{"id":596364,"date":"2026-04-18T18:56:25","date_gmt":"2026-04-18T16:56:25","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/"},"modified":"2026-04-18T18:56:25","modified_gmt":"2026-04-18T16:56:25","slug":"eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht<\/p>\n<p>Parketnummer : 20-002636-21 (OWV)<\/p>\n<p>Uitspraak : 14 november 2025<\/p>\n<p>TEGENSPRAAK<\/p>\n<h3>Arrest van de economische kamer van het gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch<\/h3>\n<p>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische kamer van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats \u2018s-Hertogenbosch, van 26 oktober 2021 op de vordering tot oplegging van de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-995004-19 (OWV) tegen::<\/p>\n<h3>[verdachte] ,<\/h3>\n<p>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,<\/p>\n<p>wonende te [adres] .<\/p>\n<p>Hoger beroep<\/p>\n<p>Bij het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van \u20ac 185.412,56 en aan de betrokkene hoofdelijk een betalingsverplichting opgelegd voor een bedrag van \u20ac 180.000,00.<\/p>\n<p>Namens de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Onderzoek van de zaak<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.<\/p>\n<p>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen ten aanzien van de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel is geschat en zal vernietigen ten aanzien van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting vanwege schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM ook in hoger beroep en, in zoverre opnieuw rechtdoende, aan de betrokkene hoofdelijk een betalingsverplichting zal opleggen voor een bedrag van \u20ac 175.000,00.<\/p>\n<p>De raadsman van de betrokkene heeft het hof verzocht het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op een bedrag van \u20ac 30.850,00. Voorts heeft de raadsman het hof verzocht de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting te matigen vanwege schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.<\/p>\n<p>Vonnis waarvan beroep<\/p>\n<p>Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het zich daarmee niet kan verenigen.<\/p>\n<p>Bewijsmiddelen<\/p>\n<p>Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkorte arrest gehecht.<\/p>\n<p>Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel<\/p>\n<p>De betrokkene is bij het vonnis van de meervoudige economische kamer van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats \u2019s-Hertogenbosch, d.d. 17 december 2019, in de zaak met parketnummer 01-995004-19, veroordeeld ter zake van \u2018overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 20, eerste lid, van de Meststoffenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,<\/p>\n<p>meermalen gepleegd\u2019.<\/p>\n<p>Door de rechtbank is in voormelde zaak bewezenverklaard, kortgezegd, dat de betrokkene in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door [bedrijf]<\/p>\n<p>gemiddeld gedurende het jaar 2015 houden van een groter aantal leghennen\/pluimvee, te weten 73.755 pluimvee-eenheden, dan het op het bedrijf rustende pluimveerecht, te weten 21.126 pluimvee-eenheden, welk een overschrijding van 52.629 pluimvee-eenheden behelst en<\/p>\n<p>gemiddeld gedurende het jaar 2016 houden van een groter aantal leghennen\/pluimvee, te weten 65.190 pluimvee-eenheden, dan het op het bedrijf rustende pluimveerecht, te weten 25.726 pluimvee-eenheden, welk een overschrijding van 39.464 pluimvee-eenheden behelst.<\/p>\n<p>Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde feit voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, heeft verkregen.<\/p>\n<p>Vaststelling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel<\/p>\n<p>Het hof stelt voorop dat de ontnemingsmaatregel een herstelmaatregel betreft: door de veroordeelde te ontnemen wat hem rechtens niet toekomt, wordt hij gebracht in de financi\u00eble positie die zou hebben bestaan als hij niet onrechtmatig zou hebben gehandeld. Op die manier kan worden voorkomen dat misdaad loont. Voordeel dat is verkregen door het plegen van strafbare feiten, dient dan ook in beginsel te worden ontnomen. Onder voordeel is de besparing van kosten begrepen. Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. De rechter stelt het bedrag vast waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat.<\/p>\n<p>In het kalenderjaar 2015<\/p>\n<p>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat [bedrijf] (hierna: de v.o.f.) gedurende het jaar 2015 gemiddeld 73.755 leghennen (pluimvee-eenheden) heeft gehouden, terwijl zij voor dat jaar slechts rechten had voor het houden van 21.126 pluimvee-eenheden. Voor het houden van 52.629 leghennen (pluimvee-eenheden) had de v.o.f. in 2015 dus geen rechten en was de v.o.f. in overtreding. Dit betreft 71,365 % van het totale aantal pluimvee-eenheden dat de v.o.f. in 2015 gemiddeld heeft gehouden. Het voordeel dat de v.o.f. met het houden van die pluimvee-eenheden heeft verkregen, is door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde feit verkregen en dient naar het oordeel van het hof dan ook te worden ontnomen.<\/p>\n<p>Op grond van de jaarrekening van de v.o.f. van 2015, zoals opgenomen in de bewijsmiddelen, stelt het hof vast dat de v.o.f. in 2015 een resultaat (opbrengsten minus kosten) heeft behaald van \u20ac 97.342,00.<\/p>\n<p>71,365 % van dat resultaat, oftewel \u20ac 69.468,12 (\u20ac 97.342 x 0,71365) is behaald met pluimvee-eenheden waarvoor de v.o.f. geen rechten had. Het hof stelt dan ook schattenderwijs het voordeel dat de v.o.f. aldus wederrechtelijk heeft verkregen, vast op dat bedrag.<\/p>\n<h3>In het kalenderjaar 2016<\/h3>\n<p>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat [bedrijf] (hierna: de v.o.f.) gedurende het jaar 2016 gemiddeld 65.190 leghennen (pluimvee-eenheden) heeft gehouden, terwijl zij voor dat jaar slechts rechten had voor het houden van 25.726 pluimvee-eenheden. Voor het houden van 39.464 leghennen (pluimvee-eenheden) had de v.o.f. in 2016 dus geen rechten en was de v.o.f. in overtreding. Dit betreft 60,537 % van het totale aantal pluimvee-eenheden dat de v.o.f. in 2016 gemiddeld heeft gehouden. Het voordeel dat de v.o.f. met het houden van die pluimvee-eenheden heeft verkregen, is door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde feit verkregen en dient naar het oordeel van het hof dan ook te worden ontnomen.<\/p>\n<p>Op grond van de jaarrekening van de v.o.f. van 2016, zoals opgenomen in de bewijsmiddelen, stelt het hof vast dat de v.o.f. in 2016 een resultaat (opbrengsten minus kosten) heeft behaald van \u20ac 11.908,00.<\/p>\n<p>60,537 % van dat resultaat, oftewel \u20ac 7.208,75 (\u20ac 11.908 x 0,60537), is behaald met pluimvee-eenheden waarvoor de v.o.f. geen rechten had. Het hof stelt dan ook schattenderwijs het voordeel dat de v.o.f. aldus wederrechtelijk heeft verkregen, vast op dat bedrag.<\/p>\n<h3>Totaal aan geschat wederrechtelijk verkregen voordeel<\/h3>\n<p>Gelet op het voorgaande, stelt het hof het voordeel dat de betrokkene door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde feit heeft verkregen, naar schatting vast op een bedrag van \u20ac 76.676,87 (\u20ac 69.468,12 + \u20ac 7.208,75). Het hof rondt dit bedrag naar beneden af op \u20ac 76.676,00.<\/p>\n<p>Toerekening<\/p>\n<p>De betrokkene was \u00e9\u00e9n van de twee vennoten van [bedrijf] (de v.o.f.). In een vennootschap onder firma zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen en schulden die de vennootschap aangaat. Gelet hierop, zal het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel zowel aan [bedrijf] als aan de betrokkene toerekenen.<\/p>\n<p>Op te leggen betalingsverplichting<\/p>\n<h3>Redelijke termijn<\/h3>\n<p>Het hof stelt voorop dat in artikel 6 lid 1 EVRM het recht van iedere betrokkene is gewaarborgd dat binnen een redelijke termijn op de jegens hem aanhangig gemaakte ontnemingsvordering wordt beslist. Deze redelijke termijn bedraagt in beginsel per aanleg 24 maanden. De termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zal worden gemaakt.<\/p>\n<p>In de onderhavige zaak is de redelijke termijn in eerste aanleg aangevangen op 8 november 2017, te weten de datum van het eerste verhoor van de betrokkene bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Uit het dossier volgt namelijk dat het strafrechtelijke onderzoek vanaf het begin mede gericht was op de berekening en uiteindelijk de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en bij voornoemd verhoor is de betrokkene als verdachte geconfronteerd met de bevindingen uit dit onderzoek. De ontnemingszaak en de strafzaak tegen de betrokkene zijn vervolgens ook gelijktijdig aanhangig gemaakt.<\/p>\n<p>De behandeling van de onderhavige ontnemingszaak in eerste aanleg is ge\u00ebindigd op 26 oktober 2021 met het wijzen van het vonnis waarvan beroep. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg overschreden met circa twee jaren.<\/p>\n<p>Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen in beginsel 24 maanden nadat hoger beroep is ingesteld.<\/p>\n<p>De redelijke termijn in hoger beroep is aangevangen op 8 november 2021 met het instellen van hoger beroep tegen het vonnis waarvan beroep. De behandeling van de onderhavige ontnemingszaak in hoger beroep eindigt heden, 14 november 2025, met het wijzen van het onderhavige arrest. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep eveneens overschreden met circa twee jaren. Van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding kunnen rechtvaardigen is het hof niet gebleken.<\/p>\n<p>Gelet op de hiervoor genoemde overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep, zal het hof de op te leggen betalingsverplichting matigen met tweemaal \u20ac 5.000,00.<\/p>\n<p>Mitsdien zal het hof aan de betrokkene de navolgende betalingsverplichting opleggen.<\/p>\n<p>Vastgesteld wederrechtelijk verkregen voordeel = \u20ac 76.676,00<\/p>\n<p>[vermindering] = \u20ac 10.000,00 (-\/-)<\/p>\n<p>Op te leggen betalingsverplichting = \u20ac 66.676,00<\/p>\n<h3>Hoofdelijke aansprakelijkheid<\/h3>\n<p>Gelet op hetgeen hiervoor onder \u201cToerekening\u201d is overwogen, zal het hof de betalingsverplichting aan de betrokkene en aan [bedrijf] hoofdelijk opleggen.<\/p>\n<p>Gijzeling<\/p>\n<p>Met ingang van 1 januari 2020 heeft het elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen. Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering in de onderhavige zaak ten hoogste kan worden gevorderd, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt.<\/p>\n<p>Het hof hanteert, overeenkomstig de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde uitgangspunten, bij de berekening van de duur van deze gijzeling voor elke volle \u20ac 50,00 van de betalingsverplichting \u00e9\u00e9n dag. De maximale duur van de gijzeling bedraagt ingevolge artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht drie jaren.<\/p>\n<p>Gelet op de hoogte van de op te leggen betalingsverplichting zal het hof mitsdien de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd hierna bepalen op 1080 dagen.<\/p>\n<p>Toepasselijk wettelijk voorschrift<\/p>\n<p>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt.<\/p>\n<h3>BESLISSING<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:<\/p>\n<p>Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van \u20ac 76.676,00 (zesenzeventigduizend zeshonderdzesenzeventig euro).<\/p>\n<p>Legt de betrokkene de hoofdelijke verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van \u20ac 66.676,00 (zesenzestigduizend zeshonderdzesenzeventig euro).<\/p>\n<p>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.<\/p>\n<p>Bepaalt dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt te vervallen indien en voor zover de mededader(s) van betrokkene hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat.<\/p>\n<p>Aldus gewezen door:<\/p>\n<p>mr. A.R. Hartmann, voorzitter,<\/p>\n<p>mr. W.F. Koolen en mr. R. de Bree, raadsheren,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier,<\/p>\n<p>en op 14 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.<\/p>\n<p>Mr. R. de Bree is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3800\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7632],"kji_keyword":[8136,9170,8075,9171,10394],"kji_language":[7671],"class_list":["post-596364","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-penal","kji_keyword-gerechtshof","kji_keyword-ghshe","kji_keyword-ontneming","kji_keyword-s-hertogenbosch","kji_keyword-wederrechtelijk","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"9 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-11-2025 \\\/ 20-002636-21 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-18T16:56:25+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 14-11-2025 \\\/ 20-002636-21\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21","og_description":"Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"9 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-18T16:56:25+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253800-gerechtshof-s-hertogenbosch-14-11-2025-20-002636-21\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3800 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 14-11-2025 \/ 20-002636-21"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/596364","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=596364"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=596364"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=596364"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=596364"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=596364"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=596364"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=596364"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=596364"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}