{"id":594166,"date":"2026-04-18T11:42:31","date_gmt":"2026-04-18T09:42:31","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/"},"modified":"2026-04-18T11:42:31","modified_gmt":"2026-04-18T09:42:31","slug":"eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E)"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> In deze zaak gaat het in eerste instantie om de vraag of werknemer sinds 5 oktober 2020 nog in dienst is bij werkgever of op die datum in dienst is getreden bij B.V. Vervolgens gaat het om de vragen of het ontslag op staande voet van 21 oktober 2024 rechtsgeldig is en of er grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer nog in dienst is bij werkgever en dat er geen dringende reden voor een ontslag was. Ook is er naar het oordeel van de kantonrechter geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het voorgaande betekent dat het ontslag op staande voet vernietigd zal worden en dat de loonvordering van werknemer toewijsbaar is. Zie ook zaak 11641233 \\ AZ VERZ 25-26.<\/p>\n<p>RECHTBANK<br \/>\n ZEELAND-WEST-BRABANT<\/p>\n<p>Civiel recht<\/p>\n<p>Kantonrechter<\/p>\n<p>Zittingsplaats Tilburg<\/p>\n<p>Zaaknummer \/ rekestnummer: 11453166 \\ AZ VERZ 24-95<\/p>\n<p>Beschikking van 10 december 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[werknemer]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>te [plaats 1] ,<\/p>\n<p>verzoekende partij,<\/p>\n<p>verwerende partij in het tegenverzoek,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [werknemer] ,<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. C.E. Kriens,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[werkgever] B.V.,<\/p>\n<p>te [plaats 2] ,<\/p>\n<p>verwerende partij,<\/p>\n<p>verzoekende partij in het tegenverzoek,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [werkgever] BV,<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. D.K. Nijhuis.<\/p>\n<p>De zaak in het kort<\/p>\n<p>In deze zaak gaat het in eerste instantie om de vraag of [werknemer] sinds 5 oktober 2020 nog in dienst is bij [werkgever] BV of op die datum in dienst is getreden bij [B.V.] . Vervolgens gaat het om de vragen of het ontslag op staande voet van 21 oktober 2024 rechtsgeldig is en of er grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter is van oordeel dat [werknemer] nog in dienst is bij [werkgever] BV en dat er geen dringende reden voor een ontslag was. Ook is er naar het oordeel van de kantonrechter geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het voorgaande betekent dat het ontslag op staande voet vernietigd zal worden en dat de loonvordering van [werknemer] toewijsbaar is.<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>&#8212; de tussenbeschikking van 26 augustus 2025;<\/p>\n<p>&#8212; de akte overlegging bewijsstukken met toelichting van [werkgever] BV, ontvangen op 25 september 2025;<\/p>\n<p>&#8212; de akte uitlating van [werknemer] , ontvangen op 27 oktober 2025.<\/p>\n<h3>2De feiten, het (tegen)verzoek en het verweer<\/h3>\n<p>Wat betreft de feiten, het verzoek en het verweer verwijst de kantonrechter naar voormelde tussenbeschikking van 10 april 2025. Als voorwaardelijk tegenverzoek verzoekt [werkgever] BV om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op de e-grond, subsidiair op de g-grond en meer subsidiair op de i-grond en om te bepalen dat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. [werknemer] voert daartegen als verweer dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden die zodanig zijn dat van [werkgever] BV in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarom verzoekt [werknemer] primair om het ontbindingsverzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt [werknemer] de kantonrechter om bij ontbinding een billijke vergoeding toe te kennen en [werkgever] BV te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding.<\/p>\n<h3>3De verdere beoordeling van het verzoek<\/h3>\n<p>In de tussenbeschikking van 26 augustus 2025 heeft de kantonrechter [werkgever] BV opgedragen om te bewijzen dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst met [B.V.] heeft ondertekend. [werkgever] BV heeft aan deze bewijsopdracht uitvoering gegeven door het indienen van de op 25 september 2025 ontvangen akte overlegging bewijsstukken met toelichting en [werknemer] heeft daarop gereageerd in de op 27 oktober 2025 ontvangen akte uitlaten.<\/p>\n<p>De kantonrechter zal het door [werkgever] BV geleverde bewijs waarderen, waarbij als toetsingskader geldt dat het door [werkgever] BV te bewijzen feit \u2013 dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst met [B.V.] heeft ondertekend \u2013 (pas) bewezen is, als er sprake is van een redelijke mate van zekerheid daarvan.