{"id":595862,"date":"2026-04-18T17:15:49","date_gmt":"2026-04-18T15:15:49","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/"},"modified":"2026-04-18T17:15:49","modified_gmt":"2026-04-18T15:15:49","slug":"eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Kinderalimentatie<\/p>\n<p>GERECHTSHOF \u2019s-HERTOGENBOSCH<\/p>\n<p>Team familie- en jeugdrecht<\/p>\n<p>zaaknummer : 200.349.944\/01<\/p>\n<p>zaaknummer rechtbank : C\/01\/398088\/ FA RK 23-4394<\/p>\n<p>beschikking van de meervoudige kamer van 21 augustus 2025<\/p>\n<p>inzake<\/p>\n<p>[de man]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>verzoeker in het principaal hoger beroep,<\/p>\n<p>verweerder in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de man,<\/p>\n<p>advocaat mr. H. Durdu te Rotterdam,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[de vrouw]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>verweerster in het principaal hoger beroep,<\/p>\n<p>verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de vrouw,<\/p>\n<p>advocaat mr. M. de Bluts te Zoetermeer.<\/p>\n<h3>1Het verloop van het geding in eerste aanleg<\/h3>\n<p>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 18 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.<\/p>\n<h3>2Het geding in hoger beroep<\/h3>\n<p>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van de rechtbank van 14 maart 2022 en de daaraan gehechte overeenkomt van 4 februari 2022 gewijzigd voor wat betreft de daarin opgenomen kinderalimentatie en de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 1 november 2023 bepaald op \u20ac 424,- per maand en met ingang van 1 januari 2024 op \u20ac 448,- per maand, voor wat betreft de nog niet verschenen termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen.<\/p>\n<p>De man is op 10 januari 2025 in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking. De man verzoekt in principaal hoger beroep om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking voor zover het de beslissing over de kinderalimentatie betreft te vernietigen en opnieuw rechtdoende:<\/p>\n<p>I. het verzoek van de vrouw om de kinderalimentatie met ingang van 1 november 2023 te wijzigen af te wijzen;<\/p>\n<p>II. de man verzoekt om de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 14 maart 2022 en de daaraan gehechte overeenkomst van 4 februari 2022 voor wat betreft de daarin overeengekomen kinderalimentatie te wijzigen en de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met ingang van 1 november 2023 vast te stellen op \u20ac 172,- per maand, met ingang van 1 januari 2024 vast te stellen op \u20ac 159,- per maand en met ingang van 28 juli 2024 vast te stellen op \u20ac 89,- per maand, althans met ingang van een datum en bedrag zoals het hof juist acht.<\/p>\n<p>Kosten rechtens.<\/p>\n<p>De vrouw heeft op 13 maart 2025 een verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingediend. Zij voert verweer in principaal hoger beroep en verzoekt de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, althans zijn verzoeken in hoger beroep af te wijzen.<\/p>\n<p>De vrouw heeft in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep verzocht om \u2013 voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad \u2013 ten laste van de man een zodanige onderhoudsbijdrage ten behoeve van [minderjarige] per een zodanige datum vast te stellen als \u2013 alle omstandigheden in aanmerking nemende \u2013 rechtens juist is.<\/p>\n<p>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:<\/p>\n<p>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 1 oktober 2024;<\/p>\n<p>het V6-formulier met bijlagen d.d. 1 juli 2025 namens de man;<\/p>\n<p>het V6-formulier met bijlagen d.d. 4 juli 2025 namens de man.<\/p>\n<p>De mondelinge behandeling heeft op 8 juli 2025 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.