{"id":594890,"date":"2026-04-18T14:08:59","date_gmt":"2026-04-18T12:08:59","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/"},"modified":"2026-04-18T14:08:59","modified_gmt":"2026-04-18T12:08:59","slug":"eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Veroordeling wegens artikel 6 WVW tot een taakstraf van 40 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden.<\/p>\n<p>RECHTBANK GELDERLAND<\/p>\n<p>Team strafrecht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Arnhem<\/p>\n<p>Parketnummer: 05\/089010-25<\/p>\n<p>Datum uitspraak : 16 oktober 2025<\/p>\n<p>Tegenspraak<\/p>\n<p>vonnis van de meervoudige kamer<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>de officier van justitie<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,<\/p>\n<p>wonende aan [adres] .<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.<\/p>\n<h3>1De inhoud van de tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 9 januari 2025 te Scherpenzeel in de gemeente Scherpenzeel, als<\/p>\n<p>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto),<\/p>\n<p>komende uit de richting van de Marktstraat, daarmede rijdende over de weg de<\/p>\n<p>Druivenkamp,<\/p>\n<p>in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en\/of<\/p>\n<p>onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,<\/p>\n<p>terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en\/of<\/p>\n<p>terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en\/of<\/p>\n<p>terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en\/of<\/p>\n<p>terwijl een toen aldaar rijdende fietser zeer dicht was genaderd,<\/p>\n<p>&#8212; rijdende op de weg, de Druivenkamp, &#8212; nadat verdachte dat door hem bestuurde<\/p>\n<p>motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand had gebracht \u2013 vervolgens met dat<\/p>\n<p>motorrijtuig (bedrijfsauto) op die weg (Druivenkamp) achteruit is gereden, zijnde<\/p>\n<p>bijzondere manoeuvres, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels<\/p>\n<p>en verkeerstekens 1990 en\/of,<\/p>\n<p>&#8212; zich er niet, althans onvoldoende van te vergewisse of er, terwijl hij met het door<\/p>\n<p>hem bestuurde voertuig daar achteruit reed, verkeer van rechts, links of achter<\/p>\n<p>naderde of genaderd was en zich (inmiddels) dicht naast of achter zijn voertuig<\/p>\n<p>bevond en\/of,<\/p>\n<p>&#8212; in strijd met artikel 54 van voormeld reglement een dicht genaderd bestuurster<\/p>\n<p>van een fiets van een over die weg (Druivenkamp) rijdend niet voor heeft laten gaan<\/p>\n<p>en\/of<\/p>\n<p>&#8212; zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot<\/p>\n<p>stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en<\/p>\n<p>waarover deze vrij was, immers was hij niet in staat het door hem bestuurde<\/p>\n<p>voertuig (tijdig) tot stilstand te brengen, bij nadering van de rijdende fietser,<\/p>\n<p>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en\/of de bestuurster<\/p>\n<p>van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,<\/p>\n<p>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten<\/p>\n<p>verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]<\/p>\n<p>) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht,<\/p>\n<p>dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale<\/p>\n<p>bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde onder invloed van een stof, te weten<\/p>\n<p>van cannabis, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik de<\/p>\n<p>rijvaardigheid kon verminderen;<\/p>\n<p>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<\/p>\n<p>kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 9 januari 2025 te Scherpenzeel in de gemeente Scherpenzeel, als<\/p>\n<p>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto),<\/p>\n<p>komende uit de richting van de Marktstraat, daarmede rijdende over de weg de<\/p>\n<p>Druivenkamp, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en\/of<\/p>\n<p>terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en\/of<\/p>\n<p>terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en\/of<\/p>\n<p>terwijl een toen aldaar rijdende fietser zeer dicht was genaderd,<\/p>\n<p>&#8212; rijdende op de weg, de Druivenkamp, &#8212; nadat verdachte dat door hem bestuurde<\/p>\n<p>motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand had gebracht \u2013 vervolgens met dat<\/p>\n<p>motorrijtuig (bedrijfsauto) op die weg (Druivenkamp) achteruit is gereden, zijnde<\/p>\n<p>bijzondere