{"id":644688,"date":"2026-04-22T06:16:29","date_gmt":"2026-04-22T04:16:29","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/"},"modified":"2026-04-22T06:16:29","modified_gmt":"2026-04-22T04:16:29","slug":"eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Wie is contractspartij? Partij A wil betaling van facturen voor werkzaamheden die zijn verricht in de woning van partij B. Partij B heeft aangevoerd dat hij niet met partij A in priv\u00e9 een overeenkomst heeft gesloten, maar dat hij dacht dat hij een overeenkomst sloot met het bouwbedrijf van partij A. Daarom vindt hij dat hij de gefactureerde bedragen niet aan partij A hoeft te betalen. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat de vorderingen van partij A moeten worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat partij A in priv\u00e9 de contractspartij van partij B was.<\/p>\n<h3>GERECHTSHOF \u2019s-HERTOGENBOSCH<\/h3>\n<p>Team Handelsrecht<\/p>\n<p>zaaknummer 200.343.717\/01<\/p>\n<p>arrest van 22 juli 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[appellant]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>appellant,<\/p>\n<p>hierna aan te duiden als [appellant] ,<\/p>\n<p>advocaat: mr. A.C.M. van der Voet te Amsterdam,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde] ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>ge\u00efntimeerde,<\/p>\n<p>hierna aan te duiden als [ge\u00efntimeerde] ,<\/p>\n<p>advocaat: mr. F.M.Y. Wertenbroek te Waalwijk.<\/p>\n<p>op het bij exploot van dagvaarding van 26 april 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 7 februari 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en [ge\u00efntimeerde] als eiser.<\/p>\n<h3>1Het geding in eerste aanleg (zaak-\/rolnummer 10614615 \\ CV EXPL 23-2829)<\/h3>\n<p>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.<\/p>\n<h3>2Het geding in hoger beroep<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>de dagvaarding in hoger beroep;<\/p>\n<p>het tegen [ge\u00efntimeerde] verleende verstek;<\/p>\n<p>de memorie van grieven met producties 1-12;<\/p>\n<p>de zuivering van het verstek;<\/p>\n<p>de memorie van antwoord met producties 1-4;<\/p>\n<p>de mondelinge behandeling van 12 mei 2025, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.<\/p>\n<p>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.<\/p>\n<h3>3Waar gaat deze zaak over?<\/h3>\n<p>[ge\u00efntimeerde] wil betaling van facturen voor werkzaamheden die zijn verricht in de woning van [appellant] . [appellant] heeft aangevoerd dat hij niet met [ge\u00efntimeerde] een overeenkomst heeft gesloten. Daarom vindt hij dat hij de gefactureerde bedragen niet aan [ge\u00efntimeerde] hoeft te betalen. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat de vorderingen van [ge\u00efntimeerde] moeten worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat tussen [ge\u00efntimeerde] (in priv\u00e9) en [appellant] een overeenkomst tot stand is gekomen.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<p>In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde] heeft een overzicht opgesteld van uit te voeren verbouwingswerkzaamheden aan de woning van [appellant] aan de [adres] te [woonplaats] . Bij e-mailbericht van 6 oktober 2021 heeft [ge\u00efntimeerde] het volgende aan [appellant] bericht:<\/p>\n<p>\u201cDe volgende werkzaamheden hb ik voor u opgenomen:<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>&#8212; CAR verzekering<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Bovenstaande werkzaamheden kunnen wij voor u uitvoeren voor de somma van ;\u20ac15.838, exclusief btw.<\/p>\n<p>Hopende u een passende aanbieding te hebben gedaan, hoor ik graag van u.