{"id":645712,"date":"2026-04-22T08:16:56","date_gmt":"2026-04-22T06:16:56","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/"},"modified":"2026-04-22T08:16:56","modified_gmt":"2026-04-22T06:16:56","slug":"eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Echtscheiding met nevenvoorzieningen, hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie, bijdrage kosten studie en levensonderhoud jong-meerderjarige, voortgezet gebruik echtelijke woning, afwijzing verzoeken verdeling huwelijksgoederengemeenschap vanwege strijd met goede procesorde<\/p>\n<p>Rechtbank DEN HAAG<\/p>\n<p>Enkelvoudige Kamer<\/p>\n<p>Rekestnummers: FA RK 24-115 (echtscheiding) en FA RK 24-7534 (verdeling)<\/p>\n<p>Zaaknummers: C\/09\/659500 (echtscheiding) en C\/09\/674431 (verdeling)<\/p>\n<p>Datum beschikking: 16 oktober 2025<\/p>\n<h3>Echtscheiding met nevenvoorzieningen<\/h3>\n<h3>Beschikking op het op 4 januari 2024 ingekomen verzoek van:<\/h3>\n<h3>[de vrouw] ,<\/h3>\n<p>de vrouw,<\/p>\n<p>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,<\/p>\n<p>advocaat voorheen: mr. J.I. van Leeuwen te Den Haag,<\/p>\n<p>advocaat nu: mr. M.E. Kreber te Zoetermeer.<\/p>\n<p>Als belanghebbende wordt aangemerkt:<\/p>\n<h3>[de man] ,<\/h3>\n<p>de man,<\/p>\n<p>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,<\/p>\n<p>advocaat voorheen: mr. M. Schreuders te Den Haag,<\/p>\n<p>advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder te Den Haag.<\/p>\n<h3>Procedure en procesbeslissingen<\/h3>\n<p>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:<\/p>\n<p>het verzoekschrift van de vrouw;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 3 april 2024 van de vrouw, met bijlagen (huwelijksakte);<\/p>\n<p>het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de man, met bijlagen, ingekomen op 19 april 2024;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 20 september 2024 van de vrouw, met aanvullend verzoekschrift en bijlagen;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 22 september 2024 van de man, met aanvullende zelfstandige verzoeken;<\/p>\n<p>het verweerschrift op zelfstandige verzoeken van de vrouw, met bijlage, ingekomen op 17 oktober 2024;<\/p>\n<p>het verweerschrift op aanvullende\/gewijzigde verzoeken van de man, met bijlagen, ingekomen op 22 oktober 2024;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 4 september 2025 van de man, met bijlagen (brief van 5 september 2025 en producties 20 tot en met 68);<\/p>\n<p>het F9-formulier van 8 september 2025 van de vrouw, met producties 15a tot en met 20c (zonder begeleidende brief);<\/p>\n<p>het F9-formulier van 8 september 2025 van de man, met aanvullende zelfstandige verzoeken en producties 69 tot en met 72.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft voorts nog de volgende stukken ontvangen, maar niet in het dossier gevoegd:<\/p>\n<p>het F9-formulier van 15 september 2025 van de man, met producties 73 tot en met 75;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 15 september 2025 van de vrouw, ingekomen op 16 september 2025, met verweerschrift op aanvullend zelfstandig verzoek, met producties 20d tot en met 35;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 17 september 2025 van de man, met producties 76 tot en met 87;<\/p>\n<p>het F9-formulier van 17 september 2025 van vrouw, met producties 29 (opnieuw), 36 en 37);<\/p>\n<p>het F9-formulier van 17 september 2025 van de man, met producties 88 en 89.<\/p>\n<p>Van de zijde van de vrouw is bezwaar gemaakt tegen de door de man op 8 september 2025 ingediende aanvullende verzoeken. De rechtbank heeft op zitting dat bezwaar toegewezen en als volgt uitgelegd.<\/p>\n<p>De tiendagentermijn als bedoeld in artikel 7.8 van het Procesreglement Scheiding, verstreek op maandag 8 september 2025. In de laatste processtukken v\u00f3\u00f3r het naderen van deze tiendagentermijn, ingediend door partijen in het najaar van 2024 \u2013 bijna een jaar geleden \u2013, hebben partijen met betrekking tot de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime ieder uitsluitend verzocht om de verdeling vast te stellen conform een nader in te dienen voorstel. Eerst op de laatste dag van de tiendagentermijn heeft de man zijn verzoeken geconcretiseerd. Het betreft verzoeken met betrekking tot de verdeling van vele vermogensbestanddelen, waaronder de aandelen in de onderneming van partijen, de echtelijke woning en een aandeel in een nalatenschap aan de zijde van de vrouw, en bovendien nog een aantal verrekenvorderingen. Dat zijn noch feitelijk noch juridisch eenvoudig te doorgronden verzoeken.