{"id":633907,"date":"2026-04-21T09:39:13","date_gmt":"2026-04-21T07:39:13","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/"},"modified":"2026-04-21T09:39:13","modified_gmt":"2026-04-21T07:39:13","slug":"eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Conclusie AG. Handel in coca\u00efne vanuit kledingreparatiewinkel verdachte (art. 2 en 10 Opw). Kon het hof oordelen dat het in de kassa van de winkel aangetroffen geldbedrag uit (eigen) misdrijf afkomstig is (feit 4), terwijl winkel omzet draaide? Conclusie strekt tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en tot verwerping van het beroep voor het overige (81.1 RO)<\/p>\n<p>PROCUREUR-GENERAAL<\/p>\n<p>BIJ DE<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>Nummer 23\/03690<\/p>\n<p>Zitting 16 december 2025<\/p>\n<p>CONCLUSIE<\/p>\n<p>M.E. van Wees<\/p>\n<p>In de zaak<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren in [geboorteplaats] in 1967,<\/p>\n<p>hierna: de verdachte.<\/p>\n<h3>1Inleiding<\/h3>\n<p>De verdachte is bij arrest van 20 september 2023, na gedeeltelijke bevestiging van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 februari 2022, door het gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch wegens:<\/p>\n<p>\uf02d onder parketnummer 02-821117-15:<\/p>\n<p>1. \u201copzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd\u201d;<\/p>\n<p>2. \u201copzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod\u201d;<\/p>\n<p>3. \u201copzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod\u201d en<\/p>\n<p>\uf02d onder parketnummer 02-019959-20:<\/p>\n<p>\u201copzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd\u201d,<\/p>\n<p>veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof een aantal inbeslaggenomen voorwerpen verbeurdverklaard. Van het, onder parketnummer 02-821117-15, onder 4 tenlastegelegde witwassen heeft het hof de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.<\/p>\n<p>Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft \u00e9\u00e9n middel van cassatie voorgesteld.<\/p>\n<h3>2De zaak in het kort<\/h3>\n<p>De verdachte is eigenaar van [A] aan de [a-straat] te [plaats] . Naar aanleiding van TCIinformatie, inhoudende dat de verdachte vanuit deze winkel (ook) coca\u00efne verkocht, zijn de winkel en woning van de verdachte doorzocht. In beide panden werd coca\u00efne aangetroffen. Ook werden contante geldbedragen van in totaal \u20ac 18.940,00 aangetroffen. Een deel daarvan, 145 euro, bevond zich in de kassa van de winkel. Ten aanzien van dat deel is in hoger beroep gewezen op de verklaring van de verdachte dat \u201cdat van zijn werk [is]\u201d.<\/p>\n<p>Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte vanuit zijn winkel coca\u00efne verhandelde (feit 1) en geoordeeld dat de \u20ac 18.940,00 die de verdachte voorhanden had, onmiddellijk afkomstig is uit dit (eigen) misdrijf van de verdachte (feit 4). Voor dat laatste feit heeft het hof de verdachte \u2013 met toepassing van de kwalificatieuitsluitingsgrond \u2013 ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof heeft alle aangetroffen contante gelden verbeurd verklaard.<\/p>\n<h3>3Het middel<\/h3>\n<p>Het middel heeft betrekking op feit 4 en klaagt dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat het in de kassa aangetroffen geldbedrag (ter hoogte van \u20ac 145,-) uit misdrijf afkomstig is. Dat de verdachte voor dit feit is ontslagen van alle rechtsvervolging laat volgens de toelichting op het middel onverlet dat de verdachte belang heeft bij zijn klacht. \u201cIndien het hof immers niet had bewezenverklaard dat requirant het voornoemde geldbedrag van \u20ac 145,- had witgewassen, had het hof dit geldbedrag (\u2026) niet verbeurd kunnen verklaren\u201d, aldus de steller van het middel.<\/p>\n<p>Vanwege de verwevenheid van feit 4 met feit 1 geef ik hieronder beide bewezenverklaringen weer.<\/p>\n<p>Ten laste van de verdachte is, onder parketnummer 02-82117-15, onder 1 en 4 bewezenverklaard dat hij:<\/p>\n<p>\u201c1.<\/p>\n<p>in de periode van [geboortedatum 2] 2015 tot en met 4 april 2016 te [plaats] , opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, gebruikershoeveelheden coca\u00efne, zijnde coca\u00efne een middel als bedoeld in de hij de Opiumwet behorende lijst I;<\/p>\n<p>4.<\/p>\n<p>in de periode van [geboortedatum 2] 2016 tot en met 5 april 2016, te [plaats] , van een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (ter waarde van circa 18.940), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze hoeveelheid geld, geheel of gedeeltelijk &#8212; onmiddellijk of middellijk &#8212; afkomstig was uit enig misdrijf\u201d<\/p>\n<p>De bewezenverklaring van de onder parketnummer 02-82117-15 vallende feiten berusten op de bewijsmiddelen zoals weergegeven in bijlage II bij het door het hof (gedeeltelijk) bevestigde vonnis van de rechtbank. Deze houden het volgende in:<\/p>\n<p>\u201c1.