{"id":595625,"date":"2026-04-18T16:28:36","date_gmt":"2026-04-18T14:28:36","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/"},"modified":"2026-04-18T16:28:36","modified_gmt":"2026-04-18T14:28:36","slug":"eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Echtscheiding met nevenverzoeken. Hoofdverblijf en zorgregeling.<\/p>\n<p>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT<\/p>\n<p>Team Familie- en Jeugdrecht<\/p>\n<p>Breda<\/p>\n<p>Zaaknummer: C\/02\/418154 \/ FA RK 24-251<\/p>\n<p>Datum uitspraak: 3 november 2025<\/p>\n<p>beschikking betreffende echtscheiding<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[de vrouw]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>ingeschreven te [plaats 1] , maar wonende in Belgi\u00eb,<\/p>\n<p>hierna te noemen de vrouw,<\/p>\n<p>advocaat mr. N.P.C.C. Langenberg te Breda,<\/p>\n<p>en<\/p>\n<p>[de man]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats 1] ,<\/p>\n<p>hierna te noemen de man,<\/p>\n<p>advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.<\/p>\n<p>1. Het procesverloop<\/p>\n<p>1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:<\/p>\n<p>&#8212; het op 18 januari 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;<\/p>\n<p>&#8212; de F9-formulieren van mr. Langenberg van 1 en 2 februari 2024, 26 maart 2024, 23 mei 2024, 2 en 3 juli 2024, 13 augustus 2024, 3 en 11 september 2024, 17 januari 2025 en 24 maart 2025, met bijlage(n), behoudens de F9-formulieren van 1 februari 2024, 23 mei 2024, 17 januari 2025 en 24 maart 2025;<\/p>\n<p>&#8212; de F9-formulieren van mr. Van Kerkhof van 6 november 2024, 27 december 2024, 14 januari 2025 en 26 maart 2025;<\/p>\n<p>&#8212; het op 28 april 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandige<br \/>\n verzoeken met bijlagen;<\/p>\n<p>&#8212; het op 3 juni 2025 ontvangen verweerschrift op zelfstandige verzoeken;<\/p>\n<p>&#8212; het F9-formulier van 26 september 2025 van mr. Langenberg met bijlagen;<\/p>\n<p>&#8212; het F9-formulier van 1 oktober 2025 van mr. Van Kerkhof met bijlagen;<\/p>\n<p>&#8212; de beschikking voorlopige voorzieningen van deze rechtbank van 11 november 2024.<\/p>\n<p>1.2. De zaak is behandeld op de zitting van 6 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn partijen, bijgestaan door hun advocaat, verschenen. Ook was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda (hierna: de Raad).<\/p>\n<p>1.3. Het verzoek van de Raad tot een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] en [meerderjarige] voor de duur van \u00e9\u00e9n jaar is gelijktijdig behandeld tijdens voornoemde zitting (zaakkenmerk: C\/02\/439102 \/ JE RK 25-1539). In die zaak is mondeling uitspraak gedaan, wat in een afzonderlijke beschikking op schrift is gesteld.<\/p>\n<p>1.4. [minderjarige 1] en (de toen nog minderjarige) [meerderjarige] hebben op 14 november 2024 hun mening kenbaar gemaakt tijdens een zogenoemd kindgesprek. Gelet op het tijdsverloop in deze procedure is [minderjarige 1] op 29 september 2025 nogmaals uitgenodigd voor een kindgesprek. Tijdens dat kindgesprek is hij niet verschenen. Gebleken is dat [minderjarige 1] op 30 september 2025 ook was uitgenodigd voor een kindgesprek in het kader van het verzoek tot ondertoezichtstelling. Tijdens dat gesprek heeft [minderjarige 1] zijn mening gegeven. [meerderjarige] is inmiddels meerderjarig.<\/p>\n<h3>2De feiten<\/h3>\n<p>Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:<\/p>\n<p>&#8212; zij zijn op 1 juni 2013 in [plaats 2] (Bulgarije) met elkaar gehuwd;<\/p>\n<p>&#8212; uit hun huwelijk zijn de volgende kinderen geboren:<\/p>\n<p>1. de al meerderjarige [meerderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2007,<\/p>\n<p>2. de nog minderjarige [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 2] 2008,<\/p>\n<p>3. de nog minderjarige [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2020;<\/p>\n<p>&#8212; zij hebben volgens de Basisregistratie Personen de Nederlandse nationaliteit;<\/p>\n<p>&#8212; bij beschikking voorlopige voorzieningen van deze rechtbank van 11 november 2024<br \/>\n is, samengevat, bepaald dat partijen bij uitsluiting om en om gedurende een week<br \/>\n gerechtigd zijn tot het gebruik van de woning (met als wisselmoment donderdag<br \/>\n om 15:30 uur);<\/p>\n<p>&#8212; bij mondelinge uitspraak van 6 oktober 2025 (op schrift gesteld op 20 oktober 2025) is<br \/>\n een ondertoezichtstelling uitgesproken voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van \u00e9\u00e9n jaar, met<br \/>\n Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Breda , als gecertificeerde instelling.<\/p>\n<h3>3Het verzoek<\/h3>\n<p>De vrouw verzoekt nu, samengevat:<\/p>\n<p>&#8212; echtscheiding;<\/p>\n<p>&#8212; bepaling dat de minderjarigen hun hoofdverblijf zullen hebben bij haar;<\/p>\n<p>&#8212; voorwaardelijk: vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.