{"id":591340,"date":"2026-04-18T03:11:47","date_gmt":"2026-04-18T01:11:47","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/"},"modified":"2026-04-18T03:11:47","modified_gmt":"2026-04-18T01:11:47","slug":"eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB &#8212; 24 _ 2755"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> IB\/PVV &#8212; Nu de rechtbank aannemelijk acht dat, anders dan eiser(es) stelt, de rc-vordering van de Holding BV op de partner van eiser(es) heeft bestaan tot het moment van kwijtschelding, heeft de partner van eiser(es) een regulier voordeel genoten en is vermogen van Holding BV op de partner van eiser(es) overgegaan ter grootte van de kwijtgescholden rc-schuld. Verweerder heeft terecht de helft hiervan in box 2 als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang bij eiser(es) in aanmerking genomen bij de vaststelling van de navorderingsaanslag IB\/PVV.<\/p>\n<p>Rechtbank DEN HAAG<\/p>\n<p>Team belastingrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: SGR 24\/2755<\/p>\n<p>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen<\/p>\n<h3>[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser<br \/>\n(gemachtigde: mr. R.J. de Jong),<\/h3>\n<p>en<\/p>\n<h3>de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,<\/h3>\n<p>en<\/p>\n<h3>de Staat der Nederlanden, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Staat.<\/h3>\n<h3>De bestreden uitspraak op bezwaar<\/h3>\n<p>De uitspraak van verweerder van 30 januari 2024 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2016 opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB\/PVV), alsmede de daarbij in rekening gebrachte belastingrente.<\/p>\n<h3>Zitting<\/h3>\n<p>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025.<\/p>\n<p>Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde en diens kantoorgenoten mr. M.N.H. Hintzen en [naam 1] , alsmede zijn echtgenote [naam 2] en haar broers [naam 3] en [naam 4] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [medewerker belastingdienst 1] , [medewerker belastingdienst 2] LLM MSc en [medewerker belastingdienst 3] MSc.<\/p>\n<p>De zaak van eiser is gelijktijdig behandeld met de zaken van zijn echtgenote [naam 2] (SGR 24\/2794), haar broer [naam 4] (SGR 24\/2776) en zijn echtgenote [naam 5] (SGR 24\/2780) van haar broer [naam 6] (SGR 24\/2770) en diens echtgenote [naam 7] (SGR 24\/2788), van wijlen haar vader [naam 8] (SGR 24\/2783), en van haar moeder [naam 9] (SGR 24\/2766).<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>verklaart het beroep ongegrond;<\/p>\n<p>veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateri\u00eble schade tot een bedrag van \u20ac 341,87;<\/p>\n<p>veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateri\u00eble schade tot een bedrag van \u20ac 33,13;<\/p>\n<p>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van \u20ac 115,36;<\/p>\n<p>veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiser tot een bedrag van \u20ac 115,36;<\/p>\n<p>draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van \u20ac 25,50 aan hem te vergoeden;<\/p>\n<p>draagt de Staat op het door eiser betaalde griffierecht van \u20ac 25,50 aan hem te vergoeden.<\/p>\n<h3>Overwegingen<\/h3>\n<p>1. Eiser is sinds [datum 1] 2005 gehuwd met mevrouw [naam 2] (hierna ook: partner).<\/p>\n<p>2. Sinds [datum 2] 2008 hield [naam 2] 100% van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] BV (Holding BV). Holding BV hield 4% van de aandelen in [bedrijfsnaam 2] B.V. [naam 2] hield daarnaast vanaf 19 november 2002 20% van de aandelen in [bedrijfsnaam 3] B.V., die op haar beurt 80% van de aandelen in [bedrijfsnaam 2] B.V. in bezit had. Haar broers [naam 6] en [naam 4] en wijlen haar vader hielden in dezelfde mate als [naam 2] via persoonlijke houdstervennootschappen en via rechtstreekse belangen in [bedrijfsnaam 3] B.V., middellijk aandelenbelangen in [bedrijfsnaam 2] B.V. In [bedrijfsnaam 2] B.V. werd een rijschool gedreven, naar de rechtbank begrijpt door wijlen de vader van [naam 2] en wijlen haar broer [naam 10] ( [naam 10] ).<\/p>\n<p>3. In de aangiften vennootschapsbelasting (VPB) van Holding BV voor de jaren 2010 tot en met 2014 zijn onder de post \u201c649 Vorderingen\u201d onder \u201cVorderingen particip.\/mijen waarin deelgenomen\u201d bedragen vermeld van respectievelijk \u20ac 102.706, \u20ac 141.962, \u20ac 184.445, \u20ac 209.516, \u20ac 224.310 en \u20ac 233.350. Partijen verstaan deze bedragen als een op de balans van Holding BV geboekte rekening-courant vordering (rc-vordering) op [naam 2] .<\/p>\n<p>4. In de aangiften IB\/PVV voor de jaren 2013 en 2014 heeft [naam 2] onder de post \u201c30 schulden\u201d voor de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen, een rekening-courantschuld (rc-schuld) aan Holding BV aangegeven van respectievelijk \u20ac 214.450 en \u20ac 224.310 met daarbij als saldo vermeld \u20ac 233.350.