{"id":637148,"date":"2026-04-21T15:59:38","date_gmt":"2026-04-21T13:59:38","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/"},"modified":"2026-04-21T15:59:38","modified_gmt":"2026-04-21T13:59:38","slug":"eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Herstel gezag van beide ouders na tijdelijke voogdij (1:253r, 1:253q, 1:277 BW). Ondanks dat de communicatie tussen de ouders verbetering behoeft en er geen\/nauwelijks sprake is van contact tussen de vader en de minderjarige, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat gescheiden ouders samen het gezag houden. De rechtbank ziet ook geen aanwijzingen dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders of dat de vader belangrijke beslissingen zou blokkeren. De ouders moeten voortaan gezamenlijk belangrijke beslissingen nemen en beter samenwerken. De rechtbank benadrukt het belang van communicatie en eventuele hulpverlening daarbij. Tevens wijst zij de verzorgende ouder op de wettelijke verplichting om de medegezaghebbende ouder structureel te informeren, zodat de vader betrokken kan blijven en contactherstel mogelijk is.<\/p>\n<p>beschikking<\/p>\n<p>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT<\/p>\n<p>Team Familie- en Jeugdrecht<\/p>\n<p>Zittingsplaats: Breda<\/p>\n<p>Zaaknummer: C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289<\/p>\n<p>Datum uitspraak: 12 december 2025<\/p>\n<p>Nadere beschikking over be\u00ebindiging voogdij en herstel ouderlijk gezag<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>de gecertificeerde instelling STICHTING NIDOS,<\/p>\n<p>gevestigd te [locatie] ,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de GI,<\/p>\n<p>over de minderjarige<\/p>\n<p>[de minderjarige]<br \/>\n , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , Syri\u00eb,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [de minderjarige] .<\/p>\n<p>De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:<\/p>\n<p>[de moeder]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de moeder,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats 1] ,<\/p>\n<p>advocaat: mr. M.S. Yap te Bergen op Zoom,<\/p>\n<p>[de vader]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>hierna te noemen: de vader,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats 2] ,<\/p>\n<p>advocaat: mr. H.E. Visscher te Papendrecht.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.<\/p>\n<h3>1Het verdere procesverloop<\/h3>\n<p>In het procesdossier zit de nadere beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 29 april 2025 (bij die rechtbank geregistreerd onder het zaaknummer C\/16\/587570 \/ FO RK 25-64) en alle daarin genoemde stukken, waaronder het verzoek van Nidos van 23 januari 2025.<\/p>\n<p>Op 2 december 2025 heeft deze rechtbank het verzoek, met gesloten deuren, ter zitting mondeling behandeld. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord:<\/p>\n<p>de moeder, bijgestaan door mr. Yap en de heer [tolk 1] als tolk in de Arabische taal (met [tolkennummer 1] );<\/p>\n<p>de vader, bijgestaan door mr. Visscher en de heer [tolk 2] als tolk in de Arabische taal (met [tolkennummer 2] );<\/p>\n<p>een vertegenwoordigster namens de GI;<\/p>\n<p>een vertegenwoordigster namens de Raad.<\/p>\n<p>[de minderjarige] heeft op 1 december 2025 haar mening gegeven over het verzoek tijdens een gesprek met de kinderrechter. Bij aanvang van de zitting heeft de kinderrechter een samenvatting van dit gesprek gedeeld met de aanwezigen en hen in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.<\/p>\n<h3>2De nadere beoordeling<\/h3>\n<p>Het verzoek en de vaststaande feiten<\/p>\n<p>De rechtbank verwijst naar de inhoud van voormelde beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 29 april 2025. Bij deze beschikking heeft de rechtbank de zaak in de stand waarin deze zich op dat moment bevond, verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda. De rechtbank in Utrecht heeft hierbij overwogen dat er bij de rechtbank in Breda een procedure aanhangig is over de echtscheiding tussen de ouders, waarin het gezag een onderdeel van de procedure is. Gelet op het nauwe verband tussen de beide zaken en het feit dat de band met het arrondissement Midden-Nederland, locatie Utrecht zeer beperkt is, heeft de rechtbank in overleg met de GI en de advocaat van de moeder besloten om deze zaak te verwijzen. Dit om deze zaak gelijktijdig te behandelen met de echtscheidingszaak.