{"id":590921,"date":"2026-04-18T01:57:11","date_gmt":"2026-04-17T23:57:11","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/"},"modified":"2026-04-18T01:57:11","modified_gmt":"2026-04-17T23:57:11","slug":"eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Vrijspraak van de primair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994. Veroordeling ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde overtreding van het bepaalde bij artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.<\/p>\n<p>Parketnummer : 20-001228-25<\/p>\n<p>Uitspraak : 3 november 2025<\/p>\n<p>TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)<\/p>\n<h3>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof<\/h3>\n<h3>\u2019s-Hertogenbosch<\/h3>\n<p>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 23 april 2025 onder parketnummer 03-000939-25, alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen \u2013 parketnummers 96-200087-22 en 96-291433-21 \u2013, in de strafzaak tegen:<\/p>\n<h3>[verdachte] ,<\/h3>\n<p>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,<\/p>\n<p>zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.<\/p>\n<p>Hoger beroep<\/p>\n<p>Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1, het onder feit 2 primair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als \u2018overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994\u2019, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van \u20ac 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis. Tot slot heeft de politierechter de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde ontzeggingen van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden en 12 maanden \u2013 respectievelijk onder parketnummers 96-200087-22 en 96-291433-21 \u2013 gelast.<\/p>\n<p>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Onderzoek van de zaak<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.<\/p>\n<p>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feit 2 primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van \u20ac 500,00. Tot slot heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde ontzeggingen van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 en 12 maanden \u2013 respectievelijk onder parketnummers 96-200087-22 en 96-291433-21 \u2013 gevorderd.<\/p>\n<p>Namens de verdachte is vrijspraak bepleit. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte geen gevaar op de weg heeft veroorzaakt aangezien een enkele verkeersovertreding niet zonder meer voldoende is voor overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Voorts heeft de raadsman betoogd dat het niet valt uit te sluiten dat de bestuurder verblind werd door de zon en zodoende de fietser over het hoofd heeft gezien. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte kortgezegd geen voorrangsfout heeft gemaakt aangezien de aanrijding niet op het kruispunt heeft plaatsgevonden, maar op de weg die in het verlengde daarvan ligt. Het niet verlenen van voorrang is zodoende niet aan de orde.<\/p>\n<p>Ontvankelijkheid van het hoger beroep<\/p>\n<p>De verdachte is door politierechter in de rechtbank Limburg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 tenlastegelegd is. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat tegen deze beschermde vrijspraak is gericht.<\/p>\n<p>Vonnis waarvan beroep<\/p>\n<p>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.<\/p>\n<p>Tenlastelegging<\/p>\n<p>Aan de verdachte is \u2013 voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen &#8212; tenlastegelegd dat:<\/p>\n<p>2.<br \/>\nhij op of omstreeks 25 juni 2024, in de gemeente Weert, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, [A-weg] , bij nadering van de (gelijkwaardige) kruising met de weg, [B-weg] , die kruising is opgereden en daarbij geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een zich op die kruising bevindend voertuig (fiets), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en\/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;<\/p>\n<p>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 25 juni 2024, in de gemeente Weert, als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [A-weg] , op de kruising of splitsing van die weg met de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [B-weg] , een voor hem van rechts komende bestuurder van een voertuig (fiets) geen voorrang heeft verleend, immers die bestuurder niet in staat heeft gesteld ongehinderd zijn weg te vervolgen, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.<\/p>\n<p>Vrijspraak van het primair tenlastegelegde<\/p>\n<p>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het overweegt daartoe als volgt.<\/p>\n<p>Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting volgt dat op 25 juni 2024 te Weert een ongeval heeft plaatsgevonden tussen een personenauto, bestuurd door de verdachte, en een fietser, [slachtoffer] . Laatstgenoemde heeft hierbij fors letsel opgelopen. De verdachte sloeg, met zijn personenauto op een gelijkwaardige kruising vanaf [A-weg] linksaf, via [B-weg] , in de richting van [C-weg] . Het slachtoffer fietste op dat moment op [B-weg] , ten opzichte van het voertuig van rechts komend, in de richting van [C-weg] . De verdachte wordt kortgezegd verweten door geen voorrang aan de fietser te verlenen gevaar op die weg dan wel verkeershinder te hebben veroorzaakt.<\/p>\n<p>Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg, zoals bedoeld in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), er sprake dient te zijn van een zekere mate van concreet gevaarzettend gedrag dat inbreuk maakt op de veiligheid op de weg. Er moet sprake zijn van evident gevaarlijk rijgedrag dat de re\u00eble mogelijkheid van schade voor goed of lijf op de weg veroorzaakt (vgl. Kamerstukken II 1990-1991, 22 030, nr. 3, p. 66: \u2018Overigens is het niet de bedoeling dat bij iedere vorm van hinder de algemene bepaling zal worden toegepast. Immers, lichte vormen van hinder zijn in het hedendaagse verkeer niet te vermijden. De bepaling strekt er slechts toe evidente vormen van gevaar of hinder aan te pakken.