<\/p>\n<h3>3De feiten<\/h3>\n<p>Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. Tijdens deze relatie is geboren: [minderjarige], op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).<\/p>\n<p>De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen hebben gezamenlijk het gezag over haar. [minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de moeder.<\/p>\n<p>De moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De vader heeft de Turkse nationaliteit.<\/p>\n<h3>4De motivering van de beslissing<\/h3>\n<p>Het hof zal de grieven in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep gezamenlijk beoordelen.<\/p>\n<p>Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht<\/p>\n<p>Het inleidende verzoek van de vrouw van 26 oktober 2023 betrof een kwestie van ouderlijk verantwoordelijkheid en kinderalimentatie. De gewone verblijfplaats van [minderjarige] is Nederland. De Nederlandse rechter is daarom op grond van artikel 7 lid 1 van Verordening (EU) 2019\/1111 van 25 juni 2019 (Brussel II-ter) internationaal bevoegd inzake de kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid. Hierdoor is de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub d van de Alimentatieverordening (Verordening (EG) nr. 4\/2009 Raad van 18 december 2008) ook internationaal bevoegd met betrekking tot het verzoek tot wijziging van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.<\/p>\n<p>Geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Nederlands recht van toepassing is. Ook het hof zal daarom uitgaan van toepasselijkheid van Nederlands recht (vgl. HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:200).<\/p>\n<p>Ingangsdatum\/terugwerkende kracht<\/p>\n<p>De door rechtbank vastgestelde ingangsdatum van 1 november 2023 is niet in geschil zodat het hof deze datum als uitgangspunt neemt.<\/p>\n<p>Behoefte [minderjarige]<\/p>\n<p>De rechtbank is uitgegaan van de behoefte zoals eerder door partijen is overeengekomen, te weten een bedrag van \u20ac 444,- per maand in 2021, te vermeerderen met de wettelijke indexering vanaf 1 januari 2022, aldus \u20ac 467,82 in 2023 en \u20ac 496,82 in 2024. Hiertegen zijn geen grieven gericht, zodat het hof hiervan uit zal gaan. Ge\u00efndexeerd bedraagt de behoefte van [minderjarige] in 2025 \u20ac 529,11. Het hof zal hierna rekenen met afgeronde behoeftebedragen.<\/p>\n<p>Draagkracht man<\/p>\n<p>De rechtbank heeft de draagkracht van de man over de periode van 1 november 2023 tot 1 januari 2024 becijferd op \u20ac 531,- en vanaf 1 januari 2024 op \u20ac 503,- per maand. Dit is gebaseerd op een door de vrouw geschat inkomen van de man van \u20ac 42.000,- bruto per jaar en daarmee een netto besteedbaar inkomen (NBI) van \u20ac 2.762,- per maand.<\/p>\n<p>In hoger beroep staat de draagkracht van de man ter discussie. Het hof zal de draagkracht van de man per onderwerp bespreken.<\/p>\n<p>Inkomen man<\/p>\n<p>Het hof zal uitgaan van het werkelijke inkomen van de man in 2023 van \u20ac 45.315,- bruto en in 2024 van \u20ac 48.710,- bruto op basis van de jaaropgaven. Dit levert een NBI op van \u20ac 2.902,- per maand in 2023 en \u20ac 3.120,- per maand in 2024. Het hof heeft geen aanleiding om ervan uit te gaan, zoals de vrouw stelt, dat de man nog extra inkomsten verwerft als dakdekker. Mogelijk is dit in eerste aanleg een verspreking geweest (van \u2018 [naam 1] \/ [naam 2] \u2019). Wat betreft 2025 zijn loonstroken overgelegd door de man en is het inkomen van de man voor 2025 door hem becijferd op \u20ac 53.191,- bruto. Het hof zal hiermee rekenen. Dit levert een NBI op van \u20ac 3.361,- per maand.<\/p>\n<p>Het hof zal daarnaast zoals door de man verzocht per 1 augustus 2025 rekening houden met een te wijzigen inkomen van de man, gelet op het feit dat hij minder gaat werken in verband met zijn gezondheid. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man uitgelegd dat de man al een aantal jaar kampt met psychische klachten. Hij is hiervoor in behandeling en ontvangt medicatie. Hiertoe is het op vaste tijdstippen kunnen slapen van belang en dit valt moeilijk te combineren met de ploegendiensten van de man die ook \u2019s nachts kunnen zijn. In overleg met zijn werkgever hoeft de man deze diensten nu niet langer te draaien, hetgeen leidt tot een wijziging van zijn inkomen. Dit betreft een situatie waarbij de man buiten zijn schuld inkomen zal verliezen, zodat het hof daar rekening mee zal houden. Dat dit verzoek niet schriftelijk is gedaan doet hier niets aan af. De man zal een inkomen krijgen van \u20ac 3.404,36 bruto per maand exclusief vakantiegeld. Dit correspondeert met een inkomen van (afgerond) \u20ac 44.120,- bruto per jaar. Dit levert een NBI op van \u20ac 2.986,- per maand. Het hof verwacht dat de man er alles aan doet om zo snel mogelijk weer zijn oude inkomen te verwerven.<\/p>\n<p>Woonlasten<\/p>\n<p>Het hof zal conform de stelling van de man rekening houden met zijn werkelijke woonlasten. Als een onderhoudsplichtige duurzaam aanmerkelijk hogere woonlasten heeft dan het woonbudget kan met die extra lasten rekening worden gehouden als vastgesteld kan worden dat deze lasten niet vermijdbaar zijn en dat het (voort)bestaan daarvan niet aan de onderhoudsplichtige kan worden verweten. Bij voornoemd inkomen van de man bedraagt zijn woonbudget in 2023 \u20ac 871,-, in 2024 \u20ac 936,-, in 2025 tot augustus \u20ac 1.008,- en in 2025 vanaf augustus \u20ac 896,-. De werkelijke woonlast van de man (van 27 juni 2023 tot 28 juli 2024 \u20ac 1.125,- per maand en vanaf 28 juli 2024 \u20ac 1.175,- per maand) is aanmerkelijk hoger. Deze woonlast is bovendien niet vermijdbaar of vermijdbaar; de man komt niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en het betreft een realistisch bedrag aan woonlasten in de omgeving [woonplaats] . De stelling van de vrouw dat de man getrouwd zou zijn of samen zou wonen waardoor hij zijn woonlasten kan delen en daarom met een woonbudget van 15 of 22,5% rekening moet worden gehouden, is, gelet op de gemotiveerde betwisting door de man, onvoldoende onderbouwd.<\/p>\n<p>ING Financieel Fit Krediet<\/p>\n<p>Het hof zal daarnaast rekening houden met de aflossing bij ING Financieel Fit Krediet. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep voldoende het ontstaan van de oorspronkelijke creditcardschuld toegelicht. Hij heeft kosten gehad voor een advocaat in een andere procedure tussen partijen en diende de waarborgsom van zijn woning te voldoen. Deze dure creditcardschuld heeft hij geherfinancierd met een goedkopere lening. Bovendien is niet in geschil dat de man aflost op deze schuld. De man heeft voldoende onderbouwing gegeven over deze aflossingsplicht. Dit betekent dat het hof rekening zal houden met een aflossing van \u20ac 80,- per maand per 1 december 2023.<\/p>\n<p>Aanslag Inkomstenbelasting<\/p>\n<p>Mede gelet op het standpunt van de vrouw tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep zal het hof rekening houden met de schuld van de man aan de Belastingdienst. Het hof zal rekening houden met een aflossing van \u20ac 227,- per maand vanaf 1 december 2024 tot en met 31 oktober 2025.<\/p>\n<p>Advocaatkosten<\/p>\n<p>Het hof zal tot slot rekening houden met een aflossing op een schuld ten behoeve van advocaatkosten van de man. De man heeft toegelicht dat hij maandelijks \u20ac 100,- hiervoor aflost op een schuld van \u20ac 3.000,- aan zijn partner. Vanwege zijn inkomen staat het vast dat de man niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand, zodat hij zijn advocaat op een andere manier moet bekostigen. Het restant van de lening (in totaal heeft de man \u20ac 5.000,- geleend bij zijn partner) is de man aangegaan in verband met een achterstand van twee huurtermijnen. Het hof houdt met dat gedeelte van de lening aan de partner van de man geen rekening omdat al rekening wordt gehouden met de werkelijke woonlasten. Het hof houdt rekening met een aflossing van \u20ac 100,- per maand per 1 april 2025.