<\/p>\n<p>De man verzoekt zelfstandig, samengevat:<\/p>\n<p>&#8212; echtscheiding;<\/p>\n<p>&#8212; opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking;<\/p>\n<p>&#8212; bepaling dat de minderjarige [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hun hoofdverblijf zullen hebben bij hem;<\/p>\n<p>&#8212; vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<p>Rechtsmacht en toepasselijk recht<\/p>\n<p>Vanwege de huwelijksplaats (in Bulgarije) heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht moet beslissen op alle verzoeken.<\/p>\n<p>Ontvankelijkheid<\/p>\n<p>Op grond van artikel 815 lid 2 sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van de echtgenoten over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Omdat het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding, heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, lid 6 Rv). Er is door partijen geen ondertekend ouderschapsplan overgelegd.<\/p>\n<p>Uit de overgelegde stukken en dat wat tijdens de zitting is besproken, is gebleken dat sprake is van een verstoorde verstandhouding tussen partijen. Hoewel zij onder begeleiding van hulpverlening ( [persoon] ) hebben geprobeerd om een ouderschapsplan op te stellen, is het niet gelukt om daarover overeenstemming te bereiken. Volgens de rechtbank zijn de door partijen aangevoerde omstandigheden van dien aard dat van partijen niet kan worden verlangd dat een ouderschapsplan wordt overgelegd. De rechtbank acht partijen gelet hierop ontvankelijk in het over en weer gedane verzoek tot echtscheiding.<\/p>\n<p>Echtscheiding<\/p>\n<p>Beide partijen verzoeken de echtscheiding uit te spreken, omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht.<\/p>\n<p>Gelet hierop zal het over en weer gedane verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond worden toegewezen. De wet staat echter niet toe de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat de rechtbank het verzoek daartoe dan ook afwijst.<\/p>\n<p>Opnemen getroffen regelingen<\/p>\n<p>Op de zitting heeft de man het verzoek met betrekking tot het opnemen van de getroffen regelingen ingetrokken. Dit verzoek kan daarom inhoudelijk niet meer worden onderzocht en zal worden afgewezen.<\/p>\n<p>Hoofdverblijf<\/p>\n<p>De vrouw verzoekt te bepalen dat de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijf bij haar hebben. Ten aanzien van [minderjarige 1] heeft geeft de vrouw aan dat zij het aan hem wil overlaten bij wie hij wil wonen. De vrouw vindt het in het belang van [minderjarige 2] als hij na de echtscheiding bij haar komt wonen en op haar adres ingeschreven wordt. Ter onderbouwing hiervan stelt zij dat de basis voor een respectvolle communicatie tussen de ouders volledig ontbreekt. Elke beslissing die genomen moet worden leidt tot conflicten, weigering van medewerking of vertraging. Dat belemmert de zorg en brengt onnodig spanning in het leven van de kinderen. [minderjarige 2] bevindt zich bovendien in een cruciale fase van zijn ontwikkeling. Voor zijn emotionele en psychische welzijn is het noodzakelijk dat hij opgroeit in een stabiele, voorspelbare en veilige omgeving. De vrouw geeft aan dat zij, in tegenstelling tot de man, sinds de geboorte zelfstandig en dagelijks de verantwoordelijkheid voor [minderjarige 2] draagt en volledig beschikbaar voor hem is. Op de zitting heef de vrouw aangegeven dat zij sinds 1 september 2025 een eigen huurwoning in [woonplaats 2] (in Belgi\u00eb) heeft, waar zij met de kinderen kan wonen. Ook is het vanuit daar mogelijk om [minderjarige 2] naar zijn school in [plaats 1] te brengen. Vanwege de ondertoezichtstelling moet het hoofdverblijf van de minderjarigen voorlopig bij de vader worden bepaald.<\/p>\n<p>De man verzoekt ook het hoofdverblijf van de minderjarige [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij hem te bepalen. Hoewel [minderjarige 2] evenveel bij de man als bij de vrouw verblijft, is het de man die zaken regelt voor [minderjarige 2] . Volgens de man geeft [minderjarige 1] zelf aan dat hij zijn hoofdverblijf bij de man wenst. Daarnaast neemt de man ook de verblijfsoverstijgende kosten voor zijn rekening. Tot slot deelt de man informatie over [minderjarige 2] wel met de vrouw, maar andersom verloopt dat stroever. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij nog zoekende is naar een woning omdat de echtelijke woning waar hij (deels) verblijft is verkocht en snel zal worden opgeleverd. De voorkeur gaat uit naar een woning in [plaats 1] en anders de randjes eromheen.<\/p>\n<p>De Raad heeft tijdens de zitting aangevoerd dat als het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw wordt bepaald, de ondertoezichtstelling formeel niet kan worden uitgevoerd omdat de minderjarigen hun hoofdverblijf dan in Belgi\u00eb hebben. Dat brengt met zich dat het in het belang van de minderjarigen is dat hun hoofdverblijf bij de man (en dus in Nederland) wordt bepaald, gelet op het verzoek van de Raad tot een ondertoezichtstelling.