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat deze verzoeken zijn gedaan in strijd met de goede procesorde. Partijen hebben er recht op dat door de rechtbank uitspraak wordt gedaan op basis van een duidelijk debat, waarbij de standpunten helder zijn en nader kunnen worden besproken op een mondelinge behandeling waarvoor zowel partijen als de rechtbank zich goed kunnen voorbereiden. Door het op een dermate laat moment indienen van de aanvullende\/geconcretiseerde verzoeken, hebben de wederpartij en de rechtbank zich niet goed kunnen voorbereiden op het debat. Daarbij betrekt de rechtbank dat de oproepbrief voor deze zitting is verzonden op 7 augustus 2025 en dat op 13 augustus 2025 bij deze rechtbank een kort geding zitting plaatsgevonden waarbij ook financi\u00eble aspecten tussen partijen aan de orde zijn geweest. Het dossier heeft bij de advocaten dus niet stil gelegen en de zittingsdatum was ruim van tevoren bekend. Dat zijdens de vrouw nog een verweerschrift is ingediend op de aanvullende\/geconcretiseerde verzoeken maakt dit niet anders. Dat verweerschrift is op een dermate korte termijn voor de zitting binnen gekomen dat de rechtbank daar geen kennis meer van heeft kunnen nemen.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft wel kennisgenomen van de door beide partijen op 8 september overgelegde bijlagen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op de zitting deze stukken toe te lichten en de rechtbank aan te geven in welk kader deze stukken van belang zijn.<\/p>\n<p>De rechtbank laat de stukken van beide partijen die vanaf 15 september 2025 zijn ingediend buiten beschouwing, omdat deze in een dermate laat stadium zijn overgelegd dat de rechtbank daar geen kennis meer van heeft kunnen nemen.<\/p>\n<p>Op 18 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:<\/p>\n<p>de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en mr. M.R. van Leeuwen;<\/p>\n<p>de man, bijgestaan door zijn advocaat;<\/p>\n<p>[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.<\/p>\n<p>Door de advocaat van de vrouw is op de zitting de machtiging namens de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats] , overgelegd.<\/p>\n<h3>Feiten<\/h3>\n<p>Partijen zijn met elkaar gehuwd op 28 februari 2004 te Den Haag.<\/p>\n<p>Zij zijn de ouders van:<\/p>\n<p>de nu jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 2] ( [de jong-meerderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats] ;<\/p>\n<p>de nu jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 1] ( [de jong-meerderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats] ;<\/p>\n<p>de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats] .<\/p>\n<p>Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.<\/p>\n<p>Deze rechtbank heeft op 15 februari 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier van belang, inhoudende dat:<\/p>\n<p>[de jong-meerderjarige 1] en [de minderjarige] aan de vrouw zijn toevertrouwd;<\/p>\n<p>de man voorlopig als volgt contact zal hebben met de minderjarigen:<\/p>\n<p>&#8212; met [de jong-meerderjarige 1] op in onderling overleg tussen hem en [de jong-meerderjarige 1] te bepalen momenten;<\/p>\n<p>&#8212; met [de minderjarige] op zijn dagopvang, waarbij de frequentie en duur van de contactmomenten in onderling overleg tussen de man en de betrokken hulpverleners bij de dagopvang zal worden bepaald;<\/p>\n<p>de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;<\/p>\n<p>partijen worden doorverwezen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschillen in het kader van de echtscheidingsprocedure door middel van mediation tot een oplossing te brengen.