<br \/>\nHet proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] , pagina 53, inhoudende:<\/p>\n<p>V: Ben je bekend met harddrugs?<\/p>\n<p>A: Ja.<\/p>\n<p>V: Wat voor drugs gebruik je?<\/p>\n<p>A: Af en toe coca\u00efne. Voor de rest niks.<\/p>\n<p>V: Heb je daar eerder drugs gekocht in het verleden?<\/p>\n<p>A: Niet in dat pand.<\/p>\n<p>V: Heb jij al wel eens bij die eigenaar van dat pand of bij een (1) van zijn familieleden?<\/p>\n<p>A: Ja.<\/p>\n<p>V: Bij wie was dat dan?<\/p>\n<p>A: Bij hem en bij zijn zoons.<\/p>\n<p>V: Wanneer heb je voor het laats bij hem drugs gekocht?<\/p>\n<p>A: Vorige week ofzo.<\/p>\n<p>V: Was dat buiten de kledingreparatiezaak?<\/p>\n<p>A: Ja. in de auto bij hem.<\/p>\n<p>V: Wie is hem? De eigenaar, van de kledingreparatiezaak of bij zijn zoons?<\/p>\n<p>A: Bij de eigenaar in de auto.<\/p>\n<p>V: Onder welke naam ken jij hem?<\/p>\n<p>A: Als ik drugs ga halen, ga ik naar [A] . Zo noem ik dat.<\/p>\n<p>V: Heb je net drugs gekocht?<\/p>\n<p>A: Ja, ik heb net bij hem een bolletje van 10 euro gekocht.<\/p>\n<p>V: Wat voor bolletje?<\/p>\n<p>A: Van 10,- euro. Het betreft witte coca\u00efne.<\/p>\n<p>V: Hoeveel moest je ervoor betalen?<\/p>\n<p>A: 10,- euro voor heel weinig gram. Volgens mij noemen ze het een streepje.<\/p>\n<p>V: Hoelang koop je al coca\u00efne bij hem?<\/p>\n<p>A: Ik wist niet eens dat hij dat verkocht. Ik heb het van horen zeggen. Ik koop bij hem sinds 2015. Ik koop ongeveer 1 keer per week, soms twee keer.<\/p>\n<p>V: Hoe gaat het in zijn werk als je coca\u00efne wil hebben?<\/p>\n<p>A: Je gaat er gewoon naar binnen.<\/p>\n<p>V: Waar bewaart hij de coca\u00efne in de winkel?<\/p>\n<p>A: In een of ander kledingstuk in de winkel.<\/p>\n<p>2.<br \/>\nHet proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2] , pagina 63, inhoudende:<\/p>\n<p>Ik ben mee gegaan met de kale man. Hij heeft drugs gekocht. Dit is een winkel waar ze je jas maken. Ik ben met [betrokkene 3] naar binnen gegaan. [betrokkene 3] vroeg 1 bolletje coca\u00efne. De man pakte uit een bruine jaszak een bolletje coca\u00efne. De jas hangt in een rij maar helemaal achterin. [betrokkene 3] heeft vervolgens 20 euro betaald.<\/p>\n<p>U vraagt mij of ik aldaar weleens drugs gekocht heb. Heel lang geleden heb ik weleens bij hem in de winkel drugs gekocht. U vraagt mij hoe lang dat geleden is. Dit is al jaren geleden. Ik heb al 17 maanden niks gebruikt en daarvoor heb ik bij hem gekocht. Je kunt daar bolletjes van 10 euro en 20 euro kopen en van 5 gram. [betrokkene 3] heeft gisteren met mijn telefoon gebeld naar die jongen. Hij heeft gebeld met het [telefoonnummer] . Dit was omstreeks 22:39 uur. Hij heeft toen de man van de winkel gebeld. De man is gekomen. Hij heeft voor 40 euro coca\u00efne gekocht. De man kwam het met de auto brengen. U vraagt hoeveel coca\u00efne dit is. Het betrof 4 bolletjes.<\/p>\n<p>3.<br \/>\nHet proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 5] , pagina 83, inhoudende:<\/p>\n<p>Ik gebruik sinds een klein jaar verdovende middelen. Dit vanwege stress. Ik gebruik coca\u00efne.<\/p>\n<p>Ik gebruik ongeveer 10 of 20 euro in de week aan coca\u00efne. Ik heb niet veel geld en moet ook eten en drinken. Ik koop mijn coca\u00efne bij een persoon bij [A] lk heb gehoord via via, dat je daar gewoon naar binnen kan lopen om coca\u00efne te kopen. Ik koop daar sinds een half jaar.<\/p>\n<p>Ik vraag dan voor 10 of 20 euro coca\u00efne en dat koop ik dan van een oudere dikkere man. Ik ken hem verder niet heel goed. Hij is daar wel altijd als ik kom. Gemiddeld heb ik daar afgelopen half jaar 1 of 2 keer in de week coca\u00efne.<\/p>\n<p>4.<\/p>\n<p>Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 103, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>4. In de schuur, gelegen achter in de tuin, trof [verbalisant 1] ( [\u2026] ) een boterhamzakje aan in de cd-lade van een radio (merk AIWA). In het boterhamzakje zag ik 6 kleine zakjes zitten. Ik zag dat in vijf zakjes een bruine substantie zat en in een (1) zak een witte substantie. Ik zag dat de zakjes gelijkend waren op de aangetroffen zakjes in de winkel van [verdachte] .<\/p>\n<p>5.<br \/>\nHet proces-verbaal van bevindingen, pagina 108, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Op dinsdag 5 april 2016 om 15.40 uur vond een doorzoeking plaats in de kleding vermaakwinkel aan de [a-straat 1] te [plaats] . In het winkelpand werden de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen:<\/p>\n<p>&#8212; 9 bolletjes met poeder in een jas, vermoedelijk harddrugs<\/p>\n<p>In de winkel hingen verschillende kledingstukken. Aan een aantal was duidelijk te zien dat deze gestoomd waren en klaar hingen om te worden opgehaald. Bij een aantal kledingstukken was te zien dat deze er lange tijd hingen. De kleding stukken waren oud, er zaten vlekken op en er lag een laag stof boven op de kleding die aan kledinghangers hing.<\/p>\n<p>6.