{"id":643791,"date":"2026-04-22T04:17:04","date_gmt":"2026-04-22T02:17:04","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/"},"modified":"2026-04-22T04:17:04","modified_gmt":"2026-04-22T02:17:04","slug":"eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB &#8212; 25 _ 2605"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> WOZ. Waarde woning niet te hoog vastgesteld. Omdat in de bezwaarfase volledig aan de bezwaren van eiseres is tegemoetgekomen, was verweerder niet gehouden om te horen. Verweerder is geen dwangsom verschuldigd, omdat binnen 2 weken na de ingebrekestelling is beslist. Gemachtigde is een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Eerst ter zitting overleggen van voorschotnota\u2019s is een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, die aanleiding geeft om af te wijken van het eerste lid.<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Deze uitspraak is gerectificeerd op 20 oktober 2025.<\/p>\n<p>Rechtbank DEN HAAG<\/p>\n<p>Team belastingrecht<\/p>\n<p>zaaknummers: SGR 25\/2605 en SGR 25\/2607<\/p>\n<p>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaken tussen<\/p>\n<h3>[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres<br \/>\n(gemachtigde: [naam]),<\/h3>\n<p>en<\/p>\n<h3>de heffingsambtenaar van de gemeente Zoetermeer, verweerder.<\/h3>\n<h3>De bestreden uitspraak op bezwaar<\/h3>\n<p>De uitspraak van verweerder van 28 februari 2025 op het bezwaar van eiseres tegen na te noemen beschikkingen en aanslagen.<\/p>\n<h3>Zitting<\/h3>\n<p>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2025.<\/p>\n<p>Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.F.W.J.M. van Boxtel.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>verklaart de beroepen gegrond voor zover het is gericht tegen de kostenvergoeding in bezwaar;<\/p>\n<p>vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze ziet op de kostenvergoeding in bezwaar;<\/p>\n<p>stelt de aan eiseres te betalen proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op \u20ac 108,90;<\/p>\n<p>verklaart het beroep voor het overige ongegrond;<\/p>\n<p>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraken op bezwaar;<\/p>\n<p>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in bezwaar en beroep tot een bedrag van \u20ac 108,90 \u20ac 217,80;<\/p>\n<p>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van \u20ac 53 aan eiseres te vergoeden;<\/p>\n<p>bepaalt dat het bedrag aan proceskosten en griffierecht door verweerder vermeerderd dient te worden met wettelijke rente vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de datum van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.<\/p>\n<h3>Overwegingen<\/h3>\n<p>1. Verweerder heeft bij beschikkingen van 29 februari 2024 en 24 februari 2024 (de beschikkingen) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (de woning), op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (de Wet WOZ) op waardepeildata 1 januari 2022 en 1 januari 2023 voor de kalenderjaren 2023 en 2024 vastgesteld op \u20ac 883.000 respectievelijk \u20ac 835.000. Met de beschikkingen zijn in \u00e9\u00e9n geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiseres opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelastingen voor de jaren 2023 en 2024 (de aanslagen).<\/p>\n<p>2. In de bezwaarfase heeft verweerder de bezwaarschriften van eiseres gegrond verklaard, de WOZ-waarden verlaagd naar \u20ac 650.000 voor het jaar 2023 en \u20ac 640.000 voor het jaar 2024 en de aanslagen dienovereenkomstig verminderd.<\/p>\n<p>3. Bij gedagtekende brief van 14 februari 2025 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar (de ingebrekestelling).<\/p>\n<p>4. Met dagtekening 28 februari 2024 heeft verweerder uitspraak gedaan op het bezwaar tegen de beschikking. Bij afzonderlijke brief met dezelfde dagtekening meldt verweerder dat hij de ingebrekestelling op 17 februari 2025 heeft ontvangen en dat hij geen dwangsom is verschuldigd, omdat de uitspraak op bezwaar binnen twee weken na de ingebrekestelling is gedaan.<\/p>\n<p>5. In geschil is de waarde van de woning voor het jaar 2024 op waardepeildatum 1 januari 2023. Verder is voor beide jaren in geschil of eiseres aanspraak maakt op een dwangsom en een proceskostenvergoeding.