<\/p>\n<p>&#8212; Deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 maart 2025 \u2013 met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 15 februari 2024 \u2013 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang inhoudende dat:<\/p>\n<p>de man aan de vrouw, met ingang van de datum van de beschikking, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [de jong-meerderjarige 1] en [de minderjarige] van \u20ac 500,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;<\/p>\n<p>de man aan de vrouw met ingang van de datum van de beschikking voorlopig een partneralimentatie van \u20ac 528,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.<\/p>\n<p>Bij beschikking van deze rechtbank van 28 maart 2025 is de door de man met ingang van de datum van de beschikking te betalen alimentatie voor de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 2] bepaald op \u20ac 500,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de jong-meerderjarige te voldoen.<\/p>\n<p>Bij vonnis in kort geding van 27 augustus 2025 van deze rechtbank zijn de vorderingen in conventie van de vrouw en de jong-meerderjarigen [de jong-meerderjarige 2] en [de jong-meerderjarige 1] en in reconventie van de man afgewezen.<\/p>\n<h3>Verzoek en verweer<\/h3>\n<p>De vrouw verzoekt, na aanvulling\/wijziging, de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:<\/p>\n<p>vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;<\/p>\n<p>naar de rechtbank begrijpt: het voortgezet gebruik van de echtelijke woning voor minimaal vijf jaar na de inschrijving van de echtscheiding, althans een zodanige tijd als de rechtbank juist acht;<\/p>\n<p>vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap conform het voorstel van de vrouw;<\/p>\n<p>vaststelling van door de man te betalen partneralimentatie, met ingang van de indiening van het aanvullende verzoek, van \u20ac 8.000,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, althans een zodanige bijdrage als de rechtbank juist acht;<\/p>\n<p>vaststelling van door de man te betalen kinderalimentatie voor de twee minderjarige kinderen, met ingang van de indiening van het aanvullende verzoek, van \u20ac 643,- per kind per maand, althans een zodanige bijdrage als de rechtbank juist acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;<\/p>\n<p>voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.<\/p>\n<p>De man voert \u2013 onder referte ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding \u2013 verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken en verzoekt zelfstandig, na aanvulling, de echtscheiding uit te spreken en de volgende nevenvoorzieningen:<\/p>\n<p>een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) tussen de man en de minderjarige [de minderjarige] vast te stellen waarbij de man wekelijks, op vrijdag dan wel op een andere dag in de week, [de minderjarige] ophaalt om 15.00 uur (na zijn dag bij Ipse de Bruggen), en hem om 17.00 uur weer thuis brengt bij of in de nabijheid van de woning van de vrouw, dan wel de inhoud van de vaststellingsovereenkomst op te nemen c.q. aan te hechten aan de beschikking, onder verbeurte van een dwangsom van \u20ac 500,- per keer dat de zorgregeling niet wordt nagekomen;<\/p>\n<p>de vermogensrechtelijke afwikkeling vast te stellen aan de hand van het nog door de man in te brengen voorstel daartoe;<\/p>\n<p>voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.<\/p>\n<p>De vrouw voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.<\/p>\n<h3>Beoordeling<\/h3>\n<p>Echtscheiding<\/p>\n<p>Door de ouders is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid beide ouders niet-ontvankelijk te verklaren in de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv).<\/p>\n<p>Het is de rechtbank, gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, voldoende gebleken dat het op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan over te leggen. De rechtbank zal partijen daarom ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding.<\/p>\n<p>De vrouw en de man hebben gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Beide echtgenoten verzoeken de echtscheiding, zodat de rechtbank de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond zal toewijzen<\/p>\n<p>Hoofdverblijfplaats en zorgregeling<\/p>\n<p>Ten aanzien van het verzoek van de vrouw tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] heeft de man geen verweer gevoerd. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich daartegen verzet.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de zorgregeling overweegt de rechtbank het volgende.<\/p>\n<p>[de minderjarige] is een zorgkind met een ernstige stoornis op het autismespectrum. Hij heeft een mentale ontwikkeling van een kind van nog geen vier jaar oud. Hij maakt gebruik van dagopvang bij Ipse de Bruggen.<\/p>\n<p>Bij voorlopige voorzieningen van 15 februari 2024 is bepaald dat [de minderjarige] voorlopig contact met de man zal hebben op zijn dagopvang, waarbij de frequentie en de duur van de contactmomenten in onderling overleg tussen de man en de betrokken hulpverleners bij de dagopvang zal worden bepaald.<\/p>\n<p>Daarna zijn partijen in een vaststellingsovereenkomst van 26 april 2024 een regeling overeengekomen waarbij de man iedere vrijdag van 15.00 uur tot 17.00 uur met [de minderjarige] samen is, waarbij de man [de minderjarige] bij Ipse de Bruggen ophaalt en hem daarna naar huis brengt.<\/p>\n<p>Gebleken is dat er sinds december 2024 geen contact meer is geweest tussen de man en [de minderjarige] .<\/p>\n<p>De vrouw stelt dat het door alle spanningen rondom de echtscheiding de laatste tijd niet goed gaat met [de minderjarige] . Momenteel gaat [de minderjarige] drie dagen in plaats van vijf dagen per week naar Ipse de Bruggen. De vrouw moet [de minderjarige] regelmatig eerder ophalen vanwege agressieve uitbarstingen richting personeelsleden. Voorheen werd [de minderjarige] met taxivervoer opgehaald en gebracht maar dat is vanwege zijn recente agressieve gedrag niet meer mogelijk, zodat de vrouw dit nu zelf doet. Er moet een medisch onderzoek komen om te kijken wat er precies aan de hand is met [de minderjarige] . Hij heeft ook last van epilepsieaanvallen. Op dit moment kan er volgens de vrouw geen sprake zijn van contact tussen [de minderjarige] en de man. De vrouw heeft eind december 2023 melding gedaan van huiselijk geweld door de man, waarna de man door de politie uit huis is gehaald. De man is veroordeeld voor poging tot mishandeling van de vrouw en de kinderen. De man ging altijd op een hardhandige en respectloze manier met [de minderjarige] om. De dochter van partijen zou hebben gezien dat de man [de minderjarige] in de auto, bij het terugbrengen naar huis, agressief heeft benaderd. De vrouw maakt zich ernstig zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] bij de man. De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat er wat haar betreft wel sprake kan zijn van begeleide omgang.<\/p>\n<p>De man stelt dat hij ten onrechte is beschuldigd van huiselijk geweld en dat hij daarvoor ook ten onrechte strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld. Volgens de man is er geen contra-indicatie voor contact met [de minderjarige] . De regeling zoals afgesproken in de vaststellingsovereenkomst kan wat hem betreft worden vastgesteld door de rechtbank. Voor [de minderjarige] zal het niet te bevatten zijn dat hij al zo lang geen contact heeft gehad met zijn vader. De man had een hechte band met [de minderjarige] .<\/p>\n<p>Naar het oordeel van de rechtbank bestaat bij de huidige stand van zaken geen mogelijkheid voor het vastleggen van een onbegeleide zorgregeling tussen de man en [de minderjarige] . De man is blijkens de aantekening mondeling vonnis van 13 juni 2024, overgelegd als productie 13 door de vrouw, strafrechtelijk veroordeeld voor poging zware mishandeling van de vrouw, bedreiging en mishandeling meermalen gepleegd, ten aanzien van in ieder geval de vrouw en de dochter van partijen. De man heeft een taakstraf en een contactverbod met de vrouw opgelegd gekregen. Gelet op deze onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling, gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van de man dat er geen sprake is geweest van huiselijk geweld. Partijen maken elkaar over en weer zeer ernstige verwijten, zowel wat betreft hun gedrag als wat betreft financi\u00eble wanpraktijken. Voorts is van belang dat partijen geen enkel contact hebben met elkaar (wat ook niet kan gelet op het contactverbod) en de man evenmin contact heeft met de inmiddels meerderjarige kinderen van partijen zodat ook zij geen rol kunnen spelen bij onbegeleid contact. Het is immers, gelet op de kwetsbaarheid van [de minderjarige] , noodzakelijk dat er overleg kan zijn over hoe het met hem gaat. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een onbegeleide zorgregeling niet in het belang van [de minderjarige] . Omdat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor begeleid contact, wijst de rechtbank het verzoek van de man tot vaststelling van een zorgregeling af.<\/p>\n<p>Kinderalimentatie \/ bijdrage kosten studie en levensonderhoud jong-meerderjarige<\/p>\n<p>Behoefte<\/p>\n<p>Partijen zijn het erover eens dat de behoefte in 2025 voor [de minderjarige] en [de jong-meerderjarige 1] \u20ac 990,- per kind per maand bedraagt.<\/p>\n<p>Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte over de ouders moet worden verdeeld.<\/p>\n<p>Draagkracht vrouw<\/p>\n<p>De vrouw stelt dat zij geen inkomen heeft. Zij leefde van het PGB waar zij recht op heeft voor [de minderjarige] . De man heeft dit volgens de vrouw stopgezet.<\/p>\n<p>Volgens de man geniet de vrouw inkomsten uit verhuur van het pand aan de [straatnaam] van vermoedelijk \u20ac 3.100,- per maand, heeft de vrouw in 2025 een eigen onderneming \u2018 [bedrijfsnaam 1] \u2019 opgericht en heeft de vrouw recht op een PGB uitkering voor [de minderjarige] .<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt. Partijen ontvingen een PGB ten behoeve van [de minderjarige] . Dit is door de man in juni stopgezet. Op de zitting is gebleken dat de PGB uitkering inmiddels opnieuw is aangevraagd door de vrouw, maar nog niet is toegekend. Wat de exacte hoogte van het PGB was of zal zijn, is onduidelijk gebleven, net als de vraag uit welke componenten het PGB bestaat en dus welk deel als inkomen voor de vrouw beschouwd zou kunnen worden. De rechtbank houdt het er daarom op dat de vrouw uit het PGB van [de minderjarige] kan voorzien in een minimum inkomen voor zichzelf en stelt dat ambtshalve op \u20ac 1.500 bruto per maand, exclusief vakantiegeld. Anders dan de man zal de rechtbank geen rekening houden met huurinkomsten aan de zijde van de vrouw. De door de man ingediende producties 65 en 66, die deze stelling zouden moeten onderbouwen, betreffen slechts een niet nader onderbouwde indicatie. Ook is niet gebleken dat de vrouw inkomsten heeft uit een onderneming. De vrouw ontvangt wel kindgebonden budget. De rechtbank houdt geen rekening met de kinderbijslag, conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen. Dat de vrouw dubbele kinderbijslag ontvangt maakt dit niet anders, omdat de extra kinderbijslag bedoeld is om te voorzien in de aanvullende kosten van [de minderjarige] die samenhangen met zijn beperking; met deze kosten is bij het vaststellen van de behoefte van [de minderjarige] geen rekening gehouden.<\/p>\n<p>Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank aan de zijde van de vrouw zal uitgaan van een draagkracht van \u20ac 126,- per maand. De rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking gehechte berekening.<\/p>\n<p>Draagkracht man<\/p>\n<p>De man is bestuurder van zijn eigen onderneming [bedrijfsnaam 2] BV. De man dient zijn recente loonstroken van januari tot en met augustus 2025 in waaruit blijkt dat hij een bruto salaris van \u20ac 4.321,- per maand verdient, wat neerkomt op een fiscaal jaarloon van \u20ac 44.803,-. Volgens de man verdient hij niet meer dan uit deze financi\u00eble stukken blijkt. Partijen hebben de afgelopen jaren op veel te grote voet geleefd, waardoor er aanzienlijke schulden in de rekening-courant verhouding met de onderneming zijn ontstaan. De man is bezig deze schulden af te lossen.