<\/p>\n<p>Aan de orde is het verzoek van de GI om haar op grond van artikel 1:322, eerste lid, sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan van de voogdij over [de minderjarige] ten gunste van de beide ouders.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt dat deze zaak is verwezen om gelijktijdig behandeld te worden met de tussen de ouders aanhangige zaak tot echtscheiding. In de echtscheidingsprocedure heeft de rechtbank echter, gelet op de overeenstemming tussen de ouders, bij beschikking van 9 oktober 2025 (met het zaaknummer C\/02\/431364 \/ FA RK 25-494) reeds de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. De rechtbank heeft daarbij bepaald, voor zover hier nu van belang, dat het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij de vrouw is gelegen. Vanwege het ontbreken van een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan, heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot het aanhechten van het ouderschapsplan, afgewezen.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, stelt de rechtbank de volgende feiten vast:<\/p>\n<p>De ouders zijn op 30 augustus 2004 met elkaar getrouwd in Syri\u00eb. [de minderjarige] is tijdens het huwelijk van de ouders geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , Syri\u00eb.<\/p>\n<p>[de minderjarige] is met een tante naar Nederland gekomen.<\/p>\n<p>Bij beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 20 oktober 2021 is de GI op grond van het bepaalde in artikel 1:253r, eerste lid BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q, tweede lid BW belast met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] .<\/p>\n<p>Nu de GI is belast met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] en de GI op basis daarvan alleen het gezag over [de minderjarige] alleen uitoefent, bepaalt de GI waar het hoofdverblijf van [de minderjarige] is gelegen. Voormelde beschikking van de rechtbank waarbij het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij de moeder is bepaald, doet hier niet aan af.<\/p>\n<p>De ouders en [de minderjarige] hebben de Syrische nationaliteit.<\/p>\n<p>De onderbouwing van het verzoek door de GI<\/p>\n<p>Namens en door de GI is ter onderbouwing van haar verzoek, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [de minderjarige] is als minderjarige asielzoeker zonder haar ouders in Nederland aangekomen. Omdat er sprake was van een gezagsvacu\u00fcm over haar, is bij voormelde beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 20 oktober 2021 de GI belast met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] . In januari 2024 zijn de ouders, samen met de zusjes en het broertje van [de minderjarige] , in het kader van gezinshereniging in Nederland aangekomen. In eerste instantie verbleven zij in een centrale opvanglocatie in [woonplaats 3] . In verband met de grote (reis)afstand tot de verblijfplaats van [de minderjarige] , zijn zij vervolgens op basis van een logeerregeling bij de oma moederszijde in [woonplaats 4] geplaatst. Echter, nadat er een conflict heeft plaatsgevonden tussen de vader en het broertje van [de minderjarige] , heeft de vader het gezin verlaten en is hij geplaatst in een centrale opvanglocatie in [woonplaats 5] . De moeder woont inmiddels samen met [de minderjarige] en de andere kinderen uit het gezin in [woonplaats 1] . De vader woont inmiddels in [woonplaats 2] .<\/p>\n<p>De vader en [de minderjarige] hebben inmiddels al anderhalf jaar geen contact meer met elkaar gehad. In de afgelopen periode heeft de GI meermaals geprobeerd om in te zetten op contact(herstel) tussen de vader en [de minderjarige] , maar ondanks deze inspanningen is dit niet gelukt. [de minderjarige] wil namelijk geen contact hebben met haar vader. Zij ervaart nog steeds veel spanningen rondom hem. De GI kan [de minderjarige] niet dwingen om contact met haar vader te hebben. Eventueel contact(herstel) in de toekomst zal naar de mening van de GI onder professionele begeleiding moeten plaatsvinden. [zorgaanbieder] is bereid om dit op zich te nemen.