\u201d<\/p>\n<p>Op 13 oktober 2021 stuurt [ge\u00efntimeerde] het volgende e-mailbericht aan [appellant] :<\/p>\n<p>\u201c(\u2026) Mijn e-mail werkt inmiddels weer.<\/p>\n<p>In de bijlage de planning en begroting graag even een akkoord retour.<\/p>\n<p>Termijnen:<\/p>\n<p>20% bij opdracht<\/p>\n<p>15% bij storten betonvloer<\/p>\n<p>15% bij aanvang metselwerk<\/p>\n<p>15% bij leggen balklaag<\/p>\n<p>15% bij dichtslaan dak<\/p>\n<p>15% bij maken doorbraak<\/p>\n<p>5% bij werk gereed<\/p>\n<p>Met vriendelijke groet,<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde]<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Planning caucijn&#8230;\u201d.<\/p>\n<p>Op 13 oktober 2021 heeft [appellant] daarop per e-mailbericht als volgt gereageerd:<\/p>\n<p>\u201c(\u2026) Wij gaan akkoord. (\u2026)<\/p>\n<p>Stuur je ons een factuur voor de termijnen of wat is het rekening nummer waar wij het naar over kunnen maken?<\/p>\n<p>Kun je ons vertellen hoe laat jullie ongeveer beginnen?<\/p>\n<p>(\u2026)\u201d.<\/p>\n<p>De facturen voor de betalingstermijnen zijn gestuurd door 24\/7 at Work B.V. [appellant] heeft na ontvangst van de eerste factuur contact opgenomen met [ge\u00efntimeerde] en om toelichting gevraagd. [ge\u00efntimeerde] heeft verklaard dat 24\/7 at Work B.V. de administratie voor hem verzorgt en werklui regelt. [appellant] heeft de eerste drie facturen voor de eerste drie termijnen aan 24\/7 at Work B.V. betaald. De [factuur] van 29 oktober 2021 voor de 4e (leggen balklaag), 5e (dichtslaan dak) en 6e (doorbraak maken) termijn voor een bedrag van (in totaal) \u20ac 8.621,25 heeft [appellant] niet betaald.<\/p>\n<p>Op 17 november 2021 heeft 24\/7 at Work B.V. een betalingsherinnering gestuurd aan [appellant] voor de factuur van de 4e, 5e en 6e termijn. [appellant] heeft diezelfde dag per e-mailbericht als volgt gereageerd:<\/p>\n<p>\u201c(\u2026) Er is aan ons gevraagd door [ge\u00efntimeerde] of de laatste 3 termijnen op 1 factuur gezet mochten worden, deze zouden we dan mogen betalen nadat de werkzaamheden klaar waren.<\/p>\n<p>De werkzaamheden zijn echter nog niet klaar, wel zijn er problemen ontstaan.<\/p>\n<p>(\u2026)<\/p>\n<p>Wij hebben 2 vragen:<\/p>\n<p>Wij zouden graag de gegevens krijgen van de CAR verzekering die afgesloten zou zijn?<\/p>\n<p>Gezien jij degene bent die ons factureert willen wij graag weten of wij jou als hoofdaannemer mogen beschouwen in deze kwestie?\u201d.<\/p>\n<p>De [factuur] van 10 december 2021 voor de slottermijn van een bedrag van \u20ac 958,20 heeft [appellant] niet betaald.<\/p>\n<p>Bij dagvaarding van 29 maart 2022 heeft 24\/7 at Work B.V. gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van \u20ac 10.557,72, vermeerderd met de wettelijke rente over<\/p>\n<p>\u20ac 9.579,45 vanaf 29 maart 2022 tot aan de dag van voldoening, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.<\/p>\n<p>Bij vonnis van 26 oktober 2022 heeft de kantonrechter geoordeeld dat 24\/7 at Work B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering. De kantonrechter heeft het volgende overwogen:<\/p>\n<p>\u201c [appellant] kan niet worden geacht een overeenkomst te zijn aangegaan met 24\/7 at Work BV vanwege het enkele feit dat hij facturen met het briefhoofd van 24\/7 at Work BV heeft voldaan. Het is immers mogelijk om bevrijdend te betalen aan een partij die geen contractspartij is, te meer nu [appellant] onweersproken heeft aangevoerd dat [ge\u00efntimeerde] desgevraagd heeft aangegeven dat 24\/7 at Work BV de administratie voor hem verzorgt. [appellant] heeft de nadien toegezonden overeenkomst waarop 24\/7 at Work BV als aannemer genoemd stond bewust niet ondertekend. Verder staat vast dat de correspondentie via de e-mail die heeft geleid tot het sluiten van de aannemingsovereenkomst is gevoerd tussen [appellant] en [ge\u00efntimeerde] . In die mailwisseling wordt niet door [ge\u00efntimeerde] vermeld dat hij namens iemand anders contracteert.