<br \/>\nHet proces-verbaal pillen-poeders, pagina 112, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Deze partij was in beslag genomen bij [verdachte] , geboren [geboortedatum 2] -1967.<\/p>\n<p>OMSCHRIJVING:<\/p>\n<p>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:<\/p>\n<p>&#8212; 9&#215;0,3 gram wit poeder<\/p>\n<p>De partij werd getest waarbij gebruik werd gemaakt van de MMC NARCOTEST Coca\u00efne.<\/p>\n<p>De test gaf een positieve reactie op coca\u00efne, zijnde een stof die is vermeld op Lijst I van de Opiumwet.<\/p>\n<p>SIN : AAJD9599NL<\/p>\n<p>Partij : 2.7 gram<\/p>\n<p>7.<br \/>\nHet proces-verbaal pillen-poeders, pagina 113, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Deze partij was in beslag genomen bij [verdachte] , geboren [geboortedatum 2] -1967. OMSCHRIJVING:<\/p>\n<p>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:<\/p>\n<p>&#8212; 6&#215;0.8 gram wit poeder<\/p>\n<p>De partij werd getest waarbij gebruik werd gemaakt van de MMC NARCOTEST Coca\u00efne.<\/p>\n<p>De test gaf een positieve reactie op coca\u00efne, zijnde een stof die is vermeld op Lijst I van de Opiumwet.<\/p>\n<p>SPORENLIJST:<\/p>\n<p>SIN : AAJD9598NL<\/p>\n<p>Partij : 4.8 gram<\/p>\n<p>8.<\/p>\n<p>Het geschrift, zijnde het NFI rapport van 3 juli 2017<\/p>\n<p>Kenmerk Omschrijving Conclusie<\/p>\n<p>AAJD9598NL in totaal 4.46 cr\u00e8mekleurige bevat coca\u00efne<\/p>\n<p>brokjes in zes plastic bollen<\/p>\n<p>Aantal onderzocht: 1<\/p>\n<p>AAJD9599NL in totaal 2.31 gram cr\u00e8mekleurige bevat coca\u00efne<\/p>\n<p>brokjes in negen plastic bolletjes<\/p>\n<p>Aantal onderzocht: 1<\/p>\n<p>AAJD9597NL 0.06 gram cr\u00e8mekleurig brokje bevat coca\u00efne<\/p>\n<p>in een open plastic bolletje in<\/p>\n<p>een gripzakje<\/p>\n<p>9.<br \/>\nHet proces-verbaal van bevindingen, pagina 115, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Door mij werd op 6 april 2016 een onderzoek gedaan naar de in de woning en winkel van de [verdachte] en bij koper [betrokkene 1] aangetroffen harddrugs. Ik zag dat alle verpakkingen van de aangetroffen drugs hetzelfde waren. Ik zag dat dit een klein stukje plastic betrof wat aan \u00e9\u00e9n zijde dicht was gesmolten.<\/p>\n<p>10.<\/p>\n<p>Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Gezien werd de Volkswagen Touran met [kenteken] waarvan bekend is dat deze wordt bestuurd door [verdachte] , die in april is aangehouden voor handel in verdovende middelen.<\/p>\n<p>Gezien werd dat [betrokkene 4] gebukt bij deze auto stond. Zij is afgelopen jaren meerdere keren als klant\/koper gezien bij verschillende drugsonderzoeken. Het is ambtshalve bekend dat zij dagelijks meerdere keren coca\u00efne gebruikt.<\/p>\n<p>Gezien werd dat [betrokkene 4] iets kleins in haar linkerbroekzak stopte. Gezien werd dat de Touran verder reed en bestuurder van voornoemde Touran iets wit van kleur door het linker geopende raam naar buiten gooide. Dit is door de politie opgeraapt. Gezien werd dat het een gebruikershoeveelheid wit poeder betreft, vermoedelijk coca\u00efne. Ik zag dat het in een plasticzakje verpakt is. Ambtshalve is ons bekend dat coca\u00efne vaker zo verpakt wordt bij verkoop\/handel in harddrugs. Hierop is [verdachte] aangehouden voor handel in harddrugs.<\/p>\n<p>11.<br \/>\nHet proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 4] , pagina 9, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>U vordert bij deze de afgifte van eventuele verdovende middelen. Ik heb niets meer. Dit heb ik net gebruikt. Aan coca\u00efne ben ik ongeveer 5 jaar verslaafd. Ik gebruik gemiddeld 50 of 60 euro per week aan coca\u00efne.<\/p>\n<p>Vanmiddag was er een man die had iets voor mij hij heet [verdachte] . Daar hoefde ik niet voor te betalen. Dat was een klein balletje. Ik kreeg dat van hem en ik hoefde dat echt niet te betalen. Thuis heb ik het opgerookt en ben ik naar de psychiater gegaan. Hij belde mij op en had een verjaardag kado voor mij. Hij heeft mijn nummer.<\/p>\n<p>Het bolletje was een wit bolletje. Het was een strak ingepakt plastic pakje wat dichtgeschroeid is. Hier zat wit poeder in. Witte brokjes. Dit is coca\u00efne. Ik hoefde er niets voor te betalen. Ik vond dit vreemd want soms wilt hij seks voor drugs. Nu helemaal niets.<\/p>\n<p>Ik heb al best vaak een bolletje gehaald bij hem. Ik denk ongeveer 3 keer per week gedurende een jaar. Ik koop elke keer of voor 20 euro coca\u00efne of voor 10 euro. Elke keer krijg ik het in een dichtgeschroeid plastic zakje.<\/p>\n<p>12.<\/p>\n<p>Het geschrift, zijnde de kennisgeving beslag, pagina 29, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Beslagene: [verdachte]<\/p>\n<p>Datum: 19 oktober 2016<\/p>\n<p>Plaats: [plaats]<\/p>\n<p>Omstandigheden: Genoemde verdachte is aangehouden terzake de handel in verdovende middelen. Hierbij werd door genoemde verdachte de coca\u00efne weggegooid.<\/p>\n<p>Goednummer PL2000-2016271100-161967 9 Bolletje coca\u00efne<\/p>\n<p>Spoor ID-nummer: AAJD9564NL<\/p>\n<p>13.