{"id":621293,"date":"2026-04-20T11:43:53","date_gmt":"2026-04-20T09:43:53","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/"},"modified":"2026-04-20T11:43:53","modified_gmt":"2026-04-20T09:43:53","slug":"eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Verdachte wordt vanwege poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen.<\/p>\n<p>RECHTBANK GELDERLAND<\/p>\n<p>Team strafrecht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Zutphen<\/p>\n<p>Parketnummer: 05\/188338-24<\/p>\n<p>Datum uitspraak : 7 april 2025<\/p>\n<p>Tegenspraak<\/p>\n<p>vonnis van de meervoudige kamer<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>de officier van justitie<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,<\/p>\n<p>geen vaste woon- en verblijfplaats hier te lande,<\/p>\n<p>op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [plaats] .<\/p>\n<p>Raadsvrouw: mr. N.C. Milani, advocaat in Lelystad.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen.<\/p>\n<h3>1De inhoud van de tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 7 juni 2024 te &#039;t Harde, gemeente Elburg<\/p>\n<p>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<\/p>\n<p>[slachtoffer]<\/p>\n<p>opzettelijk<\/p>\n<p>van het leven te beroven, immers<\/p>\n<p>heeft hij -verdachte- die [slachtoffer] met een mes, althans een daarop<\/p>\n<p>gelijkend scherp en\/of puntig en\/of snijdend voorwerp, in de buik\/borst,<\/p>\n<p>althans het bovenlichaam gestoken\/gesneden,<\/p>\n<p>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling<\/p>\n<p>mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 7 juni 2024 te &#039;t Harde, gemeente Elburg<\/p>\n<p>aan [slachtoffer]<\/p>\n<p>opzettelijk<\/p>\n<p>zwaar lichamelijk letsel, te weten een geperforeerde lever en\/of (een)<\/p>\n<p>geperforeerde long(en), heeft toegebracht, immers<\/p>\n<p>heeft hij -verdachte- die [slachtoffer] met een mes, althans een daarop<\/p>\n<p>gelijkend scherp en\/of puntig en\/of snijdend voorwerp, in de buik\/borst,<\/p>\n<p>althans het bovenlichaam gestoken\/gesneden;<\/p>\n<p>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een<\/p>\n<p>veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 7 juni 2024 te &#039;t Harde, gemeente Elburg<\/p>\n<p>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<\/p>\n<p>aan [slachtoffer]<\/p>\n<p>opzettelijk<\/p>\n<p>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers<\/p>\n<p>heeft hij -verdachte- die [slachtoffer] met een mes, althans een daarop<\/p>\n<p>gelijkend scherp en\/of puntig en\/of snijdend voorwerp, in de buik\/borst,<\/p>\n<p>althans het bovenlichaam gestoken\/gesneden,<\/p>\n<p>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een<\/p>\n<p>veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 7 juni 2024 te &#039;t Harde, gemeente Elburg<\/p>\n<p>[slachtoffer] heeft mishandeld door met een mes, althans een daarop<\/p>\n<p>gelijkend scherp en\/of puntig en\/of snijdend voorwerp, in de buik\/borst,<\/p>\n<p>althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] te steken\/snijden.<\/p>\n<p>2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs<\/p>\n<p>De feiten<\/p>\n<p>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 7 juni 2024 heeft op het station in \u2019t Harde een confrontatie tussen verdachte en aangever [slachtoffer] plaatsgevonden. Aangever heeft een steekwond in zijn borst\/buik opgelopen en een mes, met daarop bloed, is aangetroffen in het tuinhuisje waar verdachte verbleef.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte van de gehele tenlastelegging moet worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van opzet en geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel.<\/p>\n<p>Beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een glimmend voorwerp in zijn rechterhand vasthield en dat hij gelijk met grote kracht dat voorwerp tussen zijn ribben stak. Uit reactie drukte hij meteen op de wond. [slachtoffer] hoorde dat [getuige 1] (de rechtbank begrijpt getuige [getuige 1] ) vroeg of hij gestoken was. Hij tilde zijn shirt op en zag de wond en snee zitten. Hij denkt dat hij \u00e9\u00e9n keer is gestoken.<\/p>\n<p>Uit de letselinterpretatie van 11 oktober 2024 blijkt dat bij [slachtoffer] sprake was van een zogenoemde \u2018sucking chestwound\u2019 op de borst, 5 cm onder de rechtertepel. Het letsel kan worden aangeduid als een steekwond of een diepe snijwond, waarbij de buikholte is doorboord en waarbij ook letsel aan de lever en het middenrif is ontstaan. Er is een bloeding opgetreden onder de huid en in de rechte en schuine buikspier ter plaatse van het middenrif.