{"id":640048,"date":"2026-04-21T21:01:26","date_gmt":"2026-04-21T19:01:26","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/"},"modified":"2026-04-21T21:01:26","modified_gmt":"2026-04-21T19:01:26","slug":"eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Verzoek van het openbaar ministerie om de vennootschap verboden te verklaren en te ontbinden, een vereffenaar te benoemen en de bestuurder een bestuursverbod op te leggen. Verzoeken toegewezen. Verzoekster en verweerders worden in de gelegenheid gesteld zich over de persoon en de beloning van de beoogde vereffenaar en diens medewerker(s) uit te laten. Verzoeken om voorlopige voorzieningen voor de duur van het geding te treffen afgewezen. Verzoek om een eventueel batig saldo aan de Staat uit te keren afgewezen. Het tegenverzoek om de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren is afgewezen.<\/p>\n<p>tussenbeschikking<\/p>\n<h3>RECHTBANK GELDERLAND<\/h3>\n<p>Team kanton en handelsrecht<\/p>\n<p>Zittingsplaats Arnhem<\/p>\n<p>zaaknummer \/ rekestnummer: C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33<\/p>\n<p>Volledige schriftelijke uitwerking van 5 juni 2025 van de mondelinge tussenbeschikking van 27 mei 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>het OPENBAAR MINISTERIE,<br \/>\nFunctioneel Parket,<\/p>\n<p>kantoorhoudende te Amsterdam,<\/p>\n<p>verzoeker,<\/p>\n<p>vertegenwoordigd door mr. J. Schutte, officier van justitie, en mr. C.E. Wilcke, civiel juridisch adviseur,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<\/p>\n<p>JET AIR EQUIPMENT B.V.,<\/p>\n<p>gevestigd te Arnhem,<\/p>\n<p>2. [verweerder 2],<\/p>\n<p>thans [verblijfplaats] ,<\/p>\n<p>verweerders,<\/p>\n<p>advocaat mr. H.M.A. over de Linden te Amsterdam.<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>het verzoekschrift van 12 maart 2025, met 5 bijlagen;<\/p>\n<p>de oproepbrief van 15 april 2025;<\/p>\n<p>het verweerschrift tegen het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 2:22 BW;<\/p>\n<p>het verweerschrift tegen het verzoek tot verbodenverklaring en ontbinding vennootschap ex art. 2:20 BW, tevens zelfstandige tegenverzoeken, met 1 bijlage;<\/p>\n<p>de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waar zijn verschenen:<\/p>\n<p>de heer mr. J. Schutte en mevrouw mr. C.E. Wilcke voornoemd;<\/p>\n<p>[verweerder 2] , bijgestaan door mr. Over de Linden voornoemd.<\/p>\n<p>Vanwege de spoedeisendheid van de zaak is op grond van artikel 29a lid 5 Rv op 27 mei 2025 mondeling tussenbeschikking gegeven en is op diezelfde datum een verkorte schriftelijke tussenbeschikking afgegeven. Dit is de volledige schriftelijke uitwerking in de zin van artikel 29a lid 6 Rv van die mondelinge tussenbeschikking.<\/p>\n<p>2. De feiten<\/p>\n<p>Het statutaire doel van Jet Air Equipment B.V. (hierna te noemen: JAE) is onder meer de handel in luchtvaartonderdelen en de import, export en handel in goederen. [verweerder 2] (hierna te noemen: [verweerder 2] ) is enig bestuurder en enig aandeelhouder van JAE. [verweerder 2] is de vader van [naam 1] .<\/p>\n<p>Bij Verordening (EU) nr. 833\/2014 van de Raad van de Europese Unie van 31 juli 2014 en Verordening (EU) nr. 2022\/328 van 25 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833\/2014 heeft de Europese Unie sancties opgelegd aan Rusland (hierna: de Sancties). Op grond van de Sancties is het onder meer verboden om luchtvaartonderdelen te leveren aan (personen, entiteiten of bedrijven in) Rusland.<\/p>\n<p>[verweerder 2] heeft als bestuurder van JAE in de periode van 25 februari 2022 tot en met 29 augustus 2023 ingestemd met 15 tot 20 leveringen door JAE van luchtvaartonderdelen aan (personen, entiteiten of bedrijven in) Rusland.