<\/p>\n<p>Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 30, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>OMSCHRIJVING:<\/p>\n<p>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:<\/p>\n<p>&#8212; PL2000-2016271100-1619679: 0,3 gram wit poeder\/verpakt in een klein plastic zakje.<\/p>\n<p>Ik heb dit zakje geopend. Uit de aangeboden hoeveelheid materiaal werd door mij een representatief monster genomen.<\/p>\n<p>Dit monster werd door mij getest waarbij gebruik werd gemaakt van de MMC NARCOTEST Coca\u00efne.<\/p>\n<p>De test gaf een POSITIEVE reactie op coca\u00efne, zijnde een stof die is vermeld op Lijst I van de Opiumwet.<\/p>\n<p>14.<\/p>\n<p>Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 161, inhoudende zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Ik werk alleen in [A] . Dat is mijn bedrijf.<\/p>\n<p>O: 4. In de schuur, gelegen achter in de tuin, een boterhamzakje in de cd-lade van een radio (merk AIWA). In het boterhamzakje zaten 6 kleine zakjes, in vijf zakjes zat een bruine substantie en in een (1) zak een witte substantie. De zakjes waren gelijkend op de aangetroffen zakjes in de winkel van [verdachte] .<\/p>\n<p>V: Wat kun je hierover vertellen?<\/p>\n<p>A: Ik heb hem zelf opgehaald en gevonden in het park. Ik zou hem naar het politiebureau brengen.<\/p>\n<p>V: Wist je wel dat er coca\u00efne in zat dan?<\/p>\n<p>A: Ik weet wat er in zat.<\/p>\n<p>V: Wist je wel wat er in de radio zat?<\/p>\n<p>A: Ja. ik weet wat er in zat. Ik zeg elke dag ik gooi het weg maar dat heb ik niet gedaan.<\/p>\n<p>V: Dus er stond een radio met coca\u00efne op straat?<\/p>\n<p>A: Ik heb het over de coca\u00efne, niet over de radio.<\/p>\n<p>V: Je hebt de coca\u00efne op straat gevonden?<\/p>\n<p>A: Ja.<\/p>\n<p>V: En heb je die in de radio gestopt?<\/p>\n<p>A: Ja, daar heb ik het in gedaan en ik wilde het weggooien.<\/p>\n<p>V: Wat dan?<\/p>\n<p>A: Ik heb het nagevraagd en het bleek witte coca\u00efne te zijn.\u201d<\/p>\n<p>Het hof heeft deze bewijsmiddelen als volgt aangevuld:<\/p>\n<p>\u201c4. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 103, inhoudende, zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Op 5 april 2016 was ik, [verbalisant 2] , op het adres [b-straat 1] te [plaats] . Dit betreft het woonadres van de verdachte (het hof begrijpt: de [verdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1967). De trapkast in ruimte 4 werd doorzocht:<\/p>\n<p>&#8212; In een rood centrifuge bakje trof [verbalisant 3] een envelop aan. Het (het hof begrijpt: de inhoud van de envelop) waren 10 biljetten van 500 euro.<\/p>\n<p>&#8212; In een medicijndoosje met het opschrift \u2018Gyno-Miconazolnitraat\u2019 troffen wij bankbiljetten aan in de volgende hoeveelheden: 43 maal 100 euro, drie maal 500 euro, 96 maal 50 euro en 20 maal 20 euro.<\/p>\n<p>&#8212; In een medicijndoosje met het opschrift \u2018Methformine\u2019 troffen wij bankbiljetten aan in de volgende hoeveelheden: vijf maal 10 euro, acht maal 20 euro, \u00e9\u00e9n maal 50 euro.<\/p>\n<p>&#8212; In een medicijndoosje met het opschrift \u2018Metoprololsuccinaat\u2019 werden een aantal (het hof begrijpt:) bankbiljetten aangetroffen: drie maal 10 euro, \u00e9\u00e9n maal 5 euro, vijf maal 20 euro, acht maal 50 euro.<\/p>\n<p>&#8212; In een groen kartonnen doosje met wat verfmateriaal troffen wij de volgende hoeveelheden bankbiljetten aan: 25 maal 50 euro, toen maal 20 euro.<\/p>\n<p>5. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 108, inhoudende, zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>&#8212; 145 euro, in kassa.<\/p>\n<p>14. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 161, inhoudende, zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>(p. 168)<\/p>\n<p>Ik weet dat er contant geld thuis is.<\/p>\n<p>15. Een overig geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming, p. 202, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:<\/p>\n<p>Plaats: [plaats]<\/p>\n<p>Datum: 5 april 2016<\/p>\n<p>Beslagene: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] , adres [b-straat 1] te [plaats] .<\/p>\n<p>Categorie omschrijving: geld<\/p>\n<p>Object: Euro<\/p>\n<p>Aantal: 1<\/p>\n<p>Merk\/type: 500 euro<\/p>\n<p>Bijzonderheden: In de fouillering aangetroffen.<\/p>\n<p>16. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 mei 2016 (pg. 289 t\/m 290), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4]<\/p>\n<p>(pg. 298)<\/p>\n<p>In het kader van het onderzoek zijn bij de Belastingdienst de belastingdienstgegevens van [verdachte] en de aan hem gerelateerde natuurlijke dan wel rechtspersonen gevorderd. Uit deze gegevens blijkt onder meer het volgende:<\/p>\n<p>Woonadres van [verdachte] is [b-straat 1] te [plaats] . De WOZ-waarde voor 2015 is \u20ac 36.000. Op dit adres zijn ingeschreven: [verdachte] .<\/p>\n<p>Sinds 08-08-2013 heeft [verdachte] de onderneming [A] kledingreparatie.