{"id":609764,"date":"2026-04-19T19:32:37","date_gmt":"2026-04-19T17:32:37","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/"},"modified":"2026-04-19T19:32:37","modified_gmt":"2026-04-19T17:32:37","slug":"eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Wet BPM. Beroepsgronden die betrekking op de herleidingsmethode worden verworpen gelet op HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1134. De rechtbank heeft ten onrechte geen immateri\u00ebleschadevergoeding toegekend. Het hoger beroep is gegrond. Gelet op HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1375 tot en met ECLI:NL:HR:2025:1383, stelt het hof de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase vast zonder daarbij rekening te houden met artikel 19a Wet BPM. Wel wordt een matiging toegepast op grond van artikel 2, lid 2, eerste volzin, Besluit proceskosten bestuursrecht.<\/p>\n<h3>GERECHTSHOF \u2019s-HERTOGENBOSCH<\/h3>\n<p>Team belastingrecht<\/p>\n<p>Meervoudige Belastingkamer<\/p>\n<p>Nummer: 24\/510<\/p>\n<p>Uitspraak op het hoger beroep van<\/p>\n<p>[belanghebbende] B.V.,<\/p>\n<p>gevestigd in [vestigingsplaats] ,<\/p>\n<p>hierna: belanghebbende,<\/p>\n<p>tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 april 2024, nummer BRE 22\/4606, in het geding tussen belanghebbende en<\/p>\n<p>de inspecteur van de Belastingdienst,<\/p>\n<p>hierna: de inspecteur,<\/p>\n<p>en<\/p>\n<p>de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid),<\/p>\n<p>hierna: de minister.<\/p>\n<h3>1Ontstaan en loop van het geding<\/h3>\n<p>De inspecteur heeft een naheffingsaanslag belasting van personenauto\u2019s en motorrijwielen (hierna: bpm) opgelegd.<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft v\u00f3\u00f3r de zitting een nader stuk ingediend. Dit stuk is doorgestuurd naar de inspecteur.<\/p>\n<p>De zitting heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2025 in \u2019s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .<\/p>\n<p>Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.<\/p>\n<h3>2Feiten<\/h3>\n<p>Belanghebbende heeft op 19 november 2021 aangifte gedaan ter zake van de registratie van een Audi A6 Avant &#8212; RS6 TFSI 4.0 met VIN-nummer [VIN-nummer] (hierna: de auto) naar een te betalen bedrag aan bpm van \u20ac 10.861. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft belanghebbende bij de aangifte een taxatierapport gevoegd van [bedrijf] van 9 november 2021.<\/p>\n<p>De inspecteur heeft een hertaxatie laten verrichten door DRZ. Naar aanleiding van die hertaxatie heeft de inspecteur op basis van hem ter beschikking staande gegevens het standpunt ingenomen dat de verschuldigde bpm moet worden vastgesteld op \u20ac 30.816. Vervolgens heeft de inspecteur de naheffingsaanslag opgelegd.<\/p>\n<p>De naheffingsaanslag is opgelegd naar een bedrag van \u20ac 19.955. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt, welk bezwaar op 15 april 2022 door de inspecteur is ontvangen. De inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar van 26 augustus 2022 gehandhaafd.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een vergoeding van immateri\u00eble schade afgewezen.<\/p>\n<p>In de uitspraak van de rechtbank is het volgende vermeld:<\/p>\n<p>\u201cDeze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier op 12 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>.<\/p>\n<p>[volgt handtekening van de rechter en de griffier.]<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 16 april 2024\u201d<\/p>\n<p>De site <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a> vermeldt \u2013 voor zover van belang \u2013 het volgende:<\/p>\n<p>\u201cDatum uitspraak: 12-04-2024<\/p>\n<p>Datum publicatie: 19-04-2024\u201d<\/p>\n<h3>3Geschil en conclusies van partijen<\/h3>\n<p>Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:<\/p>\n<p>1. Is de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag opgelegd? Waarbij meer specifiek in geschil is of de verschuldigde bpm kan worden herleid vanuit de herrekende bruto bpm, welke is vastgesteld op basis van de restwaarde van een eerder ingevoerd referentievoertuig.<\/p>\n<p>2. Komt belanghebbende in aanmerking voor een immateri\u00ebleschadevergoeding?<\/p>\n<p>Belanghebbende heeft tijdens de zitting van het hof bevestigd dat zij bij de rechtbank haar standpunt dat de historische nieuwprijs te laag is vastgesteld, heeft ingetrokken .<\/p>\n<p>Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag, subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag, tot veroordeling van de inspecteur in de proceskosten en veroordeling van de minister tot het betalen van een vergoeding voor immateri\u00eble schade.