{"id":596147,"date":"2026-04-18T18:12:24","date_gmt":"2026-04-18T16:12:24","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/"},"modified":"2026-04-18T18:12:24","modified_gmt":"2026-04-18T16:12:24","slug":"eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.<\/p>\n<p>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND<\/p>\n<p>Zittingsplaats Groningen<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: LEE 23\/2857<\/p>\n<p>uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen<\/p>\n<h3>[eiser] , uit [woonplaats] , eiser<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<p>de inspecteur van de Belastingdienst\/Centrale Administratieve Processen\/Team Auto BPM, de inspecteur<\/p>\n<p>(gemachtigde: [naam 1] ).<\/p>\n<p>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Minister van Justitie en Veiligheid (de Minister).<\/p>\n<h3>Inleiding<\/h3>\n<p>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 11 mei 2023.<\/p>\n<p>De inspecteur heeft aan eiser een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto\u2019s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van \u20ac 6.843.<\/p>\n<p>De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.<\/p>\n<p>De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.<\/p>\n<p>De inspecteur en eiser hebben nadere stukken ingediend.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2025 op zitting behandeld. Namens eiser is mr. M.U. Sahin verschenen. Namens de inspecteur zijn mr. [naam 2] en mr. [naam 3] verschenen.<\/p>\n<h3>Feiten<\/h3>\n<p>Eiser heeft met dagtekening 17 februari 2022 aangifte gedaan ter zake van de registratie van een Volkswagen Tiguan Allspace 2.0 TSI 4Motion Highline Business R 7p (de auto) en een bedrag aan Bpm voldaan van \u20ac 9.068.<\/p>\n<p>De auto is op 3 december 2020 voor het eerst toegelaten tot het verkeer op de weg. De CO2-uitstoot van de auto bedraagt 225 gram per kilometer (WLTP).<\/p>\n<p>Bij de aangifte is een taxatierapport van [taxateur eiser] met datum 17 februari 2022 gevoegd. Daarin is een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat opgenomen van \u20ac 36.700, gebaseerd op een koerslijst van X-RAY. De taxateur heeft een schadebedrag van \u20ac 20.109,01 geconstateerd en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op \u20ac 20.650. In het taxatierapport is de rest-Bpm berekend door uit te gaan van een nieuwprijs van de auto van \u20ac 67.567, een handelswaarde van \u20ac 20.650 en een bruto Bpm van \u20ac 29.674.<\/p>\n<p>De inspecteur heeft een hertaxatie laten verrichten door Domeinen Roerende Zaken (DRZ). De bevindingen zijn opgenomen in een rapport van 24 februari 2022. De taxateur van DRZ heeft de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat vastgesteld op \u20ac 37.091, gebaseerd op een koerslijst van X-RAY. De taxateur van DRZ heeft geen schade geconstateerd aan de auto. De nieuwprijs heeft hij berekend op \u20ac 69.171.<\/p>\n<p>Bij brief van 31 maart 2022 heeft de inspecteur aan eiser een kennisgeving gestuurd waarin hij aangeeft van plan te zijn een naheffingsaanslag Bpm op te leggen. Deze brief luidt \u2013 voor zover hier van belang \u2013 als volgt:<\/p>\n<h3>\u201cMotivering<\/h3>\n<p>In de aangifte hebt u de afschrijving bepaald op basis van individuele waardebepaling (met taxatierapport). Het taxatierapport is opgemaakt door [taxateur eiser] met een handelsinkoopwaarde (hierna inkoopwaarde) van \u20ac 20.650. Deze aangifte is vervolgens door de Belastingdienst geselecteerd voor nacontrole. Medewerkers van Domeinen Roerende Zaken (hierna DRZ) beoordelen &#8212; in opdracht van mij &#8212; de aanvaardbaarheid van de waardering c.q. afschrijving ex artikel 10 van de Wet BPM, zoals verwerkt in uw aangifte.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Op grond van artikel 10, lid 8, van de Wet BPM kan de afschrijving slechts op een taxatierapport worden gebaseerd, indien het een voertuig betreft met meer dan normale gebruiksschade. U hebt niet aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake is.<\/p>\n<p>Daarom stel ik mij op het standpunt dat de afschrijving en daarmee de handelsinkoopwaarde van de auto bepaald moet worden aan de hand van de koerslijst zonder daarop een correctie wegens schade toe te passen. Ik zal daarbij de door DRZ gebruikte koerslijst toepassen, omdat deze voor u de meest gunstige (laagste) waarde heeft.