{"id":619349,"date":"2026-04-20T08:51:34","date_gmt":"2026-04-20T06:51:34","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/"},"modified":"2026-04-20T08:51:34","modified_gmt":"2026-04-20T06:51:34","slug":"eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Het gaat in deze uitspraak om de vraag of het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering van eiser op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft omgezet naar een vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid in de categorie 35 tot 45%. Eiser is het niet eens met het vastgestelde arbeidsongeschiktheids-percentage. Het beroep is ongegrond.<\/p>\n<h3>RECHTBANK ROTTERDAM<\/h3>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: ROT 24\/10165<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. J. Berkouwer)<\/p>\n<p>en<\/p>\n<p>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,<\/p>\n<p>(gemachtigde: [persoon A] ).<\/p>\n<h3>Samenvatting<\/h3>\n<p>Het gaat in deze uitspraak om de vraag of het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering van eiser op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft omgezet naar een vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid in de categorie 35 tot 45%. Eiser is het niet eens met het vastgestelde arbeidsongeschiktheids-percentage. Het beroep is ongegrond.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>1. Met het besluit van 3 maart 2023 (het primaire besluit) heeft het UWV de loongerelateerde Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)-uitkering van eiser per 1 april 2023 omgezet naar een WGA-vervolguitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 35-45%, te weten 42,15%.<\/p>\n<p>Met het besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser heeft het UWV het bezwaar van eiser gegrond verklaard. Het UWV heeft beslist dat eiser vanaf 1 april 2023 40,71% arbeidsongeschikt is.<\/p>\n<p>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft aanvullende gronden ingediend. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.<\/p>\n<h3>Totstandkoming van het besluit<\/h3>\n<p>2. Eiser, laatstelijk werkzaam als transporteur voor 40 uur per week, heeft zich op 5 oktober 2011 ziek gemeld voor dit werk vanwege gezondheidsklachten.<\/p>\n<p>Op 31 juli 2013 heeft eiser een WIA-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 23 september 2013 heeft het UWV aan eiser een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Met een besluit van 5 juni 2020 is de uitkering, na verzoek om herbeoordeling van de (ex-)werkgever, niet gewijzigd. Met de beslissing op bezwaar van 23 juni 2021 heeft het UWV het bezwaar van de (ex-)werkgever van eiser gegrond verklaard en beslist dat eiser vanaf 5 juni 2020 42,15% arbeidsongeschikt is. Eiser heeft hiertegen geen beroep aangetekend.<\/p>\n<p>Met het primaire besluit heeft het UWV de loongerelateerde WGA-uitkering per 1 april 2023 omgezet in een WGA-vervolguitkering.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit heeft de verzekeringsarts op verzoek van de afdeling Bezwaar en Beroep van het UWV een verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht. In het rapport van 20 juni 2024 heeft de verzekeringsarts geconcludeerd dat eiser ongewijzigd belastbaar is te achten en dat de benutbare mogelijkheden niet zijn gewijzigd. Om het arbeidsongeschiktheidspercentage vast te stellen is op 20 juni 2024 een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, die geldig is vanaf 1 april 2023. Met inachtneming van de FML en de mogelijkheden van eiser heeft de arbeidsdeskundige in zijn rapport van 8 augustus 2024 de volgende functies geselecteerd: Wikkelaar (nieuw en revisie) (SBC-code 267053), Controleur, tester elektronische apparatuur (SBC-code 267060) en Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180). In aanvulling hierop heeft de arbeidsdeskundige nog twee functies geselecteerd: Administratief medewerker (document scannen) (SBC-code 315133) en Productiemedewerker confectie, kleermaken (SBC-code 272042). De arbeidsdeskundige heeft de mate van arbeidsongeschiktheid, op basis van het maatmanloon en afgezet tegen de nieuwe mediaan, berekend op 40,71%. Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen.<\/p>\n<h3>Het standpunt van eiser<\/h3>\n<p>3. Eiser voert in beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Het UWV heeft geen informatie opgevraagd bij de behandelend sector. Daarnaast heeft de beoordeling in 2024 plaatsgevonden en is de beslissing per april 2023 genomen. Eiser vindt de motivering van het medisch onderzoek onnavolgbaar. Het is niet te begrijpen dat het arbeidsongeschiktheidspercentage is gedaald, terwijl eiser meer arbeidsongeschikt is geworden. Eiser is volledig arbeidsongeschikt. Verder zijn de geselecteerde functies niet passend vanwege de vele bijwerkingen van de medicijnen die hij gebruikt. Eiser licht per medicijn toe welke bijwerkingen hierbij komen kijken.