<\/p>\n<p>Getuige [getuige 2] zag dat verdachte een mes in zijn hand had, het leek op een draaimesje of klikmesje. [getuige 1] hoorde dat [slachtoffer] het gesprek met verdachte aan ging. Op een gegeven moment zag [getuige 1] dat ze uit elkaar gingen. Hij zag verdachte wegrennen. [slachtoffer] zei dat hij waarschijnlijk geraakt was. [getuige 1] zag net onder zijn rib een beetje bloed en een snijwond. Getuige [getuige 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij zag dat de discussie op een gegeven moment wel wat verhit werd en dat verdachte een mes in zijn hand had. [getuige 1] zag een beweging van armen in zijn ooghoek. Hij weet niet van wie de armen waren, maar toen was het gebeurd.<\/p>\n<p>Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] op verdachte afliep en met hem in gesprek ging. [getuige 2] zag dat verdachte een mes van ongeveer 15 cm in zijn rechterhand langs zijn rechterbeen hield. Vervolgens zag hij [slachtoffer] met zijn linkerhand op zijn rechterzijde naar hem toe lopen en hoorde hem zeggen dat hij door verdachte was gestoken. [getuige 2] zag bij zijn rechterzijde een beetje bloed sijpelen.<\/p>\n<p>Uit het DNA-onderzoek naar sporen op het mes blijkt dat het DNA aangetroffen op het heft en het lemmet afkomstig kan zijn van verdachte. Het DNA aangetroffen op de punt van het mes kan afkomstig zijn van aangever [slachtoffer] .<\/p>\n<p>Op grond van deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte \u00e9\u00e9n keer met een mes in de buik\/borst van [slachtoffer] heeft gestoken.<\/p>\n<p>De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is hoe het handelen van verdachte juridisch moet worden gekwalificeerd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn gedraging een aanmerkelijke kans op de dood van aangever in het leven heeft geroepen.<\/p>\n<p>Volgens vaste jurisprudentie is sprake van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg als verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het \u2013 behoudens contra-indicaties \u2013 niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.<\/p>\n<p>Uit de eerder genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte aangever met het mes heeft geraakt in zijn buik\/borst. In de buik en de borst bevinden zich slagaders en vitale organen die belangrijk zijn voor het leven. De kans dat deze organen door het handelen van verdachte zouden worden geraakt, en dat dit de dood ten gevolge zou hebben, is aanmerkelijk te noemen. Bovendien volgt uit de letselinterpretatie dat de buikholte is doorboord en dat daarbij ook letsel aan de lever en het middenrif is ontstaan. In de letselinterpretatie staat beschreven dat een doorboring door de huid naar de buikholte een open verbinding tussen de buikholte en de buitenlucht geeft. In algemene zin geeft dit kans op infecties, met name van het buikvlies. Zonder medisch ingrijpen kan een buikvliesontsteking leiden tot overlijden. De voornoemde gedraging van verdachte kan naar haar uiterlijke verschijningsvorm dan ook worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg daarvan, de dood van [slachtoffer] , heeft aanvaard.<\/p>\n<p>De rechtbank vindt het primair tenlastegelegde daarom bewezen.<\/p>\n<h3>3De bewezenverklaring<\/h3>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 7 juni 2024 te &#039;t Harde, gemeente Elburg<\/p>\n<p>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<\/p>\n<p>[slachtoffer]<\/p>\n<p>opzettelijk<\/p>\n<p>van het leven te beroven, immers<\/p>\n<p>heeft hij -verdachte- die [slachtoffer] met een mes, althans een daarop<\/p>\n<p>gelijkend scherp en\/of puntig en\/of snijdend voorwerp, in de buik\/borst,<\/p>\n<p>althans het bovenlichaam gestoken\/gesneden,<\/p>\n<p>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.<\/p>\n<p>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en\/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.<\/p>\n<p>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.<\/p>\n<p>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.<\/p>\n<h3>4De kwalificatie van het bewezenverklaarde<\/h3>\n<p>Het bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>primair<\/p>\n<p>poging tot doodslag<\/p>\n<h3>5De strafbaarheid van het feit<\/h3>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>Door de verdediging is bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep op noodweer(exces) toekomt. De raadsvrouw heeft daartoe \u2013 kort gezegd \u2013 aangevoerd dat verdachte zich noodzakelijkerwijs heeft moeten verdedigen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding dan wel dat bij verdachte een hevige gemoedsbeweging ontstond die het gevolg was van die aanranding. De ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding bestond uit een plotselinge confrontatie met drie mannen en een hond. De verdediging heeft daarbij aangevoerd dat uit het dossier het beeld ontstaat dat [slachtoffer] de agressor was en dat verdachte ingesloten was en zich ingesloten voelde. Verdachte voelde paniek en er waren geen tot weinig andere mogelijkheden dan te handelen zoals verdachte heeft gedaan. De verdediging acht daarbij het voorval bij het hek van de woning van [slachtoffer] en de getuigenverklaring van de dochter van [slachtoffer] van belang.