<\/p>\n<p>Bij vonnis van 3 oktober 2024 heeft de rechtbank Rotterdam JAE op tegenspraak strafrechtelijk veroordeeld tot het betalen van een geldboete van \u20ac 165.826,00 voor kort gezegd het meermalen opzettelijk overtreden van artikel 2 en 3 van de Sanctiewet 1977, in welke artikelen het overtreden van de Sancties strafbaar is gesteld. In het vonnis is, voor zover van belang, het volgende vermeld:<\/p>\n<p>\u2018De vertegenwoordiger van JAE heeft ter zitting erkend dat hij heeft ingestemd met 15 tot 20 leveringen door JAE aan Rusland.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Strafbaarheid JAE<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>JAE heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van de Europese regelgeving door luchtvaartonderdelen aan Rusland te leveren en heeft de bewust en opzettelijk deelgenomen aan activiteiten die tot doel hebben om de verbodsbepalingen van de Europese Unie te omzeilen. Hierbij is intensief samengewerkt met anderen.\u2019.<\/p>\n<p>In het vonnis is verder, voor zover van belang, het volgende vermeld:<\/p>\n<p>\u2018Na de Russische inval in Oekra\u00efne op 24 februari 2022 is een pakket sanctiemaatregelen afgekondigd, met als doel Rusland langs economische weg te laten merken dat deze brute aanvalsoorlog door de Europese Unie niet wordt getolereerd. Het gaat daarbij niet alleen om handelsverboden voor militaire goederen, maar ook om andere handelsbeperkingen, zoals het verbod op de levering van goederen ten behoeve van de burgerluchtvaart.<\/p>\n<p>Van JAE, een bedrijf dat al jaren vliegtuigonderdelen leverde aan onder andere Russische afnemers, mocht verwacht worden dat zij na het afkondigen van de sancties haar verlies zou nemen en zou gaan zoeken naar andere legale afzetmarkten. Zij deed het tegenovergestelde. Uit het dossier, met name uit chats tussen de feitelijk leidinggevende van de verdachte en medewerkers van het bedrijf, rijst het beeld op dat alles in het werk werd gesteld om de sancties te omzeilen door steeds nieuwe routes te zoeken waarlangs vliegtuigonderdelen op slinkse wijze alsnog aan de Russische afnemers konden worden geleverd. Daartoe werden bedrijven in Tadzjikistan, Servi\u00eb, Turkije en Kirgizi\u00eb gebruikt of zelfs opgezet als tussenschakels. Op papier deed men het voorkomen dat die bedrijven de end users waren, maar in werkelijkheid was Rusland de eindbestemming. De verdachte, haar bestuurder en haar medewerkers hadden hierbij slechts \u00e9\u00e9n doel: zo veel mogelijk geld verdienen. De zwarte markt die na de sancties ontstond, bood immers hogere winstmarges dan voorheen gebruikelijk. Een WhatsApp-gesprek van 8 juni 2022 spreekt in dit opzicht boekdelen. Een \u2018agent\u2019 van het bedrijf schrijft: \u201cWe gaan net zo lang laden totdat we worden opgepakt [emoji\u2019s]. De bestuurder van de verdachte antwoordt: \u201cMee eens. [emoji]\u201d. Uit deze en dergelijke gesprekken blijkt duidelijk dat men in het bedrijf lak had aan de regels en puur uit eigen belang handelde. Door dit handelen zijn doel en strekking van de sancties in ernstige mate ondergraven.\u2019.<\/p>\n<p>Bij vonnis van 3 oktober 2024 heeft de rechtbank Rotterdam [verweerder 2] op tegenspraak strafrechtelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden. In het vonnis is, voor zover van belang, het volgende vermeld:<\/p>\n<p>\u2018De verdachte heeft ter zitting erkend dat hij in de ten laste gelegde periode heeft ingestemd met 15 tot 20 leveringen door JAE aan Rusland.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Feitelijk leidinggeven<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte aan de aan JAE toe te rekenen strafbare gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven. De verdachte hield zich op dagelijkse basis bezig met de activiteiten van JAE, was op de hoogte van hetgeen zich binnen JAE afspeelde en had hierover veelvuldig contact met de agenten. Anders dan de verdediging is de rechtbank gelet op de inhoud van de chatgesprekken van oordeel dat de verdachte ook op de hoogte was van de werkzaamheden van de agenten en daarvoor verantwoordelijk is. Ook uit de verklaring van de verdachte dat hij heeft ingestemd met een aantal leveringen aan bedrijven in Rusland blijkt dat hij het binnen JAE voor het zeggen had.