\u2019). Bij de vraag of een bepaalde gedraging kan worden aangemerkt als gevaarzettend, gaat het om de gedraging in concreto in het licht van alle omstandigheden van het geval. Het enkel schenden van een gedragsregel in het verkeer levert dus niet zonder meer het veroorzaken van gevaar of hinder op als hiervoor bedoeld. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen het in concreto veroorzaken van gevaar kan worden afgeleid.<\/p>\n<p>Op grond van het procesdossier komt het hof tot de volgende vaststellingen.<\/p>\n<p>[B-weg] is een weg met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. [A-weg] is een weg met eveneens een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. De kruising waar [B-weg] en [A-weg] kruisen, is een gelijkwaardige kruising. De verdachte sloeg met zijn personenauto vanaf [A-weg] linksaf, via [B-weg] in de richting van [C-weg] . Het slachtoffer fietste op dat moment op [B-weg] , in de richting van [C-weg] . Een getuige heeft waargenomen dat het door de verdachte bestuurde voertuig met een vlotte snelheid, een bocht nam, [B-weg] op en schat de snelheid van het voertuig op ongeveer 35 a 40 kilometer per uur. De verdachte zou ten overstaan van de politie ter plaatse hebben opgemerkt dat hij last zou hebben gehad van de laaghangende zon.<\/p>\n<p>Het hof oordeelt dat in deze zaak gelet op het voorgaande onvoldoende informatie beschikbaar is over de omstandigheden waaronder de aanrijding heeft plaatsgevonden. Zo is onvoldoende bekend over het zicht op de plaats van het ongeval 25 juni 2024 en de snelheid waarmee de verdachte heeft gereden, noch is er technisch (sporen)onderzoek beschikbaar waaruit de toedracht van het ongeval kan worden gereconstrueerd. Zoals hierna zal blijken oordeelt het hof dat vaststaat dat de verdachte geen voorrang heeft verleend, maar dit brengt naar het oordeel van het hof niet zonder meer met zich mee dat door deze gedraging van de verdachte evident gevaar of hinder op de weg werd veroorzaakt of kon worden veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. Niet iedere schending van de verkeersveiligheid of de verkeersdoorstroming dient ten gevolge te hebben dat artikel 5 WVW 1994 is geschonden. De bepaling strekt er volgens de wetsgeschiedenis toe evidente vormen van hinder of gevaar aan te pakken.<\/p>\n<p>Nu onvoldoende bekend is over de concrete omstandigheden van het geval, kan het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat aan de zijde van de verdachte sprake is geweest van evident gevaarzettend of hinderlijk gedrag. Het hof zal de verdachte daarom van het primair tenlastegelegde vrijspreken<\/p>\n<p>Bewezenverklaring<\/p>\n<p>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:<\/p>\n<p>hij op 25 juni 2024, in de gemeente Weert, als bestuurder van een personenauto, rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [A-weg] , op de kruising of splitsing van die weg met de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [B-weg] , een voor hem van rechts komende bestuurder van een fiets geen voorrang heeft verleend, immers die bestuurder niet in staat heeft gesteld ongehinderd zijn weg te vervolgen, waarbij letsel aan personen is ontstaan.<\/p>\n<p>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.<\/p>\n<p>Bewijsmiddelen<\/p>\n<p>Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.<\/p>\n<p>Bewijsoverwegingen<\/p>\n<p>De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte kortgezegd geen voorrangsfout heeft gemaakt aangezien de aanrijding niet op het kruispunt heeft plaatsgevonden, maar op de weg die in het verlengde daarvan ligt. Het niet verlenen van voorrang is zodoende niet aan de orde.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Voor wat betreft het aan verdachte gemaakte verwijt dat hij de fiets geen voorrang zou hebben verleend, geldt dat ook sprake kan zijn van een voorrangsfout in het geval, zoals hier aan de orde, de botsing (net) buiten het kruisingsvlak heeft plaatsgevonden. Onder voorrang verlenen wordt op grond van artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 immers verstaan \u2018het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen\u2019. Onder omstandigheden kan derhalve van verkeersdeelnemers die voorrang dienen te verlenen, worden verlangd dat zij ook buiten het kruisingsvlak voldoende ruimte bieden voor een vrije doortocht. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.<\/p>\n<p>Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen \u2013 in onderling verband en samenhang bezien \u2013 wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.<\/p>\n<p>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde<\/p>\n<p>Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:<\/p>\n<p>overtreding van het bepaalde bij artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.<\/p>\n<p>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.<\/p>\n<p>Strafbaarheid van de verdachte<\/p>\n<p>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.<\/p>\n<p>Op te leggen straf<\/p>\n<p>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.<\/p>\n<p>Het hof overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.<\/p>\n<p>Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van het bepaalde in artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, dat strekt ter bescherming van de verkeersveiligheid. Ten gevolge van het handelen van de verdachte is een aanrijding ontstaan tussen de door hem bestuurde personenauto en het slachtoffer [slachtoffer] op zijn racefiets, Het slachtoffer heeft door de aanrijding fors letsel opgelopen. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.<\/p>\n<p>Het hof heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justiti\u00eble Documentatie d.d. 20 augustus 2025, betrekking hebbende op het justiti\u00eble verleden van de verdachte. Uit dit uittreksel komt naar voren dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, dit heeft de verdachte er klaarblijkelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard.<\/p>\n<p>Alles afwegende acht het hof oplegging van een geldboete ter hoogte van \u20ac 350,00 passend en geboden. Het hof heeft hierbij gelet op de draagkracht van de verdachte voor zover hiervan ter terechtzitting is gebleken.<\/p>\n<p>Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 96-200087-22<\/p>\n<p>De officier van justitie bij het arrondissementsparket Limburg heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke straf, te weten ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden, opgelegd bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 5 april 2023 onder parketnummer 96-200087-22. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.<\/p>\n<p>De raadsman heeft aangevoerd dat niet voldoende is gebleken dat het verstekvonnis aan de verdachte is betekend. Het hof overweegt dat gelet op de datum en het parketnummer \u2013 die uit de betekeningsstukken blijken \u2013 het niet anders kan zijn, dan dat het gaat om de betekening van het vonnis.<\/p>\n<p>Hoewel de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbare feit, ziet het hof aanleiding om niet over te gaan tot tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde straf, maar om de bij voormeld vonnis vastgestelde proeftijd te verlengen met \u00e9\u00e9n jaar.<\/p>\n<p>Vordering tenuitvoerlegging onder parketnummer 96-291433-21<\/p>\n<p>De officier van justitie bij het arrondissementsparket Limburg heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke straf, te weten ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 20 september 2023 onder parketnummer 96-291433-21. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.<\/p>\n<p>Hoewel de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen, nu de tenuitvoerlegging daarvan \u2013 gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep \u2013 naar het oordeel van het hof niet opportuun wordt geacht.<\/p>\n<p>Toepasselijke wettelijke voorschriften<\/p>\n<p>De beslissing is gegrond op de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht, artikel 177 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 15 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.<\/p>\n<h3>BESLISSING<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde;<\/p>\n<p>vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;<\/p>\n<p>verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;<\/p>\n<p>verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;<\/p>\n<p>verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;<\/p>\n<p>verklaart het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;<\/p>\n<p>ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde;<\/p>\n<p>veroordeelt de verdachte tot een geldboete van \u20ac 350,00 (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis;<\/p>\n<p>verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Utrecht van 5 april 2023 parketnummer 96-200087-22, met een termijn van 1 (\u00e9\u00e9n) jaar;<\/p>\n<p>wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Limburg van 10 februari 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 20 september 2023, parketnummer 96-291433-21, voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaren.<\/p>\n<p>Aldus gewezen door:<\/p>\n<p>mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,<\/p>\n<p>mr. R. Lonterman en mr. C.C.H.T. Coert, raadsheren,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap, griffier,<\/p>\n<p>en op 3 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.<\/p>\n<p>mr. R. Lonterman is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3141\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vrijspraak van de primair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994. Veroordeling ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde overtreding van het bepaalde bij artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7813,8185,13997],"kji_language":[7671],"class_list":["post-590921","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-artikel","kji_keyword-overtreding","kji_keyword-tenlastegelegde","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Vrijspraak van de primair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994. Veroordeling ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde overtreding van het bepaalde bij artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"14 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-11-2025 \\\/ 20-001228-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-17T23:57:11+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 03-11-2025 \\\/ 20-001228-25\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25","og_description":"Vrijspraak van de primair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994. Veroordeling ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde overtreding van het bepaalde bij artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"14 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-17T23:57:11+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253141-gerechtshof-s-hertogenbosch-03-11-2025-20-001228-25\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3141 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 03-11-2025 \/ 20-001228-25"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/590921","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=590921"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=590921"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=590921"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=590921"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=590921"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=590921"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=590921"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=590921"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}