<\/p>\n<p>6. Eiseres bepleit een waarde van \u20ac 614.640 voor de woning in 2024. Dit is de waarde van de woning in 2023 (\u20ac 650.000) verminderd met het percentage van 5,44%, zijnde de waardedaling van de oorspronkelijk beschikte waarde in 2024 ten opzichte van 2023. Verder stelt eiseres dat recht bestaat op een dwangsom, omdat verweerder de ingebrekestelling op 14 februari 2025 heeft ontvangen en daarmee \u00e9\u00e9n dag te laat uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Tot slot stelt eiseres dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.<\/p>\n<p>7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de waarde van de woning in 2024 niet te hoog is vastgesteld. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat de ingebrekestelling op 17 februari 2025 op de juiste afdeling is ontvangen. De uitspraak van 28 februari 2025 is daarmee tijdig gedaan waardoor geen dwangsom is verschuldigd.<\/p>\n<p>Waarde woning 2024<\/p>\n<p>8. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de woning bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Deze waarde is naar de bedoeling van de wetgever &quot;de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding&quot;.<\/p>\n<p>9. Verweerder dient aannemelijk te maken dat hij de waarde van de woning voor 2024 niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder, gelet op de door hem overgelegde matrix en hetgeen hij overigens heeft aangevoerd, hierin geslaagd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de waarde van de woning in 2024 uit coulance is verlaagd tot \u20ac 640.000 en daarmee al lager is vastgesteld dan de marktwaarde. De vastgestelde waarde is tevens lager dan de WOZ-waarden van de woning uit eerdere jaren terwijl geen waardedaling uit de markt volgt. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verweerder een matrix overgelegd waarin de waarde van de woning is bepaald op \u20ac 789.000. Naast gegevens van de woning, bevat het gegevens van de vergelijkingsobjecten [adres 2] (op 14 juli 2023 verkocht voor \u20ac 835.777), [adres 3] (verkocht op 19 juli 2023 voor \u20ac 602.509) en [adres 4] (verkocht op 1 mei 2023 voor \u20ac 585.000). De rechtbank acht deze vergelijkingsobjecten gelet op het type woning (rijwoning), de objectkenmerken, de ligging, de perceeloppervlakte, de gebruiksoppervlakte en het bouwjaar goed vergelijkbaar met de woning. Uit de matrix volgt dat verweerder de waarde van de woning en de vergelijkingsobjecten in beginsel als gemiddeld heeft beoordeeld met een vlok-codering van 3 (op een schaal van 5). Verder volgt uit de matrix dat verweerder de transactieprijzen heeft herleid naar de waardepeildatum en dat verweerder correcties heeft toegepast vanwege het verschil in perceeloppervlakte, ligging, onderhoud en voorzieningen. Uit de gecorrigeerde verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten vloeit een gemiddelde vierkante meterprijs voort van (afgerond) \u20ac 2.314, resulterend in de waarde van \u20ac 789.000. Nu verweerder in bezwaar de waarde heeft bepaald op 640.000 kan niet worden gezegd dat de vastgestelde waarde van de woning te hoog is vastgesteld.<\/p>\n<p>10. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd, doet aan het hierboven gegeven oordeel niet af. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast dat sprake is van een waardedrukkende omstandigheid rust op eiseres. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van achterstallig onderhoud, zoals doorslaande muren en een lekkend dak, dat zou moeten leiden tot een lagere waarde. Verweerder heeft ter zitting onweersproken verklaard dat eiseres niet bereid is mee te werken aan een inpandige opname. Met een inpandige opname had verweerder de door eiseres gestelde waardeverminderende factoren vast kunnen stellen. Verweerder kan door het weigeren van een inpandige opname de staat van de woning niet beoordelen en is daarmee afhankelijk van de bij hem bekende gegevens. Het staat eiseres weliswaar vrij om een inpandige opname te weigeren, echter het gevolg van deze weigering dient voor rekening en risico van eiseres te komen.<\/p>\n<p>Horen<\/p>\n<p>11. Volgens artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet voordat op het bezwaar wordt beslist een bestuursorgaan de belanghebbende in de gelegenheid stellen te worden gehoord. Op grond van artikel 7:3, aanhef en onder e, van de Awb, kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien, indien aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. In de bezwaarfase heeft eiseres voor het jaar 2023 bij brief van 4 februari 2025 een waarde van \u20ac 650.000 bepleit. Voor het jaar 2024 heeft eiseres enkel aangevoerd dat de waarde van de woning te hoog was. Omdat verweerder in de bezwaarfase volledig aan de bezwaren van eiseres is tegemoetgekomen, was verweerder niet gehouden om eiseres te horen.