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>De verdachte heeft zich als feitelijk leidinggever van zijn bedrijf schuldig gemaakt aan het overtreden van de Europese regelgeving door luchtvaartonderdelen aan Rusland te leveren. Daarnaast heeft hij bewust en opzettelijk deelgenomen aan activiteiten die tot doel hebben om de verbodsbepalingen van de Europese Unie te omzeilen. Hierbij werkte de verdachte intensief samen met anderen.\u2019.<\/p>\n<p>Ook is in het vonnis een passage opgenomen die nagenoeg gelijk is aan de hiervoor onder 2.5 weergegeven passage.<\/p>\n<p>Tegen de veroordelingen is hoger beroep ingesteld door JAE en [verweerder 2] .<\/p>\n<h3>3De verzoeken<\/h3>\n<p>Verzoeker verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:<\/p>\n<p>JAE verboden te verklaren.<\/p>\n<p>JAE te ontbinden.<\/p>\n<p>Verzoeker in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van de te benoemen vereffenaar nadat de rechtbank over de verbodenverklaring en ontbinding heeft beslist.<\/p>\n<p>Een vereffenaar te benoemen.<\/p>\n<p>Te bepalen dat de vereffenaar na ontbinding het overschot uitkeert aan de Staat.<\/p>\n<p>Voor de duur van het geding de volgende voorlopige voorziening te treffen:<\/p>\n<p>onmiddellijke onderbewindstelling van de goederen van JAE;<\/p>\n<p>benoeming van een bewindvoerder; en<\/p>\n<p>de bepaling dat (de organen van) JAE zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de bewindvoerder geen besluiten kan (kunnen) nemen en dat vertegenwoordigers van JAE zonder de medewerking van de bewindvoerder geen rechtshandelingen kunnen verrichten.<\/p>\n<p>7. Verzoeker in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van de te benoemen bewindvoerder nadat de rechtbank over de onderbewindstelling heeft beslist.<\/p>\n<p>8. Te bepalen dat de vereffenaar en de bewindvoerder zichzelf een vergoeding mogen toekennen overeenkomstig de vergoedingen die gelden voor ervaren faillissementscuratoren en &#8212; voor zover door hen ingeschakeld &#8212; voor hun medewerkers ten laste van JAE.<\/p>\n<p>9. Aan [verweerder 2] een bestuursverbod zoals bedoeld in artikel 2:20a BW op te leggen voor de duur van drie jaar vanaf het moment dat verbodenverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.<\/p>\n<p>10. De griffier op te dragen de onherroepelijke uitspraak met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan te bieden.<\/p>\n<p>JAE en [verweerder 2] voeren verweer.<\/p>\n<p>Op de stellingen van verzoeker en JAE en [verweerder 2] wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.<\/p>\n<h3>4De tegenverzoeken<\/h3>\n<p>JAE en [verweerder 2] verzoeken de rechtbank:<\/p>\n<p>I. Bij wijze van voorlopige voorziening mr. Over de Linden, althans [naam 1] tot bewindvoerder te benoemen;<\/p>\n<p>II. Mr. Over de Linden, althans [naam 1] tot vereffenaar te benoemen en daarbij te bepalen dat de vereffenaar zichzelf een vergoeding mag toekennen welke ten laste zal komen van JAE althans van [verweerder 2] ;<\/p>\n<p>III. Het eventuele bestuursverbod niet voor drie jaar uit te spreken;<\/p>\n<p>IV. De uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.<\/p>\n<p>Verzoeker voert verweer.<\/p>\n<p>Op de stellingen van JAE en [verweerder 2] en verzoeker wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.