<\/p>\n<p>De vrouw stelt dat de man meer inkomsten heeft dan hij op papier laat zien. Daarvoor verwijst de vrouw naar de in de voorlopige voorzieningen overgelegde bankafschriften, waarin grote opnamen van de zakelijke rekening naar de priv\u00e9rekening te zien zijn. Verder stelt de vrouw dat de man regelmatig contante betalingen ontvangt, wat blijkt uit verklaringen van klanten van de man, die de vrouw heeft overgelegd als producties 24a, 24b en 24c. De man rijdt in een dure auto en koopt dure kleding. De man zet naar believen zijn financi\u00eble gegevens in elkaar, net hoe het hem uitkomt. Omdat de man zijn financi\u00eble gegevens achterhoudt, is zijn draagkracht niet te bepalen. Daarom moet er volgens de vrouw van uit worden gegaan dat de man de volledige behoefte van de kinderen kan betalen.<\/p>\n<p>De rechtbank overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Nog daargelaten dat de rechtbank in deze procedure niet over de in de voorlopige voorzieningen overgelegde bankafschriften beschikt, kan de rechtbank enkel op basis van hoge priv\u00e9 opnames niet vaststellen dat de man daadwerkelijk over een hoger inkomen beschikt. Partijen zijn het erover eens dat zij altijd op zeer grote voet hebben geleefd. Dat kon volgens de man dankzij de enorme hoge opnames in de rekening-courant. Dat blijkt ook uit de door de man overgelegde jaarstukken. Weliswaar voert de vrouw aan dat die jaarstukken niet juist zijn, maar in het kader van de alimentatie heeft de rechtbank geen concrete onderbouwing van de stelling van de vrouw dat de man substantieel meer inkomen heeft dan hij op papier stelt te hebben. Dat de man in een dure auto rijdt, was ook al zo ten tijde van het huwelijk van partijen en deze wordt gefinancierd vanuit de onderneming. Verklaringen van derden over een luxe levensstijl van de man zijn doorgaans niet objectief, zodat de rechtbank deze niet doorslaggevend acht voor de beslissing. Voor zover de vrouw haar stellingen in dit verband nader heeft willen onderbouwen met de op 16 september 2025 overgelegde stukken, heeft de rechtbank, zoals hiervoor al is gebleken, geoordeeld dat deze buiten beschouwing blijven.<\/p>\n<p>Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank voor de berekening van de draagkracht van de man zal uitgaan van een bruto salaris van \u20ac 4.321,- per maand, blijkend uit zijn salarisspecificaties van januari tot en met augustus 2025. Daarvan uitgaand en rekening houdend met een vakantietoeslag van 8% en de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, berekent de rechtbank het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man op \u20ac 3.477,- per maand.<\/p>\n<p>Anders dan de man zal de rechtbank geen rekening houden met de aflossing van schulden. Dat partijen de hoog opgelopen rekening-courant schuld moeten aflossen kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgewenteld op de (jong-meerderjarige) kinderen. Bovendien moet gelet op de overwaarde in de echtelijke woning worden aangenomen dat in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vermogen resteert, waaruit de schulden dan geheel of ten dele kunnen worden afgelost.<\/p>\n<p>Omdat het NBI van de man hoger is dan \u20ac 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI \u2013 (0,3 x NBI + 1.310)] hanteren.<\/p>\n<p>De draagkracht van de man bedraagt volgens bovenstaande formule:<\/p>\n<p>70% x [3.477 \u2013 (1.043,10 + 1.310)] = afgerond \u20ac 787,- per maand.<\/p>\n<p>Gezamenlijke draagkracht<\/p>\n<p>De gezamenlijke draagkracht van de ouders bedraagt \u20ac 913,- per maand (787 + 126). Deze gezamenlijke draagkracht is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen van \u20ac 990,- per kind per maand (totaal \u20ac 1.980,-) te voorzien. Het tekort bedraagt \u20ac 1.067,- per maand (1.980 \u2013 913). De rechtbank komt niet toe aan een draagkrachtvergelijking.<\/p>\n<p>Zorgkorting<\/p>\n<p>Nu er geen contact is tussen de man en de kinderen en er geen zorgregeling wordt vastgesteld, zal de rechtbank geen forfaitaire zorgkorting toepassen. Overigens zou de man, ook indien wel sprake was van een zorgkorting, gelet op het tekort wel zijn volledige draagkracht dienen aan te wenden.<\/p>\n<p>Ingangsdatum<\/p>\n<p>In redelijkheid zal de rechtbank de ingangsdatum vaststellen op de datum van de beschikking.