<\/p>\n<p>De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.<\/p>\n<h3>4Gronden<\/h3>\n<p>Ten aanzien van het geschil<\/p>\n<p>(1) Naheffingsaanslag: de herleidingsmethode<\/p>\n<p>Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de beroepsgronden van belanghebbende die betrekking op de herleidingsmethode niet slagen en verwijst daarvoor naar het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025.<\/p>\n<p>(2) De immateri\u00ebleschadevergoeding<\/p>\n<p>Belanghebbende stelt dat hoewel in het dictum van de uitspraak van de rechtbank staat dat deze op 12 april 2024 is gedaan en openbaar is gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>, deze uitspraak pas daadwerkelijk op 19 april 2024 is gepubliceerd op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>. Dit betekent dat de uitspraak niet eerder dan op 16 april 2024 \u2013 de datum van toezending van de uitspraak aan partijen \u2013 bekend is geworden bij belanghebbende en dat daarmee de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg was verstreken. Dit betekent volgens belanghebbende dat zij in aanmerking komt voor een vergoeding van immateri\u00eble schade van \u20ac 500, te betalen door de minister.<\/p>\n<p>De inspecteur is van mening dat de rechtbank op goede gronden een terechte beslissing heeft genomen. Indien het hoger beroep enkel op dit punt gegrond verklaard, kan de immateri\u00ebleschadevergoeding volgens de inspecteur worden beperkt tot \u20ac 50 gezien de termijnoverschrijding van \u00e9\u00e9n dag.<\/p>\n<p>Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad, die is samengevat in zijn arrest van 19 februari 2016, heeft voor de berechting van de zaak in eerste aanleg als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn is geschied indien de rechtbank niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen uitspraak doet. De in dit verband in aanmerking te nemen termijn begint als regel te lopen op het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt en eindigt op het moment waarop de rechter uitspraak doet in de procedure met betrekking tot het geschil dat de belastingplichtige en de inspecteur verdeeld houdt (de hoofdzaak). Op dat moment is namelijk de onzekerheid over de afloop van de procedure voorbij omdat de uitkomst bekend is. Daarom is, naar het oordeel van het hof, in deze zaak de redelijke termijn niet op 12 april 2024 maar op 16 april 2024 verstreken. Dat is namelijk de datum dat de uitspraak aan partijen is toegezonden en aldus bekend is gemaakt aan belanghebbende. Dat betekent dat de redelijke termijn in beroep is overschreden.<\/p>\n<p>Het hof stelt vast dat het overgangsrecht zoals de Hoge Raad dat heeft geformuleerd in het arrest van 14 juni 2024 van toepassing is. Het hof moet daarom als uitgangspunt nemen dat belanghebbende in aanmerking komt voor vergoeding van immateri\u00eble schade nu het financi\u00eble belang bij de gevoerde procedure ten minste \u20ac 15 bedraagt en dat, behoudens wettelijke uitzonderingen, voor de schadevergoeding een tarief dient te worden gehanteerd van \u20ac 500 per halfjaar waarmee de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Van een wettelijke uitzondering is geen sprake.<\/p>\n<p>De redelijke termijn is aangevangen op 15 april 2022 en ge\u00ebindigd op 16 april 2024, te weten de dag waarop de uitspraak van de rechtbank partijen bekend is geworden. Dit betekent dat de redelijke termijn is overschreden met \u00e9\u00e9n dag. Deze overschrijding van afgerond een halfjaar is geheel toe te rekenen aan de beroepsfase. Het hof heeft \u2013 anders dan door de inspecteur is betoogd \u2013 geen aanknopingspunten gevonden voor bijzondere omstandigheden die aanleiding geven voor een beperking van de schadevergoeding van \u20ac 500 per halfjaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Dit betekent dat de minister een bedrag van \u20ac 500 aan belanghebbende dient te vergoeden.<\/p>\n<p>Tussenconclusie<\/p>\n<p>De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is.<\/p>\n<p>Ten aanzien van het griffierecht<\/p>\n<p>De minister dient aan belanghebbende het bij de rechtbank en het bij het hof betaalde griffierecht van respectievelijk \u20ac 365 en \u20ac 559 te vergoeden. De vergoeding van het bij de rechtbank betaalde griffierecht vindt zijn grondslag in de omstandigheid dat het beroep bij de rechtbank op zichzelf ongegrond is, maar wel een immateri\u00ebleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg wordt toegekend en dit \u2013 mede in aanmerking genomen het overgangsrecht in het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024 \u2013 had moeten leiden tot een veroordeling van de minister in het door belanghebbende betaalde griffierecht. De vergoeding van het bij het hof betaalde griffierecht vindt zijn grondslag in het feit dat het hoger beroep gegrond is.