{"id":593422,"date":"2026-04-18T09:23:22","date_gmt":"2026-04-18T07:23:22","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/"},"modified":"2026-04-18T09:23:22","modified_gmt":"2026-04-18T07:23:22","slug":"eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Verkeersbesluit. Beroep gegrond. Het college heeft de noodzaak voor de verkeersveiligheid onvoldoende gemotiveerd, een ontoereikbare belangenafweging verricht en niet kenbaar de proportionaliteit van het bestreden besluit afgewogen.<\/p>\n<h3>RECHTBANK OOST-BRABANT<\/h3>\n<p>Zittingsplaats &#039;s-Hertogenbosch<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: SHE 25\/1837 en 25\/1840<\/p>\n<p>uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen<\/p>\n<h3>[verzoeker] , uit [Woonplaats] , verzoeker<\/h3>\n<p>(gemachtigde: [naam] ),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond<\/h3>\n<p>(gemachtigden: mr. Y.J.A.M. Willems en P. Koolen).<\/p>\n<h3>Samenvatting<\/h3>\n<p>1. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit waarmee een wegafsluiting op de Broekstraat in Helmond mogelijk wordt gemaakt. Verzoeker is het niet eens met dat besluit. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Verzoeker krijgt dus gelijk. Omdat de zaak voldoende duidelijk is, beslist de voorzieningenrechter ook op het beroep en verklaart het beroep gegrond. Omdat het college in oktober wil beginnen met het aanbrengen van de wegafsluiting, bepaalt de voorzieningenrechter dat het college het besluit niet mag uitvoeren tot zes weken na de nieuwe beslissing op bezwaar.<\/p>\n<p>Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>2. Het college heeft op 27 november 2024 het volgende besloten:<\/p>\n<p>\u201c(\u2026)<\/p>\n<p>Door het plaatsen van borden model C01 met onderbord \u201cuitgezonderd (brom)fietsen een wegafsluiting aan te brengen voor gemotoriseerd verkeer op de Broekstraat ;<\/p>\n<p>Deze wegafsluiting wordt ondersteund dmv een camerahandhavingssysteem;<\/p>\n<p>Een en ander uit te voeren conform de bij dit besluit behorende kaartbijlage.<\/p>\n<h3>(\u2026)\u201d<\/h3>\n<p>3. Met het bestreden besluit van 16 juni 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij dit besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van het college.<\/p>\n<p>Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van verzoeker daartegen.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de voorzieningenrechter<\/h3>\n<p>Spoedeisend belang<\/p>\n<p>4. Bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening moet de voorzieningenrechter eerst vaststellen dat verzoeker een spoedeisend belang heeft. Daarvan is sprake als de beslissing op zijn bezwaarschrift niet kan worden afgewacht, omdat anders een onomkeerbare situatie kan ontstaan.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie als het verkeersbesluit in werking treedt, de verkeersborden worden geplaatst en het cameratoezicht wordt gestart. Het is niet gebleken dat verzoeker zijn woning in Helmond en zijn perceel in Mierlo , beide gelegen aan de Broekstraat , als gevolg van de wegafsluiting niet meer kan bereiken. Verzoeker komt in aanmerking voor ontheffingen voor zowel zijn priv\u00e9adres als voor zijn perceel in Mierlo en hij kan ook omrijden waardoor hij geen gebruik hoeft te maken van de ontheffingen. Het door verzoeker op de zitting gestelde belang dat het gemeenschapsgeld kost om eenmaal geplaatste voorzieningen te verwijderen als het besluit geen stand kan houden, levert voor verzoeker geen spoedeisend belang op. Verzoeker heeft verder geen omstandigheden naar voren gebracht waaruit onomkeerbare gevolgen blijken.<\/p>\n<p>Omdat verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit van het college \u201cevident onrechtmatig\u201d is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en\/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de beroepsprocedure in stand zal blijven. Daarvan is hier sprake en daarom doet de voorzieningenrechter ook onmiddellijk uitspraak op het beroep van verzoeker.<\/p>\n<p>Het bestreden besluit<\/p>\n<p>5. Het wettelijke kader voor verkeersbesluiten, zoals hier aan de orde, is artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (de Wvw 1994) en artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). Uit artikel 21 van het BABW volgt dat in een verkeersbesluit in ieder geval moet worden vermeld welke van de in artikel 2 van de Wvw 1994 genoemde belangen daaraan ten grondslag liggen. Als ook andere belangen aan het besluit ten grondslag liggen, moet worden aangegeven op welke manier de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.<\/p>\n<p>6. Het college heeft op de zitting bevestigd dat het met het bestreden besluit uitvoering heeft willen geven aan het advies van de bezwaarschriftencommissie (de commissie). De commissie heeft het college geadviseerd om voldoende te motiveren waarom de wegafsluiting in het belang van de verkeersveiligheid is, waarbij het college duidelijk moet motiveren of daadwerkelijk sprake is van een toename van sluipverkeer. Verder moet het college volgens de commissie de gevolgen van het besluit inzichtelijk maken en de met het verkeersbesluit te dienen doelen afwegen tegen de belangen van de bewoners en bedrijven. De commissie heeft het college geadviseerd om daarbij het te hanteren ontheffingenbeleid in die belangenafweging mee te nemen.