<\/p>\n<p>Nu op basis van de stellingen van partijen moet worden geconcludeerd dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen 24\/7 at Work BV en [appellant] , is 24\/7 at Work BV niet vorderingsgerechtigd.\u201d<\/p>\n<p>Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Op 1 mei 2023 heeft [ge\u00efntimeerde] een aanmaning gestuurd aan [appellant] om een bedrag van \u20ac 9.579,45 (het totale bedrag van de facturen [factuur] en [factuur] ), verhoogd met rente, te voldoen. Op 22 mei 2023 heeft [ge\u00efntimeerde] een tweede aanmaning verstuurd aan [appellant] , verhoogd met de buitengerechtelijke incassokosten.<\/p>\n<p>[appellant] heeft de bedragen niet betaald.<\/p>\n<p>De procedure bij de kantonrechter<\/p>\n<p>In de onderhavige procedure vordert [ge\u00efntimeerde] dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van \u20ac 9.579,45 (hoofdsom) en \u20ac 853,97 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente en veroordeling van [appellant] in de proceskosten.<\/p>\n<p>Aan deze vordering heeft [ge\u00efntimeerde] , kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. [ge\u00efntimeerde] is met [appellant] een overeenkomst van aanneming van werk aangegaan. [appellant] heeft per e-mail akkoord gegeven. Op grond van deze overeenkomst hebben er werkzaamheden plaatsgevonden in de woning van [appellant] . [ge\u00efntimeerde] vordert betaling van twee facturen met betrekking tot deze werkzaamheden, te weten de facturen [factuur] ten bedrage van \u20ac 8.621,25 en [factuur] ten bedrage van \u20ac 958,20.<\/p>\n<p>[appellant] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.<\/p>\n<p>De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld om aan [ge\u00efntimeerde] een bedrag te betalen van \u20ac 9.829,67 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van \u20ac 8.621,25 met ingang van 29 november 2021 en over een bedrag van<\/p>\n<p>\u20ac 383,20 met ingang van 10 januari 2022, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.<\/p>\n<p>De procedure in hoger beroep<\/p>\n<p>[appellant] heeft in hoger beroep tien grieven aangevoerd. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [ge\u00efntimeerde] , met veroordeling van [ge\u00efntimeerde] in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.<\/p>\n<p>Wie is contractspartij?<\/p>\n<p>[appellant] heeft met grief I bestreden dat tussen hem en [ge\u00efntimeerde] (in priv\u00e9) een overeenkomst tot stand is gekomen. Het klopt dat [appellant] afspraken heeft gemaakt over een uit te voeren verbouwing in zijn woning. [appellant] verkeerde echter in de veronderstelling dat hij de afspraken maakte met [XXX] , een bouwbedrijf gevestigd in [vestigingsplaats] , en dat [ge\u00efntimeerde] handelde namens dat bedrijf.<\/p>\n<p>Aangezien het [ge\u00efntimeerde] is die in deze procedure betaling vordert van de facturen [factuur] en [factuur] , dient hij te stellen en, gelet op het gemotiveerde verweer van [appellant] , te onderbouwen dat tussen hem en [appellant] een overeenkomst van aanneming van werk tot stand is gekomen. Het bestaan van een overeenkomst tussen [ge\u00efntimeerde] en [appellant] is immers een voorwaarde om te komen tot het oordeel dat het [ge\u00efntimeerde] is die recht heeft op betaling van de facturen door [appellant] .