{"id":594974,"date":"2026-04-18T14:25:19","date_gmt":"2026-04-18T12:25:19","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/"},"modified":"2026-04-18T14:25:19","modified_gmt":"2026-04-18T12:25:19","slug":"eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Gezag<\/p>\n<h3>GERECHTSHOF &#039;s-HERTOGENBOSCH<\/h3>\n<p>Team familie- en jeugdrecht<\/p>\n<p>Uitspraak : 21 augustus 2025<\/p>\n<p>Zaaknummer : 200.351.918\/01<\/p>\n<p>Zaaknummer eerste aanleg : C\/02\/374703 FA RK 20-3761<\/p>\n<p>in de zaak in hoger beroep van:<\/p>\n<p>[de vader]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>verzoeker in hoger beroep,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de vader,<\/p>\n<p>advocaat: mr. T. M\u00f6ller,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[de moeder]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>verweerster in hoger beroep,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de moeder,<\/p>\n<p>advocaat: mr. M.M.M. Minkels.<\/p>\n<p>Deze zaak gaat over:<br \/>\n[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , Indonesi\u00eb ,<\/p>\n<p>hierna: [minderjarige] .<\/p>\n<p>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:<\/p>\n<p>de Raad voor de Kinderbescherming,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de raad.<\/p>\n<h3>1Het geding in eerste aanleg<\/h3>\n<p>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 november 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.<\/p>\n<h3>2Het geding in hoger beroep<\/h3>\n<p>Bij de bestreden beschikking is, voor zover thans van belang, uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat het ouderlijk gezag over [minderjarige] voortaan aan de moeder alleen toekomt.<\/p>\n<p>De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 28 februari 2025, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor wat betreft de beslissing over het gezag en opnieuw rechtdoende het verzoek van de moeder om het gezag te wijzigen, in die zin dat zij voortaan belast zal zijn met het eenhoofdig gezag, af te wijzen.<\/p>\n<p>Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 23 april 2025, heeft de moeder verzocht, voor zover uitvoerbaar bij voorraad, de vader in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren althans de verzoeken en de grieven van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, te bekrachtigen.<\/p>\n<p>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:<\/p>\n<p>&#8212; de vader, bijgestaan door mr. I.A.C. Cools;<\/p>\n<p>&#8212; de moeder, bijgestaan door mr. J.M. Molkenboer en tolk S.H.C. Smeets-Tan (tolkennummer: 4264);<\/p>\n<p>&#8212; de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .<\/p>\n<p>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:<\/p>\n<p>&#8212; het V6-formulier met bijlage d.d. 23 juni 2025 namens de vader.<\/p>\n<h3>3De feiten<\/h3>\n<p>De vader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit, de moeder heeft de Indonesische nationaliteit.<\/p>\n<p>De vader en de moeder zijn op 18 april 2018 te [plaats 1] , Indonesi\u00eb, met elkaar gehuwd. Tijdens het huwelijk is [minderjarige] geboren.<\/p>\n<p>Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 17 november 2022 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 3 januari 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<p>De vader voert \u2013 samengevat \u2013 het volgende aan. Ten onrechte heeft de rechtbank bepaald dat de moeder voortaan alleen belast zal zijn met het gezag over [minderjarige] . Het uitgangspunt van de wetgever is gezamenlijk gezag en eenhoofdig gezag is de uitzondering. Het ontbreken van goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer mee dat het in het belang van de minderjarige is dat het gezag bij \u00e9\u00e9n ouder wordt gelaten. Mede in verband met de covid pandemie alsook door het uitblijven van passende begeleiding heeft de vader na de aanvang van de echtscheidingsprocedure lang geen contact gehad met [minderjarige] . Uiteindelijk is een beperkte zorgregeling tot stand gekomen op grond waarvan de vader [minderjarige] enkele uren per week ziet. De rechtbank heeft overwogen dat de vader geen actieve rol als opvoeder heeft. De vader merkt op dat dit vanzelfsprekend verband houdt met het feit dat zij zeer beperkt contact hebben. De vader wil graag een uitbreiding van de zorgregeling. [instantie] heeft de begeleiding bij de zorgregeling afgebouwd. De rechtbank heeft terecht geconstateerd dat er bij beide ouders sprake is van persoonlijke problematiek. Dat wil echter niet zeggen dat zij niet samen invulling kunnen geven aan het gezag. In verband met de kindeigen problematiek van [minderjarige] zullen er in de toekomst meerdere gezagsbeslissingen