<\/p>\n<p>Vestigingsadres is [a-straat 1] te [plaats] . De WOZ-waarde voor 2015 is \u20ac 72.000.<\/p>\n<p>Omzetgegevens:<\/p>\n<p>Jaar Omzet<\/p>\n<p>2015 \u20ac 13.149<\/p>\n<p>2014 \u20ac 4.700<\/p>\n<p>2013 \u20ac 3.616<\/p>\n<p>Bankgegevens 31-12-2015 31-12-2014 31-12-2013 [rekeningnummer 1] \u20ac149 \u20ac 740 \u20ac969<\/p>\n<p>[rekeningnummer 2] &#8212; \u20ac 679 &#8212; \u20ac 710<\/p>\n<p>(pg. 299)<\/p>\n<p>Inkomsten echtgenote [betrokkene 6] :<\/p>\n<p>2015 \u20ac 19.044 (bruto) van UWV<\/p>\n<p>2014 \u20ac 18.860 (bruto) van UWV<\/p>\n<p>Gegevens twee oudste kinderen [verdachte] :<\/p>\n<p>[betrokkene 7]<\/p>\n<p>31-12-2015 31-12-2014 31-12-2013<\/p>\n<p>[rekeningnummer 3] \u20ac 40 \u20ac 7 \u20ac 0<\/p>\n<p>Inkomsten<\/p>\n<p>2015 \u20ac 2.320<\/p>\n<p>2014 \u20ac 47<\/p>\n<p>[betrokkene 8]<\/p>\n<p>[rekeningnummer 4] 31-12-2015 31-12-2014 31-12-2013<\/p>\n<p>\u20ac 91 \u20ac 0 \u20ac 0<\/p>\n<p>Inkomsten<\/p>\n<p>2015 \u20ac 1.550 (bruto)<\/p>\n<p>2014 \u20ac 47 (bruto)<\/p>\n<p>17. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016 (pg. 611 t\/m 613), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4]:<\/p>\n<p>(pg. 613)<\/p>\n<p>In het kader van het onderzoek is bij de gemeente [plaats] het dossier van [verdachte] en zijn echtgenote [betrokkene 6] gevorderd. Hieruit blijkt dat het gezin sinds 2012 meerdere aanvragen heeft gedaan voor bijzondere bijstand minimabeleid omdat er te weinig middelen zijn. Tevens blijken er bij meerdere instanties schulden te zijn. In het dossier is een schrijven van de boekhouder opgenomen waarin over het inkomen van [verdachte] is opgenomen:<\/p>\n<p>Over het jaar 2012 bedroeg het inkomen nihil.<\/p>\n<p>Over het jaar 2013 bedroeg het inkomen 4523 negatief.<\/p>\n<p>Over het jaar 2014 is er een voorlopig inkomen van 695 negatief.\u201d<\/p>\n<p>Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2023 heeft de raadsman aldaar het woord gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota. Die pleitnota houdt \u2013 voor zover hier relevant \u2013 het volgende in (met weglating van voetnoten):<\/p>\n<p>\u201c1.1.4. Feit 4<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>d. Kort en goed, niet bewezen kan worden dat enig deel van het aangetroffen geld van een concreet misdrijf afkomstig is en ook kan niet worden bewezen dat cli\u00ebnt wetenschap had van enige misdadige herkomst.<\/p>\n<p>e. Redeneren we met gronddelict dan is tegen de achtergrond van de door cli\u00ebnt afgelegde verklaring en de overgelegde stukken (pintransacties) niet wettig en overtuigend een relatie tussen dat gronddelict en het aangetroffen geld aangetoond door politie en justitie, primair zou dan vrijspraak moeten volgen.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>f. Wordt, ten slotte, geredeneerd dat er geen gronddelict is en &#039;het zes stappen arrest&#039; van toepassing is, dan stranden we reeds bij stap 2. Er is in casu niet zonder meer een vermoeden van witwassen aan de orde.<\/p>\n<p>g. Het gaat hier niet om enig redelijk vermoeden om bijvoorbeeld een verdenking te hebben maar om de eis dat het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden moet presenteren die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Deze eis is eerder verwant aan de situatie dat het bewijs zo overstelpend is dat het \u2018calls for an explanation&#039;. Dat is ter zake feit 4 allerminst het geval.<\/p>\n<p>h. De feiten en omstandigheden worden gekleurd door feiten van algemene bekendheid en witwastypologie\u00ebn. Het onderzoek moet in de visie van de verdediging dermate volledig zijn dat deze feiten van algemene bekendheid worden gepresenteerd, duidelijk wordt gemaakt dat cli\u00ebnt gebruik maakte van witwastypologie\u00ebn en er zonder meer een vermoeden van witwassen aan de orde is. Dat onderzoek is in deze zaak niet volledig.<\/p>\n<p>i. Maar zelfs als u wel vindt dat er een redelijk vermoeden van witwassen aan de orde was, dan heeft cli\u00ebnt, een (met stukken onderbouwde) concrete (min of meer) verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring afgelegd. 145 euro uit de kassa (&quot;dat is van mijn werk&quot;), geld in de woning betreft &#8212; kort samengevat &#8212; spaargeld van vrouw en kinderen die werkten. Daarbij wordt ook verwezen naar de stukken die in het kader van de klaagschriftprocedure (RK-nr. 16-1541) zijn overgelegd.<\/p>\n<p>j. Een Openbaar Ministerie dat om een bewezenverklaring vraagt miskent stap 5 uit het &#039;zes stappen arrest&#039; waaruit volgt dat men onderzoek moet doen naar de alternatieve herkomst.<\/p>\n<p>k. Uit stap 6 volgt immers dat een conclusie moet worden getrokken op basis van het onderzoek en dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waar de verdenking betrekking op heeft een legale herkomst heeft en dus kan worden gesteld dat er sprake is van afkomstig uit enig misdrijf.