<\/p>\n<p>5. Tot 30 november 2015 was [naam 2] enig bestuurder van Holding BV. Op die datum is zij afgetreden als bestuurder en is Stichting [stichting 1] aangetreden als bestuurder. Gelijktijdig met deze bestuurswisseling is de leiding van Holding BV verplaatst naar [adres 1] te [plaats 1] .<\/p>\n<p>6. Op 25 mei 2016 is [naam 2] met Holding BV een vaststellingsovereenkomst overgekomen waarin voor zover van belang, het volgende is vermeld:<\/p>\n<p>\u201c** na de bestuurswisseling en adreswisseling de nieuwe bestuurder de ontvangen administratie heeft gecontroleerd.<\/p>\n<p>** na voornoemde controle nader uitvoerig onderzoek noodzakelijk bleek op het punt van de Rekening-Courant schuld van de vorige bestuurder in priv\u00e9, welke als zodanig op de balans van de BV staat vermeld.<\/p>\n<p>** bij het nadere onderzoek naar deze Rekening-Courant schuld in priv\u00e9 aan de BV ongegrond is gebleken en aldus niet bestaat.<\/p>\n<p>** de administratie van de [bedrijfsnaam 1] BV aangepast dient te worden.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Komen overeen dat;<\/p>\n<p>1. de Rekening-Courant schuld welke thans op de balans van [bedrijfsnaam 1] BV als een vordering op mevrouw [naam 2] in priv\u00e9 staat, na nader onderzoek vanwege de huidige bestuurder, als niet correct dient te worden aangemerkt.<\/p>\n<p>2. de vordering groot \u20ac 249.358,15 bestempeld als priv\u00e9 schuld van mevrouw [naam 2] aan haar voormalige holding per heden als foutief aangemerkt moet worden.<\/p>\n<p>3. de Rekening-Courant schuld, onder 2 hierboven vermeld, van mevrouw [naam 2] in zijn geheel, vanwege de reden beschreven onder 1 hierboven, wordt kwijtgescholden.<\/p>\n<p>4. de balans van de [bedrijfsnaam 1] BV zal worden aangepast.<\/p>\n<p>5. beide partijen over en weer thans niets meer van elkaar te vorderen hebben.\u201d<\/p>\n<p>7. Per 30 augustus 2016 is de leiding van Holding BV verplaatst naar [adres 2] , [plaats 2] te [land] .<\/p>\n<p>8. Op 21 oktober 2016 heeft wederom een bestuurswisseling bij Holding BV plaatsgevonden, waarbij Stichting [stichting 1] is afgetreden als bestuurder en Stichting [stichting 2] is aangetreden als nieuwe bestuurder.<\/p>\n<p>9. Holding BV is ontbonden op 21 december 2016.<\/p>\n<p>10. [naam 2] heeft op 29 maart 2018 de aangifte IB\/PVV 2016 ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van \u20ac 50.039, bestaande uit:<\/p>\n<p>Loon [bedrijfsnaam 4] BV \u20ac 55.572<\/p>\n<p>Inkomsten uit eigen woning \u20ac 5.533 -\/-<\/p>\n<p>Totaal \u20ac 50.039<\/p>\n<p>De rechtbank verstaat dat de rijschool van [bedrijfsnaam 2] B.V. op enig moment is voortgezet in [bedrijfsnaam 4] B.V.<\/p>\n<p>11. Naar aanleiding van de ingediende aangifte IB\/PVV 2016 van [naam 2] , heeft verweerder een onderzoek ingesteld naar de rekening-courantverhouding tussen [naam 2] en Holding BV.<\/p>\n<p>12. Bij brief van 11 augustus 2020 is een voornemen tot afwijken van de ingediende aangifte IB\/PVV 2016 en een kennisgeving van de vergrijpboete verzonden naar [naam 2] .<\/p>\n<p>13. Op 7 oktober 2020 heeft een gesprek tussen verweerder en [naam 2] plaatsgevonden waarvan een verslag is opgemaakt.<\/p>\n<p>14. Met dagtekening 13 november 2020 is de definitieve aanslag IB\/PVV 2016 ten aanzien van [naam 2] vastgesteld naar een verzamelinkomen van \u20ac 174.718, waarbij als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang de helft, te weten \u20ac 124.679, van de kwijtgescholden rc-schuld in aanmerking is genomen.<\/p>\n<p>15. Aan eiser is met dagtekening 14 november 2020 een navorderingsaanslag IB\/PVV 2016 opgelegd met als gemeenschappelijk inkomensbestanddeel eveneens een correctie regulier voordeel uit aanmerkelijk belang van \u20ac 124.679, zijnde de andere helft van de kwijtgescholden rc-schuld. Tevens is bij beschikking \u20ac 3.997 aan belastingrente berekend.<\/p>\n<p>16. Nadat eiser op 4 augustus 2023 verweerder heeft laten weten af te zien van het recht om te worden gehoord, heeft verweerder op 30 januari 2024 uitspraak op bezwaar gedaan waarbij de navorderingsaanslag IB\/PVV 2016 is gehandhaafd.<\/p>\n<p>17. In geschil is de hoogte van de aanlag. Meer in het bijzonder is in geschil of door de kwijtschelding van de rc-schuld, eiser een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang heeft genoten.<\/p>\n<p>18. Partijen verwijzen voor hun standpunten naar hetgeen is aangevoerd in de zaak van de partner van eiser [naam 2] (SGR 24\/2794).