{"id":594942,"date":"2026-04-18T14:24:16","date_gmt":"2026-04-18T12:24:16","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/"},"modified":"2026-04-18T14:24:16","modified_gmt":"2026-04-18T12:24:16","slug":"eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.)"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Demonstratierecht. Geen sprake van openlijke geweldpleging door aanbrengen verf\/graffiti op ramen\/muren\/gevels. Wel sprake van het beschadigen en onbruikbaar maken van de gevel, ramen en muren. Daarnaast volgt een veroordeling voor het vernielen van een Isra\u00eblische vlag en het beschadigen van een Bijbel. Het optreden van de autoriteiten voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Geen strijd met artikel 10 en 11 EVRM. De rechtbank legt een voorwaardelijke geldboete op van 200 euro, met een proeftijd van \u00e9\u00e9n jaar. Geen chilling effect.<\/p>\n<p>RECHTBANK GELDERLAND<\/p>\n<p>Team strafrecht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Arnhem<\/p>\n<p>Parketnummer: 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.)<\/p>\n<p>Datum uitspraak : 24 november 2025<\/p>\n<p>Tegenspraak<\/p>\n<p>vonnis van de meervoudige kamer<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>de officier van justitie<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>geboren op [geboortedatum] 1958 in [geboorteplaats] ,<\/p>\n<p>wonende aan [adres] .<\/p>\n<p>Raadsman: mr. W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.<\/p>\n<h3>1De inhoud van de tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:<\/p>\n<p>onder parketnummer 05\/377284-24<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 25 november 2024 te Nijkerk openlijk, te weten aan de Henri Nouwenstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en\/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten de ramen en\/of muren en\/of gevel<\/p>\n<p>van het pand van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk en\/of stichting Steun Huisvesting Isra\u00ebl Centrum, althans het pand van een ander, door<\/p>\n<p>&#8212; verf en\/of graffiti en\/of een substantie op de ramen en\/of muren en\/of gevel van het pand te spuiten en\/of te smeren en\/of<\/p>\n<p>&#8212; een vloeistof en\/of een substantie over de ramen en\/of muren en\/of gevel van het pand te gooien;<\/p>\n<p>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 25 november 2024 te Nijkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk, de ramen en\/of muren en\/of gevel van een pand, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk en\/of<\/p>\n<p>stichting Steun Huisvesting Isra\u00ebl Centrum, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en\/of onbruikbaar gemaakt;<\/p>\n<p>onder parketnummer 05\/376287-24<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 25 november 2024 te Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een Bijbel en\/of een Koran, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan Politie Oost-Nederland, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en\/of<\/p>\n<p>weggemaakt;<\/p>\n<p>onder parketnummer 05\/186554-25<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 21 maart 2025 te Nijkerk, althans in Nederland, openlijk, te weten op\/aan de Henri Nouwenstraat 34, in elk geval op of aan de openbare weg en\/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten een vlag en\/of een wegdek en\/of een stoep van het pand van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk en\/of stichting Steun Huisvesting Isra\u00ebl Centrum, door:<\/p>\n<p>&#8212; meermalen, althans eenmaal, verf en\/of graffiti en\/of krijtspray, althans een daarop gelijkende substantie, op\/tegen de wegdek en\/of de stoep behorend bij dat pand te spuiten en\/of te smeren, en\/of<\/p>\n<p>&#8212; met verf en\/of graffiti en\/of krijtspray, althans een daarop gelijkende substantie, een Isra\u00eblische vlag onder te spuiten, en\/of<\/p>\n<p>&#8212; met verf en\/of graffiti en\/of krijtspray, althans een daarop gelijkende substantie, &quot;bloed aan je handen&quot; en\/of &quot;stop kindermoord&quot; en\/of &quot;free Gaza&quot; en\/of &quot;fck Israel&quot;, althans woorden van gelijke strekking, op de stoep en\/of wegdek behorend bij dat pand, te spuiten en\/of te smeren;<\/p>\n<p>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 21 maart 2025 te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een vlag en\/of een wegdek en\/of een stoep, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan Isra\u00ebl Centrum Nijkerk en\/of stichting Steun Huisvesting Isra\u00ebl Centrum, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en\/of onbruikbaar gemaakt en\/of<\/p>\n<p>weggemaakt.<\/p>\n<h3>2Overwegingen ten aanzien van het bewijs<\/h3>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummers 05\/377284-24 en 05\/186554-25 primair ten laste gelegde, te weten: het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen goederen. Voorts heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vernielen van een Bijbel, zoals ten laste is gelegd onder parketnummer 05\/376287-24. De officier van justitie heeft verzocht verdachte partieel vrij te spreken van het vernielen van een Koran, zoals ten laste is gelegd onder datzelfde parketnummer.<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich tot slot op het standpunt gesteld dat de feiten met parketnummers 05\/377284-24 en 05\/186554-25 zijn gepleegd in het kader van een demonstratie, maar dat deze demonstraties niet als vreedzaam kunnen worden aangemerkt. Gezien de spullen die verdachte bij zich had, had zij de intentie om geweld uit te oefenen op de goederen, waardoor de gedragingen niet vallen onder de reikwijdte van artikel 10 en 11 EVRM.