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake was van een situatie waarin zelfverdediging geboden was en dat het beroep op noodweer(exces) derhalve moet worden verworpen. Voor zover wel sprake was van een noodweersituatie, was de wijze waarop verdachte heeft gehandeld niet proportioneel en subsidiair.<\/p>\n<p>De beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>Van noodweer, als bedoeld in artikel 41 lid Sr, is sprake indien het begane feit is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.<\/p>\n<p>De rechtbank acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het beroep op noodweer dan wel noodweerexces ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. De verdediging heeft voor een groot gedeelte de aanloop van het incident gestoeld op de verklaring van de dochter van aangever. Zij heeft verklaard dat de buurman heeft gezegd dat haar vader de man met zijn hoofd tegen het hek heeft geslagen. De rechtbank is van oordeel dat dit een verklaring van horen zeggen betreft en overweegt dat de betrokken directe getuigen hier niet of anders over verklaren. Vervolgens is door de verdediging aangevoerd dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding in de vorm van een plotselinge confrontatie op het station. Op basis van het dossier staat vast dat aangever en de twee buurmannen naar het station toe zijn gelopen en dat aangever verdachte aldaar heeft aangesproken. De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte degene is geweest die aangever daar heeft aangevallen en als eerste geweld heeft gebruikt door hem met een mes in de buik\/borst te steken. Met het aanspreken van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest van een wederrechtelijke aanval door aangever waartegen verdachte zich mocht verdedigen. Nu geen sprake is geweest van een noodweersituatie, wordt het beroep op noodweer(exces) reeds om die reden verworpen, nu ook niet aannemelijk is dat de eerdere situatie met het hoofd tegen het hek ook daadwerkelijk heeft plaats gevonden en ook niet is toegelicht waarom, zo dat al het geval was, de situatie dan later op het station nog zou hebben doorgespeeld.<\/p>\n<p>Het feit is strafbaar.<\/p>\n<p>Verdachte is ook strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.<\/p>\n<h3>6De overwegingen ten aanzien van straf en\/of maatregel<\/h3>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om een locatieverbod aan verdachte op te leggen.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft gevraagd om bij het opleggen van de straf rekening te houden met de inhoud van het reclasseringsadvies en het Pro Justitia rapport.<\/p>\n<p>De beoordeling door de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.<\/p>\n<p>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door met een mes in de buik\/borst van slachtoffer [slachtoffer] te steken. Het slachtoffer mag van geluk spreken dat de gevolgen van de messteek niet ernstiger zijn geweest. Verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dit soort gedragingen veroorzaken in zijn algemeenheid een schok in de samenleving en zorgen voor gevoelens van angst en onveiligheid. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft kennis genomen van de Pro Justitia rapportage van de psycholoog van 19 februari 2025. Daaruit volgt dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en parano\u00efde kenmerken, ernstige stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis en een episodische gokstoornis. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde feit. Ten tijde van het ten laste gelegde was sprake van een onvoldoende effectief behandelde verslavings- en persoonlijkheidsstoornissen, waarbij sprake was van structurele problemen met impuls- en emotieregulatie, gevoeligheid voor kleinering, structurele achterdocht in denken en de neiging tot zelfbepalend gedrag, het afhouden van inmenging en handelen naar eigen inzicht. De rechtbank gaat er op basis van die conclusies vanuit dat ten tijde van het feit bij verdachte sprake is geweest van verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank houdt daarmee rekening bij het bepalen van de straf.