<\/p>\n<p>De kantonrechter is van oordeel dat [werkgever] BV niet geslaagd is in de bewijsopdracht. Dat oordeel motiveert de kantonrechter als volgt.<\/p>\n<p>In de verklaring van [persoon] (de directeur van zowel [werkgever] BV als [B.V.] ) is beschreven hoe de overplaatsing van medewerkers van [werkgever] BV naar [B.V.] in zijn algemeenheid is verlopen. Dat ook [werknemer] op die manier bij [B.V.] in dienst is getreden blijkt volgens [persoon] uit het feit dat er een door [werknemer] ondertekende arbeidsovereenkomst is. Echter, dat er een door [werknemer] ondertekende arbeidsovereenkomst (met [B.V.] ) is, betreft (juist) geen feit, maar een stelling van [werkgever] BV die [werknemer] stellig en gemotiveerd heeft betwist. Daarom leidt de verklaring van [persoon] er naar het oordeel van de kantonrechter niet toe dat met een redelijke mate van zekerheid is komen vast te staan dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst met [B.V.] heeft ondertekend.<\/p>\n<p>Als productie 10 legt [werkgever] BV screenshots over waaruit zou blijken dat de ondertekende arbeidsovereenkomst tussen [werknemer] en [B.V.] op de dag van de ondertekening \u2013 16 september 2020 \u2013 is ge\u00fcpload in het systeem en daar ook zichtbaar was voor [werknemer] . Dat toont naar het oordeel van de rechter echter niet met een redelijke mate van zekerheid aan dat die ge\u00fcploade arbeidsovereenkomst ook daadwerkelijk is ondertekend door [werknemer] .<\/p>\n<p>Op grond van het voorgaande is de tussenconclusie van de kantonrechter dat [werkgever] BV er niet in is geslaagd om te bewijzen dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst met [B.V.] heeft ondertekend. In tussenbeschikking van 10 april 2025 heeft de kantonrechter onder 4.4. al overwogen dat de vermelding van [B.V.] op de loonspecificaties, de stukken van de bedrijfsarts en de ontslagbrief niet van voldoende gewicht zijn om het \u2013 doorslaggevende \u2013 punt van (het ontbreken van) de ondertekening van de arbeidsovereenkomst opzij te zetten. Dat geldt temeer nu op de loonspecificaties op naam van [B.V.] als datum indiensttreding staat vermeld 1 januari 2023 en dat strookt niet met de stelling van [werkgever] BV dat [werknemer] op 16 september 2020 de arbeidsovereenkomst met [B.V.] heeft ondertekend en daar sinds 5 oktober 2020 in dienst is.<\/p>\n<p>Al met al gaat de kantonrechter er op grond van het voorgaande van uit dat [werknemer] geen arbeidsovereenkomst met [B.V.] heeft gesloten en (dus) ook na 5 oktober 2020 in dienst is gebleven bij [werkgever] BV. Daarom zal het beroep van [werkgever] BV op niet-ontvankelijkheid van [werknemer] in haar verzoeken niet gehonoreerd worden, zodat de kantonrechter toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van deze zaak.<\/p>\n<p>Het gaat in deze zaak inhoudelijk om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of [werkgever] BV moet worden veroordeeld tot betaling van loon.<\/p>\n<p>De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.<\/p>\n<p>Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. Dringende redenen voor een werkgever zijn zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van een werknemer, dat van de werkgever daardoor redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst nog enige tijd te laten voortduren. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang. Daarbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden. Verder zijn onder meer van belang de aard en de duur van de dienstbetrekking, het functioneren van de werknemer, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet heeft.<\/p>\n<p>In deze zaak heeft [werkgever] BV als dringende reden aangevoerd dat [werknemer] tijdens haar arbeidsongeschiktheid ergens anders heeft gewerkt. Tussen partijen staat vast dat [werknemer] op 20 maart 2024 wegens ziekte is uitgevallen. De praktijkondersteuner bedrijfsarts schrijft in een terugkoppeling van een spreekuur op 1 oktober 2024 onder meer \u201cMevrouw werkt momenteel niet en is ook nog niet haalbaar. (\u2026)\u201d. Als beperkingen noemt de praktijkondersteuner bedrijfsarts \u201cDynamisch handelen en statische houdingen. Lang staan of zitten. Duwen, trekken en tillen of dragen van lasten. Bukken, buigen, gehurkt of geknield actief zijn. Gebogen en\/of getordeerd actief zijn. Grenshantering is beperkt.\u201d<\/p>\n<p>Verder staat tussen partijen vast dat [werknemer] op 16 oktober 2024 tussen circa 13:30 uur en 16:30 uur als vrijwilliger bij de lokale voetbalvereniging (Gsbw) tijdens een voetbaltoernooi voor de (school)jeugd samen met een andere vrijwilliger werkzaamheden heeft verricht in de kantine, zoals het aannemen en afrekenen van bestellingen, het uitdelen van ijsjes en \u2013 volgens [werknemer] kort \u2013 het bakken van friet. Dat [werknemer] aanmerkelijk meer, langer of zwaardere werkzaamheden heeft verricht heeft [werkgever] BV onvoldoende onderbouwd gesteld.