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>Door de raadsman is bepleit dat de dagvaarding deels nietig moet worden verklaard, omdat deze wat betreft het subsidiair tenlastegelegde feit niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv). Het ontbreekt ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde aan een verfeitelijking van het vernielen\/beschadigen\/onbruikbaar maken.<\/p>\n<p>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van de parketnummers 05\/377284-24 en 05\/186554-25 moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Het aanbrengen van verf op een gebouw, de stoep\/het wegdek en\/of een vlag valt niet te kwalificeren als geweld in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr). Daarbij merkt de raadsman op dat de stoep\/het wegdek (parketnummer 05\/186554-25) geen eigendom zijn van het Isra\u00ebl Centrum.<\/p>\n<p>Indien vernieling bewezen wordt verklaard, heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat strafrechtelijke vervolging in onderhavig geval niet \u2018necessary in a democratic society\u2019 is, zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 en artikel 11 lid 2 EVRM. Verdachte heeft haar mening geuit, de locatie was van symbolische waarde en de gedragingen waren niet laakbaar. Daarbij zijn de redelijke kosten voor de schade vergoed. De arrestatie, detentie op het politiebureau en\/of de strafrechtelijke vervolging zijn op zichzelf, of in onderlinge samenhang bezien niet proportioneel en er bestond daartoe geen \u2018pressing social need\u2019.<\/p>\n<p>Ten aanzien van parketnummer 05\/376287-24 heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat op geen enkele wijze uit het dossier blijkt dat de betreffende Koran bij het uitlenen hiervan aan verdachte in goede staat was. Ten aanzien van de Bijbel heeft de raadsman bepleit dat deze door de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) is verstrekt ter schenking aan de gedetineerde, waardoor verdachte op z\u2019n minst mocht aannemen dat de Bijbel aan haar was gegeven.<\/p>\n<p>Beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>ten aanzien van parketnummer 05\/377284-24<\/p>\n<p>Parti\u00eble nietigheid<\/p>\n<p>De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn verweer. Daartoe overweegt de rechtbank dat de tenlastelegging is toegesneden op artikel 350, eerste lid, Sr. De in de tenlastelegging voorkomende termen &quot;vernield&quot;, &quot;beschadigd&quot; en &quot;onbruikbaar gemaakt&quot; zijn kennelijk gebezigd in dezelfde betekenis als welke toekomt aan de dienovereenkomstige uitdrukkingen in die bepaling. De rechtbank is van oordeel dat aan de begrippen in de tenlastelegging voldoende feitelijke betekenis toekomt, nu deze begrippen in samenhang met het primair ten laste gelegde feit en het procesdossier moeten worden bezien. De rechtbank stelt vast dat verdachte op basis hiervan kon weten waarvoor zij terecht staat en waartegen zij zich moet verdedigen. Niet gesteld noch gebleken is dat dit verdachte niet duidelijk was. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.<\/p>\n<p>Bewijs<\/p>\n<p>Op 25 november 2024 is door de heer [aangever] (verder: aangever) aangifte gedaan namens het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk. Aangever heeft verklaard dat hij op 25 november 2024 aan het werk was in het Isra\u00ebl Centrum en rond 09:05 uur werd gebeld dat er demonstranten in aantocht zouden zijn. Hierop heeft aangever de noodknop ingedrukt. Aangever zag vervolgens een groep van ongeveer vijftien personen voor het gebouw staan. Hij zag dat een aantal personen het gebouw aan het bekladden was met verf. Aangever zag dat met rode verf teksten op het pand werden gespoten, het ging hierbij onder andere om de volgende teksten:<\/p>\n<p>&#8212; Genocide;<\/p>\n<p>&#8212; Zionisten;<\/p>\n<p>&#8212; Baby moordenaars;<\/p>\n<p>&#8212; Boycot Israel.<\/p>\n<p>Vervolgens heeft aangever 112 gebeld, waarna de politie ter plaatse is gekomen.<\/p>\n<p>Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat zij samen met anderen naar het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk is gegaan en daar teksten op het pand heeft gespoten met krijtverf.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank:<\/p>\n<p>De rechtbank stelt op basis van de voornoemde bewijsmiddelen vast dat de in de ten laste legging genoemde handelingen door verdachte niet worden ontkend. De vraag is echter hoe deze handelingen dienen te worden gekwalificeerd.<\/p>\n<p>Een veroordeling ter zake van \u2018in vereniging geweld plegen\u2019 in de zin van artikel 141, eerste lid, Sr is aan de orde als sprake is van het openlijk en met verenigde krachten plegen van geweld tegen personen of goederen. Daarbij is enig resultaat vereist. Niet is vereist dat de dader zelf geweld heeft gepleegd.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de handelingen die door verdachte zijn gepleegd, staat niet ter discussie dat sprake was van openbaarheid en van een groep mensen die een voldoende significante bijdrage leverden aan de handelingen ter plaatse, zodat sprake is van openlijk en in vereniging gepleegde handelingen.