<\/p>\n<p>Het hof stelt voorop dat de vraag wie contractspartij is bij een overeenkomst en de vraag of vervolgens een overeenkomst tussen partijen met de door [ge\u00efntimeerde] gestelde inhoud tot stand is gekomen, moeten worden beantwoord aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien en kunnen ook gedragingen van partijen na het gestelde sluiten van de overeenkomst van belang zijn (Haviltex en artikel 3:33-35 BW).<\/p>\n<p>[appellant] voert in grief I aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat sprake is van een overeenkomst tussen [ge\u00efntimeerde] en [appellant] . In de eerdere procedure tussen 24\/7 at Work B.V. en [appellant] is door 24\/7 at Work B.V. (en [ge\u00efntimeerde] ) het standpunt ingenomen dat 24\/7 at Work B.V. [ge\u00efntimeerde] inhuurt. Dit impliceert dat [appellant] nimmer een overeenkomst kan hebben gesloten met [ge\u00efntimeerde] . Zoals in de conclusie van antwoord in die procedure (productie 4 bij memorie van grieven) al naar voren is gebracht, dacht [appellant] dat [ge\u00efntimeerde] van [XXX] was, een bouwbedrijf in [vestigingsplaats] , en dat [ge\u00efntimeerde] namens dat bedrijf handelde. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is door [appellant] (in lijn met zijn eerdere verklaringen) verklaard dat het contact tussen [ge\u00efntimeerde] en [appellant] tot stand is gekomen via [persoon A] . Deze [persoon A] had een paar huizen verderop in de straat van [appellant] een garage gebouwd\/gemetseld. [appellant] wilde [persoon A] inhuren, maar deze verklaarde dat hij zich aan [ge\u00efntimeerde] had verhuurd en dus zelf geen werk kon aannemen. [appellant] heeft het telefoonnummer van [ge\u00efntimeerde] gekregen van [persoon A] . [appellant] heeft [ge\u00efntimeerde] vervolgens gegoogeld en kwam uit bij [XXX] , een bouwbedrijf (en besloten vennootschap) gevestigd in [vestigingsplaats] . Na telefonisch contact tussen [appellant] en [ge\u00efntimeerde] is [ge\u00efntimeerde] vervolgens in de woning van [appellant] geweest. Door [appellant] is toen ter sprake gebracht het bedrijf [XXX] , waarop [ge\u00efntimeerde] heeft aangegeven dat dat een familiebedrijf is en oorspronkelijk van de oom en vader van [ge\u00efntimeerde] was.<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde] heeft op de mondelinge behandeling in hoger beroep betwist dat tijdens het kennismakingsgesprek is gesproken over [XXX] , het bouwbedrijf in [vestigingsplaats] , maar het hof acht die betwisting tegenover hetgeen [appellant] aanvoerde onvoldoende gemotiveerd. [ge\u00efntimeerde] heeft in de eerdere procedure op de vraag van de kantonrechter hoe de klant weet dat ze met 24\/7 at Work B.V. zaken doet, verklaard \u201cik heb het denk ik niet goed gecommuniceerd naar [het hof begrijpt:] [appellant] \u201d (productie 5 bij memorie van grieven). Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [ge\u00efntimeerde] toegegeven dat hij tijdens het kennismakingsgesprek naar eigen zeggen \u201cniet heel duidelijk\u201d is geweest. Voorts heeft [ge\u00efntimeerde] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat hij, naast zijn vaste baan in 2021 bij [&#8212;] (een vastgoedontwikkelaar en bouwpartner) ook voor [XXX] , het bedrijf van zijn neven, bouwbegeleiding verzorgde. Daarbij komt dat [ge\u00efntimeerde] , zoals blijkt uit het e-mailbericht onder rechtsoverweging 4.1.1, een bedrag voor de werkzaamheden heeft geoffreerd exclusief BTW en spreekt [ge\u00efntimeerde] bovendien in dat bericht over \u201cwij\u201d. Door op deze wijze te handelen heeft [ge\u00efntimeerde] op z\u2019n minst de verwachting bij [appellant] gewekt dat [ge\u00efntimeerde] handelde namens [XXX] . [appellant] heeft uit het handelen en de mededelingen van [ge\u00efntimeerde] gerechtvaardigd kunnen en mogen afleiden dat (i) [ge\u00efntimeerde] handelde namens [XXX] , (ii) de offerte van dat bedrijf afkomstig was en (iii) het akkoord van [appellant] op deze offerte zag op het tot stand brengen van een overeenkomst van aanneming van werk tot stand tussen [XXX] en [appellant] . Anders dan door [ge\u00efntimeerde] is aangevoerd, lag het niet op de weg van [appellant] om nadere vragen aan [ge\u00efntimeerde] te stellen, maar lag het juist op de weg van [ge\u00efntimeerde] om op dit punt duidelijkheid te verschaffen en dus klare wijn te schenken.