{"id":622237,"date":"2026-04-20T13:25:57","date_gmt":"2026-04-20T11:25:57","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/"},"modified":"2026-04-20T13:25:57","modified_gmt":"2026-04-20T11:25:57","slug":"eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Vaststelling beloning executeur op grond van artikel 4:144 lid 3 BW jo artikel 4:159 lid 3 BW.<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Onvoldoende grond voor ambtshalve ontslag executeur ex artikel 4:149 lid 2 BW.<\/p>\n<p>GERECHTSHOF \u2019s-HERTOGENBOSCH<\/p>\n<p>Team Handelsrecht<\/p>\n<p>Uitspraak : 6 februari 2025<\/p>\n<p>Zaaknummer : 200.342.180\/01<\/p>\n<p>Zaaknummer eerste aanleg : 11017407 \\ EZ VERZ 24-105<\/p>\n<p>in de zaak in hoger beroep van:<\/p>\n<p>[stichting]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>gevestigd te Merkelbeek, gemeente Beekdaelen,<\/p>\n<p>appellante,<\/p>\n<p>hierna aan te duiden als de Stichting,<\/p>\n<p>advocaat: mr. L.J.J. van Wijk te Elsloo.<\/p>\n<p>als vervolg op de door het hof gewezen tussenbeschikking van 21 november 2024 in het hoger beroep van de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 3 april 2024.<\/p>\n<p>Als belanghebbenden merkt het hof aan:<\/p>\n<p>1. [erfgenaam 1],<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>2. [erfgenaam 2],<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>erfgenamen in de nalatenschap van [erflaatster] ,<\/p>\n<p>hierna tezamen te noemen: de erfgenamen.<\/p>\n<h3>9De beschikking van 21 november 2024<\/h3>\n<p>In die beschikking heeft het hof onder meer geoordeeld dat de stellingen van de erfgenamen over de onbetrouwbare werkwijze van de Stichting (zie overweging 7.2. van de tussenbeschikking) voor het hof reden zijn om ambtshalve te onderzoeken of sprake is van dusdanige gewichtige redenen ten gevolge waarvan het hof de executeur zou kunnen ontslaan (artikel 4:149 lid 2 BW). De Stichting is vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de reactie van de erfgenamen aangaande het loon en de door het hof ambtshalve onderkende vertrouwensvraag (artikel 4:149 lid 2 BW).<\/p>\n<h3>10Het verdere verloop van het geding in hoger beroep<\/h3>\n<p>Het hof heeft na de tussenbeschikking van 21 november 2024 kennis genomen van de schriftelijke reactie van de Stichting, bij het hof binnengekomen op 19 december 2024.<\/p>\n<p>Daarnaast heeft het hof nog kennis genomen van een (ongevraagd) emailbericht van [erfgenaam 1] , bij het hof binnengekomen op 16 januari 2025.<\/p>\n<p>Het hof heeft daarna een datum voor beschikking bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken.<\/p>\n<h3>11De verdere beoordeling<\/h3>\n<p>Ambtshalve ontslag?<\/p>\n<p>De Stichting heeft naar aanleiding van de tussenbeschikking een uitgebreide reactie geschreven \u2013 kort samengevat \u2013 inhoudende als volgt.<\/p>\n<p>Het toekennen van loon aan de Stichting op grond van onvoorziene omstandigheden betreft een aangelegenheid tussen de kantonrechter\/het hof en de Stichting. Het feit dat de Stichting de erfgenamen niet heeft ge\u00efnformeerd over dit verzoek is geen gewichtige reden om de executeur ambtshalve te ontslaan. De Stichting betwist met klem dat de werkwijze onbetrouwbaar is door de erfgenamen niet op de hoogte te stellen van het verzoek tot vaststelling loon van de executeur en de deze werkwijze niet past bij wat er van het notariaat verwacht mag worden. De Stichting heeft de nodige ervaring en kennis en kunde in huis om nalatenschappen op ordentelijke wijze af te wikkelen.<\/p>\n<p>De Stichting heeft de afwikkeling van de nalatenschap voortvarend en consci\u00ebntieus opgepakt en heeft hierbij voldaan aan wat van haar als Stichting mag worden verwacht. Zij heeft de erfgenamen op de hoogte gesteld van het executeurschap en de erfgenamen betrokken bij de afwikkeling van de nalatenschap en inlichtingen verschaft. Verder is het gros van het werk reeds verricht door de Stichting.<\/p>\n<p>De Stichting concludeert dat er geen gronden zijn tot ambtshalve ontslag op grond van artikel 4:149 lid 2 BW.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Tot gewichtige redenen die aanleiding kunnen zijn voor ontslag van de executeur ex artikel 4:149 lid 2 BW behoort een diepgaand, niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen jegens de Stichting. Dit wantrouwen dient gestoeld te zijn op concrete en objectieve feiten, die van voldoende omvang en gewicht zijn, langdurig aan de gang en niet aanstonds van grond ontbloot zijn. Enkel subjectieve belevenissen zijn ontoereikend voor het verlenen van ontslag.