{"id":620161,"date":"2026-04-20T09:56:06","date_gmt":"2026-04-20T07:56:06","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/"},"modified":"2026-04-20T09:56:06","modified_gmt":"2026-04-20T07:56:06","slug":"eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateri\u00eble schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof begroting van immateri\u00eble schade toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 over begroting door rechter van immateri\u00eble schade. Hof heeft vastgesteld dat verdachte de aangever omver heeft geduwd en hem vervolgens meermalen tegen hoofd heeft geschopt en geslagen. Verder heeft hof vastgesteld dat dit geweld op aangever \u201cflinke impact\u201d heeft gehad en dat hij fysieke gevolgen van geweld heeft ervaren in vorm van hoofdpijn- en duizeligheidsklachten. Hof heeft hierop zijn oordeel gebaseerd dat b.p. als gevolg van bewezenverklaard handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden en dat gevorderd geldbedrag van \u20ac 2.500 wegens immateri\u00eble schade het hof billijk voorkomt en daarom volledig toewijsbaar is. Daarbij heeft hof gelet op aard en ernst van de door verdachte jegens aangever begane normschending. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt HR in aanmerking dat door verdediging in hoger beroep niet meer is aangevoerd dan dat \u201cgevorderde immateri\u00eble schade sterk zou moeten worden gematigd, nu deze niet goed is onderbouwd\u201d en dat zij dus niet heeft betwist dat aangever a.g.v. bewezenverklaarde het door hof vastgestelde letsel heeft opgelopen.<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Volgt verwerping. CAG: anders.<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>STRAFKAMER<\/p>\n<p>Nummer 23\/04051<\/p>\n<p>Datum 28 januari 2025<\/p>\n<p>ARREST<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 oktober 2023, nummer 21-003996-19, in de strafzaak<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,<\/p>\n<p>hierna: de verdachte.<\/p>\n<h3>1Procesverloop in cassatie<\/h3>\n<p>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de ten behoeve van hem aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.<\/p>\n<h3>2Beoordeling van het cassatiemiddel<\/h3>\n<p>Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering tot vergoeding van immateri\u00eble schade van de benadeelde partij [benadeelde] en over de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het cassatiemiddel klaagt in het bijzonder over de begroting door het hof van de immateri\u00eble schade.<\/p>\n<p>Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:<\/p>\n<p>\u201chij op 24 september 2017 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen tegen het lichaam heeft geduwd en meermalen tegen het hoofd heeft geschopt en gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.\u201d<\/p>\n<p>Bij de stukken bevindt zich een \u2018Verzoek tot Schadevergoeding\u2019 van [benadeelde] van 24 november 2018. Dit formulier houdt onder meer in:<\/p>\n<p>\u201c3 Strafbaar feit<\/p>\n<p>Hoe is uw schade ontstaan?<\/p>\n<p>Dat we bij toeval op een geheime zender stuiten. Hierdoor ben ik zwaar mishandeld\/poging tot doodslag.<\/p>\n<p>(&#8230;)<\/p>\n<p>Immateri\u00eble schade (smartengeld)<br \/>\n(&#8230;)<br \/>\nWe hebben een hele poos niet op straat durven lopen, omdat we bang waren voor nog meer acties. De dader woont bij ons in de straat. Deze dader deinst nergens voor terug. Dagelijks klachten zoals hoofdpijn en duizeligheid.<\/p>\n<p>Totaal immateri\u00eble schade \u20ac 2.500,-.\u201d<\/p>\n<p>Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 20 september 2023 houdt onder meer in:<\/p>\n<p>\u201cDe voorzitter laat de derde getuige voor het hof verschijnen. Deze geeft op te zijn [benadeelde] , (&#8230;).<\/p>\n<p>De getuige verklaart:<\/p>\n<p>U vraagt mij wat ik mij nog kan herinneren van zes jaren geleden. Dat ik flink toegetakeld ben door [verdachte] . (&#8230;) Ik heb nog last van hoofdpijn en ben sneller vermoeid. Ik heb wel veel geluk gehad, want ik ben tegen mijn hoofd getrapt. Er is toen een scan gemaakt.<\/p>\n<p>(&#8230;)<\/p>\n<p>De benadeelde partij ( [benadeelde] voornoemd) voert het woord, zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>U vraagt mij of de gehele vordering in hoger beroep aan de orde is. Ja, maar ik weet niet wat normaal is aan bedragen en waar het dan ophoudt. Binnen vier weken was ik fysiek wel weer normaal. Mijn werkgever heeft gezegd dat ik het kon uitzieken. Nu denk ik er nog wel eens aan terug.<br \/>\n(&#8230;)<\/p>\n<p>De raadsman bepleit (&#8230;) de gevorderde immateri\u00eble schade sterk te matigen, nu deze niet goed is onderbouwd.\u201d<\/p>\n<p>Het arrest van het hof houdt onder meer in:<\/p>\n<p>\u201cOplegging van straf<\/p>\n<p>(&#8230;)<\/p>\n<p>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door [benadeelde] omver te duwen en hem vervolgens meermalen tegen het hoofd te schoppen en te slaan. Verdachte is kennelijk zonder aanleiding overgegaan tot het gebruik van grof geweld tegen het slachtoffer en heeft ernstige inbreuk gemaakt op diens fysieke integriteit. Op zowel het slachtoffer als op zijn daarbij aanwezige zoon heeft dit geweld een flinke impact gehad, temeer nu verdachte hen bekend was en bij hen in de straat woont. Zij hebben na het incident met gevoelens van angst en onbehagen over een mogelijke nieuwe confrontatie met verdachte moeten leven. Ook heeft het slachtoffer fysieke gevolgen van het geweld ervaren in de vorm van hoofpijn- en duizeligheidsklachten. (&#8230;)<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt \u20ac 2.885,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van \u20ac 1.385,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.<\/p>\n<p>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. (&#8230;) Aan immateri\u00eble schade is een geldbedrag van \u20ac 2.500,- gevorderd. Het hof is van oordeel dat ook de immateri\u00eble schade, gelet op de aard en ernst van de normschending, toewijsbaar is. Het gevorderde bedrag komt het hof billijk voor en zal daarom volledig worden toegewezen.