{"id":594236,"date":"2026-04-18T11:58:32","date_gmt":"2026-04-18T09:58:32","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/"},"modified":"2026-04-18T11:58:32","modified_gmt":"2026-04-18T09:58:32","slug":"eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Geen schending re\u00efntegratievoorschriften, loonstop onterecht.<\/p>\n<p>RECHTBANK<br \/>\n LIMBURG<\/p>\n<p>Civiel recht<\/p>\n<p>Kantonrechter<\/p>\n<p>Zittingsplaats Roermond<\/p>\n<p>Zaaknummer: 11815525 \\ CV EXPL 25-3299<\/p>\n<p>Vonnis in kort geding van 30 oktober 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[eiser]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] , gemeente Overbetuwe ,<\/p>\n<p>eisende partij in conventie,<\/p>\n<p>verwerende partij in reconventie,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [eiser] ,<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. R. Meijers (ARAG SE Rechtsbijstand),<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>de besloten vennootschap [gedaagde] B.V.,<\/p>\n<p>gevestigd en kantoorhoudende te Venlo,<\/p>\n<p>gedaagde partij in conventie,<\/p>\n<p>eisende partij in reconventie,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [gedaagde] ,<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. S.J.M. Peters.<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>&#8212; de dagvaarding,<\/p>\n<p>&#8212; de nader door [eiser] ingediende producties 15 tot en met 18,<\/p>\n<p>&#8212; de door [gedaagde] ingediende producties 1 t\/m 7,<br \/>\n&#8212; de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt<br \/>\n&#8212; de pleitnota zijdens [gedaagde] tevens houdende eisen in reconventie.<\/p>\n<h3>2De feiten<\/h3>\n<p>[eiser] is op 1 februari 2023 in dienst getreden bij [gedaagde] . Laatstelijk was zij werkzaam in de functie van allround chauffeur voor 32 uur per week tegen een brutosalaris van \u20ac 2.680,00 per maand (exclusief vakantietoeslag en emolumenten).<\/p>\n<p>Op 28 april heeft [eiser] zich ziek gemeld. Diezelfde dag stuurt [gedaagde] een mail en wordt [eiser] gevraagd naar de reden van haar verzuim. Verder staat in de email dat als [eiser] de reden van verzuim niet doorgeeft haar wordt verzocht te komen werken. Als zij de reden van verzuim niet doorgeeft en niet komt werken is [gedaagde] genoodzaakt verdere stappen te ondernemen.<\/p>\n<p>[eiser] voldoet niet aan de verzoeken van [gedaagde] en vraagt om een verwijzing naar de bedrijfsarts. Op 5 mei 2025 zet [gedaagde] de betaling van het loon van [eiser] stop. Dit deelt [gedaagde] per email van 7 mei 2025 aan [eiser] mee. De bedrijfsarts wordt niet ingeschakeld.<\/p>\n<p>Nadat [eiser] zich heeft voorzien van juridische bijstand wordt zij door [gedaagde] op 29 mei 2025 ziek gemeld en heeft zij op 19 juni 2025 een gesprek met de bedrijfsarts. [gedaagde] betaalt in juni 2025 het loon over de maand mei 2025 alsnog aan [eiser] .<\/p>\n<p>In de probleemanalyse neemt de bedrijfsarts het volgende op:<\/p>\n<p>\u2018(\u2026)<\/p>\n<p>Bij analyse en navraag bestaan er op aangeven van mevrouw voor haar ziekmelding belangrijke niet werkgebonden oorzaken.<\/p>\n<p>Ik verneem ook dat de werksituatie belast is geraakt wat ook van invloed kan zijn.<\/p>\n<p>De arbeidsverhoudingen lijken verstoord.<\/p>\n<p>Zij geeft onder andere aan zich niet te kunnen vinden in bepaalde opmerkingen van de werkgever.<\/p>\n<p>Mevrouw werkt momenteel niet en zij acht dit stellig ook niet mogelijk nu.<\/p>\n<p>Dit is te respecteren en naar mijn indruk is een werkuitvoer nu ook niet aan de orde gezien haar condities en omstandigheden.<\/p>\n<p>Ik adviseer mevrouw en haar leiding om nu ook vooraleerst een goed gesprek met elkaar te gaan hebben en de werksituatie te bespreken opdat er ook meer duidelijkheid.<\/p>\n<p>Ik adviseer hierbij de inschakeling van een mediator ter goede ondersteuning in het komen tot een goed gesprek.\u2019<\/p>\n<p>Partijen proberen tot een afspraak te komen maar verschillen van mening over de vraag of dit gesprek onder leiding van een mediator moet plaatsvinden. [eiser] meent dat er enkel een gesprek onder leiding van een mediator kan plaatsvinden. [gedaagde] is van mening dat het gesprek kan plaatsvinden met [naam X] danwel een medewerker van de HR afdeling van [gedaagde] danwel met de vertrouwenspersoon van [gedaagde] .