<\/p>\n<p>Conclusie<\/p>\n<p>Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank de door de man met ingang van heden te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] en de te betalen bijdrage in de kosten van studie en levensonderhoud ten behoeve van [de jong-meerderjarige 1] , vaststellen op \u20ac 787,- per maand, wat neerkomt op afgerond \u20ac 394,- per kind per maand. Het meer of anders verzochte zal de rechtbank afwijzen.<\/p>\n<p>Aanhechten berekening<\/p>\n<p>De door de rechtbank gemaakte berekening is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>Partneralimentatie<\/p>\n<p>De rechtbank zal geen behoefte van de vrouw vaststellen, nu hiervoor duidelijk is geworden dat de draagkracht van de man de beperkende factor is. Om dezelfde reden gaat de rechtbank niet in op het primaire verweer van de man dat het gestelde grievende gedrag van de vrouw reden is om geen partneralimentatie vast te stellen. Nu de man onvoldoende draagkracht heeft om zijn aandeel in de kosten van de kinderen volledig te voldoen, heeft de man evenmin draagkracht om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.<\/p>\n<p>Om die reden zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling partneralimentatie afwijzen. De rechtbank verwijst naar de aangehechte berekening.<\/p>\n<p>Voortgezet gebruik echtelijke woning<\/p>\n<p>De vrouw verzoekt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning voor minimaal vijf jaar na de inschrijving van de echtscheiding, althans een zodanige tijd als de rechtbank juist acht. De vrouw verzoekt dit omdat zij de zorg heeft voor drie kinderen, waarvan de jongste een extreme vorm van autisme heeft. Na alles wat de vrouw en de kinderen met de man hebben meegemaakt, waaronder een gewapende overval in de woning waarbij spullen van de man zijn meegenomen, hebben de vrouw en de kinderen voorlopig behoefte aan rust. Er is sprake van een krappe woningmarkt. De vrouw vraagt daarom de rechtbank in deze bijzondere situatie om haar minimaal vijf jaar de tijd te gunnen om andere woonruimte te zoeken of om uit te zoeken of zij de echtelijke woning, na de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, zou kunnen overnemen.<\/p>\n<p>De man kan instemmen met een voortgezet gebruik door de vrouw van de echtelijke woning voor zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De man heeft ook op de zitting toegezegd dat hij de lasten van de echtelijke woning zal blijven betalen. De man wil wel dat de vrouw medewerking zal verlenen aan de verkoop van de woning binnen afzienbare termijn. Zolang de woning niet verkocht is, kunnen de vrouw en de kinderen in de woning blijven wonen.<\/p>\n<p>De rechtbank zal bepalen dat de vrouw het voortgezet gebruik van de woning krijgt voor de duur van zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Dit verzoek is op de wet gegrond en hier kan de man mee instemmen. Voor het overige zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen bij gebrek aan wettelijke grondslag.<\/p>\n<p>Verdeling huwelijksgoederengemeenschap<\/p>\n<p>De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor is opgenomen ten aanzien van de te late concretisering van de verzoeken met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank heeft vanwege strijd met de goede procesorde geoordeeld dat aan deze verzoeken voorbij wordt gegaan.<\/p>\n<p>Dat betekent dat de rechtbank de verzoeken met betrekking tot de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime van partijen over en weer zal afwijzen als onvoldoende concreet onderbouwd.<\/p>\n<p>Onverdeeld laten echtelijke woning<\/p>\n<p>De vrouw heeft tijdig verzocht om de woning onverdeeld te laten. Dit verzoek, gebaseerd op artikel 3:178 lid 3 BW kan echter niet slagen omdat de rechtbank in deze procedure niet de (wijze van) verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vaststelt. Bij de te maken afweging tussen het belang van de vrouw om met de kinderen in de echtelijke woning te blijven wonen en het belang van de man om de woning te verdelen, moet de vermogenspositie van partijen worden betrokken. De vermogenspositie van partijen is op dit moment nog volstrekt onhelder. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>Nu het een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>spreekt uit de echtscheiding tussen de man en de vrouw, gehuwd op 28 februari 2004 te Den Haag;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>bepaalt de door de man met ingang van heden te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] op \u20ac 394,- per maand;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>bepaalt de door de man met ingang van heden te betalen bijdrage in de kosten van studie en levensonderhoud ten behoeve van de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige 1] ( [de jong-meerderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats] , op \u20ac 394,- per maand;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>bepaalt dat de vrouw tegenover de man het recht heeft om in de woning aan het adres [adres] te blijven wonen tot zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>verklaart deze beschikking tot zover \u2013 met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding \u2013 uitvoerbaar bij voorraad;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;<\/p>\n<p>*<\/p>\n<p>wijst af het meer of anders verzochte.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 oktober 2025.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26507\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Echtscheiding met nevenvoorzieningen, hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie, bijdrage kosten studie en levensonderhoud jong-meerderjarige, voortgezet gebruik echtelijke woning, afwijzing verzoeken verdeling huwelijksgoederengemeenschap vanwege strijd met goede procesorde<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[11281,9893,11300,7674,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-645712","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-echtscheiding","kji_keyword-hoofdverblijfplaats","kji_keyword-nevenvoorzieningen","kji_keyword-rbdha","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Echtscheiding met nevenvoorzieningen, hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie, bijdrage kosten studie en levensonderhoud jong-meerderjarige, voortgezet gebruik echtelijke woning, afwijzing verzoeken verdeling huwelijksgoederengemeenschap vanwege strijd met goede procesorde\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"22 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u044b\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \\\/ C\\\/09\\\/659500 \\\/ FA RK 24-115 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T06:16:56+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \\\/ C\\\/09\\\/659500 \\\/ FA RK 24-115\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115","og_description":"Echtscheiding met nevenvoorzieningen, hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie, bijdrage kosten studie en levensonderhoud jong-meerderjarige, voortgezet gebruik echtelijke woning, afwijzing verzoeken verdeling huwelijksgoederengemeenschap vanwege strijd met goede procesorde","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"22 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\u044b"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T06:16:56+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha202526507-rechtbank-den-haag-16-10-2025-c-09-659500-fa-rk-24-115\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:26507 Rechtbank Den Haag , 16-10-2025 \/ C\/09\/659500 \/ FA RK 24-115"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/645712","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=645712"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=645712"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=645712"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=645712"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=645712"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=645712"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=645712"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=645712"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}