<\/p>\n<p>Gelet op de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] , de door de praktijkondersteuner bedrijfsarts omschreven beperkingen en het nevenwerkzaamhedenbeding in artikel 10 van de arbeidsovereenkomst is de kantonrechter van oordeel dat [werknemer] de vrijwilligerswerkzaamheden bij de voetbalvereniging achterwege had moeten laten of in ieder geval [werkgever] BV daarover had moeten informeren of om toestemming had moeten vragen. Dat heeft [werknemer] niet gedaan en daarmee heeft zij niet juist gehandeld. De kantonrechter is ook van oordeel dat [werkgever] BV [werknemer] hiervoor een sanctie had mogen opleggen, zoals een offici\u00eble waarschuwing.<\/p>\n<p>De uiterste sanctie, een ontslag op staande voet, is naar het oordeel van de kantonrechter in de gegeven omstandigheden echter een te zwaar middel. Bij dat oordeel speelt met name een rol dat de beperkte ernst van de gedraging een ontslag op staande voet met alle zijn gevolgen niet rechtvaardigt. Maar ook de overige omstandigheden van het geval zijn van belang.<\/p>\n<p>Zo staat niet vast dat de door [werknemer] bij de voetbalclub verrichte werkzaamheden meebrengen dat [werknemer] ook al bij [werkgever] BV had kunnen re-integreren.<\/p>\n<p>Verder zijn relevante omstandigheden dat [werknemer] ten tijde van het ontslag op staande voet al ruim zeven jaar bij [werkgever] BV in dienst was en dat zij in deze periode nooit een waarschuwing of andere sanctie heeft gekregen. Weliswaar wijst [werkgever] BV erop dat [werknemer] volgens haar al eerder \u2013 in de eerste helft van 2021 \u2013 tijdens ziekte werkzaamheden voor een derde heeft verricht, maar dat wordt door [werknemer] gemotiveerd betwist. Bovendien heeft [werkgever] BV dat blijkens de ontslagbrief van 21 oktober 2024 niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd, terwijl de ontslagbrief, althans de mededeling van het ontslag aan werknemer, de dringende reden fixeert. Later aangevoerde feiten en omstandigheden mogen in beginsel geen rol spelen bij de toetsing of het ontslag rechtsgeldig is. Overigens is hierbij ook nog van belang dat nergens uit blijkt dat [werkgever] BV [werknemer] destijds hierop heeft aangesproken.<\/p>\n<p>Tot slot noemt de kantonrechter nog als relevante omstandigheid dat de (arbeidsmarkt)positie van [werknemer] wegens haar arbeidsongeschiktheid kwetsbaar is.<\/p>\n<p>Al met al is de kantonrechter van oordeel dat van een dringende reden voor onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst op 21 oktober 2024 geen sprake was. Daarom is het gegeven ontslag niet rechtsgeldig en zal het verzoek van [werknemer] tot vernietiging van het ontslag worden toegewezen.<\/p>\n<p>[werknemer] heeft recht op loon, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt. De vordering van [werknemer] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente zal ook worden toegewezen, omdat [werkgever] BV te laat heeft betaald. Daarom heeft [werknemer] in beginsel ook recht op de wettelijke verhoging over het achterstallige loon, maar deze zal worden gematigd tot 5%. Daarbij speelt een rol dat ook wettelijke rente wordt toegewezen, dat [werknemer] niet geheel vrijuit gaat en dat [werknemer] aanspraak kan maken op loon zonder dat zij daarvoor werk of re-integratieactiviteiten heeft hoeven te verrichten. Tot slot overweegt de kantonrechter dat het loon conform de vordering zal worden toegewezen tot aan het moment dat het dienstverband rechtsgeldig is ge\u00ebindigd. Dat is immers het uitgangspunt, maar dat neemt niet weg dat er omstandigheden mogelijk zijn waarin de loonbetalingsplicht om een andere rechtsgeldige reden al dan niet tijdelijk of gedeeltelijk eindigt. Daar doet deze beslissing niets aan af.<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 7:626 BW zal de vordering tot het verstrekken van de \u2013 ontbrekende \u2013 salarisspecificaties ook worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom naar redelijkheid zal worden gematigd en aan een maximum zal worden gebonden tot de hierna te vermelden bedragen. De gevorderde wettelijke rente over deze dwangsom zal worden afgewezen, omdat er nog geen dwangsom is verbeurd en [werkgever] BV (dus) nog niet in verzuim is met de betaling van een verbeurde dwangsom.<\/p>\n<p>Wat betreft de gevorderde buitengerechtelijke (incasso)kosten overweegt de kantonrechter als volgt. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de ori\u00ebntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-Integraal 2013, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De kantonrechter zal \u2013 met inachtneming van Rapport BGK-integraal \u2013 aan buitengerechtelijke (incasso)kosten een bedrag toewijzen van \u20ac 462,50. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is als vermogensschade toewijsbaar vanaf de dag van het verzoek of zoveel eerder als de schuldenaar dienaangaande in verzuim is en voor zover die kosten voordien daadwerkelijk zijn gemaakt. Nu echter niet gesteld is op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk door [werknemer] zijn betaald, zal de kantonrechter de wettelijke rente toewijzen vanaf de dag van het verzoek (17 december 2024).<\/p>\n<p>De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] BV, omdat [werkgever] BV overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op \u20ac 1.469,00 (\u20ac 248,00 aan griffierecht, \u20ac 1.086,00 aan salaris gemachtigde en \u20ac 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.<\/p>\n<p>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.<\/p>\n<h3>4De beoordeling van het voorwaardelijke tegenverzoek<\/h3>\n<p>Op het verzoek van [werkgever] BV om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, moet worden beslist. De voorwaarde waaronder [werkgever] BV dat verzoek heeft gedaan, is namelijk vervuld, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd.<\/p>\n<p>Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.<\/p>\n<p>De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.<\/p>\n<p>Primair legt [werkgever] BV aan het ontbindingsverzoek ten grondslag dat er sprake is van verwijtbaar handelen van [werknemer] , zodanig dat van [werkgever] BV in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Met verwijzing naar het overwogene onder het verzoek is de kantonrechter van oordeel dat er weliswaar sprake is van verwijtbaar handelen van [werknemer] , maar dat dit verwijtbaar handelen niet zo ernstig is dat van [werkgever] BV in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.<\/p>\n<p>Subsidiair legt [werkgever] BV aan het ontbindingsverzoek ten grondslag dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van [werkgever] BV in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Aan deze verstoorde arbeidsverhouding legt [werkgever] BV dezelfde feiten ten grondslag als die zij ten grondslag heeft gelegd aan het ontslag op staande voet en het primaire ontbindingsverzoek. De oordelen van de kantonrechter daarover brengen mee dat de arbeidsverhouding weliswaar verstoord is, maar niet zodanig dat van [werkgever] BV in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Door de beperkte ernst van de verwijtbare gedraging van [werknemer] mag van [werkgever] BV als goed werkgever verwacht worden dat zij de verstoorde arbeidsverhouding met [werknemer] \u2013 die al ruim acht jaar bij [werkgever] BV in dienst is \u2013 probeert te herstellen. Van een voldoende ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding is op dit moment geen sprake.<\/p>\n<p>De kantonrechter overweegt dat voormelde ontbindingsgronden (de e-grond en de g-grond) feitelijk allebei (met name) zijn gebaseerd op de gedraging die ook aan het ontslag op staande voet ten grondslag lag. De kantonrechter heeft al geoordeeld dat deze gedraging niet dermate ernstig en verwijtbaar is dat de arbeidsovereenkomst op grond daarvan dient te eindigen. En de kantonrechter heeft al geoordeeld dat van [werkgever] BV gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] voort te zetten. Dat brengt mee dat niet alleen het ontbindingsverzoek op de afzonderlijke aangevoerde gronden (e en g) afgewezen zal worden, maar ook dat ontbinding op de cumulatiegrond (i) niet toewijsbaar is. Immers, gelet op het voorgaande is geen sprake van de vereiste combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de andere gronden, die zodanig is dat van [werkgever] BV als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Aan de andere kant geeft de kantonrechter [werknemer] mee dat zij niet geheel juist heeft gehandeld en dat het oordeel bij een eventuele volgende vergelijkbare gedraging anders kan luiden.<\/p>\n<p>De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst in deze procedure niet zal worden ontbonden.<\/p>\n<p>De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] BV, omdat [werkgever] BV overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op \u20ac 1.086,00 (\u20ac 1.086,00 aan salaris gemachtigde.