<\/p>\n<p>Omdat [eiser] niet ingaat op de wens van [gedaagde] om zonder mediator met elkaar in gesprek te gaan heeft [gedaagde] vanaf juni 2025 geen loon aan [eiser] betaald.<\/p>\n<h3>3Het geschil<\/h3>\n<p>In concventie<\/p>\n<p>[eiser] vordert \u2013 uitvoerbaar bij voorraad \u2013 [gedaagde] te veroordelen<\/p>\n<p>I tot betaling van:<\/p>\n<p>\u20ac 2.680,00 bruto terzake het achterstallige loon over de maand juni 2025;<\/p>\n<p>\u20ac 2.680,00 bruto per maand, ter zake het salaris, vanaf 1 juli 2025 althans bij wijze van voorschot, tot het moment dat rechtsgeldig een einde is gekomen aan het dienstverband;<\/p>\n<p>De wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het sub a en b gevorderde vanaf datum verzuim tot aan de dag der volledige betaling;<\/p>\n<p>De wettelijke rente over het sub a, b en c gevorderde vanaf datum verzuim tot aan de dag der volledige betaling;<\/p>\n<p>\u20ac 393,00 ter zake buitengerechtelijke kosten;<\/p>\n<p>De proceskosten inclusief nakosten.<\/p>\n<p>II Om binnen 5 dagen na betekening van een in deze zaak te wijzen vonnis, aan [eiser] te verstrekken de deugdelijke bruto\/netto salaris specificaties over de maanden juni 2025 en de toekomstige salarisspecificaties conform artikel 7:626 BW, op straffe van een dwangsom van \u20ac 250,00 voor iedere dag dat gedaagde ter zake van de verstrekking van die specificaties in gebreke zal blijven.<\/p>\n<p>[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] is arbeidsongeschikt en heeft gedurende de eerste 104 weken van ziekte recht op doorbetaling van haar loon. Zij voldoet aan haar re-integratieverplichtingen, waardoor [gedaagde] geen reden heeft niet aan deze verplichting te voldoen.<\/p>\n<p>[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] omdat een deskundigenoordeel ontbreekt. Daarnaast concludeert [gedaagde] tot afwijzing van de vorderingen [eiser] . [gedaagde] betwist dat [eiser] ziek is. [eiser] voldoet niet aan haar re-integratieverplichtingen doordat zij niet in gesprek gaat met [naam X] , danwel een medewerker van de HR afdeling van [gedaagde] dan wel met de vertrouwenspersoon binnen [gedaagde] . Voorts voert [gedaagde] aan dat [eiser] bij arbeidsongeschiktheid slechts recht heeft op 70 % van haar loon dan wel het minimum loon. [gedaagde] heeft in mei 2025 100 % betaald en dus te veel loon aan [eiser] overgemaakt. Het te veel betaalde wil [gedaagde] verrekenen met eventueel toe te wijzen bedragen. [gedaagde] voert verder aan dat de wettelijke verhoging nihil danwel maximaal 10 a 15 % moet bedragen nu [eiser] maandenlang niet op het werk verschijnt en gesprekken weigert. Omdat [eiser] voor rechtsbijstand verzekerd is, is [gedaagde] geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. [eiser] moet in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.<\/p>\n<p>In reconventie<\/p>\n<p>[gedaagde] vordert \u2013 uitvoerbaar bij voorraad \u2013 [eiser]<\/p>\n<p>I. te veroordelen om binnen twee dagen na het te wijzen vonnis een bedrag van \u20ac 2.500,00 aan [gedaagde] te voldoen, alsmede [eiser] te veroordelen om het geheimhoudingsbeding strikt na te komen op verbeurte van een dwangsom althans boete van \u20ac 2.500,00 per overtreding, de dwangsom gemaximeerd tot \u20ac 25.000,00;<\/p>\n<p>II. te veroordelen aan [gedaagde] te voldoen een bedrag van \u20ac 730,35 bruto, althans het netto equivalent hiervan, en wel binnen twee dagen na het in dezen te wijzen vonnis;<\/p>\n<p>III. te gebieden om met [gedaagde] in de persoon van [naam X] , althans HR, althans met de vertrouwenspersoon, een gesprek aan te gaan en gesprekken aan te blijven gaan zo lang dit probleemoplossend kan werken, zulks op verbeurte van een dwangsom van \u20ac 250,00 per dag of dagdeel dat [eiser] hiermee in gebreke blijft, zulks met een maximum van \u20ac 25.000,00;<\/p>\n<p>IV. te veroordelen in de proceskosten van de reconventionele procedure.<\/p>\n<p>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<p>In conventie<\/p>\n<p>Spoedeisendheid<\/p>\n<p>Het spoedeisend belang bij de gevorderde loondoorbetaling vloeit voort uit de aard van de vordering, nu het gaat om de maandelijkse inkomsten van [eiser] .