<\/p>\n<p>De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of sprake is geweest van geweld, zoals bedoeld in artikel 141 Sr. De strafbaarstelling van openlijke geweldpleging strekt ter bescherming van de openbare orde. Om van geweld in de zin van dit artikel te kunnen spreken, moeten de handelingen van zodanige aard en omvang zijn dat hierdoor de openbare orde in gevaar wordt gebracht of verstoord. Daarvoor dient sprake te zijn van het aanwenden van een kracht van niet geringe intensiteit en tevens moet van de aldus geuite agressie een dreiging voor de openbare orde uitgaan.<\/p>\n<p>Beoordeeld zal moeten worden of het aanbrengen van verf\/graffiti\/vloeistof op de ramen\/muren\/gevel van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk, aan te merken is als zodanig geweld. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.<\/p>\n<p>Inherent aan demonstreren is dat dit in veel gevallen gepaard gaat met een zekere mate van verstoring van de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen \u2013die door verdachte en haar mededemonstranten zijn gepleegd \u2013 niet van zodanige aard zijn dat sprake is van het daardoor bovenmatig verstoren van de openbare orde.<\/p>\n<p>De rechtbank is wel van oordeel dat het bespuiten van de gevel, de ramen en de muren van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk met verf\/graffiti\/vloeistof, gekwalificeerd kan worden als het beschadigen en (tijdelijk) onbruikbaar maken van die goederen. Door het bespuiten van de ramen, de gevel en het pand zijn de goederen namelijk (al dan niet deels) tijdelijk voor hun bestemming ongeschikt gemaakt, nu onder meer het zicht door en de lichtdoorlatendheid van de ramen werd belemmerd. De rechtbank betrekt hierbij dat door de gemeente is geconstateerd dat de bekladding van dien aard was, dat zij dit niet zelf konden reinigen en hiervoor een gespecialiseerd extern bedrijf moest worden ingeschakeld.<\/p>\n<p>Conclusie<\/p>\n<p>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het beschadigen dan wel onbruikbaar maken van de gevel, de ramen en de muren van het Isra\u00ebl Centrum in Nijkerk.<\/p>\n<p>Medeplegen<\/p>\n<p>De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden gekwalificeerd en bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde af, dat verdachte samen met haar mededemonstranten naar het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk is gegaan. Ze hadden een gezamenlijk plan en ze zijn elkaar behulpzaam geweest bij het bespuiten van het Isra\u00ebl Centrum. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.<\/p>\n<p>ten aanzien van parketnummer 05\/376287-24 (Bijbel)<\/p>\n<p>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.<\/p>\n<p>Bewijsmiddelen:<\/p>\n<p>&#8212; het proces-verbaal van aangifte van de politie Apeldoorn, p. 8-11;<\/p>\n<p>&#8212; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 22.<\/p>\n<p>Partieel vrijspraak (Koran):<\/p>\n<p>Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken voor het deel van de tenlastelegging dat ziet op het vernielen van een Koran. Uit het dossier valt niet af te leiden of de Koran is gecontroleerd op eventuele gebreken, voordat deze aan verdachte is gegeven. Omdat niet met zekerheid is vast te stellen dat de geconstateerde schade aan de Koran ook daadwerkelijk door verdachte is aangebracht, zal zij van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.<\/p>\n<p>ten aanzien van parketnummer 05\/186554-25<\/p>\n<p>Beoordeling van het bewijs door de rechtbank<\/p>\n<p>Op 24 maart 2025 is door de heer [aangever] (verder: aangever) aangifte gedaan namens het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk. Aangever heeft verklaard dat op 21 maart 2025 twee demonstranten naar het Isra\u00ebl Centrum kwamen. Toen aangever zelf ter plaatse kwam zag hij twee vrouwen voor het pand staan. Voor het pand hangt een vlaggenmast met de Isra\u00eblische vlag. Aangever heeft verklaard dat de vlag in de ochtend was gehesen en geen beschadigingen had. Aangever zag dat de Isra\u00eblische vlag die in de vlaggenmast hing, voor het pand op de grond lag en ondergespoten was met rode verf. De vlag hebben ze getracht te weken en te wassen, maar de vlag was niet meer te herstellen.<\/p>\n<p>Op camerabeelden van het Isra\u00ebl Centrum is volgens verbalisant [verbalisant] onder andere het volgende te zien:<\/p>\n<p>\u201c[\u2026] Ik zie dat persoon 1 (de rechtbank begrijpt: verdachte) de spuitbus van de grond pakt die persoon 2 (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte]) daar heeft neergezet. Ik zie dat persoon 1 de Isra\u00ebl vlag begint onder te spuiten met een rode kleur vloeistof. Ik zie dat persoon 2 haar daarbij ondersteunt door haar rechterarm te ondersteunen en hoog te houden. Ik zie dat wanneer persoon 1 klaar is met bespuiten van de Isra\u00ebl vlag, persoon 2 weg loopt en verder gaat met bekladden van het wegdek eveneens met een spuitbus. [\u2026]\u201d.<\/p>\n<p>Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat zij met (krijt)verf op de stoep, het wegdek en de vlag heeft gespoten.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank:<\/p>\n<p>De rechtbank stelt op basis van de voornoemde bewijsmiddelen vast dat de in de tenlastelegging genoemde handelingen door verdachte niet worden ontkend. De vraag is echter hoe deze handelingen dienen te worden gekwalificeerd.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de Isra\u00eblische vlag:<\/p>\n<p>De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of met het bespuiten van de Isra\u00eblische vlag met verf\/graffiti\/krijtspray, sprake is geweest van geweld, zoals bedoeld in artikel 141 Sr. Met verwijzing naar het eerder genoemde juridische kader, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is. De rechtbank overweegt hierover als volgt.