<\/p>\n<p>Nu de ouders in Nederland verblijven en hun verblijfplaats bekend is, stelt de GI dat de grond voor de tijdelijke voogdij is vervallen. De GI vindt daarom dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de ouders worden hersteld in het gezag. Na aankomst van de ouders in Nederland heeft de GI de situatie gedurende drie maanden gemonitord alvorens zij het verzoekschrift in deze zaak heeft ingediend. Inmiddels verblijven de ouders al bijna twee jaren in Nederland. De GI stelt dat het contact met beide ouders goed verloopt. De GI acht de ouders ook in staat om op een goede manier met elkaar te communiceren en afspraken te maken over [de minderjarige] . De GI ziet ook geen (andere) contra-indicaties voor gezamenlijk ouderlijk gezag. Dat de ouders inmiddels van elkaar zijn gescheiden en dat er al anderhalf jaar geen contact is tussen de vader en [de minderjarige] , doet hier niet aan af. Dit met het oog op het uitgangspunt dat ouders na een scheiding het gezag over hun kind(eren) blijven uitoefenen. De GI heeft als bijlage bij het verzoekschrift &#8212; welke is ingediend op 23 januari 2025 &#8212; een schriftelijke, door beide ouders en door [de minderjarige] ondertekende verklaring overgelegd waaruit blijkt dat zij instemmen met het herstellen van beide ouders in het gezag over [de minderjarige] .<\/p>\n<p>De mening van [de minderjarige]<\/p>\n<p>[de minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [de minderjarige] woont bij haar moeder. Zij weet niet waar haar vader woont en zij heeft geen contact met hem. Gelet hierop wil [de minderjarige] dat haar moeder voortaan de belangrijke beslissingen alleen over haar kan en zal nemen. Als dit niet mogelijk is omdat een dergelijk verzoek niet aan de rechtbank voorligt, kan [de minderjarige] ermee instemmen dat haar beide ouders in het gezag over haar worden hersteld. Nu haar beide ouders in Nederland wonen, vindt [de minderjarige] dit ook logisch.<\/p>\n<p>Het standpunt van de moeder<\/p>\n<p>Namens en door de moeder is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De moeder stelt dat [de minderjarige] bij haar woont, dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding alleen draagt, dat er al anderhalf jaar geen sprake is van contact tussen de vader en [de minderjarige] en dat het in de afgelopen periode, ondanks de betrokkenheid en de inzet van de GI, niet is gelukt om te komen tot contact(herstel) tussen de vader en [de minderjarige] . Tijdens de echtscheidingsprocedure is het niet gelukt om de vader een goede rol te geven in het leven van [de minderjarige] . Bovendien vreest de moeder, als beide ouders in het gezag over [de minderjarige] worden hersteld, dat belangrijke (gezags)beslissingen over [de minderjarige] niet (tijdig) genomen zullen kunnen worden. De moeder verwacht ook niet dat deze situatie binnen een afzienbare termijn voldoende zal verbeteren. Gelet hierop vindt de moeder het het meest passend dat zij het gezag over [de minderjarige] voortaan alleen oefent. De moeder verzoekt daarom primair om het verzoek van de GI gedeeltelijk toe te wijzen, in die zin dat enkel de moeder wordt hersteld in het gezag over [de minderjarige] en dat het verzoek voor zover dat ziet op het herstel van de vader in het gezag over [de minderjarige] wordt afgewezen. De moeder verzoekt subsidiair om het verzoek van de GI volledig af te wijzen.<\/p>\n<p>Het standpunt van de vader<\/p>\n<p>Namens en door de vader is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Ondanks dat de ouders van elkaar zijn gescheiden en er al anderhalf jaar geen sprake is van contact tussen de vader en [de minderjarige] , is de vader van mening dat beide ouders in staat zijn om gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit te oefenen. De vader verzoekt daarom om het verzoek van de GI volledig toe te wijzen. Beide ouders verblijven momenteel in Nederland en zij zijn samen de ouders van [de minderjarige] . De vader vindt het daarom passend dat beide ouders in het gezag over [de minderjarige] worden hersteld. De vader wil ook graag betrokken blijven in het leven van zijn kinderen. De vader betwist dat er sprake zou zijn van een situatie waarin [de minderjarige] klem en verloren raakt of dreigt te raken indien beide ouders in het gezag over haar worden hersteld. De vader stelt bovendien dat hij een aantal dagen geleden telefonisch contact heeft gehad met [de minderjarige] en dat [de minderjarige] toen heeft aangegeven dat zij open staat voor contact(herstel) met de vader. De vader vindt het in ieder geval belangrijk om te benoemen dat [de minderjarige] (en de andere kinderen uit het gezin) altijd welkom zijn bij hem.