<\/p>\n<p>Uit het reclasseringsrapport van 10 maart 2025 volgt dat in het leven van verdachte sprake is van veel instabiliteit. Verdachte heeft geen huisvesting of dagbesteding, hij kan onvoldoende rondkomen van zijn Wajong-uitkering en hij heeft schulden. Daarnaast bevindt verdachte zich in een negatief sociaal netwerk van medegebruikers. De reclassering ziet het middelengebruik en het psychosociaal functioneren van verdachte als de grootste risicofactoren. Een start met een klinische behandeling is van belang om te kunnen werken aan gedragsverandering en daarmee het verlagen van het recidiverisico. De reclassering adviseert dan ook een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder een meldplicht bij de reclassering, een opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en het meewerken aan schuldhulpverlening en middelencontrole.<\/p>\n<p>Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Alles overziende, en rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het feit, vindt de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.<\/p>\n<p>Door de officier van justitie is verzocht om een contact- en locatieverbod aan verdachte op te leggen. De rechtbank begrijpt uit het dossier dat de aanleiding van het incident gelegen is geweest in het feit dat verdachte achter de dochter van aangever is aangelopen naar huis. Hoewel dit een intimiderende situatie voor de dochter moet zijn geweest, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat verdachte sinds het incident geprobeerd heeft contact op te nemen met aangever of zijn dochter, of dat hij dit in de toekomst zal doen. De rechtbank ziet daarom geen noodzaak tot het opleggen van een contact- en\/of locatieverbod.<\/p>\n<h3>8De beoordeling van de civiele vordering<\/h3>\n<p>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert een totaalbedrag van \u20ac 44.435,70 aan materi\u00eble schade en \u20ac 10.500 aan immateri\u00eble schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.<\/p>\n<p>Standpunten<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft de rechtbank gevraagd om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en de vordering van de benadeelde partij naar billijkheid toe te wijzen, met toekenning van de wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering dan wel op onderdelen daarvan niet-ontvankelijk moet worden verklaard.<\/p>\n<p>Overweging van de rechtbank<\/p>\n<p>Materi\u00eble schade<\/p>\n<p>&#8212; Ziekenhuisdaggeldvergoeding<\/p>\n<p>De benadeelde partij vordert de ziekenhuisdaggeldvergoeding van \u20ac 35,- x 6 dagen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat deze schadepost niet is betwist. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De schadepost is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor.<\/p>\n<p>Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de ziekenhuisdaggeldvergoeding tot een hoogte van \u20ac 210,- kan worden toegewezen.<\/p>\n<p>&#8212; Verlies aan verdienvermogen<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft gesteld dat hij door het incident 5 weken niet heeft kunnen werken en daarom geen inkomsten heeft gehad. De benadeelde partij vordert daarom het verlies aan verdienvermogen (VAV) ter hoogte van \u20ac 25.820,-. Door de verdediging is aangevoerd dat door de benadeelde partij geen bewijs is geleverd dat hij daadwerkelijk 5 weken niet heeft kunnen werken.<\/p>\n<p>De verdediging heeft het gevorderde bedrag naar het oordeel van de rechtbank terecht betwist, omdat niet is onderbouwd dat benadeelde daadwerkelijk 5 weken niet heeft kunnen werken. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en gaat er daarbij vanuit dat benadeelde twee weken niet heeft kunnen werken, omdat de rechtbank dat aannemelijk acht gelet op het opgelopen letsel. De rechtbank acht een bedrag van \u20ac 10.328 toewijsbaar.<\/p>\n<p>&#8212; Verlies zelfwerkzaamheid<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft gesteld dat hij ten gevolge van het incident tijdelijk volledig beperkt is geraakt in het doen van de klusjes in en rondom zijn woning. Het schilderwerk is daarom uitbesteed. De benadeelde partij verzoekt primair om de vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten voor het schilderwerk dat is uitgevoerd op 7 juli 2024. De kosten bedroegen \u20ac 2.450,41. Subsidiair wordt een beroep gedaan op de Richtlijn Verlies Zelfwerkzaamheid van de Letselschaderaad. Per week levert dit \u20ac 27,62 op, vermeerderd met 5 weken is dit<br \/>\n\u20ac 165,72. Door de verdediging is aangevoerd dat door de benadeelde partij geen opdrachtbevestiging met datum is overgelegd en dat daarom niet is vast te stellen wanneer de opdracht is gegeven. Daarnaast is aangevoerd dat niet is gebleken waaruit de noodzaak bestond dat de werkzaamheden in die periode uit te laten voeren en dat het een keuze is geweest van het slachtoffer om het schilderwerk uit te besteden.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd waarom de schilderwerkzaamheden in deze periode hebben moeten plaatsvinden. De rechtbank zal het subsidiair gevorderde bedrag van \u20ac 165,72 toewijzen.