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De kantonrechter<\/p>\n<p>op het verzoek<\/p>\n<p>vernietigt het ontslag op staande voet,<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV tot betaling aan [werknemer] van het loon van \u20ac 999,13 bruto per maand te vermeerderen met \u20ac 79,93 bruto per maand aan vakantiebijslag vanaf 1 oktober 2024 tot aan het moment dat het dienstverband rechtsgeldig is ge\u00ebindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging over het achterstallige loon tot en met 30 november 2025 met een maximum van 5% en te vermeerderen met de wettelijke rente over het achterstallige loon tot en met 30 november 2025 en de verschuldigde wettelijke verhoging vanaf de data van opeisbaarheid tot aan de dag van (volledige) betaling,<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV tot betaling aan [werknemer] van buitengerechtelijke kosten ten bedrage van \u20ac 462,50, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 december 2024 tot aan de dag van (volledige) betaling,<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV tot het verstrekken van de ontbrekende salarisspecificaties vanaf 1 oktober 2024 en bepaalt dat [werkgever] BV aan [werknemer] een dwangsom verbeurt van \u20ac 50,00 voor iedere dag dat [werkgever] BV in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van \u20ac 5.000,00;<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV in de proceskosten van \u20ac 1.469,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,<\/p>\n<p>op het tegenverzoek<\/p>\n<p>wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV in de proceskosten van \u20ac 1.086,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,<\/p>\n<p>op het verzoek en op het tegenverzoek<\/p>\n<p>veroordeelt [werkgever] BV tot betaling van de kosten van betekening als [werkgever] BV niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,<\/p>\n<p>verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,<\/p>\n<p>wijst het meer of anders verzochte af.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).<\/li>\n<li>Artikel 7:669 lid 1 BW.<\/li>\n<li>Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9777\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In deze zaak gaat het in eerste instantie om de vraag of werknemer sinds 5 oktober 2020 nog in dienst is bij werkgever of op die datum in dienst is getreden bij B.V. Vervolgens gaat het om de vragen of het ontslag op staande voet van 21 oktober 2024 rechtsgeldig is en of er grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer nog in dienst is bij werkge&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8149],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7712],"kji_keyword":[8958,12529,8171,8007,8011],"kji_language":[7671],"class_list":["post-594166","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-zeeland-west-brabant","kji_year-8463","kji_subject-social","kji_keyword-dienst","kji_keyword-oktober","kji_keyword-ontslag","kji_keyword-werkgever","kji_keyword-werknemer","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E)\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"In deze zaak gaat het in eerste instantie om de vraag of werknemer sinds 5 oktober 2020 nog in dienst is bij werkgever of op die datum in dienst is getreden bij B.V. Vervolgens gaat het om de vragen of het ontslag op staande voet van 21 oktober 2024 rechtsgeldig is en of er grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer nog in dienst is bij werkge...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"15 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \\\/ 11453166 \\\\ AZ VERZ 24-95 (E) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T09:42:31+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \\\/ 11453166 \\\\ AZ VERZ 24-95 (E)\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E)","og_description":"In deze zaak gaat het in eerste instantie om de vraag of werknemer sinds 5 oktober 2020 nog in dienst is bij werkgever of op die datum in dienst is getreden bij B.V. Vervolgens gaat het om de vragen of het ontslag op staande voet van 21 oktober 2024 rechtsgeldig is en of er grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer nog in dienst is bij werkge...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"15 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/","name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T09:42:31+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259777-rechtbank-zeeland-west-brabant-10-12-2025-11453166-az-verz-24-95-e\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9777 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-12-2025 \/ 11453166 \\ AZ VERZ 24-95 (E)"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/594166","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=594166"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=594166"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=594166"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=594166"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=594166"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=594166"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=594166"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=594166"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}