<\/p>\n<p>In de offerte heeft [ge\u00efntimeerde] bovendien opgenomen dat sprake is van een CAR-verzekering. [appellant] heeft ook daaruit afgeleid dat hij contracteerde met een bouwbedrijf ( [XXX] ) en dat dit bedrijf beschikte over een verzekering. Zoals door [appellant] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is toegelicht, was het voor hem belangrijk dat hij contracteerde met een bedrijf \u00e9n dat dit bedrijf beschikte over een verzekering voor het geval er fouten zouden worden gemaakt tijdens de werkzaamheden.<\/p>\n<p>Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [ge\u00efntimeerde] over de CAR-verzekering verklaard dat hij ervan uitging dat 24\/7 at Work B.V. over deze verzekering beschikte en dat dat voor hem ook een gebruikelijke werkwijze is. [ge\u00efntimeerde] heeft toegelicht dat hij zich opwerpt als bouwbegeleider voor verschillende bedrijven (zoals [XXX] , [de B.V.] en 24\/7 at Work B.V.) en naar klanten in de offerte melding maakt van de CAR-verzekering die de verschillende bedrijven zelf hebben afgesloten. [ge\u00efntimeerde] beschikte ten tijde van het contact met [appellant] in ieder geval niet zelf over een dergelijke verzekering. Het hof stelt vast dat een onderbouwing van de stelling dat 24\/7 at Work B.V. over een CAR-verzekering beschikte, ontbreekt. Wat hier ook van zij, tussen partijen is niet in discussie dat 24\/7 at Work B.V. niet door [ge\u00efntimeerde] is genoemd tijdens het kennismakingsgesprek of in de e-mailberichten van [ge\u00efntimeerde] . Door de CAR-verzekering wel in de offerte op te nemen, heeft [ge\u00efntimeerde] [appellant] op het verkeerde been gezet. [ge\u00efntimeerde] heeft, door het noemen van de CAR-verzekering, het (achteraf gebleken onjuiste) beeld versterkt van [appellant] dat hij zaken deed met het bouwbedrijf [XXX] .<\/p>\n<p>Vast staat dat [appellant] pas bij ontvangst van de eerste factuur kennisnam van het bestaan van het bedrijf 24\/7 at Work B.V. De omstandigheid dat [appellant] de eerste drie facturen desondanks heeft betaald, kan niet bijdragen aan de stelling van [ge\u00efntimeerde] dat (alsnog) tussen hem en [appellant] een overeenkomst tot stand is gekomen. [appellant] heeft daarover toegelicht dat hij in oktober 2021 al langere tijd op zoek was naar een aannemer; verschillende aannemers die hij had aangezocht wilden het werk bij hem niet uitvoeren in verband met problemen met de muur van de buren. [appellant] had al jaren dubbele woonlasten en kon deze situatie niet veel langer financieel dragen. Op het moment dat [appellant] de eerste factuur ontving, waren de werkzaamheden inmiddels gestart. [appellant] heeft er, zo begrijpt het hof, op dat moment voor gekozen de facturen te betalen. Dat acht het hof niet onbegrijpelijk, gelet op de omstandigheid dat (i) [appellant] al verschillende aannemers had benaderd, (ii) de financi\u00eble middelen om de dubbele woonlasten op te vangen uitgeput raakten en (iii) de sloop al had plaatsgevonden en de werkzaamheden inmiddels in de woning van [appellant] al waren aangevangen.