<\/p>\n<p>Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.\u201d<\/p>\n<p>In zijn arrest van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793 heeft de Hoge Raad onder meer overwogen:<\/p>\n<p>\u201cAnder nadeel dat voor vergoeding in aanmerking komt: immateri\u00eble schade (art. 6:106 BW)<\/p>\n<p>Art. 6:106 BW geeft een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateri\u00eble schade als gevolg van onrechtmatig handelen, te weten in geval van:<\/p>\n<p>(&#8230;)<\/p>\n<p>b. aantasting in de persoon: 1) door het oplopen van lichamelijk letsel (&#8230;)<\/p>\n<p>Art. 361, vierde lid, Sv schrijft voor dat de beslissing op de vordering van de benadeelde partij met redenen is omkleed. De begrijpelijkheid van de beslissingen over de vordering van de benadeelde partij is mede afhankelijk van de wijze waarop (en de stukken waarmee) enerzijds de vordering is onderbouwd en anderzijds daartegen verweer is gevoerd. Naarmate de vordering uitvoeriger en specifieker wordt weersproken, zal de motivering van de toewijzing van de vordering dus meer aandacht vragen.<\/p>\n<p>Met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 2.4 reeds is overwogen, begroot de rechter de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Indien de omvang van de schade zonder nader onderzoek dat een onevenredige vertraging van het strafgeding zou opleveren, niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, kan die omvang in veel gevallen worden geschat (art. 6:97 BW). De rechter dient in zijn motivering van die schatting zoveel mogelijk aan te sluiten bij de vaststaande feiten. Indien de gehele schade of een bepaalde schadepost wordt geschat op een bepaald bedrag impliceert de beslissing met betrekking tot die schade(post) de afwijzing van hetgeen meer werd gevorderd, tenzij uit die beslissing blijkt dat sprake is van een gedeeltelijke toewijzing zoals hiervoor onder 2.8.4 bedoeld.<\/p>\n<p>De begroting van immateri\u00eble schade geschiedt naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, alsmede, in geval van letselschade, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.\u201d<\/p>\n<p>Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte [benadeelde] omver heeft geduwd en hem vervolgens meermalen tegen het hoofd heeft geschopt en geslagen. Verder heeft het hof vastgesteld dat dit geweld op [benadeelde] een \u201cflinke impact\u201d heeft gehad en dat hij fysieke gevolgen van het geweld heeft ervaren in de vorm van hoofdpijn- en duizeligheidsklachten. Het hof heeft hierop zijn oordeel gebaseerd dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden en dat het gevorderde geldbedrag van \u20ac 2.500 wegens immateri\u00eble schade het hof billijk voorkomt en daarom volledig toewijsbaar is. Daarbij heeft het hof gelet op de aard en ernst van de door de verdachte jegens [benadeelde] begane normschending. In het licht van wat onder 2.3 is vooropgesteld, is dat oordeel toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat door de verdediging in hoger beroep niet meer is aangevoerd dan dat \u2018de gevorderde immateri\u00eble schade sterk zou moeten worden gematigd, nu deze niet goed is onderbouwd\u2019 en dat zij dus niet heeft betwist dat [benadeelde] als gevolg van het bewezenverklaarde het door het hof vastgestelde letsel heeft opgelopen.<\/p>\n<p>Het cassatiemiddel faalt.<\/p>\n<h3>3Beslissing<\/h3>\n<p>De Hoge Raad verwerpt het beroep.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:97\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateri\u00eble schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof begroting van immateri\u00eble schade toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 over begroting door rechter van immateri\u00eble schade. Hof heeft vastgesteld dat verdachte de aangever omver heeft geduwd en hem vervolgens &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7625],"kji_keyword":[11610,7673,12714,11259,8072],"kji_language":[7671],"class_list":["post-620161","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-8463","kji_subject-commercial","kji_keyword-aangever","kji_keyword-heeft","kji_keyword-immateriele","kji_keyword-schade","kji_keyword-verdachte","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateri\u00eble schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof begroting van immateri\u00eble schade toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 over begroting door rechter van immateri\u00eble schade. Hof heeft vastgesteld dat verdachte de aangever omver heeft geduwd en hem vervolgens ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \\\/ 23\\\/04051 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-20T07:56:06+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \\\/ 23\\\/04051\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051","og_description":"Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateri\u00eble schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof begroting van immateri\u00eble schade toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 over begroting door rechter van immateri\u00eble schade. Hof heeft vastgesteld dat verdachte de aangever omver heeft geduwd en hem vervolgens ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/","name":"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-20T07:56:06+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr202597-hoge-raad-28-01-2025-23-04051\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2025:97 Hoge Raad , 28-01-2025 \/ 23\/04051"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/620161","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=620161"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=620161"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=620161"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=620161"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=620161"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=620161"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=620161"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=620161"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}