<\/p>\n<p>Het advies van de Raad<\/p>\n<p>De Raad heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. In deze procedure ligt enkel het verzoek van de GI om beide ouders in het gezag over [de minderjarige] te herstellen voor. De Raad kan de gevolgen van een toewijzing van dat verzoek niet overzien. De Raad refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de beslissing op het verzoek.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de rechtbank als volgt.<\/p>\n<p>Juridisch kader<\/p>\n<p>De GI verzoekt om haar te ontslaan als voogdes over [de minderjarige] op grond van artikel 1:322, eerste lid, sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van deze bepaling kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over te nemen en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt dat, bij voormelde beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 20 oktober 2021, op grond van het bepaalde in artikel 1:253r, eerste lid BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q, tweede lid BW, de GI is belast met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] . De rechtbank gaat er hierbij overigens van uit, met het oog op de onderbouwing van deze beslissing, ondanks dat dit in voormelde beschikking niet expliciet is overwogen, dat de GI is belast met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] vanwege de onbekendheid met de verblijfplaats van de ouders (artikel 1:253r, eerste lid, sub b BW). Nu de GI is benoemd als voogdes in het kader van de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] op grond van voormeld artikel, is de rechtbank van oordeel dat artikel 1:322 BW niet van toepassing is op het verzoek van de GI. De ouders kunnen wel worden hersteld in het gezag op grond van het bepaalde in artikel 1:253r, tweede lid BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q BW. De rechtbank zal daarom ambtshalve de rechtsgronden aanvullen en het verzoek van de GI beoordelen aan de hand van het bepaalde in artikel 1:253r, tweede lid BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q BW.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 1:253r, eerste lid BW in samenhang gelezen met artikel 1:253q BW benoemt de rechtbank een voogd indien \u00e9\u00e9n of beide ouder(s) al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert\/verkeren het gezag uit te oefenen of indien het bestaan of de verblijfplaats van \u00e9\u00e9n of beide ouder(s) onbekend is.<\/p>\n<p>Gelet op het tweede lid van artikel 1:253r BW is het gezag, dat aan \u00e9\u00e9n of beide ouder(s) toekomt, geschorst gedurende de tijd waarin een van de in het eerste lid bedoelde omstandigheden zich voordoet.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 1:253q, tweede lid BW kan de rechtbank een voogd benoemen indien het gezag van de gezaghebbende ouder geschorst is.<\/p>\n<p>Uit artikel 1:253r, tweede lid BW volgt dat, in het geval een der ouders het gezag alleen uitoefent overeenkomstig artikel 1:253q, eerste lid, BW gedurende de tijd waarin een van de in het eerste lid bedoelde omstandigheden zich voordoet het gezag van de andere ouder is geschorst. In de overige gevallen is het gezag geschorst totdat de rechter de ouders of een van hen wederom met het gezag belast. In afwijking van artikel 1:253q BW kan de rechter dit slechts doen indien aan de vereisten gesteld in artikel 1:277, eerste lid, BW is voldaan.<\/p>\n<p>Op grond van artikel 1:277, eerste lid BW kan de rechtbank de ouder wiens gezag is be\u00ebindigd, op zijn verzoek in het gezag herstellen, indien:<\/p>\n<p>herstel in het belang van de minderjarigen is, en<\/p>\n<p>de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen.<\/p>\n<p>Gezagspositie(s) over [de minderjarige] op het moment dat de tijdelijke voogdij is uitgesproken<\/p>\n<p>De volgende vraag die de rechtbank dient te beoordelen, is wie er op het moment van het uitspreken van de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] met het gezag over haar was of waren belast: \u00e9\u00e9n van de ouders of beide ouders. De rechtbank Noord-Nederland heeft hierover in haar beschikking niets overwogen. Het antwoord op die vraag is echter van belang voor de beoordeling van het verzoek, omdat als beide ouders op het moment dat de tijdelijke voogdij is uitgesproken met het gezag over [de minderjarige] waren belast en zij dus beiden in het gezag over [de minderjarige] zijn geschorst, dan kunnen zij beiden worden hersteld in het gezag op grond van voormelde wettelijke bepalingen. Als op het moment van het uitspreken van de tijdelijke voogdij slechts \u00e9\u00e9n ouder het gezag over [de minderjarige] uitoefende, dan kan de andere ouder niet worden hersteld in het gezag over [de minderjarige] , althans niet op grond van voormelde wettelijke bepalingen. De rechtbank overweegt in dat verband als volgt.