<\/p>\n<p>Inherent aan demonstreren is dat dit in veel gevallen gepaard gaat met een zekere mate van verstoring van de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de manier waarop en de omstandigheden waaronder de vlag is bespoten, geen handeling is gepleegd die van zodanige aard is dat daarmee sprake is van het daardoor bovenmatig verstoren van de openbare orde.<\/p>\n<p>De rechtbank is wel van oordeel dat het bespuiten van de Isra\u00eblische vlag verf\/graffiti\/krijtspray, gekwalificeerd kan worden als het vernielen van deze vlag. Dat verdachte heeft verklaard bewust een eenvoudig te verwijderen krijtspray te hebben gebruikt doet hier niet aan af. Uit de bewijsmiddelen volgt dat het Isra\u00ebl Centrum heeft geprobeerd om de met verf ondergespoten vlag te weken en te wassen, maar dat deze niet meer was schoon te krijgen.<\/p>\n<p>Conclusie ten aanzien van de Isra\u00eblische vlag<\/p>\n<p>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het vernielen van de vlag van het Isra\u00ebl Centrum in Nijkerk.<\/p>\n<p>Medeplegen<\/p>\n<p>De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden gekwalificeerd en bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde af, dat verdachte samen met een mededemonstrante naar het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk is gegaan. Ze hadden een gezamenlijk plan en door het bespuiten van de vlag \u2013 waarbij de medeverdachte de spuitbus heeft klaargezet voor verdachte, verdachte die spuitbus heeft gepakt en zij door haar medeverdachte is ondersteund tijdens het bespuiten van de vlag \u2013 heeft verdachte een bijdrage geleverd aan deze samenwerking die van voldoende significant gewicht was. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.<\/p>\n<p>Parti\u00eble vrijspraak<\/p>\n<p>De rechtbank maakt uit het procesdossier op dat de stoep en het wegdek onderdeel zijn van de openbare weg en daarmee geen eigendom van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk. Daarnaast is door of namens de gemeente Nijkerk geen aangifte gedaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het vernielen, dan wel onbruikbaar maken van het wegdek en de stoep door hier teksten op de spuiten.<\/p>\n<h3>3De bewezenverklaring<\/h3>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05\/377284-24 subsidiair, onder parketnummer 05\/376287-24 en onder parketnummer 05\/186554-25 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:<\/p>\n<p>onder parketnummer 05\/377284-24, subsidiair:<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 25 november 2024 te Nijkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk, de ramen en\/of muren en\/of gevel van een pand, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk en\/of<\/p>\n<p>stichting Steun Huisvesting Isra\u00ebl Centrum, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en\/of onbruikbaar heeft gemaakt;<\/p>\n<p>onder parketnummer 05\/376287-24:<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 25 november 2024 te Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een Bijbel en\/of een Koran, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan Politie Oost-Nederland, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en\/of<\/p>\n<p>weggemaakt;<\/p>\n<p>onder parketnummer 05\/186554-25, subsidiair:<\/p>\n<p>zij op of omstreeks 21 maart 2025 te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een vlag en\/of een wegdek en\/of een stoep, in elk geval enig goed, dat\/die geheel of ten dele aan Isra\u00ebl Centrum Nijkerk en\/of stichting Steun Huisvesting Isra\u00ebl Centrum, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en\/of onbruikbaar gemaakt en\/of<\/p>\n<p>weggemaakt.<\/p>\n<p>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en\/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.<\/p>\n<p>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.<\/p>\n<p>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.<\/p>\n<h3>4De kwalificatie van het bewezenverklaarde<\/h3>\n<p>Het bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>ten aanzien van parketnummer 05\/377284-24, subsidiair:<\/p>\n<p>medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;<\/p>\n<p>ten aanzien van parketnummer 05\/376287-24:<\/p>\n<p>opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;<\/p>\n<p>ten aanzien van parketnummer 05\/186554-25, subsidiair<\/p>\n<p>medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.<\/p>\n<h3>5De strafbaarheid van de feiten<\/h3>\n<p>Recht op vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht en de beperking van die rechten<\/p>\n<p>De rechtbank stelt vast dat de onder parketnummers 05\/377284-24 en 05\/186554-25 bewezen verklaarde feiten hebben plaatsgevonden in het kader van een demonstratie. In de artikelen 10 en 11 EVRM zijn respectievelijk het recht van vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vergadering en vereniging gewaarborgd, oftewel het demonstratierecht.