manoeuvres, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels<\/p>\n<p>en verkeerstekens 1990 en\/of,<\/p>\n<p>&#8212; zich er niet, althans onvoldoende van te vergewisse of er, terwijl hij met het door<\/p>\n<p>hem bestuurde voertuig daar achteruit reed, verkeer van rechts, links of achter<\/p>\n<p>naderde of genaderd was en zich (inmiddels) dicht naast of achter zijn voertuig<\/p>\n<p>bevond en\/of,<\/p>\n<p>&#8212; in strijd met artikel 54 van voormeld reglement een bestuurster van een fiets van<\/p>\n<p>een over die weg (Druivenkamp) rijdend niet voor heeft laten gaan en\/of<\/p>\n<p>&#8212; zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot<\/p>\n<p>stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en<\/p>\n<p>waarover deze vrij was, immers was hij niet in staat het door hem bestuurde<\/p>\n<p>voertuig (tijdig) tot stilstand te brengen, bij nadering van de rijdende fietser,<\/p>\n<p>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en\/of de bestuurster<\/p>\n<p>van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,<\/p>\n<p>en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,<\/p>\n<p>althans kon worden veroorzaakt, en\/of het verkeer op die weg werd gehinderd,<\/p>\n<p>althans kon worden gehinderd;<\/p>\n<p>De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover<\/p>\n<p>daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde<\/p>\n<p>betekenis te zijn gebezigd;<\/p>\n<p>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of<\/p>\n<p>zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 9 januari 2025 te Scherpenzeel als bestuurder van een<\/p>\n<p>bedrijfsauto (bestelauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg,<\/p>\n<p>Druivenkamp, achteruit is gereden zonder een bestuurster van een fiets voor te<\/p>\n<p>laten gaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is<\/p>\n<p>toegebracht.<\/p>\n<p>2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs<\/p>\n<p>De feiten<\/p>\n<p>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.<\/p>\n<p>Op 9 januari 2025 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de Druivenkamp in Scherpenzeel, waarbij de bestuurders van een bedrijfsauto en een fiets waren betrokken. Verdachte was aan het werk als pakketbezorger. Hij reed met de bedrijfsauto vanuit de richting van de Marktstraat op de Druivenkamp. Hij stopte in deze straat en reed achteruit. Terwijl hij achteruit reed, botste verdachte met de achterkant van de bedrijfsauto tegen de fietser, [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), waardoor zij ten val kwam. Verdachte heeft de fietser voorafgaand aan de botsing niet gezien.<\/p>\n<p>Het rijbewijs van verdachte is afgegeven op 9 januari 2024, waardoor hij is aan te merken als beginnend bestuurder.<\/p>\n<p>[slachtoffer] heeft als gevolg van dit ongeval hoofdletsel opgelopen. De geschatte genezingsduur was twee maanden. Ze is zes dagen ter observatie opgenomen vanwege een (kleine) bloeding in het brein. Op 10 februari 2025 had ze nog weinig energie en kon ze weinig prikkels hebben. Het letsel was op 5 september 2025 nog niet volledig hersteld.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie stelt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. De officier van justitie stelt dat verdachte aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden en daarmee een aanmerkelijke mate van schuld heeft aan het ongeval. Hierbij weegt de officier van justitie mee dat in het bloed van verdachte cannabis is aangetroffen. Het letsel van [slachtoffer] maakte dat zij tijdelijk verhinderd werd bij de uitoefening van haar normale bezigheden.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>Verdachte voert aan dat hij de fietser niet had gezien.<\/p>\n<p>Beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zoals primair ten laste is gelegd.<\/p>\n<p>Vrijspraak van rijden onder invloed van cannabis<\/p>\n<p>Verdachte wordt verweten dat hij het ongeval heeft veroorzaakt, mede onder invloed van cannabis. Bij verdachte is na het ongeval een speekseltest afgenomen en vervolgens een bloedonderzoek uitgevoerd. In het bloed van de verdachte is een waarde van 2,2 microgram tetrahydrocannabinol (hierna: THC) per liter bloed aangetroffen, waarmee de toegestane grenswaarde van 3,0 microgram THC per liter niet is overschreden.<\/p>\n<p>De rechtbank kan ook overigens uit de bewijsmiddelen niet vaststellen dat verdachte ten tijde van het ongeval onder zodanige invloed van cannabis verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. De rechtbank spreekt verdachte daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.