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de proceskosten<\/p>\n<p>Het hof veroordeelt de minister tot vergoeding van de kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij het hof, omdat alsnog een immateri\u00ebleschadevergoeding wordt toegekend vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en het door belanghebbende ingestelde hoger beroep gegrond is.<\/p>\n<p>In het kader van de toe te kennen proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase heeft belanghebbende gemotiveerd gesteld dat artikel 19a Wet bpm in het onderhavige geval geen toepassing vindt, omdat de Hoge Raad in de arresten van 26 september 2025 heeft geoordeeld dat, gelet op het bedrijfsmodel van de gemachtigde ten tijde van het instellen van cassatie in 2024, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.2 van het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025. Aangezien het onderhavige hoger beroep eveneens is ingesteld in 2024, dient in deze zaak te worden vastgesteld dat het geval van belanghebbende is aan te merken als een bijzonder geval als hiervoor bedoeld. Het hof is van oordeel dat belanghebbende hierin moet worden gevolgd. Dit betekent dat het hof de proceskostenvergoeding zal vaststellen op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) zonder daarbij rekening te houden met de uit 19a, lid 2, letter b, Wet bpm voortvloeiende vermenigvuldigingsfactor. Wel ziet het hof aanleiding tot matiging van de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase op grond van artikel 2, lid 2, eerste volzin, Bpb. Het hof stelt vast dat belanghebbende in hoger beroep gedeeltelijk in het gelijk is gesteld; zij heeft ongelijk gekregen wat betreft het geschilpunt over de naheffingsaanslag en gelijk wat betreft het geschilpunt over de vergoeding van immateri\u00eble schade. Gelet hierop is het hof van oordeel dat belanghebbende uitsluitend in het gelijk wordt gesteld op een punt van ondergeschikt belang. Het geschilpunt waarop belanghebbende in het gelijk is gesteld is in die zin \u2018zeer licht\u2019 dat indien de zaak alleen over dat geschilpunt zou zijn gegaan het gewicht van de zaak \u2018zeer licht\u2019 (0,25) zou zijn geweest. Dit betekent dat het hof de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase zal vaststellen uitgaande van een factor gewicht van de zaak van 0,25.<\/p>\n<p>Het hof stelt de tegemoetkoming voor het beroep op 1 (punt) x \u20ac 907 (waarde per punt) x 0,25 (factor gewicht van de zaak) is \u20ac 226,75.<\/p>\n<p>Het hof stelt de tegemoetkoming voor het hoger beroep, mede op grond van artikel 2, lid 2, eerste volzin, Bpb, op 2 (punten) x \u20ac 907 (waarde per punt) x 0,25 (factor gewicht van de zaak) \u20ac 453,50.<\/p>\n<p>Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 1 Bpb heeft gemaakt.<\/p>\n<h3>5Beslissing<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>verklaart het hoger beroep gegrond;<\/p>\n<p>vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor zover daarin een beslissing over de vergoedingen van immateri\u00eble schade, het griffierecht en de proceskosten ontbreekt;<\/p>\n<p>bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;<\/p>\n<p>veroordeelt de minister tot vergoeding van de immateri\u00eble schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van \u20ac 500;<\/p>\n<p>bepaalt dat de minister aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij het hof van, in totaal, \u20ac 924 vergoedt;<\/p>\n<p>veroordeelt de minister in de kosten van het geding bij de rechtbank en het hof van, in totaal, \u20ac 680,25.<\/p>\n<p>De uitspraak is gedaan door J.M. van der Vegt, voorzitter, L.B.M. Klein Tank en J.C.E. Ackermans-Wijn, in tegenwoordigheid van A.S. van Middelkoop, als griffier.<\/p>\n<p>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.<\/p>\n<p>De griffier, De voorzitter,<\/p>\n<p>A.S. van Middelkoop J.M. van der Vegt<\/p>\n<p>Het aanwenden van een rechtsmiddel<\/p>\n<p>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad <a href=\"http:\/\/www.hogeraad.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.hogeraad.nl<\/a>.<\/p>\n<p>Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notari\u00eble akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie <a href=\"http:\/\/www.hogeraad.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.hogeraad.nl<\/a>).<\/p>\n<p>Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:<\/p>\n<p>Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.