<\/p>\n<p>De Stichting heeft gemotiveerd gesteld dat zij wel de erfgenamen op de hoogte heeft gesteld van het executeurschap en dat contact en overleg is geweest over praktische kwesties. Ondanks het gestelde wantrouwen bevindt de afwikkeling van de nalatenschap zich thans in een dusdanig vergevorderd stadium dat na ontvangst van de aanslagen erf- en inkomstenbelasting, de eindafrekening en verantwoording opgemaakt kan worden en overgegaan kan worden tot uitkering van legaten en erfdelen. Dit is door de erfgenamen niet betwist.<\/p>\n<p>Het hof is van oordeel dat per saldo er onvoldoende basis is voor het gesteld wantrouwen als ontslaggrond. Dat de erfgenamen laat worden ge\u00efnformeerd over het overgedragen executeurschap is hiervoor onvoldoende. Dat de Stichting de erfgenamen te weinig dan wel incorrect ge\u00efnformeerd heeft is onvoldoende gebleken.<\/p>\n<p>Bovendien is het in deze stand van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster ook niet in het belang van de erfgenamen om nu nog een nieuwe executeur te benoemen.<\/p>\n<p>Het door het hof ongevraagd ontvangen emailbericht van erfgenaam [erfgenaam 1] waarin hij aangeeft dat de Stichting de erfbelasting niet binnen de daarvoor geldende termijn heeft betaald en dat thans een invorderingsrente is gaan lopen maakt het voorgaande niet anders: de aangifte erfbelasting is blijkbaar wel gedaan en de Stichting mag bij de rekening en verantwoording uitleggen waarom zij heeft getalmd met betaling van de aanslag (indien dit het geval blijkt te zijn), nu zij lopende de onderhavige procedure wel haar taken correct moet (blijven) uitoefenen.<br \/>\nHet hof zal aan de Stichting een kopie van het emailbericht van [erfgenaam 1] doorsturen.<\/p>\n<p>Onvoorziene omstandigheden<\/p>\n<p>Het hof overweegt op het verzoek van de Stichting om voor haar werkzaamheden loon toe te kennen als volgt.<\/p>\n<p>Op de beloning van de executeur is, gelet op het bepaalde in artikel 4:144 BW, artikel 4:159 lid 3 BW van overeenkomstige toepassing. Daarin is onder meer bepaald dat de kantonrechter\/het hof op grond van onvoorziene omstandigheden hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek (\u2026), voor bepaalde of onbepaalde tijd, de beloning anders kan regelen dan bij uiterste wil of de wet is aangegeven. Vast staat dat erflaatster bij testament heeft bepaald dat de executeur geen loon toekomt. Aannemelijk is dat erflaatster bij het vastleggen van die bepaling er in beginsel vanuit is gegaan dat de door haar benoemde executeur als executeur zou blijven fungeren. De Stichting doet een beroep op een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 4:159 lid 3 BW. Naar het oordeel van het hof is door de indeplaatsstelling van de executeur door de Stichting als professionele executeur, sprake van een onvoorziene omstandigheid die een wijziging van de beloning rechtvaardigt. Dit mede in het licht van de in het testament wel opgenomen bevoegdheid voor een onbezoldigde executeur om een bezoldigde boedelnotaris in te schakelen (\u201conkosten\u201d) en deze werkzaamheden te laten verrichten ter ondersteuning van de executeur.<br \/>\nHet door de Stichting genoemde subsidiaire tarief van \u20ac 250,- per uur (exclusief btw) komt het hof, mede in het licht van hetgeen hierna zal worden overwogen en hetgeen het testament bepaalt aangaande onkosten, redelijk voor. Het subsidiaire verzoek van de Stichting zal dan ook worden ingewilligd.<\/p>\n<p>Het hof merkt in het kader van het onderhavige verzoek het volgende op.<\/p>\n<p>In deze zaak heeft erflaatster in het testament een executeur benoemd en heeft hierbij aangegeven dat deze voor de werkzaamheden geen recht heeft op loon. Nadat de executeur de executele had aanvaard, heeft hij direct de Stichting in zijn plaats gesteld. De Stichting was op de hoogte van de inhoud van het testament en wist dus v\u00f3\u00f3r aanvaarding van de in de plaatstelling dat in het testament was opgenomen dat er geen recht was op loon. Desondanks heeft de Stichting de executele aanvaard. Nu doet de Stichting een beroep op onvoorziene omstandigheden en wenst via de rechter een beloning voor haar werkzaamheden te verkrijgen op grond van artikel 4:144 lid 3 BW in samenhang met 4:159 lid 3 BW zonder de erfgenamen hiervan op de hoogte te brengen. Deze gang van zaken wijst het hof af. Immers, vooropgesteld moet worden dat het alsnog toekennen van loon (waar dat bij testament niet was toegekend) ook al gebeurt dat op grond van een bij wet geschapen mogelijkheid, hoe dan ook een afwijking van het testament betreft. Het is bovendien een afwijking die ten laste komt van de nalatenschap en daarmee van het aandeel uit die nalatenschap dat de erfgenamen uit de nalatenschap