<\/p>\n<p>Voorlopig oordeel<\/p>\n<p>Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Daarbij dient te worden uitgegaan van de in de onderhavige procedure gepresenteerde feiten, die slechts in beperkte mate kunnen worden getoetst aangezien nadere bewijsvoering in een kort geding procedure niet (goed) mogelijk is. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.<\/p>\n<p>[eiser] is ontvankelijk in haar vordering<\/p>\n<p>Het verweer van [gedaagde] dat [eiser] niet ontvankelijk is in haar loonvordering omdat [eiser] geen deskundigenverklaring van het UWV heeft ingebracht slaagt niet. De voorzieningenrechter kan in kortgeding afzien van de vraag om een deskundigenverklaring en ziet daar in deze kwestie ook aanleiding toe.<\/p>\n<p>[eiser] is arbeidsongeschikt<\/p>\n<p>Op 28 april 2025 heeft [eiser] zich ziek gemeld. [gedaagde] accepteert de ziekmelding niet en betwist dat [eiser] ziek is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het niet aan de werkgever is om te beoordelen of een werknemer arbeidsongeschikt is, dit oordeel is voorbehouden aan de bedrijfsarts. Uit de probleemanalyse van de bedrijfsarts volgt dat [eiser] arbeidsongeschikt is.<\/p>\n<p>[eiser] heeft recht op betaling van loon<\/p>\n<p>Uit artikel 7:629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat de werknemer bij ziekte de eerste 104 weken van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op 70% van zijn loon en als 70% van het loon minder is dan het minimumloon, heeft de werknemer gedurende de eerste 52 weken ten minste recht op het wettelijke minimumloon.<\/p>\n<p>Het brutosalaris [eiser] bedraagt \u20ac 2.680,00. [eiser] heeft gedurende haar arbeidsongeschiktheid in beginsel recht op betaling van 70 % van haar loon. Dit bedrag is echter lager dan het wettelijk minimum loon waardoor zij in beginsel gedurende haar arbeidsongeschiktheid recht heeft op betaling van het voor haar geldende wettelijke minimumloon.<\/p>\n<p>[eiser] voldoet aan haar re-integratieverplichtingen<\/p>\n<p>[eiser] heeft geen recht op doorbetaling van haar loon tijdens ziekte wanneer zij haar genezing belemmert of vertraagt of indien zij weigert een redelijk voorschrift van de bedrijfsarts of haar werkgever op te volgen. Dit volgt uit artikel 7:629 lid 3 sub b en d BW).<\/p>\n<p>[gedaagde] voert aan dat [eiser] niet voldoet aan haar re-integratieverplichtingen door niet in gesprek te gaan met [naam X] , danwel een medewerker van de HR afdeling van [gedaagde] danwel met de vertrouwenspersoon binnen [gedaagde] . Centraal staat dus de vraag of het niet in gesprek gaan zonder aanwezigheid van een mediator een verwijtbare schending van de re-integratieverplichtingen oplevert aan de zijde van [eiser] .<\/p>\n<p>Op 28 april 2025 heeft [eiser] zich ziek gemeld. Enkele uren later kreeg zij bericht van [gedaagde] waarin werd gevraagd naar de aard van de ziekmelding en werd reeds direct gedreigd met verdere stappen. Toen [eiser] [gedaagde] er op wees dat zij niet verplicht is om haar werkgever te informeren over de aard van de ziekmelding en verzocht om een consult bij de bedrijfsarts heeft [gedaagde] aansluitend een gesprek met [eiser] ge\u00ebist. Toen [eiser] aangaf niet aan het gesprek te kunnen deelnemen en een afspraak te willen met de bedrijfsarts heeft [gedaagde] het loon stopgezet.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit geen handelen dat gericht is op een oplossing. Het is niet aan [gedaagde] om te concluderen dat [eiser] niet ziek is. Als zij \u201chet niet vertrouwt\u201d staat haar maar \u00e9\u00e9n weg open, en dat is de bedrijfsarts inschakelen. Dat doet [gedaagde] echter niet, zij zet zonder juridische rechtvaardiging het loon stop. Kortom, vanaf het eerste moment gaat [gedaagde] er met gestrekt been in.<\/p>\n<p>Vervolgens constateert de bedrijfsarts dat er sprake is van ziekte en werkgerelateerde problematiek, Met andere woorden, dat [gedaagde] er met het stopzetten van het loon volledig naast zat. Ook adviseert de bedrijfsarts een goed gesprek tussen partijen. Gelet op de situatie zoals hij\/zij die heeft vast gesteld adviseert de bedrijfsarts dat gesprek te voeren onder leiding van een mediator. Dit advies legt [gedaagde] naast zich neer. Wederom meent zij beter te weten wat wijsheid is.