<\/p>\n<p>Schuld in de zin van artikel 6 WVW<\/p>\n<p>Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW, moet sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onoplettendheid of onachtzaamheid. Daarbij moet worden gekeken naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Een enkel moment van onoplettendheid is over het algemeen niet voldoende voor het aannemen van aanmerkelijke schuld. Uit de rechtspraak kan desondanks niet als algemene regel worden afgeleid dat schuld in de zin van artikel 6 WVW in geen geval kan worden bewezenverklaard als de gedraging van de verdachte die heeft geleid tot het ongeval, haar aanleiding vindt in uitsluitend een enkel moment van onoplettendheid. De omstandigheden van het geval \u2013 waartoe ook de aard van de verkeerssituatie kan worden gerekend \u2013 kunnen immers zodanige aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt (vgl. Hoge Raad 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1398).<\/p>\n<p>Verdachte heeft ter terechtzitting op 2 oktober 2025 en in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij met zijn bedrijfsauto stilstond op de Druivenkamp. Hij moest een pakket afleveren bij huisnummer [nummer] , maar zag dat hij te ver was doorgereden. Hierop besloot verdachte achteruit te rijden. Voordat hij achteruit reed, keek hij in zijn buitenspiegels. Via de linkerbuitenspiegel kon hij zien dat de weg aan die kant vrij was. Via de rechterbuitenspiegel kon hij de weg niet goed overzien en zag hij alleen auto\u2019s die haaks op de weg geparkeerd stonden. In de bedrijfsauto was een achteruitrijcamera aanwezig, waarmee de omgeving achter het voertuig goed zichtbaar was. Verdachte heeft niet op het beeld van zijn achteruitrijcamera gekeken.<\/p>\n<p>Op grond van de eerder genoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat verdachte, als beroepsmatige bestuurder van een bedrijfswagen, achteruit is gereden. Bij het achteruitrijden, een bijzondere manoeuvre, is extra oplettendheid vereist. Dat geldt des te meer wanneer een groter voertuig wordt bestuurd, zoals een bedrijfswagen. Daarnaast was verdachte ten tijde van het ongeval beginnend bestuurder, zodat van hem extra voorzichtigheid mag worden verwacht. Bovendien rust op beroepsmatige bestuurders een bijzondere zorgplicht, wat inhoudt dat zij een grotere verantwoordelijk dragen en extra oplettend moeten zijn in het verkeer. Verdachte reed achteruit terwijl hij uitsluitend in zijn buitenspiegels had gekeken, ondanks dat hij wist dat hij daarmee onvoldoende zicht had op hetgeen zich achter de bedrijfsauto bevond. Doordat hij geen gebruik maakte van de achteruitrijcamera, heeft hij [slachtoffer] die zich achter zijn voertuig bevond, niet gezien en is hij tegen haar aangereden.<\/p>\n<p>Gelet op de hiervoor overwogen omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden en dat het verkeersongeval aan zijn schuld in de zin van artikel 6 WVW te wijten is.<\/p>\n<p>Het slachtoffer heeft lichamelijk letsel opgelopen waaruit tijdelijke ziekte is ontstaan<\/p>\n<p>[slachtoffer] heeft hoofdletsel opgelopen met een (kleine) bloeding in het brein waarvan de genezingsduur op twee maanden is geschat. Na een maand had ze nog steeds weinig energie en kon ze weinig prikkels hebben. Uit het voegingsformulier blijkt dat het letsel na ongeveer acht maanden nog niet volledig is hersteld.<\/p>\n<p>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [slachtoffer] niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Wel is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het aard van het letsel en de (geschatte) duur van de genezing, sprake van tijdelijke ziekte. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen waaruit tijdelijke ziekte is ontstaan.<\/p>\n<p>Conclusie<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.