<\/p>\n<p>Het voorgaande leidt ertoe dat het hof zal rekenen met verschillende periodes. Om pragmatische redenen zal het hof rekening houden met vier periodes.<\/p>\n<p>periode 1: 1 november 2023 t\/m 1 december 2024<\/p>\n<p>inkomen op basis van jaaropgave 2023, dus \u20ac 45.315,- bruto;<\/p>\n<p>de werkelijke woonlast van \u20ac 1.125,- per maand;<\/p>\n<p>de ING-schuld van \u20ac 80,- per maand.<\/p>\n<p>In deze periode heeft de man een draagkracht ten behoeve van kinderalimentatie van \u20ac 365,-.<\/p>\n<p>periode 2: 1 december 2024 t\/m 1 april 2025<\/p>\n<p>inkomen op basis van jaaropgave 2024, dus \u20ac 48.710,- bruto;<\/p>\n<p>de werkelijke woonlast van \u20ac 1.175,- per maand;<\/p>\n<p>de ING-schuld van \u20ac 80,- per maand;<\/p>\n<p>de schuld aan de Belastingdienst van \u20ac 227,- per maand.<\/p>\n<p>In deze periode heeft de man een draagkracht ten behoeve van kinderalimentatie van \u20ac 258,-.<\/p>\n<p>periode 3: 1 april 2025 t\/m 1 augustus 2025<\/p>\n<p>inkomen van \u20ac 53.191,- bruto per jaar (zoals door de man zelf mee gerekend in de berekening bij productie 15);<\/p>\n<p>de werkelijke woonlast van \u20ac 1.175,- per maand;<\/p>\n<p>de ING-schuld van \u20ac 80,- per maand;<\/p>\n<p>de schuld aan de Belastingdienst van \u20ac 227,- per maand;<\/p>\n<p>de aflossing op de advocaatkosten van \u20ac 100,- per maand.<\/p>\n<p>In deze periode heeft de man een draagkracht ten behoeve van kinderalimentatie van \u20ac 328,-.<\/p>\n<p>periode 4: vanaf 1 augustus 2025<\/p>\n<p>inkomen op basis van de pro forma loonstrook, dus \u20ac 3.404,36 per maand excl. vakantiegeld, zijnde een inkomen van \u20ac 44.120,- bruto per jaar;<\/p>\n<p>de werkelijke woonlast van \u20ac 1.175,- per maand;<\/p>\n<p>de ING-schuld van \u20ac 80,- per maand;<\/p>\n<p>de schuld aan de Belastingdienst van \u20ac 227,-;<\/p>\n<p>de aflossing op de advocaatkosten van \u20ac 100,- per maand.<\/p>\n<p>In deze periode heeft de man een draagkracht ten behoeve van kinderalimentatie van \u20ac 66,-.<\/p>\n<p>Draagkracht vrouw<\/p>\n<p>De rechtbank heeft aan de zijde van de vrouw rekening gehouden met een minimumdraagkracht van \u20ac 25,- per maand. Hiertegen zijn geen grieven gericht zodat het hof hiervan uit zal gaan.<\/p>\n<p>Zorgkorting<\/p>\n<p>Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is namens de man aangegeven dat het redelijk is om rekening te houden met een zorgkorting van 5% vanaf het moment dat de omgang is gewijzigd, feitelijk in oktober 2023. De vrouw kon hiermee instemmen, zodat het hof hiervan uit zal gaan.<\/p>\n<p>Samenvattend<\/p>\n<p>De behoefte van [minderjarige] bedraagt (afgerond) in 2023 \u20ac 468,-, in 2024 \u20ac 497,- en in 2025 \u20ac 529,-. De gezamenlijke draagkracht van partijen bedraagt in periode 1 \u20ac 390,-, in periode 2 \u20ac 283,-, in periode 3 \u20ac 353,- en in periode 4 \u20ac 91,-. Partijen hebben in alle periodes onvoldoende draagkracht om in de behoefte te voorzien. In alle periodes bedraagt de helft van het tekort bovendien meer dan het bedrag van de zorgkorting, zodat de door de man te betalen bijdrage niet verminderd wordt met zorgkorting.<\/p>\n<p>Gelet op het vorenstaande bedraagt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] in:<\/p>\n<p>periode 1: 1 november 2023 t\/m 1 december 2024: \u20ac 365,- per maand;<\/p>\n<p>periode 2: 1 december 2024 t\/m 1 april 2025: \u20ac 258,- per maand;<\/p>\n<p>periode 3: 1 april 2025 t\/m 1 augustus 2025: \u20ac 328,- per maand;<\/p>\n<p>periode 4: vanaf 1 augustus 2025: \u20ac 66,- per maand.