{"id":618529,"date":"2026-04-20T07:46:00","date_gmt":"2026-04-20T05:46:00","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/"},"modified":"2026-04-20T07:46:00","modified_gmt":"2026-04-20T05:46:00","slug":"eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Voorlopige voorziening met kortsluiting beroep. Artikel 39f, eerste lid, Wjsg; verstrekking door het OM van strafvorderlijke gegevens aan de werkgever. Zwaarwegend belang. Verzoeker is gemeenteambtenaar waarvoor geldt dat hij zich integer gedraagt ook in de priv\u00e9sfeer en dat hij de voor hem geldende gedragscode naleeft. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verstrekking achterwege moet blijven. Verzoeker kan zelf zijn werkgever voorzien van voor hem ontlastende informatie en bewijs.<\/p>\n<p>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND<\/p>\n<p>Zittingsplaats Utrecht<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummers: UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300<\/p>\n<p>uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 januari 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen<\/p>\n<h3>[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker<\/h3>\n<p>(gemachtigden: mr. A. Cinar en mr. N.A.M. Teunissen),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie, het OM<\/h3>\n<p>(gemachtigden: mr. J. Langelaar en mr. S. van Hensbeek).<\/p>\n<h3>Inleiding<\/h3>\n<p>1. Verzoeker is werkzaam als ambtenaar bij de Gemeente [.] . Verzoeker wordt verdacht van het online verkopen van goederen tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van de goederen te verzekeren. Daarnaast wordt verzoeker verdacht van het witwassen van een bedrag van \u20ac 4.335,-.<\/p>\n<p>Volgens het OM is de strafzaak van verzoeker een bewijsbare zaak, is een vervolgingsbeslissing genomen en zal het OM binnen afzienbare tijd een dagvaarding uitbrengen. Op 27 juni 2025 heeft het OM verzoeker daarom bericht dat hij voornemens is om op grond van artikel 39f, eerste lid, en onder e, Wet justiti\u00eble en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) het strafdossier over verzoeker te verstrekken aan zijn werkgever. Verzoeker heeft tegen deze voorgenomen verstrekking bezwaar gemaakt. Het OM heeft dit bezwaar aangemerkt als het aantekenen van verzet als bedoeld in artikel 39q Wjsg.<\/p>\n<p>Met het besluit van 29 september 2025 heeft het OM het verzet van verzoeker niet gehonoreerd. Met het bestreden besluit van 21 oktober 2025 op het bezwaar van eiser is het OM bij zijn besluit gebleven. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.<\/p>\n<p>Het OM heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigden en de gemachtigden van het OM.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de voorzieningenrechter<\/h3>\n<p>2. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiser daartegen. Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.<\/p>\n<p>3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<\/p>\n<p>Toetsingskader<\/p>\n<p>4. De Wjsg bevat waarborgen voor een zorgvuldige omgang met strafvorderlijke gegevens door het OM. Artikel 39f, eerste lid, Wjsg bepaalt dat het OM strafvorderlijke gegevens aan derden mag verschaffen voor verschillende doeleinden, waaronder (sub e) het beoordelen van de noodzaak tot het treffen van een rechtspositionele tuchtrechtelijke maatregel. Op grond van artikel 39f, het tweede lid, onder a is die verstrekking alleen toegestaan wanneer dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of met het oog op de vaststelling, uitoefening of verdediging van een recht in rechte. Strafvorderlijke gegevens mogen dus niet worden verstrekt op grond van het enkele belang dat de derde daarbij heeft. De Wjsg kent geen verplichting om aan derden strafvorderlijke gegevens te verstrekken, maar schept een bevoegdheid. De grenzen van die bevoegdheid zijn uitgewerkt in de Wet en in de Aanwijzing Wjsg. Deze aanwijzing geeft aan in welke gevallen, onder welke voorwaarden en aan wie het OM informatie kan verstrekken voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 39q Wjsg kan de betrokkene tegen de verstrekking verzet aantekenen wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden.<\/p>\n<p>Wat voert verzoeker aan?<\/p>\n<p>5. Verzoeker voert aan dat het onwenselijk is dat het OM op voorhand informatie over zijn strafzaak aan zijn werkgever verstrekt, terwijl het onderzoek nog in volle gang is en de uitkomst daarvan onzeker is. Verzoeker heeft op 8 oktober 2025 diverse onderzoekswensen bij het OM ingediend. Daarnaast heeft verzoeker ontlastende bewijsmiddelen overgelegd die mogelijk nieuw licht op de strafzaak werpen. Volgens verzoeker heeft zijn werkgever belang bij een zorgvuldige vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden om te kunnen beoordelen of de verweten gedragingen een re\u00ebel risico vormen voor de gemeente [.] . Voor verzoeker is het onwenselijk dat zijn werkgever een (onomkeerbare) arbeidsrechtelijke beslissing neemt op basis van eenzijdige informatie en nog voordat een rechter over de strafzaak heeft kunnen beslissen. Verzoeker meent daarom dat het OM de resultaten van de onderzoekswensen moet afwachten en niet nu al strafvorderlijke informatie mag delen met zijn werkgever. Dit zou in strijd zijn met de onschuldpresumptie en verzoekers recht op eerlijk proces. Bovendien heeft het OM ook niet of onvoldoende gemotiveerd waarom niet kan worden gewacht op een rechterlijke uitspraak in de strafzaak of op de uitslag van de onderzoekswensen, alvorens de strafvorderlijke gegevens aan zijn werkgever te verstrekken. Verder vindt verzoeker van belang dat hij als [functie] slechts een ondersteunde functie heeft. Verzoeker is niet bevoegd voor financi\u00eble transacties, heeft geen gezagsfunctie en hij werkt ook niet met kwetsbare doelgroepen.