<\/p>\n<h3>3De bewezenverklaring<\/h3>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 9 januari 2025 te Scherpenzeel in de gemeente Scherpenzeel, als<\/p>\n<p>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van de Marktstraat, daarmede rijdende over de weg de Druivenkamp,<\/p>\n<p>in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en\/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,<\/p>\n<p>terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en\/of<\/p>\n<p>terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en\/of<\/p>\n<p>terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en\/of<\/p>\n<p>terwijl een toen aldaar rijdende fietser zeer dicht was genaderd,<\/p>\n<p>&#8212; rijdende op de weg, de Druivenkamp, &#8212; nadat verdachte dat door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand had gebracht &#8212; vervolgens met dat motorrijtuig (bedrijfsauto) op die weg (Druivenkamp) achteruit is gereden, zijnde een bijzondere manoeuvres, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en\/of,<\/p>\n<p>&#8212; zich er niet, althans onvoldoende van te vergewissen of er, terwijl hij met het door hem bestuurde voertuig daar achteruit reed, verkeer van rechts, links of achter naderde of genaderd was en zich (inmiddels) dicht naast of achter zijn voertuig bevond en\/of,<\/p>\n<p>&#8212; in strijd met artikel 54 van voormeld reglement een dicht genaderde bestuurster van een fiets van een over die weg (Druivenkamp) rijdend niet voor heeft laten gaan en\/of<\/p>\n<p>&#8212; zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers was hij niet in staat het door hem bestuurde voertuig (tijdig) tot stilstand te brengen, bij nadering van de rijdende fietser, is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en\/of de bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde onder invloed van een stof, te weten van cannabis, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik de rijvaardigheid kon verminderen.<\/p>\n<p>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en\/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.<\/p>\n<p>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.<\/p>\n<p>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.<\/p>\n<h3>4De kwalificatie van het bewezenverklaarde<\/h3>\n<p>Het bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht<\/p>\n<h3>5De strafbaarheid van het feit<\/h3>\n<p>Het feit is strafbaar.<\/p>\n<h3>6De strafbaarheid van de verdachte<\/h3>\n<p>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.<\/p>\n<h3>7De overwegingen ten aanzien van straf<\/h3>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij een taakstraf verkiest boven een geldboete vanwege zijn financi\u00eble situatie. Bovendien heeft hij zijn rijbewijs nodig voor zijn werk. Hij kan zich vinden in de door de officier van justitie ge\u00ebiste straf.<\/p>\n<p>De beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.<\/p>\n<p>Verdachte heeft zich als bestuurder van een bedrijfswagen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een aanrijding met een fietser, door achteruit te rijden zonder naar het beeld van zijn achteruitrijcamera te kijken. Als gevolg van de aanrijding heeft de fietser hoofdletsel opgelopen.<\/p>\n<p>Bij haar beslissing over de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de ori\u00ebntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Die ori\u00ebntatiepunten gaan in beginsel uit van de oplegging van een geldboete van duizend euro in combinatie met een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 6 september 2025. Daaruit blijkt dat verdachte in 2023 een strafbeschikking heeft ontvangen voor het rijden zonder rijbewijs. In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door zijn fout te erkennen, zowel tijdens het verhoor door de politie op de dag van het ongeval als ter zitting bij de rechtbank. Ook weegt de rechtbank mee dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande en de beperkte financi\u00eble draagkracht van verdachte, acht de rechtbank in dit geval het opleggen van een taakstraf zoals door de officier van justitie ge\u00ebist, passend. Daarnaast acht de rechtbank conform de eis van de officier van justitie, ook een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van 6 maanden op zijn plaats. Deze zal geheel in voorwaardelijke vorm worden opgelegd en strekt er mede toe verdachte ervan te doordringen in de toekomst de grootst mogelijke voorzichtigheid in het verkeer in acht te nemen. Nu verdachte nog jong en een beginnend bestuurder is, acht de rechtbank een proeftijd van 3 jaar noodzakelijk.<\/p>\n<p>De rechtbank zal aan verdachte opleggen een taakstraf van 40 uur, bij niet uitvoeren te vervangen door 20 dagen hechtenis. Ook zal de rechtbank aan verdachte opleggen een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar.<\/p>\n<h3>8Geen civiele vordering<\/h3>\n<p>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het ten laste gelegde bewezenverklaarde feit een zogeheten voegingsformulier ingediend waarop zij heeft vermeld dat het lichamelijk letsel als gevolg van de aanrijding nog niet volledig is hersteld. De afwikkeling van de geleden schade loopt via de verzekeraar, aldus de ingevulde tekst. In het voegingsformulier zijn geen schadebedragen vermeld.<\/p>\n<p>Nu op het voegingsformulier geen schadebedragen zijn ingevuld, is geen sprake van een civiele vordering in het strafproces, zodat de rechtbank daarop ook geen beslissing hoeft te nemen.<\/p>\n<h3>9De toegepaste wettelijke bepalingen<\/h3>\n<p>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:<\/p>\n<p>&#8212; 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 van het Wetboek van Strafrecht;<\/p>\n<p>&#8212; 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.<\/p>\n<h3>10De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder \u2018De bewezenverklaring\u2019, heeft begaan;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;<\/p>\n<p>\uf0b7 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder \u2018De kwalificatie van het bewezenverklaarde\u2019;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;<\/p>\n<p>\uf0b7 legt op een taakstraf van 40 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;<\/p>\n<p>\uf0b7 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;<\/p>\n<p>\uf0b7 bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het eind van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Trap, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 oktober 2025.<\/p>\n<p>Mr. Van Bergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025013454, gesloten op 21 maart 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina\u2019s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 22-24; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 74-75.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 24.<\/li>\n<li>De geneeskundige verklaring ten aanzien van [slachtoffer] , p. 49.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , p. 64.<\/li>\n<li>Het voegingsformulier ingediend door [slachtoffer] d.d. 5 september 2025, p. 2.<\/li>\n<li>De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2025; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 74-75.<\/li>\n<li>Het proces-verbaal FO verkeer, p. 40.<\/li>\n<li>De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2025; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 75.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8868\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Veroordeling wegens artikel 6 WVW tot een taakstraf van 40 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7864],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7632],"kji_keyword":[7867,7866,7675,8129,8179],"kji_language":[7671],"class_list":["post-594890","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-gelderland","kji_year-8463","kji_subject-penal","kji_keyword-gelderland","kji_keyword-rbgel","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-veroordeling","kji_keyword-wegens","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Veroordeling wegens artikel 6 WVW tot een taakstraf van 40 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"17 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \\\/ 05-089010-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T12:08:59+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \\\/ 05-089010-25\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25","og_description":"Veroordeling wegens artikel 6 WVW tot een taakstraf van 40 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"17 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/","name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T12:08:59+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20258868-rechtbank-gelderland-16-10-2025-05-089010-25-2\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:8868 Rechtbank Gelderland , 16-10-2025 \/ 05-089010-25"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/594890","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=594890"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=594890"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=594890"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=594890"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=594890"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=594890"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=594890"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=594890"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}