<\/p>\n<p>I. In deze zaak stel ik vast dat het scenario dat cli\u00ebnt schetst niet voldoende is gefalsificeerd door enig onderzoek. Een legale herkomst is dus helemaal niet uitgesloten. Niet kan worden bewezen dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf en cli\u00ebnt zou dan ook om deze reden, subsidiair, moeten worden vrijgesproken.<\/p>\n<p>m. Redeneren we opnieuw met gronddelict (drugshandel door cli\u00ebnt) en gaat het puur om het voorhanden hebben dan is sprake van de kwalificatieuitsluitingsgrond en zou cli\u00ebnt meer Subsidiair moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Cli\u00ebnt zou dan immers slechts geld uit eigen misdrijf voorhanden hebben gehad.\u201d<\/p>\n<p>Het vonnis van de rechtbank bevat de volgende, door het hof tot de zijne gemaakte, bewijsoverweging:<\/p>\n<p>\u201cFeit 1<\/p>\n<p>Naar aanleiding van TCI-informatie die inhield dat [verdachte] , de eigenaar van kledingwinkel [A] aan de [a-straat] te [plaats] , coca\u00efne verkocht voor \u20ac 50,- per gram, heeft de politie een onderzoek gestart. In dit onderzoek zijn diverse observaties gedaan waarna op 5 april 2016 een actiedag is gehouden waarbij verschillende personen die het pand bezochten, zijn aangehouden. Ook zijn de winkel en de woning van verdachte doorzocht. Daarbij werden in het winkelpand in een jas negen bolletjes met poeder aangetroffen.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Feit 4<\/p>\n<p>Bij de beoordeling van dit feit gaat de rechtbank uit van een bekend gronddelict. Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen valt immers een rechtstreeks verband te leggen met een bepaald misdrijf, namelijk het dealen van coca\u00efne. Bovendien valt de ten laste gelegde periode van feit 4 binnen de periode van feit 1. Verder constateert de rechtbank dat er in de tenlastelegging voor het bedrag van 18.940.- geen valuta is genoemd. De rechtbank gaat er op grond van de stukken in het dossier van uit dat als valuta euro\u2019s is bedoeld.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt vast dat er op 5 april 2016 in de woning van verdachte in totaal \u20ac 18.295,- is aangetroffen. Verdachte heeft hiervoor als verklaring gegeven dat zijn vrouw dit heeft gespaard, maar gelet op het financieel onderzoek van de politie naar de inkomsten en uitgaven van het gezin van verdachte moet dat onaannemelijk worden geacht. De inkomsten en uitgaven in de voorgaande jaren waren immers ontoereikend om een dergelijk bedrag te kunnen sparen. Gelet op het bewezenverklaarde onder feit 1 kan het niet anders dan dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig moet zijn. Hetzelfde geldt voor de \u20ac 500.- die bij de fouillering van verdachte is aangetroffen en het aangetroffen geld in de winkel, van waaruit verdachte coca\u00efne dealde.<\/p>\n<p>De volgende vraag is of het geld is verborgen en of verhuld als bedoeld in art. 420bis, eerste lid onder a, Sr. Of daarvan sprake is moet het gaan om gedragingen die erop zijn gericht het zicht op de herkomst van voorwerpen te bemoeilijken. Die gedragingen moeten tevens geschikt zijn om dat doel te bereiken. Uit het dossier is gebleken dat het geldbedrag in de trapkast van de woning is aangetroffen, verdeeld over diverse afgesloten bakjes. Het geld in de winkel was aangetroffen in de kassa. De rechtbank is van oordeel dat het op dergelijke wijze opbergen geen gedraging oplevert die erop gericht is het zicht op de herkomst van de voorwerpen te bemoeilijken en daardoor een verbergings- of verhullingshandeling oplevert als bedoeld in artikel 420bis, eerste lid onder a, Sr.<\/p>\n<p>Wat daarentegen wel kan worden vastgesteld is dat verdachte het geld voorhanden heeft gehad. Verdachte wist ook dat het geld uit het gepleegde misdrijf onder feit 1 afkomstig was waardoor het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.\u201d<\/p>\n<p>Het bestreden arrest bevat de volgende aanvullende bewijsoverweging:<\/p>\n<p>\u201cAanvullende bewijsoverweging<\/p>\n<p>Gelet op de door het hof aangevulde bewijsmiddelen voor wat betreft het onder feit 4 met parketnummer 02-821117-15 tenlastegelegde is er sprake van het op meerdere verborgen plaatsen in het huis en op het eigen lichaam bewaren van een aanmerkelijke hoeveelheid contant geld, met alle risico\u2019s van dien, waaronder telkens ook een of meer coupures van 500 euro. Dit rechtvaardigt in zoverre reeds zonder meer een verdenking ter zake van (enige vorm van) witwassen. De verdachte dealde voorts coca\u00efne vanuit zijn winkel. Het hof neemt daarom aan dat het in de kassa van die winkel aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit eigen misdrijf, te weten het onder 1 bewezenverklaarde.<\/p>\n<p>Gelet op het onder 1 bewezenverklaarde acht het hof al met al het onder 4 tenlastegelegde bewezen, inhoudende dat alle aangetroffen contante gelden, tot een totaalbedrag van \u20ac 18.940,-, afkomstig zijn uit eigen misdrijf van de verdachte.