<\/p>\n<h3>Toepasselijke wet- en regelgeving<\/h3>\n<p>4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de rechtbank<\/h3>\n<p>5. De rechtbank dient te beoordelen of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser terecht met ingang van 1 april 2023 op 40,71% heeft vastgesteld. Daartoe dient de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden te toetsen of het UWV de medische beperkingen correct heeft vastgesteld en of eiser, rekening houdend met zijn beperkingen, in staat is de geduide functies te verrichten.<\/p>\n<p>Zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek<\/p>\n<p>Nadat eiser bezwaar heeft gemaakt tegen de omzetting van zijn loongerelateerde WGA-uitkering naar een vervolguitkering, heeft het UWV een herbeoordeling uitgevoerd. Hiervoor heeft eiser op 22 mei 2024 het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Nu er in de bezwaarfase een spreekuurcontact met een geregistreerd verzekeringsarts heeft plaatsgevonden en de verzekeringsarts de dossiergegevens heeft bestudeerd en daarbij alle informatie die voorhanden was heeft meegewogen in zijn oordeel, is de rechtbank van oordeel dat een volledige heroverweging heeft plaatsgevonden en dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. Dat eiser stelt dat de beoordeling te laat heeft plaatsgevonden gaat niet op, nu de beoordeling van de WIA-uitkering ziet op de datum in geding. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat meer informatie opgevraagd had moeten worden bij de behandelend sector, oordeelt de rechtbank als volgt. Een verzekeringsarts mag in beginsel varen op zijn eigen oordeel. Raadpleging van de behandelend artsen is aangewezen in die gevallen waarin reeds een behandeling in gang is gezet of zal worden gezet, welke een beduidend effect zal hebben op de mogelijkheden van een betrokkene tot het verrichten van arbeid, of indien een betrokkene stelt dat een behandelend arts een beredeneerd afwijkend standpunt heeft over de beperkingen. Geen van beide situaties heeft zich hier voorgedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig plaatsgevonden.<\/p>\n<p>Motivering van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek<\/p>\n<p>Hetgeen eiser in beroep aanvoert geeft geen reden om het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voor onjuist te houden. Hierbij is van belang dat het in de systematiek van de Wet WIA niet gaat om de medische klachten van eiser als zodanig of om de door hem ervaren beperkingen, maar om objectief vastgestelde beperkingen bij het verrichten van (passende) arbeid. Het is daarbij de specifieke deskundigheid van de verzekeringsarts om op grond van de beschikbare medische gegevens de beperkingen tot het verrichten van arbeid vast te stellen. Op basis van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek selecteert de arbeidsdeskundige de functies en wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld. Het kan dus zo zijn dat er weliswaar meer beperkingen worden aangenomen, maar dat het arbeidsongeschiktheidspercentage toch daalt.<\/p>\n<p>Voor zover eiser naar voren heeft gebracht dat hij volledig arbeidsongeschikt is, oordeelt de rechtbank dat eiser niet voldoet aan de criteria voor volledige arbeidsongeschiktheid. Hoewel er sprake is van beperkingen als gevolg van een medische aandoening, is er geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden. Dit omdat betrokkene niet voldoet aan \u00e9\u00e9n van de uitzonderingscriteria van het Schattingsbesluit namelijk bedlegerigheid, ADL-afhankelijkheid, opname in een AWBZ-erkende instelling, een terminale situatie, onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren op basis van een ernstige psychiatrische aandoening, wisselende mogelijkheden waarbij dan periodiek langere tijd sprake is van een situatie waarin eiser niet of nauwelijks zelfredzaam is, of verlies aan mogelijkheden waardoor belanghebbende binnen drie maanden de zelfredzaamheid zal verliezen.<\/p>\n<p>Voor zover eiser ten aanzien van het medicijngebruik en de bijwerkingen hiervan stelt dat er meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen, slaagt deze beroepsgrond niet. De verzekeringsarts heeft rekening gehouden met het medicijngebruik. Op de zitting heeft de gemachtigde van het UWV toegelicht dat hij navraag heeft gedaan bij de verzekeringsarts over eventuele bijwerkingen. De verzekeringsarts heeft toegelicht aan de gemachtigde dat de bijwerkingen van de medicijnen na twee weken afnemen en dat daarom geen verdere beperkingen zijn opgenomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiser geen (nieuwe) medische informatie heeft ingebracht waaruit blijkt dat eiser op 1 april 2023 meer beperkingen had dan reeds zijn aangenomen in de FML.<\/p>\n<p>Arbeidskundig onderzoek<\/p>\n<p>Uit het voorgaande volgt dat de functionele mogelijkheden van eiser correct zijn vastgesteld en de beperkingen van eiser correct zijn weergegeven in de FML. Er is geen grond voor het oordeel dat de belasting van de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies de mogelijkheden van eiser overschrijdt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep niet te volgen in zijn bevindingen. Ook anderszins is van een overschrijding van de belastbaarheid van eiser in de geduide functies niet gebleken. Voor zover het beroep van eiser ziet op de bijwerkingen van het medicijngebruik, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de functies daardoor de beperkingen van de FML overschrijden.