ontvangen. Alleen daarom al ligt het op de weg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend executeur, die immers mede de belangen van de erfgenamen in acht behoort te nemen, die erfgenamen op deugdelijke wijze en op voorhand over een dergelijk verzoek te informeren en hen, bij indiening van het verzoek, als belanghebbenden daarbij aan te duiden. Daar komt bij dat van een executeur mag worden verwacht dat deze zijn taak vervult op een manier die voor de nalatenschap en de erfgenamen zo min mogelijk belastend is. Daartoe hoort ook dat de executeur de nalatenschap niet belast met onnodige kosten. In een geval als het onderhavige, waarin alle erfgenamen bekend zijn, betekent dat dat mede van de executeur verwacht mag worden dat hij tracht over het loon tot een vergelijk met die erfgenamen te komen alvorens zich met een formeel verzoek (met alle kosten van dien) tot de rechter te wenden. Aan de Stichting moet worden toegegeven dat daartoe geen wettelijke verplichting bestaat, doch het is wel wat een redelijk bekwaam en redelijk handelend executeur betaamt. De door de Stichting in deze procedure gegeven reactie op het door de erfgenamen in deze procedure ingenomen standpunt roept bij het hof de vraag op of de Stichting van het voorgaande voldoende doordrongen is.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>Het hof ziet aanleiding om, gezien de werkwijze van de Stichting, te beslissen dat de proceskosten van de eerste aanleg en dit hoger beroep en de kosten van de Stichting zelf in het kader van deze procedures (waaronder uitdrukkelijk doch niet uitsluitend begrepen alle voorbereidende en andere werkzaamheden, eventuele leges en betekeningskosten) niet ten laste van de nalatenschap van erflaatster gebracht mogen worden.<\/p>\n<h3>12De beslissing<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>vernietigt de beschikking waarvan beroep;<\/p>\n<p>bepaalt dat de Stichting als executeur loon in rekening mag brengen gelijk het uurtarief (\u20ac 250,00 excl. btw) dat zij in rekening brengt voor de afwikkelingen van nalatenschappen;<\/p>\n<p>bepaalt dat de proceskosten als bedoeld in onderdeel 11.6. niet ten laste mogen worden gebracht van de nalatenschap van erflaatster;<\/p>\n<p>wijst af het meer of anders verzochte.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, J.B. Smits en T. van der Valk en is in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2025.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:293\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vaststelling beloning executeur op grond van artikel 4:144 lid 3 BW jo artikel 4:159 lid 3 BW. Onvoldoende grond voor ambtshalve ontslag executeur ex artikel 4:149 lid 2 BW.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7813,8136,9170,9171,10646],"kji_language":[7671],"class_list":["post-622237","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-artikel","kji_keyword-gerechtshof","kji_keyword-ghshe","kji_keyword-s-hertogenbosch","kji_keyword-vaststelling","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Vaststelling beloning executeur op grond van artikel 4:144 lid 3 BW jo artikel 4:159 lid 3 BW. Onvoldoende grond voor ambtshalve ontslag executeur ex artikel 4:149 lid 2 BW.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-02-2025 \\\/ 200.342.180_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-20T11:25:57+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 06-02-2025 \\\/ 200.342.180_01\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01","og_description":"Vaststelling beloning executeur op grond van artikel 4:144 lid 3 BW jo artikel 4:159 lid 3 BW. Onvoldoende grond voor ambtshalve ontslag executeur ex artikel 4:149 lid 2 BW.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-20T11:25:57+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe2025293-gerechtshof-s-hertogenbosch-06-02-2025-200-342-180_01-2\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:293 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 06-02-2025 \/ 200.342.180_01"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/622237","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=622237"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=622237"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=622237"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=622237"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=622237"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=622237"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=622237"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=622237"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}