\u201d<\/p>\n<p>Ten aanzien van het beslag heeft het hof het volgende overwogen:<\/p>\n<p>\u201c<br \/>\n Beslag<\/p>\n<p>Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen, met de volgende aanvulling.<\/p>\n<p>De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde meerdere geldbedragen tot een bedrag van \u20ac 18.940,00, aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het onder feit 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde met parketnummer 02-821117-15 is begaan. Het hof overweegt in dit verband nader dat deze geldbedragen gelet op het dossier, in het bijzonder de kennisgevingen van inbeslagneming op pagina\u2019s 202 tot en met 211, in beslag zijn genomen op grond van het bepaalde in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering. Uit het dossier volgt voorts niet dat dit beslag nadien daadwerkelijk is ge\u00ebindigd, terwijl ook de advocaat-generaal ter terechtzitting op dit punt geen uitsluitsel heeft kunnen geven. Het hof gaat er daarom van uit dat op dit beslag thans een beslissing dient te worden gegeven.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van het hof dienen derhalve de volgende voorwerpen verbeurd te worden verklaard:<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 500,0 (goednummer PL2000-2016073489-1525064)<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 145,00 (goednummer PL2000-2016073489-1525048)<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 11.000,00 (goednummer PL2000-2016073489-1525013)<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 260,00 (goednummer PL2000-2016073489-1525020)<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 535,00 (goednummer PL2000-2016073489-1525024)<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 1.500,00 (goednummer PL2000-2016073489-1525026)<\/p>\n<p>&#8212; \u20ac 5000,00 (goednummer PL2000-2016073489-1525002)<\/p>\n<p>Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Het hof ziet in hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door de verdediging haar voren is g\u00e9bracht geen grond om anders te beslissen.\u201d<\/p>\n<p>Het hof heeft uit de onder 3.4 en 3.5 weergegeven bewijsmiddelen afgeleid \u2013 en kunnen afleiden \u2013 dat de verdachte vanuit zijn winkel [A] coca\u00efne heeft verhandeld. De overweging van het hof dat het \u201cdaarom aan[neemt] dat het in de kassa (\u2026) aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit eigen misdrijf, te weten het onder 1 bewezenverklaarde\u201d dient te worden begrepen tegen de achtergrond van het arrest in zijn geheel. De bewijsmiddelen houden niet alleen in dat de verdachte over een langere periode met regelmaat coca\u00efne verhandelde, maar ook dat dit nog was gebeurd op de dag van de doorzoeking waarbij het geld in de winkel is aangetroffen. Hieruit heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat het geld dat met deze handel is verdiend zich ook op dat moment in de winkel bevond.<\/p>\n<p>Daaraan doet niet af dat uit de bewijsmiddelen ook volgt dat i) in de (kledingreparatie) winkel kleding hing waaraan \u201cduidelijk te zien [was] dat deze gestoomd waren en klaar hingen om te worden opgehaald\u201d (bewijsmiddel 5) en dat ii) deze winkel in 2013, 2014 en 2015 omzet heeft behaald (bewijsmiddel 16) en dat in hoger beroep door de raadsman is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de aangetroffen gelden uit misdrijf afkomstig zijn, waarbij is gewezen op de verklaring van de verdachte dat het in de kassa aangetroffen geld \u201cvan zijn werk [is]\u201d. Het hof heeft in navolging van de rechtbank immers slechts bewezenverklaard dat de verdachte \u201ceen hoeveelheid geld (ter waarde van circa 18.940)\u201d voorhanden heeft gehad die \u201cgeheel of gedeeltelijk &#8212; onmiddellijk of middellijk &#8212; afkomstig was uit enig misdrijf\u201d (cursiveringen van mij, MvW). Ook als eventueel legaal verdiend geld onderdeel uitmaakt van de aangetroffen \u20ac 145,00, is nog steeds juist dat dit (met de opbrengst van de drugsverkoop vermengde) bedrag gedeeltelijk afkomstig is uit misdrijf. Daarbij neem ik in aanmerking dat de verdachte de tenlastegelegde drugshandel steeds heeft ontkend en zich dus niet heeft uitgelaten over de plaats waar hij de opbrengsten van die handel heeft bewaard.<\/p>\n<p>Zoals hiervoor onder 3.1 weergegeven heeft de steller van het middel als belang bij een vernietiging van de bewezenverklaring aangevoerd dat dan ook de verbeurdverklaring van het bedrag van \u20ac 145,00 niet in stand kan blijven. Dit standpunt berust op de opvatting dat verbeurdverklaring kan volgen voor een feit waarvoor de verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolgen. Die opvatting is onjuist. Evenals bij vrijspraak, mag ook na ontslag van alle rechtsvervolging voor dat feit geen straf \u2013 en dus geen verbeurdverklaring \u2013 worden opgelegd. (Ook) het hof heeft dit miskend door te oordelen dat de aangetroffen geldbedragen \u201cvatbaar [zijn] voor verbeurdverklaring nu het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het onder feit 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde met parketnummer 02-821117-15 is begaan\u201d. Nu de schriftuur in zoverre echter geen zelfstandige klacht over de verbeurdverklaring bevat \u2013 en in cassatie niet is bestreden dat de niet in de kassa aangetroffen geldbedragen door middel van het onder 1 bewezenverklaarde feit zijn verkregen, zodat deze op grond van art. 33a, onder a, Sr vatbaar zijn verbeurdverklaring \u2013 laat ik dat punt hier verder rusten.