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank acht het in het belang van de minderjarigen dat duidelijkheid en rust wordt gecre\u00eberd, zodat de rechtbank een definitieve beslissing zal nemen over het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . In dat kader overweegt de rechtbank dat de vrouw tijdelijk onderdak in Belgi\u00eb had, maar tijdens de zitting is gebleken dat zij zich definitief in Belgi\u00eb heeft gevestigd. Gelet op de uitgesproken ondertoezichtstelling is het hoofdverblijf van de minderjarigen in Nederland echter van belang. Beide partijen hebben dit belang ook erkend. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de man toewijzen en bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijf hebben bij de man. Het verzoek van de vrouw wordt dus afgewezen. De rechtbank wenst hierbij nog op te merken dat de man op dit moment nog in de echtelijke woning verblijft. Deze woning is echter verkocht en de man dient deze woning in november 2025 te verlaten. De rechtbank acht het in het belang van de minderjarigen dat de man opzoek gaat naar een woning in [plaats 1] of de directe omgeving, zoals hij ook op zitting heeft aangegeven. De scholen van de minderjarigen bevinden zich namelijk in die omgeving en partijen hebben een co-ouderschapsregeling voor ogen. Daarover volgt hieronder meer.<\/p>\n<p>Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken<\/p>\n<p>De vrouw verzoekt voorwaardelijk (voor het geval de rechtbank het hoofdverblijf van [minderjarige 2] bij de man bepaalt) een zorgregeling waarbij [minderjarige 2] de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw verblijft, ervan uitgaande dat de man in [plaats 1] blijft wonen. Als de man ver buiten [plaats 1] gaat wonen, zou de zorgregeling er anders uit moeten zien. De vrouw wenst als wisselmoment de donderdag aan te houden. De vakanties en feestdagen kunnen bij helfte worden verdeeld. Tijdens de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij een voorlopige beslissing wenst ten aanzien van [minderjarige 2] , zodat dit tijdens de ondertoezichtstelling kan worden ge\u00ebvalueerd. Ten aanzien van [minderjarige 1] wil de vrouw, gelet op zijn leeftijd, het aan hem overlaten bij wie hij wil verblijven in het kader van de zorgregeling.<\/p>\n<p>De man verzoekt de zorg- en opvoedingstaken te verdelen op de wijze zoals in het door de man overgelegde ouderschapsplan is opgenomen. Tijdens de zitting is gebleken dat de man het aan [minderjarige 1] zelf wil overlaten wanneer hij contact heeft met de vrouw. De man acht het voor [minderjarige 2] van belang dat het wisselmoment plaatsvindt in het weekend. De man wenst ook een verdeling van de vakanties en feestdagen, zoals is opgenomen in het door hem overgelegde ouderschapsplan. Dat komt neer op een verdeling bij helfte. Tijdens de zitting heeft de man hieraan toegevoegd dat hij geen voorlopige beslissing wil, maar een definitieve beslissing. Het heeft volgens de man geen toegevoegde waarde om de zaak aan te houden. De ouders gunnen elkaar contact met de minderjarigen en er is ook al bijna een jaar sprake van een week-op-week-af regeling. Als binnen de ondertoezichtstelling blijkt dat de zorgregeling anders zou moeten zijn, is het aan de ouders om, onder leiding van de jeugdbeschermer, te kijken welke zorgregeling er zou moeten gelden. Aanhouding van een beslissing kan alleen maar leiden tot meer strijd.<\/p>\n<p>[minderjarige 1] heeft in het kindgesprek aangegeven dat hij bij zijn moeder wil zijn op de momenten dat hij dat zelf wil. De regeling zoals die er nu is, hoeft van hem niet.<\/p>\n<p>De Raad volgt de ouders in hun visie dat [minderjarige 1] gelet op zijn leeftijd zelf kan beslissen wanneer hij contact heeft met de vrouw. Tijdens de ondertoezichtstelling kan worden gekeken naar de wensen van [minderjarige 1] daarin en dient het contact te worden gestimuleerd. Voor [minderjarige 2] dient daarentegen wel een zorgregeling te worden vastgesteld. Een week-op-week-af regeling wordt vaak niet geadviseerd voor een jonger kind, maar partijen geven daar al wel geruime tijd uitvoering aan. Binnen de ondertoezichtstelling moet worden bekeken of deze regeling goed bij [minderjarige 2] past.