<\/p>\n<p>Met dit gedrag van [gedaagde] rondom de ziekmelding kan de voorzieningenrechter het zich echter goed voorstellen dat [eiser] de wens heeft om alleen met begeleiding van een onafhankelijk iemand het gesprek met [gedaagde] aan te gaan. Daarnaast begrijpt de voorzieningenrechter oprecht niet waarom [gedaagde] onder de gegeven omstandigheden \u2013 zij heeft ten onrechte per omgaande het loon stop gezet \u2013 niet kiest voor een de-escalerende houding door [eiser] in haar wens tegemoet te komen. Dat had wellicht de kou uit de lucht kunnen halen.<\/p>\n<p>Hoe dan ook, de voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] haar re-integratieverplichtingen niet heeft geschonden en dat de werkgever ten onrechte het loon niet heeft betaald.<\/p>\n<p>Voorts heeft [gedaagde] verzocht de vordering van [eiser] naar de toekomst af te wijzen omdat dit een vrijbrief voor [eiser] zou opleveren om haar re-integratieverplichtingen te schenden. [eiser] heeft echter geen aanleiding gegeven om tot het oordeel te komen dat zij mogelijk haar re-integratieverplichtingen niet zal nakomen en zich niet zal houden aan de adviezen van de bedrijfsarts. Dus ook dit verweer zal door de voorzieningenrechter worden gepasseerd.<\/p>\n<p>In het licht van het voorgaande heeft [eiser] gedurende haar arbeidsongeschiktheid recht op betaling van 70 % van haar brutoloon. Omdat dit lager is dan het minimumloon heeft [eiser] recht op betaling van het wettelijke minimum loon. Omdat [eiser] betaling van 100% van haar loon heeft gevorderd zal de voorzieningenrechter haar vordering slechts deels toewijzen.<\/p>\n<p>[gedaagde] mag het te veel betaalde verrekenen<\/p>\n<p>Over de maand mei 2025 heeft [gedaagde] aan [eiser] 100 % van het loon betaald, zijnde \u20ac 2.680,00 bruto. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen heeft [gedaagde] over de maand mei 2025 te veel loon aan [eiser] betaald.<\/p>\n<p>[gedaagde] heeft een beroep op verrekening gedaan. Artikel 6:127 lid 2 BW bepaalt dat<\/p>\n<p>een schuldenaar de bevoegdheid tot verrekening heeft, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering. Uit het voorgaande volgt dat [eiser] een loonvordering heeft op [gedaagde] , en [gedaagde] een vordering heeft op [eiser] omdat [gedaagde] over de maand mei 2025 te veel loon aan [eiser] heeft betaald. Er is sprake van wederkerig schuldenaarschap en van aan elkaar beantwoordende, afdwingbare prestaties als bedoeld in artikel 6:127 lid 2 BW, zodat [gedaagde] tot verrekening gerechtigd is. [gedaagde] mag het over de maand mei 2025 te veel betaalde loon verrekenen met het loon dat hij over de maand juni aan [eiser] moet betalen.<\/p>\n<p>Wettelijke verhoging<\/p>\n<p>De gevorderde wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW is een sanctie op niet tijdige betaling van het loon en bedoeld als prikkel voor de werkgever om het loon op tijd te betalen, zodat de werknemer tijdig over het loon kan beschikken (HR 5 januari 1979, NJ 1979, 207). De rechter kan, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, de verhoging beperken tot ieder bedrag dat hij billijk vindt en zelfs op nihil stellen (HR 13 december 1985, NJ 1986, 293). [gedaagde] heeft verzocht om deze verhoging op nihil te stellen dan wel op 10 a 15 %.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter acht het echter billijk de wettelijke verhoging vast te stellen op 50%. Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat het achterwege laten van de loonbetaling gebaseerd is op de eigen beoordeling en aannames van [gedaagde] ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid, het in eerste instantie weigeren van het inschakelen van de bedrijfsarts, het vervolgens niet opvolgen van het advies van de bedrijfsarts en het wederom niet betalen van het loon.<\/p>\n<p>Rente<\/p>\n<p>De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals gevorderd.<\/p>\n<p>Buitengerechtelijke incassokosten<\/p>\n<p>Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten meent [gedaagde] dat die kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat die kosten vallen onder de kosten waarvoor de door [eiser] afgesloten rechtsbijstandverzekering dekking verleent.