<\/p>\n<p>Vereiste aangifte<\/p>\n<p>19. Voor de vraag of eiser de vereiste aangifte heeft gedaan van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel, is van geen betekenis of de partner van eiser de vereiste aangifte heeft gedaan. Bij de vraag of eiser kan worden verweten niet de vereiste aangifte te hebben gedaan, is van belang dat zijn partner gehouden is aan eiser inzicht te geven wat betreft de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. Eiser kan zich daarom niet erop beroepen dat hij niet de beschikking heeft over informatie over Holding BV die zijn partner wel ter beschikking staat, tenzij hem niet kan worden verweten dat hij daarover niet de beschikking heeft dan wel dat hem niet kan worden verweten dat hem die informatie niet ter beschikking is gesteld. Gesteld noch gebleken is dat eiser over deze informatie beschikte dan wel kon beschikken, en de rechtbank gaat er daarom vanuit dat niet gesteld kan worden dat eiser niet de vereiste aangifte heeft gedaan.<\/p>\n<p>Regulier voordeel uit aanmerkelijk belang<\/p>\n<p>20. Op verweerder rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat eiser een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang heeft genoten dat zijn oorzaak vindt in de kwijtschelding van de rc-schuld van zijn partner aan Holding BV, en dat bij helfte aan hem op grond van artikel 2.17, lid 3, Wet IB 2001 is toegerekend.<\/p>\n<p>De rechtbank acht verweerder geslaagd in deze bewijslast op dezelfde gronden als overwogen in onderdeel 22 van de uitspraak in de zaak van de partner, onder nummer SGR 24\/2794 eveneens uitgesproken op 13 november 2025. Gegeven dat oordeel is niet in geschil dat het regulier voordeel uit aanmerkelijk belang bij helfte aan eiser is toegerekend.<\/p>\n<p>Evenredigheidsbeginsel\/menselijke maat<\/p>\n<p>21. Anders dan eiser stelt, is niet gebleken dat verweerder in strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld en geen oog zou hebben gehad voor de menselijke maat. De rechtbank overweegt in dit verband dat gesteld zou kunnen worden dat geen sprake is van een evenredige heffing in geval deze niet zou berusten op een bewezen rc-schuld die is kwijtgescholden door Holding BV. In dat geval ook zou met het handhaven van de aanslag de menselijke maat uit het oog verloren kunnen worden.<\/p>\n<p>Aangezien de rechtbank echter het bestaan van de rc-schuld wel bewezen acht, ontvalt daarmee de grond voor deze standpunten van eiser. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat aan eiser in de bezwaarfase mogelijkheden zijn geboden, en benut, om met verweerder meermaals in contact te treden, niet alleen om bezwaren in te kunnen brengen tegen de navorderingsaanslag, maar ook om de mogelijkheid van een compromis te beproeven. Ook verweerder heeft gepoogd de zaak in der minne te schikken.<\/p>\n<p>Eigendomsrecht en individuele en buitensporige last<\/p>\n<p>22. Eiser heeft aangevoerd dat het betalen van de navorderingsaanslag mogelijk leidt tot het moeten interen op vermogen. Verweerder heeft in dit verband opgemerkt dat met de ontvanger afspraken zijn te maken omtrent betalingsregelingen.<\/p>\n<p>De rechtbank acht hetgeen eiser in dit verband heeft aangevoerd onvoldoende om aannemelijk te achten dat hij zal moeten interen op vermogen. De rechtbank merkt daarbij op dat eiser geen enkel inzicht heeft verschaft in zijn huidige inkomen en vermogen. De rechtbank concludeert daarom dat niet aannemelijk is dat de aanslag leidt tot een individuele en buitensporige last en mitsdien geen sprake is van strijd met het eigendomsrecht.<\/p>\n<p>In het voorgaande is reeds geoordeeld dat eiser vanwege de kwijtschelding van de rc-schuld aan Holding BV een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang heeft genoten. Het standpunt van eiser dat het in de belastingheffing betrekken van dit voordeel in strijd is met het eigendomsrecht van artikel 1 EP bij het EVRM, berust op een onjuiste rechtsopvatting.<\/p>\n<p>23. Aangezien verweerder de belastingrente op grond van artikel 30fc AWR heeft berekend over het positieve bedrag van de belastingaanslag, is niet gebleken dat de belastingrente niet tot de juiste hoogte is vastgesteld.<\/p>\n<p>24. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.<\/p>\n<p>Verzoek om een immateri\u00eble schadevergoeding<\/p>\n<p>25. Op dezelfde gronden als die vermeld in onderdeel 31 van voormelde uitspraak in de zaak van zijn partner, is aan eiser een vergoeding voor immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend van in totaal \u20ac 375 ([\u20ac 2.735+265]*1\/8), waarbij eenzelfde verdeling van die vergoeding tussen de Staat en verweerder is aangehouden.<\/p>\n<p>26. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser in beroep gemaakte proceskosten nu eiser recht heeft op een immateri\u00eble schadevergoeding. Het bedrag van de proceskosten is gelijk aan het bedrag dat is toegekend aan zijn partner in onderdeel 32 van voormelde uitspraak in haar zaak, waarbij eenzelfde verdeling van die kostenveroordeling tussen de Staat en verweerder is aangehouden.