<\/p>\n<p>Op 1 mei 2011 is het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996) voor Nederland in werking getreden. [de minderjarige] is echter voorafgaand aan die datum geboren, op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , Syri\u00eb. Op het moment van haar geboorte was het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (hierna: HKBV 1961) van toepassing. Op grond van artikel 3 HKBV 1961 wordt een gezagsverhouding die van rechtswege voortvloeit uit de interne wet van de Staat waarvan de minderjarige onderdaan is in alle Verdragsstaten erkend. De rechtbank dient derhalve vast te stellen welke nationaliteit [de minderjarige] heeft.<\/p>\n<p>De rechtbank stelt vast dat [de minderjarige] de Syrische nationaliteit heeft. Dit betekent, op grond van artikel 3 HKBV 1961, dat Syrisch recht van toepassing is op de vraag wie het gezag over [de minderjarige] heeft of hebben verkregen bij de geboorte van [de minderjarige] .<\/p>\n<p>Op grond van Syrisch recht hebben beide ouders het gezag over hun kind, in die zin dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse verzorging en opvoeding heeft (Hadana) en dat de vader de beslissingen over de opvoeding, opleiding en religieuze vorming van het kind neemt (Wilaya). Op grond hiervan gaat de rechtbank ervan uit dat de ouders bij de geboorte van [de minderjarige] gezamenlijk zijn belast met het gezag over [de minderjarige] .<\/p>\n<p>Artikel 30 lid 3 van de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming bepaalt dat de inwerkingtreding van het HKBV 1996 de ouderlijke verantwoordelijkheid die voordien &#8212; v\u00f3\u00f3r 1 mei 2011 &#8212; van rechtswege aan een persoon is toegekomen, onverlet laat. Dit betekent dat het gezag dat de beide ouders bij de geboorte van [de minderjarige] hebben verkregen, blijft bestaan.<\/p>\n<p>Niet gebleken is dat voormelde gezagspositie over [de minderjarige] vanaf de geboorte van [de minderjarige] en tot het moment dat de tijdelijke voogdij is uitgesproken, is gewijzigd. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de ouders gezamenlijk waren belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] op het moment dat de tijdelijke voogdij over [de minderjarige] is uitgesproken.<\/p>\n<p>Het voorgaande betekent dat de rechtbank het verzoek ten aanzien van beide ouders op grond van het bepaalde in de artikelen 1:253r, tweede lid BW en 1:277, eerste lid BW dient te beoordelen.<\/p>\n<p>Inhoudelijke beoordeling van het verzoek<\/p>\n<p>De rechtbank stelt voorop dat bij voormelde beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 20 oktober 2021 de tijdelijke voogdijmaatregel is uitgesproken omdat de ouders op dat moment op een onbekende plek in het buitenland verbleven en zij niet in staat waren om het gezag over [de minderjarige] uit te oefenen. Inmiddels wonen beide ouders al bijna twee jaren in Nederland. De grond die heeft geleid tot het uitspreken van de tijdelijke voogdij is daarom niet langer aanwezig.<\/p>\n<p>Het is de rechtbank gebleken dat beide ouders inmiddels al anderhalf jaar in Nederland verblijven, dat zij beiden over een eigen woonruimte beschikken en dat zij wat dat betreft in rustiger vaarwater zijn terechtgekomen. De GI, die als uitvoerder van de tijdelijke voogdijmaatregel al enige tijd betrokken is bij [de minderjarige] en de ouders, is van mening dat beide ouders momenteel in staat moeten worden geacht om gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit te oefenen. De GI heeft dit standpunt ingenomen nadat zij de situatie na aankomst van de ouders in Nederland enige tijd heeft gemonitord en er hulpverlening is ingezet vanuit [zorgaanbieder] . Naar aanleiding daarvan heeft de GI het verzoek ingediend om haar te ontslaan van de voogdij over [de minderjarige] en beide ouders te belasten\/te herstellen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .<\/p>\n<p>Het uitgangspunt van de wetgever in Nederland is dat ouders na een scheiding gezamenlijk het gezag over hun kind(eren) blijven uitoefenen. Dat de ouders van elkaar zijn gescheiden, dat de communicatie tussen hen duidelijk verbetering behoeft en dat er op dit moment geen\/nauwelijks sprake is van contact tussen de vader en [de minderjarige] , vindt de rechtbank onvoldoende om van voormeld uitgangspunt af te wijken. De rechtbank ziet ook onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat [de minderjarige] klem en verloren raakt of dreigt te raken tussen haar ouders als beide ouders in het gezag over [de minderjarige] worden hersteld, zoals door en namens de moeder is aangevoerd. Tot nu toe is namelijk niet gebleken dat de vader belangrijke (gezags)beslissingen over [de minderjarige] zou vertragen of tegenhouden. Dit heeft hij in de afgelopen jaren overigens ook niet kunnen doen, omdat de GI de voogdij over [de minderjarige] uitoefende. Gebleken is dat de vader juist contact wil hebben met [de minderjarige] en dat hij meer betrokken wil raken in haar leven. Dat [de minderjarige] geen contact wil hebben met haar vader en dat zij het liefste wil dat haar moeder alleen de belangrijke (gezags)beslissingen over haar kan en zal nemen, vindt de rechtbank niet doorslaggevend bij de beoordeling van de vraag of het herstel van het gezag van beide ouders over haar in haar belang is of niet.<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het herstel van het gezag van beide ouders over [de minderjarige] in het belang van [de minderjarige] is en dat beide ouders in staat moeten worden geacht om duurzaam de verantwoordelijkheid te dragen voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Daarmee wordt voldaan aan voormelde wettelijke vereisten voor het herstellen van het gezag van beide ouders over [de minderjarige] . Daarbij komt nog dat [de minderjarige] er op jonge leeftijd zelf (mede) voor heeft gezorgd dat haar beide ouders, zusjes en broertje in het kader van gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen. Ook om die reden vindt de rechtbank het passend om beide ouders in het gezag over [de minderjarige] te herstellen. De rechtbank zal het verzoek van de GI daarom toewijzen, in die zin dat zij het gezag van beide ouders over [de minderjarige] zal herstellen. Dit betekent dat de tijdelijke voogdijmaatregel, en daarmee ook de taak van de GI als voogdes van [de minderjarige] in het kader van die maatregel, van rechtswege zal eindigen.<\/p>\n<p>Nu de rechtbank het gezag van beide ouders over [de minderjarige] zal herstellen, zullen de ouders voortaan gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uitoefenen. Dit betekent dat zij de belangrijke (gezags)beslissingen over [de minderjarige] gezamenlijk zullen moeten maken en dat zij dus met elkaar zullen moeten communiceren en afspraken zullen moeten maken over [de minderjarige] . Duidelijk is dat de communicatie en de samenwerking tussen de ouders verbetering behoeft. De rechtbank vindt het daarom in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de ouders daarop zullen inzetten en dat zij, indien nodig, daarvoor hulpverlening zullen zoeken. De rechtbank vindt het daarnaast van belang dat de ouders zullen blijven bezien of en zo ja, op welke manier er kan worden ingezet op contact(herstel) tussen de vader en [de minderjarige] . Beide ouders zijn en blijven namelijk de ouders van [de minderjarige] en daarom erg belangrijk in haar leven. Nu beide ouders voortaan het ouderlijk gezag over [de minderjarige] zullen uitoefenen, wijst de rechtbank tot slot de moeder (als verzorgende ouder van [de minderjarige] ) op haar wettelijke verplichting om de vader (als medegezaghebbende, niet-verzorgende ouder) structureel over [de minderjarige] te informeren. Dit zodat de vader op de hoogte blijft over hoe het met [de minderjarige] gaat en wat haar bezighoudt, zodat hij, als er op een gegeven moment wordt ingezet op contact(herstel) tussen hem en [de minderjarige] , ook op een goede manier bij haar kan aansluiten.<\/p>\n<p>Uitvoerbaar bij voorraad<\/p>\n<p>De rechtbank zal de beslissing, gelet op het belang dat hierover duidelijkheid bestaat, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dit betekent dat die beslissing per direct van kracht is en dat een eventueel hoger beroep die beslissing niet schorst.<\/p>\n<p>Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen. Dit leidt tot de volgende beslissing.