\u201d<\/p>\n<p>De inspecteur heeft op basis van de hem ter beschikking staande gegevens en overeenkomstig de bevindingen van DRZ bij het opleggen van de naheffingsaanslag de verschuldigde Bpm bepaald op \u20ac 15.911. Met dagtekening 20 mei 2022 is aan belanghebbende voor de auto een naheffingsaanslag opgelegd van \u20ac 6.843 (het verschil tussen de op aangifte betaalde Bpm van \u20ac 9.068 en door de inspecteur berekende Bpm van \u20ac 15.911).<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<p>3. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.<\/p>\n<p>4. De rechtbank komt tot het oordeel dat de naheffingsaanslag op een te hoog bedrag is vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<p>Mocht eiser gebruik maken van de taxatiemethode?<\/p>\n<p>5. Tussen partijen is eerst in geschil op welke wijze de Bpm berekend moet worden. Eiser stelt dat hij terecht de taxatiemethode heeft gebruikt. Volgens eiser had de auto meer dan normale gebruiksschade zodat op grond daarvan de Bpm met de taxatiemethode berekend mocht worden. Eiser heeft verwezen naar het door hem overgelegde taxatierapport en beleid binnen de branche. Bovendien kan volgens eiser geen of minder waarde worden toegekend aan het rapport van DRZ vanwege de door DRZ gehanteerde werkwijze. De inspecteur stelt primair dat het taxatierapport van eiser niet kan dienen ter bepaling van de hoogte van de Bpm. De inspecteur wijst er daarbij op dat uit het taxatierapport volgt dat de fysieke opname slechts 20 minuten heeft geduurd, wat volgens hem niet voldoende is om tot een gedegen fysieke opname te komen. Verder wijst de inspecteur op een disclaimer in het taxatierapport en het ontbreken van een inkoopfactuur. Subsidiair stelt de inspecteur onder verwijzing naar de bevindingen van DRZ dat de auto niet meer dan normale gebruiksschade had, zodat om die reden de taxatiemethode niet gebruikt mocht worden.<\/p>\n<p>6. De rechtbank overweegt als volgt. De door de inspecteur naar voren gebrachte factoren zijn naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht om het taxatierapport geheel buiten beschouwing te laten. Wel kunnen de door de inspecteur naar voren gebrachte factoren gevolgen hebben voor de bewijskracht die aan het taxatierapport toekomt.<\/p>\n<p>7. Het is aan eiser om feiten te stellen en, bij betwisting daarvan door de inspecteur, aannemelijk te maken, die kunnen leiden tot een vermindering van de verschuldigde belasting. Daarbij geldt dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht op de handelsinkoopwaarde van de auto. De stellingen van eiser over de werkwijze van DRZ en het beleid van de branche over het onderscheid tussen normale gebruikssporen en schade slagen niet. De rechtbank ziet in de gestelde werkwijze van DRZ geen aanleiding om geen of minder waarde aan het rapport van DRZ toe te kennen. Bovendien is de inspecteur niet gehouden om beleid van de branche toe te passen.<\/p>\n<p>8. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat de auto meer dan normale gebruiksschade had. Hoewel op het beperkte aantal foto\u2019s bij het taxatierapport van eiser de schades niet goed waarneembaar zijn, is op de door DRZ gemaakte foto\u2019s wel een aantal van de gestelde schades goed zichtbaar. Zo volgt uit de fotorapportage van DRZ dat de achterbank en derde zitrij van de auto geheel ontbreken. Daarnaast zijn de velgen beschadigd. De rechtbank is daarom van oordeel dat aannemelijk is dat deze schades er wel waren. Mede gelet op leeftijd en de kilometerstand van de auto (14.759 km) is de rechtbank van oordeel dat deze schades meer dan normale gebruiksschade betreffen. Voor wat betreft de gestelde schade aan de banden, de regensensor en de krassen heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat deze schades er daadwerkelijk zijn, of dat het meer dan normale gebruiksschade betreft.<\/p>\n<p>9. Gelet op dat wat in 6. en 8. is overwegen, is de rechtbank van oordeel dat eiser de verschuldigde Bpm mocht berekenen aan de hand van de taxatiemethode.<\/p>\n<p>Op welk bedrag moet de handelsinkoopwaarde worden vastgesteld?<\/p>\n<p>10. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat is door zowel de taxateur van eiser als door DRZ bepaald aan de hand van een koerslijst van X-RAY. Eiser heeft in een nader stuk een nieuwe koerslijst overgelegd, omdat die volgens hem gunstiger zou zijn. Ter zitting heeft de inspecteur gesteld dat de koerslijsten in het dossier niet juist kunnen zijn. De inspecteur heeft erop gewezen dat de auto een datum eerste toelating heeft van 3 december 2020 en de CO2-uitstoot per kilometer WLTP is getest. Alle auto\u2019s waarvan de verkopen zijn betrokken in de koerslijst zouden dan ook WLTP getest moeten zijn, zo stelt de inspecteur. Omdat de koerslijsten uitgaan van een CO2-uitstoot die NEDC is getest, kunnen deze koerslijsten volgens de inspecteur niet zijn gebaseerd op daadwerkelijke verkooptransacties. De inspecteur stelt daarom dat de koerslijsten niet gebruikt kunnen worden ter onderbouwing van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. Eiser betwist dat de koerslijsten niet juist zouden zijn. Eiser wijst erop dat ook de koerslijst van DRZ uitgaat van een CO2-uitstoot die NEDC is getest. Verder stelt eiser dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan dat wat de inspecteur opwerpt. Eiser wijst daarbij op de brief van 31 maart 2022 (zie 2.5.) van de inspecteur en stelt dat hij hieruit het in rechte te beschermen vertrouwen mocht ontlenen dat de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat aan de hand van een koerslijst mocht worden vastgesteld.<\/p>\n<p>11. De rechtbank overweegt als volgt. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat een belastingplichtige aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, hoe de inspecteur in een concreet geval zijn bevoegdheden zou uitoefenen. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. In zijn brief van 31 maart 2022 (zie 2.5.) heeft de inspecteur aangegeven dat hij de koerslijst van DRZ zal gebruiken voor het berekenen van de Bpm. Eiser mocht daaruit redelijkerwijs afleiden dat de koerslijst gebruikt kon en zou worden voor het bepalen van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. Dat wat de inspecteur stelt over de mogelijke onjuistheid van die koerslijst doet daar niets aan af.<\/p>\n<p>12. De koerslijst die eiser heeft overgelegd in het nadere stuk gaat uit van een netto catalogusprijs op 07-2019. De door DRZ gehanteerde koerslijst gaat uit van een netto catalogusprijs op 07-2020. Omdat de datum eerste toelating van de auto 3 december 2020 is, is de door DRZ aangeleverde koerslijst naar het oordeel van de rechtbank bruikbaarder dan de door eiser in het nader stuk aangeleverde koerslijst. De rechtbank zal daarom de door DRZ overgelegde koerslijst gebruiken bij het berekenen van de handelsinkoopwaarde. Ter zitting is door eiser desgevraagd bevestigd dat, als de rechtbank van oordeel zou zijn dat de koerslijst van DRZ gebruikt moet worden, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat dan \u20ac 37.091 is.<\/p>\n<p>12. Omdat de rechtbank van oordeel is dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade (zie 8.) moet de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat worden verminderd met het bedrag aan schade. De inspecteur heeft de hoogte van de bedragen in de door eiser overgelegde schadecalculatie niet betwist. De rechtbank zal daarom uitgaan van de door eiser overgelegde schadecalculatie en 72 % van de bedragen die duidelijk verband houden met het ontbreken van de achterbank, derde zitrij en de beschadigde velgen in aanmerking nemen. De rechtbank is van oordeel dat vanwege de schade een bedrag van \u20ac 11.009 in mindering gebracht moet worden op de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. De handelsinkoopwaarde van de auto stelt de rechtbank daarom vast op \u20ac 26.082.<\/p>\n<p>Wat is de historische nieuwprijs van de auto?<\/p>\n<p>14. Eiser stelt dat bij de berekening van de historische nieuwprijs uit moet worden gegaan van de bruto Bpm van de auto zelf. De inspecteur voert aan dat het afschrijvingspercentage moeten worden afgeleid uit het referentievoertuig en dat daarom moet worden uitgegaan van de bruto Bpm van het referentievoertuig uit de koerslijst.<\/p>\n<p>14. Voor het bepalen van de historische nieuwprijs moet worden uitgegaan van de werkelijke CO2-uitstoot van de auto zelf. De netto cataloguswaarde die volgt uit de koerslijst is \u20ac 36.786. De hierover verschuldigde omzetbelasting is \u20ac 7.725 en de bruto Bpm van de auto is \u20ac 29.674. De rechtbank is daarom van oordeel dat de historische nieuwprijs \u20ac 74.185 is.<\/p>\n<p>Op welk bedrag moet de naheffingsaanslag worden vastgesteld?<\/p>\n<p>16. Uit dat wat de rechtbank in 13. en 15. heeft overwogen volgt een afschrijvingspercentage van 64,84%. De bruto Bpm bedroeg \u20ac 29.674 (zie 2.2.), zodat de verschuldigde Bpm \u20ac 10.433 bedraagt. De naheffingsaanslag had daarom \u20ac 1.365 moeten bedragen. De naheffingsaanslag is dus te hoog vastgesteld. De rechtbank zal de naheffingsaanslag daarom verminderen tot \u20ac 1.365.