{"id":636275,"date":"2026-04-21T14:02:13","date_gmt":"2026-04-21T12:02:13","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/"},"modified":"2026-04-21T14:02:13","modified_gmt":"2026-04-21T12:02:13","slug":"eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Tijdelijke sluiting woning o.g.v. artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting is niet onevenredig.<\/p>\n<h3>RECHTBANK OVERIJSSEL<\/h3>\n<p>Zittingsplaats Zwolle<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: AWB 21\/1471<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[eiseres], te [woonplaats], eiseres,<\/h3>\n<p>gemachtigde: mr. V.P.J. Tuma,<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>de burgemeester van Almelo, verweerder,<\/h3>\n<p>gemachtigde: mr. D.J. Rijken.<\/p>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>Bij besluit van 1 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om de woning van eiseres aan [adres] (verder te noemen: de woning) met ingang van 16 april 2021 om 14.00 uur voor een periode van vier maanden te sluiten.<\/p>\n<p>Tegen dat besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.<\/p>\n<p>Bij besluit van 19 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.<\/p>\n<p>Eiseres heeft tegen dat besluit beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.<\/p>\n<p>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2023.<\/p>\n<p>Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Voor verweerder zijn verschenen haar gemachtigde en [naam 1].<\/p>\n<h3>Overwegingen<\/h3>\n<h3>Relevante feiten en omstandigheden<\/h3>\n<p>Volgens de gemeentelijke basisadministratie van Almelo stonden ten tijde hier van belang naast eiseres op het adres [adres] ingeschreven haar echtgenoot<\/p>\n<p>[naam 2] (hierna te noemen: [naam 2]), haar kind [naam 3] en haar jongere zus<\/p>\n<p>[naam 4]. [naam 2] verblijft sinds 10 december 2020 in P.I. [locatie].<\/p>\n<p>Op 23 februari 2021 heeft de politie Oost-Nederland ten behoeve van verweerder een bestuurlijke rapportage opgesteld over het in 2020 verrichte strafrechtelijke onderzoek naar de handel in verdovende middelen door [naam 2]. Naar aanleiding van de uitkomsten van dat onderzoek is [naam 2] op 10 december 2020 aangehouden en in bewaring gesteld.<\/p>\n<p>Bij een huiszoeking heeft de politie het volgende in beslag genomen:<\/p>\n<p>\uf02d 55,97 55,97 gram coca\u00efne;<\/p>\n<p>\uf02d 55,97 een grote hoeveelheid (&gt; 1000) lege gripzakjes;<\/p>\n<p>\uf02d 55,97 contant briefgeld in verschillende coupures (\u20ac 4.070,-);<\/p>\n<p>\uf02d 55,97 drie zakken met muntgeld (\u20ac 380,66);<\/p>\n<p>\uf02d 55,97 voertuigen en horloges.<\/p>\n<p>Op 5 maart 2021 heeft verweerder eiseres in kennis gesteld van het voornemen om een last onder bestuursdwang op te leggen, die ertoe strekt dat de woning tijdelijk wordt gesloten voor de duur van zes maanden. Verweerders voornemen is op dezelfde datum ook aan [naam 2] uitgereikt in P.I. [locatie].<\/p>\n<p>Eiseres heeft op 18 maart 2021 een zienswijze ingediend tegen dat voornemen. [naam 2] heeft geen zienswijze ingediend.<\/p>\n<p>Verweerder heeft in de zienswijze van eiseres geen aanleiding gezien om af te zien van zijn voornemen tot tijdelijke sluiting van de woning. Wel heeft verweerder besloten de duur van de woningsluiting te verkorten tot vier maanden.<\/p>\n<p>Bij het primaire besluit heeft verweerder gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet en de Beleidsregel Damoclesbeleid 2019 (hierna: de Beleidsregel) om over te gaan tot sluiting van de woning voor de duur van vier maanden, ingaande op 16 april 2021 om 14.00 uur. Dat besluit is aan eiseres op 1 april 2021 bekend gemaakt.<\/p>\n<p>Eiseres heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Het bezwaar van eiseres is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.<\/p>\n<h3>De gronden van het beroep<\/h3>\n<p>Eiseres is het niet eens met verweerders besluit. Zij stelt zich op het standpunt dat sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die maken dat het handelen van verweerder overeenkomstig de Beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met die beleidsregel te dienen doelen.