<\/p>\n<p>Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?<\/p>\n<p>6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de notificatiebrief van 27 juni 2025 om strafvorderlijke gegevens te verstreken op grond van artikel 39f Wjsg geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb en niet voor bezwaar of beroep vatbaar. Om die reden heeft het OM het bezwaar van verzoeker tegen die brief aangemerkt als het aantekenen van verzet op grond van artikel 39q Wjsg. Het OM heeft er op gewezen dat dit betekent dat in deze procedure alleen aan de orde kan worden gesteld of sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden die maken dat het verstrekken van de strafvorderlijke gegevens achterwege moeten worden gelaten. Op de zitting is evenwel besproken dat zowel in het bestreden besluit als in het verweerschrift in is gegaan op het doel van de verstrekking, de noodzaak en de belangenafweging in dit kader. Het OM heeft daarbij toegelicht dat dit is gedaan in de context of er sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden. Daarbij is besproken dat de achterliggende gedachte van het recht op verzet van artikel 39q Wjsg is dat niet valt uit te sluiten dat in een individueel geval de afweging om gegevens te verwerken als zijnde noodzakelijk voor een zwaarwegend algemeen belang of de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, anders had moeten uitvallen. Dat kan het gevolg zijn van een omstandigheid die het OM bij de gemaakte afweging, niet bekend was of kon zijn.<\/p>\n<p>7. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter beoordelen of het OM zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat de gegevensverstrekking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en dat geen sprake is van bijzondere en persoonlijke omstandigheden die tot een andere afweging of uitkomst kunnen leiden.<\/p>\n<p>8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het OM bij het belang om de werkgever op de hoogte brengen van de strafvorderlijke gegevens, gewicht heeft mogen toekennen aan het feit dat verzoeker werkzaam is als ambtenaar bij de gemeente [.] . In de Aanwijzing Wjsg wordt de overheid als werkgever expliciet genoemd bij de nadere toelichting bij artikel 39f, eerste lid, onderdeel e, van de Wjsg. Het OM heeft erop gewezen dat van verzoeker als ambtenaar wordt verlangd dat hij zich integer gedraagt ook in de priv\u00e9sfeer. Daarbij heeft het OM niet alleen gewezen op artikel 6 van de Ambtenarenwet, maar ook op de Gedragscode voor ambtenaren van de gemeente [.]. Uit de Gedragscode volgt dat bepaalde gedragingen in de priv\u00e9sfeer, waaronder strafbare handelingen, kunnen botsen met de uitvoering van de functie als ambtenaar. De ambtenaar moet deze gedragscode naleven en hij moet twijfels en overtredingen rond de naleving van de gedragscode bekendmaken bij zijn leidinggevende, het Bureau Integriteit of bij een vertrouwenspersoon. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het OM zich op het standpunt kunnen stellen dat er een zwaarwegend belang van de werkgever is gediend bij het verkrijgen van de informatie over de strafzaak van verzoeker. De werkgever kan dan zelf onderzoek doen naar de integriteit van verzoeker om te beoordelen of zijn gedrag een re\u00ebel risico vormt voor de organisatie en\/of rechtspositionele maatregelen nodig zijn. Voor zover verzoeker vreest dat de werkgever bij dat onderzoek van eenzijdige informatie kennis zal nemen, overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat verzoeker niet zelf zijn werkgever kan voorzien van voor hem ontlastende informatie en bewijsstukken. De stelling van verzoeker dat het Bureau Integriteit van zijn werkgever alleen zou kijken naar de gegevens van het OM, berust verder op vermoedens en aannames van verzoeker. Het staat niet op voorhand vast dat de werkgever direct zonder nader onderzoek vergaande rechtspositionele maatregelen zal nemen zonder daarbij acht te slaan op ontlastende informatie van de kant van verzoeker.<\/p>\n<p>9. De stelling van verzoeker dat de verstrekking van de strafvorderlijke gegevens prematuur is, omdat het OM nog geen dagvaarding heeft uitgebracht en het onderzoek naar de strafzaak nog loopt, kan evenmin tot een ander oordeel leiden. Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 39f Wjsg blijkt dat het OM de bevoegdheid om strafvorderlijke gegevens te verstrekken ook kan aanwenden als de strafzaak nog niet is afgerond en nog sprake is van een lopend onderzoek. Alleen daarom al kan deze stelling van verzoeker niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die tot een andere afweging had moeten leiden. Bovendien heeft het OM er op de zitting op gewezen dat als gevolg van de onderzoekswensen van verzoeker de beslissing om te vervolgen niet anders zal luiden en dat er de omstandigheid dat nog geen dagvaarding is uitgebracht alleen te maken heeft met het feit dat er nog geen zittingsdatum bekend is.