<\/p>\n<p>Om onder de bescherming te vallen van artikel 11 EVRM geldt als voorwaarde het vreedzaamheidsvereiste, zoals genoemd in het eerste lid van dat artikel. Een demonstratie kan, ook als daarbij de wet overtreden wordt, voldoen aan het gestelde vreedzaamheidsvereiste. Van vreedzaamheid kan worden gesproken indien geweld tegen personen of geweld tegen goederen uitblijft. Om zoveel mogelijk ruimte te laten voor het demonstratierecht dient de definitie van geweld restrictief te worden ge\u00efnterpreteerd. Uit de Richtlijnen voor vrijheid van vreedzame vergadering uit 2010 (tweede editie) en 2020 (derde editie), van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) en de Europese Commissie voor Democratie door Recht (Commissie van Veneti\u00eb), volgt dat onder geweld wordt verstaan het gebruik van, of openlijk aanzetten tot, fysiek geweld dat verwondingen of serieuze dan wel ernstige schade aan eigendommen tot gevolg heeft (of tot doel heeft), waarbij die verwondingen of gevolgen redelijkerwijs verwacht mogen worden.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt vast dat de demonstranten, onder wie verdachte, een groot aantal raamdelen, de gevel en een Isra\u00eblische vlag, toebehorende aan het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk hebben bespoten. Hierdoor zijn die goederen, andermans eigendommen, vernield dan wel tijdelijk onbruikbaar gemaakt en beschadigd. Nu de goederen relatief eenvoudig konden worden hersteld of vervangen en de schade beperkt is gebleven, kan naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet worden gesproken van serieuze of ernstige schade aan eigendommen en daarmee evenmin van geweld tegen goederen in hiervoor bedoelde zin. De rechtbank stelt dan ook vast dat de onderhavige demonstratie vreedzaam is verlopen, zodat het handelen van verdachte valt onder de bescherming van artikel 11 EVRM.<\/p>\n<p>Ook in het geval van een vreedzaam verloop van een demonstratie zijn de vrijheden zoals neergelegd in de artikelen 10 en 11 EVRM echter niet absoluut. Dit wil zeggen dat die vrijheden onder bepaalde omstandigheden kunnen worden beperkt. Op grond van het tweede lid van beide artikelen is een beperking van deze rechten mogelijk wanneer deze beperking:<\/p>\n<p>a. a) is voorzien bij wet,<\/p>\n<p>b) in het belang is van een van de in die artikelleden genoemde doeleinden;<\/p>\n<p>c) noodzakelijk is in een democratische samenleving.<\/p>\n<p>De rechtbank concludeert dat in dit geval de inperking van het demonstratierecht bij wet is voorzien. Immers vindt de beperking grondslag in de strafbaarstelling van artikel 350 Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de beperking van het demonstratierecht onder meer in het belang was van de bescherming van het eigendomsrecht van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk, maar ook ter voorkoming van (verdere) strafbare feiten.<\/p>\n<p>De vraag die echter centraal staat, is of de beperking van het demonstratierecht noodzakelijk was in een democratische samenleving. De rechtbank overweegt hierover als volgt.<\/p>\n<p>Inbreuk noodzakelijk in een democratische samenleving<\/p>\n<p>Of in een concreet geval sprake is van een noodzakelijke inbreuk op het demonstratierecht,<\/p>\n<p>is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij in acht moet worden genomen of is gehandeld in reactie op een dringende maatschappelijke behoefte, ofwel een \u2018pressing social need\u2019, of de inbreuk op het demonstratierecht in verhouding staat tot het daarmee beoogde doel en of de voor inmenging genoemde redenen \u2018relevant and sufficient\u2019 zijn. Bij de proportionaliteitstoets zijn mede van belang de wijze van optreden door de politie, de beslissing om tot strafrechtelijke vervolging over te gaan en de aard en zwaarte van eventueel opgelegde straffen. Van belang is bovendien dat justitieel ingrijpen in een demonstratie niet van dien aard is dat hier een zogenoemd \u2018chilling effect\u2019 vanuit gaat. Van belang is om hierbij op te merken dat de nationale autoriteiten een bepaalde mate van beoordelingsvrijheid (\u2018margin of appreciation\u2019) toekomt bij het afwegen van de verschillende concrete belangen die in het geding zijn.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt in onderhavig geval het volgende. In een democratische rechtsstaat zoals Nederland is het demonstratierecht een groot goed. Daarentegen moet het eigendomsrecht, in dit geval van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk ook worden beschermd. Hoewel in onderhavig geval geen sprake is geweest van een gewelddadige betoging, heeft verdachte zich in het kader van de demonstratie schuldig gemaakt aan laakbaar gedrag (\u2018een reprehensible act\u2019). Door het Isra\u00ebl Centrum en de Isra\u00eblische vlag te bespuiten met verf, hebben verdachte en haar medeverdachten immers inbreuk gemaakt op andermans eigendomsrechten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte haar betogingsrecht ook op een andere, niet laakbare wijze, had kunnen effectueren.<\/p>\n<p>Mede gelet op de beoordelingsvrijheid die de politie toekomt, stond het de politie in de gegeven omstandigheden vrij het eigendomsrecht van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk, dat door voornoemde handelingen werd geschonden, en het maatschappelijk belang bij het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, zwaarder te laten wegen dan het recht van verdachte om \u2013 op deze wijze \u2013 verder te demonstreren, zodat de politie mocht optreden. Naar het oordeel van de rechtbank was het strafrechtelijk optreden van de politie tegen, en de vervolging van verdachte niet geboden vanwege het deelnemen aan het protest tegen van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk, maar wegens het tijdens de protestactie plegen van een strafbaar feit. Hierin ligt besloten dat verdachte zich schuldig maakte aan laakbaar gedrag. De politie heeft verdachte en haar mededemonstranten aangeroepen om hun acties te staken, maar dit bleek niet afdoende. Er waren vervolgens voor de politie geen beletselen om de bevoegdheden (zoals overgaan tot aanhouding) in te zetten, zoals zij normaliter ook zouden hebben gedaan in het geval een dergelijk feit zou zijn begaan buiten een demonstratie om. De rechtbank overweegt dat \u2013 gelet op het voorgaande \u2013 het politieoptreden niet disproportioneel is geweest.