<\/p>\n<p>Dwangsom<\/p>\n<p>12. De wetgever heeft de mogelijkheden voor het instellen van beroep in het belastingrecht geregeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). In artikel 26 van de AWR is bepaald dat, in afwijking van artikel 8:1 van de Awb, slechts beroep kan worden ingesteld tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking (gesloten stelsel van rechtsmiddelen).<\/p>\n<p>13. Eiseres is in beroep gegaan, omdat verweerder geen dwangsom heeft toegekend vanwege het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Eiseres heeft voor het jaar 2023 geen beroepsgronden aangevoerd tegen de WOZ-waardering van de woning. Tegen de weigering een dwangsom toe te kennen wegens niet tijdig beslissen, kan worden opgekomen tegelijk met het instellen van een rechtsmiddel tegen de niet tijdig genomen beslissing op het bezwaar tegen de WOZ-beschikking (het onderliggende besluit). De bevoegdheid van de belastingrechter met betrekking tot een dwangsombeschikking bestaat ook in gevallen waarin over het onderliggende besluit geen geschil (meer) bestaat. De rechtbank kan daarom voor beide jaren een oordeel geven over de dwangsom.<\/p>\n<p>14. In artikel 4:17, eerste lid, van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt aan de aanvrager voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. Volgens het derde lid van artikel 4:17 van de Awb, is de eerste dag waarover de dwangsom is verschuldigd, de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.<\/p>\n<p>15. Partijen verschillen van mening over de datum van ontvangst van de ingebrekestelling. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling van eiseres volgens de stempel van ontvangst die daarop staat, op 14 november 2023 heeft ontvangen. Mede gelet op de verklaring van verweerder in zijn verweerschrift dat hij de ontvangst op 14 februari 2025 niet bestrijdt, moet ervan worden uitgegaan dat de ingebrekestelling op 14 februari 2025 door verweerder is ontvangen. Dat betekent dat de termijn van twee weken de dag na de ingebrekestelling begon te lopen, dus op 15 februari 2025. De laatste dag die verweerder had om te beslissen was daarmee 28 februari 2025. Verweerder heeft uitspraak op bezwaar gedaan op 28 februari 2025, binnen twee weken na de ingebrekestelling. Verweerder is, gelet op hetgeen bepaald is in artikel 4:17, derde lid, van de Awb, geen dwangsom verschuldigd.<\/p>\n<p>Proceskostenvergoeding<\/p>\n<p>16. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor de bezwaarfase. Op grond van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) kan een vergoeding in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb (in de kosten van de beroepsprocedure), onderscheidenlijk een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb (in de kosten van de bezwaarprocedure), uitsluitend betrekking hebben op onder meer de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit betekent dus dat sprake moet zijn van (juridische) rechtsbijstand, dat deze beroepsmatig moet zijn verleend en dat de bijstand door een derde moet zijn verleend. Van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is volgens vaste rechtspraak sprake als het verlenen van rechtsbijstand door de rechtsbijstandverlener een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening.<\/p>\n<p>17. Voor een veroordeling in de kosten van door een derde verleende rechtsbijstand is noodzakelijk dat kan worden aangenomen dat aan die bijstand ook daadwerkelijk kosten zijn verbonden voor eiseres. Het door verweerder ingenomen standpunt dat wegens de familierelatie tussen de gemachtigde en eiseres toekenning van proceskosten achterwege dient te blijven, volgt de rechtbank niet. Bijstand door een familielid, zoals in het onderhavige geval, die beroepsmatig wordt verleend sluit niet bij voorbaat een proceskostenvergoeding uit. Indien eiseres in aanmerking wenst te komen voor een proceskostenvergoeding wegens kosten ter zake van aan haar beroepsmatig verleende rechtsbijstand brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat zij, bij een gemotiveerde betwisting, niet alleen aannemelijk maakt dat de aan haar verleende rechtsbijstand beroepsmatig is verleend, maar moet zij bovendien aannemelijk maken dat ter zake van de onderhavige procedure kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand op haar drukken of hebben gedrukt. Dit betekent dat de kosten moeten zijn betaald of nog verschuldigd zijn. Verweerder heeft ter zitting de beroepsmatigheid van de gemachtigde niet (meer) betwist, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat eiseres werd vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent.<\/p>\n<p>18. Verweerder heeft, zowel in zijn verweerschrift als ter zitting, wel betwist dat de kosten op eiseres drukken of hebben gedrukt. Eerst ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres in dat kader een voorschotnota van 22 februari 2025 getoond, en na afloop van de zitting aan de rechtbank toegezonden, evenals een voorschotnota van 10 april 2025. Eiseres heeft verder geen bewijzen van betaling overgelegd of op andere wijze aannemelijk gemaakt dat ter zake van de onderhavige procedure kosten op haar drukken of hebben gedrukt. In beginsel dient de rechter ervan uit te gaan dat aan rechtsbijstand kosten zijn verbonden indien die bijstand door een derde beroepsmatig is verleend. Voor een uitzondering is plaats indien het bestuursorgaan het tegendeel stelt en in geval van betwisting aannemelijk maakt. Bij die beoordeling komt het erop aan of op de belanghebbende een verplichting rust of zal komen te rusten om kosten ter zake van de verleende rechtsbijstand te voldoen. Daarbij is niet vereist dat een declaratie is opgemaakt of dat de kosten op dit moment al zijn voldaan. Met de voorschotnota\u2019s heeft de gemachtigde van eiseres aannemelijk gemaakt dat hij beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend aan eiseres en dat zij daarvoor kosten dient te voldoen. Verweerder heeft ten onrechte geen proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase aan eiseres toegekend.<\/p>\n<p>19. Gelet op wat hiervoor is overwogen zijn de beroepen gegrond verklaard.<\/p>\n<p>20. Nu het beroep gegrond is, bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiseres in de beroepsfase gemaakte proceskosten. Nu de overgelegde voorschotnota\u2019s ruim voor de zitting voorhanden waren en gezien de eerdere gemotiveerde betwisting van verweerder, valt niet in te zien waarom eiseres deze stukken pas ter zitting heeft willen overleggen en de gelegenheid om deze bewijsstukken eerder in het geding te brengen ongebruikt voorbij heeft laten gaan. Had eiseres deze stukken eerder ingediend dan was de beroepsprocedure op dit punt mogelijk niet nodig geweest, zodat niet gesteld kan worden dat de door eiseres gemaakte proceskosten redelijkerwijs nodig waren. De rechtbank ziet hierin een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit), die aanleiding geeft om af te wijken van het eerste lid van artikel 2, van het Besluit.<\/p>\n<p>21. De gemachtigde heeft twee voorschotnota\u2019s van elk \u20ac 108,90 overgelegd waarvan de dagtekening van \u00e9\u00e9n van die voorschotnota\u2019s is gelegen v\u00f3\u00f3r het ingestelde beroep en de andere na het ingestelde beroep. De rechtbank stelt de te vergoeden kosten op grond van het Besluit voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op \u20ac 217,80, waarbij \u20ac 108,90 wordt toegerekend aan de bezwaarfase en \u20ac 108,90 aan de beroepsfase.<\/p>\n<p>22. De rechtbank heeft na de ontvangst van de afzonderlijke beroepschriften meerdere zaken aangemaakt en voor beide zaken griffierecht in rekening gebracht, die eiseres ook heeft betaald. Gelet op het bepaalde in artikel 8:41, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de rechtbank echter van oordeel dat vanwege de samenhang in de onderhavige zaken slechts \u00e9\u00e9n keer griffierecht had mogen worden geheven. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht in de zaak SGR 25\/2607 ten onrechte is geheven en zal dit griffierecht aan eiseres restitueren.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J.E. Steijvers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.<\/p>\n<p>Deze hersteluitspraak vervangt de inhoud van de uitspraak van 2 oktober 2025. De uitspraakdatum blijft ongewijzigd. De hersteluitspraak is in het openbaar gedaan, ondertekend en bekend gemaakt op 20 oktober 2025.<\/p>\n<p>griffier rechter<\/p>\n<p>Afschrift verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Rechtsmiddel<\/h3>\n<p>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).