<\/p>\n<p>Vergoeding van immateri\u00eble schade<\/p>\n<p>17. Eiser heeft verzocht om een vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. De inspecteur heeft het bezwaarschrift ontvangen op 24 mei 2022 en de rechtbank doet heden uitspraak. Dit betekent dat de redelijke termijn op het moment van deze uitspraak is overschreden met afgerond zeventien maanden. Eiser maakt daarom aanspraak op een vergoeding van immateri\u00eble schade van \u20ac 1.500. De overschrijding is voor afgerond zes maanden aan de inspecteur toe te rekenen en voor elf maanden aan de rechtbank. De rechtbank zal de inspecteur daarom veroordelen tot vergoeding van een bedrag van \u20ac 529 en de Minister tot vergoeding van een bedrag van \u20ac 971.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>18. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en vermindert de naheffingsaanslag tot \u20ac 1.365.<\/p>\n<p>Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt \u20ac 3.108,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde per punt van \u20ac 647, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van \u20ac 907 en een wegingsfactor 1).<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>verklaart het beroep gegrond;<\/p>\n<p>vernietigt de uitspraak op bezwaar;<\/p>\n<p>vermindert de naheffingsaanslag tot \u20ac 1.365;<\/p>\n<p>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;<\/p>\n<p>veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding van immateri\u00eble schade aan eiser tot een bedrag van \u20ac 971;<\/p>\n<p>veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateri\u00eble schade aan eiser tot een bedrag van \u20ac 529;<\/p>\n<p>bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van \u20ac 184,- aan eiser moet vergoeden;<\/p>\n<p>veroordeelt de inspecteur tot betaling van \u20ac 3.108,- aan proceskosten aan eiser.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.S. Langius, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2025.<\/p>\n<p>De griffier is buiten staat deze<br \/>\nuitspraak mede te ondertekenen<\/p>\n<p>rechter<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.<\/p>\n<p>Digitaal hoger beroep instellen kan via \u201cFormulieren en inloggen\u201d op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.<\/p>\n<p>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3944.<\/li>\n<li>Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069.<\/li>\n<li>\u20ac 37.091 &#8212; \u20ac 11.009.<\/li>\n<li>Hoge Raad 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1714.<\/li>\n<li>((\u20ac 74.185 &#8212; \u20ac 26.082) \/ \u20ac 74.185) * 100.<\/li>\n<li>\u20ac 10.433 -\/- \u20ac 9.068.<\/li>\n<li>Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4186\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7993],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[7996,7995,7675,8108,8107],"kji_language":[7671],"class_list":["post-596147","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-noord-nederland","kji_year-8463","kji_subject-fiscal","kji_keyword-noord-nederland","kji_keyword-rbnne","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-samengevat","kji_keyword-uitspraak","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \\\/ LEE 23\\\/2857 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T16:12:24+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \\\/ LEE 23\\\/2857\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857","og_description":"Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/","name":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T16:12:24+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbnne20254186-rechtbank-noord-nederland-16-10-2025-lee-23-2857\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBNNE:2025:4186 Rechtbank Noord-Nederland , 16-10-2025 \/ LEE 23\/2857"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/596147","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=596147"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=596147"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=596147"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=596147"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=596147"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=596147"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=596147"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=596147"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}