<\/p>\n<p>De bijzondere omstandigheden waar eiseres een beroep op doet, bestaan er uit dat zij zegt nimmer op de hoogte te zijn geweest van de feiten waarvan [naam 2] wordt beschuldigd en die hebben geleid tot sluiting van haar woning, te weten verdenking van overtreding van de Opiumwet. Eiseres stelt dat niet zij, maar [naam 2] de verdachte was ter zake van de in de woning aangetroffen verdovende middelen. Eiseres zegt dat zij geen wetenschap had van de aanwezigheid van verdovende middelen in de woning en evenmin van het handelen in verdovende middelen door [naam 2]. Uit het enkele aantreffen van verdovende middelen, voertuigen, horloges en contant geld, kan naar de mening van eiseres niet zonder meer volgen dat zij op de hoogte was van de betreffende gedragingen van [naam 2]. Eiseres stelt dat zijn geen wetenschap had van de aangetroffen verdovende middelen en contant geld in haar woning. Uit de enkele omstandigheid dat de verdovende middelen en het contante geld niet verstopt waren ten tijde van het aantreffen ervan, kan naar haar mening die wetenschap ook niet zonder meer worden afgeleid. Eiseres stelt dat zij geen bemoeienis had en mocht hebben met de financi\u00ebn van [naam 2]. Haar taak in het gezin bestond uit het zorgdragen voor de dagelijks huishoudelijke taken en de zorg voor haar kind.<\/p>\n<p>Daarnaast voert eiseres aan dat verweerder bij de beoordeling van de vraag of in redelijkheid van de in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en de Beleidsregel neergelegde bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt en zo ja of de wijze waarop de bevoegdheid wordt toegepast evenredig is, onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de voor haar zeer ingrijpende gevolgen daarvan. Door de woningsluiting had eiseres vier maanden geen toegang tot haar eigen woning terwijl zij door de detentie van [naam 2] in feite een alleenstaande moeder was met de zorg voor een minderjarig kind. Daar komt bij dat zij ten tijde van de sluiting van de woning ruim vier maanden zwanger was, waardoor de mogelijkheid bestond dat zij na haar bevalling niet kon terugkeren naar haar eigen woning.<\/p>\n<p>Het onder deze omstandigheden geen toegang hebben tot de eigen woning moet volgens eiseres worden gekwalificeerd als een dusdanig ingrijpend gevolg, dat de woningsluiting disproportioneel te achten is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.<\/p>\n<p>Eiseres verzoekt daarom om het beroep gegrond te verklaren, het bestreden besluit en het primaire besluit te vernietigen en te bepalen dat aan haar een schadeloosstelling c.q. schadevergoeding van \u20ac 5.000,- wordt toegekend voor de sluiting van de woning voor de duur van vier maanden.<\/p>\n<h3>Procesbelang<\/h3>\n<p>3. Hoewel de periode van woningsluiting waar het in deze zaak om gaat al geruime tijd geleden is verstreken, is de rechtbank van oordeel dat eiseres nog wel een procesbelang heeft met het oog op een eventuele schadevergoeding indien het beroep gegrond zou worden verklaard en het bestreden besluit zou worden vernietigd. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat aannemelijk is dat sprake is van enige schade als gevolg van verlies van genot van woonruimte omdat eiseres vier maanden niet in haar eigen woning heeft kunnen verblijven. Dit is voldoende om aan te nemen dat eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.<\/p>\n<h3>Toetsingskader<\/h3>\n<p>Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bepaalt, voor zover hier van belang, dat de burgemeester bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.<\/p>\n<p>Het specifieke toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912. Deze overzichtsuitspraak heeft de Afdeling nog nader verduidelijkt in haar uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911.<\/p>\n<p>Verweerder hanteert bij het gebruik van de in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet gegeven bevoegdheid de Beleidsregel. Hierin is als beleidsuitgangspunt aangegeven dat bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt gekozen voor het opleggen van een last tot sluiting van de woning, die voor eenieder ontoegankelijk wordt gemaakt, gelet op het feit dat dit als de meest effectieve maatregel wordt beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen be\u00ebindigen en herhaling ervan te voorkomen.