genomen moeten worden. Juist daarom acht de vader het van groot belang dat hij ook gezag heeft. Het is juist dat de inschrijving bij school en de BSO langer hebben geduurd dan strikt noodzakelijk, maar deze vertraging was mede gelegen in de toenmalige wijze van communiceren tussen de ouders en de betrokken hulpverlening. Dit is sindsdien verbeterd. Partijen kunnen in staat worden geacht tot een behoorlijke gezamenlijk gezagsuitoefening. Doordat er rust is ontstaan over de zorgregeling zijn de ouders beter in staat om contact met elkaar te hebben over [minderjarige] . De rechtbank is er ten onrechte van uitgegaan dat de problemen zijn gelegen in de persoonlijkheid van de vader en zijn kwaliteiten als opvoeder. De vader heeft hard gewerkt en heeft zijn persoonlijke situatie met hulp van begeleiding verbeterd. De vader krijgt begeleiding van [instantie] . Hij is bereikbaar en beschikbaar om actief mee te kunnen beslissen en een grotere rol te spelen in het leven van [minderjarige] . De moeder verwijt de vader dat hij geen contact opneemt met mensen die bij [minderjarige] betrokken zijn, maar de moeder informeert de vader niet wie deze personen zijn en wat er in het leven van [minderjarige] speelt. De moeder moet voldoende inzage geven en informatie verstrekken over [minderjarige] \u2019s leven zodat de vader vervolgens op juiste wijze invulling kan geven aan zijn gezag. Als de vader meer mogelijkheden heeft om zich op de hoogte te stellen hoe het met [minderjarige] gaat, kan hij vanzelfsprekend meer bij hem aansluiten. De vader vreest dat bij eenhoofdig gezag bij de moeder het risico bestaat dat hij niet of onvoldoende door de moeder in het leven van [minderjarige] wordt betrokken. De vader moet een rol in het leven van [minderjarige] kunnen blijven spelen, omdat dit in het belang van zijn sociale- en emotionele ontwikkeling is. De moeder is bovendien vanwege het eenhoofdig gezag in staat zonder toestemming van de vader naar Indonesi\u00eb te emigreren. [minderjarige] en de vader moeten hiertegen worden beschermd. Er zal soms meer tijd genomen moeten worden om samen een belangrijke beslissing te nemen, maar niet is gebleken dat deze beslissingen niet tijdig genomen kunnen worden en dat [minderjarige] er last van heeft als het wat langer duurt.<\/p>\n<p>De moeder voert \u2013 samengevat \u2013 het volgende aan. Er is sprake van een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders indien zij het gezamenlijk gezag blijven uitoefenen en niet is te verwachten dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zal komen. De vader neemt geen actieve rol als opvoeder op zich, dit volgt onder meer uit de UHA-rapportage van 16 januari 2024 en de informatie van de ambulant begeleider van de vader in het raadsrapport van 21 maart 2023. De vader legt geen contact met belangrijke mensen om [minderjarige] heen, hij denkt vanuit een zeer stellig kader, legt iedere verantwoordelijkheid buiten zichzelf en heeft geen zicht op de ontwikkeling van [minderjarige] . Hij handelt passief als opvoeder en stemt niet toereikend af op wat [minderjarige] nodig heeft. Dit komt niet alleen doordat de vader beperkt contact heeft met [minderjarige] . De moeder informeert de vader naar behoren via e-mail, maar de vader vraagt niet naar [minderjarige] . De vader is gezien zijn persoonlijke problematiek en opvattingen niet in staat om een actieve rol als opvoeder op zich te kunnen nemen. Uit de UHA-rapportage volgt bovendien dat de ouders niet in staat geacht kunnen worden om samen invulling te geven aan het gezag. Kijkend naar de ontwikkelingsproblematiek van [minderjarige] heeft hij ouders nodig die in zijn belang snel beslissingen kunnen nemen. Uit de stukken blijkt dat dit voorheen heel stroef verliep, met name omdat de vader bepaalde opvattingen heeft over opvoeden die niet passend zijn voor [minderjarige] . Zo kon dan wel wilde de vader aanvankelijk niet tekenen voor de aanmelding van [minderjarige] bij de BSO+ en heeft dit daarom lang geduurd. De vader heeft in de afgelopen jaren herhaaldelijk niet direct zijn toestemming verleend, hetgeen steeds zorgde voor vertraging. Zo kon [minderjarige] pas na maanden starten op een school in [plaats 2] . De vader is eerder het paspoort van [minderjarige] kwijtgeraakt en heeft uiteindelijk pas via zijn advocaat toestemming verleend voor de aanvraag van een nieuw reisdocument. De moeder mag vaak geen derde (tolk) meenemen naar afspraken voor [minderjarige] en is daardoor afhankelijk van de vader voor informatievoorziening. De vader geeft niet altijd alles door. Uit deze voorbeelden blijkt dat de vader niet in staat is om invulling te geven aan het ouderlijk gezag. De moeder betwist dat de eerdere vertragingen zijn gelegen in de toenmalige wijze van communiceren tussen de ouders en de betrokken hulpverleners. De vader was simpelweg niet bereid of niet in staat om zijn toestemming te verlenen.