<\/p>\n<h3>5De beoordeling van de verzoeken en de tegenverzoeken<\/h3>\n<h3>De verzoeken (onder 6, 7 en 8 voor zover dat ziet op de bewindvoerder) en het tegenverzoek (onder I) ter zake van het treffen van voorlopige voorzieningen (artikel 2:22 lid 1 BW)<\/h3>\n<p>Artikel 2:22 lid 1 BW bepaalt onder meer dat de rechter voor wie een verzoek tot ontbinding van de rechtspersoon aanhangig is, de goederen van die rechtspersoon desverlangd onder bewind kan stellen. Bij mondelinge tussenbeschikking van 27 mei 2025 zijn onder meer de verzoeken van verzoeker (onder 1 en 2) tot verbodenverklaring en ontbinding van JAE toegewezen. Dat brengt mee dat voor de door verzoeker verzochte onderbewindstelling bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding geen ruimte meer bestaat. De voormelde daarop betrekking hebbende (tegen)verzoeken zullen daarom worden afgewezen.<\/p>\n<p>Het verzoek (onder 1 en 2) om verbodenverklaring en ontbinding (artikel 2:20 BW)<\/p>\n<p>Artikel 2:20 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon waarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, op verzoek van het openbaar ministerie door de rechtbank verboden wordt verklaard en wordt ontbonden.<\/p>\n<p>Lid 2 van dit artikel bepaalt dat in ieder geval in strijd met de openbare orde is het doel dat of de werkzaamheid die leidt of klaarblijkelijk dreigt te leiden tot een bedreiging van de nationale veiligheid of de internationale rechtsorde of tot de ontwrichting van de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag.<\/p>\n<p>Lid 6 van dit artikel bepaalt dat de verbodenverklaring en de daarbij gegeven bevelen uitvoerbaar bij voorraad zijn en dat het instellen van een rechtsmiddel de werking niet schorst.<\/p>\n<p>Volgens verzoeker is de werkzaamheid van JAE in strijd met de openbare orde en had die werkzaamheid een structureel karakter. JAE heeft in strijd met de door de Europese Unie tegen Rusland ingestelde sancties opzettelijk meermaals vliegtuigonderdelen geleverd aan (personen, rechtspersonen of (andere) entiteiten in) Rusland. [verweerder 2] heeft in de strafrechtelijke procedure ter zitting bekend dat hij als bestuurder van JAE met 15 tot 20 van dergelijke leveringen heeft ingestemd. Bij JAE bestaat, gelet op de WhatsApp-correspondentie (zie overweging 2.5), een bedrijfscultuur die leidt tot het opzettelijk, stelselmatig overtreden en omzeilen van economische sancties. Omdat deze schendingen van door de Europese Unie opgelegde sancties leiden tot een bedreiging van de internationale rechtsorde is het in lid 2 van artikel 2:20 BW genoemde onweerlegbare bewijsvermoeden van toepassing, zodat vaststaat &#8212; zonder mogelijkheid van tegenbewijs &#8212; dat de werkzaamheid van JAE in strijd is met de openbare orde. Daarmee is ook de proportionaliteit en subsidiariteit van de verbodenverklaring gegeven. In de gegeven omstandigheden is een verbodenverklaring een noodzakelijke maatregel om de gedragingen van JAE &#8212; die een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van de beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving en de internationale rechtsorde ontwrichten &#8212; te voorkomen, aldus telkens verzoeker.<\/p>\n<p>JAE en [verweerder 2] hebben, samengevat, het volgende aangevoerd. Er is geen grond voor toewijzing van het verzoek. Het staat nog niet vast dat JAE en [verweerder 2] sancties hebben overtreden; volgens verweerders is daar geen sprake van en de strafrechtelijke veroordelingen zijn nog niet definitief. In hoger beroep kan heel anders worden geoordeeld, aldus verweerders. De genoemde activiteiten van JAE zijn niet in strijd met de openbare orde. Nog los van de omstandigheid dat de (reeds sinds 2011 door JAE gedreven) handel in vliegtuigonderdelen naar niet-gesanctioneerde landen geen strijd met de openbare orde oplevert, zal [verweerder 2] zich na zijn vrijlating niet meer bezighouden met de handel in vliegtuigonderdelen. [verweerder 