<\/p>\n<p>&#8212; Kosten medisch advies en rapportage Vitale zaken<\/p>\n<p>Voor het opstellen van het medisch advies door MediThemis en de rapportage van Vitale zaken met betrekking tot het VAV zijn kosten gemaakt. De benadeelde partij maakt aanspraak op vergoeding van deze schade. In totaal bedraagt deze schadepost \u20ac 5.455,29. Door de verdediging is aangevoerd dat het inschakelen van de deskundige niet noodzakelijk was.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat de schadepost voldoende is onderbouwd en redelijk voorkomt. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft deze schadepost tot een hoogte van<br \/>\n\u20ac 5.455,29,- kan worden toegewezen.<\/p>\n<p>Conclusie<\/p>\n<p>De vordering wordt wat betreft de materi\u00eble schade toegewezen tot een bedrag van in totaal<br \/>\n\u20ac 16.159,01. De benadeelde partij wordt in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dit deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.<\/p>\n<p>Immateri\u00eble schade<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van immateri\u00eble schade in het geval dat:<\/p>\n<p>verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,<\/p>\n<p>de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,<\/p>\n<p>de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of<\/p>\n<p>de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.<\/p>\n<p>Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.<\/p>\n<p>Benadeelde vordert vergoeding van een bedrag van \u20ac 10.500,- en verwijst daarbij naar de gevolgen die het feit voor hem heeft gehad en naar uitspraken in vergelijkbare zaken. Tevens wordt aansluiting gezocht bij de Smartengeldgids 2025. De verdediging heeft gesteld dat het gevorderde bedrag te hoog is en heeft verwezen naar twee uitspraken waarin veel lagere bedragen zijn toegekend, namelijk \u20ac 2.000,- en 4.000,-. Daarbij verzoekt de verdediging met verwijzing naar artikel 6:101 BW om bij het bepalen van de hoogte van het eventueel toe te wijzen bedrag rekening te houden met de gedraging van de benadeelde partij zelf.<\/p>\n<p>Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen \u00e9\u00e9n van de hiervoor genoemde categorie\u00ebn van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door het ten laste gelegde feit heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van een steekwond in de buik\/borst opgelopen, waarbij letsel aan de lever en het middenrif is ontstaan. Dit is aan verdachte toe te rekenen.<\/p>\n<p>De rechtbank verwerpt het beroep op \u201ceigen schuld\u201d. Door de verdediging is aangevoerd dat de benadeelde partij de confrontatie is aangegaan. Dit vormt naar het oordeel van de rechtbank geen enkele grond voor het door verdachte met een mes uitgeoefende geweld waarvan de gevorderde schade het gevolg is. Naar het oordeel van de rechtbank is het gevorderde bedrag te hoog. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij de immateri\u00eble schade op een bedrag van \u20ac 7.500,- vaststellen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.<\/p>\n<p>Wettelijke rente<\/p>\n<p>Verdachte is vanaf 7 juni 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.<\/p>\n<p>Schadevergoedingsmaatregel<\/p>\n<p>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft eveneens vergoeding van de kosten van rechtsbijstand gevorderd. Nu deze kosten niet nader zijn gespecificeerd, zal de rechtbank dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.<\/p>\n<h3>9De toegepaste wettelijke bepalingen<\/h3>\n<p>De oplegging van de straf en\/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f van het Wetboek van Strafrecht.<\/p>\n<h3>10De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder \u2018De bewezenverklaring\u2019, heeft begaan;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;<\/p>\n<p>\uf0b7 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder \u2018De kwalificatie van het bewezenverklaarde\u2019;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;<\/p>\n<p>\uf0b7 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden;<\/p>\n<p>bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:<\/p>\n<p>stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;<\/p>\n<p>\uf0b7 stelt als bijzondere voorwaarden dat:<\/p>\n<p>Meldplicht bij reclassering (na afspraak)<\/p>\n<p>Verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak.<\/p>\n<p>Opname in een zorginstelling<\/p>\n<p>Verdachte laat zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justiti\u00eble instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zo snel als mogelijk. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.