<\/p>\n<p>Dat kan digitaal via <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>, daar klikt u op \u201cFormulieren en inloggen\u201d. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.<\/p>\n<p>Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:<\/p>\n<p>1 &#8212; bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<\/p>\n<p>2 &#8212; het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.<\/p>\n<p>Verder vermeldt u ten minste het volgende:<\/p>\n<p>a. de naam en het adres van de indiener;<\/p>\n<p>b. de datum van verzending;<\/p>\n<p>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;<\/p>\n<p>d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Kamerstukken II 1992\/93, 22 885, nr. 3, blz. 44.<\/li>\n<li>Artikel 4:19, eerste lid, van de Awb.<\/li>\n<li>Zie Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797.<\/li>\n<li>Vergelijk Hoge Raad 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1251.<\/li>\n<li>Hoge Raad, 19 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0531.<\/li>\n<li>Vergelijk Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0464.<\/li>\n<li>Hoge Raad, 19 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0531.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27091\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>WOZ. Waarde woning niet te hoog vastgesteld. Omdat in de bezwaarfase volledig aan de bezwaren van eiseres is tegemoetgekomen, was verweerder niet gehouden om te horen. Verweerder is geen dwangsom verschuldigd, omdat binnen 2 weken na de ingebrekestelling is beslist. Gemachtigde is een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Eerst ter zitting overleggen van voorschotnota\u2019s is een bijzond&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8405,8100,8209],"kji_language":[7671],"class_list":["post-643791","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-derde","kji_keyword-omdat","kji_keyword-verweerder","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB - 25 _ 2605 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB - 25 _ 2605\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"WOZ. Waarde woning niet te hoog vastgesteld. Omdat in de bezwaarfase volledig aan de bezwaren van eiseres is tegemoetgekomen, was verweerder niet gehouden om te horen. Verweerder is geen dwangsom verschuldigd, omdat binnen 2 weken na de ingebrekestelling is beslist. Gemachtigde is een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Eerst ter zitting overleggen van voorschotnota\u2019s is een bijzond...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"14 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \\\/ AWB - 25 _ 2605 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T02:17:04+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \\\/ AWB &#8211; 25 _ 2605\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB - 25 _ 2605 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB - 25 _ 2605","og_description":"WOZ. Waarde woning niet te hoog vastgesteld. Omdat in de bezwaarfase volledig aan de bezwaren van eiseres is tegemoetgekomen, was verweerder niet gehouden om te horen. Verweerder is geen dwangsom verschuldigd, omdat binnen 2 weken na de ingebrekestelling is beslist. Gemachtigde is een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Eerst ter zitting overleggen van voorschotnota\u2019s is een bijzond...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"14 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB - 25 _ 2605 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T02:17:04+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202527091-rechtbank-den-haag-02-10-2025-awb-25-_-2605\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:27091 Rechtbank Den Haag , 02-10-2025 \/ AWB &#8211; 25 _ 2605"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/643791","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=643791"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=643791"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=643791"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=643791"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=643791"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=643791"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=643791"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=643791"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}