<\/p>\n<h3>4Afronding<\/h3>\n<p>Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.<\/p>\n<p>Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren sinds het instellen van het cassatieberoep zijn verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden, hetgeen tot strafvermindering dient te leiden.<\/p>\n<p>Voor het overige heb ik ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.<\/p>\n<p>Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegd straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.<\/p>\n<p>De Procureur-Generaal<\/p>\n<p>bij de Hoge Raad der Nederlanden<\/p>\n<p>AG<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:GHSHE:2023:3154 (parketnr. 20-000350-22).<\/li>\n<li>Vgl. HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4440, rov. 2.4.1-2.4.2 (ten aanzien van \u2018voorhanden hebben\u2019). Zie ook HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3302, rov. 2.6 (ten aanzien van \u2018verwerven\u2019).<\/li>\n<li>De onder 3.7 aangehaalde algemene bewijsoverweging van de rechtbank over feit 1 en de bewijsmiddelen 1, 2 en 5 genoemd onder 3.5.<\/li>\n<li>HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578, rov. 3.5.2.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:1372\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Conclusie AG. Handel in coca\u00efne vanuit kledingreparatiewinkel verdachte (art. 2 en 10 Opw). Kon het hof oordelen dat het in de kassa van de winkel aangetroffen geldbedrag uit (eigen) misdrijf afkomstig is (feit 4), terwijl winkel omzet draaide? Conclusie strekt tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en tot verwerping van het beroep voor het overige (81&#8230;.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8283],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7625],"kji_keyword":[8364,8284,13664,8293,11972],"kji_language":[7671],"class_list":["post-633907","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-parket-bij-de-hoge-raad","kji_year-8463","kji_subject-commercial","kji_keyword-cocaine","kji_keyword-conclusie","kji_keyword-handel","kji_keyword-parket","kji_keyword-winkel","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Conclusie AG. Handel in coca\u00efne vanuit kledingreparatiewinkel verdachte (art. 2 en 10 Opw). Kon het hof oordelen dat het in de kassa van de winkel aangetroffen geldbedrag uit (eigen) misdrijf afkomstig is (feit 4), terwijl winkel omzet draaide? Conclusie strekt tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en tot verwerping van het beroep voor het overige (81....\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"25 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \\\/ 23\\\/03690 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-21T07:39:13+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \\\/ 23\\\/03690\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690","og_description":"Conclusie AG. Handel in coca\u00efne vanuit kledingreparatiewinkel verdachte (art. 2 en 10 Opw). Kon het hof oordelen dat het in de kassa van de winkel aangetroffen geldbedrag uit (eigen) misdrijf afkomstig is (feit 4), terwijl winkel omzet draaide? Conclusie strekt tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en tot verwerping van het beroep voor het overige (81....","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"25 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/","name":"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-21T07:39:13+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlphr20251372-parket-bij-de-hoge-raad-16-12-2025-23-03690\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:PHR:2025:1372 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 \/ 23\/03690"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/633907","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=633907"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=633907"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=633907"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=633907"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=633907"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=633907"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=633907"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=633907"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}