2] heeft ook nog een autorijschool, zodat er voor hem geen enkele aanleiding is om zich met sanctieomzeiling bezig te houden. De stelling van verzoeker dat het onweerlegbare bewijsvermoeden van artikel 2:20 lid 2 BW van toepassing is, wordt dan ook niet gesteund met feiten. Het sluiten van een onderneming is een fors middel. Het betekent niet alleen sluiting, maar ook het onmogelijk maken om de statuten te wijzigen en zich met andere activiteiten bezig te houden. De oprichting van een B.V. kost geld en het is kapitaalvernietiging wanneer de B.V. zou worden ontbonden. Van een noodzakelijke en proportionele maatregel is geen sprake.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt. Het begrip \u2018werkzaamheid\u2019 in artikel 2:20 lid 1 en 2 BW is een feitelijk criterium, waarvan de invulling aan de rechter wordt overgelaten. Van een werkzaamheid is in ieder geval sprake als de activiteit een structureel karakter heeft. Vanaf wanneer werkzaamheden een min of meer stelselmatig karakter krijgen zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Dit kan ook het geval zijn indien er \u00e9\u00e9n zeer ernstig incident heeft plaatsgevonden, of indien een of enkele incidenten hebben plaatsgevonden en er nog meer incidenten worden aangekondigd of anderszins dreigen plaats te vinden. Tussen partijen staat vast dat JAE, met instemming van [verweerder 2] als bestuurder van JAE, in de periode van 25 februari 2022 tot en met 29 augustus 2023 ongeveer 15 tot 20 keer vliegtuigonderdelen heeft geleverd aan (personen, rechtspersonen of (andere) entiteiten in) Rusland. Deze leveringen hebben plaatsgevonden nadat de Europese Unie de Sancties had opgelegd aan Rusland. Gelet op het aantal leveringen en de omstandigheid dat iedere levering reeds op zichzelf moet worden beschouwd als een ernstige inbreuk op de Sancties en aldus een ernstig incident is, zijn voormelde leveringen naar het oordeel van de rechtbank een werkzaamheid in de zin van artikel 2:20 lid 1 BW. In artikel 2:20 lid 2 BW is voor een aantal begrippen ge\u00ebxpliciteerd dat, als hiervan sprake is, er zonder meer strijd is met de openbare orde. Het gaat hierbij om onder meer activiteiten die een bedreiging van de internationale rechtsorde vormen, zoals het omzeilen van internationale sancties en embargo\u2019s van de Europese Unie. Als vaststaat dat de werkzaamheid van de rechtspersoon kwalificeert als \u00e9\u00e9n van de in artikel 2:20 lid 2 BW genoemde gedragingen, volgt het onweerlegbare vermoeden dat deze gedraging in strijd is met de openbare orde. Omdat in het voorgaande is komen vast te staan dat de werkzaamheid van JAE in strijd is met de Sancties is het onweerlegbare vermoeden van artikel 2:20 lid 2 BW van toepassing, zodat de slotsom is dat de werkzaamheid van JAE in strijd is met de openbare orde. Gelet op het onweerlegbare vermoeden kan hetgeen JAE en [verweerder 2] naar voren hebben gebracht ter betwisting van de door verzoeker gestelde strijd met de openbare orde \u2013 onder meer dat [verweerder 2] en daarmee ook JAE onder druk van derden hebben gehandeld en dat JAE ook leverde aan niet-gesanctioneerde landen \u2013 niet tot een ander oordeel leiden. Het voorgaande maakt dat de verzochte maatregelen noodzakelijk en proportioneel zijn. Er zijn geen feiten gesteld of gebleken die aanleiding geven om anders te oordelen. Dit betekent dat het onder 1 en 2 verzochte zal worden toegewezen.