<\/p>\n<p>Voorts merkt de rechtbank op dat de officier van justitie op het moment van het nemen van de vervolgingsbeslissing nog niet op de hoogte was van het feit dat een deel van de schade reeds door verdachte was vergoed. Daarnaast heeft de beslissing om de zaak te verwijzen van de politierechter naar de meervoudige kamer, mede in het belang van verdachte plaatsgevonden, met het oog op een zorgvuldige belangenafweging en zodat de zaken van verdachte en de medeverdachten de tijd en aandacht zou krijgen die deze verdienen. De rechtbank weegt daarin echter wel mee dat dit erin resulteert dat verdachte door een zwaarder forum wordt berecht.<\/p>\n<p>Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat het optreden van de autoriteiten in het onderhavige geval \u2013 en in het geheel bezien \u2013 voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit en dat de beperking van de rechten van verdachte noodzakelijk is geweest in een democratische samenleving. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de beperking van de rechten van verdachte geen strijd oplevert met de artikelen 10 en 11 EVRM.<\/p>\n<p>Conclusie<\/p>\n<p>Nu ook anderszins geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, acht de rechtbank dit strafbaar.<\/p>\n<h3>6De strafbaarheid van de verdachte<\/h3>\n<p>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.<\/p>\n<h3>7De overwegingen ten aanzien van straf en\/of maatregel<\/h3>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete van \u20ac 600,&#8212; , te vervangen door 12 dagen hechtenis.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsman heeft bepleit dat moet worden overgegaan tot een schuldig verklaring zonder oplegging van een straf en\/of maatregel.<\/p>\n<p>De beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.<\/p>\n<p>Verdachte heeft met haar handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het Isra\u00ebl Centrum in Nijkerk door tijdens verschillende demonstraties het pand en een vlag te bespuiten en daarmee strafbare feiten gepleegd. Het Isra\u00ebl Centrum in Nijkerk heeft ten gevolge hiervan niet alleen hinder, maar ook schade geleden. Het is positief te noemen dat vrijwel alle schade door verdachte en\/of de medeverdachten is vergoed. De rechtbank constateert dat de verdachte de strafbare feiten heeft gepleegd tegen de achtergrond van haar bezorgdheid over de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat verdachte door aldus te handelen welbewust de keuze heeft gemaakt om de doelen die zij nastreeft te laten prevaleren boven de het eigendomsrecht van het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk.<\/p>\n<p>Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het beschadigen van een Bijbel van de politie.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 6 oktober 2025. Hieruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld en geldboetes opgelegd heeft gekregen.<\/p>\n<p>Anders dan de verdediging is de rechtbank, gelet op de aard, ernst en impact van de feiten, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder strafoplegging. Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het gegeven dat de strafzaak aanvankelijk was gepland bij de politierechter, waar de zaken ook al inhoudelijk waren behandeld, maar uiteindelijk in het kader van zorgvuldigheid zijn verwezen naar de meervoudige kamer. Dit heeft echter wel tot gevolg gehad dat deze strafzaak langer boven het hoofd van verdachte heeft gehangen. Daarnaast heeft de rechtbank zich rekenschap gegeven van de omstandigheid dat van de op te leggen straf geen \u2018chilling effect\u2019 mag uitgaan.<\/p>\n<p>Tot slot merkt de rechtbank op dat het recht om te demonstreren een belangrijk grondrecht is. De vrijheid van verdachte om aandacht te vragen voor maatschappelijke onderwerpen waar zij voor wil opkomen is een groot goed. De rechtbank wil met de op te leggen straf dan ook niets afdoen aan de inhoudelijke boodschap van verdachte en waar zij voor staat. Tegelijkertijd is er ook een grens waar het gaat om het uiten van deze boodschap ten koste van \u2013 in dit geval \u2013 het eigendomsrecht van een ander.<\/p>\n<p>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een geheel voorwaardelijke geldboete van \u20ac 300,&#8212; met een proeftijd van \u00e9\u00e9n jaar passend en geboden is. De rechtbank wijkt hiermee af van de strafeis van de officier van justitie, die ge\u00ebnt was op een andere \u2013 zwaardere \u2013 kwalificatie dan de kwalificatie waar de rechtbank vanuit gaat.<\/p>\n<h3>8De beoordeling van de civiele vorderingen<\/h3>\n<p>Ten aanzien van parketnummer 05\/377284-24<\/p>\n<p>De benadeelde partij Isra\u00ebl Centrum Nijkerk heeft in verband met het ten laste gelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert<br \/>\n\u20ac 3.426,80 aan materi\u00eble schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.