<\/p>\n<p>De begeleiding bij de zorgregeling is na de bestreden beschikking zonder reden gestopt. De moeder onderschrijft bovendien niet dat de wijze van communiceren is verbeterd. Ondanks de inzet van hulpverlening gedurende de afgelopen jaren is de vader geen andere houding gaan aannemen. Tevens is niet te verwachten dat dit nog voldoende gaat veranderen. Subsidiair stelt de moeder dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. De moeder betwist dat zij de vader niet heeft ge\u00efnformeerd over belangrijke mensen om [minderjarige] heen. De vader legt de verantwoordelijkheid opnieuw buiten zichzelf. De moeder heeft de vader vaak ge\u00efnformeerd en de vader heeft dan ook voldoende gelegenheid gehad om betrokkenheid te tonen. De moeder is niet meer voornemens om naar Indonesi\u00eb te verhuizen. Ze is druk bezig met een inburgeringscursus. Bovendien kan de moeder ook met eenhoofdig gezag niet zomaar naar Indonesi\u00eb verhuizen, gelet op de omgangsregeling.<\/p>\n<p>Het is niet in het belang van [minderjarige] als er meer tijd genomen moet worden bij het nemen van gezagsbeslissingen. Dit zal betekenen dat benodigde hulpverlening zal stagneren. Het is vanzelfsprekend dat [minderjarige] last ondervindt van de situatie als een gezagsbeslissing niet adequaat kan worden genomen. De moeder heeft zich vanaf november 2024 extra ingezet om op goede wijze met de vader te communiceren. De moeder is steeds het gesprek aangegaan over [minderjarige] . Als de vader communiceert met de moeder gaat het echter niet over [minderjarige] , hij is alleen benieuwd naar informatie over de moeder.<\/p>\n<p>De raad adviseert \u2013 samengevat \u2013 het volgende. De situatie rondom [minderjarige] vraagt veel van de ouders, waarbij de ouders geen aanknopingspunten geven om te concluderen dat gezamenlijk gezag uitvoerbaar is. De raad onderschrijft de bestreden beschikking. Er zijn teveel hiaten die opgevuld zouden moeten worden met hulpverlening aan de zijde van de ouders. Dat is eenvoudigweg niet mogelijk. Beide ouders zouden daar immers steun bij nodig hebben. Voor de vader is het heel belangrijk dat zaken heel goed uitgelegd worden. Bij deze ouders kan niet worden verwacht dat dit onderling gaat gebeuren. Hoewel de vader aangeeft beschikbaar te zijn, is meer nodig dan dat. De vader begrijpt niet dat andere idee\u00ebn mogelijk zijn over bepaalde onderwerpen. Dat gaat niet samen met de uitvoering van het gezamenlijk gezag. Dit kan de moeder ook niet oplossen.<\/p>\n<p>Het blijft wel heel belangrijk dat de vader ge\u00efnformeerd blijft over [minderjarige] en daar moeten afspraken over gemaakt worden. De raad heeft niet de verwachting dat de situatie tussen de ouders nog zal verbeteren.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht<\/p>\n<p>Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter ingevolge artikel 7 lid 1 van Verordening (EU) 2019\/1111 van 25 juni 2019 (hierna: Brussel II-ter) internationaal bevoegd.<\/p>\n<p>Geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Nederlands recht van toepassing is. Ook het hof zal daarom uitgaan van toepasselijkheid van Nederlands recht (vgl. HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:200).<\/p>\n<p>Inhoudelijke beoordeling<\/p>\n<p>Het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid moet ingevolge artikel 16 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 worden beoordeeld naar het recht van de gewone verblijfplaats van de minderjarige. De gewone verblijfplaats van [minderjarige] is sinds het moment dat partijen in Nederland zijn gaan wonen in Nederland. Gelet op lid 4 van het voornoemde artikel waren de ouders daarom, daargelaten de vraag of er op een eerder moment al dan niet van rechtswege gezag was ontstaan, in ieder geval gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag omdat [minderjarige] is geboren tijdens het huwelijk van de ouders.<\/p>\n<p>Ingevolge artikel 1:251 van het Burgerlijk Wetboek (BW) blijven de ouders die gezamenlijk het gezag hebben na ontbinding van het huwelijk dit gezag gezamenlijk uitoefenen. Ingevolge artikel 1:251a lid 1 BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van \u00e9\u00e9n van hen bepalen dat het gezag over een kind aan \u00e9\u00e9n ouder toekomt indien:<\/p>\n<p>er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of<\/p>\n<p>wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.