<\/p>\n<p>Omvang van het geding<\/p>\n<p>7. Op de zitting is duidelijk geworden dat de Broekstraat vanuit Nuenen bereikbaar blijft voor niet-doorgaand vrachtverkeer en voor regulier (bestemmings)verkeer. Voor de brug tussen de Burgemeester Termeerstraat in Mierlo en de Broekstraat in Helmond geldt geen gewichtsbeperking, zodat vrachtverkeer ook vanuit Mierlo de Broekstraat kan bereiken. Uit het inmiddels opgestelde ontheffingenbeleid volgt dat aan verzoeker een persoonsgebonden ontheffing kan worden verleend. De beroepsgronden van verzoeker die daarop zagen, zijn op de zitting ingetrokken. Het geschil spitst zich daardoor toe op de vragen of de wegafsluiting nodig is voor de verkeersveiligheid en of het bestreden besluit voldoende draagkrachtig is gemotiveerd, ook op het punt van de af te wegen belangen en de proportionaliteit.<\/p>\n<p>Is de wegafsluiting nodig voor de verkeersveiligheid?<\/p>\n<p>8. Het college heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gemotiveerd waarom deze wegafsluiting nodig is voor de verkeersveiligheid. Het college stelt wel dat de verkeersveiligheid in het geding is door het sluipverkeer, maar heeft dat niet onderbouwd, ten minste niet naar de huidige stand van zaken. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waaruit blijkt dat er een toename van sluipverkeer heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden of dat in de huidige situatie sprake is van dusdanig veel sluipverkeer waardoor de wegafsluiting noodzakelijk is. Van een belang zoals bedoeld in artikel 2 van de Wvw 1994 is daarom niet gebleken.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter betrekt hierbij het volgende. Uit de stukken en de toelichting van het college op de zitting volgt dat de wegafsluiting (mede) uitvoering geeft aan een in 2017 opgesteld verkeersplan ter verzekering van de veiligheid op de weg. In 2022 heeft het college een verkeerstelling laten verrichten met als doel het sluipverkeer op de Broekstraat in kaart te brengen. In het bestreden besluit heeft het college naar de resultaten van dat onderzoek verwezen om de noodzaak van de wegafsluiting te motiveren. Het college heeft op de zitting toegelicht dat de verkeerssituatie rondom de Broekstraat sinds 2022 meermaals is gewijzigd door wegomleidingen en veranderingen in de omvang van de nabijgelegen wijken. Het college heeft daarbij ook aangegeven dat er ook nu nog geen stabiele verkeerssituatie is. De bewoners hebben bij de commissie aangegeven dat er juist een afname van het sluipverkeer is. De commissie heeft dat ook betrokken bij het advies aan het college om het belang van de verkeersveiligheid nader te onderbouwen. Bij die stand van zaken is de enkele verwijzing in het bestreden besluit naar het in 2022 verricht verkeersonderzoek onvoldoende ter motivering van de noodzaak van de wegafsluiting. Nergens blijkt uit hoeveel verkeer er nu gebruikt als sluipverkeer gebruikt maakt van de Broekstraat of gebruik zal (blijven) maken van die straat als alle werkzaamheden zijn afgerond. Het college heeft de op de zitting ingenomen stelling, dat het een inschatting kan maken van het aantal verkeersbewegingen aan de hand van beschikbare GPS gegevens, niet onderbouwd. Een al in 2017 opgesteld verkeersplan betekent niet dat een verkeersbesluit ter uitvoering daarvan niet naar de huidige situatie moet worden onderbouwd.<\/p>\n<p>Is het bestreden besluit voldoende draagkrachtig gemotiveerd, ook op het punt van de afweging van de belangen en de proportionaliteit?<\/p>\n<p>9. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd welke en hoe de verschillende belangen zijn afgewogen en welke alternatieven zijn beoordeeld.<\/p>\n<p>Het college heeft niet gemotiveerd waarom in dit geval de belangen van de verkeersveiligheid zwaarder wegen dan de belangen die aan- en omwonenden en aangrenzende bedrijven hebben bij het ongehinderd kunnen rijden over de Broekstraat . Het college heeft de belangen van de verkeersveiligheid gebaseerd op gegevens uit 2022. Hiervoor is al geoordeeld dat het besluit er geen blijk van geeft dat dit belang op de huidige stand van zaken is toegespitst. Tegenover dit belang van de verkeersveiligheid heeft het college in het bestreden besluit over de belangen van aan- en omwonenden en aangrenzende bedrijven alleen gesteld dat deze in aanmerking komen voor ontheffingen en dat zij met een volgens het college geringe omrijdafstand bereikbaar blijven zonder ontheffing. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestreden besluit geen inzicht geeft in wat het voor de betreffende aan- en omwonende feitelijk betekent om, ook ter uitvoering van bedrijfsactiviteiten, gebruik te moeten maken van die ontheffingen, die vooraf op kenteken moeten worden aangevraagd. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat niet blijkt dat het college alle van belang zijnde belangen bij de afweging heeft betrokken. Verder geeft het bestreden besluit er geen blijk van of het college heeft gekeken naar alternatieven voor een volledige afsluiting zoals nu aan de orde, waardoor eventueel sluipverkeer ook kan worden tegengegaan en of die alternatieven niet minder ingrijpend zijn voor de aan- en omwonenden en aangrenzende bedrijven. Op de zitting heeft het college hierover desgevraagd aangegeven dat het wel heeft onderzocht of het mogelijk is om de Broekstraat bijvoorbeeld alleen af te sluiten gedurende de spitsuren, maar dat daartoe niet is besloten omdat dit onduidelijkheid oplevert voor weggebruikers en in die situatie bovendien buiten de spitsuren harder zal worden gereden, omdat het dan rustiger is op de weg. Los van dat het besluit hierover geen overwegingen bevat, heeft het college die stellingen niet onderbouwd en is ook niet zonder meer te volgen dat een wegafsluiting op zichzelf zorgt voor verminderen van de snelheid.