<\/p>\n<p>De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De voorzieningenrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet. De omstandigheid dat [eiser] wordt bijgestaan door een gemachtigde van ARAG rechtsbijstand maakt niet dat hij geen aanspraak kan maken op buitengerechtelijke incassokosten. Enkel is relevant dat daadwerkelijk incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Daartoe is het versturen van \u00e9\u00e9n brief in beginsel voldoende (vgl. Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405, r.o. 3.7.2). In dit geval heeft [eiser] als productie 6 een brief van zijn rechtsbijstandsverzekeraar van 5 juni 2025 in het geding gebracht, waarin [gedaagde] wordt gesommeerd om het loon te betalen. Daarna is er nog veelvuldig met [gedaagde] en\/of diens gemachtigde per email gecorrespondeerd. Hiermee zijn (voldoende) buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht, om tot afzonderlijke vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten te komen.<\/p>\n<p>Nu gelet op rechtsoverweging 4.6 betaling van 70 % van 2.680,00 althans het minimumloon toewijsbaar is, komt het gevorderde bedrag van \u20ac 393,00 aan buitengerechtelijke incassokosten niet meer overeen met het in het Besluit bepaalde tarief. Dit bedrag was immers gebaseerd om de gevorderde \u20ac 2.680,00. Op basis van het in het Besluit geldende tarief zal een bedrag van \u20ac 292,45 worden toegewezen.<\/p>\n<p>Bruto\/nettospecificatie<\/p>\n<p>De gevorderde bruto\/netto specificatie zal worden toegewezen conform eis. De daaraan te verbinden dwangsom is echter niet gemaximeerd. De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangsom maximeren op \u20ac 2.000,00 per niet verstrekte specificatie.<\/p>\n<p>In reconventie<\/p>\n<p>Schending geheimhouding<\/p>\n<p>[gedaagde] stelt dat [eiser] het geheimhoudingsbeding zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst heeft geschonden. [eiser] heeft dit ontkend. De schending staat daarmee niet vast. Een kort geding leent zich echter niet voor bewijslevering en dus wordt de vordering van [gedaagde] afgewezen.<\/p>\n<p>Dat [eiser] zich aan het geheimhoudingsbeding zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst moet houden volgt reeds uit de arbeidsovereenkomst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat [eiser] dit beding zal schenden zodat er geen aanleiding bestaat op voorhand een boete op te leggen. Indien [gedaagde] van mening is dat [eiser] het beding thans schendt of in de toekomst gaat schenden, dan ligt het op de weg van [gedaagde] om daarover een procedure te starten. Indien komt vast te staan dat de geheimhouding is geschonden kan er alsnog een boete worden opgelegd. De vordering van [gedaagde] wordt vooralsnog afgewezen.<\/p>\n<p>[gedaagde] mag het in mei 2025 te veel betaalde salaris verrekenen<\/p>\n<p>De vordering van [gedaagde] tot betaling van \u20ac 730,35 zal worden afgewezen nu de voorzieningenrechter verrekening in conventie reeds heeft toegestaan. [gedaagde] heeft derhalve geen belang meer bij deze vordering.<\/p>\n<p>De vordering te bevelen tot een gesprek wordt afgewezen<\/p>\n<p>De vordering van [gedaagde] om [eiser] te bevelen in gesprek te gaan met [naam X] , dan wel HR dan wel de vertrouwenspersoon zal worden afgewezen nu deze vordering zo is geformuleerd dat het gesprek niet wordt begeleid door een mediator en dat is in strijd met het advies van de bedrijfsarts. Gelet op hetgeen de voorzieningenrechter reeds hiervoor op dit punt heeft overwogen is [eiser] niet gehouden tot het gevorderde gesprek. De voorzieningenrechter wijst de vordering van [gedaagde] af.