<\/p>\n<p>Artikel 2 van de Beleidsregel bepaalt, voor zover hier van belang, dat een hoeveelheid harddrugs van meer dan 0,5 gram geldt als een handelshoeveelheid. Artikel 3 van de Beleidsregel bepaalt verder dat op handel in drugs in woningen bij een eerste overtreding wordt gereageerd met de sluiting van de woning voor een aaneengesloten periode van zes maanden. Op grond van artikel 10 van de Beleidsregel kan verweerder daarvan gemotiveerd afwijken.<\/p>\n<h3>Overwegingen van de rechtbank<\/h3>\n<p>De rechtbank constateert dat niet in geschil is dat verweerder bevoegd was om de woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In geschil is of verweerder in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid.<\/p>\n<p>Daarbij dient op grond van de jurisprudentie van de Afdeling aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van de woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Daarnaast moet worden beoordeeld of de sluiting evenredig is. Voor de beoordeling van de evenredigheid acht de Afdeling de volgende omstandigheden van belang: de verwijtbaarheid, de gevolgen van de sluiting en de eventuele aanwezigheid van minderjarige kinderen.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.<\/p>\n<p>Daarbij heeft verweerder verder mogen betrekken dat het gaat om een ernstige overtreding, nu er bij de huiszoeking een grote hoeveelheid gripzakjes, een aanzienlijke voorraad coca\u00efne en een groot bedrag aan contant geld zijn aangetroffen. Ook heeft verweerder, gelet op de uitkomsten van het politieonderzoek, mogen aannemen dat de aangetroffen drugs feitelijk vanuit de woning werden verhandeld. Uit het politierapport blijkt immers dat meerdere keren is geconstateerd dat [naam 2] er vanuit zijn woning met de auto op uit ging om op verschillende locaties in Almelo en andere plaatsen in de omgeving drugs aan afnemers te verkopen.<\/p>\n<p>Het feit dat [naam 2] tijdens de woningsluiting in detentie verbleef, maakt niet dat de sluiting daardoor niet (meer) noodzakelijk was. De sluiting van de woning is immers geen strafmaatregel gericht tegen de bewoners, maar een herstelsanctie die tot doel heeft om de bekendheid van de woning als drugspand weg te nemen. Het gaat er daarbij niet zozeer om dat de bewoners weg zijn uit hun woning, maar om de bescherming van het woon- en leefklimaat in de buurt. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat de woning in een kwetsbare buurt ligt met veel drugshandel en prostitutie. Op de zitting is van de kant van verweerder naar voren gebracht dat er in de buurt al jarenlang veel gedeald wordt, onder andere aan minderjarigen, en dat er al meer dan 10 drugspanden in de buurt zijn gesloten.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank kan voorts niet worden geconcludeerd dat de tijdelijke woningsluiting van vier maanden onevenredig is te achten in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, zoals het wegnemen van de onderhavige, als ernstig aan te merken, overtreding, het voorkomen van recidive en de signaalfunctie daarvan richting drugsgebruikers, drugscriminelen en omwonenden en het herstel van de openbare orde.<\/p>\n<p>Voor sluiting van een woning op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is persoonlijke verwijtbaarheid weliswaar niet vereist, maar als een bewoner niet op de hoogte kon zijn van de in zijn woning aangetroffen drugs, kan een bewoner geen verwijt van de overtreding worden gemaakt.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft overwogen dat, gelet op het feit dat er bij de huiszoeking naast verdovende middelen ook voertuigen, horloges en contant geld in en om de woning zijn aangetroffen, niet aannemelijk is dat eiseres geen enkele kennis droeg van de activiteiten van haar echtgenoot, dan wel dat zij hiervan niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn. Dat eiseres zich naar haar zeggen niet bemoeide met de (financi\u00eble) zaken van [naam 2] maar zich alleen bezighield met huishoudelijke taken en de zorg voor haar kind, maakt dat niet anders. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de drugs en het contante geld op toegankelijke plaatsen en binnen handbereik in de garage, de keuken en de bijkeuken van de woning zijn aangetroffen. Dat eiseres daar niets van wist, acht de rechtbank daarom niet geloofwaardig.