<\/p>\n<p>6. Vergelijking van het inkomen dat eiser in de voorgehouden functies zou kunnen verdienen met het inkomen dat hij in zijn eigen werk zou hebben verdiend als hij niet arbeidsongeschikt was geworden, geeft een verlies aan verdienvermogen te zien van 40,71%. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiser is daarom juist vastgesteld door het UWV.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Hage, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.J. van Erkel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025.<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>rechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.<\/p>\n<p>Digitaal hoger beroep instellen kan via \u201cFormulieren en inloggen\u201d op <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.<\/p>\n<p>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<h3>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving<\/h3>\n<p>Op grond van artikel 4 van de Wet WIA is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet WIA wordt onder de genoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 60, eerste lid, van de Wet WIA bestaat de WGA-uitkering, indien de duur van de loongerelateerde uitkering van deze uitkering is verstreken of als gevolg van artikel 54, vierde lid, geen aanspraak heeft bestaan op deze uitkering, uit:<\/p>\n<p>a. een loonaanvullingsuitkering voor de verzekerde die per kalendermaand een inkomen verdient dat ten minste gelijk is aan de inkomenseis, bedoeld in het tweede lid of voor wie op grond van het derde lid geen inkomenseis geldt; of<\/p>\n<p>b. een vervolguitkering.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 62, eerste lid, in verbinding met artikel 61, zesde lid, van de Wet WIA hangt de hoogte van de WGA-vervolguitkering af van de mate van arbeidsongeschiktheid.<\/p>\n<p>In het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten zijn regels gesteld betreffende de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1391.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11359\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het gaat in deze uitspraak om de vraag of het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering van eiser op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft omgezet naar een vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid in de categorie 35 tot 45%. Eiser is het niet eens met het vastgestelde arbeidsongeschiktheids-percentage. Het beroep is ongegrond.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8003],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7712],"kji_keyword":[7672,8004,7675,8005,8107],"kji_language":[7671],"class_list":["post-619349","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-rotterdam","kji_year-8463","kji_subject-social","kji_keyword-eiser","kji_keyword-rbrot","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-rotterdam","kji_keyword-uitspraak","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Het gaat in deze uitspraak om de vraag of het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering van eiser op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft omgezet naar een vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid in de categorie 35 tot 45%. Eiser is het niet eens met het vastgestelde arbeidsongeschiktheids-percentage. Het beroep is ongegrond.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \\\/ ROT 24\\\/10165 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-20T06:51:34+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \\\/ ROT 24\\\/10165\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165","og_description":"Het gaat in deze uitspraak om de vraag of het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering van eiser op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft omgezet naar een vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid in de categorie 35 tot 45%. Eiser is het niet eens met het vastgestelde arbeidsongeschiktheids-percentage. Het beroep is ongegrond.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/","name":"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-20T06:51:34+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202511359-rechtbank-rotterdam-01-10-2025-rot-24-10165\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBROT:2025:11359 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2025 \/ ROT 24\/10165"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/619349","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=619349"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=619349"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=619349"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=619349"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=619349"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=619349"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=619349"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=619349"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}