<\/p>\n<p>10. Dat verzoeker als [functie] geen financi\u00eble transacties doet, hij geen gezag functie uitoefent en hij niet werkt met kwetsbare groepen, is verder ook geen grond voor een ander oordeel. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat dit onverlet laat dat verzoeker werkzaam is als ambtenaar bij de gemeente [.] . Van belang is dat de werkgever in staat moet worden gesteld om te beoordelen of de verweten gedragingen een re\u00ebel risico vormen voor de gemeente [.] . Dat het verstrekken van de strafvorderlijke gegevens aan de werkgever potentieel impact heeft op de rechtspositie van verzoeker, is geen bijzondere persoonlijke omstandigheid op grond waarvan die verstrekking achterwege zou moeten blijven. Daarin onderscheidt verzoeker zich niet van andere verdachten in een strafzaak, van wie de strafvorderlijke gegevens aan de werkgever worden verstrekt.<\/p>\n<p>11. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat het OM het belang van de werkgever bij het verkrijgen van de informatie zwaarder heeft mogen laten wegen dan de door verzoeker genoemde belangen en zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een andere afweging had moeten leiden.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verzoeker geen gelijk krijgt. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.<\/p>\n<p>13. Gelet op het oordeel in de hoofdzaak ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De voorzieningenrechter:<\/p>\n<p>&#8212; verklaart het beroep ongegrond;<\/p>\n<p>&#8212; wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.<\/p>\n<p>Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>voorzieningenrechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>artikel 326e Wetboek van Strafrecht.<\/li>\n<li>artikel 420bis en artikel 420qtr Wetboek van Strafrecht.<\/li>\n<li>Zie Memorie van Toelichting, nr 3 pg. 12-13. Zie ook ECLI:NL:RBMNE:2018:4423, r.o 15.<\/li>\n<li>Paragrafen 6 en 7.<\/li>\n<li>Vgl. Kamerstukken II, vergaderjaar 2002-2003, nr. 3, p. 5 en 6.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:87\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voorlopige voorziening met kortsluiting beroep. Artikel 39f, eerste lid, Wjsg; verstrekking door het OM van strafvorderlijke gegevens aan de werkgever. Zwaarwegend belang. Verzoeker is gemeenteambtenaar waarvoor geldt dat hij zich integer gedraagt ook in de priv\u00e9sfeer en dat hij de voor hem geldende gedragscode naleeft. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verstrekking &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8012],"kji_chamber":[],"kji_year":[7610],"kji_subject":[7632],"kji_keyword":[9287,8602,8007],"kji_language":[7671],"class_list":["post-618529","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-midden-nederland","kji_year-7610","kji_subject-penal","kji_keyword-verstrekking","kji_keyword-verzoeker","kji_keyword-werkgever","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Voorlopige voorziening met kortsluiting beroep. Artikel 39f, eerste lid, Wjsg; verstrekking door het OM van strafvorderlijke gegevens aan de werkgever. Zwaarwegend belang. Verzoeker is gemeenteambtenaar waarvoor geldt dat hij zich integer gedraagt ook in de priv\u00e9sfeer en dat hij de voor hem geldende gedragscode naleeft. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verstrekking ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \\\/ UTR 25\\\/6299 en UTR 25\\\/6300 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-20T05:46:00+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \\\/ UTR 25\\\/6299 en UTR 25\\\/6300\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300","og_description":"Voorlopige voorziening met kortsluiting beroep. Artikel 39f, eerste lid, Wjsg; verstrekking door het OM van strafvorderlijke gegevens aan de werkgever. Zwaarwegend belang. Verzoeker is gemeenteambtenaar waarvoor geldt dat hij zich integer gedraagt ook in de priv\u00e9sfeer en dat hij de voor hem geldende gedragscode naleeft. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verstrekking ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/","name":"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-20T05:46:00+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbmne202687-rechtbank-midden-nederland-15-01-2026-utr-25-6299-en-utr-25-6300\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBMNE:2026:87 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2026 \/ UTR 25\/6299 en UTR 25\/6300"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/618529","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=618529"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=618529"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=618529"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=618529"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=618529"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=618529"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=618529"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=618529"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}