<\/p>\n<p>De verzoeken (onder 3, 4 en 8) en tegenverzoeken (onder II) ter zake van de vereffening (artikel 2:23 BW)<\/p>\n<p>Omdat JAE zal worden verboden verklaard en ontbonden, dient de rechtbank op grond van artikel 2:23 lid 1 BW een vereffenaar te benoemen. Gelet op de grond voor de ontbinding ligt het niet in de rede om de zoon van [verweerder 2] of de advocaat van [verweerder 2] en JAE te benoemen als vereffenaar, zoals door JAE en [verweerder 2] is verzocht. Met een dergelijke benoeming zou naar het oordeel van de rechtbank immers de schijn van belangenverstrengeling worden gewekt, zoals verzoeker terecht heeft opgeworpen. Ter zitting hebben JAE en [verweerder 2] evenwel toegelicht dat zij met name belang hechten aan de benoeming van een onafhankelijke vereffenaar, althans aan de benoeming van een niet door verzoeker voorgedragen of aan verzoeker verbonden vereffenaar. Ter zitting is door de rechtbank voorgesteld dat de rechtbank een vereffenaar zal benoemen zonder een daartoe strekkende voordracht van verzoeker of verweerders. Hiertegen hebben verzoeker en verweerders geen bezwaren geuit. De rechtbank zal daarom een door haar gekozen onafhankelijke, ter zake deskundige persoon als vereffenaar benoemen. Daaraan voorafgaand zal de rechtbank verzoeker en verweerders in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de persoon van de door de rechtbank te benoemen vereffenaar. De rechtbank zal de beslissingen over de benoeming van de vereffenaar en de vergoeding van de vereffenaar &#8212; en, voor zover door de vereffenaar ingeschakeld, de medewerker(s) van de vereffenaar \u2013 aanhouden tot nadat partijen zich in voormelde zin hebben kunnen uitlaten.<\/p>\n<p>Het verzoek (onder 5) om een eventueel batig saldo aan de staat uit te keren (artikel 2:23b BW)<\/p>\n<p>Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om op grond van artikel 2:23b lid 1 BW te beslissen dat een eventueel batig saldo na de ontbinding van JAE door de vereffenaar wordt uitgekeerd aan de staat en niet aan [verweerder 2] als aandeelhouder van JAE. Verzoeker heeft daartoe gesteld dat de wet die mogelijkheid biedt en heeft ter zitting toegelicht dat het verzoek moet worden toegewezen omdat hij vreest dat [verweerder 2] een eventueel batig saldo zal inzetten voor de voortzetting van de werkzaamheden die aanleiding hebben gegeven voor het verbod en de ontbinding van JAE. Verzoeker heeft echter geen enkele concrete omstandigheid gesteld ter onderbouwing van de door hem geuite vrees, anders dan dat [verweerder 2] strafrechtelijk is veroordeeld voor het handelen in strijd met de Sancties. Daartegenover heeft [verweerder 2] onweersproken aangevoerd dat hij niet langer handelt in vliegtuigonderdelen en dat JAE al sinds 2011 ook activiteiten heeft ontplooid waarvan gesteld noch gebleken is dat die strafbaar waren, zodat niet zonder meer valt in te zien dat een eventueel batig saldo aan de staat moet worden uitgekeerd. Gelet op het voorgaande heeft verzoeker naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete omstandigheden gesteld ter onderbouwing van zijn verzoek (onder 5), zodat dat verzoek zal worden afgewezen.<\/p>\n<p>Het verzoek (onder 9) en het tegenverzoek (onder III) ter zake van het bestuursverbod (artikel 2:20a BW)<\/p>\n<p>Artikel 2:20a lid 1 BW bepaalt onder meer dat de bestuurder van een verboden verklaarde rechtspersoon, gedurende ten minste drie jaar nadat de verbodenverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, geen bestuurder of commissaris van enige rechtspersoon kan zijn of worden, tenzij betrokkene naar het oordeel van de rechter in de gegeven omstandigheden geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.<\/p>\n<p>Verzoeker verzoekt aan [verweerder 2] een bestuursverbod van drie jaar op te leggen. Volgens [verweerder 2] is een bestuursverbod niet nodig, omdat hij niet van plan is om zich met verboden gedragingen in te laten. Verder is een bestuursverbod van drie jaar onnodig lang. Als al een bestuursverbod wordt opgelegd, dan zou dat een aanzienlijk kortere periode moeten zijn (maximaal een half jaar). [verweerder 2] moet de kans krijgen om weer actief te worden in de maatschappij en de mogelijkheid hebben om als ondernemer aan het werk te gaan; zijn verdiencapaciteit moet hem niet bij voorbaat worden afgenomen, aangezien dit geen enkel doel dient.