<\/p>\n<p>Proceskosten in conventie en in reconventie<\/p>\n<p>[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:<\/p>\n<p>&#8212; kosten van de dagvaarding<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>149,02<\/p>\n<p>&#8212; griffierecht<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>90,00<\/p>\n<p>&#8212; salaris gemachtigde conventie<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>814,00<\/p>\n<p>(1 punt x \u20ac 814,00)<\/p>\n<p>-salaris gemachtigde reconventie<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>407,00<\/p>\n<p>(0,5 punten x \u20ac 814,00)<\/p>\n<p>&#8212; nakosten<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>135,00<\/p>\n<p>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)<\/p>\n<p>Totaal<\/p>\n<p>\u20ac<\/p>\n<p>1.595,02<\/p>\n<p>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De kantonrechter<\/p>\n<p>In conventie<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen het voor haar geldende wettelijk minimumloon over de maand juni 2025, gebaseerd op een 32-urige werkweek, onder vermindering van het door [gedaagde] in mei 2025 te veel betaalde loon,<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen het voor haar geldende wettelijk minimumloon , gebaseerd op een 32-urige werkweek, van 1 juli 2025 tot aan het moment van het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst, danwel de 104de week van arbeidsongeschiktheid,<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de onder 5.1 en 5.2 toegewezen vorderingen vanaf de datum van verzuim tot aan de dag der volledige betaling,<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen de wettelijke rente over de onder 5.1, 5.2 en 5.3 toegewezen vorderingen vanaf het moment van verzuim tot aan de dag van volledige betaling,<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen \u20ac 292,45 aan buitengerechtelijke kosten,<\/p>\n<p>beveelt [gedaagde] binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] een deugdelijke bruto\/netto salaris specificatie te verstrekken over de maanden juni 2025 en de toekomstige maanden op straffe van verbeurte van een dwangsom van \u20ac 250,00 voor iedere dag dat gedaagde ter zake van de verstrekking van die specificaties in gebreke zal blijven tot een maximum van \u20ac 2.000,00 per specificatie,<\/p>\n<p>In reconventie<\/p>\n<p>wijst de vorderingen van [gedaagde] af,<\/p>\n<p>In conventie en in reconventie<\/p>\n<p>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van \u20ac 1.595,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,<\/p>\n<p>wijst het meer of anders gevorderde af,<\/p>\n<p>verklaart de kostenveroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.<\/p>\n<p>Type: LvM<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10688\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Geen schending re\u00efntegratievoorschriften, loonstop onterecht.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8080],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[9996,9995,7675,21968,10621],"kji_language":[7671],"class_list":["post-594236","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-limburg","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-limburg","kji_keyword-rblim","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-reintegratievoorschriften","kji_keyword-schending","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Geen schending re\u00efntegratievoorschriften, loonstop onterecht.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \\\/ 11815525 \\\\ CV EXPL 25-3299 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T09:58:32+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \\\/ 11815525 \\\\ CV EXPL 25-3299\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299","og_description":"Geen schending re\u00efntegratievoorschriften, loonstop onterecht.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/","name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T09:58:32+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202510688-rechtbank-limburg-30-10-2025-11815525-cv-expl-25-3299\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBLIM:2025:10688 Rechtbank Limburg , 30-10-2025 \/ 11815525 \\ CV EXPL 25-3299"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/594236","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=594236"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=594236"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=594236"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=594236"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=594236"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=594236"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=594236"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=594236"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}