<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde] heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat 24\/7 at Work B.V. de materialen leverde en het personeel betaalde. Het bedrag dat [ge\u00efntimeerde] heeft ontvangen van [appellant] nadat het vonnis is gewezen, heeft hij naar eigen zeggen geheel doorbetaald aan 24\/7 at Work B.V. Uit deze verklaringen van [ge\u00efntimeerde] , die in strijd zijn met zijn eerdere verklaring dat 24\/7 at Work B.V. alleen de administratie voor hem verzorgde en werklui regelde (rechtsoverweging 4.1.4), kan niet anders dan worden afgeleid dan dat in de visie van [ge\u00efntimeerde] zelf 24\/7 at Work B.V. de contractspartij is die inningsgerechtigd is ten opzichte van [appellant] . Dat de kantonrechter in de eerdere procedure tussen 24\/7 at Work B.V. en [appellant] heeft geoordeeld dat geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen die twee partijen (rechtsoverweging 4.1.8), betekent niet dat dus (of daarom) een overeenkomst tot stand is gekomen tussen [ge\u00efntimeerde] en [appellant] . Het is [ge\u00efntimeerde] die in deze procedure de feiten moet aanreiken waarmee hij stelt en onderbouwt dat tussen hem en [appellant] een overeenkomst van aanneming van werk tot stand is gekomen. Daarin is [ge\u00efntimeerde] naar het oordeel van het hof niet geslaagd. Dat [ge\u00efntimeerde] op grond van artikel 7:751 BW bevoegd is het werk onder zijn leiding door anderen uit te laten voeren, is in zoverre niet relevant omdat eerst moet worden vastgesteld of tussen [ge\u00efntimeerde] en [appellant] een overeenkomst van aanneming van werk tot stand is gekomen.<\/p>\n<p>[ge\u00efntimeerde] heeft nog opgemerkt dat de werkzaamheden in de woning van [appellant] wel zijn verricht en dat het onterecht is dat [appellant] niet voor die werkzaamheden betaalt. Afgezien van het feit dat [appellant] gemotiveerd en onderbouwd naar voren heeft gebracht dat de werkzaamheden gebrekkig zijn verricht, kan de omstandigheid dat werkzaamheden wel zijn verricht, niet leiden tot een betalingsverplichting van [appellant] ten opzichte van [ge\u00efntimeerde] . [appellant] ging ervan uit, terwijl dat vertrouwen bovendien gerechtvaardigd was, dat hij een overeenkomst sloot met [XXX] ; de onduidelijkheid die daarover door toedoen van [ge\u00efntimeerde] is ontstaan, komt voor rekening en risico van [ge\u00efntimeerde] . Ten overvloede merkt het hof nog op dat [appellant] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft medegedeeld dat het wat hem betreft redelijk is dat hij de eerste drie facturen heeft betaald, omdat er wel werkzaamheden in zijn woning zijn verricht.<\/p>\n<p>Slotsom<\/p>\n<p>Grief I van [appellant] slaagt. Aan bewijslevering komt het hof om voormelde reden niet toe. De overige grieven van [appellant] behoeven geen bespreking, nu het hof tot het oordeel komt dat de vorderingen van [ge\u00efntimeerde] bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing moeten worden afgewezen.<\/p>\n<p>Omdat [ge\u00efntimeerde] niet vorderingsgerechtigd is, geldt hij als de in het ongelijk gestelde partij, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Omdat [appellant] gedaagde was in eerste aanleg is geen griffierecht geheven. [appellant] is zelf in eerste aanleg zonder rechtsbijstand verschenen, waardoor de proceskosten van eerste aanleg worden begroot op nihil.<\/p>\n<p>De proceskosten van hoger beroep aan de kant van [appellant] worden begroot op:<\/p>\n<p>&#8212; dagvaarding hoger beroep \u20ac 136,72<\/p>\n<p>&#8212; griffierecht \u20ac 349,-<\/p>\n<p>&#8212; salaris advocaat \u20ac 1.716,- (2 punten x Tarief I)<\/p>\n<p>&#8212; nakosten \u20ac 178,- (plus de verhoging die in de beslissing is vermeld)<\/p>\n<p>Totaal \u20ac 2.379,72<\/p>\n<p>Het hof zal het arrest, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren.<\/p>\n<h3>5De uitspraak<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>vernietigt het vonnis van de kantonrechter van 7 februari 2024;<\/p>\n<p>wijst de vorderingen van [ge\u00efntimeerde] af;<\/p>\n<p>veroordeelt [ge\u00efntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, aan de kant van [appellant] vastgesteld op \u20ac 2.379,72 te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en, als [ge\u00efntimeerde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, te vermeerderen met \u20ac 92,- en de kosten van betekening;<\/p>\n<p>verklaard dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en J. den Hoed en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 juli 2025.<\/p>\n<p>griffier rolraadsheer<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2063\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Wie is contractspartij? Partij A wil betaling van facturen voor werkzaamheden die zijn verricht in de woning van partij B. Partij B heeft aangevoerd dat hij niet met partij A in priv\u00e9 een overeenkomst heeft gesloten, maar dat hij dacht dat hij een overeenkomst sloot met het bouwbedrijf van partij A. Daarom vindt hij dat hij de gefactureerde bedragen niet aan partij A hoeft te betalen. Het hof o&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[21482,7673,8319,8323,27026],"kji_language":[7671],"class_list":["post-644688","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-contractspartij","kji_keyword-heeft","kji_keyword-overeenkomst","kji_keyword-partij","kji_keyword-prive","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Wie is contractspartij? Partij A wil betaling van facturen voor werkzaamheden die zijn verricht in de woning van partij B. Partij B heeft aangevoerd dat hij niet met partij A in priv\u00e9 een overeenkomst heeft gesloten, maar dat hij dacht dat hij een overeenkomst sloot met het bouwbedrijf van partij A. Daarom vindt hij dat hij de gefactureerde bedragen niet aan partij A hoeft te betalen. Het hof o...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-07-2025 \\\/ 200.343.717_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T04:16:29+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 22-07-2025 \\\/ 200.343.717_01\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01","og_description":"Wie is contractspartij? Partij A wil betaling van facturen voor werkzaamheden die zijn verricht in de woning van partij B. Partij B heeft aangevoerd dat hij niet met partij A in priv\u00e9 een overeenkomst heeft gesloten, maar dat hij dacht dat hij een overeenkomst sloot met het bouwbedrijf van partij A. Daarom vindt hij dat hij de gefactureerde bedragen niet aan partij A hoeft te betalen. Het hof o...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T04:16:29+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252063-gerechtshof-s-hertogenbosch-22-07-2025-200-343-717_01\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2063 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 22-07-2025 \/ 200.343.717_01"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/644688","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=644688"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=644688"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=644688"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=644688"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=644688"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=644688"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=644688"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=644688"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}