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt. Uit de wet volgt dat de bestuurder van een verboden verklaarde rechtspersoon een bestuursverbod krijgt opgelegd, tenzij de bestuurder in de gegeven omstandigheden geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat [verweerder 2] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig verwijt als bedoeld in artikel 2:20a lid 1 BW. Uit de wet volgt een termijn van tenminste drie jaar, zodat de rechtbank geen ruimte ziet om een kortere periode te bepalen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen en het tegenverzoek zal daarom worden afgewezen.<\/p>\n<p>Het tegenverzoek (onder IV) om de uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren<\/p>\n<p>Verweerders verzoeken de uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [verweerder 2] heeft bijna twee jaar gevangen gezeten en is ten tijde van de mondelinge behandeling nog altijd niet vrij. Hij moet de kans krijgen om zijn leven opnieuw op te starten. Hij wenst zelf de touwtjes in handen te houden als het gaat om een inventarisatie van wat er speelt: welke vorderingen er liggen, hoe en op welke wijze deze dienen te worden betwist of juist te worden betaald, wat er speelt met de belastingen etc. [verweerder 2] is niet voornemens zich met verboden gedragingen bezig te houden; hij wenst slechts zelf het overzicht te krijgen over de lopende verplichtingen.<\/p>\n<p>Verzoeker heeft ter zitting erop gewezen dat de inventarisatie van wat er speelt binnen JAE aan de te benoemen vereffenaar is en dat [verweerder 2] via de vereffenaar het door hem gewenste inzicht kan verkrijgen. Volgens verzoeker is het uitdrukkelijk niet de bedoeling dat [verweerder 2] zelf de touwtjes in handen houdt.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt. Hiervoor is overwogen dat de rechtbank, nadat partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten, een door haar gekozen onafhankelijke vereffenaar zal benoemen. Dit brengt mee dat [verweerder 2] hoe dan ook de vereffening van JAE, en daarmee ook de inventarisatie en het verkrijgen van een overzicht van de actuele stand van zaken, zal moeten overlaten aan de te benoemen vereffenaar. Het niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking maakt dat niet anders. Daar komt nog bij dat de verbodenverklaring uit hoofde van artikel 2:20 lid 6 BW van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad is en het bestuursverbod op grond van artikel 2:20a lid 1 BW ingaat als de verbodenverklaring van JAE kracht van gewijsde krijgt. Gelet hierop en op hetgeen is overwogen omtrent de verbodenverklaring van JAE, zal de rechtbank de beschikking zoals verzocht uitvoerbaar bij voorraad verklaren.<\/p>\n<p>Het verzoek (onder 10) ter zake van de aanbieding van de uitspraak aan de Kamer van Koophandel<\/p>\n<p>Omdat het verzoek gelet op het bepaalde in artikel 2:20a lid 3 BW onnodig is, is het bij gebrek aan belang niet toewijsbaar.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>Er is, nog afgezien van de omstandigheid dat verzoeker en verweerders daarom niet (uitdrukkelijk) hebben verzocht, onvoldoende aanleiding voor een proceskostenveroordeling.