<\/p>\n<p>[minderjarige] is een jonge jongen met een algehele ontwikkelingsachterstand. Gelet hierop zit hij op speciaal onderwijs en krijgt hij onder andere fysiotherapie, logopedie en speltherapie. Het is duidelijk dat gelet hierop de komende jaren nog vaak gezagsbeslissingen genomen zullen moeten worden over hulpverlening of begeleiding. Een gezamenlijke uitoefening van het gezag vereist dat de ouders het mogelijk maken dat beslissingen over de verzorging en opvoeding van het kind tot stand komen op een wijze die niet belastend is voor het kind. De verstandhouding tussen partijen is hier ernstig verstoord. Waar de vader betoogt dat de communicatie tussen de ouders enige tijd beter is verlopen, is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep naar voren gekomen dat de ouders al ruim een half jaar geen contact meer met elkaar hebben. Ook de informatieregeling komt niet van de grond.<\/p>\n<p>In het geval dat ouders niet meer samenleven en moeizaam of niet communiceren is het van belang dat, waar nodig, de verzorgende ouder die beslissingen kan nemen die voor het dagelijks leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn en dat de niet-verzorgende ouder deze beslissingen niet blokkeert. De vader onderkent onvoldoende dat [minderjarige] vanwege zijn kindeigen problematiek een specifieke opvoedingsaanpak en bijbehorende hulpverlening nodig heeft. Het is in het grootste belang van [minderjarige] dat de (vele) gezagsbeslissingen hieromtrent voortvarend genomen kunnen worden. Naar voren is gekomen dat dit vanwege de persoonlijke problematiek van de vader moeizaam verloopt. De vader heeft veel uitleg nodig en moet aan de hand worden genomen om beslissingen te nemen. Hij staat daarbij onvoldoende open voor andere visies. Het lukt de ouders niet om hierover gezamenlijk het gesprek te voeren en beslissingen te nemen. In het verleden hebben de inschrijvingen voor de BSO+ en de school voor [minderjarige] onnodig lang geduurd door de houding van de vader. Het is niet in [minderjarige] \u2019s belang dat dit in de toekomst weer zou gebeuren. Gelet op de ontwikkelingsachterstand van [minderjarige] , de daarbij komende gezagsbeslissingen en de verstoorde verstandhouding tussen de ouders acht het hof het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder eenhoofdig belast blijft met het gezag over [minderjarige] . Er is, ten slotte, geen aanleiding om te verwachten dat de moeder nog met [minderjarige] naar Indonesi\u00eb wil verhuizen, zodat dit geen reden vormt om het gezamenlijk gezag in stand te houden.<\/p>\n<p>Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bekrachtigen.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 november 2024, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;<\/p>\n<p>verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van<\/p>\n<p>deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;<\/p>\n<p>wijst af het meer of anders verzochte.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. Goes, A.M. Bossink en K.A. Boshouwers en is op 21 augustus 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2285\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Gezag<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8136,9894,9170,9171],"kji_language":[7671],"class_list":["post-594974","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-gerechtshof","kji_keyword-gezag","kji_keyword-ghshe","kji_keyword-s-hertogenbosch","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Gezag\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"13 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \\\/ 200.351.918_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T12:25:19+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \\\/ 200.351.918_01\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01","og_description":"Gezag","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"13 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T12:25:19+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252285-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-351-918_01-2\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2285 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.351.918_01"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/594974","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=594974"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=594974"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=594974"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=594974"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=594974"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=594974"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=594974"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=594974"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}