<\/p>\n<p>(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;<\/p>\n<p>Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:<\/p>\n<p>de naam en het adres van de indiener;<\/p>\n<p>de dagtekening;<\/p>\n<p>een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;<\/p>\n<p>e gronden van het beroep in cassatie.<\/p>\n<p>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.<\/p>\n<p>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:RBZWB:2024:2437.<\/li>\n<li>ECLI:NL:HR:2025:1134.<\/li>\n<li>ECLI:NL:HR:2016:252.<\/li>\n<li>Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.4.2.<\/li>\n<li>Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.3.2.<\/li>\n<li>Vgl. Gerechtshof \u2019s-Hertogenbosch 17 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2316, r.o. 4.13.<\/li>\n<li>Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853, r.o. 3.5.<\/li>\n<li>ECLI:NL:HR:2024:567, r.o. 7.1.1 en 7.1.2.<\/li>\n<li>ECLI:NL:HR:2025:1375 tot en met ECLI:NL:HR:2025:1383.<\/li>\n<li>ECLI:NL:HR:2025:46.<\/li>\n<li>Hoge Raad 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:243, r.o. 3.2.2 en Hoge Raad 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1659, r.o. 2.2.2.<\/li>\n<li>Zie de bijlage bij de uitspraak van het Gerechtshof \u2019s-Hertogenbosch 7 augustus 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2524, onderdeel 1.2, letter c.<\/li>\n<li>1 punt voor het verzoek om vergoeding van immateri\u00eble schade, zie Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, r.o. 5.2.<\/li>\n<li>Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, r.o. 5.2.<\/li>\n<li>1 punt voor het hogerberoepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, zie Bpb.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3242\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Wet BPM. Beroepsgronden die betrekking op de herleidingsmethode worden verworpen gelet op HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1134. De rechtbank heeft ten onrechte geen immateri\u00ebleschadevergoeding toegekend. Het hoger beroep is gegrond. Gelet op HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1375 tot en met ECLI:NL:HR:2025:1383, stelt het hof de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase vast zonder &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7813,12599,10203],"kji_language":[7671],"class_list":["post-609764","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-artikel","kji_keyword-gelet","kji_keyword-hoger","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Wet BPM. Beroepsgronden die betrekking op de herleidingsmethode worden verworpen gelet op HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1134. De rechtbank heeft ten onrechte geen immateri\u00ebleschadevergoeding toegekend. Het hoger beroep is gegrond. Gelet op HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1375 tot en met ECLI:NL:HR:2025:1383, stelt het hof de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase vast zonder ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-11-2025 \\\/ 24\\\/510 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-19T17:32:37+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 12-11-2025 \\\/ 24\\\/510\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510","og_description":"Wet BPM. Beroepsgronden die betrekking op de herleidingsmethode worden verworpen gelet op HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1134. De rechtbank heeft ten onrechte geen immateri\u00ebleschadevergoeding toegekend. Het hoger beroep is gegrond. Gelet op HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1375 tot en met ECLI:NL:HR:2025:1383, stelt het hof de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase vast zonder ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-19T17:32:37+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20253242-gerechtshof-s-hertogenbosch-12-11-2025-24-510\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:3242 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 12-11-2025 \/ 24\/510"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/609764","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=609764"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=609764"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=609764"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=609764"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=609764"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=609764"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=609764"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=609764"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}