen dat de schade aan het dak enkel is te wijten aan de werkzaamheden van Titan Groep;<\/p>\n<p>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 22 oktober 2025 voor:<br \/>\n&#8212; uitlating door VDL of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en\/of door een ander bewijsmiddel;<\/p>\n<p>&#8212; het nemen van een akte door VDL over hetgeen is vermeld in rov. 4.40<\/p>\n<p>bepaalt dat, als VDL geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,<\/p>\n<p>bepaalt dat, als VDL getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden maart 2026 tot en met juni 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,<\/p>\n<p>bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. I.M. Etman, in het gerechtsgebouw te Maastricht, Sint Annadal 1,<\/p>\n<p>bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,<\/p>\n<p>verstaat dat Titan Groep op de rol vier weken na indiening van de akte door VDL over hetgeen is vermeld in rov. 4.41 een antwoordakte mag nemen;<\/p>\n<p>houdt iedere verdere beslissing aan.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, rechter, en in het openbaar uitgesproken.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Zie proces-verbaal van de mondelinge behandeling, pagina 6.<\/li>\n<li>Zie rov. 2.5<\/li>\n<li>Zie rov .2.1<\/li>\n<li>Zie rov. 2.2 en 2.3<\/li>\n<li>Zie proces-verbaal van de mondelinge behandeling, pagina 3.<\/li>\n<li>Zie rov. 2.4<\/li>\n<li>Zie proces-verbaal van de mondelinge behandeling, pagina 3.<\/li>\n<li>pagina 3 proces-verbaal van de mondelinge behandeling, voorlaatste alinea.<\/li>\n<li>HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.<\/li>\n<li>Zie proces-verbaal van de mondelinge behandeling, pagina 3, vijfde alinea.<\/li>\n<li>Op pagina 2 van het proces-verbaal staat abusievelijk artikel 7:543 BW vermeld.<\/li>\n<li>Zie proces-verbaal van de mondelinge behandeling, pagina 3.<\/li>\n<li>Zie het standpunt van Titan Groep zoals vermeld in rov. 4.22.<\/li>\n<li>Zie rov. 2.2<\/li>\n<li>Zie proces-verbaal van mondelinge behandeling, pagina 6.<\/li>\n<li>Zie rov. 2.4 (citaat onder 16.1.).<\/li>\n<li>type: MT<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:13205\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Civiel recht. Bodemzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie. Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan eiseres in conventie sloopwerkzaamheden heeft verricht bij gedaagde in conventie. In conventie: eiseres in conventie is van mening dat gedaagde in conventie zich niet gehouden heeft aan afspraken die zij in de overeenkomst gemaakt hebben. Ook vordert eiseres in convent&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8080],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7724],"kji_keyword":[12611,8147,8176,17259,8169],"kji_language":[7671],"class_list":["post-588842","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-limburg","kji_year-8463","kji_subject-civil","kji_keyword-conventie","kji_keyword-eiseres","kji_keyword-gedaagde","kji_keyword-reconventie","kji_keyword-vorderingen","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Civiel recht. Bodemzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie. Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan eiseres in conventie sloopwerkzaamheden heeft verricht bij gedaagde in conventie. In conventie: eiseres in conventie is van mening dat gedaagde in conventie zich niet gehouden heeft aan afspraken die zij in de overeenkomst gemaakt hebben. Ook vordert eiseres in convent...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"27 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \\\/ C\\\/03\\\/333914 \\\/ HA ZA 24-372 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T19:05:55+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \\\/ C\\\/03\\\/333914 \\\/ HA ZA 24-372\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372","og_description":"Civiel recht. Bodemzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie. Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan eiseres in conventie sloopwerkzaamheden heeft verricht bij gedaagde in conventie. In conventie: eiseres in conventie is van mening dat gedaagde in conventie zich niet gehouden heeft aan afspraken die zij in de overeenkomst gemaakt hebben. Ook vordert eiseres in convent...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"27 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/","name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T19:05:55+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202513205-rechtbank-limburg-24-09-2025-c-03-333914-ha-za-24-372\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:13205 Rechtbank Limburg , 24-09-2025 \/ C\/03\/333914 \/ HA ZA 24-372"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/588842","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=588842"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=588842"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=588842"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=588842"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=588842"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=588842"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=588842"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=588842"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}