{"id":619778,"date":"2026-04-20T09:26:16","date_gmt":"2026-04-20T07:26:16","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/"},"modified":"2026-04-20T09:26:16","modified_gmt":"2026-04-20T07:26:16","slug":"eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. Is met voldoende nauwkeurigheid aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel de feiten en omstandigheden zijn ontleend waarop schatting is gebaseerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM9426, inhoudende dat beslissing op vordering a.b.i. art. 36e Sr inhoud dient te bevatten van (wettige) b.m. waaraan schatting van w.v.v. voordeel is ontleend. Bestreden uitspraak bevat geen toereikende vermelding van b.m. Verwijzing naar schikkingsvoorstel van OM volstaat in dat verband niet.<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Volgt vernietiging en terugwijzing.<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>STRAFKAMER<\/p>\n<p>Nummer 21\/05347 P<\/p>\n<p>Datum 4 juli 2023<\/p>\n<p>ARREST<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 14 december 2021, nummer 23-000297-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste<\/p>\n<p>van<\/p>\n<p>[betrokkene],<\/p>\n<p>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,<\/p>\n<p>hierna: de betrokkene.<\/p>\n<h3>1Procesverloop in cassatie<\/h3>\n<p>Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.<\/p>\n<h3>2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel<\/h3>\n<p>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).<\/p>\n<h3>3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel<\/h3>\n<p>Het cassatiemiddel klaagt over de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het voert daartoe onder meer aan dat de bestreden uitspraak niet de inhoud bevat van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend.<\/p>\n<p>Het hof heeft het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op \u20ac 5.000. Het arrest van het hof houdt over deze schatting onder meer het volgende in:<\/p>\n<p>\u201cDe enkele, niet onderbouwde stelling van de betrokkene dat hij niets heeft verdiend aan de hennepkwekerij is niet aannemelijk. Uit de diverse indicatoren die zijn genoemd in het ontnemingsrapport \u2013 onder meer stof en kalkaanslag op diverse onderdelen, hennepafval, lege potten en flessen en zakken nieuwe aarde \u2013blijkt dat er ten minste \u00e9\u00e9n eerdere oogst moet zijn geweest. Uit deze indicatoren zou ook kunnen worden afgeleid dat er meer oogsten zijn geweest, maar onduidelijk is hoeveel. Nu meer dan \u00e9\u00e9n oogst niet met voldoende zekerheid is komen vast te staan, zal het hof daarom bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het voordeel van de betrokkene uitgaan van \u00e9\u00e9n eerdere oogst.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft met de opgelegde betalingsverplichting klaarblijkelijk aangesloten bij het schikkingsvoorstel dat het openbaar ministerie aan de betrokkene heeft gedaan.<\/p>\n<p>Ook het hof zal het schikkingsvoorstel van \u20ac 10.000,- tot uitgangspunt nemen. Dit was gebaseerd op twee eerdere oogsten. Nu het hof uitgaat van \u00e9\u00e9n eerdere oogst, zal bij de vaststelling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel worden uitgegaan van de helft van dit bedrag, te weten \u20ac 5.000,00.<br \/>\nHet hof acht redelijk en aannemelijk het door betrokkene daadwerkelijk wederrechtelijk verkregen voordeel te schatten op \u20ac 5.000,00.\u201d<\/p>\n<p>De aanvulling op de verkorte uitspraak houdt het volgende in:<\/p>\n<p>\u201c1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2014 088427 van 29 april 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (doorgenummerde pagina\u2019s 82 t\/m 84).<\/p>\n<p>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van aangever:<\/p>\n<p>De hiervoor genoemde fraudespecialist en de eerdergenoemde politieambtenaar hebben aan de hand van indicatoren (zie bijlage \u201cIndicatoren gebruik hennepplantage\u201d en \u201cOpnameformulier Energiefraude\u201d) vastgesteld dat er sprake is geweest van eerdere oogsten.<br \/>\nUit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepplantage was ingericht in bovengenoemd perceel in ieder geval in de periode van september 2013 tot 10 april 2014. Dit betekent dat er in deze periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste twee eerdere oogsten.<\/p>\n<p>2. Een schriftelijke bescheid, inhoudende een schikkingsvoorstel van de Officier van Justitie mr. L.H. van der Veldt van 15 juni 2018. Dit voorstel luidt:<\/p>\n<p>De Officier van Justitie doet hierbij aan [betrokkene], die is veroordeeld ter zake van strafbare feiten als aangeduid in het strafdossier met parketnummer 13\/147751-17, het aanbod tot een schikking als bedoeld in art. 511c Wetboek van Strafvordering te komen, teneinde daarmee een veroordeling tot ontneming van het wederrechtelijk genoten voordeel als bedoeld in art. 36e Wetboek van Strafrecht te voorkomen.