<\/p>\n<p>Standpunten<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. Ten aanzien van de gevorderde schoonmaakkosten en het vervangen van de naamplaat heeft de verdediging bepleit dat deze kosten reeds door de verdachte en\/of de medeverdachten zijn vergoed. Ten aanzien van de beveiligingskosten heeft de verdediging bepleit dat het hier geen rechtstreekse schade betreft. Uit de factuur blijkt dat deze kosten structureel worden gemaakt. Het is daarom niet aannemelijk dat de gevorderde kosten samenhangen met het specifiek tenlastegelegde feit. Bovendien gaat het om toekomstige kosten, die het gevolg zijn van een eerdere gebeurtenis. Kosten in verband met toekomstige gebeurtenissen kunnen niet worden aangemerkt als materi\u00eble schade.<\/p>\n<p>Overweging van de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank zal de gevorderde schadeposten die zien op het verwijderen van de graffiti van het Isra\u00ebl Centrum van \u20ac 970,50 en de kosten voor het vernielde muurbord van \u20ac 108,90 afwijzen, nu is gebleken dat deze kosten al zijn vergoed.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelde van de vordering, de kosten voor de inzet van priv\u00e9beveiliging, een onevenredige belasting van het strafgeding op. Alhoewel het voorstelbaar is dat het Isra\u00ebl Centrum Nijkerk extra veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, is \u2013 in zaken zoals onderhavige \u2013 de politie bij uitstek de aangewezen autoriteit om op te treden. Het is voor de rechtbank onvoldoende inzichtelijk of en in hoeverre de thans opgevoerde beveiligingskosten zijn aan te merken als rechtstreekse schade ten gevolge van het onderhavige strafbare feit. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.<\/p>\n<p>Ten aanzien van parketnummer 05\/376287-24<\/p>\n<p>De benadeelde partij Politie Oost-Nederland heeft in verband met het ten laste gelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert \u20ac 62,40 aan materi\u00eble schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.<\/p>\n<p>Standpunten<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voor zover deze ziet op de kosten van de Bijbel kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.<\/p>\n<p>Voor het overige deel aan materi\u00eble schade heeft de officier van justitie verzocht de vordering af te wijzen.<\/p>\n<p>De verdediging heeft ten aanzien van de Koran vrijspraak bepleit, hetgeen ertoe moet leiden dat de benadeelde partij hierom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ten aanzien van de Bijbel heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering is onderbouwd met een prijsopgave die niet te herleiden is tot de GBS, die Bijbels schenkt aan gedetineerden. Het is volgens de verdediging niet aannemelijk dat de politie kosten heeft moeten maken ter vervanging van de Bijbel, waardoor de vordering ook ten aanzien van dit deel niet-ontvankelijk moet worden verklaard.<\/p>\n<p>Overweging van de rechtbank<\/p>\n<p>Verdachte is ten aanzien van de vernieling van de Koran vrijgesproken, waardoor de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering zal worden verklaard ten aanzien van dat deel van de vordering.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de gevorderde kosten ter vervanging van de Bijbel, concludeert de rechtbank dat deze schadepost door de verdediging is betwist. De rechtbank constateert dat de Bijbel een weggeef Bijbel was. Het is onbekend of deze kan of zal worden vervangen door een nieuwe weggeef Bijbel en of daar al dan niet kosten mee gemoeid zijn. Het voorgaande in ogenschouw genomen, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. De behandeling van de schadepost levert daarmee een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij ook ten aanzien van dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.<\/p>\n<p>De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.<\/p>\n<p>Ten aanzien van parketnummer 05\/186554-25<\/p>\n<p>De benadeelde partij Isra\u00ebl Centrum Nijkerk heeft in verband met het ten laste gelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert \u20ac 39,50 aan materi\u00eble schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.<\/p>\n<p>Standpunten<\/p>\n<p>De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, omdat de gevorderde kosten al aan de benadeelde partij zijn vergoed.<\/p>\n<p>Overweging van de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt dat is gebleken dat de kosten voor de nieuwe vlag door de verdachte reeds zijn vergoed. De rechtbank zal om die reden de vordering afwijzen.<\/p>\n<h3>9De toegepaste wettelijke bepalingen<\/h3>\n<p>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.<\/p>\n<h3>10De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>\uf0b7 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05\/377284-24 en 05\/186554-25 primair ten laste gelegde feiten;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder \u2018De bewezenverklaring\u2019, heeft begaan;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;<\/p>\n<p>\uf0b7 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder \u2018De kwalificatie van het bewezenverklaarde\u2019;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;<\/p>\n<p>\uf0b7 legt op een geldboete van \u20ac 300,&#8212; (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis;<\/p>\n<p>\uf0b7 bepaalt dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van \u00e9\u00e9n jaar schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;<\/p>\n<p>Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij Isra\u00ebl Centrum Nijkerk (parketnummer 05\/377284-24)<\/p>\n<p>\uf0b7 wijst de vordering tot materi\u00eble schade voor het verwijderen van de graffiti van het Isra\u00ebl Centrum van \u20ac 970,50 en de kosten voor het vernielde muurbord van \u20ac 108,90 af;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materi\u00eble schade;<\/p>\n<p>Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij Politie Oost-Nederland (parketnummer 05\/376287-24)<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart de benadeelde partij Politie Oost-Nederland niet-ontvankelijk in de vordering tot materi\u00eble schade;<\/p>\n<p>Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij Isra\u00ebl Centrum Nijkerk (parketnummer 05\/186554-25<\/p>\n<p>\uf0b7 wijst de vordering van benadeelde partij Isra\u00ebl centrum Nijkerk tot materi\u00eble schade af.