<\/p>\n<h3>3De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>herstelt mevrouw [de moeder] , geboren op [geboortedag 2] 1989 in [geboorteplaats 1] , Syri\u00eb (de moeder) en de heer [de vader] , geboren op 12 februari 1980 in [geboorteplaats 2] , Syri\u00eb (de vader) in het gezag over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , Syri\u00eb;<\/p>\n<p>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;<\/p>\n<p>verstaat dat de tijdelijke voogdijmaatregel over [de minderjarige] van rechtswege is ge\u00ebindigd en daarmee ook de taak van de GI als uitvoerder van die maatregel;<\/p>\n<p>wijst het meer of anders verzochte af.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. van Triest, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. Wallerbos als griffier.<\/p>\n<p>Mededeling van de griffier:<\/p>\n<p>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:<\/p>\n<p>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,<\/p>\n<p>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.<\/p>\n<p>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het<\/p>\n<p>gerechtshof \u2019s-Hertogenbosch.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9500\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Herstel gezag van beide ouders na tijdelijke voogdij (1:253r, 1:253q, 1:277 BW). Ondanks dat de communicatie tussen de ouders verbetering behoeft en er geen\/nauwelijks sprake is van contact tussen de vader en de minderjarige, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat gescheiden ouders samen het gezag houden. De rechtbank ziet ook geen aanwijzingen dat het kind k&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8149],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[9894,12690,7675,10267,10136],"kji_language":[7671],"class_list":["post-637148","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-zeeland-west-brabant","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-gezag","kji_keyword-ouders","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-tussen","kji_keyword-vader","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Herstel gezag van beide ouders na tijdelijke voogdij (1:253r, 1:253q, 1:277 BW). Ondanks dat de communicatie tussen de ouders verbetering behoeft en er geen\/nauwelijks sprake is van contact tussen de vader en de minderjarige, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat gescheiden ouders samen het gezag houden. De rechtbank ziet ook geen aanwijzingen dat het kind k...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"21 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \\\/ C\\\/02\\\/435000 \\\/ FA RK 25-2289 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-21T13:59:38+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \\\/ C\\\/02\\\/435000 \\\/ FA RK 25-2289\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289","og_description":"Herstel gezag van beide ouders na tijdelijke voogdij (1:253r, 1:253q, 1:277 BW). Ondanks dat de communicatie tussen de ouders verbetering behoeft en er geen\/nauwelijks sprake is van contact tussen de vader en de minderjarige, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat gescheiden ouders samen het gezag houden. De rechtbank ziet ook geen aanwijzingen dat het kind k...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"21 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u0430"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/","name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-21T13:59:38+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbzwb20259500-rechtbank-zeeland-west-brabant-12-12-2025-c-02-435000-fa-rk-25-2289\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBZWB:2025:9500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-12-2025 \/ C\/02\/435000 \/ FA RK 25-2289"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/637148","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=637148"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=637148"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=637148"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=637148"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=637148"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=637148"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=637148"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=637148"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}