<\/p>\n<p>Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)<\/p>\n<p>Verdachte laat zich behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na afronding van de opname in een zorginstelling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justiti\u00eble instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.<\/p>\n<p>Begeleid wonen of maatschappelijke opvang<\/p>\n<p>Verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend op de opname in een zorginstelling. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.<\/p>\n<p>Dagbesteding<\/p>\n<p>Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk en\/of onbetaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.<\/p>\n<p>Meewerken aan schuldhulpverlening<\/p>\n<p>Verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financi\u00ebn en schulden.<\/p>\n<p>Meewerken aan middelencontrole<\/p>\n<p>Verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en\/of drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.<\/p>\n<p>\uf0b7 stelt als overige voorwaarden dat:<\/p>\n<p>verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;<\/p>\n<p>verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;<\/p>\n<p>\uf0b7 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;<\/p>\n<p>\uf0b7 beveelt dat de tijd, door verdachte v\u00f3\u00f3r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;<\/p>\n<p>Beslissing op de vordering van de benadeelde partij<\/p>\n<p>veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van \u20ac 16.159,01 aan materi\u00eble schade en \u20ac 7.500,- aan immateri\u00eble schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<\/p>\n<p>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;<\/p>\n<p>\uf0b7 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;<\/p>\n<p>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van \u20ac 16.159,01 aan materi\u00eble schade en \u20ac 7.500 aan immateri\u00eble schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 153 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<\/p>\n<p>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door M.G.E. ter Hart (voorzitter), L.C.P. Goossens en A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 april 2025.<\/p>\n<p>mr. Goossens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 202408291353. ALG, onderzoek Borsuk\/ON3R024038, gesloten op 29 augustus 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina\u2019s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van bevindingen, p. 200.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van aangifte, p. 28 (zaaksdossier).<\/li>\n<li>Letselinterpretatie d.d. 11 oktober 2024, p. 5 en 7.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 49 (zaaksdossier).<\/li>\n<li>Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] bij de RC d.d. 2 oktober 2024, p. 3 en 4.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 52 (zaaksdossier).<\/li>\n<li>Rapport DNA-onderzoek, p. 138 (zaaksdossier).<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:10588\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Verdachte wordt vanwege poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7864],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7612],"kji_keyword":[10188,8072,8008],"kji_language":[7671],"class_list":["post-621293","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-gelderland","kji_year-8463","kji_subject-fiscal","kji_keyword-maanden","kji_keyword-verdachte","kji_keyword-wordt","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Verdachte wordt vanwege poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"25 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \\\/ 188338 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-20T09:43:53+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \\\/ 188338\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338","og_description":"Verdachte wordt vanwege poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"25 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/","name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-20T09:43:53+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel202510588-rechtbank-gelderland-07-04-2025-188338\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:10588 Rechtbank Gelderland , 07-04-2025 \/ 188338"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/621293","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=621293"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=621293"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=621293"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=621293"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=621293"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=621293"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=621293"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=621293"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}