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt. Gebleken is dat partijen sinds de voorlopige voorzieningenprocedure in november 2024 uitvoering geven aan een week-op-week-af regeling, met het wisselmoment op donderdag. Beide ouders hebben aangegeven dat zij voor [minderjarige 1] geen vast omlijnde regeling willen. [minderjarige 1] heeft ook aangegeven dat hij zelf wenst te bepalen wanneer hij contact heeft met de vrouw. De rechtbank zal daarom bepalen dat [minderjarige 1] en de vrouw gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de momenten dat [minderjarige 1] daar behoefte aan heeft. Ten aanzien van [minderjarige 2] hebben partijen aangegeven dat zij de week-op-week-af regeling voort wensen te zetten. Tijdens de zitting zijn partijen daarbij overeengekomen dat het wisselmoment op vrijdag na school zal zijn, behalve als [minderjarige 2] op vrijdag vrij is. In dat geval zal het wisselmoment op donderdag uit school zijn. Ook zijn partijen het erover eens dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld. De rechtbank zal de regeling voor [minderjarige 2] op deze wijze vastleggen. Tussen partijen is in geschil of de rechtbank een voorlopige of een definitieve beslissing zou moeten nemen. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 2] dat een definitieve beslissing wordt genomen, zodat ook op dit punt duidelijkheid en rust ontstaat. De ouders kunnen zich dan bovendien gaan focussen op de hulpverlening binnen de ondertoezichtstelling. Als binnen de ondertoezichtstelling wordt gekomen tot andere inzichten met betrekking tot de zorgregeling voor [minderjarige 2] , is het aan partijen om daarover in overleg te treden met de jeugdbeschermer. Indien nodig kan door de gecertificeerde instelling of door partijen een nieuw verzoek worden ingediend.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op 1 juni 2013 in [plaats 2] (Bulgarije) met elkaar gehuwd;<\/p>\n<p>bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarigen:<\/p>\n<p>&#8212; [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 2] 2008,<\/p>\n<p>&#8212; [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2020,<\/p>\n<p>hun hoofdverblijf hebben bij de man;<\/p>\n<p>bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw en [minderjarige 1] in het kader van de verdeling<\/p>\n<p>van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de<\/p>\n<p>momenten dat [minderjarige 1] daar behoefte aan heeft;<\/p>\n<p>bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling<\/p>\n<p>van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar<\/p>\n<p>gedurende de helft van de vakanties en feestdagen en volgens een week-op-week-af regeling, met als wisselmoment in beginsel vrijdag uit school, met inachtneming van dat wat in<\/p>\n<p>rechtsoverweging 4.15 is overwogen;<\/p>\n<p>wijst het meer of anders verzochte af.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mr. van Beelen, rechter, en, in tegenwoordigheid van<br \/>\nmr. van Egeraat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 november 2025.<\/p>\n<p>Mededeling van de griffier:<\/p>\n<p>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:<\/p>\n<p>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,<\/p>\n<p>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.<\/p>\n<p>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het<\/p>\n<p>gerechtshof \u2019s-Hertogenbosch.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9807\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Echtscheiding met nevenverzoeken. Hoofdverblijf en zorgregeling.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8149],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[11281,12147,8150,7675,8151],"kji_language":[7671],"class_list":["post-595625","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-zeeland-west-brabant","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-echtscheiding","kji_keyword-nevenverzoeken","kji_keyword-rbzwb","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-zeeland-west-brabant","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Echtscheiding met nevenverzoeken. Hoofdverblijf en zorgregeling.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \\\/ C\\\/02\\\/418154 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T14:28:36+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \\\/ C\\\/02\\\/418154\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154","og_description":"Echtscheiding met nevenverzoeken. Hoofdverblijf en zorgregeling.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/","name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T14:28:36+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259807-rechtbank-zeeland-west-brabant-03-11-2025-c-02-418154\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9807 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 \/ C\/02\/418154"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/595625","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=595625"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=595625"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=595625"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=595625"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=595625"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=595625"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=595625"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=595625"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}