<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande heeft het college, anders dan beoogd, geen of onvoldoende uitvoering gegeven aan het advies van de commissie om onder andere duidelijk te motiveren of daadwerkelijk sprake is van een toename van het sluipverkeer en de gevolgen van het besluit inzichtelijk te maken. Zonder diepgaand onderzoek naar de feiten en\/of het recht kan worden geoordeeld dat het door het college in het bestreden besluit ingenomen standpunt over de verkeersveiligheid, de belangenafweging en proportionaliteit onvoldoende is gemotiveerd wat maakt dat het bestreden besluit in de beroepsprocedure niet in stand zal blijven.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>10. Het beroep is gegrond, omdat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de wegafsluiting noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid, een ontoereikende belangenafweging heeft verricht en niet kenbaar de proportionaliteit van het bestreden besluit heeft afgewogen. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het bestreden besluit vernietigt. De rechtbank ziet geen reden om zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen. Het college moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak.<\/p>\n<p>11. Omdat het bestreden besluit wordt vernietigd en het maken van bezwaar geen schorsende werking heeft, treft de voorzieningenrechter een voorziening die inhoudt dat het college geen uitvoering mag geven aan het verkeersbesluit van 27 november 2024 tot zes weken nadat een nieuwe beslissing op bezwaar is genomen.<\/p>\n<p>12. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard en een voorziening wordt getroffen, moet het college aan verzoeker zijn griffierecht in zowel de beroeps- als de voorzieningenprocedure terugbetalen.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De voorzieningenrechter:<\/p>\n<p>verklaart het beroep gegrond;<\/p>\n<p>vernietigt het bestreden besluit van 16 juni 2025;<\/p>\n<p>draagt het college op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;<\/p>\n<p>bepaalt dat het college het griffierecht van \u20ac 194,- van de beroepsprocedure aan verzoeker moet vergoeden;<\/p>\n<p>wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;<\/p>\n<p>bepaalt dat het college het griffierecht van \u20ac 194,- van de voorlopige voorzieningenprocedure aan verzoeker moet vergoeden.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Bos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.G.B.M Spapens, griffier.<\/p>\n<p>Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025.<\/p>\n<p>De griffier is verhinderd de<\/p>\n<p>uitspraak mede te ondertekenen.<\/p>\n<p>voorzieningenrechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5863\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Verkeersbesluit. Beroep gegrond. Het college heeft de noodzaak voor de verkeersveiligheid onvoldoende gemotiveerd, een ontoereikbare belangenafweging verricht en niet kenbaar de proportionaliteit van het bestreden besluit afgewogen.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8173],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7992,8314,8313,7675,11559],"kji_language":[7671],"class_list":["post-593422","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-oost-brabant","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-beroep","kji_keyword-oost-brabant","kji_keyword-rbobr","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-verkeersbesluit","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Verkeersbesluit. Beroep gegrond. Het college heeft de noodzaak voor de verkeersveiligheid onvoldoende gemotiveerd, een ontoereikbare belangenafweging verricht en niet kenbaar de proportionaliteit van het bestreden besluit afgewogen.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \\\/ 25\\\/1837 en 25\\\/1840 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T07:23:22+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \\\/ 25\\\/1837 en 25\\\/1840\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840","og_description":"Verkeersbesluit. Beroep gegrond. Het college heeft de noodzaak voor de verkeersveiligheid onvoldoende gemotiveerd, een ontoereikbare belangenafweging verricht en niet kenbaar de proportionaliteit van het bestreden besluit afgewogen.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/","name":"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T07:23:22+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbobr20255863-rechtbank-oost-brabant-22-09-2025-25-1837-en-25-1840\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBOBR:2025:5863 Rechtbank Oost-Brabant , 22-09-2025 \/ 25\/1837 en 25\/1840"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/593422","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=593422"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=593422"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=593422"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=593422"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=593422"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=593422"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=593422"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=593422"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}