<\/p>\n<p>De bijzondere omstandigheden waarin eiseres stelt te hebben verkeerd tijdens de periode van de woningsluiting, kunnen ook niet tot een andere conclusie leiden. Eiseres heeft er tijdens de periode van de woningsluiting zelf voor gekozen om samen met haar kind bij haar moeder te verblijven. Er bestond daarom voor verweerder geen aanleiding om te zoeken naar vervangende woonruimte. Hoewel het tijdelijk verblijf bij haar moeder voor eiseres misschien enig ongemak heeft meegebracht, was naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een zodanig schrijnende situatie dat dit in redelijkheid niet van eiseres gevraagd kon worden. Daar komt nog bij dat eiseres voor hulp en ondersteuning terecht kon bij de wijkcoach.<\/p>\n<p>Wat betreft de zwangerschap van eiseres overweegt de rechtbank dat verweerder daarmee voldoende rekening heeft gehouden door de volgens de Beleidsregel in beginsel geldende woningsluitingstermijn van zes maanden met twee maanden te verkorten tot vier maanden, zodat eiseres enkele weken v\u00f3\u00f3r de vermoedelijke bevallingsdatum naar haar woning kon terugkeren. Daar komt bij dat eiseres, als zij op een eerder moment dan de datum waarop zij terug kon keren naar haar woning eerder had moeten bevallen, aan verweerder had kunnen verzoeken om de woningsluiting op te heffen. Die situatie heeft zich echter niet voorgedaan.<\/p>\n<p>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de sluiting van de woning door verweerder voor een periode van vier maanden niet onevenredig is. De beroepsgronden van eiseres slagen daarom niet.<\/p>\n<h3>Conclusie<\/h3>\n<p>6. Het beroep is ongegrond. Dat wil zeggen dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij heeft daarom geen recht op vergoeding van het door haar betaalde griffierecht of vergoeding van de proceskosten die zij voor dit beroep heeft gemaakt. Voor het toekennen van een schadevergoeding bestaat geen aanleiding.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van<\/p>\n<p>G. Kootstra, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op<\/p>\n<p>griffier rechter<\/p>\n<p>de rechter is verhinderd deze<\/p>\n<p>uitspraak te ondertekenen<\/p>\n<p>Afschrift verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Informatie over hoger beroep<\/h3>\n<p>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:1893\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Tijdelijke sluiting woning o.g.v. artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting is niet onevenredig.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7989],"kji_chamber":[],"kji_year":[24566],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7991,7990,7675,11484,8604],"kji_language":[7671],"class_list":["post-636275","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-overijssel","kji_year-24566","kji_subject-divers","kji_keyword-overijssel","kji_keyword-rbove","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-sluiting","kji_keyword-tijdelijke","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Tijdelijke sluiting woning o.g.v. artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting is niet onevenredig.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \\\/ ak_21_1471 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-21T12:02:13+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \\\/ ak_21_1471\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471","og_description":"Tijdelijke sluiting woning o.g.v. artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting is niet onevenredig.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"12 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/","name":"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-21T12:02:13+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbove20231893-rechtbank-overijssel-26-05-2023-ak_21_1471\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBOVE:2023:1893 Rechtbank Overijssel , 26-05-2023 \/ ak_21_1471"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/636275","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=636275"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=636275"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=636275"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=636275"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=636275"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=636275"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=636275"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=636275"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}