<\/p>\n<h3>6De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank<\/p>\n<p>op de verzoeken<\/p>\n<p>verklaart Jet Air Equipment B.V. verboden,<\/p>\n<p>ontbindt Jet Air Equipment B.V.,<\/p>\n<p>zal verzoeker in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de persoon van de door de rechtbank te benoemen vereffenaar,<\/p>\n<p>legt [verweerder 2] een bestuursverbod op, zoals bedoeld in artikel 2:20a BW, voor de duur van drie jaar vanaf het moment dat de verbodenverklaring onder 2.1. in kracht van gewijsde is gegaan,<\/p>\n<p>houdt de beslissingen over de benoeming van de vereffenaar en de vergoeding van de vereffenaar &#8212; en, voor zover door de vereffenaar ingeschakeld, de medewerker(s) van de vereffenaar &#8212; aan,<\/p>\n<p>wijst af hetgeen anders of meer is verzocht,<\/p>\n<p>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,<\/p>\n<p>op de tegenverzoeken<\/p>\n<p>zal verweerders in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de persoon van de door de rechtbank te benoemen vereffenaar,<\/p>\n<p>wijst af hetgeen anders of meer is verzocht.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:7445\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Verzoek van het openbaar ministerie om de vennootschap verboden te verklaren en te ontbinden, een vereffenaar te benoemen en de bestuurder een bestuursverbod op te leggen. Verzoeken toegewezen. Verzoekster en verweerders worden in de gelegenheid gesteld zich over de persoon en de beloning van de beoogde vereffenaar en diens medewerker(s) uit te laten. Verzoeken om voorlopige voorzieningen voor &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7864],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7988,10209,18520,7814,8115],"kji_language":[7671],"class_list":["post-640048","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-gelderland","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-afgewezen","kji_keyword-vereffenaar","kji_keyword-verklaren","kji_keyword-verzoek","kji_keyword-verzoeken","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Verzoek van het openbaar ministerie om de vennootschap verboden te verklaren en te ontbinden, een vereffenaar te benoemen en de bestuurder een bestuursverbod op te leggen. Verzoeken toegewezen. Verzoekster en verweerders worden in de gelegenheid gesteld zich over de persoon en de beloning van de beoogde vereffenaar en diens medewerker(s) uit te laten. Verzoeken om voorlopige voorzieningen voor ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"19 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \\\/ C\\\/05\\\/449231 \\\/ HA RK 25-33 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-21T19:01:26+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \\\/ C\\\/05\\\/449231 \\\/ HA RK 25-33\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33","og_description":"Verzoek van het openbaar ministerie om de vennootschap verboden te verklaren en te ontbinden, een vereffenaar te benoemen en de bestuurder een bestuursverbod op te leggen. Verzoeken toegewezen. Verzoekster en verweerders worden in de gelegenheid gesteld zich over de persoon en de beloning van de beoogde vereffenaar en diens medewerker(s) uit te laten. Verzoeken om voorlopige voorzieningen voor ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"19 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/","name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-21T19:01:26+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20257445-rechtbank-gelderland-27-05-2025-c-05-449231-ha-rk-25-33\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBGEL:2025:7445 Rechtbank Gelderland , 27-05-2025 \/ C\/05\/449231 \/ HA RK 25-33"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/640048","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=640048"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=640048"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=640048"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=640048"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=640048"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=640048"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=640048"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=640048"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}