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. H.M. Stratenus, rechters, in tegenwoordigheid van L. Willems en I.D. Jones, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2025.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024554035, gesloten op 25 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina\u2019s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van aangifte, p. 39-44.<\/li>\n<li>Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 2025.<\/li>\n<li>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024555015, gesloten op 30 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina\u2019s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.<\/li>\n<li>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Veluwe Vallei Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025133244, gesloten op 3 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina\u2019s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.<\/li>\n<li>Proces-verbaal aangifte, p. 12-17.<\/li>\n<li>Proces-verbaal uitlezen camerabeelden, p. 35.<\/li>\n<li>Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 2025.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11843\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Demonstratierecht. Geen sprake van openlijke geweldpleging door aanbrengen verf\/graffiti op ramen\/muren\/gevels. Wel sprake van het beschadigen en onbruikbaar maken van de gevel, ramen en muren. Daarnaast volgt een veroordeling voor het vernielen van een Isra\u00eblische vlag en het beschadigen van een Bijbel. Het optreden van de autoriteiten voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidia&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7864],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[12622,22122,22175,7675,9074],"kji_language":[7671],"class_list":["post-594942","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-gelderland","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-beschadigen","kji_keyword-muren","kji_keyword-ramen","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-sprake","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.6 (Yoast SEO v27.6) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.)\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Demonstratierecht. Geen sprake van openlijke geweldpleging door aanbrengen verf\/graffiti op ramen\/muren\/gevels. Wel sprake van het beschadigen en onbruikbaar maken van de gevel, ramen en muren. Daarnaast volgt een veroordeling voor het vernielen van een Isra\u00eblische vlag en het beschadigen van een Bijbel. Het optreden van de autoriteiten voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidia...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"32 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u044b\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \\\/ 05\\\/377284-24; 05\\\/376287-24; 05\\\/186554-25 (ttz. gev.) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T12:24:16+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \\\/ 05\\\/377284-24; 05\\\/376287-24; 05\\\/186554-25 (ttz. gev.)\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.)","og_description":"Demonstratierecht. Geen sprake van openlijke geweldpleging door aanbrengen verf\/graffiti op ramen\/muren\/gevels. Wel sprake van het beschadigen en onbruikbaar maken van de gevel, ramen en muren. Daarnaast volgt een veroordeling voor het vernielen van een Isra\u00eblische vlag en het beschadigen van een Bijbel. Het optreden van de autoriteiten voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidia...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"32 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u044b"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/","name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T12:24:16+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202511843-rechtbank-gelderland-24-11-2025-05-377284-24-05-376287-24-05-186554-25-ttz-gev\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:11843 Rechtbank Gelderland , 24-11-2025 \/ 05\/377284-24; 05\/376287-24; 05\/186554-25 (ttz. gev.)"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/594942","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=594942"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=594942"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=594942"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=594942"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=594942"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=594942"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=594942"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=594942"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}