<\/p>\n<p>Het hof gaat ervan uit dat op basis van het vorenstaande en aan de hand van de bijgevoegde berekeningen partijen in de toekomst zelf aanpassingen kunnen maken, bijvoorbeeld in verband met de schuld aan de Belastingdienst die tot en met oktober 2025 zal worden afgelost, waarna deze schuld volledig voldaan zal zijn.<\/p>\n<p>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking voor zover aan zijn oordeel onderworpen vernietigen en de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage wijzigen conform de voornoemde periodes.<\/p>\n<p>Het hof heeft berekeningen gemaakt van de draagkracht van de man. Gewaarmerkte exemplaren van deze berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.<\/p>\n<p>Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, gelet op de aard van de procedure en partijen een relatie met elkaar hebben gehad.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 oktober 2024, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:<\/p>\n<p>wijzigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 14 maart 2022 en de daaraan gehechte overeenkomst van 4 februari 2022 voor wat betreft de daarin overeengekomen kinderalimentatie en bepaalt de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] :<\/p>\n<p>met ingang van 1 november 2023 t\/m 1 december 2024 op \u20ac 365,- per maand;<\/p>\n<p>met ingang van 1 december 2024 t\/m 1 april 2025 op \u20ac 258,- per maand;<\/p>\n<p>met ingang van 1 april 2025 t\/m 1 augustus 2025 op \u20ac 328,- per maand;<\/p>\n<p>met ingang van 1 augustus 2025 op \u20ac 66,- per maand,<\/p>\n<p>voor wat betreft de nog niet verschenen termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen.<\/p>\n<p>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;<\/p>\n<p>compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;<\/p>\n<p>wijst af het meer of anders verzochte.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. Goes, A.M. Bossink en K.A. Boshouwers en is op 21 augustus 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2284\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kinderalimentatie<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8136,9170,9895,9171],"kji_language":[7671],"class_list":["post-595862","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-gerechtshof","kji_keyword-ghshe","kji_keyword-kinderalimentatie","kji_keyword-s-hertogenbosch","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Kinderalimentatie\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \\\/ 200.349.944_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T15:15:49+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \\\/ 200.349.944_01\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01","og_description":"Kinderalimentatie","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T15:15:49+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252284-gerechtshof-s-hertogenbosch-21-08-2025-200-349-944_01\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2284 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 21-08-2025 \/ 200.349.944_01"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/595862","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=595862"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=595862"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=595862"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=595862"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=595862"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=595862"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=595862"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=595862"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}