<\/p>\n<p>27. Eiser heeft in zijn aanvullend beroepschrift van 30 mei 2024 verzocht om vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, die op 18 januari 2023 was overschreden, zodat eiser recht heeft op vergoeding van het betaalde griffierecht. Verweerder en de Staat nemen hierbij ieder de helft voor hun rekening.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. van Heel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.<\/p>\n<p>griffier rechter<\/p>\n<p>Afschrift verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Rechtsmiddel<\/h3>\n<p>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).<\/p>\n<p>Dat kan digitaal via <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>, daar klikt u op \u201cFormulieren en inloggen\u201d. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.<\/p>\n<p>Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:<\/p>\n<p>1 &#8212; bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<\/p>\n<p>2 &#8212; het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.<\/p>\n<p>Verder vermeldt u ten minste het volgende:<\/p>\n<p>a. de naam en het adres van de indiener;<\/p>\n<p>b. de datum van verzending;<\/p>\n<p>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;<\/p>\n<p>d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Vgl. HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1526, BNB 2014\/214.<\/li>\n<li>HR 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567, r.o. 7.1.1-7.1.2.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22438\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>IB\/PVV &#8212; Nu de rechtbank aannemelijk acht dat, anders dan eiser(es) stelt, de rc-vordering van de Holding BV op de partner van eiser(es) heeft bestaan tot het moment van kwijtschelding, heeft de partner van eiser(es) een regulier voordeel genoten en is vermogen van Holding BV op de partner van eiser(es) overgegaan ter grootte van de kwijtgescholden rc-schuld. Verweerder heeft terecht de helft h&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7672,7673,9625,10409,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-591340","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-eiser","kji_keyword-heeft","kji_keyword-holding","kji_keyword-partner","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB - 24 _ 2755 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB - 24 _ 2755\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"IB\/PVV - Nu de rechtbank aannemelijk acht dat, anders dan eiser(es) stelt, de rc-vordering van de Holding BV op de partner van eiser(es) heeft bestaan tot het moment van kwijtschelding, heeft de partner van eiser(es) een regulier voordeel genoten en is vermogen van Holding BV op de partner van eiser(es) overgegaan ter grootte van de kwijtgescholden rc-schuld. Verweerder heeft terecht de helft h...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \\\/ AWB - 24 _ 2755 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T01:11:47+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \\\/ AWB &#8211; 24 _ 2755\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB - 24 _ 2755 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB - 24 _ 2755","og_description":"IB\/PVV - Nu de rechtbank aannemelijk acht dat, anders dan eiser(es) stelt, de rc-vordering van de Holding BV op de partner van eiser(es) heeft bestaan tot het moment van kwijtschelding, heeft de partner van eiser(es) een regulier voordeel genoten en is vermogen van Holding BV op de partner van eiser(es) overgegaan ter grootte van de kwijtgescholden rc-schuld. Verweerder heeft terecht de helft h...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB - 24 _ 2755 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T01:11:47+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202522438-rechtbank-den-haag-13-11-2025-awb-24-_-2755\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:22438 Rechtbank Den Haag , 13-11-2025 \/ AWB &#8211; 24 _ 2755"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/591340","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=591340"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=591340"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=591340"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=591340"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=591340"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=591340"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=591340"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=591340"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}