<\/p>\n<p>De Officier van Justitie biedt hiertoe aan de ontnemingsvordering in te trekken indien aan de hieronder vermelde voorwaarden wordt voldaan:<br \/>\nBetaling aan de Staat der Nederlanden van een geldsom van \u20ac 10.000,-.\u201d<\/p>\n<p>Op grond van artikel 511f van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan de rechter de schatting van het op geld waardeerbare voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) alleen ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. Artikel 359 lid 3 Sv is in dergelijke zaken van overeenkomstige toepassing. De beslissing op een vordering als bedoeld in artikel 36e Sr moet dus de inhoud bevatten van de (wettige) bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend.<br \/>\nDaarom moet ook in ontnemingszaken van de rechter worden gevergd dat hij met voldoende mate van nauwkeurigheid aangeeft aan welk wettig bewijsmiddel hij de feiten en omstandigheden heeft ontleend waarop hij die schatting heeft gebaseerd. (Vgl. HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9426.)<\/p>\n<p>De bestreden uitspraak bevat echter niet zo\u2019n toereikende vermelding van de bewijsmiddelen. De verwijzing naar het schikkingsvoorstel van het openbaar ministerie, zoals hiervoor weergegeven onder 3.2.2, volstaat in dat verband niet.<\/p>\n<p>De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.<\/p>\n<h3>4Beslissing<\/h3>\n<p>De Hoge Raad:<\/p>\n<p>&#8212; vernietigt de uitspraak van het hof;<\/p>\n<p>&#8212; wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2023.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1012\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. Is met voldoende nauwkeurigheid aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel de feiten en omstandigheden zijn ontleend waarop schatting is gebaseerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM9426, inhoudende dat beslissing op vordering a.b.i. art. 36e Sr inhoud dient te bevatten van (wettige) b.m. waaraan schatting van w.v&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[24566],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[14647,17640,26376,8636,12543],"kji_language":[7671],"class_list":["post-619778","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-24566","kji_subject-fiscal","kji_keyword-hennepteelt","kji_keyword-motivering","kji_keyword-ontleend","kji_keyword-profijtontneming","kji_keyword-schatting","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. Is met voldoende nauwkeurigheid aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel de feiten en omstandigheden zijn ontleend waarop schatting is gebaseerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM9426, inhoudende dat beslissing op vordering a.b.i. art. 36e Sr inhoud dient te bevatten van (wettige) b.m. waaraan schatting van w.v...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"5 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \\\/ 21\\\/05347 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-20T07:26:16+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \\\/ 21\\\/05347\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347","og_description":"Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. Is met voldoende nauwkeurigheid aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel de feiten en omstandigheden zijn ontleend waarop schatting is gebaseerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM9426, inhoudende dat beslissing op vordering a.b.i. art. 36e Sr inhoud dient te bevatten van (wettige) b.m. waaraan schatting van w.v...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"5 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/","name":"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-20T07:26:16+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20231012-hoge-raad-04-07-2023-21-05347\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2023:1012 Hoge Raad , 04-07-2023 \/ 21\/05347"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/619778","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=619778"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=619778"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=619778"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=619778"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=619778"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=619778"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=619778"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=619778"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}